Spring naar inhoud


Wat is nou het echte verschil, papa?

Uit het boek How Pleasure Works van de Amerikaanse psycholoog Paul Bloom, in het Nederlands vertaald als Het geheim van genot, herinner ik me een treffende anekdote. Het boek gaat onder andere over hoe je de essentie van dingen kunt bepalen (wat maakt een tijger tot een tijger? zijn het de strepen?) en in dit verband haalt de schrijver een gesprek aan met zijn dochter van een jaar of zes die hem vraagt wat het verschil tussen jongens en meisjes is. De vader begint een verhaal over uiterlijkheid en geslachtsdelen, het kind hoort hem een beetje ongeduldig aan en zegt vervolgens: ‘Dat weet ik al lang, papa, maar wat is nou het echte verschil?’

Het is een briljante vraag van het kind. Het voor de hand liggende antwoord over fysieke verschillen wordt als irrelevant terzijde geschoven, waarna de vader met stomheid geslagen is door een gapende leegte die zich opent: als het niet over penissen en vagina’s gaat, waarover dan in hemelsnaam wel? Toch niet over rokjes of broeken, lang of kort haar, afwassen of voetballen, want dat zijn nog veel onbenulliger zaken.

Ik moest aan die conceptuele afgrond terugdenken bij het volgen van de discussie over de speelgoedcatalogus van Bart Smit, die zijn Sinterklaasgeschut al weer in stelling heeft gebracht, stereotiep uitgeserveerd volgens strikte rolpatronen. Roze stofzuigertjes en fornuisjes voor de meisjes die hun moeder moeten emuleren, stoere brandweerauto’s en vervaarlijke actiefiguren voor de jongens. Een schande, brieste iedereen die de vrouwen- (en meisjes-)emancipatie een warm hart toedraagt en de pest heeft aan rolbevestigende attributen. Zelf zie ik ook niks in naar sekse gelabeld speelgoed, anderzijds denk ik dat kinderen altijd naar het speelgoed grijpen dat hun om wat voor reden dan ook bevalt en dat ouders in dat opzicht weinig kunnen sturen. Er zijn genoeg meisjes die niets om poppen geven en hoe veel barbies ze ook krijgen toegestopt, als ze er niet naar talen, dan doen ze er niks mee. En als een jongen geen aardigheid in autootjes heeft, krijg je hem ook niet zo ver dat hij er wel mee in de weer gaat.

Van de week zag ik in een speelgoedkraam op de markt een op batterijen werkende plastic contraptie met kleine pinguïns die een trap bestegen en van de glijbaan afroetsjten. Dit keurig sekseneutrale speelgoed zal ongetwijfeld de hebzucht van passerende kinderen opwekken, maar het plezier bestaat louter uit de aan-uit-knop bedienen en ernaar kijken – dan is een kind met een ministofzuiger of een plastic zwaardje beter af. De roze en glitteruitvoering van zogenaamd meisjesspeelgoed is irritant, zij het meer om esthetische dan om inhoudelijke redenen. Jaren geleden was er een plumeau met regenboogkleuren bij mij in huis verzeild geraakt. Een echte, geen speelgoed. Het ding zag er even kitschy uit als My Little Pony of een willekeurig Disneyproduct. Typisch iets voor meisjes, zou je denken, maar mijn zonen speelden er net zo graag mee als mijn dochter. Misschien juist omdat het geen speelgoed maar een echt ding was? Hoe dan ook, de uitvoering, kleur en sekse-labeling van speelgoed doet er helemaal niet toe – het is een onbelangrijke factor voor de vraag over het verschil tussen jongens en meisjes. De dochter van Paul Bloom zou haar vader weggehoond hebben, als hij over barbies en supermanfiguurtjes zou zijn begonnen. Allemaal poppen immers.

80 procent van alle mannen is fysiek krachtiger dan 80 procent van alle vrouwen.

De cosmetica-afdeling van de drogist kan net zo min als voorbeeld van typische vrouwelijkheid dienen als de ijzerwinkel staat voor iets typisch mannelijks. Elke concretisering van de mannelijke of vrouwelijke essentie kan weerlegd en van tegenvoorbeelden voorzien worden. Tal van vrouwen moeten niets van make-up hebben. Tal van mannen kunnen nog geen bahco van een waterpomptang onderscheiden.

En toch kan niemand de intuïtieve overtuiging van zich afzetten dat er wel degelijk een mannelijke en vrouwelijke essentie bestaat. Waarom zouden mensen anders informeren naar de sekse van een pasgeboren baby? Fysieke verschillen genereren andere verschillen, en in het geval van mensen, denk ik dat het essentiële verschil te maken heeft met het begrip ‘kracht’. 80 procent van alle mannen is fysiek krachtiger dan 80 procent van alle vrouwen. Dit biologische gegeven heeft een uitstralend effect op de rest van het leven. Normen voor de seksen wisselen naar gelang tijd en cultuur, maar het essentiële verschil blijft. Geen fijne waarheid voor kleine meisjes.

Artikelen in Column.


Topvrouwen

Debora L. Spar: Wonder Women. Sex, Power, And The Quest For Perfection. Uitgever Sarah Crichton Books Farrar, Strauss and Giroux. 305 blz. € 21,99

Kirsten van den Hul: (S)hevolution. De eeuw van de vrouw. Uitgever Atlas Contact. 223 blz. € 18,95

Wie of wat zet vrouwen de voet dwars in hun weg naar de top? De feministische revolutie van zo’n jaar of veertig geleden heeft het leven van vrouwen ingrijpend veranderd (vrijheid, blijheid en zelfbeschikking), maar in de maatschappelijke topregionen blijft het tobben met de instroom. Politiek leiderschap, Raden van bestuur van grote ondernemingen en spraakmakende talkshows worden gedomineerd door mannen evenals het beroep hoogleraar. De ondervertegenwoordiging van vrouwen doet zich trouwens ook voor bij beroepen als machinebankwerker, visser en mijnwerker, maar dat wordt kennelijk als een minder nijpend probleem gezien. In haar boek Lean In riep Sheryl Sandberg, Chief Operating Officer bij Facebook, vrouwen op om in zichzelf te geloven en zich niet te laten afschrikken door tegenkrachten. Zij richt zich vooral op interne obstakels en minder op structurele barrières.

Over de vraag waarom de vrouwelijk opmars niet opschiet (een fenomeen dat bekend staat als ‘het glazen plafond’) schreef Debora Spar het boek Wonder Women. Seks, Power And The Quest For Perfection. Het is een wat langdradige analyse van hoe de feministische belofte van vrijheid en macht verkeerde in de plicht tot perfectie. Spar kruidt haar sociologische beschouwingen met persoonlijke ervaringen die verreweg de interessantste passages vormen, want de rest is voor degenen die de man-vrouwdiscussies van de afgelopen dertig jaar een beetje gevolgd hebben overbekend materiaal. We weten onderhand wel wat Betty Friedan, Germaine Greer, Andrea Dworkin en Naomi Wolf aan de orde hebben gesteld.

De meest tot de verbeelding sprekende onthulling gaat over persoonlijke verzorging. Spar (geboren in 1963, hoogopgeleid, zware baan, getrouwd, drie kinderen) telt op hoeveel tijd ze hieraan besteedt: dagelijks een half uur voor douchen, make-up aanbrengen en haar kapsel in model krijgen, eens per twee weken een bezoek aan de manicure, een uur per maand benen harsen, eens per zes weken haar verven, eens per drie maanden kapper, vijf keer per week een uur naar de sportschool. Op jaarbasis is dat 282 uur basisonderhoud. Haar man daarentegen scheert zich en wast zijn haar onder de douche, dagelijks vier minuten, en gaat een keer per maand naar de kapper – in totaal 30 uur per jaar. In de loop van een veertigjarige carrière komt dat voor Spar neer op bijna vijf werkjaren om er presentabel uit te zien. En dan zijn de uren professionele schaamhaarverwijdering en botoxinjecties (de rigueur voor moderne vrouwen) niet eens inbegrepen.

Ook tijdopslorpend was het maandenlange kolven op het werk of op wc’s van vliegvelden, toen haar zwangerschapsverlof voorbij was, terwijl de borstvoeding doorging. Om maar te zwijgen van het rondchaufferen van de kinderen naar honderd-en-een naschoolse activiteiten en het assisteren van die kinderen bij het maken van huiswerk en werkstukken en het houden van spreekbeurten. Hoewel ze kinderopvang had en haar man gelijkelijk meedraaide in de binnendienst, gaf ze toch haar prestigieuze baan als professor Business Administration aan Harvard op (ze was daar lange tijd de enige vrouw in een omgeving van mannelijke economen) om president van Barnard College, een meisjesuniversiteit te worden. Liever de baas in een kleine vijver dan zwemmen in de subtop van een grote vijver, en bovendien een stuk rustiger qua werkdruk en competitie.

Net als haar generatiegenoten, meisjes die opgroeiden in de jaren zeventig, kreeg Spar van haar ouders te horen dat ze ‘alles kon worden’ wat ze wilde en werd ze gestimuleerd om haar ambities te volgen. Meisjes krijgen die boodschap al decennia lang mee, met duidelijk effect, want ze hebben intussen de jongens ingehaald in schoolprestaties, in veel studierichtingen zijn meer vrouwen dan mannen te vinden en vrouwen behalen sneller diploma’s. Tot een flink eind in hun werkende bestaan gaan mannen en vrouwen min of meer gelijk op, al is er nog steeds sprake van inkomensongelijkheid, maar wanneer het om echte topfuncties gaat die de kantoortijden te buiten gaan, haken vrouwen massaal af. Actief zoeken naar vrouwen en voorkeursbeleid bij sollicitaties ten spijt wordt de magische grens van 16 procent vrouwelijke aanwezigheid niet doorbroken. Wettelijke quota zou de volgende stap zijn (in Scandinavië toegepast), maar daar bestaat weerstand tegen, niet in de laatste plaats bij vrouwen zelf die een baan willen krijgen vanwege hun verdiensten niet vanwege hun sekse.

Mannen ervaren geen noemenswaardige problemen met het combineren van volstrekt gangbare levensdoelen als daar zijn: werk, partner, kinderen. Vrouwen hebben er wel moeite mee en hoe hoger ze stijgen, hoe zwaarder het wordt. Spar bespreekt de mogelijke oorzaken hiervoor: de fysieke lasten van zwangerschap en baren, de neiging van vrouwen om de baas te spelen over het huishouden en de kinderopvoeding naar zich toe te trekken, de drukkende plicht om sexy/ aantrekkelijk te blijven en het bijbehorende lichaamsonderhoud, de behoefte om aardig gevonden te worden, verscheurde loyaliteiten tussen werk en gezin. In dit verband verwijst ze naar Anne-Marie Slaughter, die in het veelbesproken essay ‘Why Women Still Can’t Have It All’ beschreef hoe ze een hoge functie bij de Obamaregering in Washington opgaf en terugkeerde naar haar eerdere baan aan de universiteit van Princeton, waar haar gezin nog steeds woonde, omdat haar tienerzoon dreigde te ontsporen op de middelbare school. Dat doe je dan als moeder. Het belang van je eigen kind gaat toch net even voor het landsbelang. Terecht merkt Spar op dat zorgtaken voor baby’s en jonge kinderen veel makkelijker te outsourcen zijn dan voor tieners. Die hebben op niet netjes te agenderen momenten ineens hun moeder in de buurt nodig.

Vaders hebben vanzelfsprekend ook een zorg- en opvoedingstaak en kunnen prima fungeren als degene die het leeuwendeel van de tijd investeert. Probleem in de gezinnen met ambitieuze carrièremoeders is dat die vrouwen doorgaans geen huisman willen, maar een man op hun niveau. Down daten klinkt in theorie aardig, in de praktijk willen ambitieuze vrouwen geen man met een onaanzienlijk baantje en alle tijd voor huishouden en kinderen. Zo iemand zou een uitkomst zijn, maar ze kijken erop neer.

Ook de Nederlandse Kirsten van den Hul buigt zich over vrouwelijke achterstanden, niet op de analyserende manier van Spar en Slaughter, maar in de ‘Yes, we gaan ervoor!’ trant van Sandberg. Haar boek (S)hevolution. De eeuw van de vrouw heeft de montere toon van een key note motivational speech op een wereldverbeteringsconferentie. Van den Hul werkt dan ook als change agent voor bedrijven op het gebied van diversiteit en verandering. Meer aan de weg timmerende vrouwen zijn dringend geboden (ook hier niets over meer vrouwen op het boorplatform, als glaszetter of in de hoogovens), niet vanwege feministische of politiek-correcte dogma’s, maar vanuit utilitaire overwegingen: diversiteit werkt beter. Aanvankelijk ontkende Van den Hul het bestaan van sekseverschillen, maar inmiddels denkt zij daar anders over en meent ze dat de verschillen elkaar juist op een nuttige manier aanvullen. Volgens haar wordt de patriarchale, hiërarchische samenleving geleidelijk vervangen door een horizontaal netwerk. De nadruk verschuift van ‘hebben’ naar ‘delen’, van winst naar nut. Minder testosteron, meer oestrogeen. Zou het waar zijn? Ik twijfel. Kennelijk doen bedrijven met zowel mannen als vrouwen in de top het beter dan bedrijven met alleen mannen, omdat de vrouwelijke neiging tot voorzichtigheid en behoudzucht een tegenwicht vormt tegen de mannelijke neiging om onverantwoorde risico’s te nemen. Tja, op de een of andere manier staat het stereotype van de voorzichtige vrouw en de roekeloze man me niet aan. Moet een goede topmanager m/v niet zowel risico’s aandurven als op het goede moment op de rem trappen? En wat heeft sekse daar eigenlijk mee te maken?

(S)hevolution is vooral een pamflettistisch boek, waarin de weg naar een harmonieuze m/v-toekomst wordt gewezen. Spar probeert ook de moed erin te houden, maar zo lang vrouwen geobsedeerd blijven door perfectie op alle fronten (je zou ook kunnen zeggen: zich gedragen als vrouwen), kan het nog wel even duren voordat gelijkheid aan de top bereikt is.

Beatrijs Ritsema

Artikelen in NRC-boekrecensies.


Man zoekt avontuur

Beste Beatrijs,

Ik ben een vrouw van 56 jaar en 30 jaar getrouwd. Mijn man en ik hebben regelmatig (tamelijk rustige) vakanties. Omdat hij meer behoefte aan avontuur heeft dan ik, houdt hij ook wel eens alleen of met onze zoons wandeltochten in de bergen. Nu heeft hij het plan opgevat om op bergvakantie te gaan met een ongetrouwde vrouw, die net als hij erg avontuurlijk is. Ik vind dit vreselijk en ga er helemaal aan onderdoor. Hij begrijpt dat niet en vindt mij bekrompen. Hij is niet verliefd op die vrouw. Hoe moet ik hiermee omgaan?

Man wil avontuur

Beste Man wil avontuur,

Uw man wil met een vriendin een avonturenvakantie te houden. Met z’n tweetjes dus? Begrijpelijk dat u hier niet bij staat te juichen. Hij is niet verliefd, zegt hij. Maar de situatie dat een man en een vrouw samen gevaarlijke, spannende gebeurtenissen meemaken is juist een recept voor verliefdheid. Zelfs de relatie van ingedutte stellen die zich kapot vervelen met elkaar kan een oppepper in romantische richting krijgen, wanneer ze samen een moeilijke taak hebben volbracht, bijvoorbeeld over een enge touwbrug lopen of de weg terugvinden uit het bos, laat staan mensen die zich nog niet tot elkaar bekend hebben.

Stellen doen er goed aan elkaar vrij te laten in het najagen van hobby’s, maar een man die met een vriendin naar de rimboe wil afreizen trekt wel een hele grote wissel op z’n huwelijk. Vertel uw man dat u deze excursie met angst en beven tegemoet ziet en vraag hem of hij niet wat meer rekening met uw bezwaren wil houden. Misschien kan hij er een groepsvakantie van maken? Dat is in meerdere opzichten minder gevaarlijk en voor u wellicht acceptabeler dan met z’n tweeën gaan survivallen op een bergkam.

Als hij voet bij stuk houdt, kunt u hem meedelen dat u zichzelf dezelfde vrijheden wil kunnen permitteren als hij. Zoek een vriend die er wel iets voor voelt om met u vakantie te vieren. Ga met die vriend naar Monschau, maak een uitstapje naar Barcelona of New York, een reisje naar Kroatië – waar u dan ook zin in hebt. Benieuwd wat uw man daarvan vindt. Als een dergelijk voornemen hem onverschillig laat of als hij u van harte aanmoedigt, zegt dat iets over de staat van uw huwelijk. Probeer samen met uw man in een rustig gesprek tot enige reflectie op uw huwelijk te komen.

Artikelen in Liefde en relaties, Ouders en volwassen kinderen.

Gelabeld met .


Ouder tutoyeert docent

Beste Beatrijs,

Ik ben docente op een middelbare school. Onlangs had ik een gesprek met de ouders van een leerling over de resultaten van hun dochter. Moeder begon het gesprek met: ‘Ik stel voor dat wij elkaar tutoyeren.’ Ik wist niet hoe ik met goed fatsoen hierop kon antwoorden. Hoewel ik (25 jaar) half zo oud ben als deze ouders, wil ik helemaal niet getutoyeerd worden. En ik wil hen ook niet tutoyeren, omdat ik dat niet vind passen bij het soort gesprek dat gevoerd wordt: tussen leerkracht en ouders. Hoe kan ik zo’n voorstel beleefd afslaan?

Ongewenst tutoyeren

Beste Ongewenst tutoyeren,

De situatie die u beschrijft leent zich inderdaad beter voor wederzijds u zeggen dan voor tutoyeren. Vousvoyeren bevestigt uw autoriteit als lerares en handhaaft een gepaste afstand tussen de gesprekspartners. U kunt zich tegen een voorstel om te tutoyeren te weer stellen door te verwijzen naar het beleid op school. Daarbij kunt u in het midden laten of u refereert aan algemeen schoolbeleid voor de omgang met ouders of aan uw persoonlijke beleid. U zegt iets in de trant van: ‘Neemt u me niet kwalijk, maar wij [pluralis majestatis is in dit geval gepermitteerd] hebben hier op school de regel om ouders van leerlingen met ‘u’ aan te spreken.’ Verdere toelichting is overbodig. Houd in de rest van het gesprek zelf vast aan ‘u’. Mensen die consequent met ‘u’ worden aangesproken, gaan automatisch ‘u’ terugzeggen. Als ze doorgaan met tutoyeren, moet u uw schouders maar ophalen over hun gebrekkige gevoel voor verhoudingen.

Artikelen in Aanspreken en begroeten, Zakelijke relaties.

Gelabeld met .


Vriendin doet geen moeite

Beste Beatrijs,

Tien jaar geleden vond ik een oude jeugdvriendin terug, toen ik reageerde op het overlijdensbericht van haar moeder in de krant. Zij was erg blij met mijn condoleancebrief, en schreef terug dat ze spijt had dat ze onze vriendschap destijds had verbroken. Ik heb haar weer teruggeschreven en over mijn leven bijgepraat. Kort daarop stuurde ze zes foto’s van haarzelf en haar (klein)kinderen. Ik heb haar daarvoor schriftelijk bedankt en daarna bleef het aan beide kanten stil. Vorig jaar vatte ik weer de moed bijeen en heb haar gebeld. Ik heb haar later ook gefeliciteerd met haar verjaardag per sms, hoewel ze niet aan mijn verjaardag denkt.

Steeds kom ik de foto’s weer tegen en vraag me dan af wat ik ermee zal doen. Binnenkort wordt ze (ook) 60 jaar en ik denk erover haar te feliciteren en die foto’s terug te sturen met de opmerking dat onze levens inmiddels te ver uit elkaar zijn gegroeid en dat ik haar het beste wens. Ik zit niet om haar vriendschap verlegen, heb voldoende andere vriendschappen. Of zou het beter zijn de foto’s te houden en totaal niets meer van me te laten horen?

Teleurgesteld in vriendin

Beste Teleurgesteld in vriendin,

Ik raad u aan om het te laten zitten. Het tien jaar geleden hernieuwde contact tussen u en uw oude vriendin bleek niet levensvatbaar. Afgezien van het heen en weer schrijven van een paar brieven plus een enkel telefoongesprek was er geen contact. U hebt elkaar zelfs niet in levenden lijve ontmoet? Daar schrijft u in ieder geval niets over.

Als u uw vriendin wil feliciteren met haar 60ste verjaardag, ga uw gang. U kunt gerust nog eens een levensteken geven. Een luchtig felicitatiekaartje toont op een vrijblijvende manier welwillendheid. Maar ga geen foto’s terugsturen! Cadeaus retourneren is een paardenmiddel dat normaal alleen wordt ingezet bij het verbreken van een liefdesrelatie. In zomaar een doodgebloede vriendschap gaat men niet zo ostentatief te werk. Als u uw bekomst hebt van uw vriendin, omdat zij het weer heeft laten afweten en alweer niets van zich laat horen, volstaat het om te zwijgen en geen contact meer met haar op te nemen.

Wanneer u niet langer over die foto’s van haar wil struikelen, kunt u ze in een envelopje ergens heel ver weg in een la opbergen of tussen de bladzijden van een boek stoppen dat u nooit meer opslaat. Of u kunt ze in de oud-papierbak gooien, daar is ook niets op tegen.

Artikelen in Vrienden en kennissen.

Gelabeld met .


Daar gaat de erfenis!

De eerste vraag die ouders vroeger stelden bij de kennismaking met een mogelijke huwelijkskandidaat voor hun dochter luidde: ‘En, vertel eens, wat doet je vader?’ Die openingsvraag zou nu ongepast en veel te cru gevonden worden (er zijn terloopsere manieren om het onderwerp aan te snijden), maar het milieu waarin de vrijer van hun kind is opgegroeid interesseert ouders nog steeds bovenmatig, misschien nog wel meer dan wat die figuur zelf uitvoert. Een partner uit een goed milieu weet zich verzekerd van familiale steun en kan op termijn een erfenis tegemoet zien, een fijne garantie voor toekomstige financiële veiligheid.

Omgekeerd hebben volwassen kinderen ook grote, zij het meestal verzwegen belangen bij liefdesrelaties van hun gescheiden of verweduwde ouders. Diep in hun hart hebben kinderen er de pest aan als pa of ma alsnog op vrijersvoeten gaat. Op deze belangen rust een zo mogelijk nog groter taboe. Kan de ouderlijke instemming of afkeuring van een eventuele partner nog teruggevoerd worden op altruïstische motieven (ze willen het beste voor hun kind), in het geval van volwassen kinderen die moeilijk doen over nieuwe intieme betrekkingen van een van hun ouders gaat het zuiver om eigenbelang: daar gaat de erfenis! Bedenkingen kunnen niet of nauwelijks ge-uit worden, want natuurlijk hebben ouders recht op nieuwe liefde op wat voor leeftijd dan ook en natuurlijk hoeven zij geen rekenschap over hun financiën af te leggen tegenover hun kinderen.

Steeds meer loslopende personen in alle leeftijden die allemaal snakken naar liefde en aandacht: nog geen partner gevonden (jongeren), gescheiden (middelbaren), verweduwd (senioren). Op internetdating- en chatsites opereren oplichters die met doorzichtige trucs onnozele eenzamen een emotionele en financiële poot uitdraaien. In de categorie ouderen is de kwetsbaarheid vanouds nog veel groter. Een mooi voorbeeld hiervan was vorige week te zien in een reportage van het EO-programma ‘Het vijfde uur’ over een schijnhuwelijk tussen een dementerende, kinderloze 79-jarige vrouw en haar 22-jarige achterneef, die regelmatig bij haar over de vloer kwam en klusjes deed. Iemand bij de bank had argwaan gekregen, toen er enkele tonnen van haar bankrekening werden weggesluisd. Er werd een curator aangesteld en het huwelijk werd nietig verklaard, wat overigens niet betekende dat de achterneef het geld moest teruggeven, want hij stond nog steeds als enige erfgenaam in haar rechtsgeldige testament genoemd.

De toon van de reportage was dat instanties en autoriteiten gefaald hebben en dat er overheidsmaatregelen moeten komen om dergelijk misbruik te voorkomen. Een en ander zal niet eenvoudig van de grond te krijgen zijn, want hoe valt te controleren of een relatie baatzuchtig is? De achterneef/ klusjesman ging extreem roekeloos te werk, kennelijk verblind door hebzucht. Hij had helemaal geen bizar huwelijk hoeven te sluiten om die erfenis binnen te halen. Testamentaanpassing was voldoende geweest en sowieso beschikte hij al over haar bankrekening. Doordat hij het onderste uit de kan wilde halen (geen erfbelasting betalen) liep hij tegen de lamp.

De meeste mensen die op geld en bezit azen van al dan niet dementerende ouderen pakken dat minder dom aan. Inkapselen is het devies, en pas later leegplukken. De geëigende methode is om solitaire, weerloze, rijke oudjes hulp en steun te bieden en hun steeds meer dagelijkse taken uit handen te nemen. Naarmate de prooi afhankelijker wordt van de verstrekte diensten, zal hij of zij een steeds grotere behoefte voelen om een vorm van compensatie te bieden en zo zwemt de vis geheel vrijwillig de fuik binnen.

Dit klinkt exploiterend en manipulatief, maar hoe erg is dat eigenlijk, wanneer de prooi zelf intussen dik tevreden is met de verzorging, de aanspraak en de schijn van onbaatzuchtige liefde? Alle andere mogelijkheden voor een oud en afhankelijk persoon zijn onaantrekkelijker, want onpersoonlijker, en geven ook geen garantie tegen misbruik. In verpleeg- en verzorgingshuizen worden bewoners sluipenderwijs beroofd van hun eigendommen. Thuiszorgers kunnen evenmin weerstand bieden tegen de gedachte dat zo’n oudje toch niks meer heeft aan die rijkdom en dat zij als degenen die tegen een karig loon het zware werk opknappen ook recht hebben op een greep uit de ruif. De woede van familieleden over baatzuchtige bekommernis en diefstal door derden is begrijpelijk, ze moeten alleen niet vergeten dat ook die woede voortkomt uit eigenbelang.

Artikelen in Column.


Op afstand gehouden

Beste Beatrijs,

Mijn vriend en ik (vijftigers, allebei gescheiden) hebben ruim twee jaar een fijne relatie. Hij heeft twee kinderen van 10 en 12 jaar. Mijn eigen dochter is het huis al uit. Toen wij elkaar net leerden kennen kwam ik weleens bij hem en zijn kinderen over de vloer, maar hij vond dit te ingewikkeld en koos ervoor mij en zijn kinderen de komende jaren apart te houden. Als co-ouder zorgt hij van donderdag tot en met zondagmiddag voor zijn kinderen en dan zien wij elkaar nooit. Behalve dat hij moeite heeft met het verdelen van aandacht voert hij ook aan dat zijn ex-vrouw de kinderen tegen hem opzet, wanneer ik in beeld kom. Ze heeft inderdaad kwalijke dingen gezegd in de tijd dat ik daar wel eens kwam. Daardoor is hij bang de liefde van zijn kinderen te verliezen. Ik heb begrip voor zijn situatie, maar omdat wij beiden full time werken, zien we elkaar alleen op zondagavond en een uurtje of wat op een avond door de week.

Zijn familie en vrienden weten van mijn bestaan en hij heeft mij ook zeker aan hen voorgesteld. Maar zo langzamerhand begin ik te morren van binnen. Eigenlijk wil ik dat hij mij een grotere plaats in zijn leven gunt. Ben ik nou te veeleisend, moet ik geduld oefenen?

Op een zijspoor

Beste Op een zijspoor,

Kinderen van gescheiden ouders kunnen beter niet meteen worden voorgesteld aan prille liefdes van hun ouders. Maar wanneer zich eenmaal een stabiele verhouding heeft ontwikkeld, is het gekunsteld om nieuwe liefde en kinderen uit elkaar te houden alsof het kat en hond zijn. Uw vriend is al geruime tijd gescheiden en het is niet vreemd of ongepast dat hij een nieuwe relatie heeft. Zijn kinderen weten allang af van uw bestaan, dus wordt het tijd dat iedereen elkaar leert kennen. Dit moet op een geleidelijke manier gaan. Omdat uw vriend zijn kinderen de helft van de week bij zich heeft, is er gelegenheid genoeg dat u zich eens bij hem vertoont in aanwezigheid van zijn kinderen. Daar zullen ze echt geen trauma van krijgen.

Bespreek met uw vriend uw behoefte aan een (hernieuwde) kennismaking. Het is nergens voor nodig dat hij tegenover zijn kinderen doet alsof u niet bestaat. Uw vriend moet zich ook niet emotioneel laten chanteren door zijn ex die kennelijk rancuneuze gevoelens koestert. Zij zijn gescheiden, dus zijn ex heeft niets te zeggen over zijn liefdesleven. Zijn relatie met u hoeft de vader-kind-relatie helemaal niet aan te tasten, integendeel. Nu u een essentieel onderdeel van zijn leven uitmaakt, is het belangrijk dat u ook een verstandhouding met zijn kinderen opbouwt, niet in de rol van bedisselende, bemoeizuchtige stiefmoeder, maar gewoon als vriendin-van-papa.

Kortom de fase van geheime relatie is zo langzamerhand voorbij. Uw vriend moet zijn kinderen af en toe aan u kunnen blootstellen zonder dat daar problemen van komen. Bouw het rustig op. De kinderen moeten eraan gewend raken dat uw aanwezigheid niet ten koste gaat van vaderlijke aandacht. Ga met z’n allen iets leuks doen en zie hoe het zich ontwikkelt.

Artikelen in Kinderopvoeding, Liefde en relaties.

Gelabeld met .


Dwangmatig mondspoelen

Beste Beatrijs,

Mijn nieuwe vriend heeft de gewoonte om met iedere slok koffie, thee, bier of wijn zijn mond te spoelen alsof hij net zijn tanden heeft gepoetst. Hij spoelt het slokje dan zes of acht keer heftig met gebolde wangen, voordat hij het doorslikt. Ik heb tegen hem gezegd dat ik het gênant en onaantrekkelijk vind, maar hij vindt het een onschuldige gewoonte. Moet ik me erbij neerleggen of proberen hem op andere gedachten te brengen?

Vriend spoelt mond

Beste Vriend spoelt mond,

Herhaal met meer nadruk tegen uw vriend dat zijn mondspoelgewoonte geen gezicht is en een onappetijtelijke indruk maakt op omstanders. Houd hem voor dat hij niet bij de tandarts of in een wijnproeverij zit en leg meer urgentie in uw verzoek om er alsjeblieft mee op te houden. Als hij niet wil of kan stoppen met deze gewoonte, ziet het er somber uit voor uw relatie. Het probleem met irritante gewoontes is dat er bij degene die er tegenaan moet kijken geen gewenning optreedt maar juist steeds meer irritatie. Totdat het punt van absolute onverdraaglijkheid is bereikt en het servies tegen de muren knalt. Zorg dat u niet in die spiraal terecht komt. Beter geen vriend dan een vriend die zijn mond spoelt.

Artikelen in Liefde en relaties.

Gelabeld met , .


Verplicht naar begrafenis?

Beste Beatrijs,

Met de moeder van mijn schoondochter hebben wij geen enkel contact. Wel geprobeerd. Toen zij twee jaar geleden door mijn schoondochter naar onze stad gehaald werd, ben ik met een bloemetje bij haar op bezoek gegaan, maar zij stelt mijn bezoek absoluut niet op prijs, heeft zij haar dochter laten weten. Ik moet erbij zeggen dat zij van niemand bezoek wil. Als excuus heeft mijn zoon aangevoerd dat ze oud is (90 jaar), licht dementerend en nu eenmaal een moeilijk karakter heeft. Maar tien jaar geleden bij het huwelijk van mijn zoon en schoondochter, was zij ook niet toeschietelijk, hoe ik ook mijn best gedaan heb. Volgens mijn zoon zijn mijn man en ik verplicht om bij haar begrafenis aanwezig te zijn, wanneer zij komt te overlijden. Klopt dat?

Moeten wij opdraven?

Beste Moeten wij opdraven,

Het lijkt een tikje voorbarig om toezeggingen af te dwingen (of te geven) voor de uitvaart van iemand die nog onder de levenden is. U kunt ook tegen uw zoon zeggen: ‘Dat zien we tegen die tijd wel.’ Maar goed, u bent natuurlijk nooit verplicht om een begrafenis te bezoeken van iemand om wie u niets geeft en met wie u nooit iets te maken hebt gehad. Anderzijds zal uw aanwezigheid wel als teken van betrokkenheid worden opgevat door de nabestaanden, in dit geval uw schoondochter. Uw zoon zal het weinig kunnen schelen of u wel of niet naar die begrafenis gaat, maar misschien stelt uw schoondochter het op prijs. Hoe beter uw verhouding met uw schoondochter, hoe meer bereid u zult zijn om moeite voor haar te doen.

Kennelijk woont u net als de toekomstige overledene in dezelfde stad. Het zal u relatief weinig tijd en energie kosten om te zijner tijd de uitvaart te bezoeken. Wellicht is er een gezellige koffiebijeenkomst na afloop – waarom zou u níet gaan? Maar als het u allemaal te veel moeite is, kunt u zich gerust beperken tot een condoleancekaartje aan schoondochter.

Artikelen in Dood en begrafenis, Schoonfamilie.