Spring naar inhoud


Kennisgeving van huwelijk

Beste Beatrijs,

Mijn vriend en ik gaan over een tijdje trouwen. Wij hebben niet zo veel geld en we willen onze bruiloft klein houden met ongeveer twintig gasten: naaste familie en goede vrienden. We hebben besloten geen ooms, tantes, neven en nichten uit te nodigen. Wel willen wij graag op ruimere schaal laten weten dát we gaan trouwen door middel van een kaart. Is dit wel correct en wat is van belang om er op te zetten?

Huwelijk aankondigen

Beste Huwelijk aankondigen,

Als u mensen niet voor uw huwelijk wil uitnodigen, maar ze wel ervan op de hoogte wil brengen, moet u hen ná de trouwdag een kennisgevingsbericht sturen. Dus niet ervóór, maar erná. Op die manier voorkomt u onvrede. Het is niet leuk om een aankondiging van een huwelijk te krijgen zonder uitnodiging om op een of andere manier deel te nemen aan de bijbehorende festiviteiten. Zelfs als u het niet zo bedoelt, zal een aankondiging vooraf door een aantal aangeschrevenen worden opgevat als een slinkse manier om cadeaus binnen te halen. Als u de kennisgevingskaart ná de huwelijksdag rondstuurt, vermijdt u dat mensen zich verplicht voelen een cadeau te sturen. Dat hoeft dan namelijk niet meer. Ze zullen u feliciteren, wanneer u hen weer eens tegenkomt, of ze sturen u een kaartje of smsje, en dat is dan ook voldoende.

Artikelen in Bruiloft.

Gelabeld met .


Slechte seks is niet zo’n ramp

De verzamelde universiteiten van Californië overwegen een ‘Yes means yes’ beleid in te stellen voor seksuele ontmoetingen op de campus om de ‘verkrachtingscultuur’ een halt toe te roepen. Met meer dan gewone belangstelling volg ik de berichtgeving over de epidemie van seksueel geweld op de Amerikaanse universiteiten, omdat mijn dochter binnenkort voor studiedoeleinden afreist naar Californië. Komt ze in een poel des verderfs terecht, waar ze voortdurend alert moet zijn op seksuele belagers?

Een op de vijf vrouwelijke studenten rapporteert seksueel geweld en zeven procent van de mannelijke studenten geeft toe zich aan seksuele agressie schuldig te hebben gemaakt. Die cijfers klinken imponerend genoeg, al is niet duidelijk wat precies de vraagstelling was. Gaat het alleen over verkrachting gaat of vallen hier ook intimidatie en ongewenste handtastelijkheden onder? Of wordt er ook gerefereerd aan seks, waarvan betrokkenen achteraf vinden dat het allemaal niet zo geslaagd was?

De discussie over the culture of rape op de Amerikaanse campussen is een exacte herhaling van de discussie over date rape van zo’n twintig jaar geleden – ook op de universiteiten. Destijds meenden de autoriteiten er verstandig aan te doen door gedragsprotocollen voor studenten op te stellen die draaiden om ‘No means no’, oftewel: ‘Als een meisje nee zegt, bedoel ze nee’. Nu hebben ze ‘Yes means yes’ bedacht om de zaak te reguleren. In het geval ‘nee is nee’ ben je vrij om alles te doen, totdat er iemand verbaal op de rem trapt. Bij ‘Ja is ja’ moet voor elke volgende stap in de hiërarchie van fysieke intimiteiten een verbaal fiat worden afgegeven. Het onderscheid tussen de twee protocollen is te subtiel om iets te betekenen en bovendien laat seks zich lastig protocolliseren.

Kenmerkend voor alle seks buiten een vaste relatie (en tussen studenten komt dat soort impulsieve, ongebonden seks veel voor) is de ambiguïteit van wat eraan vooraf gaat en de onvoorspelbaarheid. Een campus is juist niet een omgeving, waar een meisje door een onbekende aan de bar versierd wordt, meegenomen naar een kamer en vervolgens bruut verkracht. Al die studenten kennen elkaar min of meer, al was het maar via via, ze hangen met elkaar rond in uitgaansgelegenheden, op huisfeestjes, ze hebben allemaal verborgen agenda’s en je weet maar nooit hoe zo’n avond eindigt.

Veel meisjes roeien voort uit beleefdheid, omdat het te laat is om nee te zeggen.

De een is erop uit om te scoren, een ander smacht naar een onbereikbare, weer een ander doemt plotseling op in het gezichtsveld en speelt de concurrentie weg, dit alles overgoten met grote hoeveelheden alcohol die door de 21-minners ook nog eens snel en tersluiks (want illegaal in Amerika) geconsumeerd wordt. Geen omstandigheden die studenten ertoe aanzetten om hun hoofd koel te houden, laat staan om een ‘yes means yes’-protocol af te werken, als het dan toch op een onvoorzien seksueel treffen uitdraait. Het script daarvoor ligt vast en ongetwijfeld zetten veel jongens op zo’n moment door omdat ermee ophouden hun reputatie van potentie bedreigt, en roeien veel meisjes voort uit beleefdheid omdat het te laat is om nee te zeggen.

Is er sprake van verkrachting, wanneer een studente te dronken was om formeel toestemming te geven en de ochtend daarna ontdekt dat ze het bed gedeeld heeft met iemand met wie ze blijkbaar seks heeft gehad waarvan ze zich niets meer kan herinneren? Tot op heden werden dit soort verkrachtingszaken doorgaans geseponeerd op grond van het he said, she said argument. Als betrokkenen laveloos waren valt onvrijwillige seks moeilijk te bewijzen. Op sommige universiteiten willen ze daarom seks na alcohol überhaupt verbieden dan wel via voorlichting ontmoedigen.

Die brave, alcoholloze seks met hardop uitgesproken wederzijdse instemming komt er natuurlijk niet. Slechte seks hoort erbij en is ook eigenlijk niet zo’n ramp. Ik maak me geen zorgen over mijn dochter.

Artikelen in Column.


Wat betekent ‘Hoe gaat het?’

Beste Beatrijs,

Na het plotselinge verlies van een dierbare vriend, waar ik zeer ondersteboven van was, waagde ik (man, vijftiger) me na enkele weken voor het eerst weer aan een verjaardagsfeestje. Daar werd ik begroet door iemand die ik eigenlijk alleen van dat jaarlijkse feestje ken, een vriend van de gastheer. ‘Hallo, hoe gaat het?’ vroeg hij. ‘Mwah, matig,’ antwoordde ik naar waarheid. ‘O, dat hoef ik niet te horen,’ was zijn reactie, waarna hij verder liep. In mijn wankele toestand werd ik hierdoor zo uit het veld geslagen dat ik de samenkomst binnen beleefde perken, maar wel zo snel mogelijk, heb verlaten. Ik zie er nu al tegenop om die bezoeker volgend jaar weer tegen te komen. Ben ik overgevoelig of had ik dit beter kunnen aanpakken?

Hoe gaat het?

Beste Hoe gaat het,

Vooropgesteld zij dat deze feestganger zich buitengewoon onaangenaam gedroeg. De man zal een onprettige persoonlijkheid hebben. Een geluk bij een ongeluk dat u zo snel van hem af was. Hij wilde zijn tijd niet aan u verspillen, maar met zo iemand kunt u zelf ook maar beter niets te maken hebben. Verder denk ik dat u zich iets te makkelijk uit het veld hebt laten slaan. U had ook uw schouders kunnen ophalen en om u heen kunnen kijken of er niet wat sympathiekere mensen rondliepen op dat feestje. Voor het volgend jaar hoeft u zich nu geen zorgen te maken. Tegen die tijd kunt u deze persoon rustig links laten liggen.

Vage kennissen zijn niet geïnteresseerd genoeg in u. Niet in uw wel en nog veel minder in uw wee.

In het algemeen raad ik u trouwens af om naar feestjes te gaan, als u niet in de stemming bent voor een gezellig samenzijn en uw hoofd nog vol zit met uw verlies. Op de vraag ‘Hoe gaat het?’ is eigenlijk maar één antwoord mogelijk: ‘Goed, hoor, en met jou?’ De vraag is niet bedoeld om anderen confidenties te ontlokken, althans niet tussen oppervlakkige kennissen. Alleen bij goede vrienden/innen kunt u terecht met een wat dieper antwoord op hun vraag hoe het ermee gaat. Vage kennissen kunt u beter niet als klankbord gebruiken (zoals die man zelf al zei – hoe keihard het ook klonk: ‘Dat hoef ik niet te horen’), omdat zij daarvoor niet geïnteresseerd genoeg zijn in u. Niet in uw wel en nog veel minder in uw wee.

Let wel: ik raad u niet aan om tegen helemaal niemand iets over uw gemoedstoestand te zeggen, maar om voorzichtig te zijn bij wie u op de deur klopt. Mocht uw verlies u zo hoog zitten dat u nergens anders over kunt praten, betekent dat dat u nog steeds in de rouw zit, en dan kunt u beter niet naar zo’n verjaardag gaan, waar oppervlakkige gezelligheid en koetjes & kalfjes de toon zetten. Daar bent u dan gewoon nog niet aan toe en dat geeft helemaal niet. Voor rouw moet u zo veel tijd nemen, als u nodig hebt.

Artikelen in Aanspreken en begroeten, Verjaardag, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met .


Alleen maar achter schermen

Beste Beatrijs,

Mijn kinderen van drie en zeven jaar brengen bij ons thuis weinig tijd door achter schermen (tv, iPad, laptop), omdat mijn man en ik het belangrijk vinden dat ze zichzelf leren vermaken, actief zijn en in de echte wereld met vriendjes spelen. Thuis missen ze de schermpjes niet en vermaken zich prima. Maar bij veel vriendjes thuis staat voortdurend een of ander scherm aan. Ik vind het zo zonde dat hierdoor bij anderen zelden nog echt gespeeld wordt maar dat ze uren met een iPad doorbrengen of voor de tv hangen. Wat kan ik doen om dit te voorkomen?

Te veel schermen

Beste Te veel schermen,

Accepteer dat u hier geen greep op hebt. Het is heel mooi dat u uw kinderen zo veel mogelijk weghoudt bij de schermen. Het is beter om actief en fysiek in de echte wereld te spelen dan steeds met schermpjes bezig te zijn. Maar u kunt niet andermans huishouden controleren. Als uw kinderen bij vriendjes spelen, gelden daar de regels van dat huis. Er is geen manier waarop u uw kinderen ervan kunt weerhouden om bij andere kinderen thuis naar de tv te kijken of computerspelletjes te spelen. Schermen horen erbij in deze tijd, ook uw kinderen zullen ermee moeten leren omgaan. Bespreek het onderwerp ‘iPads, tv en computers’ eens met andere ouders en peil hun mening. De meeste ouders stellen wel een of andere limiet aan virtuele spelletjes en passief tv-vermaak zonder het helemaal te verbieden. Praat erover met andere ouders en u komt er vanzelf achter wie er ongeveer hetzelfde over denkt als u.

Artikelen in Kinderopvoeding.


Oudklasgenoot neemt contact op

Beste Beatrijs,

In mijn middelbareschooltijd worstelde ik met mijn lesbische gevoelens. Een klasgenote heb ik dat toen toevertrouwd rond mijn zestiende. Dat vertrouwen heeft zij geschaad door mijn verhaal door te vertellen, met pesterijen tot gevolg. Ik durfde haar er destijds niet op aan te spreken, maar ik herinner het me nog heel goed als gevoel van diep verraad.

Bijna tien jaar later spreek ik niemand meer van mijn oude school. Ik woon ver weg, heb een baan en een vaste relatie en leid een heel ander leven. Ineens krijg ik via LinkedIn een berichtje van deze klasgenote, die heel luchtig vraagt hoe het met me gaat. We werken in totaal andere sectoren, dus zakelijke bedoelingen kan deze contactpoging niet hebben. Moet ik haar negeren? Vriendelijk meepraten? Of juist confronteren? Mag je iemand na zo veel jaren nog aanspreken op slecht pubergedrag?

Een pijnpunt van vroeger

Beste Een pijnpunt van vroeger,

Het hangt ervan af hoe sterk uw motivatie is om uw ex-klasgenote haar vroegere verraad voor te houden. Als u geen zin hebt om deze kwestie op te rakelen en u wil sowieso niets meer met haar te maken hebben, kunt u het LinkedIn bericht gewoon negeren. Dat bent u er meteen van af.

Een luchtige update van uw leven optikken lijkt geen goede optie. Waarom zou u mooi weer spelen, als u het niet zo voelt? Haar confronteren heeft ook allerlei bezwaren, al was het maar omdat het lastig is dit soort dingen via de mail of sociale media uit te praten. Kans is groot dat klasgenote zich helemaal niet bewust is van haar verraad. Dat zie je wel vaker met mensen die vroeger iets vreselijks hebben gedaan in de pestsfeer. Vaak hebben daders totaal andere – zelfrechtvaardigende – herinneringen dan slachtoffers. Confronteren kan eigenlijk alleen in een persoonlijk gesprek, waarbij je tegenover elkaar zit. Maar ja, zo’n gesprek moet worden georganiseerd en geeft emotioneel gedoe over en weer. Waarom zou u energie steken in een louteringstraject van een persoon die allang niet meer belangrijk voor u is?

Artikelen in Internet en e-mail, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , .


Wegwezen op je 75ste

De dood van je ouders haalt je eigen dood nader in het vizier. Gedurende hun hele leven fungeren zij als een soort barrière tussen jou en het grote niets, maar wanneer de laatste ouder wegvalt en er geen generatie meer boven je zit, ben jij de volgende for whom the bell tolls.

Veel mensen rapporteren dit bedreigende gevoel van ‘nu ben ík aan de beurt’ en het werd ook door deze en gene bij mij verondersteld, toen mijn moeder ten langen leste overleed. Ik begrijp wel dat die gedachte opkomt bij het verlies van een laatste ouder, maar ik werd er niet speciaal door aangegrepen. Mijn gevoel was eerder dankbaarheid dat mijn ouders zo attent waren geweest om althans voor mijn zestigste het toneel te verlaten. Een zestiger hoort geen ouders meer te hebben – dat verstoort en parodieert de natuurlijke gang van zaken. Nu is het mijn beurt om de matriarch te spelen (met of zonder kleinkinderen, dat maakt me niet uit). Op de rol van dochter was ik al jaren uitgekeken en dat mijn eigen dood ineens dichterbij kwam interesseert me ook niet, want die komt toch wel dichterbij.

In The Atlantic van oktober staat een stuk van Ezekiel Emanuel, getiteld ‘Why I Hope to Die at 75‘. Hierin beschrijft de auteur verschillende nadelen van een steeds hogere gemiddelde sterfleeftijd, waaronder de aanhoudende aanwezigheid van hoogbejaarden in het leven van hun ook steeds ouder wordende kinderen. Zolang de ouders niet dood zijn, leeft het kind toch in hun schaduw, ook al speelt dat kind allang de baas door alle verantwoordelijkheid en zorg voor dat ouderlijke leven op zich te nemen, en ook al heeft dat kind zelf allang de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en zou het misschien een paar jaar rust en vrijheid willen, voordat de eigen onverbiddelijke neergang inzet.

Mensen worden te oud in deze tijd, vindt Emanuel. Het streven naar een hogere levensverwachting heeft niet geleid tot meer gezondheid op hoge leeftijd met een plotseling, genadig einde (compressie van morbiditeit), maar tot des te meer sukkeljaren. Het bejaard zijn wordt over een steeds langere periode uitgesmeerd. Wat je erbij krijgt is een decennium lang dementie of jarenlang geworstel met kanker dan wel invaliditeit als gevolg van beroertes en infarcten. Een naargeestig vooruitzicht en daarom heeft hij voor zichzelf, hoe arbitrair ook, de grens van 75 jaar getrokken als punt in zijn leven waarop hij het welletjes vindt. Hij is nu overigens 58, dus hij heeft nog 17 jaar te gaan, wat zijn stoere houding enigszins relativeert.

Als ik over mijn eigen dood nadenk, lijkt 75 me ook een aantrekkelijke sterfleeftijd: oud genoeg om al het belangrijke van het leven meegemaakt te hebben en erop te vertrouwen dat mijn kinderen (dan om en nabij de veertig) het verder wel redden, en jong genoeg om die ellendige hoogbejaarde sukkeljaren voor te zijn. Ik was dan ook benieuwd hoe Emanuel van plan was te zijner tijd zijn verscheiden aan te pakken, vooral omdat hij zich nadrukkelijk als tegenstander van (hulp bij) euthanasie profileert.

Dat viel tegen. Behalve het consigne ‘geen reanimatie, geen beademing’ heeft hij zich voorgenomen om zo min mogelijk doktersbezoeken af te leggen, geen screenings (colonoscopie, prostaatonderzoek) te ondergaan, niet aan preventie te doen (griepprikken) en antibiotica te weigeren. Alleen palliatieve zorg en pijnbestrijding zal hij toestaan. Aldus hoopt hij op tijd of niet lang daarna te overlijden aan het weigeren van medisch handelen.

Dat gebeurt natuurlijk niet. Wie pijn heeft – en alle ouderdomskwalen gaan met pijn en ellende gepaard – vervoegt zich bij de medische stand, die vervolgens aan het vergeefse oplappen slaat. De taaiheid van het lichaam moet niet worden onderschat. Aan sukkeljaren valt niet te ontsnappen.

Artikelen in Column.


Bot receptiegedrag

Beste Beatrijs,

Ik ben een jongeman van 23 en heb een bachelor-studie gedaan aan een Engelse universiteit. Een jaar geleden ben ik begonnen aan mijn master-opleiding in Nederland. In Engeland had ik tijdens borrels of feestjes nooit problemen om met mensen in gesprek te komen. De sfeer was open en verwelkomend, als ik aansluiting zocht bij een tweetal of een groepje, waarvan ik iemand kende. Zelf was ik ook gewend om een bekende die erbij kwam staan voor te stellen aan de ander(en) en te laten meepraten.

Hier in Nederland gaat dat veel lastiger. Zo is het meer dan eens voorgekomen dat ik een bekende tegenkwam tijdens een borrel, hem begroette en mijzelf voorstelde aan zijn gesprekspartner, waarna mij medegedeeld werd dat ze in gesprek waren. Het kwam erop neer dat ik weggestuurd werd, wat ik redelijk bot vond. Hoe meer ik erop let, hoe meer ik diezelfde mentaliteit om mij heen zie onder mijn medestudenten. Ik begin steeds beter te begrijpen waarom sommige mensen bang zijn om alleen naar een borrel of een ander sociaal evenement te gaan. Hebt u tips hoe ik mij beter kan mengen in gesprekken?

Buitengesloten

Beste Buitengesloten,

Wat u meemaakt is heel onaangenaam en heel ongebruikelijk! De Nederlandse etiquette op borrels, recepties en feestjes (besloten sociale gelegenheden waar het gemeenschappelijke element voor de aanwezigen eruit bestaat dat allen zijn uitgenodigd) is precies hetzelfde als overal ter wereld: mensen bewegen zich vrij door de ruimte en kunnen iedereen aanspreken. In de praktijk ligt de drempel hoog om zomaar een onbekende aan te spreken, laat staan om zich in een groepje onbekenden te storten. Daarom is de gebruikelijke tactiek om een bruggetje te nemen en zich bij een bekende te voegen – ongeacht of die al in gesprek is. De conventie op besloten sociale gelegenheden schrijft een open en verwelkomende houding ten opzichte van onbekenden voor. Dit betekent dat het iedereen op elk moment toegestaan is om een bekende te begroeten en na wederzijdse introducties aan het lopende gesprek mee te doen. Het is heel onbeleefd om iemand die doet wat hij geacht wordt te doen op een borrel (kletspraatjes houden met de medegasten) af te poeieren en het bos in te sturen.

Op een borrel mogen mensen meedoen aan andermans gesprek.

Mensen die diepgaande privé gesprekken willen voeren moeten zich afzonderen door bijvoorbeeld buiten te gaan staan of helemaal te vertrekken van de borrel. Iemand botweg uitsluiten is geen manier van doen. Op een borrel mogen mensen meedoen aan andermans gesprek.

Behalve aardiger mensen als vrienden zoeken geef ik u geen tips hoe u zich beter in gesprekken kunt mengen, want u doet het al goed. De fout ligt bij de anderen. Als het om goede bekenden van u gaat die u op zo’n hondse manier behandelen, kunt u eens terloops navragen waarom ze dat eigenlijk doen. Ik ben benieuwd naar hun antwoord, want er bestaat geen goed antwoord. Uw ervaring valt in de categorie ‘zo hoort het niet te gaan’.

Artikelen in Aanspreken en begroeten, Traditionele etiquette.

Gelabeld met , , .


Hoe kom je aan dat geld?

Beste Beatrijs,

Ik ben een vrouw (jonge dertiger) met een fijn huis en een mooie auto. Beide zijn veel duurder dan wat mijn leeftijdgenoten zich kunnen veroorloven. En dus (heel Hollands) krijg ik vaak de vraag toegeworpen: ‘Waar doe je het van?’ Als zelfstandige heb ik een redelijk maar zeker geen topinkomen. Ik heb veel gespaard en door omstandigheden een flinke financiële buffer kunnen opbouwen. Ik wil me niet telkens excuseren voor de dingen die ik heb, maar doe het wel elke keer weer. Het is zelfs zo erg dat ik me haast schaam voor wat ik bezit. Hoe kan ik me te weer stellen tegen zo’n botte vraag?

Waar doet ze het van?

Beste Waar doet ze het van?

Irritante, nieuwsgierige vragen wimpelt men het beste af een glimlach en een cliché. Uw geval lijkt me een prima gelegenheid om de klassieker ‘Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen’ van stal te halen. Bij doorvragen het antwoord herhalen.

Artikelen in Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , .


Een vervelende cadeaulijst

Beste Beatrijs,

Ons petekind viert binnenkort zijn eerste verjaardag. Mijn man en ik verheugen ons erop en ik heb ook een leuk idee voor een cadeautje. Vandaag ontvingen wij via de mail een cadeaulijst waarop wij konden intekenen op een presentje voor de jarige, die trouwens volgens zijn ouders eigenlijk niets nodig heeft. Een lege ingepakte doos is daarom ook welkom als cadeau. Als de gasten het echt niet kunnen laten dan moet er iets van de lijst worden gekocht, zodat de jarige (en zijn ouders neem ik aan) niet opgescheept zitten met dubbele of onnodige items.

Dit schrijven ergerde mij, omdat mij het plezier van het geven van een eigen origineel cadeautje wordt ontzegd. Vanuit het standpunt van de jarige zou de lege doos waarschijnlijk een prima optie zijn, maar het voelt niet goed om als peetouders met ingepakte lucht aan te komen. Mogen wij zo eigenwijs zijn om met een eigen cadeau aan te komen?

Cadeau voor eenjarige

Beste Cadeau voor eenjarige,

U weet dat een eenjarig kind geen cadeaubesef heeft en dat het totaal niet uitmaakt wat u geeft. Elk cadeautje voor een eerste verjaardag is een poging om een goede indruk te maken op omstanders: de ouders en de andere genodigden. Zelf denk ik dat een eerste verjaardag geen feest van een heel gezelschap volwassenen waard is, omdat de jarige er niets aan heeft. Als ouders er toch een ontvangst van willen maken, kunnen zij de genodigden beter voorhouden dat het om de gezelligheid gaat en dat ‘cadeaus echt niet nodig zijn’. Afgezien van kansarme armlastigen komt elk eenjarig kind al om in de spullen, dus er is geen behoefte aan nog meer spullen. Dat zou een duidelijke boodschap zijn. Alsnog een verlanglijstje rondsturen met de aantekening dat lege handen of een lege doos ook oké zijn is een halfbakken compromis met toch ook een irritant inhalig randje.

Omdat er zo veel mogelijkheden worden geboden, zal uw zelfverzonnen cadeautje dat niet op de lijst staat ook wel goed zijn. Cadeautjes horen altijd in dankbaarheid aanvaard te worden, dus de ouders zullen heus niet mopperen en de jarige heeft toch nergens benul van. Maar eigenlijk raad ik u aan om de mogelijkheid ‘helemaal geen cadeau’ te kiezen (ook geen belachelijke lege doos), en te wachten tot uw petekind groot genoeg is (misschien als hij twee wordt, maar in ieder geval op z’n derde verjaardag) om überhaupt blij te zijn als hij een pakje mag openmaken.

Artikelen in Cadeaus.

Gelabeld met .