Spring naar inhoud


Wekelijks ‘Moderne manieren’ in uw inbox ontvangen? Abonneer u nu op de Nieuwsbrief!

De adviesrubriek ‘Moderne manieren’ gaat over etiquette en verschijnt iedere zaterdag in het dagblad Trouw (bijlage ‘tijd’), maar ook direct op Internet: zie Beatrijs in Trouw. Lees daar haar nieuwste bijdrage. Daarna komen alle problemen op deze website terecht.

Hebt u zelf een vraag over (in)correct gedrag van uzelf of anderen, dan kunt u die insturen via beste@beatrijs.com. U krijgt vrijwel altijd persoonlijk antwoord, en uw vraag kan gebruikt worden voor anonieme publicatie in het dagblad Trouw en op deze website, tenzij u er expliciet bezwaar tegen maakt.

Ook te volgen op Twitter! @BeatrijsRitsema

Artikelen in Etiquette.


Bedankkaartjes na overlijden

Beste Beatrijs,

Onlangs is mijn man op 84-jarige leeftijd na twee maanden ernstige ziekte overleden. We hebben ongeveer 100 rouwbrieven verstuurd. In de afscheidsdienst in onze kerk waren ruim 200 aanwezigen. Daarnaast ontving ik tot op heden een kleine 70 condoleancekaarten. Tijdens de twee maanden ziekte ook nog zo’n zelfde aantal kaarten. Niet alleen van familie of vrienden, maar ook van gemeenteleden, buren, kinderen van vrienden enzovoort. Alles bij elkaar een overrompelende hoeveelheid hartverwarmende reacties. Nu moeten er straks bedankkaartjes verstuurd worden. Hoe moeten we dit aanpakken? Wie wel een kaartje, wie niet? Mag het ook per e-mail?

Bedanken voor medeleven

Beste Bedanken voor medeleven,

In de traditionele etiquette wordt de categorie mensen die alleen maar naar de uitvaartdienst zijn gekomen of alleen maar een eenregelige condoleancekaart hebben gestuurd niet bedankt. Degenen die aanwezig zijn geweest bij het afscheid hebben de gelegenheid gehad om de nabestaanden persoonlijk te condoleren en zijn bij het handen schudden al bedankt voor hun aanwezigheid c.q. hun medeleven. Nog een schriftelijk bedankje erachter aan sturen is overbodig. Volgens de traditionele etiquette is het wél nodig om iedereen die een condoleancebrief heeft geschreven persoonlijk te bedanken door een brief(je) terug te sturen. Dat gaat dan om de mensen die de moeite hebben genomen om een brief te schrijven met herinneringen aan de overledene en woorden van medeleven voor de nabestaanden. De categorie mensen die moeite hebben gedaan voor een persoonlijke brief is veel kleiner dan de totale hoeveelheid mensen die op een of andere manier hun medeleven hebben betuigd, dus als die kleine groep met individuele dankbrieven of -kaartjes afgehandeld kan worden, is dat op zichzelf voldoende.

Voor veel nabestaanden is een afwikkeling met aparte, persoonlijke dankbrieven of -kaartjes toch te veel moeite, dus ontwerpen ze een standaard bedanktekst met een foto van de overledene die ze laten drukken of printen en die ze toesturen naar de briefschrijvers. En als ze toch eenmaal zo’n bedankkaartje hebben, kunnen ze er net zo goed een paar honderd extra van laten afdrukken en naar iedereen toesturen. Aldus is de gewoonte erin geslopen om iedereen een bedankkaartje toe te sturen, wat strikt genomen niet nodig is, maar kwaad kan het natuurlijk niet.

Als u graag iedereen schriftelijk wil bedanken, kunt u zo’n bedankkaartje met standaardtekst laten drukken en toesturen. Degenen die per e-mail hebben gecondoleerd, kunt u per e-mail bedanken. Voor degenen die zich ingezet hebben tijdens de ziekte van uw man of die een bijzondere brief hebben geschreven, kunt u een paar persoonlijke woorden met de hand erbij schrijven op het kaartje.

Artikelen in Dood en begrafenis.

Gelabeld met .


Verplicht oksels scheren

Beste Beatrijs,

Als welzijnswerker voer ik ondersteunende gesprekken op kantoor of bij mensen thuis. Ik heb geen kledingvoorschriften en draag meestal een bloes of T-shirt met korte mouw, een lange broek of rok tot over de knie. Als ik met warm weer een mouwloos hemdje draag, zorg ik dat mijn bh-bandje niet te zien is en dat ik geen inkijk heb. Ik scheer mijn okselhaar niet, omdat dit niet prettig aanvoelt en uit gemak. Wel knip ik het flink bij zodat er geen zweetgeur ontstaat en gebruik ik deodorant. Onlangs werd ik aangesproken door mijn leidinggevende op mijn okselhaar. Ze vond het iets van de jaren zeventig en niet meer passen in deze tijd. Ze vroeg mij voortaan mijn oksels te scheren. Ze wilde niet vertellen namens wie zij sprak, alleen dat het een klacht van het personeel betrof, niet van cliënten. Ik voelde me onder druk gezet en heb gezegd dat ik erover na zou denken. Kan de werkgever dit van mij eisen?

Verplicht scheren

Beste Verplicht scheren,

De maatschappelijke tolerantie voor zichtbaar okselhaar (althans van vrouwen) is zo ongeveer nul.

Werkgevers zijn gerechtigd om kledingvoorschriften te geven en eisen te stellen over lichaamsverzorging. Een en ander hangt samen met opvattingen over een representatief voorkomen. Het scheren van lichaamshaar bevindt zich in een schemerzone. Enerzijds wordt dit als vergaand intiem beschouwd (iets wat mensen zelf moeten weten of ze het wel of niet doen), anderzijds wordt okselhaar veel sterker veroordeeld dan pakweg in de jaren zeventig. De maatschappelijke tolerantie voor zichtbaar okselhaar (althans van vrouwen) is zo ongeveer nul.

Ik raad u aan om u aan te passen aan deze opvatting, anders zal men erover blijven doorzaniken op uw werk, en ik betwijfel of u hier een principieel, ideologisch punt van wil maken, zo van: ik heb recht op mijn eigen okselhaar! Hiervoor hoeft u geen scheermessen of ladyshaves ter hand te nemen. Het enige wat u te doen staat is om altijd bloesjes, T-shirts, dan wel jurken met mouwen aan te trekken. Met een mouwtje van een paar centimeter is het okselhaar al niet meer zichtbaar. Wanneer u nooit mouwloze outfits (blote jurken, hemdjes, spaghettibandjes) draagt, hoeft u uw okselhaar niet in te tomen en hebt u toch geen last van zeurende chefs of collega’s.

Artikelen in Collega's.

Gelabeld met .


Een onzalige alliantie

Beste Beatrijs,

Ik ben een man van 28 en ontdekte dat ik in dezelfde buurt woon als de ex van de nieuwe vriend van mijn ex-vriendin. Ik heb toen een meelevend kaartje bij haar in de bus gedaan. Ik heb nog regelmatig contact met mijn ex-vriendin en hoorde dat de ex van haar nieuwe vriend een zware tijd doormaakt. Wij zijn beiden vorig jaar rond deze tijd gedumpt voor een ander. Zelf ben ik daar inmiddels behoorlijk overheen. Ik wilde de verlaten ex een hart onder de riem steken. Zij kent mij niet, dus ik heb in de kaart uitgelegd wie ik was en haar sterkte gewenst. Voor de volledigheid heb ik mijn actie even gemeld aan mijn eigen ex en die ontplofte zowat. Heb ik iets verkeerd gedaan? Ik bedoelde het aardig!

Goedbedoeld kaartje

Beste Goedbedoeld kaartje,

Het was echt een slecht idee om contact op te nemen met de ex van de nieuwe vriend van uw eigen ex. U hebt eenvoudig niets te maken met deze persoon. U kent haar niet eens! Het enige wat deze vrouw en u gemeenschappelijk hebben is het feit dat u beiden aan de kant zijn gezet door uw respectieve ex-geliefden die nu in elkaars armen liggen. Natuurlijk vindt dit nieuwe stel het vreselijk dat er achter hun rug om een band dreigt te ontstaan tussen de personen die door hen aan de kant zijn gezet. Zo’n onzalige alliantie dient geen enkel doel. Straks nodigt die vrouw, opgekikkerd door uw medeleven, u uit voor een kopje koffie en kunt u samen de details van uw beider mislukte relaties analyseren. Terecht was uw ex hier boos over. U kunt beter doorgaan met uw eigen leven in plaats van u via een omweg alsnog te bemoeien met de vroegere ontrouw en het huidige liefdesleven van uw ex.

Artikelen in Liefde en relaties.

Gelabeld met .


Bij gebrek aan onder-ons-situaties let op je woorden

Uiterlijk is een gevaarlijk gespreksonderwerp. Beleefde omgangsvormen schrijven voor om geen oordeel te vellen over andermans uiterlijke verschijning. Niet ten negatieve, maar eigenlijk ook liever niet ten positieve. Een van de eerste dingen die kleine kinderen moeten leren in de opvoeding is om niet hardop ‘Wat is die mevrouw dik’ of ‘Die meneer heeft een hele vieze wrat’ te roepen. Staren en wijzen naar spastische mensen in rolstoelen, vragen stellen aan ouders van kinderen met Downsyndroom (‘Hebt u geen test gedaan bij uw zwangerschap?’), commentaar geven op obesitas-lijders die een ijsje eten (’Dat kan er ook nog wel bij!’) zijn allemaal voorbeelden van verbale agressie.

Complimenten over andermans uiterlijk zijn meer gepermitteerd, maar hebben vaak iets obligaats. Sommige vrouwen begroeten elkaar standaard met ‘Wat zie je er goed uit!’, een opmaat die net zo goed achterwege kan blijven wegens gebrek aan informatieve waarde. Complimenten hebben verder als nadeel dat de verstrekker door überhaupt een oordeel te geven zichzelf een hogere positie aanmatigt dan de gecomplimenteerde. Complimenten zijn effectief, wanneer ze heel spaarzaam worden uitgedeeld door mensen van wie de gecomplimenteerde een hoge pet op heeft, en niet wanneer er rijkelijk mee wordt gestrooid door gelijken of minderen in status. Dan worden ze opgevat als sociale plichtpleging of vleierij.

De regel is dat er alleen gesproken mag worden over dingen die meteen te corrigeren zijn. Dus wel ‘Je hebt een stukje sla tussen je tanden of een snotje aan je neus’, maar niet ‘Hé, je bent grijs geworden!’ of tegen iemand van 2.20 meter: ‘Tjonge, wat ben jij lang!’ Het vanzelfsprekende en het onveranderbare kunnen maar beter worden genegeerd, ook omdat het zo verschrikkelijk saai is om altijd hetzelfde commentaar op je uiterlijk te krijgen of altijd dezelfde vragen te moeten beantwoorden.

Uiterlijk negeren gaat verder dan alleen een beschaafde omgangsvorm die erop gericht is om mensen zich niet ongemakkelijk te laten voelen bij wezenloze gesprekjes. Wie de regel overtreedt loopt gerede kans zich schuldig te maken aan racisme en seksisme. Of aan lookism, zoals de man overkwam die in het bijzijn van zijn vriendin bewondering uitsprak voor een mooie vrouw op een terras. Bij de loftuitingen aan het adres van een onbekende vrouw voelde zijn vrouwelijke gespreksgenoot zichzelf tekortschieten op het gebied van schoonheid. Misschien maar beter dat zo’n man zijn commentaar voor zich houdt, en als hij het toch niet kan laten, dan uitsluitend tegen andere mannen.

Het taboe op uiterlijk kan niet groot genoeg zijn.

Opmerkingen, kritiek en grapjes over andermans uiterlijk (sekse, afkomst, etniciteit, leeftijd en wat voor identiteitsbepalende factoren er nog meer voorhanden zijn) kunnen alleen maar in een ‘onder ons’ situatie worden geventileerd. Maar die onder-ons-situaties doen zich nauwelijks meer voor in een open, geëmancipeerde, diverse maatschappij, waar in principe niemand ergens van kan worden buitengesloten, dus extra alertheid is geboden. Dit is het terrein van de micro-agressies: uitlatingen die minderheden in een stereotiepe, racistische hoek zetten. Voorbeelden daarvan zijn de vraag ‘Waar kom je vandaan?’, het neerbuigende compliment ‘Wat spreekt u goed Nederlands!’ of de gemeenzame opmerking ‘Ik beschouw jou helemaal niet als allochtoon’, gericht aan mensen die er anders uitzien dan de traditionele meerderheid in Nederland. Dit soort uitlatingen wordt als beledigend beschouwd voor mensen die hun hele leven hier gewoond hebben, omdat het toch weer over hun uiterlijk gaat.

Inderdaad, het taboe op uiterlijk kan niet groot genoeg zijn. Als niemand meer zou refereren aan elkaars lichamelijke kenmerken, zou niemand zich meer gekwetst hoeven te voelen en zou ieders zelfvertrouwen er glanzend voor staan. Maar er is nog wel een verschil tussen bepaalde groepen mensen keihard uitsluiten en op een onnozele manier een onbewuste faux pas begaan. Wie goed kijkt ziet overal agressie. Voor onbedoelde agressie geldt dezelfde regel als voor uiterlijk: negeren is beter.

Artikelen in Column.


Het vermogen van een dementerende

Beste Beatrijs,

Wij zijn met drie broers. Sinds vier jaar beheert mijn oudste broer de financiën van onze vader. In de praktijk regelt zijn vrouw alles. Na het overlijden van onze moeder vond ze dat zijn geld alvast verdeeld moest worden, omdat anders de fiscus ermee vandoor zou gaan. Mijn vader was het hiermee eens en begon met jaarlijkse schenkingen aan zijn kinderen. De afhandeling laat hij in vol vertrouwen over aan mijn oudste broer.

Nu is gebleken dat zijn vrouw de jaarlijkse schenking niet alleen aan de drie broers overmaakt, maar ook aan zichzelf. Zij heeft me dit zelf verteld, omdat ze er eerlijk over wilde zijn. Mijn vader wilde liever dat het stiekem zou gebeuren, zei ze. Zij vindt deze schenking gerechtvaardigd, omdat ze zoveel doet voor mijn vader en omdat hij haar als een dochter ziet. Maar toen mijn vader geld wilde schenken aan de vrijwilliger die twee maal per week met hem wandelt, stak ze daar een stokje voor. Volgens haar vertoont hij door zijn toenemende dementie grenzeloos gedrag. Voor mijn jongere broer en mij, beiden gescheiden en met kinderen, is het moeilijk te begrijpen dat onze oudste broer (via zijn vrouw) bevoordeeld wordt boven ons, terwijl zij geen kinderen en allebei een uitstekende baan hebben. Getrouwd zijn levert een bonus op, zo lijkt het. Zo wordt mijn vaders erfenis wel heel onevenredig verdeeld. Hoe moeten we dit aanpakken?

Greep in de kas

Beste Greep in de kas,

Oei, dit wordt een familieruzie. En een serieuze ook. Uw broer en schoonzus eigenen zichzelf geld van uw vader toe op een manier die helemaal tegen de regels in gaat. Het is eenvoudig niet waar dat een schoonkind dezelfde rechten op een erfenis kan laten gelden als een kind. Het punt dat uw vader haar beschouwt als zijn dochter heeft geen rechtsgeldigheid. Zij is zijn dochter niet, maar de vrouw van zijn zoon. De erfenis moet over de drie kinderen van uw vader eerlijk worden verdeeld, en zij staat daar buiten.

Complicerende factor is dat uw vader aan het dementeren is, dus uw broer en schoonzus kunnen hun gang gaan. Wat die schenkingen betreft heeft zij trouwens gelijk. Een ouder kan beter met de warme hand schenken dan alles bewaren tot na de dood, want dat scheelt voor de erfgenamen een hoop belasting. Laakbaar is het feit dat uw schoonzus de regie op zich heeft genomen van uw vaders financiën. Dit had uw broer moeten zijn! En die had zijn jongere broers door middel van jaaroverzichten op de hoogte moeten houden en hen laten meebeslissen, bijvoorbeeld over een schenking aan andere mantelzorgers. Op zichzelf is het trouwens best redelijk dat uw schoonzus beloond wordt voor haar mantelzorgwerk in de vorm van een legaat of een jaarlijkse schenking, maar de hoogte daarvan moet toch echt door uw vader of – in geval van dementie – door de drie erfgenamen worden bepaald en niet door haarzelf.

Vraag uw oudste broer om een financieel overzicht. Protesteer tegen de gelijkbegiftiging van uw schoonzus. Zij moet ophouden zichzelf jaarlijks een even grote schenking toe te kennen als wat de drie erfgenamen krijgen. Bespreek de situatie eventueel met de notaris van uw vader en vraag advies hoe dit beter kan worden geregeld. Als dit probleem nu niet wordt opgelost, zullen er advocaten aan te pas moeten komen na uw vaders dood en zullen de familieverhoudingen pas goed bederven.

Artikelen in Ouders en volwassen kinderen, Schoonfamilie, Ziekte.

Gelabeld met , .


Respectloze mailvriend

Beste Beatrijs,

Een paar jaar geleden kwam ik weer in contact met een oude vriend van vijftig jaar geleden. We mailen af en toe voor de gezelligheid, al vermoed ik dat er bij hem nog gevoelens van vroeger zitten. Zelf heb ik die niet. Wel erger ik me aan bepaalde vrouwonvriendelijke woorden die hij gebruikt. Volgens hem is dat de taal van Brabant en niets bijzonders. Ik weiger dat te geloven, want ik vind het respectloos. Vorige week had hij het over ‘een mokkel die eens een goede beurt moest hebben’. Ik vind dat vreselijk en heb dat ook duidelijk gemaakt. Hij reageerde: als ik zijn taalgebruik niet accepteer, stopt het mailen. Ik mailde terug: als je mij als mens de moeite waard vindt, hou je rekening met mijn gevoel. Ben ik te kritisch tegenover hem?

Grof taalgebruik

Beste Grof taalgebruik,

Nee hoor, u bent absoluut niet te kritisch. Verkeerd, onaangenaam en ordinair taalgebruik is een uitstekende reden om een (mail)contact te beëindigen. Ik denk niet dat u veel zult missen aan deze kennis van meer dan vijftig jaar geleden. Hij lijkt een onbehouwen vlerk en hardleers bovendien.

Artikelen in Internet en e-mail, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met .


Artsen in het wild

Beste Beatrijs,

In de rij voor de kassa bij de Hema hoorde ik achter me een specialist praten. Hij behandelde niet alleen mijn zoon, maar is ook vader van een oud-klasgenote van mijn dochter. Een andere specialist kom ik weleens tegen op de fiets. Ik vind het moeilijk om te beslissen of ik ze wel of niet groet. Zij zien heel erg veel patiënten. Willen ze die wel zien als ze vrij zijn? Anderzijds, als ik niet groet kunnen ze wel denken dat ik ergens wrok over koester. Ik voel me zo verlegen met de situatie dat ik overweeg mijn boodschappen in wijken te gaan doen waar geen enkele specialist woont!

Artsen begroeten

Beste Artsen begroeten,

Het handigste is om gewoon iedereen met een bekend gezicht te groeten. Behalve als u bekende Nederlanders in het wild spot. Die stellen prijs op negeren. Specialisten vinden het best om gegroet te worden, zolang er maar geen spreekkamergesprekjes (‘O dokter, ik sukkel nog steeds met mijn knie’) aan vastgeknoopt worden. Het is vaak toch al moeilijk op straat om iemand te plaatsen, te weten waar je hem of haar precies van kent. Een gezicht herkennen gaat veel sneller dan je herinneren of je de persoon kent als winkelbediende, van het schoolplein of als badmeester. Het doet er ook eigenlijk niet toe waar je iemand van kent. Als u in de supermarkt of op straat een vage bekende ziet (bijvoorbeeld een medisch specialist of een docent van een van uw kinderen), hoeft u niet speciaal moeite te doen om die persoon te begroeten (u hoeft niet zijn aandacht te trekken), maar als u vlak naast die persoon staat of als de blikken elkaar kruisen, groet u vriendelijk of u geeft een hoofdknikje en daar laat u het bij.

Artikelen in Aanspreken en begroeten.


Ontworteling is erger voor ouders dan voor kinderen

Dwalend over een krantenpagina bleef mijn oog haken aan het zinnetje ‘Foute kinderen bestaan niet’ dat onmiddellijk vredige, rousseauiaanse associaties bij me opriep: wat er ook mis is met de wereld, kinderen zijn onschuldig. Deze ontegenzeggelijk ware uitspraak bleek een rol te spelen in een actuele discussie binnen de PvdA over uitbreiding van het kinderpardon.

Een verblijfsvergunning voor iedereen met kinderen en vijf jaar uithoudingsvermogen.

De huidige regeling, vastgelegd in het regeerakkoord met de VVD, voorziet in een pardon (verblijfsvergunning) voor kinderen van asielzoekers die tenminste vijf jaar ononderbroken in Nederland hebben gewoond en bekend zijn bij de overheid. Sinds de regeling van kracht is, werd ongeveer tien procent van de aanvragen gehonoreerd en de rest afgewezen. Veel te veel afwijzingen, meent een aanzienlijk deel van de PvdA-achterban, die onder leiding van het Groningse lid Esther van Dijken pleit voor ‘een oplossing voor alle gewortelde kinderen, of kind en gezin zich nu wel of niet strikt aan de regels hebben gehouden.’ De consequentie van criteriaversoepeling zou zijn dat ook kinderen van economische migranten en van allang uitgeprocedeerde vluchtelingen in aanmerking komen voor een paspoort. Wat neerkomt op een verblijfsvergunning voor iedereen met kinderen en vijf jaar uithoudingsvermogen.

Het wortelargument, kern van het kinderpardon, gaat terug op het Internationale Kinderrechtenverdrag, waarin staat dat kinderen recht hebben op het behouden van de eigen vertrouwde omgeving en op respect voor hun privéleven. Ze mogen met andere woorden niet de dupe worden van politieke machinaties of beleidsmaatregelen die leiden tot ontworteling.

Die fascinatie met wortels en ontworteling heb ik altijd een beetje eigenaardig gevonden, zeker als het over kinderen gaat. Zelf heb ik als kind nergens wortel geschoten. Mijn vader werkte in verschillende landen, wat veel verhuizingen met zich meebracht. Ik heb op vier verschillende lagere scholen gezeten (nee, dat waren geen gehomogeniseerde internationale scholen, maar lokale varianten met soms, hop, een nieuwe taal voor mijn kiezen) en op twee middelbare scholen, waaronder een kostschool. Ik kan me niet herinneren dat ik leed onder dat veelvuldige verkassen. Alleen bij de laatste overstap, van de ene middelbare school naar de andere, deed ik er wat langer over om me thuis te voelen. Voor tieners is het altijd vervelend om de ene sociale omgeving voor de andere in te wisselen. Wat ik aan dat zwervend bestaan heb overgehouden is de notie dat je overal wel kunt leven, omdat je op den duur overal gewend raakt. Voor een kind gaat wennen zelfs razendsnel na een hartroerend afscheid en de belofte brieven te schrijven, wat al snel is afgelopen, omdat de actuele sociale omgeving de oude boel heeft ondergesneeuwd. Misschien heeft het gedurig wortelen en ontwortelen mij nog oppervlakkiger gemaakt dan ik toch al was.

In mijn ervaring zit je als kind in de eerste plaats op een overweldigende manier vast aan je ouders. Die vormen de wortels van je bestaan en in welk land het ouderlijk huis zich bevindt, welke school er bezocht wordt, wie er nog meer in de sociale cirkel figureren is niet meer dan decor. Ik begrijp dat niet iedereen zo luchtig denkt over ontworteling en dat verhuizen naar een ander land voor veel mensen traumatiserend is. Maar waarom is het juist voor kinderen erger dan voor volwassenen? Het is eerder andersom. Kinderen zijn flexibeler dan volwassenen en passen zich veel makkelijker aan nieuwe omstandigheden aan. Onder de twaalf leren ze heel snel een vreemde taal. Boven de twaalf duurt het wat langer, maar nog steeds veel sneller dan volwassenen.

Het kinderpardon richt zich op de rechten van minderjarigen om in hun vertrouwde omgeving te blijven. Hun volwassen ouders bivakkeren hier even lang of langer en voor hen betekent een hernieuwde ontworteling veel meer ellende dan voor hun nageslacht. Maar de juridische strijd om verblijfsvergunningen loopt via de kinderen die zieliger zijn, althans meer rechten hebben dan de ouders.

Artikelen in Column.


Hoe begroet je jonge kinderen?

Beste Beatrijs,

Afgelopen week bezochten wij onze familie aan de andere kant van het land. Tegen de dochters (7 en 10 jaar) van mijn zus zeg ik altijd ‘Hallo’ of ‘Hoi’, ik noem hun naam en eventueel nog een persoonlijke noot ‘Heb je lekker vakantie?’ of ‘Ben je leuk aan het tekenen?’ Ik zoen hen niet, ik zie hen niet zo vaak. Daarnaast zijn deze meiden ook wel wat verlegen. Mijn echtgenoot gaat voor hen staan, begroet hen, steekt zijn hand uit en blijft dan wachten tot zij hem een hand geven. Hij torent met zijn 1,85 meter boven zo’n klein zittend meisje uit. De uitgestoken hand komt op mij erg dwingend over. De meisjes lijken hier ook ongemakkelijk en timide onder. Wat is een goede manier om jonge, verlegen familieleden te begroeten?

Jonge kinderen begroeten

Beste Jonge kinderen begroeten,

Alleen ‘Hallo’ of ‘Hoi’ zeggen is prima als begroeting van jonge kinderen onder de twaalf. Doorgaans moeten kinderen weinig hebben van zoenen en omhelzingen, zeker niet van volwassenen die ze slecht kennen. Maar een hand geven kan best. Ook voor verlegen kinderen kan het helemaal geen kwaad om ze door dit begroetingsritueel heen te laten gaan. De conventie toepassen werkt juist als een bruggetje tussen ongemakkelijkheid en ontspanning. Uw echtgenoot kan het minder intimiderend maken door even door z’n knieën zakken, zodat hij op dezelfde hoogte komt. Wat ook vaak gebeurt met jonge kinderen is ze een high five aanbieden bij wijze van begroeting. Die informele aanpak vinden kinderen leuk en zo breekt het ijs sneller.

Artikelen in Aanspreken en begroeten, Kinderopvoeding.