Spring naar inhoud


Delen in een podiumbon

Beste Beatrijs,

Onlangs gingen mijn vriend en ik naar een concert. Dit doen we wel vaker en in onze relatie hebben we de gewoonte dat ieder z’n eigen kaartje betaalt. Deze keer had mijn vriend een voor z’n verjaardag cadeau gekregen podiumbon liggen die hij daarvoor wilde gebruiken, maar hij besloot om alleen zijn eigen kaartje ermee te vergoeden, met als argument dat het zijn bon was. Ik vond dat een beetje raar. Ik kan prima mijn eigen kaartje betalen en het is ook geen big deal, maar ik had gedacht dat hij de bon voor ons samen zou gebruiken. Ik voelde me op een vage manier bekocht. Wie is er hier nu inhalig, mijn vriend of ik?

Delen of niet?

Beste Delen of niet,

Een podiumbon die voldoende financiële armslag biedt voor twee toegangskaartjes is bedoeld als plezier voor twee mensen tegelijk. Het is niet erg gebruikelijk om de helft van een cadeaubon bij je geliefde in te wisselen voor cash. Het komt niet in het hoofd van uw vriend op om gezellig samen met u gratis naar een mooi concert te gaan, want wat hij gekregen heeft is van hem en niet van u. Wanneer deze lijn wordt doorgetrokken, betekent dit dat u zou moeten betalen, wanneer u samen met hem de fles wijn opdrinkt die hij voor z’n verjaardag kreeg. Uw vriend mag vanzelfsprekend doen wat hij wil met cadeaus, maar dat hij u laat betalen voor iets wat hem geen cent gekost heeft wijst op bovengemiddelde geldbelustheid. Aardig is het in ieder geval niet.

Artikelen in Cadeaus, Liefde en relaties.

Gelabeld met , .


Vakantieplannen smeden

Beste Beatrijs,

In de zomervakantie willen wij (studenten) met een groep vrienden voor een week een huisje huren in Frankrijk. Vorig jaar hebben we dat ook gedaan en dat is goed bevallen, behalve dat we twee personen liever niet weer erbij willen. Zij pasten niet goed in de groep door sociale desinteresse en omdat ze over van alles moeilijk deden. We weten niet goed hoe we dit moeten aanpakken. Hen niet uitnodigen en de hele vakantie verzwijgen kan niet, want de foto’s zullen ook online verschijnen. Een goed excuus verzinnen is lastig en de waarheid vertellen is pijnlijk. Hoe kunnen wij op een tactische manier deze mensen erbuiten houden?

Eens maar nooit weer

Beste Eens maar nooit weer,

Nodig ze niet uit en ga gewoon op vakantie! U hoeft hen niet van tevoren mee te delen dat ze niet welkom zijn. Iedereen maakt z’n eigen plannen voor de vakantie en het is geen wet van Meden en Perzen dat een bepaald gezelschap jaar in jaar uit in exact dezelfde samenstelling met elkaar erop uittrekt. U en uw vaste vriendengroepje mogen helemaal zelf bepalen met wie u in een huisje wil zitten. U bent geen verantwoording vooraf of achteraf verschuldigd aan mensen die er niet bij zullen zijn.

U maakt zich zorgen over foto’s die op zeker moment op Facebook staan. Maar wat dan nog? Ongetwijfeld hebben de ongewenste personen allang zelf andere vakantieplannen gemaakt, die ze misschien zelfs veel leuker vinden dan met jullie op herhaling te gaan. Als de groep het vorig jaar niet zo leuk vond met die twee, dan zullen die twee het waarschijnlijk ook niet zo geweldig hebben gevonden met jullie. En als ze van tevoren lucht krijgen van uw vakantie en om opheldering vragen, zegt u nonchalant dat de groep deze keer anders is samengesteld.

Artikelen in Reizen, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , .


Oog in oog met de behoeftige medemens

In de categorie bedelaars horen treinmuzikanten bij de allerergsten. Een man, meestal met een accordeon, die wagon na wagon steeds hetzelfde afschuwelijke deuntje ten gehore brengt. Tegenwoordig kom ik ze nooit meer tegen – de NS heeft korte metten met deze terreur gemaakt -, maar van een paar jaar geleden herinner ik me, ook wel eens in de metro, de claustrofobie die mij beving, als er weer eens zo iemand de situatie auditief kwam verkrachten. Eigenlijk is dit geen bedelen meer, maar afpersen, zoals een getergde winkelier een orgeldraaier die zich voor zijn deur posteert een tientje geeft om alsjeblieft honderd meter verderop te gaan staan.

De beklemming komt voort uit het willoos overgeleverd zijn. Van violisten die in een restaurant doen alsof ze speciaal voor een dame in vurig gefiedel uitbarsten moet ik ook niks hebben. Moet je je conversatie stil leggen? Moet je gevleid glimlachen? Mag je doorgaan met eten? Word je geacht je portemonnee tevoorschijn halen als hij klaar is of bederf je dan juist het toneelstukje? Iemand die een boterham probeert te verdienen met musiceren in het openbaar zou dat alleen moeten doen op plaatsen waar toehoorders zich vrijwillig naar toe en vanaf kunnen bewegen. Al het andere is overlast en overheersing.

Bedelen is natuurlijk per definitie een opdringerige bezigheid. Een bedelaar is wel gedwongen om aandacht te trekken, anders heeft niemand in de gaten dat hij bedelt of geld inzamelt voor een goed doel, wat globaal in dezelfde sfeer zit. De overeenkomst tussen een dakloze die om een euro vraagt en een filantropische organisatie die een nationale inzamelingsactie houdt is dat onbekenden vrijwillig afstand doen van een meer of minder substantiële som gelds. In deze sector met alle sponsoring en crowd funding erbij gaat onvoorstelbaar veel geld om. Individueel geefgedrag hoort bij de menselijke geboden, zoals je ook in zekere zin moreel verplicht bent om een fooi te geven in restaurants. Het is niet verplicht op de manier waarop je verplicht bent belasting te betalen, maar als je nooit eens ergens geld aan schenkt ben je een gierig en dus onaangenaam mens.

Als ik ja zeg, word ik opgelicht, en als ik nee zeg, heb ik een basalten ziel.

Spijtig genoeg vormen regelmatige overschrijvingen naar favoriete zorgvuldig uitgekozen goede doelen geen oplossing voor het probleem van oog in oog staan met aanbellende collectanten of met bedelaars die voor zichzelf werven. De ideële verschillen tussen die twee groepen worden volkomen weggevaagd door irritatie over hun vraag naar mijn geld. Ik wil geen Joris Goedbloed zijn, maar ook geen Scrooge. Als ik het gezeur honoreer, heb ik het gevoel opgelicht te zijn, en als ik nee zeg, heb ik een basalten ziel.

Van de week liep ik in een dure winkelstraat in straf tempo twee slenterende, kletsende vrouwen voorbij, de een zwart en de ander blank. Een gezellig tafereeltje, precies waar Stephan Sanders toe opriep in zijn stuk over de hortende integratie tussen zwart en blank, zowel op het werk als in de vriendschap. ‘Ha, op den duur komt dat vanzelf goed’ dacht ik.

Vijf seconden later riep een van de twee mij achterna: ‘Mevrouw, mag ik u wat vragen? Hebt u misschien een paar euro voor me?’ Ik werd bevangen door woede, teleurstelling en schaamte over mijn roze bril. Terwijl ik wat muntgeld bij elkaar viste, sprak de vrouw door over haar zieke dochter en dat zijzelf sinds gisteren niet gegeten had. Dat ergerde me nog meer. Zag zij niet dat ik bezig was met dokken en dat verdere uitleg niet nodig was? Van bedelaars interesseert het me niet waar ze het geld voor nodig hebben, al kopen ze er heroïne van. De vrouw ging door met lamenteren. ‘Het kan me niet schelen!’ riep ik en liep door. Een bedankje kon er niet af. Er was iets helemaal mis gegaan bij deze ontmoeting.

Artikelen in Column.


Moeder kletst alles door

Beste Beatrijs,

Na een traumatische ervaring zit ik momenteel opgescheept met een vervelende psychische aandoening. Ik heb professionele hulp gezocht en ik doe mijn uiterste best om ervan af te komen. Noodgedwongen heb ik mijn alleenstaande moeder (van 84) hierover moeten inlichten. Ik heb haar uitdrukkelijk verzocht mijn privé sores niet met anderen te bespreken, hooguit met haar zus. Intussen is gebleken dat zij de hele familie en al haar kennissen ingelicht heeft. Mijn moeder kennende vrees ik dat zij het nog dramatischer gebracht heeft dan het al is. Gisteren stond er zelfs een meewarig berichtje van een van haar vriendinnen op mijn voicemail. Blijkbaar is de klets- en roddeltamtam in volle gang. Hoewel ik best begrijp dat zij haar zorgen heeft willen delen, neem ik haar dit toch kwalijk.

Binnenkort is mijn moeder jarig en zal zij een beroep op mij doen om te helpen. Ik wil haar niet in de steek laten, maar ik zie vreselijk op tegen al het goedbedoelde commentaar en de nieuwsgierige vragen die ik te horen zal krijgen. Ik heb geen enkele behoefte om mijn situatie met die mensen te bespreken. Wat moet ik doen, als iemand er toch over begint?

Over de tong

Beste Over de tong,

Moeders praten over hun kinderen. Dat is wat moeders doen. Uw moeder lijkt nog een graadje gretiger om de bazuin ter hand te nemen dan de gemiddelde moeder. Ondanks uw uitdrukkelijke verzoek om een en ander niet door te vertellen, gaf zij ruim ruchtbaarheid aan wat u haar toevertrouwd had. Blijkbaar hoort zij bij degenen die de broodnodige spanning in het leven ontlenen aan wat andere mensen overkomt en niet aan wat zij zelf meemaken. U kent uw moeder al uw hele leven, misschien had u er van te voren rekening mee moeten houden dat zij geen wonder van discretie is. U schrijft dat u ‘noodgedwongen’ uw moeder moest inlichten. Zelfs toen u er niet aan ontkwam om iets over uw sores te zeggen, had u de informatie zo droog en oninteressant mogelijk kunnen houden: zonder in gevaarlijke details te treden, zonder haar ongerust te maken, desnoods door alles een stuk rooskleuriger voor te stellen dan de werkelijkheid. Wat iemand niet weet kan hij of zij tenslotte ook niet doorvertellen.

Loslippigheid kan nooit ongedaan worden gemaakt.

Daar is het inmiddels te laat voor. Loslippigheid kan nooit ongedaan worden gemaakt. Nu moet u het brandje blussen en verdere schade binnen de perken houden. Dit kunt u doen door alle nieuwsgierige vragen en al het medeleven wat u op de verjaardag van uw moeder over u heen zult krijgen keihard af te wimpelen en van u af te gooien. Doe gewoon alsof er geen centje pijn is. Als men vragen stelt, zegt u: ‘Met mij gaat alles prima naar omstandigheden, en hoe gaat het met jou?’ Dringt iemand aan, zegt u: ‘Dank voor je betrokkenheid, maar ik heb geen behoefte om er verder op in te gaan.’ Glashard de ongewenste bemoeienis terugkaatsen dus, en neem u vooral voor om uw moeder niet meer te begunstigen met precaire informatie.

Artikelen in Ouders en volwassen kinderen.

Gelabeld met .


Een duur cadeau

Beste Beatrijs,

Mijn man en ik zijn enthousiaste fietsers. Nu wil hij mij een nieuwe fiets geven, het neusje van de zalm, maar heel erg duur. Ik heb een proefritje gemaakt en de fiets rijdt fantastisch. Mijn man vindt dat ik dit cadeau waard ben. Hij zit niet krap bij kas, maar zeker ook niet ruim. Eigenlijk heb ik geen nieuwe fiets nodig. Als ik dat wel vond, had ik hem zelf gekocht. Ik heb minder geld dan hij, maar kan het wel betalen. Wat zal ik doen: dit cadeau afslaan, de fiets toch maar zelf betalen, of dit geschenk me laten welgevallen? Die laatste mogelijkheid voelt een beetje ongelijkwaardig (huis en huishouden doen we helemaal fifty fifty).

Dure fiets

Beste Dure fiets,

Gulheid toont zich niet alleen in vrijgevigheid, maar ook in kunnen ontvangen.

Uw man, met wie u samenwoont, een huishouden en ander lief en leed deelt, heeft bedacht dat hij u een substantieel cadeau wil geven. Om financiële redenen overweegt u om dit niet aan te nemen. Indirect luidt uw boodschap: zelfs mijn liefhebbende echtgenoot sta ik niet toe mij blij te maken met een prijzig cadeau. Overdreven cadeaus zijn uit den boze, geschenken moeten in principe in gelijke munt terugbetaald kunnen worden en niemand mag bij de ander in het krijt staan – dat is uw grondhouding. Maar niet alles wat er om gaat in een huwelijk heeft een afgepast gelijke financiële inzet nodig. Uw man mag best wat meer krentenbollen eten uit de gemeenschappelijk aangeschafte voorraad dan u. Door het cadeau met vreugde te ontvangen omhelst u uw man. Door het cadeau af te slaan geeft u hem een tik op z’n neus. Gulheid toont zich niet alleen in vrijgevigheid, maar ook in kunnen ontvangen. Doe niet zo moeilijk en ga lekker samen met uw man erop uit op uw nieuwe fiets.

Artikelen in Cadeaus, Liefde en relaties.

Gelabeld met .


Koperen-huwelijksfeestje

Beste Beatrijs,

Binnenkort zijn wij twaalf en een half jaar getrouwd. We hebben zin in een klein feestje. We willen onze twee getuigen met hun partners uitnodigen voor een etentje in een restaurant. Het lijkt mij handig om op de uitnodiging te zetten dat we als cadeau hun aanwezigheid willen en verder niks want we hebben alles al. Mijn man leek het raar om cadeaus ter sprake te brengen, omdat hij zich afvroeg of het überhaupt een gelegenheid is waar cadeaus worden gegeven. Niemand viert dit feest in onze omgeving nog. Behalve wij dan! Hoe zit dit?

Koperen jubileum

Beste Koperen jubileum,

De beste manier om cadeaus buiten de deur te houden is door gasten uit te nodigen zonder de aanleiding voor het etentje erbij te vermelden. Dan belt u op of u schrijft een mailtje om ze uit te nodigen in restaurant X op een bepaalde datum en daar laat u het verder bij.

Wanneer het eenmaal zo ver is en iedereen zit rond de dis geschaard, kan uw man of u het heuglijke feit memoreren en het glas erop heffen. Het etentje krijgt dan bij verrassing een extra cachet. Uw man heeft gelijk dat een twaalf en half jaar huwelijksjubileum geen gelegenheid is voor cadeaus en dat hierop zinspelen door een mededeling ‘geen cadeaus’ ook een beetje raar is. Mensen gaan zich afvragen of ze dan misschien niet toch een toespraakje moeten houden of zich een andere inspanning moeten getroosten. Door geen aandacht te vestigen op de aanleiding voor de bijeenkomst wordt al het speciale waar gasten zich wellicht toe geroepen voelen effectief vermeden. Het wordt dan een gezellig etentje met alleen een extra toost. Precies wat de bedoeling is.

Artikelen in Cadeaus, Huwelijksjubileum.


Te weinig verschil tussen actievoerders en machthebbers

Rendement is een te breed, te veelomvattend begrip om tegen te kunnen zijn. Om maar te zwijgen van rendementsdenken, een begrip dat nog veel breder is en misschien wel hetzelfde als oordelend denken, zo van: dit is gunstig, dit is ongunstig. Vergelijk hiermee een woord als winstbejag. Daarvan weet je meteen dat het om de pegels draait en dan is uitbuiting nooit ver weg, maar rendement betekent toch niet meer dan dat er iets wordt opgeleverd, dat iets een bepaald nut heeft, dat een beoogd effect wordt bereikt.

Zolang een liefdesrelatie rendement geeft (de baten van het met elkaar verkeren zijn groter dan de kosten), blijft de verhouding in stand. Ligt het andersom, dan spat de zaak uit elkaar.

Bij de studentenprotesten vervult het rendementsdenken binnen de universiteit de rol van kwaaie pier (hier klinkt een marxistische echo in door), maar de andere geledingen, docenten, professoren, bestuur buitelen over elkaar heen om er ook afstand van nemen. Ja zelfs minister Bussemaker vindt rendementsdenken een slechte zaak voor de universiteit. Iedereen is het dus met elkaar eens. Waar gaat de strijd dan nog precies over?

Ik weet natuurlijk wel in grote lijnen wat de inzet is. Met rendement wordt een beeld opgeroepen van de universiteit als fabriek, waar aan de voorkant studenten op de lopende band worden gehesen, die aan de achterkant geknipt en geschoren in identieke modelletjes weer uitgespuugd worden. Hoe hoger de rendementseisen, hoe sterker de snelheid van de lopende band wordt opgevoerd, of dit nu gebeurt door het schrappen van impopulaire studies, langstudeerboetes, consilia abeundi of makkelijker tentamens. Bij de wetenschappelijke staf spelen intussen soortgelijke problemen, omdat onderzoekers keihard worden afgerekend op aantallen publicaties, wat ten koste gaat van het onderwijs en van de kwaliteit van het onderzoek. Aldus verdwijnt het idee van de universiteit als centrum voor intellectuele vorming uit beeld. De nieuwe situatie is de geautomatiseerde fabriek met werkstress, opgejaagdheid en eenvormige producten.

Het was een leuke tijd, met genoeg Bildung erin, maar achteraf schaam ik me voor de genoten luxe.

Anders dan in de jaren zeventig inderdaad. Ik wist niet wat me overkwam, toen ik begon als eerstejaars student psychologie: drie keer per week een werkgroep van twee uur en één college dat niet eens verplicht was. Vergeleken met de middelbare school werd er nauwelijks enige inspanning geëist. Ik had er hooguit twee dagen werk per week aan. Verder zeeën van vrije tijd, waarin ik naar believen kon boetseren aan mijn intellectuele vorming en education sentimentale. Later werd de opleiding wel iets intensiever, maar het bleef toch eigenlijk een makkie, een picknick van zeven jaar voor de bevoorrechte klasse – ik deed er net als bijna al mijn studiegenoten ook nog eens een jaar langer over. Het was een leuke tijd, met genoeg Bildung erin, maar retrospectief schaam ik me voor de genoten luxe.

In de jaren zeventig deed ongeveer vijftien procent van de jongeren een universitaire opleiding. Een kwart eeuw later was dat percentage verdubbeld en tien jaar geleden kondigde de overheid een streefcijfer van vijftig procent af voor het hele hoger onderwijs, inclusief HBO. Het is goed te begrijpen dat iedereen naar de universiteit wil omdat hoogopgeleid nog steeds de beste kansen biedt op een hoog inkomen, maar het is misschien niet zo heel vreemd dat niet direct rendementsgebonden waarden als belezenheid, kritische reflectie, een intellectueel debat kunnen voeren en over de rand van je eigen discipline kunnen kijken een beetje buiten de boot vallen. Voor zo ver die waarden vroeger wél expliciet aan bod kwamen, want daarvoor gold wat nog weer eerder gold voor de boekenlijst op het gymnasium: niet nodig, omdat gymnasiasten uit zichzelf wel lazen. Tja, sommigen wel en anderen niet.

Dat stille rendement, waarvan onzeker is of het zich wel laat verzilveren, laat zich lastig beleidsmatig programmeren. Maar het is niet verdwenen, je moet het alleen wíllen zien.

Artikelen in Column.


Schiet ik tekort?

Beste Beatrijs,

Ik (man, 23 jaar) ga twee weken op vakantie en heb de conciërge van mijn flatgebouw gevraagd of hij dan voor mijn vissen kan zorgen, wat hij heeft beloofd. Nu heb ik een vriend, met wie ik al twee jaar verkering heb, die regelmatig bij mij blijft logeren omdat hij lange dagen moet maken en ik dichter bij zijn werk woon dan hij. Door de week blijft hij soms twee tot drie keer een nachtje over en in de weekenden is hij er vaak ook, voor de gezelligheid. Hij is beledigd dat ik hem niet heb gevraagd om voor de vissen te zorgen, zodat hij in mijn afwezigheid mijn appartement kan gebruiken. Maar ik houd mijn huis liever onaangeroerd en ongebruikt, zodat het lekker schoon is als ik weer thuiskom. Mijn vriend snapt niet dat ik hem niet gevraagd heb. Valt mij iets te verwijten?

Gebrek aan gastvrijheid?

Beste Gebrek aan gastvrijheid,

U bent de baas over uw appartement, dus het is uw goed recht om te beslissen wie u toelaat in uw afwezigheid. Maar ik kan me wel voorstellen dat uw vriend een beetje in zijn wiek is geschoten. Uw vriend logeert heel frequent bij u, omdat uw huis dichter bij zijn werk is. Het zou hem veel reistijd besparen, wanneer u hem twee weken in uw huis laat zitten, terwijl u weg bent. Waarom gunt u hem dat niet? Voor een willekeurige kennis zou zoiets niet aan de orde zijn, maar voor een geliefde toch wel? U schrijft dat u liever terugkomt in een schoon huis. Blijkbaar verwacht u dat hij er een troep van maakt. Dan kunt u toch een voorwaarde stellen en hem op het hart binden om ervoor te zorgen dat alles aan kant is, wanneer u weer terugkomt? Geliefden die elkaar vertrouwen doen elkaar graag een plezier en houden rekening met elkaars belangen. Uw vriend is niet blij is dat u uw vissen liever aan de conciërge overlaat dan aan hem. Hij concludeert dat u hem niet genoeg vertrouwt en dat de relatie minder solide is dan hij dacht. Dat u en uw vriend niet op dezelfde manier tegen de relatie aankijken valt u niet te verwijten, maar zijn teleurstelling is begrijpelijk. Hij meende dat hij binnen zat, maar hij staat buiten.

Artikelen in Liefde en relaties.

Gelabeld met , .


Plakkende bezoekers

Beste Beatrijs,

Mijn man (63) en ik (59) geven regelmatig etentjes. Daar genieten we van, maar onze gasten kennelijk nog meer, want eenmaal in huis zijn ze er niet meer uit te slaan. We beginnen meestal om zes uur met een borrel en tegen zevenen gaan we aan tafel. Na drie gangen en koffie vinden wij het wel weer mooi geweest. Maar men blijft plakken tot soms na twaalven. Eén keer heb ik van te voren gezegd dat we na half elf moe zijn, maar toen was er een stel dat om klokslag half elf opstond en zei: ‘Kom, we moeten gaan, we zijn hier niet meer gewenst.’ Hoe slecht voel je dan als gastvrouw die haar best gedaan heeft lekker te koken, een mooie tafel te dekken en onderhoudend te zijn? Weet u een betere manier om gasten de deur uit te krijgen?

Ze blijven maar zitten

Beste Ze blijven maar zitten,

Als u een eindtijd in uw hoofd hebt waar u onder geen beding van af wilt wijken, kunt u die maar beter van tevoren aankondigen. Dan weet iedereen waar die aan toe is. Zeg bij het maken van de afspraak meteen dat u het niet later wil maken dan half elf, omdat u uw nachtrust nodig hebt. Dat is een eenvoudige mededeling van logistieke aard, waar gasten niets over te klagen kunnen hebben, omdat degene die uitnodigt de spelregels mag bepalen.

Als gasten niet op eigen initiatief om half elf aanstalten maken om te vertrekken, omdat ze de afspraak zijn vergeten, zegt u rustig: ‘Sorry, mensen, ik ben moe, ik houd dat nachtbraken niet meer vol.’ Mochten ze op dat moment niet als door een wesp gestoken opspringen, schakelt u over op de show, don’t tell methode: u staat op, zegt dat u gaat slapen en onder het prevelen van ‘Het was reuze gezellig, moeten we snel nog eens doen’ drukt u de gasten hun jassen in handen en u zet de voordeur open.

Artikelen in Visite.

Gelabeld met .