– Goedemiddag, wat kan ik voor u doen, eh sorry, wat voert u hierheen?
– Dit is toch de afdeling Reïntegratie? Waar is Koen? De vorige keren heb ik altijd met Koen gesproken.
– Ah, de heer Tol. Die is afgevloeid wegens algehele afslanking, ik bedoel, die is elders een nieuwe uitdaging aangegaan. Om bureaucratie en wildgroei tegen te gaan heeft de gemeente eerst zichzelf moeten saneren. Daartoe hebben wij onze diensten geïntegreerd tot één loket voor alle burgers. Van bijstand tot jeugdzorg, van schuldsanering tot Wmo – alles onder een efficiënte paraplu. Maar ter zake, waarvoor hebt u advies nodig?
– Nou, mijn probleem is dat ik al bijna drie jaar zonder werk zit, en straks kom ik in de bijstand en mijn huis staat onder water en mijn vrouw heeft een knieoperatie ondergaan, waardoor ze twee maanden uit de roulatie is, en nu wou ik vragen of ik tijdelijk dispensatie kan krijgen voor het schrijven van sollicitatiebrieven.
– Denkt u dat u meer kans op een baan hebt, als u ophoudt met solliciteren?
– Eh, nee, dat niet, maar ik word er zo moe van. Er zit toch niemand te wachten op een vormgever van 58 jaar.
– U focust op zwakheid. Zo raakt u de grip op uw leven kwijt. U moet niet blijven hangen in wat niet lukt, maar nieuwe mogelijkheden aanboren in uw omgeving. Hebt u een laptop of een tablet?
– Jawel, een oudje.
– En u hebt een vrouw die op de bank zit met verder niets om handen. Als u die twee elementen nu eens combineert, wat krijgt u dan?
– Mijn vrouw met de laptop?
– Waarop zij prima uw sollicitatiebrieven zou kunnen schrijven, als u daar zelf geen zin in hebt! Eigen kracht brengt u verder, meneer, maak er wat van! Nog een prettige dag verder.
– Hallo, ik vroeg me af of ik hier thuiszorg kan krijgen.
– U wil iemand die uw huis schoonmaakt. Tja, dat wordt lastig, dat doen wij eigenlijk niet meer. Burgers hebben te lang aan het infuus van de verzorgingsstaat gelegen. We werken quid pro quo en there’s no such thing as a free lunch.
– Ja maar ik ben 85, ik heb reuma en ik zie niet best meer. Mijn man is dood en mijn dochter woont ver weg. Mijn huis vervuilt en ik heb geen geld voor een werkster.
– U hebt wel een hond zie ik op de computer. Honden zijn duur natuurlijk.
– Fifi is een bron van levensvreugde.
– Oké, laat maar zitten. We maken het af op twee uur thuiszorg, mits u dat compenseert met twee uur vrijwilligerswerk. Voorlezen zal niet lukken. Dan wordt het zingen in het verpleeghuis. Elke week op vrijdagmiddag treedt het vrijwilligerskoor op van 10 tot 11 uur. Hier hebt u een aanmeldingsformulier.
– Dank u wel, meneer! Is een rokersstem geen bezwaar?
– Goedemiddag, ik heb dringend hulp nodig met mijn man. Hij is dementerend, maar het verpleeghuis zit vol. Ik kan hem niet alleen laten en ik zoek eigenlijk iets waar ik hem af en toe naar toe kan brengen, zodat ik even rust heb. Een soort opvangadres of asiel?
– U bedoelt de dagbesteding voor geestelijk minder validen? Die is helaas afgeschaft. Te duur met al die professionele krachten en die busjes die af en aan moeten rijden. Wat zou u zelf kunnen doen om uw probleem te verlichten?
– Ik ben ten einde raad, ik loop op mijn tandvlees, doorwaakte nachten.
– Weet u, uw situatie is heel erg vergelijkbaar met die van ouders met kleine kinderen. Vaak maken ouders afspraken met elkaar om de opvang te delen in een huiskamercrèche. Gaat u wel eens naar een buurtbarbecue?
– Nou, eerlijk gezegd niet, ik ben nogal op mezelf, ook gezien mijn mans conditie.
– Mevrouw, uw sleutelwoord is lotgenoten! Daar ligt uw kracht! Zoekt en gij zult vinden. Met een of twee lotgenoten kunt u uw eigen dementencrèche oprichten en bent u uit de brand.
– Zoeken op de buurtbarbecue?
– Precies, dat is waar u wezen moet voor autonomie, verantwoordelijkheid en participatie. Nog een fijne middag, en de volgende graag.