Spring naar inhoud


Leermoment

Beatrijs Ritsema

In november houden de scholen in Washington openhuisdagen. Het is belangrijk om er veel te bezoeken, zegt iedereen. Ouders worden niet zozeer aangemoedigd hun kind voor de 'beste' school aan te melden, alswel de beste combinatie 'school-kind' op te sporen. Hiervoor moet men weten wat voor leerstijl het kind erop na houdt. Globaal schijnen er vier mogelijkheden te zijn: de breed georiënteerde, in alles geïnteresseerde leerling (kan overal terecht), de cerebrale wetenschapper in de dop (gedijt in individueel gericht onderwijs), de sociaal geïnteresseerde leerling (behoeft een warme, harmonieuze leeromgeving) en het kind dat vooral leert in de praktijk (is gebaat bij een school met projecten en uitstapjes).

Het valt niet mee je kind met een van deze vier leerstijlen te laten samenvallen; eigenlijk zijn alle kenmerken wel een beetje van toepassing – er moet er in ieder geval niet eentje uitgesloten worden. Deze overweging maakt de weg vrij voor het plaatsen van het kind in de begeerlijke categorie nummer 1: geschikt voor elk type school. De voordelen van deze categorie zijn aanzienlijk. Ouders hoeven niet meer ter oriëntatie twintig scholen in de stad te bezoeken, maar kunnen volstaan met de een of twee in de buurt.

Maar voor degenen die om ideologische of financiële redenen de voorkeur geven aan een openbare school is er hoe dan ook geen keuze, want meer dan één school per buurt is er niet. Wil je je kind naar een openbare school buiten de grenzen van de buurt sturen, moet er een schriftelijke, met redenen omklede aanvraag bij de gemeente ingediend worden. De oriënteringsadviezen blijken bij nader inzien vooral op particuliere scholen gericht te zijn (kosten gemiddeld 2000 dollar per jaar – geen onderwijs tussen eind mei en begin september). De particuliere scholen vertonen ook een grotere scala aan waarden en accenten, die een onderlinge afstemming van individuele leerstijl en lesmethodiek rechtvaardigen. Hoewel het waarschijnlijk toch meer de waarden van de ouders zijn die de doorslag geven in de keuze voor de Maharishi School of the Age of Enlightenment dan of het een doe- of een denkkind is.

Wat is de beste school voor je kind? Een ouder kan die vraag alleen maar beantwoorden door van zichzelf uit te gaan. Als een ouder het niet leuk vindt op de beoogde school, zal het kind er niet voor opgegeven worden. Maar waar moet je op afgaan? Het eerste dat me opvalt van de openbare buurtschool is dat er tralies voor de ramen zitten. Dit maakt een weinig sympathieke indruk, maar een jong kind van vier of vijf jaar zal zich er misschien minder aan storen. Verder is het vol in de klas, propvol met verantwoord speelgoed; aan de muren hangen tekeningen, affiches en het onvermijdelijke alfabet in grote en kleine letters; er zijn hamsters en goudvissen, kasten die uitpuilen van crepepapier en eierdozen, stapels puzzels, stopflessen met rigatoni en macaroni, schildersezels, dinosaurussen in alle soorten en maten. Aan leermiddelen geen gebrek.

Aan de muur hangt ook een lijst met leerdoelen per dag. Voor vandaag is het leerdoel ,,verschillende voorwerpen in een bak met water gooien, kijken wat er zinkt en wat er blijft drijven en op grond van deze observaties hypotheses formuleren.'' Hypotheses formuleren? Op de kleuterschool? De kinderen zijn nu nog niet aan dit programma-onderdeel toe, want ze zitten op de grond op een kleed bedrukt met letters en cijfers, en tellen in koor van 1 tot 16 (de datum van die dag). ,,En kunnen jullie ook terugtellen?'' vraagt de juffrouw. Ja hoor, en daar gaat ie weer, van 16 naar 1. Alom vertedering op de gezichten van de ouders in spe. Ik heb genoeg gezien. Waarom zingen ze niet 'Mary had a little lamb' als er zonodig iets in koor moet gebeuren?

Het is moeilijk precies aan te geven waarom dat tellen evenals dat gehamer op het alfabet mij zo mateloos ergert. Het is geen kwestie van kinderen kwellen, want die kinderen vinden het best om iets op te dreunen, kan niet schelen wat. Het nut van letters en cijfers kan evenmin ontkend worden. Vroeger leerden kinderen die op hun zesde jaar, nu op hun vierde; dat kan nauwelijks een reden zijn om te veronderstellen dat het onderwijs achteruit gaat. Maar wel dat het saaier wordt of braver of pretentieuzer. Alleen al het woord 'leerdoelen' duidt op iets waar je je kind maar liever niet aan wilt blootstellen. Ik gun het de kinderen graag om stenen, munten, stukjes touw, kranten en aardappelschillen in een bak met water te gooien – hoe hoger het water opspat, hoe beter -, maar de wet van Archimedes kan nog wel even blijven rusten. Nog erger dan een leerdoel is een 'leermoment'. Dat is iets waar de leerkracht voortdurend voor op zijn of haar qui vive moet zijn. Leermomenten doen zich spontaan voor. Zit een kind bijvoorbeeld twee kleuren macaroni aan een draad te rijgen, ontstaat er ineens een patroontje, groen, blauw, groen, blauw, enzovoort. Nu is het tijd om als de wiedeweerga het concept 'symmetrie' uit de doeken te doen.

Leerkrachten die teveel op leermomenten zijn gespitst hebben iets bemoeizuchtig tante betje-achtigs over zich. Als twee kinderen met plastic wilde beesten aan het spelen zijn, komen ze tussenbeiden en vragen of de dieren op volgorde van klein naar groot gezet kunnen worden. Als er melk wordt ingeschonken, kunnen ze nooit nalaten erbij te vermelden dat de melk van de koe afkomstig is. Als een kind een tekening heeft gemaakt, moet het ritueel van het aanwijzen en correct benoemen van de kleuren doorlopen worden. Ook vragen ze altijd waar meer appelsap in zit: in een smal, hoog glas of in een laag, breed glas.

Het is weliswaar reuze goed bedoeld, deze leermomenten en leerdoelen, opstapjes en handvatten om de kinderen op streek te helpen in het bereiken van iets in het leven, maar ik word er zo zenuwachtig van als ik het moet aanzien. Nu moet ik niet de fout maken te denken dat mijn kind hetzelfde ervaart als ik (mama, waarom moet ik een muts op, als jij het koud hebt), want kinderen van de kleuterleeftijd vinden het bijna altijd leuk, als iemand met hen praat, ook al wordt er naar de bekende weg gevraagd, ook al vindt een ander het bemoeizuchtig gedoe, en ook al hebben ze het al honderd keer gehoord.

Toch schuilt er iets devaluerends in de betiteling van de activiteit moddertaartjes bakken als 'leren omgaan met vloeibare en vaste materie'. Knoeien met zand en water klinkt niet alleen leuker, ik weet zeker dat het ook leuker is.

Artikelen in NRC-column.


0 reacties

Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.



Sommige HTML is toegestaan