Spring naar inhoud


Machteloze leraar

Beste Beatrijs,

Dit jaar ben ik, man van dertig, les gaan geven op een middelbare school. Hoewel ik het in het begin heel leuk vond, baal ik de laatste tijd toch wel heel erg van bepaalde klassen. Ze zijn druk en ik moet constant politie-agentje spelen. Laatst had ik er zo genoeg van dat ik mij ’s ochtends ziek meldde. Dat ging erg makkelijk, maar het is natuurlijk niet goed. Ik wilde eens goed nadenken wat ik nu verder met mijn leven wil. Of ik wil doorgaan met lesgeven. Nu vraag ik me af of ik het met de schoolleiding moet bespreken. Die kunnen er misschien wat aan doen. Maar ja, zeggen dat je gespijbeld hebt… Overigens heeft de schoolleiding pas één keer gevraagd hoe het me beviel. Echt belangstelling tonen ze niet en dat vind ik ook heel slecht. Wat raadt u mij aan?

Spijbelaar-leraar

Beste Spijbelaar,

Ordeproblemen zijn de belangrijkste reden waarom jonge leraren afknappen op het onderwijs. Ook u bent hier tegenaan gelopen. Die spijbelgebeurtenis lijkt me niet zo belangrijk. U hebt u een keertje ziek gemeld, nou en? Volgens mij doet heel Nederland niets anders dan regelmatig stiekeme baaldagen opnemen. Dat valt natuurlijk niet goed te keuren, maar in uw geval lijkt het een incident om niet te zwaar aan te tillen.

Ik denk dat u zich niet te snel uit het veld moet laten slaan. Sommige klassen zijn erger dan andere, schrijft u. Dat betekent dat er ook klassen zijn waar het beter gaat. Ik neem aan dat u ermee begonnen bent vanuit een zekere motivatie, dat u het leuk vond om met tieners om te gaan en ze iets bij te brengen. Het is zo verschrikkelijk jammer als jonge, enthousiaste leraren meteen wegvluchten voor de chaos, terwijl ze ook zouden kunnen oefenen om een beetje werkbare discipline in de klas van de grond te krijgen. Zonder orde begin je niets, dat weten we allemaal nog van vroeger, toen we zelf als leerling in de klas zaten: sommige leraren kunnen er niets van, en het zal ook nooit wat worden. Maar een half jaar is te kort om zeker te weten dat lesgeven niets voor u is.

De schoolleiding kan er meestal weinig aan doen. Nog steeds is elke leraar koning in zijn eigen klassen of overgeleverd aan de wolven in zijn eigen klassen, het ligt er aan hoe je er tegenaan kijkt. Misschien kunt u het ordeprobleem beter bespreken met een collega van uw sectie, die u vertrouwt en die tips kan geven over hoe hij/zij zelf een en ander aanpakt. Het is goed mogelijk dat u de rotklassen dit jaar niet meer op de rails krijgt. Soms zijn de dingen teveel uit de hand gelopen en de onderlinge verhoudingen verzuurd. Laat het in dat geval langs u heen glijden. Windt u zich er niet teveel over op en denk: ze bekijken het maar. Maak voor volgend schooljaar met nieuwe klassen een ander plan de campagne, met veel duidelijkheid. De regels moeten vanaf dag 1 glashelder zijn en strikt gehandhaafd. Schaamt u zich niet voor uw falen en geef uzelf nog een kans met een tweede jaar.

Artikelen in Collega's, Scholen en verenigingen.


Vriendin is dwingeland

Beste Beatrijs,

Een vriendin van mij heeft sinds kort een baantje bij een internetprovider. Ze probeert mij nu over te halen om over te stappen op ‘haar’ provider. Zij krijgt provisie voor iedere klant die zij binnenhaalt. Hoewel het voor mij wel ietsje goedkoper (paar euro per maand) zou zijn om te veranderen, heb ik haar gezegd dat ik het liever niet doe, omdat ik tevreden ben met mijn huidige aanbieder en thuis nauwelijks van internet gebruik maak. Zij reageerde nogal gepikeerd: hoe kan ik nou niet een vriendin willen helpen, terwijl het mij zelf nog wat oplevert ook? Ik begrijp haar standpunt wel, maar vind de manier waarop ze me probeert over te halen niet prettig. Graag zou ik uw mening hierover willen weten.

Onder druk gezet

Beste Onder druk,

Tussen vrienden moeten zich geen zakelijke transacties afspelen. Als u uw huis verkoopt, dan doet u dat aan de hoogste bieder en niet aan een vriend voor een vriendenprijsje. Als uw vriendin provisie krijgt voor elke klant die zij werft, dan moet zij goed haar best doen om klanten te werven, en niet haar familie- en vriendenkring gaan uitmelken. Stel je voor dat een encyclopedieverkoper zijn adresboekje ging afbellen in plaats van de deuren langs, zoals het hoort. U hebt geen enkele verplichting om op haar voorstel in te gaan. Sterker nog, u hoeft niet eens een reden aan te voeren waarom u het niet doet. U kunt eenvoudig zeggen: Nee, dank je, ik ben tevreden met wat ik heb.

Artikelen in Internet en e-mail, Vrienden en kennissen, Zakelijke relaties.


Verlegen tiener

Beste Beatrijs,

Veel leraren op mijn school denken dat ik met een probleem rondloop, omdat ik niet veel zeg in de klas. Dat klopt wel, ik zeg ook niet veel in de klas. Wat kan ik doen om wel veel te zeggen? Ik wil niet stil en verlegen en teruggetrokken worden genoemd. Wilt u zo snel mogelijk reageren.

Verlegen tiener

Beste Verlegen,

Je laatste zin klinkt niet erg verlegen, integendeel, hij komt nogal dwingend en bars over. Ik geef je in overweging dat dit niet de manier is om onbekende mensen aan te schrijven. Dan kun je beter slijmen. Als je iets van iemand wilt, dan moet je je op een beleefde manier tot hem of haar richten, anders loop je de kans dat ze je brief of e-mail direct in de prullenbak gooien. Dat had ik zelf ook bijna gedaan. Maar omdat dit zinnetje zo in tegenspraak is met je verlegenheidsprobleem, dacht ik: het zal wel door onnozelheid komen.

Goed dan, verlegenheid. Op zichzelf is het niet erg als mensen verlegen zijn. Het is geen slechte eigenschap. Verlegen mensen denken na voor ze iets zeggen, want ze willen geen stommiteiten uitkramen. Als er groepsdiscussies zijn in de klas, dan wordt de discussie meestal door vijf of zes mensen gevoerd en de rest zit te luisteren of te slapen of denkt aan heel andere dingen. Zo gaat dat nu eenmaal. Voor verlegen mensen is het moeilijk om ertussen te komen, want ze luisteren naar wat er gezegd wordt, en als ze zelf iets willen zeggen, is er alweer iemand anders aan het woord, naar wie ze ook weer gaan luisteren.

Vraag je af wat je precies wilt. Je schreef dat je niet door leraren of anderen verlegen of teruggetrokken genoemd wil worden. Waarom eigenlijk niet? Als je dat nou bent, dan is daar toch niets mis mee? Niet iedereen hoeft haantje de voorste te zijn.

Stel aan de andere kant dat je weliswaar verlegen bent, maar toch ook af en toe wilt zeggen wat je op je hart ligt, bijvoorbeeld in een groepsdiscussie. Dan heb ik een tip voor je: houd op een gegeven ogenblik op met luisteren naar anderen. Formuleer voor jezelf in je hoofd wat je precies wil gaan zeggen. Luister niet naar de inhoud van wat iemand anders zegt, maar alleen naar de toon van spreken, waarin je op een zeker moment hoort dat hij/zij bijna aan het eind is van z’n opmerking. Haal dan diep adem, spring in de discussie en zeg wat je te zeggen hebt. Als je dit regelmatig oefent, dan zet je je langzaam over je verlegenheid heen.

Artikelen in Scholen en verenigingen, Tieners.

Gelabeld met .


Kerstliedjes

Beste Beatrijs,

Onze dochter van zeven hebben wij bewust op een openbare school gedaan, omdat wij haar niet aan religieuze invloeden willen blootstellen. De laatste weken zingt ze thuis allerlei liedjes over het kindeke Jezus en over herdertjes die bij nachte lagen. Kennelijk worden die bij haar in de klas ingestudeerd. Ik twijfel of ik de school hierover moet aanspreken of het maar moet laten zitten. Zouden er in het laatste geval niet ook Ramadan- of Suikerfeestliederen moeten worden ingestudeerd? Wat vindt u?

Geen propaganda graag

Beste Geen propaganda,

Ach, die arme kerstliedjes. Moeten zo nodig buiten de deur gehouden worden, omdat ze kinderen weleens op een religieuze gedachte zouden kunnen brengen. Uw afkeer doet mij een beetje denken aan het verzet in sommige christelijke kringen in Amerika tegen seksuele voorlichting op school, dat neerkomt op: zuivere kinderen mogen niet worden bezoedeld. Maar seks bestaat, evenals kerstliedjes. Dus komen kinderen ermee in aanraking. Beschouw het instuderen van kerstliedjes als muziekonderwijs en niet als indoctrinatie. Er zitten trouwens best mooie tussen. Verstokte atheïsten worden tot tranen toe geroerd door de Mattheüs-passie. Achtjarigen en ouder geloven zelden nog in Sinterklaas, wat hen er niet van weerhoudt Sinterklaasliedjes aan te heffen. Ramadanliedjes, suikerfeestliedjes, wat maakt het uit, zolang het maar zuiver gezongen wordt. Dat uw dochter door kerstgezangen tot het geloof gebracht zal worden lijkt me vergezocht. Daar kunt u thuis genoeg correcties op aanbrengen.

Artikelen in Feestdagen, Kinderopvoeding, Scholen en verenigingen.

Gelabeld met .


Volwassen kinderen bij kerstkaart?

Beste Beatrijs,

In de huiselijke kring bestaat enige discussie over de regels voor het versturen van kerst- en nieuwjaarskaarten. Stel ik stuur een kaartje naar een goede collega op mijn werk. Ik ken zijn/haar partner niet en omgekeerd geldt hetzelfde. Onderteken ik dan de kerstgroet met alleen mijn naam of ook die van mijn partner en richt ik de kerstkaart ook alleen aan deze collega of vermeld ik ook zijn/haar partner?

Onze kinderen zijn al boven de 18 en wonen voor een deel niet meer thuis. Vermeld je dan toch telkens de namen van je kinderen bij de kerstgroet en vanaf wanneer is dat niet meer gebruikelijk? Een aantal mensen deponeert een kerstkaart in het postvakje van een collega of zonder postzegel in de brievenbus van buurtgenoten. Kan dat of is dat een misplaatste vorm van zuinigheid?

Kerstkaartenverstuurder

Beste Kerstkaartenverstuurder,

Als u een kaartje naar een collega stuurt, van wie u de partner niet kent en die zelf uw partner ook niet kent, adresseert u alleen aan hem/haar en ondertekent alleen met uw eigen naam. De vraag dringt zich trouwens wel op waarom u collega’s met wie u niet echt bevriend bent, (u bent nooit bij elkaar over de vloer geweest) kerstkaarten zou sturen. U kunt deze personen toch gewoon mondeling prettige kerstdagen toewensen? En de week daarna wenst u hen ‘gelukkig nieuwjaar’. Dat is twee keer iets aardigs voor de prijs van niks.

Kinderen die niet meer thuiswonen. Tja, als de geadresseerde uw kinderen goed kent, dan zet u hun namen wel erbij, en als dat niet zo is, dan niet. Dit is niet iets om jarenlang mee door te gaan. Er komt een moment dat kinderen allang het huis zijn, en het gezinsleven als zodanig is opgehouden te bestaan. De kinderen schrijven hun eigen kerstkaarten naar hun eigen vrienden/familie, en u bent met uw tweeën over. Dan ondertekent u alleen als stel, en laat de kindernamen weg.

Kerstgroeten in postvakjes van collega’s doen lijkt me overbodige onzin. U stuurt uw huisgenoten toch ook geen kerstkaarten? Kerstkaarten zijn voor vrienden en familie die je niet elke week ziet en met wie je wel contact wil blijven houden. Op mensen die hun kerstkaarten persoonlijk in brievenbussen stoppen is niets aan te merken. Het spaart postzegels, het vermindert de drukte op het postkantoor, en de amateur-postbode maakt zo een frisse wandeling, even weg uit de bedompte decemberhuiskamer.

Artikelen in Feestdagen, Ouders en volwassen kinderen, Post.

Gelabeld met .


Wat doet nieuws met een mens?

Er is maar een beperkte hoeveelheid misère uit de buitenwereld die je tot je toe kunt laten. Het meeste glijdt af langs een pantser van onverschilligheid dat je nodig hebt om je eigen leven een beetje overeind te houden. Natuurrampen, ongelukken, oorlogsellende – ik neem er kennis van op de onthechte manier waarop ik naar de tandarts ga: leuk is anders, maar het moet gebeuren.

Vanaf mijn veertiende lees ik kranten. Het begon met De Nieuwe Linie, een allang ter ziele gegaan weekblad, dat eind jaren zestig een achterpagina voerde ‘De Toestand’ geheten. In die ‘Toestand’ stonden allerlei grappige stukjes, lijstjes, verhalen, die me zeer aanspraken. Lichtelijk melige humor, maar ook wel gedurfd af en toe – als ik dat las, had ik het gevoel bovenop de tijdgeest te zitten. Van de opiniebladen kwam ik vanzelf bij de dagbladen terecht (bij ons kwamen er twee in huis). Eerst las ik alleen de cursiefjes, zoals columns toen nog heetten, maar al snel de hele krant. Behalve de voorpagina dan. Met de voorpagina heb ik tot op de dag van vandaag moeite. Er staan ofwel stukken op waarvan ik denk: dat weet ik al, dat heb ik net bij een of ander nieuwsbulletin gehoord; ofwel het zijn stukken over politieke kwesties van nationaal of internationaal belang, waarvan ik denk: wíl ik het wel weten? Nee, snel door daar binnenland.

Tegenwoordig zijn de voorpagina’s van kranten niet meer zo ongenaakbaar. Sommige kranten hebben een column voorop, andere hebben een cartoon, korte berichtjes, en meestal staat er tussen het harde nieuws wel een softer onderwerp om de lezer de krant in te trekken. Soft nieuws, bijvoorbeeld over waarom er zo weinig Turkse en Marokkaanse kinderen lid zijn van een sportclub, is makkelijk, alsof je een comfortabele trui aantrekt. Hard nieuws, bijvoorbeeld over de situatie in Irak of over de problemen met de landbouwsubsidies in de EG, is veel moeilijker. De lezer vraagt zich af: wat heb ik daar eigenlijk mee te maken? Wat is het nut ervan om me daarin te verdiepen?

De behoefte aan nieuws (wat voor nieuws dan ook) is even fundamenteel als de behoefte aan eten en drinken. Zonder een constante stroom van informatie, of die nu van de dorpspomp afkomstig is of van de BBC world service, kun je de wereld om je heen niet begrijpen, en wie de wereld niet begrijpt overleeft niet. Er is een gigantische hoeveelheid informatie beschikbaar over de wereld van nu en niet te vergeten over het verleden – kennis van de geschiedenis is nog belangrijker voor begrip van het heden dan kennis van actuele kwesties. Het ligt voor de hand dat mensen selectief te werk gaan in de keuze van wat zij tot zich zullen nemen. Als er geen klein linkje persoonlijke betrokkenheid bij te pas komt, is het al gauw: weg ermee.

In het jaar 2003 was het nieuwsfeit dat mij het meest bij de kladden greep (eventjes) de ontvoering van de elfjarige Lusanne, die op haar fiets op weg naar school was. Ik schrijf dit met enige schaamte, want dit soort nieuws hoort thuis bij de ‘sensationele gruwelen die zich zelden voordoen’, een categorie die weinig relevantie heeft voor het dagelijkse leven of voor hoe je in de wereld staat. Een beetje zonde van de tijd om alles van zo’n zaak te willen weten, want die kennis heeft geen consequenties voor hoe je zelf denkt of handelt. Maar ik wilde het toch weten, het greep me toch aan, natuurlijk omdat ik zelf opgroeiende kinderen heb die zich per fiets verplaatsen en die theoretisch ook in zo’n situatie terecht zouden kunnen komen. Dus drong de relevantie zich met kracht aan me op, hoewel alle statistische relativeringen de andere kant op wezen.

Ik ben verslingerd aan kranten lezen, omdat het de efficiëntste manier is om te weten te komen wat er buiten gebeurt. Op de televisie duurt alles zo lang. Met twintig minuten geconcentreerd de krant lezen heb ik tien keer zo veel informatie opgedaan als met twintig minuten Journaal kijken. Vaak kan ik me er niet meer toe zetten om op de video opgenomen programma’s ook daadwerkelijk te gaan bekijken (het is zo passé en ingeblikt), maar na iedere vakantie blader ik dwangmatig de stapel kranten door – ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om ze ongezien de papierbak in te schuiven, ik zou eens iets belangwekkends missen (onzin natuurlijk). Een nadeel van die honger naar nieuws en meer nog naar achtergronden, is dat je er blasé van wordt. Ik tenminste wel. Ik herinner me mijn eerste hongersnood, nu ja, niet de mijne, maar die in Biafra. Ik was een jaar of vijftien en organiseerde een collecte. Daarna volgden er nog vele hongersnoden en ik schaam me alweer, maar het interesseerde me niet meer. Ik schreef nog weleens een girootje uit, maar hield zelfs daar mee op na het lezen van een artikel over hoe gratis voedselhulp de plaatselijke economie afbreekt en daarmee de hongersnood in stand houdt.

Tijdens de oorlog in Bosnië vertelde iemand me eens dat zij huilend naar het Journaal had zitten kijken, omdat ze het leed van de slachtoffers niet aan kon zien. Ik kan me daar niets bij voorstellen. Wie een zekere leeftijd heeft bereikt en niet heeft zitten slapen, moet toch tegen genoeg foto’s, beschrijvingen en getuigenverklaringen zijn aangelopen, desnoods in fictievorm, om er ten volle van doordrongen te zijn hoe verschrikkelijk een oorlog, alle oorlogen zijn? Zoals je ook maar een keer een bloedstollende verkrachtingsscène gezien hoeft te hebben in een film (of gelezen in een boek) om voor de rest van je leven te weten wat het is. Ik hoef me niet emotioneel te laten bewerken, want ik weet al dat het heel erg is, en als ik daarbij ook wil voelen hoe erg het is, ben ik uitstekend in staat me allerlei afschuwelijks voor de geest te halen, maar dat doe ik niet, want het heeft geen zin en bovendien houd ik het liever droog.

Nog minder dan de naïeve tranen over wereldellende begrijp ik het hysterische collectieve rouwgedrag naar aanleiding van de dood van prinses Diana, of het massale vertoon van speelgoedberen en waxinelichtjes in geval van de zinloze dood van een onbekende. Huilen over een onbekende? Hoe leeg moet je leven zijn en hoe ongemeubileerd je geest, wil je je overgeven aan dat soort ersatz-gevoelens. Pure kitsch, in praktijk gebracht door mensen die zich kennelijk vervelen en zichzelf via de omweg van een nieuwsfeit toch nog een kickje weten te bezorgen.

Veel nieuws, achtergronden en opinie verwerken leidt onvermijdelijk tot déjà vus. Been there, seen that. Het gedoe met Mabel Wisse Smit en met Margarita was in 1979 al door Heldring voorspeld. Niet exact natuurlijk, hij waarschuwde alleen voor gedonder met verkeerde partners, maar hij kreeg wel gelijk. Hoe meer nieuws of nieuwsanalyse je leest, hoe minder je opkijkt van het nieuwe nieuws, omdat het onmiddellijk in een bepaalde categorie met een bepaalde interpretatie kan worden geplaatst.

Een nadeel van goed geïnformeerd zijn en na weging van diverse argumentaties een bepaalde visie te hebben ontwikkeld is de relatieve onwrikbaarheid van de positie. In dat opzicht lijkt een goed geïnformeerd persoon op een slecht geïnformeerd persoon. Beiden laten zich niet van de wijs brengen door contra-informatie. De eerste niet, omdat hij dat allemaal al heeft doorgeëxerceerd en verworpen, de tweede niet omdat hij überhaupt niet zo gevoelig is voor informatie en gewoon op z’n gevoel koerst. Zelf blijf ik ondanks het geruchtmakende onderzoek van een paar weken geleden hardnekkig denken dat meeroken wel hinderlijk, maar niet schadelijk kan zijn. Althans niet zo schadelijk dat zo’n verband temidden van alle achtergrondruis keihard boven tafel te halen valt. Ook staat er regelmatig in de krant dat ongezond eten tot kanker leidt. Dit is hetzelfde soort politiek-correcte wenselijkheid, waarvoor geen wetenschappelijke grond bestaat. Het zijn ideologische uitspraken die angstige burgers een vals gevoel van controle over hun gezondheid geven. In werkelijkheid krijgen muesli-eters net zo goed kanker.

Als je van tevoren al weet hoe nieuws moet worden geïnterpreteerd, een vooringenomenheid waar ik weleens last van heb, bestaat het gevaar dat je niet meer kunt worden verrast. Op dat moment interesseert de wereld je niet meer. Ik denk niet dat mij dat overkomt, want mijn nieuwsgierigheid naar wat er buiten gaande is en wat dat betekent is springlevend. Wanneer ik de krant niet meer wil lezen, wordt het tijd voor de pil van Drion.

Beatrijs Ritsema

Artikelen in NRC-column.


Het indelen van publieke toiletten

Beste Beatrijs,

Bestaat er een protocol voor het indelen van publieke toiletten (in het bijzonder in de horeca)? En zo ja, hoe ziet dat eruit? Ik meen mij te herinneren dat het protocol voorschrijft dat het herentoilet vóór het damestoilet gelokaliseerd moet worden in verband met het passeren ervan door de heren, maar ik kan hier niets over terugvinden.

Planner van toiletruimtes

Beste Planner,

Er is mij niets bekend van protocollen omtrent de locatie van dames- en herentoiletten in de horeca. Ze bevinden zich meestal naast elkaar of tegenover elkaar, in ieder geval bij elkaar in de buurt. De fysieke volgorde van deze twee ruimtes lijkt me niet een heel belangrijke dimensie. Zouden we structurele maatregelen moeten treffen om te voorkomen dat een heer bij het eventueel passeren van het damestoilet zich ineens niet kan bedwingen en daar naar binnen stormt? Zo ongeciviliseerd zijn we toch niet?

Wat wel aandacht verdient, is de hoeveelheid wc’s. Allang is bekend dat dames vaker van het toilet gebruikmaken en daar ook per bezoek meer tijd aan kwijt zijn dan heren. Dit ervaringsfeit wordt nergens weerspiegeld in de beschikbaarheid van het aantal wc’s. In de horeca hanteert men strikte gelijkheid. Bouwt men twee dames-wc’s? Dan ook twee heren-wc’s. De dames staan dus altijd in de rij te wachten tot ze aan de beurt zijn, en als de nood erg hoog is, neemt er weleens eentje haar toevlucht tot de ‘Heren’, waar geen kip te bekennen is. Als u iets moet ontwerpen of inrichten, maak dan de verhouding dames- ten opzichte van heren-wc’s twee staat tot een. Dat is pas een vernieuwing waar dames op zitten te wachten.

Artikelen in Horeca.


Kerstkind

Beste Beatrijs,

Onze zoon is (nu al bijna weer twee jaar geleden) op tweede Kerstdag geboren. Zijn eerste verjaardag werd gevierd op de dag zelf met enkele mensen. Een paar dierbare vrienden hadden helaas eigen familieverplichtingen en konden niet komen. Een ander zei: ‘Ik kom wel, want ik heb geen zin om de hele dag bij mijn ouders te zitten.’ Een familielid zei: ‘O, maar ik hoef met die en die niets voor de Kerstdagen af te spreken want ik zie haar toch wel op jouw zoons verjaardag.’ Het bevalt me niet dat mensen de verjaardag van mijn zoon gebruiken om hun Kerst op te leuken, omdat ze toch niets beters te doen hebben. Dit jaar zijn we op eerste Kerstdag bij mijn ouders, waar familieleden van plan zijn cadeautjes aan mijn zoon te geven, want ze hebben geen zin om de dag daarna weer te gaan reizen (naar ons). Hoe kan ik de viering van mijn zoons verjaardag zo organiseren dat het echt zijn feestje is?

Mijn kerstkindje valt erbuiten

Beste Mijn kerstkindje,

Uw zoontje heeft pech met z’n verjaardagsdatum. Hoewel, het had nog erger kunnen zijn: 5 of 25 of 31 december. Als hij de leeftijd van kinderpartijtjes bereikt, zult u zijn feestje altijd voor of na de kerstvakantie moeten houden (in de kerstvakantie is de helft van de genodigde kinderen weg op wintersport of naar de zon). U geeft kennelijk nu een soort van volwassenenfeestje voor uw nog kleine zoontje. Het handigste lijkt me om dat gewoon niet te doen. Ik zie ook niet wat daar het voordeel van is. Iedereen komt weer met cadeautjes aanzetten. Alsof uw zoontje niet al meer dan genoeg speelgoed en rotzooi in de kast heeft liggen. Gaat u zelf naar verjaardagen van kinderen van uw vrienden en familieleden? Dan sneeuwt uw agenda toch behoorlijk dicht met overbodigheid. Vier de verjaardag van uw zoontje op de dag zelf binnen de beslotenheid van het gezin. De decembermaand zit te vol met festiviteiten om mensen te laten opdraven voor de verjaardag van een peuter.

Artikelen in Feestdagen, Kinderopvoeding, Verjaardag.


Vrouw is verliefd

Beste Beatrijs,

Na 25 jaar huwelijk met up and downs is mijn echtgenote verliefd geworden op een andere man. Zij heeft hem tijdens een cursus ontmoet, en ze vertelt me dat hij aantrekkelijk is en zo goed naar haar luistert. Inderdaad is dat niet mijn sterkste kant, alhoewel ik enorm mijn best doe op dit gebied. Mijn echtgenote heeft me gezegd dat de ander haar de kans geeft op een gelukkig leven, en wederom, ja, de laatste paar jaar waren niet altijd even fijn, met te veel ruzies, en te veel frictie. Maar tegelijkertijd houd ik heel veel van mijn echtgenote, wil ik oud worden met haar, en vind ik haar de liefste en mooiste op de wereld. De situatie is heel moeilijk. Zij zegt dat ze wel van me houdt maar dat ik geen garanties kan krijgen. Ze vraagt de vrijheid om met de verliefdheid om te gaan zoals zij dat zelf beslist. Ze zegt dat ze mij geen pijn wil doen, maar intussen. Ik zie inmiddels niet meer hoe we hieruit kunnen komen. Over een maand ziet ze hem weer, in een groep van vrienden van haar. Hoe leef ik naar hun ‘hereniging’ toe? En o ja, hij weet helemaal nergens van, anders dan dat hij mijn echtgenote ook heel leuk vindt, maar meer (blijkbaar) ook niet.

Mijn vrouw is verliefd

Beste Mijn vrouw is,

Uw vrouw heeft een grove fout gemaakt door u over deze verliefdheid te vertellen. Dit is zeer ongepast. En al helemaal in zo’n prematuur stadium van de affaire. Die andere man heeft zich niet tot haar bekend, en misschien gebeurt dat wel nooit. Een minderheid aan verliefdheden is wederzijds. Voorlopig is er niet meer aan de hand dan dat uw vrouw met een andere man in haar hoofd zit. Die dingen gebeuren. Ook in huwelijken die 25 of 40 jaar oud zijn. Wat zij had moeten doen is er voor zichzelf uitkomen. Dat wil zeggen: ze kan er achteraan gaan en proberen iets van de grond te krijgen, of in stilte lijden tot het overgaat. Hoe dan ook: het belasten van je echtgenoot met niet-uitgekristalliseerde emotionele chaos van een mogelijk huwelijksbedreigend karakter is ronduit wreed. Alsof u hier iets aan zou kunnen doen! Door er met u over te praten maakt ze die verliefdheid ook belangrijker dan die in werkelijkheid misschien is.

Vertel haar dat u geen prijs stelt op ontboezemingen waar u alleen maar ellendig van wordt, en dat u haar hierin ook niet kan helpen. Het is niet de taak van een echtgenoot om zijn wederhelft te ondersteunen, wanneer zij gekweld wordt door overspelige gedachten. Verzoek haar dringend om u verder niet in te lichten over ‘ontmoetingen waar ze naartoe leeft’ of over andere spannende en pijnlijke aspecten van haar verliefdheid.

Stel u laconiek op en zeg dat u er verder niets mee te maken wilt hebben. Dat ze het zelf maar moet uitzoeken, en tegen de tijd dat ze eruit is en haar keuze heeft bepaald, dat u het graag hoort.

Artikelen in Huwelijk en scheiding, Liefde en relaties, Vreemdgaan.

Gelabeld met .