Spring naar inhoud


Boos op andermans kinderen

Beste Beatrijs,

Mijn echtgenoot gaat niet erg pedagogisch verantwoord te werk bij het corrigeren van andermans kinderen. Hij kan zich dood ergeren als kinderen niet doen wat hij zegt. Laatst zaten we bij mijn ouders aan tafel met ons dochtertje van twee jaar. Mijn broer, schoonzus en hun twee kinderen waren er ook. Mijn neefje van vier wil met onze dochter spelen, maar zij zit nog te eten, net als alle anderen. Ik zeg tegen mijn neefje dat hij even moet wachten tot we klaar zijn met eten, maar hij blijft gewoon om de kinderstoel hangen en haar afleiden. Ook zijn ouders reageren niet. Daarop reageert mijn man met harde dwingende stem dat hij moet luisteren en dat hij weg moet wezen. Iedereen schrikt, want de uitval van mijn man komt zomaar uit de lucht vallen. Ik schaam me tegenover mijn familie. Ik zou wensen dat hij dit anders zou aanpakken. Kunt u mij adviseren?

Andermans kinderen

Beste Andermans kinderen,

Houd uw man voor dat hij zich niet met de opvoeding van andermans kinderen moet bemoeien en zeker geen standjes moet uitdelen! Alleen zijn eigen kinderen mag hij standjes geven (en liefst niet tijdens familiebijeenkomsten). Het incident wat u beschrijft is sowieso al niet de moeite van een boze interventie waard. Een kleuter die wil spelen met een peuter? Dat is toch geen misdaad? Als een kind ondanks een waarschuwing doorgaat met de kat aan z’n staart te trekken is ingrijpen noodzakelijk, al dan niet met stemverheffing, maar dit is wel erg onschuldig. Grote, boze oom is geen rol om goede sier mee te maken in de familie. Toegeblafte kinderen worden bang, hun ouders chagrijnig, de sfeer aan tafel krijgt een dipje. Het gaat er niet om dat uw broer en schoonzus zich strenger zouden moeten opstellen tegenover hun kinderen. Zij hebben, net als anderen, hun eigen prioriteiten. Belangrijk is dat uw man de neiging onderdrukt om een door hem waargenomen manco in hun opvoeding te repareren. Hij moet zijn ergernis verbijten of, als hij het echt niet kan aanzien, de ouders aanspreken of zij hun kind kunnen laten ophouden met waar het dan ook mee bezig is.

Artikelen in Familie.

Gelabeld met .


Vraag maar aan meester Jaap

Als je wil weten hoe het met iemand gaat, kun je het hem rechtstreeks vragen of je kunt goed kijken en op grond van observaties jezelf een oordeel vormen. Globaal zijn dat de mogelijkheden. In de roman Het Rosie effect van Graeme Simsion maakt hoofdpersoon Don Tillman zich zorgen dat zijn zwangere vrouw Rosie aan te veel stress blootstaat, wat slecht zou zijn voor de ontwikkeling van de foetus. Om plotredenen kan hij haar niet met zijn zorgen lastig vallen en om haar stressniveau toch te kunnen peilen neemt hij haar zonder dat zij dit in de gaten heeft de ‘Edinburgh Postnatale Depressie Vragenlijst’ af, waar hij toevallig over beschikt. Het zijn maar zeven vragen die hij tersluiks in de conversatie kan vlechten (Rosie is erg blij met de aandacht). Ik moet erbij vermelden dat Don, hoog-functionerend en wel, in het autistisch spectrum zit. Dat is de gimmick van de Rosie-boeken.

Don, als geneticus werkzaam aan de universiteit, mag zich graag op de wetenschap verlaten in geval van onzekerheid over alledaagse en geestelijke aangelegenheden. Hij beschouwt de vragenlijst, een instrument uit de psychologie en de medische wetenschap, als even zuiver, objectief en precies als de microscoop waardoor hij zelf zit te turen. Dit is allemaal buitengewoon grappig. Stiekem een vragenlijst afnemen aan je geliefde om te weten hoe het met haar gaat in plaats van een openhartig gesprek te voeren of naar haar te kijken – typisch een autistische omweg. Gewone mensen doen dat niet.

Maar in de wereld van de zorg gaat het alléén maar daarover. Gedoe over vragenlijsten ligt aan de wortel van het conflict tussen de geestelijke gezondheidszorg en de zorgverzekeraars. Psychiaters en psychologen worden gedwongen om uitgebreide vragenlijst af te nemen aan hun patiënten, zowel ter diagnose als om het effect van de behandelingen te meten. Huisartsen moeten patiënten met psychische klachten ook screenen met een vragenlijst om te bepalen of ze doorgestuurd moeten worden of niet. Het diagnosesysteem van psychische aandoeningen is een gigantische, tijdsopslorpende kluwen van vinkjes die in de computer moeten worden ingevoerd.

Begrijpelijk dat de kosten in toom moeten blijven en het tot in de finesses categoriseren van klachten geeft in ieder geval de schijn van exactheid en transparantie, maar veel betekenis levert het niet op. Een psychisch hulpverlener kan zonder die meetinstrumenten ook wel bepalen of iemand zorg nodig heeft. En de effectiviteit van de behandeling blijft altijd een teer punt, hoeveel inspanning er ook besteed wordt aan voor- en nametingen.

Absurd genoeg worden tegelijkertijd aan het onderwijsfront de bakens juist verzet in omgekeerde richting. Veertig jaar lang werd de Cito-toets samen met het schooladvies gebruikt als meetinstrument om kinderen na de basisschool toe te wijzen aan de geschikte vorm van vervolgonderwijs. Die toets is afgeschaft, omdat hij de kinderen te veel stress zou geven. Hij wordt nog wel afgenomen, maar later in het schooljaar, zodat middelbare scholen de scores niet meer kunnen laten meewegen in de beslissing over toelating. Voortaan komt het oordeel uitsluitend voor rekening van de groep-acht-docent van de basisschool.

Zo’n belangrijke voor een kind levensbepalende keuze wordt gemaakt door één mens in al z’n subjectiviteit, met al z’n persoonlijke voor- en afkeuren en blinde vlekken. Terwijl: als er één betrouwbaar instrument bestaat voor de voorspelling van schoolsucces, dan is het wel de Cito-toets. Veel betrouwbaarder dan alle persoonlijkheidstests en vragenlijsten die gebruikt worden om psychiatrische aandoeningen te diagnosticeren bij elkaar. In de zorgsector wordt iedereen op een bijna autistische manier opgezweept om te werken volgens het protocol ‘meten is weten’ en in het onderwijs wordt het objectieve meetinstrument dat voorhanden is, luchtig weggewuifd: vraag maar aan meester Jaap – die weet precies hoe het zit. Don Tillman zou er geen snars van begrijpen.

Artikelen in Column.


Afwijkende meningen

Beste Beatrijs,

Ik ben een man van middelbare leeftijd met belangstelling voor politiek. Ik heb een aantal opvattingen ontwikkeld die ik goed kan onderbouwen maar die niet vallen binnen wat algemeen correct wordt gevonden. Zo ben ik bezorgd om de instroom van niet-westerse immigranten, via asielregeling of anderszins, ik ben beducht voor de invloed van de islam die ik onverenigbaar acht met onze westerse waarden en ik vind de ontwikkeling van de Europese Unie zeer bedenkelijk.

Mijn ideeën worden niet weerspiegeld door de gangbare politieke partijen, dus moet ik mij wel verlaten op een groep die maatschappelijk niet hoog staat aangeschreven. En hier begint mijn probleem: als ik mijn opvattingen bij familie of vrienden naar voren breng, ontstaat er nogal eens een ongemakkelijke stilte die met valide argumentatie niet op te lossen is. Ik heb mij daarom aangewend terughoudend met mijn meningen om te gaan. Ik wil me niet vervreemden van mijn sociale omgeving. Maar ik vind het jammer dat zaken die mij ter harte gaan niet gewoon open besproken kunnen worden. Weet u hier iets op?

Politiek incorrect

Beste Politiek incorrect,

Omzichtig dicussiëren vergt bovenmenselijke inspanning.

Als standpunten lijnrecht tegenover elkaar staan, is het moeilijk om een prettig gesprek te voeren. De onuitgesproken basisfunctie van een gesprek is dat men zoekt naar overeenstemming, naar iets gemeenschappelijks. Dat betekent niet dat zich nooit onenigheid kan voordoen (dan zou het wel heel saai worden), maar dat grote tegenstellingen nopen tot voorzichtig opereren. Iedereen moet zijn mening vooral rustig naar voren brengen en ook rustig luisteren naar wat de ander te zeggen heeft. Die omzichtigheid vergt bovenmenselijke inspanning. Daar is bijna niemand toe in staat. Omdat dit soort gesprekken al gauw uit de hand loopt, rust er in de conversatie een conventioneel taboe op onderwerpen als politiek en religie. Eigenlijk kun je hier alleen met globaal gelijkgestemden geanimeerd over praten. Met andersdenkenden verloopt het gesprek stroef en trapt men elkaar makkelijk op de ziel.

U vindt het spijtig dat u niet gewoon kunt zeggen wat u vindt in uw sociale kring. Hier is niets aan te doen. Elke eenling in een groep van andersdenkenden kampt met hetzelfde probleem. Vergelijk: een afvallige moslim te midden van zijn familie, een katholieke bekeerling te midden van een atheïstische vriendengroep, een marxist met een VVD-familie. Zelfs een vleeseter te midden van veganisten heeft het al moeilijk. Het enige wat je dan kunt doen is het heikele onderwerp links te laten liggen. Tegenpolen kunnen elkaar toch nooit overtuigen. Wanneer er desondanks een discussie wordt aangegaan, komt iedereen met verhitte koppen tegenover elkaar te staan. Wat schiet je ermee op?

Overigens is het een illusie om te denken dat mensen hun meningen zelfstandig ontwikkelen. Ze vinden iets, omdat door hen geliefde en bewonderde personen die mening zijn toegedaan. Ik kan me niet voorstellen dat u oprecht graag uw (in)correcte ideeën wil bespreken met uw (correcte) vrienden en familie. Iedereen weet allang hoe de ander erover denkt en niemand zit op politieke stokpaardjes van de andere partij te wachten. Familie is er voor het vertrouwde gevoel en vrienden zijn er om je slap mee te lachen. Bespreek uw opvattingen met de mensen bij wie u ze hebt opgedaan. Of betreed de politieke arena, als u iets wil doen met uw maatschappelijke betrokkenheid.

Artikelen in Visite.

Gelabeld met .


Goedkope wijn

Beste Beatrijs,

Laatst gaven we een etentje voor wat vrienden. Dit doen we elk jaar. Natuurlijk zeggen we wel dat we het simpel zullen houden, maar al met al ben je toch een hele dag bezig met boodschappen doen, je huis opruimen en koken. Ik vind het dan toch matig als de mensen met een wijntje aan komen van vier of vijf euro. Zelfs een bosje bloemen kost nog meer! Misschien ben ik altijd te royaal met het geven van cadeaus en ligt het aan mij. Bestaan hier regels voor?

Waardeloze attenties

Beste Waardeloze attenties,

De regel is dat vrienden de gezamenlijke etentjes afwisselen. Dus niet dat iedereen altijd bij dezelfde gastheer/vrouw komt eten, maar dat men om de beurt de rol van ontvangende partij op zich neemt. Op die manier worden de taken van boodschappen doen, koken, opruimen eerlijk verdeeld en hoeft het terugbetalen niet via cadeautjes die gasten meebrengen plaats te vinden. Attenties voor de gastheer/vrouw zijn kleinigheidjes die nooit kunnen opwegen tegen de betoonde gastvrijheid. Dat is ook niet de bedoeling ervan. Verdiep u niet in de prijs van de aardigheidjes en besteed er überhaupt geen gedachte aan. Gastvrijheid moet worden terugbetaald in gastvrijheid, niet in substantiële cadeaus.

Artikelen in Cadeaus.

Gelabeld met .


Kledingvoorschrift in kleur

Beste Beatrijs,

Als oom en tante kregen wij van een neef een uitnodiging om zijn huwelijk bij te wonen. Op de uitnodiging staat een kledingvoorschrift en wel: ‘blauw – wit’. Wij hebben daar moeite mee. Zelf houd ik niet van blauw, dus wat moet ik met die kleding ná de bruiloft? Verder heeft mijn man geen blauw pak. Moeten wij voor die ene keer er een aanschaffen? De kosten lopen zo erg op voor ons en de lol gaat er wel een beetje af. Mag een bruidspaar zulke eisen stellen?

Huwelijk in blauw/wit

Beste Huwelijk in blauw/wit,

Kledingvoorschriften bij een huwelijk zijn geoorloofd. Maar dan wel van het conventionele soort, zoals ‘black tie’, ‘cocktail’ of ‘feestelijk’, desnoods ‘smart/ casual’. Die zijn breed genoeg om genodigden ruimte te geven voor eigen voorkeur. Kleurverplichtingen zijn ongebruikelijk. Hoe specifieker het kledingvoorschrift (en kleur is behoorlijk specifiek), hoe minder gasten zich er aan zullen houden. U zult vast niet de enige genodigde zijn die recalcitrant wordt van het vooruitzicht om als decorstuk voor een bruiloft in matrozensfeer te dienen.

Als er een kledingvoorschrift voor kleur is, geldt dat trouwens voor dames. Heren hoeven niets bijzonders te doen behalve een net pak aantrekken: (donker)grijs of donkerblauw/zwart, iets gedekts in ieder geval. Uw man hoeft echt geen blauw pak te kopen, hij kan gewoon een net pak aantrekken. Dat zal hij toch wel hebben? Als hij er geen heeft, is dit een mooie aanleiding om er maar eens een aan te schaffen. Zelf hoeft u geen blauwe jurk te kopen, als u daar geen behoefte aan hebt. Trek iets aan wat een beetje in de richting zit. Hebt u geen enkel blauw kledingstuk in de kast hangen? Dan wordt het een zwarte broek of rok, gecombineerd met wit of crème, turkoois of paars. Wat u ook draagt, men zal u de toegang niet weigeren, ook niet als u in het kanariegeel komt. Hoogstens zal men u achteraan wegmoffelen op de groepsfoto in blauw/wit.

Artikelen in Bruiloft.

Gelabeld met , .


61 activiteiten op de antipestmarkt

Pesten is hot stuff. Voortdurend worden met oprechte verbazing nieuwe brandhaarden ontdekt: kazernes, kantoren, bejaardentehuizen, het midden- en kleinbedrijf, docentencorpsen nota bene (alsof niet juist leraren beter zouden moeten weten!) – overal kan een pestcultuur aangetroffen worden die de sfeer verziekt. Sinds pestgedrag door een paar akelige incidenten met zelfmoord en doodslag onder jongeren gepromoveerd is tot een probleem van nationale allure, zo urgent dat het overheidsbeleid verdient, is het alleen maar ingewikkelder geworden om er iets tegen te doen.

Pesten is een hete aardappel die iedereen graag ver van zich afwerpt, maar als er geld mee te verdienen valt, ligt het anders. Dan wordt het ineens de moeite waard om ermee aan de slag te gaan. Zo kon het gebeuren dat nadat scholen de verplichting opgelegd kregen om antipestprotocollen in te stellen, allerlei particuliere bedrijfjes in het wenkende gat sprongen om de afdeling pestpreventie voor hun rekening te nemen. Voorkomen is immers beter dan genezen. Als het pesten zo’n serieus probleem is dat de minister van Onderwijs er een speciale beleidsstuurgroep voor in het leven heeft geroepen die bestrijdingsmaatregelen heeft afgekondigd, dan kan een school een voorkomend geval natuurlijk niet naar eigen inzicht zelf oplossen. Daar moeten externe deskundigen aan te pas komen. En die dienden zich ook aan. Op zeker moment waren er 61 bedrijfjes actief die scholen bestookten met even zoveel antipestprogramma’s. Tja, als je een zak geld beschikbaar stelt voor de preventie van kauwgom doorslikken, staan er ook mensen te trappelen om daarover met elkaar in concurrentie te gaan.

Die 61 verschillende antipestmethodes vormden voor scholen een amorfe brij, waaruit het onmogelijk kiezen was, dus iedereen deed maar wat op intuïtie of liet zich een cursusje of workshopje aansmeren door een betrouwbaar ogende pestconsulent. Een onoverzichtelijke wildgroei die paal en perk vereiste, waarna een onafhankelijke commissie van deskundigen in opdracht van staatsecretaris Dekker de 61 methodes tegen het licht hield en er 48 afkeurde. Op grond van gebrek aan werkzaamheid, gebrek aan veiligheid en gebrek aan wetenschappelijkheid. Tot ontzetting van kinderombudsman Marc Dullaert gaan scholen gewoon door met tal van afgekeurde antipestmethoden, waaronder ook het beruchte M5-programma. Waarschijnlijk doen scholen dit omdat ze zich financieel gecommitteerd hebben en boetes moeten betalen, als ze er voortijdig mee stoppen, maar het kan natuurlijk ook dat ze denken dat de ene of de ander methode niet zo veel uitmaakt.

Hoe veel finesses in effecten kun je onderscheiden tussen 61 programma’s die allemaal zo’n beetje hetzelfde beogen (maak een ander niet het leven zuur) en valt er überhaupt een scherpe, wetenschappelijk verantwoorde scheidslijn te trekken tussen methodes die wel en die niet werken? Dit soort wetenschap is altijd boterzacht.

Dat M5-programma bedient zich trouwens wel zeker van dubieuze methodiek. Bij een onderdeel ervan kunnen kinderen anoniem de naam van pestkoppen opgeven bij een meldbox. Wanneer een kind een aantal beschuldigende vingerwijzingen heeft verzameld, worden er gesprekken gevoerd. Zodra het woord ‘anoniem’ in combinatie met ‘aangifte’ valt, zou er een alarmbel moeten klinken. Je weet al meteen waar dit toe leidt: kinderen die zich van geen kwaad bewust zijn of met opzet valselijk beschuldigd worden; ouders die op het matje worden geroepen, omdat hun kind zich misdragen heeft, terwijl noch zij, noch het kind weten waar de ellende vandaan komt. Anonieme aangifte kan nodig zijn om jezelf doorgewinterde criminelen van het lijf te houden, maar in huis- tuin- en keukenpestsituaties maakt het de zaken alleen maar erger.

Voor dit inzicht is geen vergelijkend wetenschappelijk onderzoek naar effectiviteit van verschillende programma’s nodig. Een goede schoolleiding wijst anonimiteit principieel af. En lost pestproblematiek per geval op naar bevind van zaken.

Artikelen in Column.


Man maakt snoepreisjes

Beste Beatrijs,

Mijn echtgenoot wordt vaak voor een dag of drie op zakenreis gestuurd. Dit zijn geen reizen met een concreet doel, er wordt vooral genetwerkt. Soms word ik uitgenodigd, soms niet. Ik heb daar sowieso geen behoefte aan. Mijn dagen zijn goed gevuld met mijn eigen werk, kinderen, mantelzorg en als er tijd over is: hobby’s. Ik wil er geen tijd voor vrijmaken, nog afgezien van de vakantiedagen die het me kost. Ook als ik niet mee hoef, vind ik het maar vreemd. Alle gezinsactiviteiten komen op mij neer, terwijl meneer fijn de bloemetjes buiten zet. Zo ouderwets! Mijn man wil geen vragen hierover en vindt het mijn probleem. Ik ben die uitjes zo zat. Hoe kan ik hem duidelijk maken dat dit echt niet meer van deze tijd is. Of moet ik het maar slikken?

Voortdurend buitengaats

Beste Voortdurend buitengaats,

U hoeft natuurlijk zelf niet mee met de zaken- dan wel snoepreisjes van uw man. Het ouderwetse zit ’m eerder in de opzet dat u als begeleider met hem mee zou moeten gaan (met een speciaal partnerprogramma?) dan in de uitjes zelf. U vindt het allemaal overbodige onzin, maar die reisjes kunnen binnen het kader van uw mans werk best hun nut hebben. Persoonlijk contact tussen zakelijke partners leidt tot contracten en daar wordt geld mee verdiend. Ook al vindt een en ander plaats in luxueuze omstandigheden met lekker eten en drinken, het is toch iets anders dan vakantie vieren. Als uw man zich daar altijd aan zou onttrekken, zou dat wel eens slecht kunnen vallen bij zijn werkgever. Ook in een tijd van communicatie via mail, telefoon en videoconferenties blijft het belangrijk dat zakenpartners elkaar in levende lijve ontmoeten.

Stel niet de noodzaak van het reizen aan de orde, maar overleg met uw man over de frequentie waarmee hij erop uit gaat. Het moet mogelijk zijn om zijn en uw wensen meer op elkaar af te stemmen. Vertel hem dat u het vervelend vindt dat hij voortdurend de hort opgaat, omdat dan alles van het gezin op uw schouders neerkomt. Vraag hem of hij het aantal zakenreisjes wil terugschroeven, omdat u nu het gevoel hebt dat hij liever buiten zijn gezin zit dan erin. Blijkbaar is uw man heel bereidwillig als zijn werk een beroep op hem doet en steekt hij meteen zijn vinger op, als er afgereisd moet worden. Vertel hem dat u zich hierdoor in de steek gelaten voelt en vraag hem om het wat rustiger aan te doen met de reisjes en meer aandacht te besteden aan zijn gezin. Het belangrijkste is dat hij ervan doordrongen raakt dat u een punt heeft. Vervolgens kunt u toewerken naar een compromis dat voor u allebei acceptabel is.

Artikelen in Liefde en relaties, Reizen.

Gelabeld met .


Voorrangsregels

Beste Beatrijs,

Ik ben een studente van 19. De laatste tijd gebeurde het meerdere malen dat een oudere man en ik tegelijkertijd op een deur of kassa afstevenen, waarna er een spel ontstaat van knikjes en handgebaartjes om de ander voor te laten. Ik ben gewend om oudere mensen voor te laten gaan. Maar oude heren hebben vaak nog de hoffelijkheid om alle dames, jong of oud, voorrang te geven. Om eindeloos getierelier te voorkomen bedank ik en ga ik voor. Of moet ik er toch op aandringen dat hij voorgaat? Het is natuurlijk een voorval van niks, maar ik ben toch benieuwd naar de voorrangsregels voor leeftijd en sekse.

Na u

Beste Na u,

Gaat het om zaken als ‘zitten in plaats van staan’, bijvoorbeeld in volle zalen of in het openbaar vervoer, heeft leeftijd, tenminste voor zover die met fragiliteit gepaard gaat, voorrang boven sekse. In situaties als ‘ergens tegelijk aankomen’ maakt het niet uit. Als iemand (man of vrouw, oud of jong) een ander persoon (oud of jong, man of vrouw) gebaart om voor te gaan door een deur of bij een kassa dan is het verreweg het efficiëntste om dat aanbod te accepteren. Er is op dat moment geen regel dat ouderdom voorrang heeft boven sekse, en andersom ook niet. Wie het eerst komt, het eerst maalt, vanzelfsprekend zonder elkaar te verdringen en omver te lopen. Voor de rest is het maar net waar iemand toe geneigd is. Om de beurt ‘Na u’, ‘Nee, na u’ prevelen heeft in ieder geval geen zin. Het is al heel mooi dat iemand in het openbare leven een mini-beleefdheid in acht neemt en het doet er werkelijk niet toe wie dat is.

Artikelen in Het publieke domein.


Ex vragen voor bruiloft?

Beste Beatrijs,

Een goede vriend en vriendin van mij gaan binnenkort trouwen en zij hebben mij gevraagd ceremoniemeester te zijn. Dat doe ik natuurlijk graag. Binnenkort gaan de uitnodigingen de deur uit en met één onuitgenodigd persoon zit ik in mijn maag. De man van het stel heeft een tienerzoon uit een eerdere relatie. De relatie tussen het stel en de moeder is welwillend maar zakelijk. Ze komen nauwelijks bij elkaar over de vloer, maar ze vieren wel samen de verjaardag van de zoon. Mijn vrienden zijn niet van plan deze ex uit te nodigen op hun huwelijk. Ik vind dat onverstandig. Ik vrees dat ze kwaad bloed zetten door haar over te slaan. Maar mijn vrienden vinden het een onprettig idee als ze daar ook rond loopt. Wat zegt de etiquette hierover?

Ex op bruiloft

Beste Ex op bruiloft,

Het is niet heel gebruikelijk om je eigen ex voor een tweede huwelijk uit te nodigen. Tenzij de exen goede vrienden zijn en prettig met elkaar omgaan – dan natuurlijk wel. Maar als er sprake is van breekbare verhoudingen met hartzeer of frustratie bij een of beide partijen, of eenvoudig van een gebrek aan hartelijkheid over en weer, hebben exen weinig te zoeken op elkaars tweede-huwelijksfeest. Het voelt dan ongemakkelijk en het is moeilijk oprecht blij te zijn voor het geluk van de ander. Deze categorie exen (met een werkbare zij het licht moeizame verhouding) zit vaak ook helemaal niet te wachten op een huwelijksuitnodiging. Het zou zelfs vernederend opgevat kunnen worden door deze vrouw. De ex uitnodigen voor het huwelijk is dan ook niet de aangewezen methode om een koele verhouding op te warmen. Voor dat laatste is tijd nodig – forceren via een uitnodiging heeft geen zin.

Laat het aan uw vrienden over om te beoordelen of zij de ex erbij willen hebben of niet. Zij zullen er toch beter zicht op hebben dan u als buitenstaander. Er is in ieder geval geen etiquetteregel die zegt dat een ex moet worden ingesloten. De aanwezigheid van kinderen uit het eerdere huwelijk is wél een uitgemaakte zaak.

Artikelen in Bruiloft, Exen.

Gelabeld met .