Spring naar inhoud


Maak Stapel niet monddood!

De verwikkelingen rond Diederik Stapel blijven me intrigeren. Nu is hij weer uitgesloten van optreden op een Amsterdams festival over wetenschap en kunst, waar hij samen met Anton Dautzenberg een voorstelling zou geven over hun onlangs verschenen brievenboek De fictiefabriek. De KNAW dreigde de subsidie in te trekken, terwijl die twee niet voor het wetenschappelijke, maar voor het culturele (amusement, fictie) gedeelte van het festival stonden geprogrammeerd.  Stapel, de man die in z’n eentje de hele sociale psychologie in diskrediet heeft gebracht door jarenlang glashard te frauderen, is een fascinerend fenomeen, zowel vanwege zijn duizelingwekkende val, als vanwege zijn gespartel om weer uit die kuil op te krabbelen. Drie jaar na zijn deconfiture geldt hij nog steeds als de belichaming van het zelfzuchtige kwaad, iemand die in zijn nietsontziende ambitie de wetenschap onmetelijke schade heeft berokkend.

Ik denk hier iets genuanceerder over. Ik ben zelf sociaal psycholoog en twijfelde al veel langer aan de zeggingskracht van deze specifieke tak van wetenschap. Wat mij als student hierin aansprak was de aandacht voor omgevingsfactoren als verklaring voor gedrag. Van die visie ben ik nog steeds een aanhanger, maar de huidige sociale psychologie staat bol van futiel onderzoek in de trant van ‘mensen met een kop warme chocolademelk in hun hand gedragen zich aardiger tegen gespreksgenoten dan mensen met een glas cola-met-ijsblokjes.’ Tja. Het zou best kunnen kloppen, maar als zo’n resultaat op gefingeerde data blijkt te berusten heeft er geen misdaad tegen de mensheid plaatsgevonden. Er zijn geen dooien gevallen. Wél wordt nu van allerlei ander, solide geacht, sociaal-psychologisch onderzoek de betrouwbaarheid betwijfeld en is een beweging op gang gekomen om experimenten te repliceren. Een nuttig bijeffect van het Stapel-schandaal. Als de sociale psychologie ten onder gaat aan de machinaties van een enkeling, was zij geen knip voor haar neus waard.

Dat neemt niet weg dat Stapel excommunicatie uit de wetenschap verdient. Wie fraude pleegt van dergelijk kaliber heeft zichzelf onmogelijk gemaakt op de universiteit. Stapel is oneervol ontslagen (krijgt dus geen uitkering), moest zijn hoogleraarstitel inleveren en kreeg 250 uur taakstraf, oude graven ruimen en nieuwe graven spitten op een kerkhof.

Is dit pakket van consequenties te licht als straf? Je zou het denken gezien de verbeten reacties van de kwetterende klasse, telkens als Stapel zich op een of andere manier in het publieke domein manifesteert. Toen zijn egodocument Ontsporing verscheen (zeker niet het slechtste boek in de categorie zelfanalyse), werd er furieus rondgetwitterd waar belangstellenden het gratis konden downloaden. Oftewel: je kunt beter jezelf aan diefstal schuldig maken dan het een schurk als Stapel (en zijn uitgever) gunnen om een centje aan zijn persoonlijke geschiedenis te verdienen. De teneur van reacties van Rosanne Hertzberger, Max Pam, Rob Schouten, Ad van Liempt, Theodor Holman en anderen is dat zo’n verachtelijk individu geen podium verdient en geen slaatje mag slaan uit zijn criminele verleden.

Wat moet die man anders dan kapitaliseren op de smet die hem aankleeft?

Misschien heb ik een softere inborst, maar wat moet die man anders dan kapitaliseren op de smet die hem aankleeft, als hij niet zijn verdere leven als huisman wil doorbrengen? Je zwaktes toegeven, spijt betuigen, getuigenis afleggen wat je ‘ervan geleerd’ hebt en daar weer op voortbouwen – zo ziet de moderne manier van omgaan met bedreven zondes eruit. In Amerika gooien tot inkeer gekomen drugsverslaafden, ex-misdadigers, gevallen politici voortdurend hun persoonlijke werdegang in de arena. Het is de enige manier om nog een beetje inkomen te genereren.

Stapel beschikt als ex-hoogleraar over drie capaciteiten: onderzoek doen, college geven en schrijven. Dat laatste doet-ie beter dan de gemiddelde hoogleraar en als collegegever genoot hij ook faam. In de sector onderzoek komt hij nergens meer aan de bak. Zijn collega René Diekstra, ook een aan de weg timmerende hoogleraar die in ongenade viel (in zijn geval door een plagiaat-affaire), kon zich in de luwte terugtrekken op zijn basale deskundigheid als therapeut/ psychische hulpverlener. Stapel kan dat niet en lijkt me sowieso niet het hulpverlenende type.

Solliciteren op simpele baantjes heeft geen zin op zijn leeftijd. Blijft over: spreken voor een zaal en schrijven. Beide activiteiten zijn onverbrekelijk verbonden met het begrip podium. Wie hem daarbij de voet dwars zet legt hem de facto een spreek- en inkomensverbod op. Dat is niet alleen onrechtvaardig, maar ik vraag me ook af wat de maatschappij ermee opschiet om iemand tot in lengte van dagen ‘besmet’ te verklaren.

Artikelen in Column.


Te laat komen

Beste Beatrijs,

Onlangs had ik (man, 51) een afspraak om met twee dames mee te rijden in de auto van een van hen naar een activiteit van onze vereniging. Wij hadden om 13 uur afgesproken en ik kwam met mijn fiets vier minuten te laat op de afgesproken plaats. De beide dames reageerden bijzonder geïrriteerd op mijn te laat komen met als argument dat de auto niet lang op die plek kon blijven staan. Eenmaal op weg kwamen zij er nog een paar keer op terug. Een beschaafd geformuleerd weerwoord van mijn kant dat ik vier minuten te laat wel vond meevallen werd met dezelfde irritatie beantwoord. De stemming was helaas gezet voor de rest van die dag. Ik vond dit een tamelijk overtrokken reactie. Ik sta er beslist niet om bekend dat ik altijd te laat kom of anderszins een moeilijk persoon zou zijn. Het geval is vrij onnozel maar ik ben toch benieuwd naar uw visie, want soms begin ik wel eens aan mezelf te twijfelen.

Ietsje te laat

Beste Ietsje te laat,

Mensen die hebben afgesproken elkaar op een bepaalde plaats en tijd te treffen moeten elkaar nooit laten wachten, maar degene die met een ander meerijdt heeft een zwaardere plicht om op tijd te zijn dan degene die een lift geeft. Degene die de gunst krijgt heeft meer verplichtingen dan degene die de gunst verleent – zo zit het eigenlijk. Anders krijg je al snel allerlei wrokkige gedachtes in de trant van: ‘Nou doe ik die moeite voor hem dat-ie mee kan rijden, en dan laat hij me nog wachten ook! Ik ben z’n chauffeur niet!’

U had dus echt meer uw best moeten doen om op tijd ter plaatse te zijn. Toen u te laat was, had u zich ruimhartig moeten excuseren. Blijkbaar was uw sorry te luchthartig naar de zin van de dames, want zij bleven er chagrijnig op terugkomen, zodat u zich genoodzaakt zag zichzelf te verdedigen met het argument dat ‘vier minuten wel meevalt’. Met andere woorden: ‘Waar maken jullie je druk over?’ Dat tegensputteren maakt het natuurlijk alleen maar erger. Kortom, escalatie over iets onnozels. Het was niet fraai dat de dames erover door bleven zeuren, maar als u de schijn van een oprecht excuus had weten te wekken, had u hen effectief de wind uit de zeilen genomen.

Artikelen in Reizen, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , .


Eist brood een vork?

Beste Beatrijs,

Mijn vriend en ik vragen ons af of je een boterham met mes en vork behoort te eten. Ik ben van huis uit gewend dat we aan tafel lunchen en enkele boterhammen smeren en opeten met mes en vork. Mijn vriend vindt dit onnodig en smeert – ook aan tafel – dubbele boterhammen die hij vervolgens met zijn handen opeet. Dat vind ik prima, maar ik wil ons zoontje wel meegeven dat hij met mes en vork moet eten. Is dat overdreven? Ik vind het overigens wel normaal om dubbele boterhammen buiten de deur met je handen op te eten, maar niet als we aan tafel zitten.

Brood met een vork?

Beste Brood met een vork,

Het is de warme maaltijd die vraagt om het hanteren van mes en vork. Maar brood geldt als zo’n elementair voedingsmiddel dat het met de hand mag worden gegeten. Mensen mogen hun eigen brood aanraken. Voor sneetjes brood bij ontbijt of lunch worden geen vorken ingezet, tenzij er iets warms op ligt dat eraf kan druipen: kroketten, gebakken eieren of iets dergelijks. Een simpele boterham met kaas of jam wordt met een mes in twee of vier stukken gesneden en vervolgens met de hand naar de mond gebracht. Betreft het broodjes, dan wordt daar van afgehapt (de broodjes worden dus niet eerst in stukken gesneden). De praktijk aan tafel is om geen dubbele – die zijn inderdaad voor buitenshuis – maar enkele boterhammen te beleggen. Tenzij iemand een sandwich met diverse ingrediënten maakt (blaadje sla, laagje kaas, laagje tomaat). Dan is het wel een dubbele boterham, die in tweeën wordt gesneden en daarna afgehapt. Ook tosti’s en worstenbroodjes mogen met de hand worden gegeten, omdat het warme beleg ingeklemd zit tussen het brood. Servetje erbij is altijd handig.

Artikelen in Eten en drinken, Traditionele etiquette.


Veeleisende vegetariër

Beste Beatrijs,

Mijn zusje is sinds jaar en dag vegetariër. Een paar jaar geleden legde zij zichzelf een dieet op met diverse beperkingen: geen suiker maar stevia, bakken in kokosvet, geen e-nummers enzovoort. Af en toe komt ze bij ons eten en dan mailt ze vooraf een lijst met dieetwensen. Die verandert telkens. Laatst kwam ze onverwachts langs tegen lunchtijd. Hoewel we alles uit de kast hebben getrokken wat we hadden, stond het boterhambeleg haar niet aan. Verkeerde pindakaas, niet-biologische eiersalade. Ze vroeg zuchtend of we geen ándere kaas hadden. Later mailde dat ze het heel leuk had gevonden bij ons en sloot adressen van winkels bij met suggesties voor geschikte voedingswaren. Het zijn ingrediënten die ik zelf nooit gebruik, maar bovenal zie ik door haar dwingendheid er enorm tegenop om haar nog eens te vragen voor een avondmaaltijd. Ik wil haar eigenlijk laten weten dat ze van harte welkom is bij ons, maar niet om te komen eten. Kan ik dat maken?

Zus heeft noten op haar zang

Beste Zus heeft noten op haar zang,

De conventie rond dieetwensen is dat mensen wel restricties kunnen doorgeven in de trant van: dit en dat mag ik níet eten, maar geen opdrachten mogen verstrekken over wat er dan wél op tafel moet komen. Het is heel onbeleefd om iemand bij wie je te gast bent gevraagd dwingende suggesties te geven voor bepaalde producten in gespecialiseerde winkels.

Wat u kunt doen, als u uw zus weer eens uitnodigt, is het volgende: vertel haar dat u het gezellig vindt als ze komt eten, maar dat het u te veel moeite is naar winkels te gaan waar u nooit komt om daar artikelen te kopen die u nooit gebruikt. Vraag haar of ze zelf alle ingrediënten wil meebrengen die nodig zijn voor een op haar behoeften afgestemde maaltijd voor twee of drie of vier personen (al naar gelang het aantal mensen dat aan tafel zal zitten) en verzeker haar dat u met genoegen de kosten van deze maaltijd op u zult nemen. U betaalt haar dus terug voor wat ze aangeschaft heeft. Als u niet weet hoe het klaargemaakt moet worden, kan uw zus de leiding van de maaltijd op zich nemen, terwijl u uitvoerende werkzaamheden verricht. Op die manier stelt u zich gastvrij en tegemoetkomend op zonder dat u haar boodschappenlijstje hoeft af te werken.

Artikelen in Broers en zussen, Eten en drinken.

Gelabeld met .


De zegeningen van vette vis

Na zielige kinderen zijn ziektes favoriet als bestemming voor vrijgevigheid. Kinderen met ziektes (vooral kanker) zijn onbetwist kampioen zieligheid, maar ziektes als zodanig genereren via de collectebus toch ook forse geldstromen. Elke week is het wel ‘de week van’ een of andere aandoening. Daarnaast heb je de campagnes met een gimmick, zoals opstaan en de Mont Ventoux opfietsen tegen kanker. De recente ice bucket challenge tegen de spierziekte ALS (mensen laten een emmer met ijswater over zich heen storten of betalen 75 dollar en het liefst allebei) was een groot succes. De gimmick werd een mondiale rage met tienduizenden ijsemmerfilmpjes op Youtube, wat de ALS-bestrijding miljoenen opleverde.

Het is me een raadsel waaraan deze actie haar populariteit te danken heeft, behalve dan dat het geinig is om deel uit te maken van een internet-rage, zoals mensen het een paar jaar geleden leuk vonden om te planken (ergens als een plank te gaan liggen) of mee te doen met het paardendansje van die Koreaan. Maar de ijsemmer heeft daarnaast een filantropische bedoeling: bewustwording van een breed publiek en geldinzameling.

Ik stoor me niet zozeer aan de sentimentaliteit van het inspelen op zieligheid. Elk goed doel doet een beroep op empathische vermogens van degene die uitgenodigd wordt geld af te staan. Zonder het hart te beroeren lukt dat niet. Ik heb geen moeite met het inzetten van verhalen en beelden van oorlogsslachtoffers, vluchtelingen, uitgemergelde derde-wereld-kinderen, slachtoffers van natuurrampen, daklozen en politieke gevangenen achter tralies. Allemaal vreselijk zielig inderdaad en een financiële donatie kan allicht tot een klein beetje reductie van de ellende leiden.

Geen enkele filantropische euro gaat naar bestaande kankerpatiënten.

Met ziektes ligt het anders. In ieder geval in het rijke westen vallen ziektes onder verantwoordelijkheid van de overheid die door middel van de uit collectieve middelen betaalde gezondheidszorg ervoor moet zorgen dat patiënten met wat voor aandoening dan ook zo goed mogelijk worden geholpen. Geen enkele filantropische euro die door het kankerfonds wordt opgehaald gaat naar bestaande kankerpatiënten, want die krijgen al medische zorg naar beste kunnen. De ingezamelde gelden zijn nadrukkelijk bestemd voor onderzoek, maar in dat onderzoek wordt ook allang voorzien: door diezelfde overheid (universitaire onderzoeksinstituten) al dan niet in samenwerking met de farmacologische industrie. Wat moeten particuliere initiatiefnemers daar tussen gaan zitten? Op de medische onderzoekswereld is vast van alles aan te merken, maar met de uitwisseling van informatie zit het wel goed. Zodra zich, laten we zeggen in Amerika of Hong Kong, een doorbraak voordoet in de bestrijding van een of andere ziekte, kan de rest van de wereld meeliften. Daar zijn geen collectebussen of ijsemmers voor nodig.

Wat mij serieus tegenstaat aan ziektes als goede doelen is het arbitraire aspect. ALS is absoluut een gruwelijke ziekte. In Nederland zijn er 1500 ALS-patiënten. Een rondje internet leert dat er 30.000 Parkinson-lijders zijn, 16.000 mensen met multiple sclerose, 6500 nierdialysepatiënten (waarvan 800 op de wachtlijst voor transplantatie) en 260.000 mensen met dementie. Ook allemaal buitengewoon gruwelijke ziektes, waar al decennia lang onderzoek naar gedaan wordt zonder uitzicht op ook maar het begin van genezing, als je eenmaal met zo’n ziekte geslagen bent. Het komt vooral neer op pappen en nathouden, zoals ook geldt voor de twee miljoen reumapatiënten, de één miljoen mensen met hart- en vaatziektes en de nodige kankerpatiënten, ziektes met de bestrijding waarvan wél enige voortgang is geboekt.

Deze week las ik dat onderzoek had uitgewezen dat het eten van vette vis (omega-3-vetzuren) de kans op ALS met 35% vermindert. Maar die kans is om te beginnen al minuscuul gezien de zeldzaamheid van de ziekte. Fijn onderzoek! Neem nog een haring! Helpt evenveel als een ijsemmer.

Artikelen in Column.


Gasten wassen niet af

Beste Beatrijs,

Al jaren hebben wij verschillende vrienden die regelmatig bij ons komen eten en wij bij hen. Mijn man en ik hebben nooit overwogen een vaatwasser aan te schaffen. De meeste van onze vrienden hebben die inmiddels wel. In de voorgaande jaren werd er na het etentje ook altijd gezamenlijk afgewassen. Nu merk ik dat sommige vrienden dat niet meer leuk vinden en er zijn er zelfs die gewoon niet meer meehelpen. Is het ongastvrij van mij om ze daarop aan te spreken (wat ik ook doe)?

Ze helpen niet meer mee

Beste Ze helpen niet meer mee,

De gewoonte van samen afwassen na een etentje met vrienden maakt op mij een nogal studentikoze indruk. Dat doen mensen met schaarse middelen. Onder studenten worden de kosten van een gemeenschappelijke maaltijd vaak hoofdelijk omgeslagen en na afloop wordt er samen afgewassen, omdat een keuken vol rotzooi vervelend is voor de andere huisgenoten en omdat het samen eten niet de hele avond in beslag neemt. Boter bij de vis. Instant wederkerigheid.

Als mensen ouder worden, krijgt deze wederkerigheid een langere adem. Bij een eetafspraak wordt er niet meteen afgerekend, maar de ene keer wordt er bij de een gegeten, de volgende keer bij de ander. Portemonnees blijven gesloten. Om de beurt houdt men elkaar vrij, en iedereen komt aan de beurt om het eten te verzorgen. Als mensen ouder worden, eigen huizen betrekken, willen ze vaak ook liever zelf voor het opruimen zorgen. Ze willen de gezelligheid van het sociale contact niet ten koste laten gaan van huishoudelijke taken en vaak willen ze geen vreemde mensen in de keuken die de spullen verkeerd behandelen of verkeerd wegzetten. Bovendien willen ze vermijden dat het altijd weer de vrouwen uit het gezelschap zijn die zich na het eten op de afwas storten. De gastheer/vrouw houdt het liever in eigen hand. Met als consequentie dat ze ook geen zin meer hebben om, als ze op bezoek zijn bij anderen, aldaar de opruimwerkzaamheden ter hand te nemen. In plaats van elke keer met z’n allen elkaar voor de voeten te lopen in andermans keuken doen ze het liever eens in de zoveel tijd zelf, als de gasten weer vertrokken zijn. Uitgestelde wederkerigheid.

Uw vrienden voelen er niet meer voor om bij u de zaak op te ruimen, want zij vragen dit van hun kant ook niet meer van u. Voor zo’n systeem bent u zo langzamerhand te oud. Ik raad u aan om het nieuwe systeem te adopteren. Eens in de zoveel tijd komen uw vrienden bij u thuis en draagt u de hele verantwoordelijkheid voor het eten, inclusief de afwikkeling. Alle andere keren bent u bij uw vrienden te gast en kunt u uitzien naar een fijn avondje gastvrijheid, waarbij u vrijgesteld bent van huishoudelijke beslommeringen. Veel prettiger toch?

Artikelen in Eten en drinken, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , .


Schadevergoeding door schoonzoon

Beste Beatrijs,

Laatst had onze schoonzoon onze auto geleend, omdat hij iets moest vervoeren, en kwam enigszins ontdaan terug. Er was iets mis gegaan bij een parkeermanoeuvre met als gevolg dat het rechter voorlicht aan diggelen was. Hij bood direct aan de kosten te vergoeden en nu hebben we een dilemma. Wij vinden dat hij niet hoeft te betalen omdat hij met deze onhandige actie al genoeg gestraft is. Bovendien hebben wij zelf met het uitlenen van onze auto een risico genomen. Kunnen wij zijn aanbod weigeren zonder hem voor het hoofd te stoten?

Schadevergoeding weigeren

Beste Schadevergoeding weigeren,

Accepteer het aanbod van uw schoonzoon wél. Een rechter voorlicht vervangen stelt weinig voor. Die kosten zullen uw schoonzoon de kop niet kosten. Het is beter als mensen schade die ze veroorzaakt hebben vergoeden. Als u zijn aanbod weigert, ontneemt u hem de kans om weer op gelijke voet met u te komen en dwingt u hem als het ware om bij u in de schuld te blijven staan. Dat is niet prettig voor hem. Schulden moeten vereffend worden. Als het serieuze autoschade was geweest, had de verzekering er aan te pas moeten komen. Wees blij dat dat niet nodig is en dat uw schoonzoon het zelfstandig kan afhandelen. Uw schoonzoon is een volwassen man. U kunt hem beter niet als een onmondige behandelen voor wie volwassenen vanzelfsprekend de kosten van aangerichte schade betalen.

Artikelen in Schoonfamilie.

Gelabeld met , .


Bellen in de auto

Beste Beatrijs,

Goede vrienden van ons bellen ons nogal eens – onverwacht – vanuit hun auto: zomaar voor de gezelligheid om even bij te praten. Op zichzelf prima, hoewel ik altijd een beetje het gevoel heb dat het voor hen (ook) een vulling is van verloren tijd. Maar wat mij echt stoort is dat zij door het hands free systeem eigenlijk beiden met je bellen: de één vult de ander aan. Ik voel me dan een beetje ongemakkelijk: met wie zit ik nu eigenlijk te bellen? Ik zie hen niet, dus ik weet ook niet welke blikken zij mogelijk uitwisselen als ik ergens op reageer. Moet ik niet zo moeilijk doen of begrijpt u mijn ongemak? Ik vind het lastig om er iets van te zeggen. Het is tenslotte toch aardig dat ze bellen?

Bellen vanuit de auto

Beste Bellen vanuit de auto,

Als geen zin hebt in zomaar een telefoontje omdat iemand anders zo nodig zijn tijd moet opvullen, kunt u het gesprek gewoon afbreken. Dan zegt u: ‘Sorry, ik heb nu geen tijd, ik moet weg’ of zoiets.

Hands free bellen is standaard in de auto. Het is zelfs verboden om met een mobiele telefoon aan je oor te rijden. Dus als uw vrienden uit de auto bellen, weet u dat de speaker aan staat. Het lijkt dan veel op een gesprek, terwijl je op bezoek bent: meerdere mensen doen mee met de conversatie. Maar u hebt gelijk dat het vaak iets gedwongens heeft. Het is geen pretje om met mensen in de auto telefoongesprekken te voeren. Er zijn zelfs plannen om telefoneren in de auto (dus ook hands free) überhaupt te verbieden, omdat het tot meer ongelukken leidt. De concentratie van de chauffeur op de weg neemt af. Mensen zouden hun telefoongebruik in de auto moeten beperken tot heel korte gesprekjes met een urgent karakter, niet zomaar voor de gezelligheid. U kunt autotelefoongesprekken wel zo veel mogelijk ontmoedigen. Zeg dan: ‘Ik bel jullie later wel terug, ik vind het niet rustig zo, en bovendien kan ik de helft niet verstaan.’ Dat is een valide argument. Autotelefoongesprekken zijn vaak moeilijk te volgen: er zit storing en vertraging op de verbinding, er vallen steeds fragmenten weg, mensen duiken tunnels in – het loopt nooit soepel.

Artikelen in Reizen, Telefoon.

Gelabeld met , .


De onaanraakbaarheid van kinderen

Een hardhandige docent van een vmbo in de Alblasserwaard die eerder op staande voet ontslagen was mag na een kort geding weer aan het werk. Althans totdat er een definitieve uitspraak komt in het beroep dat de docent heeft ingesteld tegen zijn ontslag. Volgens het schoolbestuur had de man zich schuldig gemaakt aan ‘buitenproportioneel geweld’ tegen een dertienjarige leerling.

Bij deze tenlastelegging verscheen er voor mijn geestesoog meteen een schuimbekkende figuur die een klein opdondertje zodanig in elkaar rost dat de spoedeisende hulp eraan te pas moet komen, maar in feite had de man niets anders gedaan dan de jongen verwijderen door hem bij kop en kont vast te pakken en te verslepen. Het verplaatsen van tegenstribbelende personen veroorzaakt al snel ergens een blauwe plek.

De docent overtrad het belangrijkste verbod voor leraren: raak nooit een kind aan! Aanrakingen zijn ofwel agressief ofwel seksueel getint en voor geen van beide domeinen is ruimte binnen de leraar-leerling-verhouding. Lijfstraffen zijn al een halve eeuw geleden uitgebannen en de alertheid op seksueel misbruik van jongeren heeft een hoge prioriteit. Dat in dit regime ook de troostende arm om schouder de laan uit is gevlogen vormt een geringe prijs, want deze onschuldig bedoelde intimiteit ontwikkelt zich toch al veel te makkelijk in verdachte richting. De enige vorm van toegestaan fysiek contact tussen leraren en leerlingen is de high five of de vreugdevolle vuistboks, als de leraar tenminste van het toffe soort is.

Als Regel 1 luidt: ‘Blijf met je poten van een kind af!’ is het begrijpelijk dat een ongewenste aanraking het etiket ‘buitenproportioneel geweld’ krijgt. Tegelijk houdt een leraar op die manier geen enkele macht meer over. Ik weet niet precies wat zich heeft afgespeeld op die school in de Alblasserwaard. Er was sprake van een excursie naar een chocolaterie waar de dertienjarige zich misdroeg, ongezeglijkheid in de bus en tenslotte op school het afvoeren van de leerling naar een strafkamertje.

Het is niet moeilijk om je een kind voor te stellen dat eindeloos zit te klieren, zich niet tot de orde laat roepen en ten slotte weigert om de klas te verlaten. Niet omdat het een ettertje is, niet omdat hij ruzie zoekt, maar gewoon omdat het kan en uit nieuwsgierigheid naar wat er gebeurt, als hij ‘nee’ zegt.  Welke opties heeft een leraar op zo’n moment? Hij kan het erbij laten zitten en doorgaan met de les, hij kan de directeur erbij roepen, hij kan dreigen met latere strafmaatregelen, maar daarmee demonstreert hij alleen maar zwakte. In zo’n directe confrontatie mag een leraar niet verliezen. De opdracht ‘verlaat de klas!’ moet geëffectueerd worden, zo niet goedschiks, dan kwaadschiks, dat wil zeggen met voorbijgaan aan het kind z’n onaanraakbaarheid.

Een uitsmijter van een uitgaansgelegenheid is gerechtigd om amok makende klanten buiten te zetten. Ouders mogen geen geweld gebruiken in de opvoeding (ook de zogeheten corrigerende tik is officieel verboden), maar ze kunnen wel een weerspannig kind dat overlast geeft tijdelijk fysiek verwijderen uit een sociale situatie: ‘Ga jij maar eens een tijdje op je kamer zitten brullen’. En als het kind geen gehoor geeft aan het bevel, wordt-ie krijsend en schoppend erheen gesleept. Met fysieke overmacht.

Tot aan hun puberteit speelt het fysieke een belangrijke rol in het leven van kinderen. Niet alleen binnen het gezin, ook kinderen onderling doen voortdurend allerlei fysieke dingen met elkaar om te onderzoeken hoe het met macht zit. Het is kunstmatig en een beetje nuffig om het fysieke element te weren uit de omgang tussen leraren en leerlingen. Zonder de theoretische mogelijkheid van fysieke macht geen autoriteit.

Artikelen in Column.