Spring naar inhoud


Collega rijdt te hard

Beste Beatrijs,

Recentelijk ben ik met een collega meegereden naar een stad aan het andere eind van het land, waar we beiden voor zaken moesten zijn. Onderweg viel mij zijn nonchalante rijstijl op. Hij reed consequent te hard, tot 160 km per uur, en deed dit met slechts één hand losjes aan het stuur. Zelf houd ik me doorgaans aan de maximumsnelheid, al was het maar om boetes te vermijden. Ik kan het nog wel accepteren dat iemand wat harder rijdt, maar dit vond ik gevaarlijk. Ik heb er niets van gezegd, want ik weet dat iemands rijstijl altijd heel gevoelig ligt. Zeker deze collega had kritiek als een persoonlijke aanval opgevat. Mijn vraag is: hoe maak ik een andere partij duidelijk dat ik graag veilig word vervoerd? Ik mag van een ander toch verwachten dat hij verantwoordelijkheid neemt voor de passagiers?

Bange bijrijder

Beste Bang,

Het is inderdaad vrij moeilijk om iemand op z’n rijstijl aan te spreken. Vooral de zogenaamd sportieve rijders kunnen vaak totaal geen kritiek verdragen. Ze denken van zichzelf dat ze geweldige en soepele autorijders zijn, maar in werkelijkheid zijn ze een gevaar op de weg. Het is geen lolletje om met zo iemand mee te rijden.

Veel kunt u er niet tegen uitrichten. Als u de politieagent gaat uithangen en op de maximumsnelheid wijst, wordt u uitgelachen. De enige mogelijkheid is om uzelf als patiënt te afficheren. Patiënten krijgen altijd hun zin. U zegt: “Sorry, wil je misschien wat rustiger rijden? Het spijt me vreselijk maar ik heb een snelheidsfobie. Als auto’s harder dan 120 gaan, word ik bang. Het klamme zweet breekt me uit. Zet me anders maar af bij het volgende station.” De maniak wil dan natuurlijk weten waar die fobie vandaan komt. En dan zegt u iets over auto-ongelukken, waar u of uw naasten in hebben gezeten, en waarin te hard rijdende auto’s een rol spelen. Voor zolang dit ene autoritje duurt, zal hij u waarschijnlijk wel ter wille zijn. De volgende keer rijdt u gewoon niet meer met hem mee en neemt u lekker de trein.

Artikelen in Collega's.

Gelabeld met .


Kinderen beschermen tegen verdorvenheid

Beste Beatrijs,

Als jonge, zelfbewuste moeder van twee kinderen (en de derde op komst) heb ik steeds meer moeite met de ‘moderne manieren’ in onze samenleving. Je kind op de (blote) billen geven, daar nemen mensen aanstoot aan, – u ook – terwijl een ‘educatief’ tv-programma, waarin kinderen vanaf tien jaar op verantwoorde wijze leren pijpen (Neuken doe je zo!) niet in het algemene verkeerde keelgat terechtkomt.

Bij ons is de televisie inmiddels het huis uit, maar de kwalijke invloeden van buitenaf drukken enorm op een gezin met jonge kinderen. Ik gun mijn kinderen een fijne, onbezorgde jeugd, zonder inmenging van verknipte zielen. Hutjes op de hei zijn niet voorhanden. Hoe bescherm ik mijn kinderen tegen de verdorvenheid in deze samenleving?

Bezorgde moeder

Beste Bezorgd,

Het programma Neuken doe je zo! werd om 22.00 uur uitgezonden, een tijdstip waarop basisscholieren in bed horen te liggen, dus daar kunnen uw kinderen geen last van gehad hebben. U hebt gelijk dat dit programma geen wonder van goede smaak en fijnzinnigheid was. Maar tieners (voor wie dit programma was bedoeld) worden niet getraumatiseerd door uitingen van slechte smaak. Als ze thuis Beethoven zijn gewend, raken ze heus niet van slag door de Vogeltjesdans. U zegt: de maatschappij is verdorven. Ik zeg: de maatschappij is geseksualiseerd. Er gaat een ongelooflijke hoeveelheid seks om, waarvan het merendeel op een of andere manier verband houdt met commercie. Kinderen vanaf een jaar of zeven weten haarfijn wat reclame is, en wat een echt verhaal of echte informatie. Ook tieners kunnen heel goed onderscheid maken tussen de alomtegenwoordige seks om iets te verkopen, en de gewone seks waar ze zelf mee te maken krijgen. De beste bescherming tegen ‘verdorvenheid’ is niet om de kinderen oogkleppen voor te doen, maar om het goede voorbeeld te geven en duidelijke huisregels te stellen.

Artikelen in Internet en e-mail, Kinderopvoeding.


Vriendin ten huwelijk vragen

Beste Beatrijs,

Ik wil binnenkort mijn vriendin ten huwelijk vragen. Na het bestuderen van het ‘Blauwe boekje’ is het mij nog niet geheel duidelijk welke etiquetteregels daarbij horen. Nu is de boodschap voor mij natuurlijk belangrijker dan de vorm waarin die komt, maar ik zou toch graag enigszins binnen de regels blijven. Een onduidelijkheid is bijvoorbeeld de toestemming van haar vader. Doe ik eerst het aanzoek en vraag ik daarna toestemming, of andersom?

Iemand ten huwelijk vragen is volgens mij een privé-aangelegenheid, en ik vind dan ook dat men dat niet aan tafel in een druk restaurant of ten overstaan van een volledig voetbalstadion doet. Ben ik hierin te ouderwets en zou het privé houden van een aanzoek uitgelegd kunnen worden als onzekerheid of is dit in overeenstemming met de hedendaagse etiquette?

Ja, ik wil

Beste Ja, ik wil,

Het begrip ‘toestemming van de vader’ is, denk ik, al zo’n jaartje of vijftig passé. Dat doen mensen echt niet meer tegenwoordig. Men vraagt iemand niet meer om de hand van zijn dochter, om de simpele reden dat dochters niet meer het eigendom van de vader zijn. Iedereen boven de achttien mag op eigen gelegenheid naar het stadhuis stappen. Wat er wel gebeurt is dat u uw voorgenomen huwelijk aan de wederzijdse ouders meedeelt – hopelijk tot ieders algehele vreugde. Voordat deze informatieronde plaats kan vinden, moet u beiden tot overeenstemming zijn gekomen. Een vrouw kan ook haar vriend ten huwelijk vragen, maar de context is dan eerder praktisch dan romantisch.

U vraagt hoe het aanzoek in het vat moet worden gegoten. Tja, daar zijn heel veel mogelijkheden voor. Het bekendste scenario komt uit de Hollywoodfilms. De held tracteert zijn geliefde op een romantisch etentje in een restaurant en overhandigt haar een klein ingepakt doosje, waarna de volgende standaard-dialoog zich ontspint. Zij: ‘O, een cadeautje, wat zit erin?’ Hij: ‘Maak het nou maar open.’ Dit scenario is goed naspeelbaar, hoewel ik het wel een gedoe vind met die ringen. Je moet iets uitzoeken, waarvan je hoopt dat ze het mooi vindt, en passen doet het natuurlijk niet, dus je moet toch weer terug naar die juwelierszaak. Ach, u kunt uw vriendin ten huwelijk vragen in elke situatie, waarin u met uw tweeën de aandacht op elkaar gericht houdt. Dus niet onder het autorijden of bij een sportwedstrijd. Ook niet op een feestje van vrienden of in de pauze van een voorstelling. Maar in een restaurant kan best, de andere aanwezigen zijn geen toeschouwers – die voeren hun eigen gesprekken. En thuis op de bank kan ook, mits de tv uit staat. Of thuis in bed, of tijdens een wandeling door bos of beemd. Rozen en ringen hoeven er niet bij, maar mogen wel. Een huwelijksaanzoek is een goede manier om de verhoudingen scherp te stellen. Als de ander ‘nee’ zegt, of niet enthousiast reageert of zegt er eerst eens een nachtje over te zullen slapen, dan weet u het: meteen wegwezen.

Artikelen in Liefde en relaties, Traditionele etiquette.

Gelabeld met .


Nieuwe idealisten

Beatrijs Ritsema

Het maatschappelijk en politiek engagement is terug in brede lagen van de bevolking, aldus het onderzoeksbureau Motivaction. De Volkskrant, lange tijd het lijfblad van actievoerend Nederland, was hier zo opgetogen over dat er afgelopen zaterdag zelfs geopend werd met dit bericht onder de kop ‘Patatgeneratie en Generatie Nix bestaan niet meer’.

Zou het waar zijn? Is het afgelopen met het gedesillusioneerde ieder-voor-zich- hedonisme? Hebben Pim Fortuyn en Wouter Bos werkelijk voor een nieuw elan gezorgd, zoals de onderzoekers beweren? Ik merk er weinig van. Bij nader inzien duiden de gerapporteerde cijfers (men heeft meningen gepeild, geen gedragingen) dan ook in het geheel niet op een nakende mentaliteitsverandering, maar gewoon op meer van hetzelfde. Hoewel 60 procent van de ondervraagden positief reageerde op stellingen waaruit maatschappelijk engagement sprak (het ging waarschijnlijk om uitspraken als ‘De wachtlijsten zijn een slechte zaak’ of ‘We moeten streven naar een schoon milieu’) hadden de ondervraagden geen zin om de handen uit de mouwen te steken. Politieke partijen en het maatschappelijk middenveld als geheel zijn veel te star en te ouderwets ingericht om te kunnen appelleren aan het nieuwe idealisme. Nee zeg, in zaaltjes gaan zitten vergaderen, gemeenteraden met nota’s bestoken, wetgeving napluizen, daar kunnen idealisten niet aan beginnen. Veel te ouderwets en niet te vergeten saai!

Waarden en normen daarentegen, daar zijn de ondervraagden helemaal voor. Liefst 84 procent wil ouderwetse waarden en normen, oftewel een strenge moraal. Nu is het schielijk afblazen van het waarden & normen-debat zo ongeveer het enig verstandige wat het kabinet-Balkenende op z’n demissionaire conto kan schrijven, en alsnog roepen de nieuwe idealisten bij monde van Motivaction om een strenge moraal. Heer, vergeef het hun, want zij weten niet wat ze roepen. Moet het afgelopen zijn met promiscue seks, met heupbroeken die de bilnaad vrijlaten, met de routineuze alcoholische uitspattingen van jong en oud, met de gedoogde joints, met het voortwoekerend kwaad van de echtscheiding? Moet het taboe op alleenstaande moeders terug, op homoseksualiteit, op ongehuwd samenwonen? Of bedoelt men dat het vlees van de kiloknaller verboden moet worden wegens dierenleed, of dat de bevolking op een rantsoen van één vliegreis per jaar (milieuschade) moet worden gezet? Vermoedelijk heeft men dit allemaal niet op het oog, het gaat immers altijd om andermans waarden en normen, nooit om die van jezelf – die zijn per definitie in orde, al licht men op grote schaal de verzekering op.

Naast een strenge moraal is 83 procent van de ondervraagden ook en vooral op zoek naar zingeving. De westerse cultuur heeft altijd in deze behoefte voorzien door religie en/of arbeidsethos. Beide concepten hebben 2000 jaar hun werkzaamheid bewezen. Maar van religie moet de nieuwe idealist niets hebben. Een kerk met tanden die de gelovigen voorhoudt wat wel en niet kan, en hoe een fatsoenlijk leven met uitzicht op hiernamaals te leiden, daar ziet niemand iets in. Het enige waar mensen voor warmlopen is een laf ietsisme, dat natuurlijk geen greintje zingeving met zich meebrengt, alleen kitschig geneuzel.

Arbeidsethos ten slotte wordt ook allerwegen afgewezen. Carrièremaken, daar doen nieuwe idealisten niet aan. Van hard werken word je moe en krijg je stress, en dat is niet zingevend. De nieuwe idealist m/v werkt graag in deeltijd. Terwijl hij/zij thuis op de bank hangt, mijmert hij dat er toch ergens Iets moet zijn. Hij brandt zich niet aan het maatschappelijk middenveld, waar hij zich nuttig zou kunnen maken. Hij piekert over hoe anderen een strengere moraal zouden kunnen gaan aanhangen en zapt intussen de dertig tv-kanalen af. Ja, de nieuwe mens is waarlijk opgestaan.

Artikelen in NRC-column.


Onderbreken met eigen verhaal

Beste Beatrijs,

Tijdens een familie-ontmoeting beklaagde een bejaard familielid zich over het feit dat tegenwoordig nogal wat mensen de onhebbelijkheid vertonen om iemand zijn verhaal ‘af te pakken’. Zodra zij een naam of begrip herkennen, beginnen zij hun eigen ervaringen te spuien en trekken zo het gesprek naar zich toe. Heel herkenbaar. Prompt bracht de klaagster dit verschijnsel zelf in praktijk, want toen wij vertelden over een korte vakantie in Twente, nam zij het intiatief naadloos over en meldde omstandig haar belevenissen van lang geleden met mensen uit die streek. Ik liet dat – voor de zoveelste keer – over mijn kant gaan.

Later die dag bleek ze kritiek op mij tegenover haar man te hebben ge-uit, omdat ‘hij (ik dus) elk gesprek afkapt.’ Ook herkenbaar, want ik heb de techniek ontwikkeld om na een dergelijk intermezzo terug te komen op mijn oorspronkelijke verhaal en dat af te maken. Hoe te handelen zonder nijdig te worden, en hoe moet ik reageren op niet tegen mijzelf ge-uite kritiek?

Blijf van m’n verhaal af

Beste Blijf af,

Als u wordt onderbroken in uw verhaal zou u natuurlijk graag ‘Mag ik even uitspreken?’ roepen, maar op familiebijeenkomsten of recepties is er geen voorzitter in de buurt om u het ontroofde woord terug te geven. Het niveau van de conversatie is afhankelijk van de inzet van deelnemers. Inbreken in elkaars woorden mag, maar bij voorkeur als het nieuw ingebrachte element interessanter is dan de lopende woorden. Jammer genoeg overschatten mensen vaak de kwaliteit van hun eigen inbreng. Uw methode: de ‘afpakker’ beleefd laten uitspreken en daarna uw eigen draad weer opvatten is een elegante teweerstelling tegen woordroof. Ik zou geen betere manier weten. Tevredenheid over uzelf zou u toch moeten weerhouden van nijdige uitvallen? Kritiek die via derden tot u is gekomen kunt u naast zich neerleggen zonder er verder aandacht aan te besteden.

Artikelen in Communicatie, Familie.

Gelabeld met .


Last van bloemschikclubje

Beste Beatrijs,

Wij groeten onze buren wel, maar hebben verder geen contact met hen. Nu heeft de buurvrouw al jaren een soort bloemschikclubje. ’s Ochtends om ongeveer half zeven begint ze met het schuiven van de bloempotten over de kale zoldervloer, dan de hele dag mensen met veel geschreeuw in huis en ’s avonds weer opruimen tot 10 uur en dan gaan zij naar bed. Wij gaan later slapen, met als gevolg dat we ’s ochtends gewekt worden door de herrie. We hebben dit meer dan eens met haar besproken, dan zegt ze ook dat ze er rekening mee zal houden, maar er verandert niets. Ook kunnen we de auto vaak niet kwijt, omdat alle parkeerplaatsen bezet zijn door cursisten. Weet u hier een oplossing voor?

Geterroriseerd door bloemschikkers

Beste Geterroriseerd,

Is het bloemschikclubje dagelijks? Dat zou betekenen dat uw buurvrouw een bedrijf heeft, en daar zou ze een vergunning voor nodig hebben. U kunt zich hierover informeren en eventueel bezwaar aantekenen bij de gemeente.

Is het bloemschikclubje één keer per week? Dan is het gewoon een hobby van haar, en dan zou ik me er verder niet aan storen, als ik u was. Bedenk hoeveel erger u het had kunnen treffen: tieners in de garage naast u die elke avond tot diep in de nacht oefenen met hun bandje. Oude mensen die hardhorend zijn en de hele dag de tv oorverdovend hard hebben aanstaan. Een buurman die bij wijze van vijfjarenproject zijn huis verbouwt in de avonden en weekenden. Buren die teveel drinken en dan ruzie gaan maken. Eenzame honden die dagenlang janken…

Prijs u gelukkig met uw buurvrouw en haar bloemschikclubje.

Artikelen in Buren.

Gelabeld met .


Dochter beter dan zoon?

Beste Beatrijs

Je hoort en leest eindeloos veel verhalen over de moeder-dochter-relatie: hoe bijzonder die is, en dat dochters later bij je blijven, terwijl je zonen kwijtraakt. Vriendinnen zeggen steeds dat een kleinkind van je dochter veel leuker is dan van je zoon. Zelf heb ik alleen twee zonen en ik word hier een beetje depressief van. Is een moeder-zoon-relatie dan niet bijzonder en mis je dus wat als je geen dochter hebt?

Moeder zonder dochter

Beste Moeder zonder,

Maak u niet bezorgd, het zijn onzinverhalen. Een moeder-zoon relatie is even bijzonder als een moeder-dochter relatie. De mate waarin een oma betrokken is bij de geboorte en het leven van een kleinkind hangt van heel andere dingen af. In de eerste plaats van de fysieke afstand. Als je aan de andere kant van het land woont, is er minder contact dan wanneer je vlakbij elkaar woont. Verder hangt het af van de warmte die er bestaat tussen de moeder en het volwassen geworden kind (zoon of dochter, maakt niet uit). De ene volwassene gaat veel vertrouwelijker om met zijn of haar moeder dan de andere. Als de band tussen moeder en volwassen kind goed is, dan zal een kleinkind de vreugde alleen maar verhogen. Als de band tussen moeder en volwassen kind niet zo geweldig is, kan de geboorte van een kleinkind voor verbetering zorgen.

Onderschat niet het belang van de verhouding tussen moeder en schoonzoon/-dochter. Als die goed is, dan is het veel makkelijker voor oma om een goede band met het kleinkind op te bouwen, dan wanneer ze weinig met elkaar op hebben. Hoe aardiger iedereen elkaar vindt, hoe beter het gaat. Dat is in ieder geval veel belangrijker dan of je nu een zoon of een dochter hebt. Als de verhouding met uw twee zonen en schoondochters in orde is, dan krijgt u net zo’n bloeiend oma-bestaan als uw vriendinnen-met-dochters. Laat u niets wijsmaken!

Artikelen in Kinderopvoeding, Ouders en volwassen kinderen.


Wie betaalt de bruiloft?

Beste Beatrijs,

Mijn dochter van 25 jaar en haar vriend wonen inmiddels zo’n drie jaar samen, en hebben onlangs aangekondigd te willen trouwen. Prima! Vorige week belde ze mij op met als nieuwtje datum en plaats van de trouwerij. En ja, de muziek was geregeld, en ze hadden een begroting opgesteld. Ik voelde nog helemaal niks aankomen. Toen vroeg ze of wij (mijn vrouw en ik) ‘duizend euro of een paar duizend’ wilden bijdragen in de kosten van de trouwdag. De ouders van de aanstaande schoonzoon schenen al een bijdrage van onbekende omvang te hebben toegezegd. En eigenlijk vonden we het een rare vraag. We voelden ons er allebei onplezierig en ongemakkelijk bij. Feesten geef je niet op kosten van een ander, vinden wij. Maar ze verwees weer naar haar vriend, en naar zoveel anonieme anderen, van wie de ouders ook royaal waren bijgesprongen. Probleem is dat wij het niet normaal vinden, en ook geen voorbeelden kennen die haar eventuele ‘gelijk’ ondersteunen. Kortom: wij weten niet wat ‘gebruikelijk’ is. Misschien zijn wij wel ouderwets?! Hoe kunnen wij deze situatie oplossen?

Wie betaalt de bruiloft?

Beste Wie betaalt,

Ouderwets zou ik u niet willen noemen, eerder super-modern. Tot nog niet eens zo lang geleden (ik denk tot ongeveer de jaren 1970) was het gebruikelijk dat de ouders van de bruid de hele bruiloft betaalden met alles erop en eraan! Receptie, diner, feest. Dit was de belangrijkste reden waarom ouders de hele geschiedenis lang minder blij met dochters waren dan met zonen. Meisjes kostten eenvoudig veel meer geld, hetzij door het bruidsschat-systeem, waarmee dochters aan de man gebracht moesten worden, hetzij door de bruiloft zelf die een enorme uitgave betekende.

Dit ligt nu anders. Wat overigens niet wil zeggen dat trouwende mensen alles zelf betalen. In de meeste gevallen leveren ouders, zowel van de bruid als van de bruidegom, wel degelijk een flinke financiële bijdrage. Maar daarmee zetten zij plechtigheid en feest ook naar hun eigen hand. Het idee van een huwelijk is dat twee families voortaan aan elkaar gesmeed zijn. De bruid doet haar intrede in haar mans familie en de bruidegom in de hare. Dit is een betekenisvol moment. Door het sluiten van een huwelijk wordt tegenover de maatschappij en tegenover de twee families officieel bevestigd dat men bij elkaar hoort. De bijbehorende festiviteiten vormen een welkom voor het paar en een onderlinge kennismaking van de families. Het is helemaal niet raar dat de ouders (gelukkig niet meer alleen van de bruid maar ook van de bruidegom – zo geëmancipeerd zijn we wel tegenwoordig) bijdragen aan de kosten van het trouwfeest. Waarmee u ook voor een deel het uitnodigingsbeleid bepaalt. Er komt waarschijnlijk een diner met intimi (bruidspaar, wederzijdse ouders, eventuele broers en zusters, getuigen). Komt voor rekening van de ouders. Er is misschien een receptie, waarvoor familieleden en -vrienden worden uitgenodigd. Ook voor rekening van de ouders.

Het bruidspaar moet hier natuurlijk wel mee instemmen. Als zij geen receptie, geen diner met familie willen, maar alleen een swingend feest voor hun eigen vrienden vanaf 22.00 uur tot de kleine uurtjes in een discohol, dan gaat u daar natuurlijk niet voor betalen.

Artikelen in Bruiloft, Ouders en volwassen kinderen.

Gelabeld met .


Kinderen slaan

Beste Beatrijs,

Kinderopvoeding is zo’n beetje de zwaarste taak die een mens op zich kan nemen. Als moeder van een baby en een kleuter spreek ik uit ervaring. Onlangs is bij mij in de stad een moeder op straat door een gestoorde man aangevallen, omdat ze haar driejarige zoontje billenkoek gaf. Dit werd door die gek opgevat als kindermishandeling. Het had mij ook kunnen overkomen, want ik deel ook billenkoek uit als ik mijn geduld verlies. Over opvoeding zullen we het in Nederland nooit eens worden, maar respect voor de ouders moet wel hersteld worden. Tot die tijd is mijn vraag aan u: Hoe verdedig ik mij het beste als ik aangevallen word op de manier waarop ik mijn kinderen tracht op te voeden?

Laat me toch slaan!

Beste Laat me toch,

U bent niet de enige die gehecht is aan het ouderlijk recht op slaan. Naar aanleiding van de vraag van ‘Oma met losse handjes’ (Trouw, 29 maart) kreeg ik verschillende reacties van mensen, die het voor deze oma opnamen en in één moeite door hun eigen sla-gedrag verdedigden. Een briefschrijfster klaagde over haar buurvrouw die gedreigd had de kinderbescherming op haar dak te sturen, omdat ze haar kinderen sloeg. Al deze briefschrijvers vragen om respect. Men wil in alle vrijheid op straat of thuis z’n kinderen kunnen slaan zonder dat anderen zich daar mee bemoeien.

De voorstanders kunnen hoog of laag springen, maar openbare tuchtiging blijft een onverkwikkelijk tafereel. De geseling, de schandpaal, de terechtstelling zijn niet voor niets afgeschaft. Een volwassene die een krijsend kind slaat wekt bij omstanders een instinctief gevoel van ‘Kun je wel tegen zo’n kleintje?’ Het ziet eruit als geweld en het ís ook geweld, want de klappen vallen in een driftaanval die het gevolg is van geduldverlies. Klappen die bij wijze van koele strafmaat worden toegediend (over de knie, twintig slagen) zijn nog veel erger. Helpen doet het allemaal niet, want een dag of een uur later misdraagt het kind zich toch weer.

Dat er in gezinnen met kleine kinderen weleens een klap valt is onvermijdelijk. Maar wie slaag niet beschouwt als een teken van onvermogen, maar als een normaal opvoedingsinstrument, maakt de weg vrij voor escalatie. Elk pak slaag dat een ouder uitdeelt maakt de drempel lager voor een volgend pak slaag.

In het algemeen zullen mensen die op straat hun kind slaan niet zo snel door voorbijgangers worden gecorrigeerd. Men weet tenslotte wel hoe erg een kind z’n ouders tot razernij kan drijven, en haalt z’n schouders op. Met buren ligt het anders. Buren weten best dat er in een huis met jonge kinderen veel wordt gehuild en geschreeuwd. Een incidentele klap van de ouders zal in het normale tumult niet eens worden opgemerkt. Als het pak slaag zo frequent wordt toegepast dat het de buren begint op te vallen, dan gaat het er kennelijk hard aan toe en is er wel degelijk reden voor zorg. Betrokken buren moeten dan juist niet de ogen sluiten. Beter dan dreigen met de kinderbescherming (dat wekt alleen maar woede) is het om daadwerkelijk de kinderbescherming in te lichten, als omwonenden menen dat het slaan op kindermishandeling is uitgelopen.

Artikelen in Kinderopvoeding.

Gelabeld met .