Is het erg als het Down-syndroom uitsterft? Zou de maatschappij erop achteruit gaan, als er geen downies meer rondlopen, zoals je het ook als een verlies kunt beschouwen dat de tijger dreigt te verdwijnen uit het zoogdierentableau? Voor de tijger en de panda worden maatregelen getroffen om hun natuurlijke habitat te beschermen, niet omdat die dieren zo veel nut hebben voor de mens, maar omdat behoud van diversiteit in levensvormen appelleert aan een gevoel van esthetiek.
Mensen met Down-syndroom dreigen niet uit te sterven doordat hun habitat wordt aangetast – de conditie is het gevolg van een genetische tombola die zich altijd zal blijven voordoen – maar door medisch-technologisch ingrijpen: zwangere vrouwen kunnen een test laten doen en bij een positief resultaat tot abortus overgaan. Het schijnt dat in Denemarken nauwelijks nog Down-geboortes voorkomen, omdat de test routinematig en kosteloos aan zwangeren van alle leeftijden wordt aangeboden.
Deze niet-invasieve prenatale test (NIPT) heeft grote voordelen boven de vlokkentest of de vruchtwaterpunctie (allebei met verhoogd risico op spontane abortus) en zal waarschijnlijk ook in Nederland op het repertoire komen. Tenzij de Tweede Kamer een verbod uitvaardigt, maar die kans lijkt klein, omdat die test optioneel en geen verplichting wordt. Wie kan er op tegen zijn dat zwangere vrouwen vrijwillig een welomschreven risico willen uitsluiten?
Toch vinden sommige mensen deze nieuwe test een heel gevaarlijke ontwikkeling. In de Volkskrant opinieerde filosofe Thecla Rondhuis dat ‘een echte beschaving Down accepteert’, En eerder in dezelfde krant pleitte Renate Lindeman, moeder van twee Down-syndroom-kinderen, ervoor om de zonnige kant van Down te belichten: van de jongeren met downsyndroom zegt 99 procent gelukkig te zijn. In beide stukken cirkelt de argumentatie naar analogie van de bedreigde tijger rond het begrip diversiteit: het is goed dat er in de maatschappij verschillen bestaan en door bepaalde zijnsvormen de mogelijkheid van leven op voorhand te ontzeggen worden negatieve stereotypen gekweekt en zal de tolerantie verminderen. Ook het hellend vlak argument speelt een belangrijke rol: als er nu ruim baan komt voor abortus van Down-syndroom, krijgen we straks abortus van aanleg voor depressie (waar geen genetische codering voor is, voor zo ver die er ooit komt).
Buiten kijf staat een maatschappij plaats moet bieden aan mensen met afwijkingen of uitdagingen van wat voor aard dan ook. Acceptatie en tolerantie, je zou ook kunnen zeggen dat ze recht hebben op een normaal-beleefde bejegening. Of ze spastisch in een rolstoel zitten, doof of blind zijn, suikerziekte PDD-NOS of Down-syndroom hebben. Afwijkingen van de standaard houd je altijd, dat definieert de mensheid.
Ook ouderlijke liefde is niet onvoorwaardelijk.
Het gaat nog wel een stapje verder om de NIPT uit te bannen teneinde de diversiteit van de maatschappij op peil te houden. Dat betekent dat uit de populatie van aanstaande ouders een gering percentage zich moet opofferen en een Down-syndroom kind krijgen ter wille van het overkoepelende diversiteitsideaal. Daar heeft niemand zin in. Het kan wel wezen dat Down-syndroom-kinderen een zonnige natuur hebben en een gelukkig leven leiden, maar je kunt het mensen niet kwalijk nemen als ze hun ouderschap liever niet door Down getekend zien. Ook ouderlijke liefde is niet onvoorwaardelijk. Het merendeel van de zwangeren wil maar al te graag vermijdbare risico’s uitsluiten en degenen die een test afwijzen doen dat om persoonlijke, levensbeschouwelijke redenen (ik accepteer alles wat op m’n pad komt) en niet met het oog op een vermeend maatschappelijk belang.
Ten diepste is het argument contra de prenatale Down-screening een afwijzing van abortus als zodanig. Wie vindt dat selectieve Down-abortus ontmoedigd moet worden, kan niet tegelijk vinden dat elke vrouw het recht heeft een gezonde foetus te aborteren als een kind haar toevallig niet uitkomt. Die NIPT is onontkoombaar.