Spring naar inhoud


Kerstrondzendbrief

Beste Beatrijs,

Het loopt tegen Kerstmis en, ja hoor, de rondschrijfbrief van mijn nicht is in de bus gevallen. Die gewoonte heeft zij opgepikt in Amerika, waar zij en haar man lang geleden hebben gewoond. En weer mogen wij genieten van hun geweldige jaaroverzicht. Dat de kinderen zo ontzettend succesvol zijn, prachtige huizen bewonen en hoe zij zelf genieten van hun Franse stulpje, waar het een komen en gaan is van interessante vrienden. Het is één schaamteloze etalage van hoe goed ze het voor elkaar hebben. Wij willen eigenlijk van hun postlijst af, maar hoe doe je dat zonder er een familieruzie van te maken?

Hun geweldige leven

Beste Hun geweldige leven,

Probeert u zich zo min mogelijk te ergeren! Het is waar: dit soort one size fits all correspondentie is zelden interessant en staat meestal vol opschepperij, maar dat geldt ook voor veel Facebook-berichten. De kerstrondzendbrief heeft z’n langste tijd gehad, want iedereen leeft zich tegenwoordig uit op Facebook. Het zal niet lang meer duren of uw nicht houdt ook op met haar huisvlijt. Als haar rondzendbrief u zo’n slecht humeur bezorgt, kunt u haar familie-update ongeopend in de oud-papierbak gooien. Dien geen verzoek in om van de verzendlijst te worden geschrapt. Waarom zou u iemand schofferen die uiteindelijk niet veel meer verkeerd doet dan het uitgooien van een contactlijntje vergezeld van de beste wensen?

Artikelen in Post.

Gelabeld met .


Babyplannen bespreken met je kinderen

Beste Beatrijs,

Mijn vriendin en ik denken sinds enige tijd aan kinderen. Ik ben een man met kinderen uit een eerder huwelijk. Ze zijn 17 en 19 jaar en wonen bij hun moeder. Mijn relatie met mijn kinderen was vooral kort na de scheiding en bij het begin van mijn relatie erg moeizaam. Inmiddels, een aantal jaar later, is het contact redelijk tot goed. Alleen blijven zij moeite houden met mijn vriendin. Mijn dochter weigert zelfs ieder contact met haar. Iedere poging om met haar te praten over mijn vriendin loopt vast op een halsstarrig: ‘Ik mag haar gewoon niet.’ De paar keer dat zij elkaar ontmoet hebben was voor beiden een uiterst vervelende ervaring. Mijn zoon heeft de situatie inmiddels wel geaccepteerd en is regelmatig bij ons thuis. Nu mijn vriendin en ik een kinderwens hebben weet ik niet goed hoe ik mijn kinderen hiervan op de hoogte kan brengen en hoe ik hen erbij kan betrekken. Ik heb zorgen over de invloed hiervan op de relatie met mijn kinderen. Hoe kan ik mijn kinderen voorbereiden op deze grote verandering in ons en hun leven?

Baby in zicht

Beste Baby in zicht,

U hoeft uw kinderen nergens op voor te bereiden! Het idee dat u uw voortplantingsplannen met anderen zou bespreken! Dat is iets wat alleen uw vriendin en u aangaat. De rest van de wereld heeft niets met uw voornemens te maken. Tegen de tijd dat uw vriendin goed en wel zwanger is, is het vroeg genoeg om andere mensen, inclusief uw kinderen, de blijde boodschap mede te delen. Hoe uw kinderen daarop reageren zult u te zijner tijd wel merken. Ze zitten tegen de volwassenheid aan, dus het zou voor hen geen verrassing moeten zijn dat twee mensen in de vruchtbare leeftijd die een relatie met elkaar hebben op een gegeven ogenblik een kind krijgen.

De slechte verhouding met uw dochter is een apart probleem dat geheel los staat van uw voortplantingsplannen. Een betere relatie kunt u niet afdwingen en u kunt uw vriendin ook niet bij uw dochter door de strot duwen. Als uw dochter niet bij u thuis over de vloer wil komen, dan moeten de contacten zich buitenshuis afspelen. Verzeker haar wel dat uw deur altijd voor haar open staat. Hopelijk trekt zij in de loop der tijd een beetje bij en groeit zij over haar weerstand heen. Een halfbroertje/-zusje kan trouwens een belangrijke rol spelen in enige harmonisatie van de verhoudingen in een gebroken gezin. Een baby is ten slotte altijd schattig en heeft nergens schuld aan. Wie de baby in zijn/haar hart sluit accepteert uiteindelijk ook de moeder.

Artikelen in Communicatie, Huwelijk en scheiding, Tieners, Zwangerschap en baby's.


Alcohol is geen giftige paddenstoel

Alcohol blijkt toch niet zo schadelijk voor tieners als eerder werd aangenomen. Een nieuwe studie, waarin niet-drinkende, een beetje drinkende en veel drinkende jongeren werden vergeleken op het uitvoeren van taakjes, leverde geen verschillen op in geheugen, impulscontrole en concentratievermogen. Scans van het puberbrein (wat een kinderachtig woord is dat toch, alsof het over Willy Wortel gaat – waarom niet gewoon ‘hersenen’?) vertonen ook al geen schade in de vorm van krimp. Als ik het niet dacht! Het verbaast me in het geheel niet dat er over een fenomeen als drinkende tieners, iets waarvan je op je klompen kunt aanvoelen dat het niet oké is, geen categorische wetenschappelijke uitspraken kunnen worden gedaan in de trant van X leidt onontkoombaar tot Y. Dat ligt notoir lastig met glijdende schalen, zeker wanneer er gedrag wordt onderzocht dat behalve aan datgene wat er toevallig wordt onderzocht, het drinken van alcohol, aan nog duizend andere invloeden bloot staat.

Neem zwangerschap. De laatste twintig jaar is de combinatie zwangerschap-alcohol absoluut taboe. Een zwangere vrouw mag geen druppel alcohol tot zich nemen wegens gevaar voor de foetus. Ook de conceptie dient bij voorkeur in nuchtere omstandigheden te gebeuren. De aanbevolen route voor de voortplanting bestaat uit drie maanden alcoholonthouding door zowel de aanstaande moeder als de aanstaande vader voorafgaand aan de conceptie en daarna voor de zwangere een jaar niet drinken (negen maanden plus drie maanden borstvoeding). Dit om foetaal alcohol syndroom te vermijden en de intelligentie van de foetus te optimaliseren.

De meeste mensen worden geconcipieerd onder ten minste een lichte vorm van beneveling.

Wie zich houdt aan de medisch-wetenschappelijke voorschriften (en ik ken inderdaad een jonge vrouw die het zo aanpakt) volgt een klinisch aangescherpte route voor iets wat tot voor kort betrekkelijk onbekommerd en terloops gebeurde: zwanger worden. Niet dat het te bewijzen valt, maar ik vermoed dat het overgrote deel van de nu levende mensen geconcipieerd is onder ten minste een lichte vorm van beneveling. Hoe gaat dat? Je drinkt er een of twee, de stemming wordt gezellig en van het een komt het ander.

In Amerika belt de ober de politie, als een zwangere vrouw de euvele moed vertoont om een glas bier te bestellen, wegens kindermisbruik, maar zo desastreus kán alcoholgebruik helemaal niet zijn, anders was die relatie in de loop van de geschiedenis vanzelf wel opgeborreld, zoals van bepaalde planten proefondervindelijk is vast komen te staan dat ze giftig zijn en dat je er dus altijd van af moet blijven. Alcohol is geen giftige paddenstoel waar een foetus of een tiener onmiddellijk schadelijke effecten van ondervindt en de wetenschap zal ook nooit hard kunnen maken dat dat wel zo is, hoe veel scans er ook tegenaan worden gegooid.

Wat niet wegneemt dat alcohol gevaarlijk spul is juist vanwege die glijdende schaal. Een beetje kan geen kwaad, maar iets meer wordt snel te veel. Dat is voor niemand goed en voor zwangere vrouwen helemaal niet, omdat die niet alleen zichzelf, maar ook hun foetus mogelijk schaden. En tieners zijn gewoon te jong. Vijftienjarigen zijn cognitief en motorisch prima geëquipeerd om auto te rijden. Toch moeten ze wachten tot hun achttiende en daar doet niemand moeilijk over.

De enige reden voor het instellen van de alcohol-leeftijdgrens van achttien jaar was om ouders en scholen een wettelijk steuntje in de rug te geven bij het terugdringen van het drinkgedrag onder tieners. Een routine van uitgaan tot diep in de nacht, regelmatige beschonkenheid en tijd verliezen aan katers past niet bij iemand die in een gezin leeft. Daar is geen wetenschappelijk onderzoek voor nodig, dat ligt nogal voor de hand. Het is heel handig dat ouders naar de wet kunnen verwijzen en geen onderhandelingen meer hoeven te voeren. Af en toe stiekem drinken wordt daarmee niet buiten gehouden. Maar dat kan veel minder kwaad dan een routine.

Artikelen in Column.


Een oppas stropen

Beste Beatrijs,

Mijn man moest onverwachts op zakenreis op vrijdag. Normaal is hij dan thuis. Ik moest werken en onze vaste oppas kon die dag niet komen. Onze buren hebben drie middagen in de week (ma di en wo) een studente die oppast. Mijn man zag haar op de stoep met de buurkinderen en vroeg of zij bij ons zou willen oppassen op die ene vrijdag. Dat wilde ze wel doen. Nu zijn de buren boos. Ze vinden dat wij eerst aan hen hadden moeten vragen of wij hun oppas mochten benaderen. Ik snap mijn buren wel, maar ik weet bijna zeker dat ze nee hadden gezegd. Mijn man vindt dat de oppas een zelfstandig mens is en geen eigendom van de buren. En dat wij daarom de buren niet om toestemming hoefden te vragen. Wat vindt u?

Andermans oppas benaderen

Beste Andermans oppas benaderen,

Het polsen van oppassen van buren of van kennissen op het schoolplein is inderdaad iets om voorzichtig mee te zijn. De werkgever betitelt dat gedrag al gauw als ‘stropen’: als het wegkapen van personeel. Wanneer een potentiële nieuwe werkgever meer geld of betere arbeidsvoorwaarden aanbiedt, zou de werknemer zomaar kunnen overstappen naar de concurrent. Degene die zijn oppas ziet vertrekken voelt zich bestolen. Goed personeel is schaars. Wie een vaste oppas zoekt dient niet te vissen in de vijver van vrienden en kennissen, en als hij dat toch wil doen, moet eerst bij de bestaande werkgever worden geïnformeerd naar de mogelijkheden.

Voor een incidenteel oppasklusje luistert het niet zo nauw. Een kinderoppas blijft natuurlijk altijd eigen baas over haar werkzaamheden en er is niets mis mee om iemand de kans te geven om een extra centje te verdienen. Zij kan ja of nee zeggen tegen een aanbod voor extra werk. U zat omhoog, u vroeg iemand die bij de buren werkt en dus wel betrouwbaar zal zijn, en zij kon u inderdaad uit de brand helpen. Noch u, noch de studente heeft toestemming van haar werkgever nodig voor een eigen zakelijke overeenkomst, waar verder niemand door wordt benadeeld, ook die werkgever zelf niet. Formeel ging u niet buiten uw boekje, maar misschien zijn ze bang dat u haar wil inpalmen.

Ga naar de buren en leg het uit. Maak excuses voor zo ver zij zich aan uw gedrag hebben gestoord en zeg dat u zich van geen kwaad bewust was. Vertel dat u een eigen vaste oppas hebt en dat u alleen een beroep op die van hen hebt gedaan, omdat het een geval van nood was. U bent niet van plan om haar weg te kapen. Los daarvan heeft hun oppas altijd het recht om extra werk aan te nemen, of dat extra werk zich nu bij de buren afspeelt of aan het andere eind van de stad.

Artikelen in Buren, Zakelijke relaties.

Gelabeld met .


Wie bepaalt de aanspreekvorm?

Beste Beatrijs,

Mijn man en ik verwachten ons eerste kind. Mijn ouders, die heel blij zijn, willen geen ‘oma en opa’ genoemd worden, maar ‘grootvader en grootmoeder’. Die afspraak hebben ze ook voor hun andere kleinkind. Ik vind die naamgeving een hele mond vol (het lukte mijn neefje pas om ‘grootmoeder’ te zeggen toen hij drie was) en hopeloos ouderwets. De enige reden die mijn moeder aanvoert is: ‘Dat vind ik gewoon leuk’. Ik vraag me af wie er eigenlijk bepaalt hoe mijn kind straks zijn grootouders noemt. Mijn kind? Ik? Mijn ouders? Of ik en mijn ouders samen? Kunt u hier uw licht over laten schijnen?

Omslachtige aanspreekvorm

Beste Omslachtige aanspreekvorm,

In principe bepalen mensen zelf hoe ze aangesproken willen worden. Binnen de grenzen van het redelijke althans. Ze kunnen geen absurde titels als ‘uw edele’ of ‘achtbare vrouwe’ voor zichzelf afkondigen. ‘Grootmoeder/ grootvader’ valt binnen redelijke grenzen, ook al worden die aanspreekvormen nauwelijks meer gebruikt. Het klinkt een beetje ouderwets, maar zo erg is dat ook weer niet natuurlijk. Bespreek het nog eens met uw moeder. Er zijn ook kortere woorden als ‘bomma, bompa’ die gebruikt worden als alternatief voor ‘oma en opa’. Misschien vindt uw moeder dat wel een leuke suggestie. Maar als ze vasthoudt aan ‘grootmoeder’, dan wordt het ‘grootmoeder’. Voor uw kind maakt het niet uit, want hij of zij went aan alles, ook aan drielettergrepige woorden.

Artikelen in Aanspreken en begroeten, Grootouders en kleinkinderen.


Opgescheept met erfstuk

Beste Beatrijs,

Een paar jaar geleden overleed een tante van mij. De familieleden mochten een aandenken uitzoeken uit het huis. Ik zocht een snuisterij uit. Er hing ook nog een groot, somber schilderij met een victoriaans portret dat niemand wilde. Mijn dochtertje was toen in een prinsessenfase en wilde het heel graag hebben. Toen ik het ding dan maar in de auto had geladen, onder het motto dat het altijd nog een keer weg kon, riep mijn nicht: ‘O wat fijn dat het in de familie blijft!’ Ik wist niet wat ik hiermee moest, want ik had de indruk dat ze juist blij was dat ze ervan af was. Betekent dit dat ik het eigenlijk in bruikleen heb en het niet kan wegdoen zonder haar te raadplegen? Het heeft verder geen financiële waarde.

Mag een erfstuk weg?

Beste Mag een erfstuk weg,

‘Fijn dat het in de familie blijft!’ is zo’n lichtelijk sentimentele hartenkreet die vaak klinkt bij het uitruimen van huizen en het verdelen van spullen. Nabestaanden vinden het nu eenmaal pijnlijk als de spulletjes van een geliefde overledene naar de kringloop of het grofvuil gaan. Dat wil niet zeggen dat ze al die spullen zelf zouden willen bezitten, want daar hebben ze helemaal geen ruimte voor. De uitroep van uw nicht hoeft u niet letterlijk te nemen. Ze deed geen uitspraak voor de eeuwigheid. Het is ook geen verborgen claim op het bewuste schilderij. Vanaf het moment dat uw dochter het kreeg met instemming van de hele familie, is het haar eigendom en mag zij ermee doen wat ze wil. Als ze erop uitgekeken raakt, mag ze het weggooien zonder overleg met de familie te plegen. Dat neemt niet weg dat zij (of u) te zijner tijd best aan uw nicht kunt aankondigen dat u op het punt staat om het weg te gooien en dat u voor alle zekerheid aan haar wil vragen of zij het niet toch nog wil hebben. Kleine moeite toch? En dan hoort u het wel. Hoogstwaarschijnlijk zegt ze nee.

Artikelen in Familie.

Gelabeld met .


Levenslange seks is geen pretje

En toen leefden ze nog lang en gelukkig. Doek, aftiteling, einde. Wat er vervolgens gebeurt is de moeite van het vermelden niet meer waard, en als het toneelstuk, de film of het boek na die romantische kus toch doorgaat, zal het geluk onherroepelijk aan flarden gaan. Zo ziet de literaire conventie eruit en bij mijn weten valt daar niet aan te tornen. Zelfs een low brow genre als de soap houdt zich aan deze regel. Geluk staat gelijk aan geen nieuws en geen nieuws is saai.

Ik was dan ook benieuwd naar het laatste boek van Gustaaf Peek, Godin, held, dat over levenslange liefde gaat. De recensenten waren erg enthousiast niet in de laatste plaats vanwege de originaliteit van het thema. Het verhaal speelt zich in omgekeerd chronologische volgorde af – per hoofdstuk worden de hoofdpersonen jonger. Ik had mijn bedenkingen hierover. Zo’n literaire ingreep is een paardenmiddel om een opgewekte afloop af te dwingen, omdat het begin van een relatie per definitie lichter en veelbelovender is dan het eind, wanneer mensen op de rand van het graf wankelen.

Van geluk valt sowieso weinig boeiends te verwachten en Godin, held slaagde er niet in mijn vooringenomenheid in dezen om te buigen. De gimmick van de omgekeerde chronologie werkte zelfs extra beklemmend, omdat het boek niet over levenslange liefde maar over levenslange seks bleek te gaan. Op ongeveer een derde van de roman had ik al zo veel seks achter de kiezen (de hoofdpersonen zijn dan van middelbare leeftijd) dat ik maar besloot om het boek van achteren naar voren te lezen. Hoe jonger de personages, hoe meer seks ik weliswaar kon verwachten, maar misschien zou het me dan minder tegenstaan. Maar het maakte niets uit. Eigenlijk is seks op elke leeftijd behoorlijk afstotend om over te lezen en helemaal wanneer de schrijver dialogen weergeeft à la:

Wat wil je, in mijn mondje?
Zo lekker, het is te lekker.
Volgende keer gaat het lukken. Ga je dan diep in me spuiten?
Ik had je net gewoon moeten nemen.
Te laat. Nu ben je weer van mij.
Nee, nee.
Ik wil je zaad voelen. Proeven. Kom maar. Kom maar.

Sorry. Het is niet mijn bedoeling om Gustaaf Peeks schrijftalent in diskrediet te brengen (al vraag ik me af welk stel dat samen in bed ligt of op de keukentafel hangt dit soort zinnetjes uit z’n mond kan krijgen zonder zich bespottelijk te voelen). Ik weet dat elke zorgvuldig gecomponeerde seksscène van Updike tot Wolkers, van Roth tot Giphart blindelings in aanmerking komt voor toekenning van de bad sex award. Er is geen kunst aan om een schrijver vast te nagelen op gênante seksbeschrijvingen. Dat ligt niet aan de schrijver, maar aan het onderwerp dat zich te veel op de vierkante centimeter afspeelt. Het is te klein, te benauwd, al snel snakt de lezer naar adem. Weg uit dit kleffe gesop tussen de zure lappen! Laten we het weer eens ergens anders over hebben.

Er wordt in boeken zelden of nooit alinea’s besteed aan de intens bevredigende sensatie die het eten van een smakelijke maaltijd geeft. Wel zijn er honderdduizenden kookboeken, waarin je kunt lezen hoe je een smakelijke maaltijd kunt maken. De voorbereidingen zijn blijkbaar interessanter om kennis van te nemen dan de gebeurtenis zelf. Zou het met seks niet ook zo liggen: dat alles erom heen eigenlijk interessanter is dan de seks zelf?

Maar ten diepste is het waarschijnlijk gewoon de kift van mij. Hoofdpersonen die met z’n tweetjes van de ene in de andere extase vallen sluiten de lezer uit met hun geluk. Het hele boek door had ik het gevoel dat ik als lezer te veel was. Er is niets zo ongastvrij voor derden als gelukkige seks.

Artikelen in Column.


De prijs van samenwonen

Beste Beatrijs,

Mijn vriend (24) en ik (20) hebben sinds drieënhalf jaar een serieuze relatie. Na zijn afstuderen elders in het land heeft hij een promotiebaan gekregen in de stad waar ik studeer. Hij heeft nu ook een huurhuis hier gevonden. Ik ben erg enthousiast dat hij eindelijk gaat verhuizen. Omdat hij niet direct een onderkomen kon regelen toen zijn baan begon, heeft hij anderhalve maand drie nachten in de week bij mij gelogeerd. Dit vond ik erg gezellig. Op aandringen van mij heeft hij wel huur voor die dagen betaald, wat hij eerst niet van plan was. We willen over een aantal maanden gaan samenwonen. Het huis moet worden ingericht (we schatten de kosten daarvan op ongeveer 2000 euro) en hij wil graag dat ik een bijdrage lever.

Ik heb wel enig spaargeld, maar veel minder dan hij en dat geld is eigenlijk bestemd voor onverhoedse studiekosten. Het gaat me te ver om helemaal niet bij te dragen, omdat het toch uiteindelijk ons thuis wordt. Wat is de norm?

Wat voor verdeelsleutel?

Beste Wat voor verdeelsleutel,

Er is geen norm. U kunt zo veel of zo weinig bijdragen als u zelf wil. Of helemaal niets. Dat lijkt me verreweg de beste optie. Anders gezegd: trek niet bij hem in! U bent te jong voor zo’n ingrijpende stap. 20 jaar is geen goede leeftijd om te gaan samenwonen. Uitstellen van de samenwoonbeslissing heeft als voordeel dat u en uw vriend de financiën apart houden en dat de verhouding zuiver blijft. Uw vriend gaat promoveren. Dat is geen vetpot, maar hij moet ervan kunnen leven. Hij zou uw financiële inbreng niet nodig moeten hebben om te kunnen wonen. Hij kan naar de kringloopwinkel gaan, als hij een eettafel nodig heeft. Uw spaargeld is bedoeld voor onverwachte studiekosten. Misschien wil u later een semester in het buitenland studeren. De aanschaf van een driezitsbank of een espressoapparaat lijkt op dit moment niet bepaald een topprioriteit. Als een samenwoonrelatie uitgaat (en houd er rekening mee dat heel veel relaties van jonge twintigers niet houdbaar blijken), geeft dit bovenop de emotionele sores veel extra gedoe om de financiële investeringen te ontwarren. Nog afgezien van aanspraak op de woonruimte zelf: wie is hoofdhuurder en wie komt er op straat te staan als de relatie ontspoort?

Waarom zou u nu al de verantwoordelijkheid van een gemeenschappelijke huishouding met alle risico’s van dien aangaan? Dit is de leeftijd om vlijtig te studeren, te leren om zelfstandig te leven en om plezier te hebben met vrienden en vriendinnen. De liefde kan prima in dit panorama worden ingepast – ieder vanuit zijn/haar eigen woonruimte.

Ik raad u aan om de huurgelden die u uw vriend hebt laten betalen aan hem terug te geven (een geliefde laten betalen voor achttien gezamenlijke nachten slaat nergens op) en de samenwoonplannen af te blazen. Een twintigjarige is te jong voor het gezapige leven van een getrouwd stel. Tegen de tijd dat u zelf ook afstudeert en een beginnetje maakt met financiële onafhankelijkheid, is het vroeg genoeg om samen te wonen, mocht de relatie dan nog steeds bloeien.

Artikelen in Liefde en relaties.

Gelabeld met .


Bemoeizuchtige senioren

Beste Beatrijs,

Soms word ik gek van de bemoeienis van voorbijgangers met mijn zoontje (drie jaar). Voorbeeld: na een lange dag op weg naar de auto was hij moe en hij moest op de parkeerplaats even huilen. Terwijl ik hem troostte, kregen we van twee passerende oudere echtparen ongevraagd commentaar. ‘Ik zie helemaal geen tranen hoor!’ riep een man en keek mijn zoontje enthousiast aan. En een andere vrouw vroeg: ‘Is hij ziek?’ Mijn zoontje ging hier alleen maar harder van huilen. Ik antwoordde niet al te vriendelijk: ‘Zulke opmerkingen helpen niet echt, meneer!’ Hoe kun je het beste reageren op oudere mensen die goedbedoelde opmerkingen maken op de verkeerde momenten?

Ongewenste inmenging

Beste Ongewenste inmenging,

Voorbijgangers (oud en jong) zouden zich op straat niet met andermans kinderen moeten bemoeien, maar het gebeurt altijd. Kleine kinderen roepen nu eenmaal een reflex van vertedering of bescherming op. Als mensen in het voorbijgaan opmerkingen maken die u niet bevallen of menen ergens in te moeten interveniëren, kunt u het beste doen alsof u niets gehoord hebt. Straal negeren dus. Richt men het woord rechtstreeks tot u, dan poeiert u hen af door ‘Niks aan de hand, hoor!’ te zeggen of ‘Geen probleem, alles onder controle!’ Vervolgens tilt u uw kind op of voert het met u mee en wegwezen maar.

Artikelen in Het publieke domein, Kinderopvoeding.

Gelabeld met .