Spring naar inhoud


Navelstaren

Joris van Casteren: De man die 2 ½ jaar dood lag. Berichten uit het nieuwe Nederland. Prometheus. 260 blz. E

Milo Anstadt: Is Nederland veranderd? Essays. Contact. 175 blz. E 17,90

Herman Pleij: De herontdekking van Nederland. Over vaderlandse mentaliteiten en rituelen. Prometheus. 312 blz. E 18,95

Navelstaren hoort bij deze tijd. Op het persoonlijke vlak checken mensen regelmatig of hun leven nog wel spoort met hun idealen en ambities. Zo niet, dan nemen ze geheel volgens de doctrine van de zelfontplooiing maatregelen: carrièreswitch, diëten, make me over, echtscheiding. Ook het maatschappelijk leven wordt veelvuldig tegen het licht gehouden door journalisten, politici en cultuurcritici met als achtergrondvraag: Hoe zijn wij, en is dat anders dan vroeger? De recente waarden- en normendiscussie is een typisch voorbeeld van deze populaire vorm van zelfreflectie.

Het draait om identiteit. Het thema Nederland (als land) of Nederlanders (als volk) mag zich daarbij in een algemeen gedeelde fascinatie verheugen, misschien wel als reactie op allerlei globaliseringstendensen en uit tegenzin in Europa. Je kunt er in ieder geval alle kanten mee op. In de drie besproken boeken is het woord ‘Nederland’ op de omslag eigenlijk het enige wat ze gemeenschappelijk hebben.

Journalist Joris van Casteren bundelde in zijn boek De man die 2 ½ jaar dood lag reportages die hij schreef in De Groene en Vrij Nederland. De ondertitel Berichten uit het nieuwe Nederland dekt precies de lading: een kaleidoscopisch geheel van moderne dingen waar mensen zoal mee bezig zijn, variërend van taalbuddie spelen voor moslims, het motorrijdergevoel, het uitzetten van otters in otterleefgebieden, tot particuliere beveiliging op station Lelylaan. In het titelverhaal onderzoekt de schrijver wat er vooraf ging aan de vondst van Ton Zuur, verworpene der aarde, die 2 ½ jaar dood in zijn woning lag. Van Casteren reconstrueert de toedracht in gesprekken met Zuurs zuster, zijn zwager en een aantal buren. Ook komen hulpverleners, artsen en Riagg-vertegenwoordigers aan het woord, die eventueel deze treurigheid hadden kunnen voorkomen. De ingehouden, vooral registrerende toon van de schrijver laat effectief en schrijnend zien dat dit de prijs is van individuele vrijheid. Zo gaat het en het kan niet anders. Het zijn interessante, knap geschreven reportages die fragmenten van de ziel der natie in kaart brengen. De specifiekheid van de observaties is de kracht van de bundel, maar ik miste een concluderend of desnoods abstraherend kader. Een probleem van reportages is dat het genre hoe dan ook beter tot z’n recht komt in de actualiteit van een fladderend weekblad dan in de tombe van een boek.

In de essaybundel Is Nederland veranderd? houdt Milo Anstadt zich, naast diverse uitweidingen over het jodendom, bezig met de maatschappelijke onrust en onvrede van de laatste jaren in Nederland. Lees: Fortuyn en alles wat daarmee samenhangt. Die hele rage vond hij verwerpelijk, maar hij voegt verder niets toe aan de maar al te bekende PvdA-visie van geen olie op het vuur gooien. Anstadt is een humanist met cultuur-pessimistische neigingen. Hij stoort zich aan de infantiele driftmatigheid van moderne burgers, die behalve mateloos consumeren, onmiddellijk klaar staan om hun rechten op te eisen, maar van verantwoordelijkheid en plichten niets willen weten. De bundel bestrijkt vele actuele thema’s, multiculturaliteit, de staat Israël, de taak van de publieke omroep, de pernicieuze alomtegenwoordigheid van reclame, en Anstadt geeft onverminderd blijk van linkse weldenkendheid. Ook wijst hij erop dat veel problemen ‘voorlopig onoplosbaar’ zijn en dat de mens moet leren leven met onvolmaaktheid. Ware woorden, maar geen standpunt waar je van opkijkt.

Dan pakt Herman Pleij het in zijn bundel De herontdekking van Nederland een stuk aansprekender aan. Bij hem een prettige mix van generalisatie en specificiteit en hij gaat geen boude uitspraken uit de weg. Pleij, hoogleraar Middeleeuwse letterkunde, geldt zo langzamerhand als dé deskundige op het gebied van de Nederlandse volksaard. Als analyst van actualiteiten en moderne cultuuruitingen is hij een graag geziene gast op radio en tv. En terecht, want wat een spreker is die man! Hij formuleert even majestueus doorgolvend als het water van de grote rivieren zelf, en wat hij te zeggen heeft is nog boeiend bovendien. Het moet een genot voor studenten zijn om college van hem te volgen.

De herontdekking van Nederland is een heruitgave van (bewerkte stukken uit) de bundels Het Nederlandse onbehagen, Hollands welbehagen en Tegen de barbarij, aangevuld met een aantal nieuwe stukken. Niet aangegeven wordt wat oud en nieuw is, wat voor de ingevoerde lezer wel een bezwaar is, want het boek is nogal dik en om redenen van tijdsbesparing zou je van tevoren graag weten wat je zou kunnen overslaan omdat je het al eens eerder hebt gelezen.

Dan toch maar op eigen kracht detecteren wat er nieuw is. Dat viel nog niet mee, want dit boek is gewoon meer van hetzelfde. Bespiegelingen over identiteit, zinloos geweld, televisie, emoties, de Oranje-folklore, het nationaal erfgoed en hoe dat laatste (niet) in stand wordt gehouden, dit alles geanalyseerd vanuit het kader Nederland-polderland-gedoogland. De fysieke verschijningsvorm van een land bepaalt zijn cultuur. Telkens weer laat Pleij zien hoe de typisch Nederlandse horizontale overlegstructuur, met zijn nadruk op compromissen en neuzen die dezelfde kant op moeten wijzen, diep geworteld is in de laatmiddeleeuwse stadscultuur. Alles erop gericht om de zompige moerasdelta aan het water te onttrekken.

De combinatie van self supporting zijn, solidariteit met de gemeenschap (de dijken mogen niet breken!) en afkeer van hoge pieten vindt Pleij de kern van het typisch Nederlandse. We zijn hier behoorlijk conformistisch met ons allen, we vinden dat mensen zich niet moeten aanstellen, maar ‘gewoon’ moeten doen en dus bouwen we geen protserige monumenten en veronachtzamen we de helden en mythische gebeurtenissen uit het verleden. Soberheid (botheid) en een obsessieve ordeningsdrang (regelzucht) kenmerken zowel dagelijkse omgangsvormen als de wijze van opereren op bestuurlijk niveau.

Het voortdurende praten en met elkaar overleggen heet het poldermodel en Pleij bezingt er uitgebreid de lof van. Zo’n tolerante, anti-autoritaire sfeer vormt natuurlijk een perfecte voedingsbodem voor de gedoogcultuur (ook eeuwenoud). Als er iets typisch Nederlands is, en moeilijk om aan buitenlanders uit te leggen, dan is het wel de gedoogcultuur. Ziehier de regels, tot in de fijnste mazen doorgeëxerceerd tot iedereen het er mee eens is; en ziedaar de gedoogzones, waar autoriteiten een oogje dichtknijpen omdat de boog niet altijd gespannen kan zijn.

Leuk om te lezen allemaal, en zeker ook behartigenswaardig, al ontwikkelde ik onder het lezen toch een lichte voorkeur voor Pleij de spreker boven Pleij de schrijver. Op den duur begint hij te orgelen. Al die bijvoeglijke naamwoorden en retorische redundantie – daar had wel wat in geschrapt kunnen worden.

Eigenlijk was ik het steeds wel eens met zijn analyses. Op een ding na, wanneer hij zich in het stuk ‘Nieuwe burgerlijkheid in oude zakken’ ineens over overspel begint op te winden. Hij ergert zich wild aan de nieuwe fatsoensrakkerij, die onder meer tot uiting komt in moralistische praatjes in de media over de gevaren van vrije seks, en hij spreekt schande van het feit dat volgens een landelijke enquête overspel inmiddels tot de meest verfoeide gedragsvormen behoort. En dat terwijl 25 jaar geleden overspel voor progressiviteit stond! In de jaren zeventig vond iedereen dat het ‘moest kunnen’ en nu is het ineens voorbij met de publieke appreciatie, jammert Pleij. En voort dendert hij weer over avontuur, moed en echte, zinderende liefde.

Het is daarom zo’n merkwaardige passage, omdat die geheel in tegenspraak is met zijn eigen theorie van de gedoogcultuur. Voor beoefening van de edele kunst van het overspel is een ferme afwijzing van hogerhand juist noodzakelijk. Het ligt nogal voor de hand dat mensen in een enquête overspel als verwerpelijk kwalificeren. Het zou een mooie boel worden, als ze dat níet zouden doen. Maar hoeveel van deze geënquêteerden stemmen mening en gedrag op elkaar af? En hoeveel mensen nemen de moeite om eerlijk te zijn tegen een of andere interviewer over een eventuele discrepantie tussen woord en daad? Nee, de teloorgang van het overspel lijkt me zo ongeveer het laatste waar Pleij zich zorgen om moet maken. Die hypocrisie staat nog echt fier overeind.

Beatrijs Ritsema

Artikelen in NRC-boekrecensies.


Stiefoma aanspreken

Beste Beatrijs,

Ik ben weduwe en mijn huidige partner is gescheiden. Mijn probleem is: hoe moeten de kleinkinderen van mijn man mij noemen? Al voor de geboorte van zijn eerste kleinkind verbood mijn man mij mee te leven in zijn aanstaande opaschap. Hij was heel emotioneel toen: ik had er niets mee te maken. Toen het geboortekaartje kwam, moest ik mee om het kind te zien. Ik heb geweigerd; er waren ook de twee andere oma’s. Wat moest ik daar?

Hij ging daarna zijn kleinkind alleen bezoeken, eens in de drie weken, kocht alleen cadeautjes en ik werd er pas weer mee geconfronteerd, toen hij een beroerte kreeg. Omdat hij niet meer kon rijden, bracht ik hem erheen met de auto, zat erbij en keek ernaar. Sindsdien is er een tweede kind geboren. Een naam heb ik niet voor de kleinkinderen. Ik mag geen oma en geen tante zijn. Dit vind ik heel erg, ook omdat ik met kleintjes heel goed om kan gaan. Zelf heb ik voorgesteld: ‘Mevrouw Anneke’, maar daar reageert de familie niet op. Weet u nog iets anders? Of zal ik het hele gezin verder loslaten, mijn man voor de deur afzetten en hem een uur later weer ophalen?

Stiefoma

Beste Stiefoma,

Er zijn hier verschillende dingen aan de hand, waarvan de vraag ‘Hoe moeten de kinderen mij noemen?’ de minst belangrijke is. Zelf dacht u aan: ‘Mevrouw Anneke’ (vind ik wel leuk). Andere mogelijkheden zijn: Oma Anneke, Tantanneke, Bonma (een Belgische benaming voor schoonmoeder, vaak ook voor oma gebruikt), nu ja, er valt van alles te verzinnen.

Veel serieuzer is het probleem dat u hier kennelijk niet met uw man over kunt spreken. Om duistere redenen vindt hij dat u niets met die kleinkinderen te maken hebt. Het is nogal logisch dat u als niet-bloedverwant een andere relatie met zijn kleinkinderen zult hebben dan de ‘echte’ oma’s. U staat nu eenmaal verder van hen af. Maar dat hoeft toch niet te betekenen dat u als een schaamtevol persoon wordt weggemoffeld? Als huidige partner van hun opa maakt u zijdelings deel uit van de grotere familie. Kinderen kunnen prima leven met het feit dat familieleden gescheiden zijn en nieuwe partners hebben.

U moet een serieus gesprek met uw man hierover voeren. Vraag hem waarom hij zo moeilijk doet en wat precies het probleem is. Ingewikkelde familieverhoudingen of niet, hoe meer mensen zich op een gezellige en liefdevolle manier met kleine kinderen bezighouden, hoe beter die kinderen daar bij varen.

Artikelen in Aanspreken en begroeten, Grootouders en kleinkinderen, Huwelijk en scheiding, Stieffamilie.

Gelabeld met .


Oproep in kerstkaarten

Beste Beatrijs,

Ik ben sinds lang vegetariër. Doorgaans heb ik geen last van bekeringsdrang, maar producten kopen uit de bio-industrie vind ik grenzen aan misdadig. Zeker als mensen een goed inkomen hebben, snap ik echt niet waarom ze niet kiezen voor vlees van dieren die kunnen leven naar hun aard.

Nu overweeg ik om wat feiten uit de praktijk van de bio-industrie bij mijn kerstwensen te voegen en op te roepen deze producten te boycotten. Ook omdat Kerstmis steeds meer een eetfestijn wordt. Wat vindt u ervan?

Diervriendelijke Kerstdagen toegewenst

Beste Diervriendelijk,

De klacht dat Kerstmis steeds meer een eetfestijn wordt is al minstens een halve eeuw oud. Mensen vinden het heerlijk om dat tegen elkaar te zeggen, hoewel ze zelf toch ook graag met Kerstmis iets speciaals op tafel zetten voor gasten. Het zijn altijd de anderen die zondigen. Uw plan om uw kerstkaarten van voorlichtingsmateriaal over de bio-industrie te voorzien spreekt me niet zo aan. Mensen stellen het doorgaans niet op prijs om de beste wensen te krijgen en in dezelfde adem opvoedend te worden toegesproken. Als u uw vrienden wilt bekeren, kunt u dat beter via een apart aanschrijven doen. Gebruik dan geen decemberzegels voor de frankering.

Artikelen in Feestdagen, Post.

Gelabeld met .


Slechte werkster

Beste Beatrijs,

Al zo’n 15 jaar heb ik een hulp in de huishouding. Ze is trouw, nooit ziek en wel aardig. Maar het werk dat zij levert is 0,0. Alles gaat met de Franse slag, ze aait met de spons over de ramen, sleept de dweil even over de vloer, enzovoort, terwijl ik haar juist heb voor een grondige beurt. Wij hebben haar daar natuurlijk meerdere malen op gewezen, maar er verandert niets. Wij hadden haar veel eerder moeten opzeggen, maar omdat zij bijstandsmoeder met jonge kinderen was en het geld hard nodig had, deden wij dat niet. En nu is ze al zo lang bij ons en omdat ze wel aardig is, doen we het ook niet.

Nu heeft zich iemand anders aangeboden als hulp die het geld goed kan gebruiken. Ik verwacht dat zij het zeker beter zal doen. Omdat ik inmiddels een dagje ouder ben geworden en minder in huis kan doen, wil ik daar graag op ingaan. Hoe kan ik mijn hulp op een tactische manier de wacht aanzeggen?

Mijn hulp maakt niet schoon

Beste Mijn hulp,

De werkster die niet schoonmaakt is een veelvoorkomend verschijnsel. Vooral oudere mensen hebben er last van. Het lastige is dat er een band is ontstaan in de loop der jaren. Het wordt dan moeilijk om nog kritiek te hebben op de kwaliteit van het werk, laat staan om iemand metterdaad te ontslaan. De meeste mensen durven dat niet en bovendien weten ze niet hoe ze aan iemand anders moeten komen. En wat je dan krijgt, moet je ook maar weer afwachten. Mensen leven liever met de narigheid die ze kennen, dan dat ze iets nieuws proberen wat ook weer kan tegenvallen.

In uw geval ligt het iets gunstiger, want u hebt een alternatief. Er heeft zich iemand aangediend, in wie u wel vertrouwen hebt. Een ideaal moment om toe te slaan. De guillotinemethode werkt het beste. Even diep ademhalen en doorbijten. U gaat uw oude hulp ontslaan. U doet dit op een rustige en besliste manier na afloop van de laatste keer dat zij bij u is. (Zij weet niet dat dit haar laatste keer is, maar u wel.) U zegt: ‘Het spijt me vreselijk voor je/u, maar ik ga onze werkrelatie beëindigen. Het is niets persoonlijks, maar ik ben niet tevreden over het schoonmaakwerk. Ik heb jarenlang zelf erbij schoongemaakt, maar dat red ik nu niet meer. Ik heb iemand nodig die beter werk levert. Ik begrijp dat dit een slag is, en om die enigszins te verlichten geef ik een aantal weken loon mee.’ En dan geeft u haar drie of vier keer haar wekelijkse verdiensten, afhankelijk van wat u redelijk vindt en kunt missen.

Ga niet met haar discussie. Laat u niet verleiden tot voorbeelden en uitweidingen, als zij vraagt waar u specifiek ontevreden over bent. Zeg dan: ‘Dat is niet meer belangrijk, want mijn besluit staat vast.’ Op zo’n manier hoeft het slecht-nieuws-gesprek niet langer dan twee minuten te duren. Ze moet haar sleutel inleveren, u wenst haar het beste toe, zij verlaat het pand, en u bent vrij.

Artikelen in Zakelijke relaties.


Afgewezen door dochter van nieuwe vriendin

Beste Beatrijs,

Ik ben gescheiden en heb elke veertien dagen mijn twee kinderen een lang weekend. Nu heb ik weer een vrouw ontmoet, met wie ik verder wil, maar zij heeft een dochter van acht, die mij niet accepteert. Wat ik ook zeg of doe, ze kwetst of negeert me. Ik ben ten einde raad, want samenwonen is nu beslist niet haalbaar. Hoe moet ik me opstellen? Is er soms een bureau voor dit soort zaken en/of moet ik met mijn vriendin en dochter in therapie?

Nieuwe papa

Beste Nieuwe papa,

U moet dat samenwonen voorlopig maar uit uw hoofd zetten. De dochter van uw vriendin ziet u als een indringer, waar het kind gelijk in heeft – eerst is haar vader uit haar dagelijkse leven verdwenen en vervolgens legt haar moeder het met een vreemde aan. Kinderen hechten aan exclusiviteit en permanentie. Haar gevoelens van frustratie en woede projecteert zij op u en dat zal nog wel even zo blijven. Hoe zit het trouwens met uw eigen kinderen? Zijn die wel enthousiast over uw samenwoonplannen?

Voorlopig kunt u het beter bij een Lat-relatie houden en moet u vooral veel geduld betrachten. Een kind van die leeftijd heeft minstens een jaar, soms twee jaar nodig om aan de nieuwe situatie te wennen. In die tijd moet u zich terughoudend en afwachtend opstellen. Niet haar gaan zitten opvoeden en vooral ook niet proberen haar gunst of liefde te winnen, want minachting zal uw deel zijn. Het kind weet heus wel dat het u om haar moeder te doen is, niet om haar. Haar moeder kan haar intussen wel duidelijk maken dat u, haar nieuwe vriend, niet weggaat en zich niet zal laten wegjagen. Of de dochter nou dwarsligt, bokkig is of niet, de relatie blijft bestaan. Ook moet de moeder beleefdheid van haar dochter eisen. Het kind moet antwoorden, als u wat vraagt, en normaal tegen u doen, zoals ze ook tegen andere bekende volwassenen doet. Op negeren, kwetsen, beledigen staat straf. Na een aantal maanden, als de beleefdheid routine is geworden, wordt het misschien af en toe per ongeluk even gezellig en op een gegeven moment weet het kind niet beter meer of dit is de nieuwe vriend van haar moeder – geen papa. Pas dan kan er eventueel tot samenwonen worden overgegaan. Maar eerst dus heel veel geduld.

Artikelen in Kinderopvoeding, Liefde en relaties.

Gelabeld met .


Geen vrienden

Beste Beatrijs,

Mijn eerste drie jaren op de middelbare school waren zorgeloos; ik had twee vrienden met wie ik veel plezier had. Zij gingen naar 4-vwo en ik naar 4-havo. Ik ben nooit jaloers op ze geweest maar was wel verdrietig om mijn eigen prestaties. De vierde klas ging moeilijk, contacten met andere klasgenoten bleven vaag. De vijfde klas gaat ook niet plezierig, ik voel me vrij eenzaam. Ik heb eigenlijk steeds meer behoefte aan een goede vriend in plaats van die virtuele contacten via chatten en e-mail met personen die elders in het land wonen. Ik heb nog steeds wel contact met mijn vroegere vrienden, maar het beperkt zich tot een praatje hoe het met elkaar gaat. Ik vraag me af of en hoe ik aan andere vrienden kan komen of hoe ik mijn vriendschappen misschien intensiever kan laten worden. Soms heb ik ook het gevoel dat er weinig is om over te praten.

Eenzame jongen van 17

Beste Eenzame jongen,

Voor dat halve jaar dat je nog op de middelbare school zit, moet je maar geen energie steken in het vinden of ontwikkelen van nieuwe vriendschappen. Dat heeft geen zin meer. Na je eindexamen kom je heel ergens anders terecht.Wel kun je proberen de vriendschap met je twee oude vrienden een beetje leven in te blazen door dingen met ze te doen. Niet alleen maar praten, bedoel ik. Hebben jullie een gemeenschappelijk interesse, naar voetballen kijken, naar de film gaan, schaken, naar muziekoptredens gaan, fietsen, met computers klooien? Stel dan voor om zoiets te gaan doen in het weekend, met één vriend of met allebei.

Voor de tijd na je eindexamen raad ik je aan om jezelf te dwingen het huis uit te gaan en iets sociaals te doen. Maakt niet uit wat. Besteed zo min mogelijk tijd, liefst helemaal niet meer, aan chatten en virtuele contacten, want dat is echt een armzalige tijdpassering, vergeleken met de mensen die levend voor je staan. Beter een onbenullig geintje met een studiegenoot in de kantine dan diepgaand e-mailverkeer met een zielsverwante computerschim. Doe mee met activiteiten die er binnen of naast je opleiding plaatsvinden. Word lid van een (studenten)vereniging of een sportclub. Zorg ervoor dat je vrije tijd helemaal dichtgetimmerd zit met sociale activiteiten. Thuis zitten moet alleen gebeuren bij uiterste noodzaak, bijvoorbeeld omdat er een tentamen aankomt.

Als je je op zo’n voedzaam sociaal dieet stelt, kom je vanzelf mensen tegen met wie je bevriend raakt. Als je die gevonden hebt na een paar maanden, kun je het overladen sociale programma wat gaan terugsnoeien. Houd dan op met wat te veel is. Dan zul je trouwens ook wat meer tijd aan je studie moeten gaan besteden. Maar je vrienden heb je dan binnen.

Artikelen in Internet en e-mail, Scholen en verenigingen, Tieners, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met .


Alleen boodschappen doen

Beste Beatrijs,

Mijn vrouw (49) en ik hebben de taken thuis keurig verdeeld. Hiermee voorkomen we botsingen en irritaties die in het verleden wel voorkwamen. Zij doet de was, keuken en het eten en ik de vuilnis, geldzaken en knutseldingetjes. Zo zijn we er de afgelopen dertig jaar samen goed uitgekomen, totdat de kinderen groter werden en ik steeds vaker voor de wekelijkse, ‘grote’ boodschappen er alleen op uit moest. Ik merk dat het onze (overigens uitstekende) relatie schaadt.

Mijn vrouw zegt het boodschappen doen niet leuk te vinden (drukke, volle winkels) en daardoor sta ik er op dit punt steeds meer alleen voor. Ik hou van winkelen, op zaterdag even de markt over, maar ze blijft vanwege de winkeldrukte en bijkomende prikkels weigeren. Hierdoor loop ik tijdens het boodschappen doen steeds meer te balen. Zo ken ik mezelf helemaal niet.

Enerzijds wil ik haar bezwaren serieus nemen, maar ik wil niet de komende jaren zo doorgaan. We eten er toch allemaal van?

Alleen in de supermarkt

Beste Alleen in,

Ik vind het moeilijk om me in uw probleem te verplaatsen, omdat ik zelf een gruwelijke hekel heb aan samen boodschappen doen. Je moet dan wachten op de ander, overleggen wat wel en wat niet, soms een beetje kibbelen. U schrijft dat u zelf best van winkelen houdt en ook graag over de markt loopt op zaterdag. Uw vrouw geeft daar niets om en wil dus niet mee. U wilt haar er per se bij hebben. Wat is daar het voordeel van? Waarom vraagt u niet een van uw kinderen mee om te helpen sjouwen?

Als uw vrouw al elke dag kookt, afwast en de hele was doet, lijkt mij dat het doen van de zaterdagse boodschappen u toch niet overmatig belast. Doe lekker de boodschappen in uw eentje, u mag alles zelf uitkiezen, dat is toch ook leuk? En neem een mooi bosje bloemen mee voor uw vrouw.

Artikelen in Huwelijk en scheiding, Liefde en huwelijk.


Pottenkijkers in huis

Beste Beatrijs,

Onlangs zijn wij verhuisd naar een groot en vrij ongewoon huis. De verhuizing was een opluchting, want de verkoop van ons oude huis had heel lang geduurd. Maandenlang moesten we voor potentiële kijkers het hele huis van voor tot achter opruimen, schoonmaken en presentabel maken. U begrijpt dat we blij waren met de verkoop. Van die kijkersellende waren we af – dachten we.

In ons nieuwe huis is het gedoe tot onze verbijstering weer van voren af aan begonnen: al onze vrienden en kennissen, en zelfs wildvreemden, vinden het niet meer dan normaal om ons bijzondere huis van boven tot onderen te mogen bekijken en commentaar te geven op de ongestreken dekbedden (“Daar zou ik niet onder kunnen slapen!”), op de stapels dozen die nog niet zijn uitgepakt (“Koop toch gewoon een paar kasten erbij!”), op de cavia’s die in een rennetje in de kamer van mijn dochter lopen (“Gaat dat niet stinken?”), op de keuze van ons tegelwerk en sanitair (“Was dat nou een dure tegel?”) enzovoort.

We worden er onderhand behoorlijk kregelig van. Het zijn allemaal mensen die ons nog nooit een blik in hun eigen slaapkamer hebben gegund. Hoe lossen we dit een beetje prettig op? U begrijpt dat we wel wat beters te doen hebben dan voor het bezoek alwéér het hele huis opruimen en de dekbedden strijken. We wonen hier pas een maand, dus de grote bulk bezoekers moet nog komen.

Geen pottenkijkers graag

Beste Geen pottenkijkers,

Andermans huis bekijken vindt iedereen onweerstaanbaar, maar normaal gesproken komt het er nooit van. Een verhuizing is het enige algemeen aanvaarde excuus om deze nieuwsgierigheid ongegeneerd uit te kunnen leven. Uw bezoekers hebben helaas de belangrijkste conventie van het rondneuzen uit het oog verloren: geen kritiek. Een nieuw huis is (net als een nieuwe baby, een nieuwe auto, een nieuwe sofa) altijd mooi, fantastisch en geweldig. Weiger de stroom nieuwsgierigen de toegang tot uw huis, omdat u het voorlopig te druk hebt met op orde komen. Stel hen een house-warming party in het vooruitzicht, waar u overigens helemaal geen haast mee hoeft te maken. Over een jaar is vroeg genoeg. Nog later kan ook.

Artikelen in Visite, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , .


Vriendin mailt niet terug

Beste Beatrijs,

Mijn beste vriendin van vroeger en ik kregen na lange tijd weer contact met elkaar. Ik stelde haar voor met elkaar te mailen (we wonen ver van elkaar vandaan) en zij was daar zeer enthousiast over. Kort daarop schreef ik haar een lange e-mail en zij antwoordde even niet zoveel tijd te hebben, maar ‘in de herfstvakantie mail ik’. Maar in die herfstvakantie hoorde ik niets van haar en daarna ook niet. Dus stuurde ik haar opnieuw een berichtje, met de vraag of ze even wilde laten weten of mijn laatste mailtje was aangekomen.

Ze mailde me terug dat ik zeer dwingend en claimend op haar over kwam en ik moest niet menen naar haar wel en wee een visje uit te gooien, want daar trapte zij niet in. Ik was verbijsterd. Op dat moment heb ik nogal boos teruggemaild, waar ik achteraf spijt van heb. Ook dat heb ik haar nog eens per gewone brief laten weten. Ik heb totaal geen reactie meer gekregen. Mijn probleem is: hoewel ik geen vriendschap meer wil, zou ik toch de zaak willen uitpraten. Maar vanwege haar beschuldiging dat ik dwingend en claimend zou zijn, heb ik niet veel zin wéér degene te zijn, die contact zoekt. Dus eigenlijk heeft zij mij met die beschuldiging het zwijgen opgelegd. Wat zou u mij aanraden?

Afgepoeierd

Beste Afgepoeierd,

U hebt op dit moment alles gedaan wat mogelijk is om contact met uw oude vriendin te krijgen, behalve bij haar huis in hinderlaag gaan liggen tot ze zich vertoont en op die manier een gesprek afdwingen – en die optie zou ik u zeker afraden.

U bent elkaar weer tegengekomen na lange tijd, u stelde voor het contact voort te zetten door middel van e-mail. Zij reageerde enthousiast, maar waarschijnlijk hebt u enthousiasme gehoord, waar dat niet aanwezig was. Op uw mailtje antwoordde ze ‘dat ze even niet zoveel tijd had’. Geen tijd betekent geen prioriteit. Het is algemeen aanvaarde codetaal voor desinteresse. Later verweet zij u dwingend claimgedrag. U werd boos, u hebt zich per gewone brief daarvoor verontschuldigd, en kreeg alweer geen reactie.

Het is vervelend voor u, maar ze wil niets meer met u, en ze wil ook niet uitleggen waarom niet. Tenzij u zich als stalker ontpopt (en dat moet u echt niet doen) zit er niets anders op dan u hier bij neer te leggen. Op sociaal gebied heeft degene die iets níét wil, voorrang boven degene die iets wél wil.

Artikelen in Internet en e-mail, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met .