Er is weinig zo tricky als het voeren van een discussie over het verzorgen van demente bejaarden. Kinderarbeid is net zoiets. Iedereen vindt vanzelfsprekend dat dementen goede zorg moeten krijgen en dat kinderarbeid wereldwijd verboden moet worden. Wie deze overtuigingen uitdraagt bevindt zich in het goede kamp en krijgt alle sympathie van het publiek. Degene die het waagt om enige kanttekeningen bij het algemene principe te plaatsen krijgt onvermijdelijk de schurkenrol toebedeeld en verliest bij voorbaat de discussie.
Alleen al vanwege dit mechanisme verdient Heleen Dupuis een compliment voor de moed die ze opbracht om bij Pauw op tv in het hol van de leeuw plaats te nemen. Bij deze uitzending op 5 november werd doorgeborduurd op de misstanden in het Haagse verpleeghuis, waar de moeder van staatssecretaris Martin van Rijn haar laatste kommervolle jaren slijt. Het optreden van de staatssecretaris de dag daarvoor bij Pauw was pijnlijk geweest vanwege zijn persoonlijke betrokkenheid en zwak omdat hij zich verschool achter politieke frases. Hij kon moeilijk anders, maar toch.
Heleen Dupuis zat daar als lid van de Raad van toezicht van die bewuste Haagse verpleeginrichting, in de rol van aangeklaagde dus, en had aangekondigd dat ze alleen haar visie op een en ander wilde geven en niet in discussie wilde gaan, omdat dat toch op welles-nietes zou uitdraaien. Maar natuurlijk was dat precies wat er gebeurde. De andere gasten die voor het onderwerp waren uitgenodigd, inclusief Pauw, konden het bloed van de vijand wel drinken. Toen Dupuis de afwezigheid van verplegend personeel aanmerkte als incidenteel niet structureel, concludeerde Pauw: ‘O, dus u vindt de klagers leugenaars?’ Kortom zij dolf geheel voorspelbaar het onderspit.
De toon was al gezet door de tweet van Wouke van Scherrenberg: ‘Zes demente mensen op 1 zaal! Kon de staatsecretaris niks beters vinden voor zijn moeder?’ Ja, knikt iedereen, ’t is een schande hoe die grootschalige instellingen winst maken door te beknibbelen op personeel, terwijl de dementen ongesuperviseerd in hun urine soppen. Er worden beelden opgeroepen, waartegen geen verweer mogelijk is. Instelling voor dementen maken altijd een vreselijke indruk op wie er een kijkje komt nemen en voor partners of familieleden van ingezetenen is het nog veel erger om aan te zien dat er voortdurend dingen mis gaan. Anderzijds: zes dementen op een zaal is gewoon een huiskamer, hoor. Een imitatie van een huiselijke omgeving en kleinschalig bovendien. Wat doet het ertoe dat er twintig of vijftig van die huiskamers onder de paraplu van een en dezelfde zorginstelling zitten? De zorgstructuur bestaat nog steeds uit één verpleegkracht op zes patiënten.
De chaos van thuis zet zich onontkoombaar voort in de instelling.
Je kunt je afvragen of dit niet te schraal is en of het niet veeleer twee verpleegkrachten op zes patiënten zou moeten zijn. Hoe meer supervisie, hoe meer personeel, hoe minder spijtige incidenten met pis en poep. Het beste zou natuurlijk zijn: één op één zorg oftewel precies de 24-uurs mantelzorg die veel partners van dementerenden jarenlang thuis uitvoeren, totdat ze de chaos en de ontwrichting van hun eigen leven niet meer aan kunnen en hun geliefde laten opnemen.
Dat wegbrengen of wegdoen, waarvan sommige mantelzorgers zichzelf betichten, is niet speciaal voordelig voor de patiënt. In plaats van één op één zorg van een vertrouwd (zo lang als dat duurt tenminste) persoon krijgt hij/zij te maken met diverse, roulerende professionals. Die allemaal hun best doen en reuze toegewijd zijn – anders ga je die branche niet in – maar ja, er zijn nog meer patiënten à 80.000 euro per jaar. De chaos van thuis zet zich onontkoombaar voort in de instelling. Het kost onnoemelijk veel inzet om die chaos om te turnen in rust, reinheid en regelmaat, en liefst ook nog een beetje gezelligheid. Het is makkelijk schande roepen, als die herculische opdracht mislukt.










