Spring naar inhoud


Onbevangen lust bestaat niet

Hoe moet je kinderen opvoeden op seksueel gebied? Een paar weken geleden publiceerde het maandblad J/M (gespecialiseerd in het boven water halen van non-problemen) de resultaten van een onderzoek hiernaar, waaruit bleek dat seks eigenlijk geen gespreksonderwerp was tussen ouders en kinderen. Het uiterste waartoe die ouders zich konden opwerken was feitelijke voorlichting: de mechanische en fysiologische ins & outs van de voortplanting, ingebed (wanneer de kinderen wat ouder waren) in een moralistisch kader van oppassen voor zwangerschap en soa’s. En dat was al heel wat, want er waren ook nog ouders die het hele onderwerp links lieten liggen.

Niets over gevoelens, niets over lichamelijke verrukkingen, niets over intimiteit. Door deze angsthazerige mentaliteit nemen kinderen onbewust de schaamte van hun ouders over en zo blijft van generatie op generatie het hoofdstuk seks verbonden met gêne en ongemak. Het taboe op ‘genieten’ (ik kan dat woord niet zonder aanhalingstekens uit mijn pen krijgen) staat nog steeds recht overeind volgens journalist Asha ten Broeke in een lang betoog in de Volkskrant (21-9-2013). Haar idee is dat kinderen de boodschap mee moeten zouden krijgen dat seks fijn is en dat je er zonder schaamte van mag genieten. Anders kweek je frustraties en valse schaamte over iets wat zonder voorbehoud mooi en extatisch zou moeten zijn.

Ten Broeke geeft een voorbeeld van aanbevelenswaardige onbevangenheid: ouders zouden een achtjarig meisje dat de wonderen van de masturbatie ontdekt boven een openbare fontein op een speelplaats niet moeten afremmen of afleiden, maar haar onbekommerd haar gang moeten laten gaan. Zo erkennen zij het kind als seksueel wezen. Alles goed en wel om vrij baan te geven aan lichamelijke driften, maar ouders hebben toch ook de taak om een kind bij te brengen dat er een onderscheid bestaat tussen het openbare en het privédomein en dat verschillende gedragingen bij verschillende sferen passen. Volwassenen bevredigen zichzelf ook niet in het openbaar, waarom zou dat kinderen wel zijn gepermitteerd?

Als het ontmoedigen van publiekelijke dan wel huiskamermasturbatie leidt tot het vestigen van een taboe op seks onder kinderen, dan is dat misschien niet zozeer de schuld van preutse ouders die hun kind zo nodig ‘onschuldig’ willen houden, als wel inherent aan de ingewikkeldheid van seks zelf. Je kunt wel moeite doen om seks als iets volstrekt normaals te beschouwen – we doen het allemaal, nietwaar, en als je er niet aan doet is dat op zichzelf al abnormaal –, maar het blijft natuurlijk een tamelijk belachelijk gedoe.

Alle seks ziet er raar uit, of je het nu alleen, met z’n tweeën of met een hele groep tegelijk doet.

Alle seks ziet er raar uit, of je het nu alleen, met z’n tweeën of met een hele groep tegelijk doet. Sinds de seksuele revolutie van vijftig jaar geleden het onderwerp breed bespreekbaar en transparant maakte, is er voor niemand gebrek aan beeld- en tekstmateriaal. Van sexy advertenties tot keiharde porno. Van boeketromantiek tot de wereldliteratuur. Toch is seks op individueel niveau nog steeds even beladen als altijd. Het aspect onbekommerde lust vormt er maar een miniem onderdeeltje van, en omdat iedereen zijn eigen seksbeleving als privé beschouwt (je hoort nooit iemand in de koffiepauze terloops de toch alleszins onschuldige gebeurtenis memoreren dat hij gisteren zo’n lekker nummertje met z’n vrouw heeft gemaakt), maakt schaamte kennelijk óók een onvervreemdbaar onderdeel ervan uit, evenals relationele eigendomsvragen. Seks gaat per definitie over het overschrijden van grenzen: die van anderpersoons lichaam, die van jezelf en die van de beleefdheid in het algemeen. Zonder grensoverschrijding geen overgave, geen lust en geen goede seks, dus wat moet je nou als ouders, wil je je kinderen de weg wijzen in dit schemergebied?

Het is een mythe dat er onbeladen huis-, tuin- en keukenseks bestaat die je aan kinderen zou kunnen uitleggen of aanschouwelijk maken, zodat zij gevrijwaard blijven van een taboe op genot. Intergenerationele gesprekken over de emotionele finesses van seks geven gêne en schichtigheid. Terecht, want kinderen zitten niet anders in elkaar dan volwassenen en koesteren privégevoelens, waarvan ze niet willen dat ouders zich ermee bemoeien. Het heeft iets onuitstaanbaar bevoogdends als volwassenen zich in bochten gaan wringen om kinderen voor te houden hoe lekker seks is, heus niet iets om je voor te schamen, hoor! Geef die kinderen feitelijke kennis van zaken en laat ze het verder zelf uitzoeken. Het is de hele mensheid tot nu toe prima gelukt om die geneugtes te ontdekken zonder ouderlijke bijlessen.

Artikelen in Column.


Mijn vrouw nam een rattenkop

Beste Beatrijs,

Ik (man, veertiger) ben getrouwd met een leuke, klassieke vrouw die altijd de nodige aandacht besteedde aan haar uiterlijk. Ze droeg lang verzorgd haar en weet ook dat ik dat zeer op prijs stel. Nu is zij plotseling thuisgekomen van de kapper met een kort kapsel. Deze metamorfose heeft zij op eigen initiatief zonder overleg met mij ondergaan. Het resultaat is ronduit schokkend: van een klassiek elegant vrouwelijk type is zij veranderd in een wat alternatief en opstandig ogende verschijning. Na een poging tot gesprek hierover (zij wuift het weg als de normaalste zaak van de wereld) is het duidelijk dat deze verandering niet zomaar ongedaan gemaakt kan, noch zál worden. Praktisch gezien duurt het minstens een jaar om het haar te laten aangroeien, en daarnaast speelt nog de kwestie van haar houding. Dit zal gevolgen hebben voor onze relatie – ik voel mij buitenspel gezet. Passende actie is geboden, maar welke?

Nieuw kapsel geeft onmin

Beste Nieuw kapsel geeft onmin,

Mensen hoeven niet eerst hun partner te raadplegen voordat zij beslissen tot een verandering in hun uiterlijk. Als uw vrouw kort haar wil, dan mag ze natuurlijk naar de kapper. U vindt het niet mooi. Pech voor u, maar ook weer geen halszaak, lijkt me. U went er wel aan. Over een paar weken zal het u niet meer opvallen. U bent toch niet met uw vrouw getrouwd vanwege haar kapsel, mag ik hopen?

Enfin, u heeft uw bezwaren kenbaar gemaakt. Misschien dat uw vrouw zich hier iets aan gelegen laat liggen en haar haar toch weer laat groeien, omdat ze best rekening met uw voorkeuren wil houden, als het u kennelijk zo hoog zit. Maar misschien ook niet en is ze dolblij met haar nieuwe, korte coupe.

Laatst heb ik een vraag beantwoord van een meisje dat een hekel had aan de baard die haar vriend zich had aangemeten. Haar adviseerde ik toen om de vriend naar de sofa te verwijzen. Dit vanuit de veronderstelling dat de vriend liever zonder baard met zijn vriendin in bed slaapt dan met baard in z’n eentje op de sofa. Dezelfde gedachtengang gaat voor u op. Als de nieuwe aanblik van uw vrouw u zo tegenstaat dat u er geen vrede mee kan hebben, ook niet op termijn, dan wordt het een kwestie van buigen of barsten om uit de impasse te geraken. De ene mogelijkheid is dat uw vrouw door de knieën gaat en belooft om weer lange lokken te kweken. In het andere geval neemt u zelf de consequentie uw weerzin, u verlaat haar en u gaat op zoek naar een andere vrouw die wel aan uw eis van een klassiek uiterlijk wil voldoen.

Artikelen in Liefde en relaties.

Gelabeld met .


Aansporen tot filantropie

Beste Beatrijs,

Laatst waren wij in een fantastisch restaurant, gespecialiseerd in wildgerechten. Complimenten voor de kok. En dat alles tegen een redelijke prijs. Alles was piekfijn in orde. Maar één klein dingetje zat mij minder lekker. Op de menukaart stond: ‘Als u voldaan bent, kunt u een bedrag overmaken aan …’(een filantropisch doel). Een vrijblijvend verzoek natuurlijk, toch maakt dit op mij een dwingende indruk. Volgens mij is een restaurant bedoeld om rustig te kunnen eten, zonder op de schouders getikt te worden zo van ‘je zit lekker te genieten, maar zijn we niet iets vergeten?’ Voel ik me nu overdreven schuldig of is deze sympathieke vraag inderdaad een subtiele vorm van dwingelandij?

Filantropisch restaurant

Beste Filantropisch restaurant,

Mensen nemen steeds vaker gelegenheden te baat om de medemens uit te nodigen tot giften aan goede doelen. Blijkbaar doen zelfs restaurants tegenwoordig mee aan deze mode. Hoe u hiermee om moet gaan ligt heel eenvoudig. Bedenk dat iedereen te allen tijde aan wie dan ook vrijblijvende suggesties kan doen om ergens geld aan te doneren en dat niemand zich verplicht hoeft te voelen deze suggesties op te volgen.

U kunt de tip op de menukaart opvatten als een willekeurige advertentie die u waar dan ook (in de krant, op tv, in een tijdschrift, op de radio, op internet, op reclamezuilen in het openbare domein) had kunnen tegenkomen. Als u zich door de boodschap aangesproken voelt, gaat u erop in. Zo niet, dan niet. Als u tevreden bent over de kwaliteit van het eten en de bediening, laat u een fooi achter in het restaurant. Mochten eigenaar en personeel een goed doel willen begunstigen, kunnen zij vervolgens zelf deze fooi hiernaartoe doorsluizen.

Artikelen in Horeca.

Gelabeld met .


De ‘Hoe gaat het?’-vraag pareren

Beste Beatrijs,

Ik ben een man van eind veertig. De afgelopen vijfentwintig jaar stond mijn leven in het teken van depressies en psychosen. In deze periode heb ik afgezien van mijn moeder en broer geen contact gehad met mijn familie. Over enige tijd wordt mijn moeder 75. Zij wil dat groots vieren met ooms, tantes, neven en nichten. Nu het wat beter met me gaat, wil ik mijn goede wil tonen en erbij zijn. Ik zal daar familieleden ontmoeten die ik in geen 25 jaar gesproken heb. Ik zie op tegen de onvermijdelijke vraag ‘Hoe gaat het nou met je?’ Ik heb geen kinderen of carrière zoals de anderen en ik wil niet uitweiden over mijn ziektegeschiedenis. Hoe kan ik die ongemakkelijke situatie vermijden?

Goedbedoelde belangstelling

Beste Goedbedoelde belangstelling,

Het is handig om voor de vraag ‘Hoe gaat het met je?’ na het standaardantwoord ‘Goed, hoor’ een klein riedeltje over uw dagelijkse bezigheden paraat te hebben, zodat u niet hoeft te improviseren. De familie zal op de hoogte zijn van uw psychiatrische verleden en van het feit dat u geen kinderen of carrière hebt. Daar hoeft u dus niet over te beginnen. Maar u zult wel érgens de dag mee doorbrengen. Een baantje? Vrijwilligerswerk? Een cursus die u volgt? Tuinieren? Sportbeoefening? Ik noem maar wat. Er is vast iets, waar u even kort een paar zinnen aan kunt wijden. Mocht uw gesprekspartner geen aanknopingspunten voor verdere conversatie aantreffen in de info die u verstrekt, reikt u hem of haar de helpende hand en u zegt: ‘Genoeg over mij, hoe is het eigenlijk met jou?’ Voor wie geen zin heeft om over zichzelf te praten is dat een ideale formule. Veel mensen zitten toch al te vlassen op een sein om over zichzelf te kunnen beginnen. In uw geval snijdt dat mes aan twee kanten: zij kunnen lekker leuteren, u kunt u behaaglijk nestelen in de veilige rol van toehoorder.

Artikelen in Aanspreken en begroeten, Ziekte.

Gelabeld met .


Real Humans en de illusies van mens en machine

Een van de akeligste stoornissen waarmee een mens geslagen kan worden lijkt mij het syndroom van Capgras. Iemand die daar aan lijdt herkent zijn intimi niet meer, dat wil zeggen: hij ziet wel wie het zijn, maar hij is er vast van overtuigd dat hij te maken heeft met exacte replica’s van de betreffende personen, een soort robots. Een Capgras-patiënt denkt dat hij omringd wordt door gehaaide bedriegers die zich voordoen als zijn geliefden. Psychiaters bijten tevergeefs hun tanden stuk op deze excentrieke waan – waarschijnlijk is er sprake van een neurologisch defect in het hersencircuit dat herinneringen koppelt aan gevoelens. Het déjà vu fenomeen, waarbij je ten onrechte denkt dat je een bepaalde situatie precies zo al eens eerder hebt meegemaakt, zou ook berusten op een – in dit geval tijdelijke – kortsluiting in de hersenen tussen het registreren van nieuwe ervaringen en het geheugen. Hardware haperingen dus.

Het moet ultieme eenzaamheid zijn om je naasten als machinale bedriegers waar te nemen, eenzamer nog dan het niet meer herkennen van partner of kinderen, wat Alzheimerpatiënten overkomt. Die laatste groep is zich in ieder geval niet meer bewust van hun manco, terwijl de Capgras-lijder juist een hyperbewustzijn heeft van wat er niet spoort.

In de Zweedse televisieserie Real Humans, die ik dezer dagen in dvd-vorm bekijk, draait het om een spiegelbeeldig Capgras-syndroom: niet het waarnemen van de mens als machine, maar de machine als mens. Het verhaal speelt zich af in een nabije toekomst, die precies lijkt op de tegenwoordige tijd, behalve dat er intussen hubots zijn ontwikkeld die de mens op allerlei gebieden bijstaan. Ze fungeren als fabrieksarbeider, hulp in het huishouden, bejaardenoppasser en sommige ge-upgrade versies zijn ook in staat tot seksuele hand- en spandiensten. Het hele prostitutieprobleem opgelost!

De hubots zijn weliswaar van mensen te onderscheiden door hun onnatuurlijk helblauwe ogen en lichtelijk mechanische motoriek, maar hoe geavanceerder de modellen hoe meer die verschillen weggewerkt zijn. Als het onderscheid nauwelijks nog waarneembaar is, verliest het aan relevantie en het interessante van de serie is dan ook hoe mensen zich laten meeslepen en bedriegen door hun waarneming. Dit overkomt niet alleen de mensen in de serie, maar ook de kijkers die buiten de handeling staan. Iets wat eruit ziet als een mens, zich gedraagt als een mens kan bijna niet anders dan een mens zijn.

Er is geen enkele reden om het oogverblindend mooie hubotmeisje dat het eten voor het gezin heeft klaargemaakt en in afwachting van nieuwe opdrachten in de ruststand in de keuken zit, te vragen om voor de gezelligheid aan tafel aan te schuiven (ze eet niet eens, en heeft alleen stroom uit het stopcontact nodig), maar de vrouw des huizes kan de onbeleefdheid niet over haar hart verkrijgen om het apparaat ook als een apparaat te behandelen. Alle verwikkelingen draaien om de botsing tussen schijn en wezen, om de vraag wat is authenticiteit en hoe beïnvloedt die perceptie je gedrag?

Door de interactie met mensen raakt de hubot steeds verder vermenselijkt. Als een vrouw haar lichtelijk chagrijnige, corpulente, tv-sport kijkende echtgenoot buiten zet, omdat ze voortaan liever haar leven deelt met de inschikkelijke en bovendien viriel uitziende huishoudhubot, is het maar een klein stapje verder om samen met het apparaat naar een nachtclub te gaan en vervolgens een rechtszaak wegens discriminatie te beginnen, omdat hubots de toegang wordt ontzegd. Net als vroeger de slaven moeten zij ook mensenrechten krijgen.

Het fascinerende van Real Humans is dat gebeurtenissen waarin hubots als mensen worden beschouwd en behandeld evenveel huiver opwekken als scènes waarin ze tegemoet worden getreden als de machines die ze zijn. In het ene geval is het de stuitende onwaarachtigheid die weerzin inboezemt, in het andere word je ongemakkelijk van je eigen ongefundeerde empathie. Authenticiteit is een van de belangrijkste criteria om de kwaliteit van mensen of zaken mee te peilen. Iemand die niet authentiek is (onecht, geposeerd, aanstellerig) wordt geminacht. Opmerkelijk genoeg vindt nooit iemand zichzelf niet-authentiek – het zijn altijd anderen die een dergelijk oordeel vellen. Waaruit je zou kunnen afleiden dat een geslaagde illusie van authenticiteit voor het voetlicht brengen belangrijker is dan die authenticiteit zelf. Capgras-patiënten en hubots kunnen niet met deze specifieke illusie overweg en vallen in een afgrond zonder bodem.

Artikelen in Column.


Verplicht bedanken?

Beste Beatrijs,

Toen mijn oudste dochter was geboren, kregen wij van vrienden en familie van mijn schoonouders felicitaties met geld of cadeautjes over de post. Mede door alle kraamvisites en kaarten die we kregen was het overweldigend. Mijn schoonmoeder vroeg na enige tijd of we de mensen die een cadeau of geld hadden gestuurd gingen bedanken. Dit was niet in mij opgekomen en we hebben het ook niet gedaan. Dit is ons niet in dank afgenomen en dat hebben we geweten. Bij ons tweede en derde kind heb ik om ruzie te voorkomen alle mensen die iets opstuurden een kaartje terug gestuurd. Toch voelt het niet echt en blijft het knagen. Is het terecht dat mijn schoonmoeder dit heeft afgedwongen?

Gedwongen bedankjes

Beste Gedwongen bedankjes,

De grondregel luidt dat mensen horen te bedanken voor cadeautjes die ze krijgen. Als een ontvanger niet reageert op een toegezonden cadeautje, is het net alsof dat cadeau in een zwart gat is verdwenen. De gever weet niet of het cadeau is aangekomen, hij weet niet of het wel in goede aarde is gevallen – het is heel vervelend om niets terug te horen. Op een actie hoort een reactie te komen. Negeren betekent dat de actie niet op prijs wordt gesteld. Ter vergelijking: iemand groet een vage kennis op straat en de ander kijkt dwars door hem heen (groet niet terug, ook geen hoofdknikje). Het uitblijven van een reactie wordt als beledigend ervaren.

Het is verbazend dat mensen de moeite hebben genomen om voor uw tweede kind nog een keer cadeaus of geld te sturen, nadat ze geen reactie hadden ontvangen op hun cadeautje voor uw eerste kind. Een cadeautjesgever interpreteert het uitblijven van een bedankje als desinteresse van de ontvanger in de gever. Ophouden met cadeautjes sturen ligt dan voor de hand.

Het geven van en bedanken voor cadeautjes is niets anders dan een rituele bevestiging over en weer dat er sprake is van een levende relatie tussen twee partijen. Nu is het voorstelbaar dat vrienden en familie van uw schoonouders u koud laten en dat u ook geen prijs stelt op hun cadeautjes (al ligt dat voor uw man wellicht genuanceerder). Soms kunnen cadeautjes iets opdringerigs hebben, waar je moe van wordt in plaats van blij. In dat geval is niet reageren op presentjes een geëigende methode om ongewenste personen uit uw leven weg te houden.

Artikelen in Cadeaus.

Gelabeld met .


Ruzie over wasrekje

Beste Beatrijs,

Onlangs had ik een kleine ruzie met mijn buurvrouw over het gebruik van de schutting. Ik had mijn wasrekje over de schutting gehangen, zodat de twee uiteindes van de haken zichtbaar waren aan de kant van de buren. De buurvrouw beval me het rekje eraf te halen. Ik legde uit dat mijn was in twee uur droog zou zijn in de zon en dat ik geen andere plaats had in de tuin. Ze gooide mijn rekje er af op de grond. Later heb ik twee oogjes in de schutting gedraaid om mijn rekje aan op te hangen, maar ik heb er geen fijn gevoel over. Klopt het dat ik mijn wasrekje niet aan de schutting mag hangen? Het gaat om een gedeelde schutting. Wat zijn de regels hiervoor?

Over de schutting gegooid

Beste Over de schutting gegooid,

De regels zijn wat de buren onderling afspreken. Formeel moet het eigen territorium gevrijwaard blijven van spullen van de buren. Af en toe twee haakjes van een wasrek dat over de schutting hangt is zo’n minimale (en bovendien tijdelijke) aantasting van het burendomein dat de meeste mensen daar niet moeilijk over zullen doen. Om het zekere voor het onzekere te nemen verdient het aanbeveling om toestemming aan de buren te vragen of u af en toe het wasrekje over de schutting mag hangen. De buren kunnen dan ja of nee zeggen en het overgrote deel zegt natuurlijk ja, want daar hebben ze geen last van. U hebt geen toestemming gevraagd (misschien was de buurvrouw daar nijdig over) en vervolgens heeft zij het rekje eraf gegooid, zodat u opnieuw kon beginnen met wassen. Dat was een oorlogsverklaring. Deze burenverhouding is grondig verstoord. Om niks, zoals wel vaker het geval is. Erover praten met wederzijdse excuses is hiervoor de oplossing, maar hier valt waarschijnlijk weinig meer aan te redden.

Artikelen in Buren.


Verouderde verjaardagskalender

Beste Beatrijs,

Sinds drie jaar heb ik een relatie met een man van 48 met wie ik niet samenwoon. Op zijn toilet hangt een verjaardagskalender met namen van familieleden, vrienden en kennissen. Met veel van deze mensen heeft hij geen contact meer (sommigen zijn zelfs allang overleden). Wat mij stoort is dat er ook namen van zijn twee ex-vriendinnen en hun familieleden op staan, terwijl hij hen nooit meer ziet of spreekt. Een voorstel om een keer een nieuwe kalender op te hangen, namen op te schonen, en hierop ook de namen van enkele van mijn directe familieleden te zetten wordt afgewimpeld. Ik heb geen zin om telkens naar de namen van zijn exen en hun familie te moeten kijken als ik van zijn toilet gebruik maak. (Gelukkig staat mijn naam wel op de kalender!)

Sporen van exen

Beste Sporen van exen,

U woont niet samen met uw vriend, dus u kunt zich beter niet met zijn huisinrichting bemoeien. Neemt u alstublieft geen aanstoot aan zijn verjaardagskalender! Oké, er staan allerlei mensen op die overleden zijn of met wie hij geen contact meer heeft, maar de kalender bevat de neerslag van zijn verleden, namelijk de namen van degenen die eens belangrijk voor hem waren. U ergert zich hieraan, maar die mensen maken nu eenmaal deel uit van de autobiografie van uw vriend. De kalender weggooien of vervangen is voor uw vriend hetzelfde als zijn verleden in de vuilnisbak gooien. Het is toch helemaal niet erg om op de wc te bedenken dat het vandaag de verjaardag van Moeder of Oma zou zijn geweest? U hebt er toch geen last van als uw vriend via een verjaardagsdatum even denkt aan een van zijn exen of aan iemand die eens een vertrouwd lid van zijn ex-schoonfamilie was?

De niet meer actuele verjaardagskalender is in al zijn vergeefsheid een subtiel aandenken aan het verleden, en voor de doden die erop staan vormt het een klein eerbetoon: die zijn nog niet helemaal vergeten. Probeer de poëzie van de verlopen verjaardagskalender in te zien, wees blij dat u er zelf op staat en zaag uw vriend er niet langer over door.

Artikelen in Liefde en relaties, Verjaardag.

Gelabeld met .


Heimwee naar saaie routineklusjes

Soms mis ik het huishouden. Nee, ik bedoel niet ramen zemen, vloeren dweilen en de badkamer schrobben – daarvoor heb ik sinds jaar en dag mijn trouwe wekelijkse schoonmaakhulp. Wat ik mis is de volheid van het leven in een vijfpersoonshuishouden met opgroeiende kinderen. Die periode die, inclusief langzame op- en afbouw, zo’n jaar of twintig in beslag nam stond grotendeels in het teken van verplichtingen. Voortdurend moesten er dingen gebeuren waar niet aan te ontkomen viel. Op en neer naar het schoolplein, kinderen halen en brengen naar vrijetijdsbezigheden, naar de supermarkt, eten koken, de was doen, zelf werken tijdens kantooruren, kindvriendelijke vakanties houden, wakken in de agenda creëren voor kindvrije activiteiten, enfin de hele mikmak.

Ik haast me om eraan toe te voegen dat dit leven me niet zwaar viel. Ik had er tenslotte in volle toerekeningsvatbaarheid voor gekozen en ik heb het met overtuiging en genoegen gedaan. Dit neemt niet weg dat als mij gevraagd wordt wat ik leuker vind: op de bank hangen met een mooi boek of het zoveelste kinderpartijtje plannen en uitvoeren, de keus niet moeilijk is. In die zin bestond de hele agenda van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat wel degelijk uit verplichtingen. Ik herinner me krachtige geluksmomenten, als iedereen vredig lag te slapen en ik alleen in de huiskamer zat met een eigen muziekje en eindelijk de tijd om mijn eigen gedachten te volgen.

Ik moest aan die spitsuurperiode denken, toen ik in The Atlantic een interviewtje las met Charles Simonyi, een computerspecialist die veel heeft betekend voor het succes van Microsoft en tegenwoordig een eigen bedrijf leidt, Intentional Software. Volgens Simonyi is de software van computers hopeloos achtergebleven bij de ontwikkeling van hardware. De rekenkracht van micro-electronica is exponentieel gegroeid, maar het ontbreekt aan inhoudelijk vernieuwende toepassingen. Deze complexe onderneming komt neer op het overdragen van menselijke intelligentie op computers. Spellingcheckers en vertaalprogramma’s (van het Chinees in het Engels of welke taal dan ook) zijn voorbeelden van redelijk werkende slimme software.

Simonyi verwacht dat er binnen vijf tot tien jaar een persoonlijke assistent in de vorm van een app op de markt komt, die afgestemd is op voorkeuren en behoeftes van een individu en behulpzaam kan zijn in het organiseren van het dagelijks leven. Behalve toepassingen in de gezondheids- en ouderenzorg ziet hij als belangrijkste nut van intelligente software dat mensen routinetaken kunnen afstoten en zich kunnen concentreren op waar het echt om gaat in het leven: contacten met andere mensen, zelfverheffing door middel van kunst en wetenschap.

Of vogels spotten in de natuur, scheepjes in flessen construeren, nachten lang doorhalen in het uitgaanscircuit, survivallen in de woestijn, dvd-series kijken tot je een ons weegt – de invullingen van ‘waar het leven echt om gaat’ zijn onuitputtelijk. Het lijkt twijfelachtig of het afschuiven van saaie routineklusjes naar een persoonlijke assistent wel zo bevrijdend werkt. Dat je de was in een machine kunt stoppen en niet meer hoeft te schrobben op een wasbord heeft tot een enorme verlichting van het huishouden geleid. Maar als je je er helemaal niet meer mee hoeft bezig te houden, omdat een of andere slimme app (een soort robot?) die taak voor zijn rekening neemt, en als hij toch bezig is, meteen de planten water geeft en de kattenbak verschoont, blijft er wel heel weinig routine over voor de eigenaar des huizes.

Nu al voel ik me schuldig, omdat mijn productiviteit niet is toegenomen vergeleken met de jaren dat mijn leven dichtgetimmerd zat met routine, laat staan met een slimme app. Ik heb alle tijd om me te concentreren op activiteiten die er werkelijk toe doen, maar ik kan niet zeggen dat er meer uit mijn vingers komt. Sterker nog, het was eigenlijk wel prettig om het zo druk met routine te hebben dat ik geen tijd had om me af te vragen of ik mijn potentieel wel vervulde. Misschien klopt Simonyi’s vergezicht niet en vormen routinetaken de kern van het leven, terwijl de rest fluff is. Zoals de oude vrouw in het gedicht van Annie Schmidt die mijmert over haar woede als kind, toen ze van haar moeder die vervelende erwtjes moest doppen: ‘Ah ja, zegt ze. Ik kan mezelf nog zien,/ daar in mijn moeders huis op het balkon,/ bezig met erwtjes doppen in de zon./ Dat was geluk. Toen was ik zeventien.

Artikelen in Column.