Spring naar inhoud


Vegetarisch koken bij reünie

Beste Beatrijs,

Laatst hadden we een familiereünie ergens in het midden van Nederland, omdat er familie uit het buitenland over was. Het echtpaar bij wie we te gast waren is vegetarisch, de andere acht personen van het gezelschap niet. Het eten ’s avonds bestond uit een stukje hartige taart (koud), met een koud hapje in een soort komkommerschil en als toetje een stukje koude geroosterde banaan.

Het was dus niet echt een warme maaltijd, ook niet echt lekker, maar mijn vraag is eigenlijk: horen de gastvrouw en -heer niet te overleggen over het eten, en is het logisch dat er altijd vegetarisch geserveerd wordt, terwijl de meerderheid van de aanwezigen niet vegetarisch is?

Met lange tanden

Beste Met lange tanden,

Een vegetariër is zeker niet verplicht om vlees klaar te maken voor niet-vegetarische gasten. Het is net zoiets als roken. In een rookvrij huis biedt de gastheer geen sigaretten aan, en mogen de gasten er ook geen opsteken. Mensen van de blauwe knoop serveren ook geen alcohol aan gasten. Let wel: het mag allemaal wel. Sommige vegetariërs kopen een kant-en-klare kip of gebraden rollade voor hun gasten en zetten dat op tafel. Sommige niet-rokers staan gasten toe te roken in hun huis. En sommige niet-drinkers maken toch een flesje wijn open voor hun gasten.

Het ontvangende echtpaar had dus geen vlees hoeven klaarmaken voor de familiereünie. Uw klacht, dat het eten karig, koud en niet lekker was, heeft niets met het vegetarisme van de koks te maken. Ook vegetariërs kunnen heerlijke en overvloedige warme maaltijden bereiden. Misschien was een gezelschap van tien te groot voor dit echtpaar om voor te koken. Overleg van tevoren kan zoiets opvangen, waarbij het wel zo aardig is als de ontvangende partij niet om hulp hoeft te vragen, en de anderen het initiatief nemen. Mensen hadden bijvoorbeeld kunnen aanbieden om gerechten mee te nemen die ter plekke opgewarmd konden worden. Meteen een handige manier om het vlees binnen te smokkelen. Een ander familielid had kunnen aanbieden een uur of twee eerder te komen dan het afgesproken tijdstip om mee te helpen met de voorbereidingen. Op die manier komt niet een heel drie-gangenmenu voor tien mensen neer op de schouders van twee, die kennelijk niet weten hoe het moet.

Artikelen in Eten en drinken, Familie, Visite.

Gelabeld met , .


Buren zijn te gezellig op straat

Beste Beatrijs,

Sinds een jaar wonen wij met onze dochter van twee jaar in een hoekhuis met uitzicht op een speeltuintje. In de aangrenzende huizen wonen gezinnen die het erg goed met elkaar kunnen vinden. Een groot deel van hun vrije tijd brengen ze samen door op het stoepje voor de ingang van de speeltuin. In de winter kunnen ze rechtstreeks bij ons naar binnen kijken; in de zomer wordt het uitzicht gelukkig belemmerd door gebladerte van een struik. In de zomer gebeurt het bovendien regelmatig dat het tuinmeubilair de straat op gaat en dat deze gezinnen tot laat in de avond een barbecue- of pannenkoekenfestijn houden. Zoiets zouden ze ook in hun eigen tuin kunnen doen.

Ik heb geen behoefte aan contact met deze mensen; ze zijn mijn type niet. Ik zorg er dus voor dat ik op de dagen dat ik niet werk, zoveel mogelijk met mijn dochter het huis uitga om een bezoek aan de speeltuin te vermijden. En in de winter zit ik zo min mogelijk in de zithoek, zodat ik me niet zo bekeken voel.

Ben ik nu zo intolerant of is dit inderdaad een buitenissige situatie? Wat kan ik er tegen doen of hoe moet ik er mee leren omgaan?

Te veel gezelligheid bij de buren

Beste Te veel,

Mij wordt niet duidelijk wat de buren nu eigenlijk misdaan hebben. Ze hangen tegenover uw huis rond voor de ingang van de speeltuin en kunnen bij u naar binnen kijken. Hier is een eenvoudige oplossing voor: hang lichte vitrage op. Dan kunt u nog wel naar buiten, maar zij niet meer naar binnen kijken. U neemt het hen kwalijk dat zij barbecues en pannekoekenfestijnen niet in hun tuin, maar bij de speeltuin houden. Ik zie daar het bezwaar niet van in. De kinderen willen buiten spelen en rennen, terwijl de ouders zich met elkaar verstaan en een oogje op de kinderen houden. Dat is nu net het idee van zo’n speeltuintje.

Als u met uw dochter naar dit speeltuintje gaat, bent u niet verplicht tot kletspraat met deze buren. U kunt daar rustig op een bankje zitten en een tijdschrift lezen of iets dergelijks. Wel moet u hen groeten, en even een kort praatje over het weer of de kinderen kan ook geen kwaad. Het lijkt me beter om te zorgen voor een prettige verstandhouding met de buren, dan altijd met uw dochter weg te vluchten op de dagen dat u niet werkt. Er zit ook een groot voordeel aan dat deze mensen bij het pleinmeubilair horen: sociale controle – zij houden in de gaten wat er gebeurt en kunnen ingrijpen als er dingen misgaan. Als uw dochter wat ouder wordt, zal zij zelf naar de speeltuin willen, en dan hoeft u er niet meer voortdurend naast te zitten. Hoe meer mensen uit de straat zij kent en andersom, hoe veiliger het daar voor haar is en hoe beter zij zich thuisvoelt in haar woonomgeving. Deze buren zijn uw type niet, schrijft u. Dat hoeft ook helemaal niet om toch vriendelijk met elkaar om te gaan. Oppervlakkige vriendelijkheid, geen diepgevoelde.

Artikelen in Buren.

Gelabeld met .


Vriend wil niet gefeliciteerd worden

Beste Beatrijs,

Mijn vriend wil niet opgebeld worden met felicitaties voor zijn verjaardag. Dan weigert hij bijvoorbeeld botweg mijn zus te woord te staan als die belt en tegen mij zegt: “Nou, geef hem maar aan de lijn, dan zal ik hem niet feliciteren.”

Hij vindt verjaardagen flauwekul, omdat je weer een jaar dichter bij je dood bent en daar kennelijk blij mee moet zijn. Mijn zieke zus vindt echter dat je elke verjaardag heel erg leert waarderen als je aan een in potentie dodelijke ziekte lijdt en daar geeft ze dan (tot vervelens toe – dat vind ik ook) een hele verhandeling over. Een andere zus is wel op zijn verzoek ingegaan en slaat de verjaardag van

vriendlief echt over. Het vieren van verjaardagen hoeft wat mij betreft evenmin, maar ik zit hier tussenin en wil de familie niet voor het hoofd stoten.

Geen slingers, geen ballonnen

Beste Geen slingers,

Het lijkt me heel eenvoudig: als uw vriend niet gefeliciteerd wil worden omdat hij een hekel aan zijn verjaardag heeft, dan moet uw familie dat respecteren en hem niet feliciteren. Iedereen heeft recht op zijn eigenaardigheden, zeker als het om van die minuscule, totaal geen overlast veroorzakende eigenaardigheden gaat. Uw zuster, ziek of niet, moet uw vriend niet confronteren met iets wat kennelijk onaangenaam voor hem is. Er blijven 364 dagen in het jaar over, waarop zij hem kan bellen, zonder dat dat tot irritatie leidt.

Nu hij weet hoe belangrijk het voor haar is, zou het uw vriend overigens sieren, wanneer hij uw zuster wél opbelt met felicitaties als zij jarig is.

Artikelen in Broers en zussen, Familie, Liefde en relaties, Telefoon, Verjaardag.


Drie geliefdes

Beste Beatrijs,

Ik ben een man die erg veel waarde hecht aan zijn persoonlijke vrijheid en daarom niets voelt voor een vaste relatie. Dat betekent niet dat intiem contact met het andere geslacht wordt gemeden. Ik prijs mij gelukkig met drie vriendinnen die ik af en toe ontmoet. Zij zijn op de hoogte van mijn levenswijze. Het uitgangspunt is altijd geweest om elkaar volledig vrij te laten. Dat gaat al jaren goed.

Onlangs deed een van de vriendinnen mij ‘het uitdrukkelijke verzoek’ om met de andere twee te kappen. Bij weigering ‘zou zij zich misschien wel terugtrekken’. Ik was verbijsterd. Mijn verstand zegt dat ze door dit dreigement zichzelf als onbetrouwbaar heeft gekwalificeerd en dat ik het daarom gewoon zélf moet uitmaken. Ik laat toch geen betrouwbare vriendinnen vallen voor een onbetrouwbare! Mijn gevoel zegt echter dat ik haar de kans moet geven om haar ‘ultimatum’ in te slikken, zodat het misschien toch met een sisser afloopt. Wijze raad bij deze netelige kwestie is welkom.

Vrije vogel

Beste Vrije vogel,

Ik denk niet dat de vraag van uw vriendin haar als ‘onbetrouwbaar’ klassificeert. Haar gevoelens zijn veranderd, dat is alles. Na een aantal jaar tevredenheid met de positie van ‘een van de drie’ mikt zij nu op iets hogers, namelijk de enige ware liefde te zijn in uw leven. Zij heeft er genoeg van u nog langer met twee andere vrouwen te moeten delen. Dat valt haar niet kwalijk te nemen. Iemands ambities en behoeften zijn nu eenmaal aan verandering onderhevig. Andere mensen beloven elkaar eeuwige trouw, waarna een van de twee er ijskoud met een ander vandoor gaat. Die situatie lijkt me eerder aanleiding voor verontwaardiging dan wat u is overkomen. U hebt slechts te klagen over een teveel aan liefde.

U heeft noch reden voor verbijstering, noch voor verontwaardiging. Het enige wat u te doen staat is haar duidelijk te maken hoe het zit door haar te vertellen: ‘Lieve Lizzy, ik ben zeer geroerd door je aanzoek, maar ik kan en wil Juultje en Babetje niet laten vallen. Jullie betekenen alledrie evenveel voor mij. Als je dit niet aan kunt, ga in vrede. Mijn deur blijft voorlopig voor je openstaan – althans op woensdagavond.’

Artikelen in Liefde en relaties.


Geen zin in vriendschap

Beste Beatrijs,

Ik ben 75 jaar en vrouwelijk lid van een kerkelijke gemeente. Nu is er in die gemeente een vrouw van mijn leeftijd die op mij ‘valt’. Zij wil steeds een afspraak maken, maar eerlijk gezegd heb ik daar geen zin in. Ik ben door een lichte handicap beperkt in mijn bewegingsvrijheid en heb meer dan genoeg aan mijn man, kinderen, kleinkinderen en onze vrienden.

Ik heb al zo veel relaties en zij duidelijk niet. Maar ik wil ook graag een goed christen zijn. Hoe los ik dit op zonder al te kwetsend te zijn? Want het moge duidelijk zijn: ik heb geen zin meer in afspraken en/of telefoontjes.

Hoe kom ik eronder uit?

Beste Hoe kom ik,

Het is altijd moeilijk om mensen af te wijzen, die op iets volmaakt onschuldigs uit zijn als sociaal contact. U wilt deze dame niet voor het hoofd stoten, maar tegelijk wilt u geen afspraken maken waar u geen zin in hebt.

U vraagt zich ook af of u wel een goed christen bent, als u niet op haar avances ingaat. Wat dat laatste betreft kan ik u geruststellen. Vriendschap is iets anders dan naastenliefde. Een goed christen helpt de behoeftigen en biedt steun aan degenen die dat nodig hebben, maar u hoeft niet iedereen als vriendin aan te nemen, die zich als zodanig aanmeldt. Dat zou betekenen dat u geen zeggenschap meer hebt over uw sociale leven, en dat is niet de bedoeling van vriendschap. Vriendschap is een gelijkwaardige uitwisseling tussen mensen die in min of meer gelijke mate sympathie voor elkaar koesteren. Men raakt niet met iemand bevriend uit medelijden.

Deze dame heeft last van eenzaamheid, en dat is heel naar, maar ze kan niet verwachten dat het met één persoon meteen raak zal zijn. Ze zal verschillende pogingen met verschillende mensen moeten ondernemen, en onderwijl zullen zich mislukkingen voordoen, bijvoorbeeld met u. Vanaf nu gaat u haar op een beleefde en tegelijk vage manier afhouden. Met ‘vaag’ bedoel ik dat u niet botweg zegt: ‘Ik heb geen zin’, maar dat u excuses bij de hand houdt die op onmacht slaan. Wat in uw brief staat is overigens prima bruikbaar. Als ze u opbelt of aanspreekt om nu toch echt eens een afspraak te maken, dan zegt u: ‘Het spijt me, maar ik zit de komende tijd heel erg vol met verplichtingen binnen de familie.’ Of: ‘Het spijt me, maar ik ben heel moe de laatste tijd door mijn … (wat voor handicap u ook hebt)’, of: ‘Het spijt me, maar ik kan geen energie meer opbrengen voor dingen die buiten mijn dagelijkse routine vallen.’ Zolang u zich verontschuldigt voor uw weigering, is de waarheid best draaglijk zijn voor haar. Ze weet dan dat ze andere mensen moet proberen, en op een gegeven zal dat ook wel lukken.

Artikelen in Kerk, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , , .


Oma is handtastelijk

Beste Beatrijs,

Mijn zoon van 17 weigert mijn moeder (70) nog langer te begroeten of gedag te zeggen. Mijn moeder houdt zich niet aan de ongeschreven privacy-regels. Dit doet zij bij iedereen. Zij houdt heel lang je hand vast, kijkt je hemels lachend aan, en streelt je handen. Tijdens een gesprek staart ze je lachend aan.

Mij irriteert het ook, maar ja het is mijn moeder! Ik heb geprobeerd er iets van te zeggen, maar dat vond ze aanstellerij. Wat moet ik met mijn zoon, zeggen dat hij toch gedag moet zeggen of niet?

Oma is handtastelijk

Beste Oma is,

Een van de problemen van oude mensen is een gebrek aan fysiek contact. Seks speelt geen rol van betekenis meer, hun wederhelft is vaak overleden, ze raken eenvoudigweg nooit meer iemand aan. Daarom zijn grootouders zo dol op hun (kleine) kleinkinderen; dat zijn de enigen met wie ze nog kunnen knuffelen. Als de kleinkinderen groter worden, willen die dat meestal niet meer. Uw moeder houdt andermans handen te lang vast, omdat dit voor haar de enige manier is om überhaupt nog iemand aan te raken. Dat een zeventienjarige daar geen zin in heeft, is begrijpelijk. Dit is niet echt de leeftijd om je te laten strelen door wie dan ook van boven de 25, dus ook niet door oma.

Zeg tegen uw zoon dat begroeten/afscheid nemen verplicht is, een vaststaande regel die in graniet is gebeiteld. Hij mag zich onder geen beding hieraan onttrekken, maar hij kan het wel op zijn eigen manier doen. Hij kan oma de hand drukken en deze meteen weer losrukken. Hij is sterker dan zij, dus dat zal geen probleem zijn. Als ie aardig wil zijn (misschien kunt u een klein beetje druk op hem uitoefenen) kan hij zich voorover buigen en haar vluchtig op de wang kussen. Echt, dat duurt niet langer dan een seconde. En dan onmiddellijk twee, drie stappen achteruit om zich in veiligheid te stellen. Moet lukken, lijkt me.

Ter compensatie kunt u uw eigen hand wat langer ter beschikking stellen om te worden gestreeld.

Artikelen in Aanspreken en begroeten, Grootouders en kleinkinderen, Ouders en volwassen kinderen.

Gelabeld met .


Rijke mensen

Richard Conniff: The Natural History Of The Rich. A Field Guide. William Heinemann. Importeur… E32.85

Rijkdom is ook niet meer wat het geweest is. Dat zou je kunnen afleiden uit de commotie rond de buitenproportionele bonussen van Ahold-topman Anders Moberg. Met enige voorzichtigheid zou je deze conclusie ook kunnen trekken uit het boek The Natural History of The Rich. A Field Guide. De auteur Richard Conniff, Amerikaans wetenschapsjournalist (onder andere voor The National Geographic), die eerder boeken schreef over ratten en ongewervelden, maakte de sprong van dierenrijk naar mensdom, en hield daarbij vast aan het gangbare instrumentarium waarmee diergedrag in kaart wordt gebracht: de evolutiebiologie.

Zoals men een mierenkolonie of een makakentroep uitstekend met behulp van het darwinistische model te lijf kan gaan, zo is er niets op tegen om ook de categorie ‘rijke mensen’ op die manier te bestuderen. Toch wringt de dubbelzinnigheid van het perspectief. Steeds dringt de vraag zich op: wat wil de schrijver dat de lezer van zijn boek meeneemt? Gaat het hem om een lesje in sociaal-darwinisme of een inkijkje in de wereld der rijken? Half als grap half serieus beschouwt Conniff de rijken als een ondersoort van de homo sapiens, maar voor zijn eerste doelstelling had hij n’importe welke categorie bij de kop kunnen nemen, onderwijzers, politici, kerkvorsten, omdat menselijke drijfveren overal hetzelfde zijn. En voor het aspect ‘ditjes en datjes over de rijke medemens’ zijn voor geïnteresseerden talloze andere bronnen beschikbaar, variërend van roddelbladen of biografieën van plutocraten tot tentoonstellingscatalogi over het dagelijkse leven aan het hof van Egyptische farao’s.

Conniff’s uiteenzettingen over evolutionaire mechanismes zijn welbekend en voegen niets nieuws toe. Hoe hij een en ander toepast op het gedrag van de rijken zou je zelf ook wel kunnen verzinnen – daar staat tegenover dat hij het allemaal smeuïg opschrijft met voorbeelden uit de Amerikaanse en Britse geschiedenis, citaten uit gesprekken met rijke personen, en veel parallellen uit het dierenrijk. In vlotheid van formulering en humor doet zijn schrijfstijl denken aan die van onze eigen Nederlandse bioloog en pleitbezorger van het dierlijke in de mens: Midas Dekkers.

Consequentie van deze luchtige, tongue-in-cheek aanpak is een zekere losheid in beweringen en definiëringen. Nu is dat altijd al een probleem in de sociobiologie en evolutiepsychologie. Deze theorie schuwt de grote greep niet. Dat vormt een belangrijk deel van de aantrekkingskracht ervan: het gaat over wezenlijke dingen, waar iedereen mee te maken heeft, als macht, status, dominantie, seks en agressie. Tegelijk zijn deze fenomenen uiterst glibberig om te bestuderen, omdat er tussen gedrag en verschijnsel het dikke kussen van de interpretatie zit. Conniff is de eerste om dit toe te geven. Hij schrijft bijvoorbeeld dat er onder biologen geen overeenstemming bestaat over wat dominantie precies inhoudt. Is een dominant persoon (of aap of wolf of leeuw) degene die de sterkste is, of de agressiefste, of degene die de meeste aandacht krijgt van groepsgenoten, of degene die de eerste keus krijgt in voedsel, seks-partners of andere begeerlijkheden? Nu eens het een, dan weer het ander en soms geldt het allemaal tegelijk. Het lastige is dat gedragingen van individuen alleen in contekst bezien en geïnterpreteerd mogen worden. Soms zijn dominante personen juist helemaal niet fysiek agressief, maar kan hun macht of status afgeleid worden uit de mate waarin zij hun ondergeschikten gunsten toebedelen. Het begrip dominantie of submissie zegt iets over een relatie en is dus niet statisch maar dynamisch.

Voor het gemak heeft Conniff in zijn boek rijkdom gelijkgesteld aan macht. Grotendeels lijkt deze operationalisatie wel gerechtvaardigd. Rijke mensen beschikken in ieder geval over datgene waar iedereen naar streeft, namelijk geld, en van daaruit vallen hen allerlei andere aantrekkelijkheden in de schoot zoals de mogelijkheid je omgeving naar je hand te zetten, hoge status, verschillende sekspartners, een lang leven in comfortabele omstandigheden. Toch valt rijkdom niet helemaal samen met macht, want er zijn ook machtigen die niet tot de superrijken horen (presidenten, topwetenschappers, hoge ambtenaren) en rijken zonder veel invloed (kapitaalkrachtigen die een beetje zitten te vegeteren op hun landgoed).

Het is lastig om generalisaties over het gedrag van rijken te maken, omdat spiegelbeeldige gedragingen tot hetzelfde resultaat kunnen leiden. Neem bijvoorbeeld imponeergedrag. Rijke mensen wonen in grote huizen. Wie tien miljoen dollar bezit (junior wealth volgens Amerikaanse standaarden) schaft zich een mansion aan of beter nog, laat er eentje bouwen. Toch doen ook veel rijken niet aan conspicuous consumption. Zij laten het juist niet breed hangen, maar meubileren hun tochtige familiekastelen volgens het principe ‘early attic, late cellar’, oftewel ze halen het oude meubilair van de rommelzolder en dragen de kostuums van opa af. Dit is zo’n beetje het verschil tussen oud geld en nieuw geld, waarbij nieuw geld nog zo enthousiast is over het behaalde succes dat de wereld ervan doordrongen moet worden, terwijl oud geld daar veel te blasé voor is. Het gedrag van oud geld is intussen even imponerend bedoeld als dat van de nieuwkomers in de scene. Het gaat er maar net om op wie de rijke indruk wil maken, en het lijstje ‘te imponeren personen’ is voor oud geld veel korter dan voor nieuw geld. De attributen zelf doen verder niet ter zake. Vroeger hadden rijken imponerend meubilair, zoals stoelen met leeuwenklauwen als poten, een tijgerhuid voor de open haard en een hertenkop erboven. Tegenwoordig hangen ze liever een Monet op, maar het zijn slechts status-indicaties, die wisselen naar gelang de mode.

Conniff, stelt dat er drie leugens zijn die de rijken onderschrijven: ‘Ik geef niets om geld’, ‘Ik vind macht niet belangrijk’ en ‘Het kan me niets schelen wat anderen van me denken’. Het omgekeerde is vanzelfsprekend steeds waar. Geld is precies wat de rijkaard onderscheidt van minder bedeelde stervelingen en het beste middel om anderen voor je karretje te spannen. Als het waar zou zijn dat het rijken niet interesseerde wat anderen van hen dachten, dan zouden ze niet in zo groten getale met zoveel overgave gevaarlijke sporten (ballonvaarder Steve Fossett, zeezeiler Larry Ellison) of de filantropie beoefenen. Topkapitalist J. Paul Getty wordt nu niet meer herinnerd als oliebaron, maar als kunstliefhebber door het gelijknamige museum in Los Angeles, waar zijn collectie hangt. Miljardairs Bill Gates, Rupert Murdoch en Ted Turner raakten verwikkeld in een gulheidscompetitie, waarbij het erom ging wie het meeste gaf aan goede doelen. Gates gaf studiebeurzen aan minderheden, Murdoch aan een katholieke kathedraal in Los Angeles, Turner aan de bestrijding van ziektes in de derde wereld. Turner verzekerde zich van de gunst van het publiek met een gift van een miljard dollar. Het lijkt veel op de competitieve potlatch-feestjes van de Kwakiutl indianen die rivaliserende stammen vernederden door ze te verpletteren onder luxueuze feestmaaltijden.

Rijken gaan vooral met rijken om, want onder elkaar voelt men zich prettiger. Misschien is het leven voor rijken nu iets moeilijker dan vroeger, omdat ze zich net iets minder kunnen permitteren. Ze moeten bijvoorbeeld rekening houden met de publieke opinie. Konden rijke vorsten vroeger probleemloos het personeel bezwangeren, tegenwoordig zit je zo voor de rechter met een klacht over seksuele intimidatie. Betrouwbaar personeel was altijd al moeilijk te krijgen, maar als een rijk en beroemd persoon nu iemand ontslaat, dan schrijft de onslagene meteen een boek over zijn ervaringen. Ex-vrouwen en ex-vriendinnen eisen allemaal torenhoge alimentatie. Kinderen, echt of onecht, delen even hard mee in de erfenis. Schuinsmarcheren wordt duurder dan ooit.

De parafernalia waaraan je rijkdom kunt aflezen hebben ook een steeds hogere omloopsnelheid. Eeuwenlang dienden handgemaakte kanten kledingstukken als exclusief luxeartikel. Toen kant eenmaal een massaproduct werd, was het snel afgelopen met de signaalwaarde ervan. De massa zit de rijken steeds dichter op de hielen. Maar verzwolgen zullen ze niet worden. Het streven van de armen is er niet zozeer op gericht de rijken neer te halen, alswel om zelf even stinkend rijk te worden. Beter nog: nog rijker.

Beatrijs Ritsema

Artikelen in NRC-boekrecensies.


Betrapt door nummerherkenning

Beste Beatrijs,

Wanneer ik iemand bel en een telefoonbeantwoorder of voicemail aan de lijn krijg die ik op dat moment niet wil inspreken, dan hang ik op zonder iets te zeggen. Het gebeurt soms dat ik desondanks word teruggebeld. Men heeft dan via nummerherkenning mijn telefoonnummer gezien. Wanneer het familie of vrienden betreft heb ik daar geen enkele moeite mee, maar als het wildvreemde mensen zijn of instanties, dan ervaar ik dat als opdringerig. Op zichzelf vind ik nummerherkenning heel handig, maar min of meer onbekende mensen terugbellen op grond van die informatie komt mij voor als onbeleefd. En om bij iedereen die ik niet goed ken *31* voor het telefoonnummer te gaan intoetsen (om nummerherkenning te voorkomen) gaat me ook een beetje ver. Kortom, zijn er al omgangsregels geformuleerd met betrekking tot nummerherkenning?

Betrapte beller

Beste Betrapt,

Het maakt een iets te gretige indruk om iemand terug te bellen die geen boodschap heeft achtergelaten, en aan wie je dan moet uitleggen dat je toch gemerkt hebt dat ie gebeld heeft. Gretig en al te nieuwsgierig. Daarom kan ik me niet goed voorstellen dat instanties zich er aan bezondigen, zeker niet als je bedenkt hoeveel moeite het vaak kost voor een beller om een instantie aan de lijn te krijgen, en dan geen sprekende computer, maar een persoon van vlees en bloed. In den blinde terugbellende instanties zijn moeten wel heel dringend om werk verlegen zitten (wie zou er gebeld hebben? misschien een klant met een miljoenenopdracht?)

Instanties doen het volgens mij niet of nauwelijks, en particulieren zóúden het niet moeten doen. Als een beller geen boodschap achterlaat, betekent dat dat het telefoontje geen belang heeft, of dat de beller niet bereikbaar kan of wil zijn. Of misschien was het wel iemand die een verkeerd nummer intoetste en ophing zodra hij een onbekende stem op de voicemail hoorde. Kortom: niet onuitgenodigd terugbellen, en zeker niet naar onbekende nummers.

Artikelen in Telefoon.


Klagende meerijder

Beste Beatrijs,

Een achterbuurman van mij rijdt al heel lang jaarlijks met mij mee naar een studiedag van een vereniging, waar we beiden lid van zijn. Zelf heeft hij geen auto. Het meerijden is op zichzelf niet zo’n probleem, ware het niet dat hij tijdens deze autorit van meer dan een uur in de ochtend- en avondspits al zijn huwelijksproblemen iedere keer opnieuw lanceert. Ik ken ze dus inmiddels van haver tot gort. Ik heb hem al zo vaak gezegd dat hij beter kan scheiden dan zo door te gaan met die vrouw en zijn gezin. Na een ruim uur ben ik echt ‘suf geluld’ en hij laat zich door mij niet meer afleiden naar een ander onderwerp. Dan moet de studiedag nog beginnen en dit is op een semi-wetenschappelijk niveau, waarbij concentratie van groot belang is. De terugrit verloopt vrijwel op dezelfde manier. Na deze dag ben ik volkomen kapot.

Mijn geduld raakt nu na al die jaren uitgeput, maar ik durf hem eigenlijk niet te

weigeren, want we behoren ook nog tot hetzelfde kerkgenootschap, dus dat zou onchristelijk zijn en dan komen er snel praatjes. Hebt u een idee?

Balen van de buurman

Beste Balen van,

U vindt het jaarlijks terugkerende autoritje met uw buurman een bezoeking en u zou er graag van af willen. Gezien de gemeenschappelijkheid van uw beider besognes (naast elkaar wonen, lid van dezelfde vereniging en ook nog hetzelfde kerkgenootschap) en de opgebouwde traditie van meeliften zie ik hier geen mogelijkheden voor. Het staat niet alleen zeer onhartelijk en onchristelijk om uw buurman geen lift meer te geven, het ís ook onhartelijk en onchristelijk. Wees blij dat hij niet dezelfde werkkring heeft als u, anders had hij misschien wel een dagelijkse carpool voorgesteld!

Het gaat nu om één dag per jaar, een autorit van twee maal vijf kwartier. Zo’n goede daad moet op te brengen zijn, al vertelt ie voor de 20ste keer hetzelfde. Van u wordt ook niet iets oplossends terugverwacht. Het enige wat u hoeft te doen is op het verkeer letten, en zo’n beetje ja-ja, mhm-mhm, en het-is-me-wat te mompelen. De buurman wil een praatpaal, dat is alles. Hoor hem aan, zit het uit en denk bij uzelf, als u weer thuiskomt: ‘Zo, daar ben ik lekker weer voor een heel jaar van af.’

Artikelen in Buren.

Gelabeld met , .