Spring naar inhoud


Geen zin in trouwerij

Beste Beatrijs,

Binnenkort trouwt mijn broer (57) met zijn huidige vriendin (60). Op de uitnodiging staat een dresscode: ‘Dames – feestelijk, heren – kostuum’. We voelen ons wat gedwongen in onze keuze voor de kleding. Een kostuum kopen we zeker niet – dat draagt mijn man nooit meer. Zonde van het geld, toch? We hebben voldoende kleding in de kast. Maar wat is feestelijk? Worden we langs de lat gelegd?

Verder vragen ze geld als cadeau door middel van een envelopje op de kaart. Ze gaan in een mooi huis wonen, beschikken beiden over een inboedel en een auto en hebben beiden een goed inkomen. Om hun geld te geven voor henzelf gaat me te ver. Is het een idee om iets aan een goed doel te geven? Het bruidspaar heeft alles al. Mijn andere broer wordt niet uitgenodigd, hij is ‘niet welkom’ is mij verteld door de bruidegom. Ik heb daar moeite mee. Kan ik mijn andere broer vragen om toch mee te gaan naar de receptie?

Trouwerij met hordes

Beste Trouwerij met hordes,

Heeft uw man geen pak in de kast hangen? Dat lijkt me een serieus gebrek in zijn garderobe. Maar een jasje (colbertje) zal hij toch wel bezitten? Laat hem dan tenminste een jasje met een overhemd aantrekken. Liefst met das die hij desnoods kan afdoen, zodra de stadhuisformaliteiten voorbij zijn. Zelf trekt u iets fleurigs aan of iets wat er presentabel uitziet. Dat moet lukken. U hebt toch niet alleen maar grauwe trainingspakken in de kast liggen?

Het bruidspaar vraagt geld. Daar kunt u inderdaad uw wenkbrauwen bij optrekken, tenminste als er niet bij staat waarvoor ze het willen gebruiken. Maar misschien willen ze een reisje maken of een paar flat screens aanschaffen? Enfin, ze zullen er wel een bestemming voor hebben. Natuurlijk gaat u geen geld overmaken naar het goede doel in plaats van het bruidspaar te begiftigen! U kunt wel vinden dat het bruidspaar geld genoeg heeft, maar het is ongepast om een feest te bezoeken en het bijbehorende cadeau op eigen houtje aan een volgens u waardiger doel te schenken. Dat kan alleen op suggestie van de feestgevers.

Tenslotte de andere broer die niet is uitgenodigd: neemt u hem alstublieft niet mee als verrassingsintroducé! Het bruidspaar bepaalt de gastenlijst, niet u.

Als ik het zo overzie, treft me uw onverholen weerzin tegen een gelegenheid die feestelijk en plezierig zou moeten zijn. U hebt geen zin om iets moois aan te trekken, u hebt geen zin om een cadeau te geven, en u overweegt om iemand mee te nemen die het bruidspaar niet wil zien. Zou het niet veel beter zijn als u vriendelijk afzegt en lekker thuis blijft in uw dagelijkse kloffie? Zo betoont u zich solidair met uw niet-uitgenodigde broer met als bonus dat u het cadeaugeld kunt overmaken naar uw favoriete goede doel.

Artikelen in Broers en zussen, Bruiloft.

Gelabeld met , .


Klagen over kwaaltjes

Beste Beatrijs,

Een van mijn oudste vriendinnen (wij kennen elkaar al meer dan 30 jaar) begint de laatste tijd iedere keer over een lichamelijk ongemak te klagen als ik vraag hoe het gaat. De ene keer heeft ze hoofdpijn, de volgende keer heeft ze last van haar keel/ neus/ ogen/ maag enzovoort. Ze is kerngezond, maar altijd aan het klagen over hele kleine ongemakken. Ik ken ook mensen die ernstig ziek zijn en juist niet klagen. Hoe kan ik deze vriendin laten merken dat haar klachten gezeur zijn? Ze is een schat, maar dit geklaag wordt me te veel.

Vriendin zeurt

Beste Vriendin zeurt,

Laat om te beginnen uw vriendin haar klachten ventileren. Bied een luisterend oor en verwijs haar om een eind aan de litanie te maken naar de huisarts. Breng vervolgens het gesprek op een ander onderwerp. Stel u wat actiever op. Vriendinnen moeten een tijdje tegen elkaar aan kunnen zeuren over fysieke ongemakken. Het onderwerp is geen verboden terrein. Het moet alleen niet te lang duren. Sommige mensen hebben de neiging om in een bepaald onderwerp te blijven hangen en daarmee hun gehoor te vervelen. Kwaaltjes is een goed voorbeeld, maar het kan net zo goed iets anders zijn, vakantie, de kleinkinderen, een ex enzovoort. De kunst is om dezulken ergens anders naar toe te leiden. Als u een paar andere gespreksonderwerpen paraat hebt (dingen waar ú het graag over wil hebben), kunt u eenvoudig inbreken in haar geklaag en uw eigen punt aan de orde stellen. Pats boem zonder inleidende manoeuvres. Door wat meer voortvarendheid aan de dag te leggen kunt u ervoor zorgen dat ze losschiet uit haar vicieuze cirkel.

Artikelen in Vrienden en kennissen, Ziekte.

Gelabeld met .


Een twijfelachtige overlijdensadvertentie

Beste Beatrijs,

Onlangs is mijn opa overleden op hoge leeftijd. Hij had drie kinderen. Zijn oudste zoon heeft zo’n vijftien jaar geleden gebroken met de hele familie. Zijn twee dochters (mijn moeder en tante) hebben daardoor samen alles geregeld voor de uitvaart. Een paar jaar terug, bij het overlijden van mijn oma, heeft mijn opa zijn kinderen en kleinkinderen met naam en in volgorde van leeftijd (mijn oom dus eerst) op de rouwkaart vermeld. Hij wilde geen onderscheid tussen zijn kinderen maken.

Bij het overlijden van mijn opa hebben mijn moeder en tante de rouwadvertentie opgesteld. Ze hebben hun broer onderaan gezet voorafgegaan door een duidelijke witregel. Op die manier werd duidelijk gemaakt dat mijn oom zijn plaats in de familie kwijt is. Hoewel ik volledig achter dit besluit sta, vroeg ik mij af of dit vaker voor komt. Wat zegt de etiquette over het opstellen van een overlijdensbericht in een familie met besognes? Daarin is onze familie toch echt niet uniek.

Dubbele boodschap

Beste Dubbele boodschap,

De etiquette is hier heel duidelijk over: familieruzies worden niet uitgevochten in een overlijdensadvertentie! In een rouwbericht toont de familie zich als één front naar de buitenwereld. Dat betekent dat de formele volgorde wordt gehandhaafd: weduwe/weduwnaar, daarna de kinderen met hun gezinsleden, in volgorde van oud naar jong.

Wat uw moeder en tante hebben gedaan deugt niet. De buitenwereld heeft er niets mee te maken dat de oudste zoon van overledene ‘zijn plaats in de familie heeft verloren’. Dit is een venijnige manier om de oudste zoon ten overstaan van buitenstaanders te diskwalificeren.

Binnenskamers mag een familie zo veel vetes en brouilles uitleven als men wil, compleet met slaande deuren, relatieverbreking, zwijgstraf, dan wel juridische strijd via notarissen en advocaten. Alle betrokkenen mogen hierover persoonlijke gesprekken voeren met wie ze willen. Maar om een tipje van de sluier van deze ellende op te lichten via de doodsaankondiging van de pater familias is domweg niet sjiek.

Artikelen in Dood en begrafenis.

Gelabeld met .


Filantropisch doolhof

Wie rijk is, ervaart een morele plicht om geld aan goede doelen te geven. Voor mij ligt dat in ieder geval zo en ik ben niet de enige, want Nederland neemt in de rangorde van westerse landen een toppositie in op het gebied van goedgeefsheid. Bakken geld staan we af met ons allen, geheel los van de belastingen. Ben ik er trots op? Ach, net zo veel of net zo weinig als wanneer ik huishoudelijke klusjes heb opgeknapt of achterstallige correspondentie heb afgewerkt. Plichtsvervulling leidt hooguit tot een bliepje tevredenheid op het radarscherm van welbevinden.

Wél vind ik het leuk om die goede doelen te selecteren. Het geeft me een gevoel van macht: die club wel en die club niet. Wel mensenrechten, geen dierenrechten. Wel noodhulp, niet zomaar wat waterputten. Wel professionals, geen amateurs. Hoe langer ik met dit bijltje hak, hoe minder geïnteresseerd ik ben in de effecten van mijn giften. Ik heb in het verleden een opeenvolging van foster plan kinderen gehad van Indonesië tot Nicaragua, tot ik mijn bekomst kreeg van die vertaalde briefjes en fotootjes die me werden toegestuurd. Werd ik soms geacht terug te schrijven? Stuur die kinderen gewoon naar school en zorg voor leermiddelen. Ik hoef geen dankbare feedback en ook geen persoonlijke relatie, ik geloof het zo ook wel!

De trend in de goede-doelen-business is juist een aanzwengeling van persoonlijke betrokkenheid. Dit komt op twee manieren tot uiting: de vraagzijde doet een steeds sterker beroep op sentimentaliteit en onder de gevers heerst toenemende bezorgdheid over het strijkstokeffect. Fondsenwervers exploiteren het leed van slachtoffers en spelen in op gevoelens van medelijden. Terecht doen ze dat. Zieligheid is de kurk waarop de sector drijft. Zonder meelijwekkende begunstigden is er überhaupt geen reden om geld te geven.

Het hameren op zieligheid reduceert geven tot een arbitraire beslissing. Hoe kun je bepalen wie het ergste lijdt en dus prioriteit in schenkingen verdient? Vooral bij het onderwerp ziektes doet dit probleem zich voor. Op zeker moment ben ik opgehouden met het geven van geld aan welke ziekte dan ook. Kanker is erg. Kinderkanker nog erger, zeker wanneer kale kinderen vrolijk aan het spelen zijn. Maar hart- en vaatziektes (herseninfarcten!) zijn ook vreselijk, om van Alzheimer maar te zwijgen, en er zijn gruwelijke, slopende ziektes zoals Duchenne en ALS. Astma is trouwens ook geen lolletje, net zo min als reuma.

Die zieligheidswedstrijd valt niet te winnen, dus heb ik besloten dat het onderzoek naar akelige ziektes maar op conto van belastinggelden en de farmaceutische industrie moet gebeuren. Mondiaal gezien worden er trouwens genoeg inspanningen verricht en een doorbraak elders is in no time hier aangeland.

Wie zo min mogelijk strijkstok aan zijn schenkingen wil hebben, wende zich tot christelijke hulporganisaties, alwaar belangeloosheid en naastenliefde net iets meer vigeren dan in de seculiere clubs.

Het strijkstokeffect (dat aanzienlijke percentages van de verworven gelden niet ter bestemde plekke aankomt, maar gebruikt wordt voor organisatie, logistiek en salarissen van hulpverleners) interesseert me maar tot op zekere hoogte. De opwinding rond de niet-transparante declaraties van Alpe d’Huzes-organisator Coen van Veenendaal vond ik sterk overdreven. Die man moet toch ergens geld vandaan halen om zijn gezin te onderhouden? De onderzoekers die in laboratoria aan de slag gaan met de pink ribbon- en andere ingezamelde borstkankergelden krijgen ook een fatsoenlijk salaris uitbetaald. Alle belangrijke humanitaire hulporganisaties hebben mensen op de loonlijst staan, anders kan de hulp niet professioneel worden aangepakt. Wie zo min mogelijk strijkstok aan zijn schenkingen wil hebben, wende zich tot christelijke hulporganisaties, alwaar belangeloosheid en naastenliefde net iets meer vigeren dan in de seculiere clubs. Katholieke missiepaters en –nonnen leven bijvoorbeeld celibatair – dat scheelt al – en de hulpverlenende soldaten van het Leger des Heils staan bekend om hun soberheid van leven.

Het selecteren van organisaties die mijn giften waard zijn doe ik graag, niet alleen vanwege het machtsgevoel, maar ook omdat het me dwingt stil te staan bij wat ik belangrijk en minder belangrijk vind. De noden in de wereld zijn onstelpbaar, maar met een beetje nadenken kan ik best een prioriteitenvolgorde bepalen die bij mij past. Daarom heb ik een hekel aan collectanten die aanbellen en me overvallen met iets waar ik niet voor voel. Goede doelen kunnen niet zonder de inzet van sentiment. Maar die deur-tot-deur methode kost enorme inspanning en levert vergeleken met andere inzamelingscampagnes een schijntje op. Niet efficiënt, niet effectief en (sorry, vrijwilligers) buitengewoon irritant.

Artikelen in Column.


Ik wil nog een kind en mijn man niet

Beste Beatrijs,

Ik ben een jonge vrouw van 30 en woon samen met een man van 45. Hij heeft twee kinderen van 12 en 8 jaar uit zijn vorige relatie. Samen hebben wij een dochtertje. Ik zou heel graag nog een tweede kind willen, maar hij wil niet meer. Hij vindt zichzelf te oud om nog een keer vader te worden en heeft mij verzekerd dit echt nooit meer te willen. Hij vindt het heel erg voor mij en laat de keus aan mij: blijven en genoegen nemen met één kind of weggaan en het geluk ergens anders proberen te vinden. Ik houd heel veel van hem maar ik weet niet of ik mijn wens naast mij neer kan leggen. Wat vindt u?

Een kind is niet genoeg

Beste Een kind is niet genoeg,

Het siert uw man dat hij zijn kaarten duidelijk op tafel heeft gelegd en geen verstoppertje speelt. Iedereen die een verbintenis aangaat met een groot leeftijdsverschil weet van tevoren dat dit problemen kan geven op het gebied van kinderen krijgen. Uw man had al een heel gezin achter de rug en stond waarschijnlijk niet te springen om nog meer kinderen. Het kind dat hij en u samen hebben gekregen was voor hem een compromis, een prijs die hij moest betalen om de relatie met u overeind te houden. Natuurlijk houdt hij intussen heel veel van z’n dochtertje – daar gaat het niet om. Maar ongetwijfeld heeft hij erin toegestemd, omdat hij u het moederschap niet wilde onthouden.

Een tweede (voor hem dus vierde) kind wil hij niet. Dat is spijtig voor u, maar u kunt het zien als uw aandeel in de prijs van uw relatie. Het had anders gelegen, wanneer u een man had gevonden (gekozen) van uw eigen leeftijd zonder gezinsverleden. In dat geval had u over meer onderhandelingsruimte beschikt om een tweede kind te krijgen.

Zoals het er nu voorstaat, raad ik u aan om uw mans visie te accepteren. Het alternatief (weggaan bij uw man, een andere man vinden om daar alsnog een tweede kind mee te krijgen) is ingewikkeld en verscheurend. U zou uw bestaande gezinsleven verwoesten, uw dochtertje een normaal gezinsleven met papa en mama onthouden, verdwijnen uit het leven van uw stiefkinderen en het is nog maar de vraag of u wel een geschikte nieuwe man vindt.

U zult met enige regelmaat te maken hebben met de oudste kinderen van uw man. U kunt ook van hen houden, ook al is het een andersoortige relatie dan met een eigen kind, dat weet ik heus wel. Maar die twee kinderen zijn er nu eenmaal en u hebt uw eigen kindje. Zolang uw relatie standhoudt, zullen er altijd drie kinderen in uw leven figureren. Doe uw best om samen met uw man deze constellatie zo goed mogelijk vorm te geven. Uw eigen kind zal later ook baat ondervinden met een goede verhouding met haar halfzussen of -broers. Het is een uitdaging om er iets leuks van te maken, maar als dat lukt is de beloning groot. Dat lijkt verstandiger dan alles wat u nu hebt weg te gooien vanwege een onstuitbaar verlangen naar een tweede kind.

Artikelen in Liefde en relaties, Zwangerschap en baby's.

Gelabeld met .


Ze wil me wel, ze wil me niet

Beste Beatrijs,

Een dame en ik kennen elkaar al een tijdje. We hebben regelmatig contact en ik heb ooit eens een balletje opgeworpen dat er voor mij wel meer in zou zitten. Zij heeft destijds gezegd dat ze het vriendschappelijk wil houden. Toch merk ik steeds vaker dat ze complimentjes geeft, berichten stuurt en initiatieven neemt. Heel veel hoogte kan ik niet van haar krijgen wanneer het om liefde en relaties gaat (anderen die haar kennen overigens ook niet). Wil zij nu werkelijk alleen vriendschap of moet ik na een langere periode nog eens terugkomen op mijn eerdere voorstel?

Een tweede balletje

Beste Een tweede balletje,

Misschien is die vrouw een flirt, die meer plezier heeft in het spel van aantrekken en afstoten dan in een echte relatie. Ik zou zeggen: neem haar voorlopig op haar woord en beschouw wat u samen hebt als gewone vriendschap met een tikkeltje uitdaging erin. Ten slotte hebt u al eens tegen haar gezegd dat u wel meer met haar zou willen, en toen heeft zij u afgewezen. Het is niet fijn voor u om voor de tweede keer een blauwtje te lopen.

Als zij intussen van gedachten is veranderd en nu wel een potentiële geliefde in u ziet, is het aan haar om dat te expliciteren. Daar zal ze mans genoeg voor zijn. Gezien haar houding tegenover u lijkt ze niet het type dat in stilte gaat zitten hunkeren. Dus wacht rustig af. Als ze niet komt, dan wil ze niet.

Artikelen in Liefde en relaties.

Gelabeld met , , .


Toe, drink toch een glaasje!

Beste Beatrijs,

Vanwege bepaalde medicijnen die ik sinds een half jaar slik mag ik geen alcohol meer gebruiken. Ik heb altijd van een goed glas wijn gehouden, maar was een zeer matige drinker, dus het kost me niet veel moeite de drank te laten staan. Waar ik van opkijk is hoe er op zoiets wordt gereageerd. Als ik vriendelijk doch beslist zeg dat ik niet drink, wordt er vaak gereageerd met: ‘Wat ongezellig!’ alsof ik zonder drank een saai en niet erg sociaal wezen zou zijn. Ook hoor ik vaak: ‘Ach, één glaasje kan vast geen kwaad!’ of, nadat ze me hebben uitgehoord over de reden: ‘Mijn moeder/ vader/ oma/ tante slikt die medicijnen ook en drinkt gewoon, dat kan best hoor!’ Misschien kunt u me een paar gevatte antwoorden aanreiken, zodat ik met rust gelaten word.

Alcohol opdringen

Beste Alcohol opdringen,

Het is buitengewoon vervelend en ongepast om commentaar te geven op het feit dat iemand niet drinkt. Die mensen moeten een spreekwoordelijke tik op hun neus krijgen. Tegen het ongezelligheidsargument kunt u inbrengen: ‘O, dus jij vindt mij alleen gezellig, als ik alcohol drink? Goed om te weten, dan zal ik je mijn gezelschap besparen!’ Tegen anderen die menen u te moeten verleiden zegt u opgewekt: ‘Neem jij lekker de wijn, ik drink lekker water’ (of thee of cola of wat dan ook). In reactie op de stug doordrinkende oma’s en tantes zegt u: ‘Fijn voor je oma, maar ik hoef het niet en ik mis het ook niet.’ Maar een simpel ‘Nee, dank je, ik wíl het niet!’ moet ook afdoende zijn. En vervolgens begint u over een ander onderwerp. U hoeft trouwens geen tekst en uitleg te geven over de reden waarom u niet drinkt. Andere mensen hebben daar niets mee te maken. Die hele conversatie kunt u in de kiem smoren door ‘Nee, dank je’ te zeggen en vermoeid te glimlachen.

Artikelen in Visite, Vrienden en kennissen, Ziekte.

Gelabeld met .


Het recht om spookstudent te zijn

In Diemen is een studentencampus verrezen die het Club Med-gevoel moet uitstralen: comfortabele, gestoffeerde eenpersoonsappartementen met op de begane grond een supermarkt, pizzeria, fietsenmaker, huisarts, fysiotherapeut en een fietsenmaker. Elders in het complex bevinden zich fitnesscentrum, tennisbaan en klimmuur. En natuurlijk zijn er ruimtes waar gedronken en gedanst kan worden. Heerlijk al die luxe onder handbereik en dat voor slechts 654 euro per maand!

De appartementen worden grif gehuurd door ouders die het een rustig idee vinden dat hun kinderen veilig onder de pannen zitten in een schone omgeving. Er komen steeds meer van dit soort dure wooncomplexen voor studenten. Volgens de vastgoedeigenaren die de campussen bouwen en uitbaten voorzien luxe woonstudio’s in een duidelijke behoefte, omdat de huidige studenten afkerig zijn van het ouderwetse model ‘kamer in morsige studentenflat met gedeelde voorzieningen’.

Zelf denk ik dat de tegenwoordige lichting studenten helemaal geen uitgesproken voorkeur voor eenpersoonsluxe heeft, maar dat zij (beter gezegd hun ouders – als die tenminste rijk genoeg zijn) door wanhoop gedreven zo’n gelikte studio huren. De overheid schiet al decennia tekort om te zorgen voor eenvoudige, betaalbare woonvoorzieningen, waar studenten een jaar of vier, vijf terecht kunnen. Als je het aan de markt overlaat, gaat die de boter uit de kamernood braden, allemaal heel voorspelbaar.

Waarom vallen studentenkamers onder de verantwoordelijkheid van de overheid? Omdat diezelfde overheid zo’n tien jaar geleden een expliciet beleid heeft ingevoerd om zo veel mogelijk jongeren naar het hoger onderwijs te dirigeren! Er gold een streefcijfer van vijftig procent hoogopgeleide jongeren. Nu zítten al die jongeren met hun vwo- of havodiploma in het hoger onderwijs en nu kunnen ze geen kamer vinden. Het is de vraag of het land wel behoefte heeft aan zo veel hoogopgeleiden, maar als jongeren eenmaal massaal naar de universiteit gedreven zijn, moet simpel onderdak geen kopzorg voor hen vormen.

De bedenkelijke tendens om steeds meer hoogopgeleiden te kweken (hoe moeten de duizenden die op korte termijn afstuderen als psycholoog, communicatie- en mediadeskundige, bestuurskundige of historicus aan een geschikte baan komen?) wordt aan de andere kant ondergraven door overheidsmaatregelen om een rem op de aantallen te zetten. De langstudeerboete is hier een voorbeeld van evenals het extra collegegeld voor tweede studies. Studenten mogen niet te lang blijven rondhangen op de universiteit, want dat kost de maatschappij te veel geld, en ze mogen zeker niet slabakken of er een tijdje met de pet naar gooien. De universiteit wordt afgerekend op het aantal verstrekte diploma’s, wat betekent dat ze zoveel mogelijk studenten moet zien binnen te halen, die zo snel mogelijk moeten worden afgeleverd. Onderpresteerders en spookstudenten halen in dit scenario het rendement omlaag.

Om de begroting af te slanken is de Universiteit Leiden een experiment begonnen: het instellen van een bindend studieadvies (bsa) op de hele universiteit. In Leiden bestond het bsa al voor het eerste studiejaar: een slecht presterende student die te weinig studiepunten had gehaald kan worden weggestuurd. Nu wordt deze regeling uitgebreid naar de hele studie. In elke studiefase kunnen falende studenten zonder pardon verwijderd worden: ‘Ga maar weg, jij hoort hier niet thuis’.

Dit is niet alleen een hardvochtige manier van met mensen omspringen, maar ook domme kapitaalvernietiging. Waar moet zo’n vierdejaars student natuurkunde of pedagogiek naar toe op z’n 22ste? Zich aanmelden voor een mbo-opleiding metaalbewerking of bejaardenverzorger soms? Voor iedereen is het leven tussen pakweg je 18de en je 25ste een tijd van tasten en dolen, verkeerde keuzes en opnieuw beginnen. Degenen die vanaf het begin op koers liggen zijn geluksvogels. Er kan van alles gebeuren waardoor iemand de kluts kwijt raakt en in het ergste geval spookstudent wordt. Soms stoppen sjezende studenten uit eigen beweging, soms krijgen ze later toch weer de geest. De bsa-maatregel is overbodig spierballenvertoon van autoriteiten met een kokervisie op doelmatigheid – de beoogde kostenbesparing zo niet illusoir dan wel minuscuul. Van afgedankte, verplicht opgerotte studenten heeft de maatschappij niets te verwachten behalve de vraag om een uitkering. Studenten zijn mans genoeg om zelf met hun studie te kappen en zolang ze collegegeld betalen, hebben ze het recht om spookstudent te zijn.

Artikelen in Column.


Mijn man onderhoudt z’n moeder

Beste Beatrijs,

Mijn schoonmoeder zit sinds een jaar in de bijstand. Zij rookt en houdt van een wijntje. Dure hobby’s. Nu is zij ook nog eens ziek geworden en bespeelt mijn man hiermee. Hij rent en vliegt voor haar. Dit kost hem heel veel tijd en ons bedrijf lijdt daar onder. Laatst heb ik ontdekt dat hij ook nog de boodschappen voor haar betaalt. Dit kost ons gezin (we hebben jonge kinderen) zeker 100 à 200 euro per maand. Ik heb geprobeerd met mijn man te praten maar hij doet het af als: ‘Wij kunnen het missen en mijn moeder heeft weinig.’ Ik ben het er niet mee eens en mijn schoonmoeder laat het zich lekker aanleunen. Zal ik met haar praten?

Schoonmoeder parasiteert

Schoonmoeder parasiteert,

Met uw schoonmoeder praten heeft geen enkele zin. Het is uw man met wie u moet praten, want hij is degene die zijn moeder geld toestopt. Plus de nodige tijd en aandacht. Uw man voelt zich verantwoordelijk en heeft medelijden met haar. Ik begrijp dat u het niet leuk vindt dat er stilletjes geld uit het huishoudbudget wegvloeit naar zijn moeder, maar ik vrees dat er weinig aan te doen is. Uw man subsidieert indirect de dure alcohol- en nicotinehobby van zijn moeder. Als u dat niet wil, moet u uw man aanspreken en hem van uw visie proberen te overtuigen. U kunt op uw poot spelen, zeggen dat zijn moeder misbruik maakt van de goedhartigheid van haar zoon, erop aandringen dat zijn moeder afkickt van dure substanties, maar ik geef u weinig kans. Die moeder is versteend in haar levensstijl en gaat het echt niet ineens over een andere boeg gooien. Ze zal zich ook niet naar de hulpverlening laten sturen.

Pappen, nathouden en aanmodderen – een andere oplossing zie ik niet.

Het feit dat uw man zijn moeder steunt met tijd en aandacht heeft nadelen voor de zaak, maar is op zichzelf lofwaardig. Zolang de financiële lekkage uw gezin niet werkelijk schaadt, moet u maar een oogje dichtknijpen en uw man laten begaan. U zult er niet in slagen om hem zo ver te krijgen dat hij zijn moeder in haar eigen sop laat gaar koken. De levenslange loyaliteit van een zoon naar z’n moeder krijgt u toch niet doorbroken, en als u op dit thema blijft door tamboereren raakt de sfeer bij u thuis verzuurd. Pappen, nathouden en aanmodderen – een andere oplossing zie ik niet. Dring wel bij uw man aan op openheid over zijn giften, zodat u in ieder geval wéét hoeveel geld er naar z’n moeder gaat.

Artikelen in Ouders en volwassen kinderen, Schoonfamilie.

Gelabeld met , .