Spring naar inhoud


Digitaal poppenhuis

Beatrijs Ritsema

Een vriend vertelde eens over zijn angst voor messen. In de keuken werd hij soms besprongen door de gedachte dat hij dat vlijmscherpe mes, waarmee hij zo soepel de uien stond te hakken, in één moeite door in de rug van zijn vriendin zou kunnen planten. Hij hoefde alleen maar nonchalant achter haar langs te lopen. Een andere vriend had angst voor baby’s in treinen. Wanneer er mensen met een baby bij hem in de coupé zaten, stelde hij zich voor dat ze aan hem vroegen of hij de baby even wilde vasthouden, waarna hij het bundeltje, hupsakee weg ermee, door het treinraampje naar buiten schoof.

Zo vredelievend als deze twee zich in werkelijkheid gedragen, zo agressief waren hun fantasieën, beter gezegd: hun dwanggedachten, want het was niet zo dat ze deze voorstellingen zelf opriepen – ze werden, tot hun eigen weerzin, erdoor bezocht. Zelf heb ik er ook een. Als ik op een toren of een dakterras sta, wordt de sluipschutter in mij wakker. Ik zie mensen beneden zich nietsvermoedend voortbewegen, schouder de kalashnikov en maai ze een voor een neer. Deze fantasie schijnt vrij algemeen voor te komen. Ze ligt ook aan de basis van veel computerspelletjes, waarin spelers vanuit een hinderlaag de vijand moeten zien neer te knallen.

Vorige week zag ik een tv-documentaire over tieners die verslaafd waren geraakt aan het computerspel Counter Strike. Dit spelletje draait om het onschadelijk maken van terroristen en het leek mij, voor zover ik dat uit de getoonde flarden kon opmaken, nogal saai, maar ja, mijn sluipmoordenaarfantasie verliest ook al na een minuut zijn bekoring. Toch is er meer dan geweld te koop op het virtuele vlak. Anvankelijk zag ik mijn jongste zoon steeds met een geweer door nooit-eindigende bosschages sluipen, maar sinds enige maanden bestiert hij ter afwisseling samen met zijn zusje ook een paar digitale poppenhuizen.

The Sims, las ik in de New York Times, houdt met uitbreidingen de helft van de plaatsen in de top-10 van computerspelletjes bezet. De Sims zijn gesimuleerde mensen, voor wie de speler een huis moet ontwerpen en een levensvervulling. Als beheerder van een Sim-familie moet je hun basisbehoeften (eten, slapen, persoonlijke hygiëne) in de gaten houden en hen de kans geven zich te ontplooien. Je laat een Sim studeren, zodat ie een beter baantje kan krijgen, of je laat hem kookboeken doornemen (anders vliegt de keuken in brand), of gezellig kletsen met de buren. De mogelijkheden voor woningdecoratie en passende outfits zijn eindeloos. In hun virtuele Suburbia zijn de Sims aan dezelfde beslommeringen onderworpen (kinderen op tijd naar school, afwasmachine aanzetten, naar de wc), als de spelers in hun eigen leven.

Behoorlijk saai goedbeschouwd. Totdat de spelers gaan experimenteren. Mijn zoon heeft types die hij kwijt wilde, een duik in het zwembad laten nemen. Daarna haalde hij de trapjes weg, zodat ze er niet meer uit konden en verdronken. In een andere familie werd iemand in een kast opgesloten. In een stiefgezin zette hij een ongewenst kind met wieg en al buiten de deur. Verwaarloosde kinderen worden opgehaald door de kinderbescherming en naar een militaire kostschool gebracht.

In het suburbane Sim-paradijs van split-level huizen, barbecues en uitstapjes naar het winkelcentrum kan de speler naar hartelust fantaseren over haat, overspel, verraad, moord en andere ellende. De stuff van soaps. Met één eigenaardigheid: er bevinden zich geen oudjes in deze wereld. Elke Sim heeft een jong voorkomen en ideale maten. Temidden van alle gezelligheid kun je een Sim zich wel laten misdragen of laten overlijden, maar er loopt er geen met een rollator. Ouderdom is kennelijk zo bedreigend, dat zelfs een fantasiewereld de optie ‘oud’ niet biedt.

Artikelen in NRC-column.


0 reacties

Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.



Sommige HTML is toegestaan