Spring naar inhoud


Ik steek geen spelden in een voodoopoppetje van mijn man

Als er een keus is geweest die ik nooit betreurd heb dan is het wel de beslissing om de wetenschapsbeoefening de rug toe te keren. Al vrij snel drong tot me door dat ik op het gebied van onderzoek doen geen hoogvlieger zou worden en wat ik in de sociale wetenschappen zoal onderzocht zag worden beklemde me. Het is maar voor heel weinig mensen weggelegd om iets origineels te bedenken wat hout snijdt. Het meeste onderzoek overstijgt het gezond verstand niet, maar het kost wel extreem veel inspanning om die toch al weinig opmerkelijke resultaten netjes volgens de regels rond te krijgen.

Een paar weken geleden schreef Jean Tillie, hoogleraar electorale politiek en voorzitter van het domein Maatschappij & Recht aan de Hogeschool van Amsterdam, een stuk in de opiniebijlage van de NRC over de publicatiedwang bij politicologie. Hij schetste een deprimerend beeld van universitair medewerkers die jaarlijks een quotum van artikelen in internationale vaktijdschriften moeten halen. Artikelen in het Nederlands tellen nauwelijks mee, boeken met een wijdere scope voor een algemeen publiek al helemaal niet. Dit geldt niet alleen voor de politicologie. Wetenschap bedrijven op het afgegraasde terrein van alle sociale wetenschappen komt erop neer dat honderdduizenden onderzoekers over de hele wereld bezig zijn om in een paar duizend vakbladen jaarlijks vijf of zes artikelen over detailzaken van gering soortelijk gewicht te publiceren die door twee à drie collega’s gelezen zullen worden. De tot aan de nok met oninteressante kunstwerken gevulde loodsen van de contraprestatie in de jaren zeventig verbleken hierbij.

Intussen doen de wetenschapsredacties van kranten en andere media hun best om uit deze onafzienbare stroom informatie nieuwswaardige krentjes te vissen: ‘Onderzoek heeft uitgewezen dat…’ Vaak gaat het over zwarte gaten (onbegrijpelijk), seks (kom maar op) of over dieren (65 miljoen jaar geleden leefde er een hooiwagen met vier ogen) en steeds vaker word ik bevangen door gevoelens van wanhoop en zinloosheid, zeker bij onderzoek uit de sfeer van de sociale wetenschappen.

‘Pas op voor hongerige echtgenoot’ staat er boven een stukje over het verband tussen de bloedsuikerspiegel en echtelijk geweld. Onderzoekers volgden gedurende drie weken honderd stellen aan wie ze voodoopoppetjes van elkaar hadden uitgereikt om thuis spelden in te steken (een maat voor agressie). Wanneer de stellen kampten met een laag glucoseniveau werden er meer spelden in elkaars poppetjes gestoken. Bij een variant hierop moesten stellen computerspelletjes tegen elkaar spelen en kregen ze de kans om bij winst (waarom eigenlijk niet bij verlies?) de partner via de koptelefoon te tergen met akelige geluiden: tandartsboor, nagels over schoolbord, dat werk. Ook hier weer: hoe minder glucose, hoe meer agressie.

Zet een bakje marshmallows neer en de vertoornde echtgenoot kalmeert vanzelf.

Hier staat mijn verstand bij stil. Ik kan me geen enkele situatie voorstellen, ook niet in de rol van proefpersoon, waarin ik ertoe zou overgaan om beeltenissen van mijn echtgenoot met spelden te bewerken, zelfs niet als hij voor de zoveelste keer een nieuw pak sinaasappelsap openmaakt terwijl het oude nog niet leeg is. Ik maak dan hooguit een narrige opmerking. En iemand akelige geluiden toedienen vanwege een spelletje? Geen denken aan. Als mijn bridgepartner (die niet mijn echtgenoot is, maar dat maakt niet uit) in mijn ogen een steek laat vallen, zeg ik: ‘Je had beter in klaver kunnen terugkomen.’ Ook als de wetenschap in de vorm van een proefleider met registratieapparatuur mij de mogelijkheid daartoe aanreikte, zou ik van m’n levensdagen geen sirene in zijn oor laten afgaan, of ik nou wel of geen trek had in borrelnootjes. Wat voor idiote stellen hebben aan dat onderzoek meegedaan?

De onderzoekers verbinden vrome conclusies aan hun resultaten: echtelijk geweld en agressie in gevangenissen en andere instituties valt mogelijk te beteugelen door te zorgen voor voedsel onder handbereik. Zet een bakje marshmallows neer en de vertoornde echtgenoot, de amok makende psychiatrische patiënt, de dolgedraaide scholier op het schoolplein kalmeert vanzelf. Preventieve voedseltoediening om agressie tegen te gaan – de obesitasbestrijders zullen blij zijn met dit onderzoek! Afgezien daarvan heeft een lage bloedsuikerspiegel natuurlijk wel degelijk invloed. Toen mijn zoontje een peuter was, moest-ie ’s ochtends na het wakker worden heel snel iets te eten krijgen, anders was hij zo ongenietbaar dat hij weigerde te eten. Sommige mensen hebben dat. Maar dat wisten we toch allang?

Artikelen in Column.


0 Responses

Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.



Sommige HTML is toegestaan