Spring naar inhoud


De adviesrubriek ‘Moderne manieren’ gaat over etiquette en verschijnt iedere zaterdag in het dagblad Trouw (bijlage ‘tijd’), maar ook direct op Internet: zie Beatrijs in Trouw. Lees daar haar nieuwste bijdrage. Daarna komen alle problemen op deze website terecht.

Hebt u zelf een vraag over (in)correct gedrag van uzelf of anderen, dan kunt u die insturen via beste@beatrijs.com. U krijgt vrijwel altijd persoonlijk antwoord, en uw vraag kan gebruikt worden voor anonieme publicatie in het dagblad Trouw en op deze website, tenzij u er expliciet bezwaar tegen maakt.

Nu ook te volgen op Twitter! @BeatrijsRitsema

Artikelen in Etiquette.


Te weinig verschil tussen actievoerders en machthebbers

Rendement is een te breed, te veelomvattend begrip om tegen te kunnen zijn. Om maar te zwijgen van rendementsdenken, een begrip dat nog veel breder is en misschien wel hetzelfde als oordelend denken, zo van: dit is gunstig, dit is ongunstig. Vergelijk hiermee een woord als winstbejag. Daarvan weet je meteen dat het om de pegels draait en dan is uitbuiting nooit ver weg, maar rendement betekent toch niet meer dan dat er iets wordt opgeleverd, dat iets een bepaald nut heeft, dat een beoogd effect wordt bereikt.

Zolang een liefdesrelatie rendement geeft (de baten van het met elkaar verkeren zijn groter dan de kosten), blijft de verhouding in stand. Ligt het andersom, dan spat de zaak uit elkaar.

Bij de studentenprotesten vervult het rendementsdenken binnen de universiteit de rol van kwaaie pier (hier klinkt een marxistische echo in door), maar de andere geledingen, docenten, professoren, bestuur buitelen over elkaar heen om er ook afstand van nemen. Ja zelfs minister Bussemaker vindt rendementsdenken een slechte zaak voor de universiteit. Iedereen is het dus met elkaar eens. Waar gaat de strijd dan nog precies over?

Ik weet natuurlijk wel in grote lijnen wat de inzet is. Met rendement wordt een beeld opgeroepen van de universiteit als fabriek, waar aan de voorkant studenten op de lopende band worden gehesen, die aan de achterkant geknipt en geschoren in identieke modelletjes weer uitgespuugd worden. Hoe hoger de rendementseisen, hoe sterker de snelheid van de lopende band wordt opgevoerd, of dit nu gebeurt door het schrappen van impopulaire studies, langstudeerboetes, consilia abeundi of makkelijker tentamens. Bij de wetenschappelijke staf spelen intussen soortgelijke problemen, omdat onderzoekers keihard worden afgerekend op aantallen publicaties, wat ten koste gaat van het onderwijs en van de kwaliteit van het onderzoek. Aldus verdwijnt het idee van de universiteit als centrum voor intellectuele vorming uit beeld. De nieuwe situatie is de geautomatiseerde fabriek met werkstress, opgejaagdheid en eenvormige producten.

Het was een leuke tijd, met genoeg Bildung erin, maar achteraf schaam ik me voor de genoten luxe.

Anders dan in de jaren zeventig inderdaad. Ik wist niet wat me overkwam, toen ik begon als eerstejaars student psychologie: drie keer per week een werkgroep van twee uur en één college dat niet eens verplicht was. Vergeleken met de middelbare school werd er nauwelijks enige inspanning geëist. Ik had er hooguit twee dagen werk per week aan. Verder zeeën van vrije tijd, waarin ik naar believen kon boetseren aan mijn intellectuele vorming en education sentimentale. Later werd de opleiding wel iets intensiever, maar het bleef toch eigenlijk een makkie, een picknick van zeven jaar voor de bevoorrechte klasse – ik deed er net als bijna al mijn studiegenoten ook nog eens een jaar langer over. Het was een leuke tijd, met genoeg Bildung erin, maar retrospectief schaam ik me voor de genoten luxe.

In de jaren zeventig deed ongeveer vijftien procent van de jongeren een universitaire opleiding. Een kwart eeuw later was dat percentage verdubbeld en tien jaar geleden kondigde de overheid een streefcijfer van vijftig procent af voor het hele hoger onderwijs, inclusief HBO. Het is goed te begrijpen dat iedereen naar de universiteit wil omdat hoogopgeleid nog steeds de beste kansen biedt op een hoog inkomen, maar het is misschien niet zo heel vreemd dat niet direct rendementsgebonden waarden als belezenheid, kritische reflectie, een intellectueel debat kunnen voeren en over de rand van je eigen discipline kunnen kijken een beetje buiten de boot vallen. Voor zo ver die waarden vroeger wél expliciet aan bod kwamen, want daarvoor gold wat nog weer eerder gold voor de boekenlijst op het gymnasium: niet nodig, omdat gymnasiasten uit zichzelf wel lazen. Tja, sommigen wel en anderen niet.

Dat stille rendement, waarvan onzeker is of het zich wel laat verzilveren, laat zich lastig beleidsmatig programmeren. Maar het is niet verdwenen, je moet het alleen wíllen zien.

Artikelen in Column.


Schiet ik tekort?

Beste Beatrijs,

Ik (man, 23 jaar) ga twee weken op vakantie en heb de conciërge van mijn flatgebouw gevraagd of hij dan voor mijn vissen kan zorgen, wat hij heeft beloofd. Nu heb ik een vriend, met wie ik al twee jaar verkering heb, die regelmatig bij mij blijft logeren omdat hij lange dagen moet maken en ik dichter bij zijn werk woon dan hij. Door de week blijft hij soms twee tot drie keer een nachtje over en in de weekenden is hij er vaak ook, voor de gezelligheid. Hij is beledigd dat ik hem niet heb gevraagd om voor de vissen te zorgen, zodat hij in mijn afwezigheid mijn appartement kan gebruiken. Maar ik houd mijn huis liever onaangeroerd en ongebruikt, zodat het lekker schoon is als ik weer thuiskom. Mijn vriend snapt niet dat ik hem niet gevraagd heb. Valt mij iets te verwijten?

Gebrek aan gastvrijheid?

Beste Gebrek aan gastvrijheid,

U bent de baas over uw appartement, dus het is uw goed recht om te beslissen wie u toelaat in uw afwezigheid. Maar ik kan me wel voorstellen dat uw vriend een beetje in zijn wiek is geschoten. Uw vriend logeert heel frequent bij u, omdat uw huis dichter bij zijn werk is. Het zou hem veel reistijd besparen, wanneer u hem twee weken in uw huis laat zitten, terwijl u weg bent. Waarom gunt u hem dat niet? Voor een willekeurige kennis zou zoiets niet aan de orde zijn, maar voor een geliefde toch wel? U schrijft dat u liever terugkomt in een schoon huis. Blijkbaar verwacht u dat hij er een troep van maakt. Dan kunt u toch een voorwaarde stellen en hem op het hart binden om ervoor te zorgen dat alles aan kant is, wanneer u weer terugkomt? Geliefden die elkaar vertrouwen doen elkaar graag een plezier en houden rekening met elkaars belangen. Uw vriend is niet blij is dat u uw vissen liever aan de conciërge overlaat dan aan hem. Hij concludeert dat u hem niet genoeg vertrouwt en dat de relatie minder solide is dan hij dacht. Dat u en uw vriend niet op dezelfde manier tegen de relatie aankijken valt u niet te verwijten, maar zijn teleurstelling is begrijpelijk. Hij meende dat hij binnen zat, maar hij staat buiten.

Artikelen in Liefde en relaties.

Gelabeld met , .


Plakkende bezoekers

Beste Beatrijs,

Mijn man (63) en ik (59) geven regelmatig etentjes. Daar genieten we van, maar onze gasten kennelijk nog meer, want eenmaal in huis zijn ze er niet meer uit te slaan. We beginnen meestal om zes uur met een borrel en tegen zevenen gaan we aan tafel. Na drie gangen en koffie vinden wij het wel weer mooi geweest. Maar men blijft plakken tot soms na twaalven. Eén keer heb ik van te voren gezegd dat we na half elf moe zijn, maar toen was er een stel dat om klokslag half elf opstond en zei: ‘Kom, we moeten gaan, we zijn hier niet meer gewenst.’ Hoe slecht voel je dan als gastvrouw die haar best gedaan heeft lekker te koken, een mooie tafel te dekken en onderhoudend te zijn? Weet u een betere manier om gasten de deur uit te krijgen?

Ze blijven maar zitten

Beste Ze blijven maar zitten,

Als u een eindtijd in uw hoofd hebt waar u onder geen beding van af wilt wijken, kunt u die maar beter van tevoren aankondigen. Dan weet iedereen waar die aan toe is. Zeg bij het maken van de afspraak meteen dat u het niet later wil maken dan half elf, omdat u uw nachtrust nodig hebt. Dat is een eenvoudige mededeling van logistieke aard, waar gasten niets over te klagen kunnen hebben, omdat degene die uitnodigt de spelregels mag bepalen.

Als gasten niet op eigen initiatief om half elf aanstalten maken om te vertrekken, omdat ze de afspraak zijn vergeten, zegt u rustig: ‘Sorry, mensen, ik ben moe, ik houd dat nachtbraken niet meer vol.’ Mochten ze op dat moment niet als door een wesp gestoken opspringen, schakelt u over op de show, don’t tell methode: u staat op, zegt dat u gaat slapen en onder het prevelen van ‘Het was reuze gezellig, moeten we snel nog eens doen’ drukt u de gasten hun jassen in handen en u zet de voordeur open.

Artikelen in Visite.

Gelabeld met .


Boos op andermans kinderen

Beste Beatrijs,

Mijn echtgenoot gaat niet erg pedagogisch verantwoord te werk bij het corrigeren van andermans kinderen. Hij kan zich dood ergeren als kinderen niet doen wat hij zegt. Laatst zaten we bij mijn ouders aan tafel met ons dochtertje van twee jaar. Mijn broer, schoonzus en hun twee kinderen waren er ook. Mijn neefje van vier wil met onze dochter spelen, maar zij zit nog te eten, net als alle anderen. Ik zeg tegen mijn neefje dat hij even moet wachten tot we klaar zijn met eten, maar hij blijft gewoon om de kinderstoel hangen en haar afleiden. Ook zijn ouders reageren niet. Daarop reageert mijn man met harde dwingende stem dat hij moet luisteren en dat hij weg moet wezen. Iedereen schrikt, want de uitval van mijn man komt zomaar uit de lucht vallen. Ik schaam me tegenover mijn familie. Ik zou wensen dat hij dit anders zou aanpakken. Kunt u mij adviseren?

Andermans kinderen

Beste Andermans kinderen,

Houd uw man voor dat hij zich niet met de opvoeding van andermans kinderen moet bemoeien en zeker geen standjes moet uitdelen! Alleen zijn eigen kinderen mag hij standjes geven (en liefst niet tijdens familiebijeenkomsten). Het incident wat u beschrijft is sowieso al niet de moeite van een boze interventie waard. Een kleuter die wil spelen met een peuter? Dat is toch geen misdaad? Als een kind ondanks een waarschuwing doorgaat met de kat aan z’n staart te trekken is ingrijpen noodzakelijk, al dan niet met stemverheffing, maar dit is wel erg onschuldig. Grote, boze oom is geen rol om goede sier mee te maken in de familie. Toegeblafte kinderen worden bang, hun ouders chagrijnig, de sfeer aan tafel krijgt een dipje. Het gaat er niet om dat uw broer en schoonzus zich strenger zouden moeten opstellen tegenover hun kinderen. Zij hebben, net als anderen, hun eigen prioriteiten. Belangrijk is dat uw man de neiging onderdrukt om een door hem waargenomen manco in hun opvoeding te repareren. Hij moet zijn ergernis verbijten of, als hij het echt niet kan aanzien, de ouders aanspreken of zij hun kind kunnen laten ophouden met waar het dan ook mee bezig is.

Artikelen in Familie.

Gelabeld met .


Vraag maar aan meester Jaap

Als je wil weten hoe het met iemand gaat, kun je het hem rechtstreeks vragen of je kunt goed kijken en op grond van observaties jezelf een oordeel vormen. Globaal zijn dat de mogelijkheden. In de roman Het Rosie effect van Graeme Simsion maakt hoofdpersoon Don Tillman zich zorgen dat zijn zwangere vrouw Rosie aan te veel stress blootstaat, wat slecht zou zijn voor de ontwikkeling van de foetus. Om plotredenen kan hij haar niet met zijn zorgen lastig vallen en om haar stressniveau toch te kunnen peilen neemt hij haar zonder dat zij dit in de gaten heeft de ‘Edinburgh Postnatale Depressie Vragenlijst’ af, waar hij toevallig over beschikt. Het zijn maar zeven vragen die hij tersluiks in de conversatie kan vlechten (Rosie is erg blij met de aandacht). Ik moet erbij vermelden dat Don, hoog-functionerend en wel, in het autistisch spectrum zit. Dat is de gimmick van de Rosie-boeken.

Don, als geneticus werkzaam aan de universiteit, mag zich graag op de wetenschap verlaten in geval van onzekerheid over alledaagse en geestelijke aangelegenheden. Hij beschouwt de vragenlijst, een instrument uit de psychologie en de medische wetenschap, als even zuiver, objectief en precies als de microscoop waardoor hij zelf zit te turen. Dit is allemaal buitengewoon grappig. Stiekem een vragenlijst afnemen aan je geliefde om te weten hoe het met haar gaat in plaats van een openhartig gesprek te voeren of naar haar te kijken – typisch een autistische omweg. Gewone mensen doen dat niet.

Maar in de wereld van de zorg gaat het alléén maar daarover. Gedoe over vragenlijsten ligt aan de wortel van het conflict tussen de geestelijke gezondheidszorg en de zorgverzekeraars. Psychiaters en psychologen worden gedwongen om uitgebreide vragenlijst af te nemen aan hun patiënten, zowel ter diagnose als om het effect van de behandelingen te meten. Huisartsen moeten patiënten met psychische klachten ook screenen met een vragenlijst om te bepalen of ze doorgestuurd moeten worden of niet. Het diagnosesysteem van psychische aandoeningen is een gigantische, tijdsopslorpende kluwen van vinkjes die in de computer moeten worden ingevoerd.

Begrijpelijk dat de kosten in toom moeten blijven en het tot in de finesses categoriseren van klachten geeft in ieder geval de schijn van exactheid en transparantie, maar veel betekenis levert het niet op. Een psychisch hulpverlener kan zonder die meetinstrumenten ook wel bepalen of iemand zorg nodig heeft. En de effectiviteit van de behandeling blijft altijd een teer punt, hoeveel inspanning er ook besteed wordt aan voor- en nametingen.

Absurd genoeg worden tegelijkertijd aan het onderwijsfront de bakens juist verzet in omgekeerde richting. Veertig jaar lang werd de Cito-toets samen met het schooladvies gebruikt als meetinstrument om kinderen na de basisschool toe te wijzen aan de geschikte vorm van vervolgonderwijs. Die toets is afgeschaft, omdat hij de kinderen te veel stress zou geven. Hij wordt nog wel afgenomen, maar later in het schooljaar, zodat middelbare scholen de scores niet meer kunnen laten meewegen in de beslissing over toelating. Voortaan komt het oordeel uitsluitend voor rekening van de groep-acht-docent van de basisschool.

Zo’n belangrijke voor een kind levensbepalende keuze wordt gemaakt door één mens in al z’n subjectiviteit, met al z’n persoonlijke voor- en afkeuren en blinde vlekken. Terwijl: als er één betrouwbaar instrument bestaat voor de voorspelling van schoolsucces, dan is het wel de Cito-toets. Veel betrouwbaarder dan alle persoonlijkheidstests en vragenlijsten die gebruikt worden om psychiatrische aandoeningen te diagnosticeren bij elkaar. In de zorgsector wordt iedereen op een bijna autistische manier opgezweept om te werken volgens het protocol ‘meten is weten’ en in het onderwijs wordt het objectieve meetinstrument dat voorhanden is, luchtig weggewuifd: vraag maar aan meester Jaap – die weet precies hoe het zit. Don Tillman zou er geen snars van begrijpen.

Artikelen in Column.


Afwijkende meningen

Beste Beatrijs,

Ik ben een man van middelbare leeftijd met belangstelling voor politiek. Ik heb een aantal opvattingen ontwikkeld die ik goed kan onderbouwen maar die niet vallen binnen wat algemeen correct wordt gevonden. Zo ben ik bezorgd om de instroom van niet-westerse immigranten, via asielregeling of anderszins, ik ben beducht voor de invloed van de islam die ik onverenigbaar acht met onze westerse waarden en ik vind de ontwikkeling van de Europese Unie zeer bedenkelijk.

Mijn ideeën worden niet weerspiegeld door de gangbare politieke partijen, dus moet ik mij wel verlaten op een groep die maatschappelijk niet hoog staat aangeschreven. En hier begint mijn probleem: als ik mijn opvattingen bij familie of vrienden naar voren breng, ontstaat er nogal eens een ongemakkelijke stilte die met valide argumentatie niet op te lossen is. Ik heb mij daarom aangewend terughoudend met mijn meningen om te gaan. Ik wil me niet vervreemden van mijn sociale omgeving. Maar ik vind het jammer dat zaken die mij ter harte gaan niet gewoon open besproken kunnen worden. Weet u hier iets op?

Politiek incorrect

Beste Politiek incorrect,

Omzichtig dicussiëren vergt bovenmenselijke inspanning.

Als standpunten lijnrecht tegenover elkaar staan, is het moeilijk om een prettig gesprek te voeren. De onuitgesproken basisfunctie van een gesprek is dat men zoekt naar overeenstemming, naar iets gemeenschappelijks. Dat betekent niet dat zich nooit onenigheid kan voordoen (dan zou het wel heel saai worden), maar dat grote tegenstellingen nopen tot voorzichtig opereren. Iedereen moet zijn mening vooral rustig naar voren brengen en ook rustig luisteren naar wat de ander te zeggen heeft. Die omzichtigheid vergt bovenmenselijke inspanning. Daar is bijna niemand toe in staat. Omdat dit soort gesprekken al gauw uit de hand loopt, rust er in de conversatie een conventioneel taboe op onderwerpen als politiek en religie. Eigenlijk kun je hier alleen met globaal gelijkgestemden geanimeerd over praten. Met andersdenkenden verloopt het gesprek stroef en trapt men elkaar makkelijk op de ziel.

U vindt het spijtig dat u niet gewoon kunt zeggen wat u vindt in uw sociale kring. Hier is niets aan te doen. Elke eenling in een groep van andersdenkenden kampt met hetzelfde probleem. Vergelijk: een afvallige moslim te midden van zijn familie, een katholieke bekeerling te midden van een atheïstische vriendengroep, een marxist met een VVD-familie. Zelfs een vleeseter te midden van veganisten heeft het al moeilijk. Het enige wat je dan kunt doen is het heikele onderwerp links te laten liggen. Tegenpolen kunnen elkaar toch nooit overtuigen. Wanneer er desondanks een discussie wordt aangegaan, komt iedereen met verhitte koppen tegenover elkaar te staan. Wat schiet je ermee op?

Overigens is het een illusie om te denken dat mensen hun meningen zelfstandig ontwikkelen. Ze vinden iets, omdat door hen geliefde en bewonderde personen die mening zijn toegedaan. Ik kan me niet voorstellen dat u oprecht graag uw (in)correcte ideeën wil bespreken met uw (correcte) vrienden en familie. Iedereen weet allang hoe de ander erover denkt en niemand zit op politieke stokpaardjes van de andere partij te wachten. Familie is er voor het vertrouwde gevoel en vrienden zijn er om je slap mee te lachen. Bespreek uw opvattingen met de mensen bij wie u ze hebt opgedaan. Of betreed de politieke arena, als u iets wil doen met uw maatschappelijke betrokkenheid.

Artikelen in Visite.

Gelabeld met .


Goedkope wijn

Beste Beatrijs,

Laatst gaven we een etentje voor wat vrienden. Dit doen we elk jaar. Natuurlijk zeggen we wel dat we het simpel zullen houden, maar al met al ben je toch een hele dag bezig met boodschappen doen, je huis opruimen en koken. Ik vind het dan toch matig als de mensen met een wijntje aan komen van vier of vijf euro. Zelfs een bosje bloemen kost nog meer! Misschien ben ik altijd te royaal met het geven van cadeaus en ligt het aan mij. Bestaan hier regels voor?

Waardeloze attenties

Beste Waardeloze attenties,

De regel is dat vrienden de gezamenlijke etentjes afwisselen. Dus niet dat iedereen altijd bij dezelfde gastheer/vrouw komt eten, maar dat men om de beurt de rol van ontvangende partij op zich neemt. Op die manier worden de taken van boodschappen doen, koken, opruimen eerlijk verdeeld en hoeft het terugbetalen niet via cadeautjes die gasten meebrengen plaats te vinden. Attenties voor de gastheer/vrouw zijn kleinigheidjes die nooit kunnen opwegen tegen de betoonde gastvrijheid. Dat is ook niet de bedoeling ervan. Verdiep u niet in de prijs van de aardigheidjes en besteed er überhaupt geen gedachte aan. Gastvrijheid moet worden terugbetaald in gastvrijheid, niet in substantiële cadeaus.

Artikelen in Cadeaus.

Gelabeld met .


Kledingvoorschrift in kleur

Beste Beatrijs,

Als oom en tante kregen wij van een neef een uitnodiging om zijn huwelijk bij te wonen. Op de uitnodiging staat een kledingvoorschrift en wel: ‘blauw – wit’. Wij hebben daar moeite mee. Zelf houd ik niet van blauw, dus wat moet ik met die kleding ná de bruiloft? Verder heeft mijn man geen blauw pak. Moeten wij voor die ene keer er een aanschaffen? De kosten lopen zo erg op voor ons en de lol gaat er wel een beetje af. Mag een bruidspaar zulke eisen stellen?

Huwelijk in blauw/wit

Beste Huwelijk in blauw/wit,

Kledingvoorschriften bij een huwelijk zijn geoorloofd. Maar dan wel van het conventionele soort, zoals ‘black tie’, ‘cocktail’ of ‘feestelijk’, desnoods ‘smart/ casual’. Die zijn breed genoeg om genodigden ruimte te geven voor eigen voorkeur. Kleurverplichtingen zijn ongebruikelijk. Hoe specifieker het kledingvoorschrift (en kleur is behoorlijk specifiek), hoe minder gasten zich er aan zullen houden. U zult vast niet de enige genodigde zijn die recalcitrant wordt van het vooruitzicht om als decorstuk voor een bruiloft in matrozensfeer te dienen.

Als er een kledingvoorschrift voor kleur is, geldt dat trouwens voor dames. Heren hoeven niets bijzonders te doen behalve een net pak aantrekken: (donker)grijs of donkerblauw/zwart, iets gedekts in ieder geval. Uw man hoeft echt geen blauw pak te kopen, hij kan gewoon een net pak aantrekken. Dat zal hij toch wel hebben? Als hij er geen heeft, is dit een mooie aanleiding om er maar eens een aan te schaffen. Zelf hoeft u geen blauwe jurk te kopen, als u daar geen behoefte aan hebt. Trek iets aan wat een beetje in de richting zit. Hebt u geen enkel blauw kledingstuk in de kast hangen? Dan wordt het een zwarte broek of rok, gecombineerd met wit of crème, turkoois of paars. Wat u ook draagt, men zal u de toegang niet weigeren, ook niet als u in het kanariegeel komt. Hoogstens zal men u achteraan wegmoffelen op de groepsfoto in blauw/wit.

Artikelen in Bruiloft.

Gelabeld met , .


61 activiteiten op de antipestmarkt

Pesten is hot stuff. Voortdurend worden met oprechte verbazing nieuwe brandhaarden ontdekt: kazernes, kantoren, bejaardentehuizen, het midden- en kleinbedrijf, docentencorpsen nota bene (alsof niet juist leraren beter zouden moeten weten!) – overal kan een pestcultuur aangetroffen worden die de sfeer verziekt. Sinds pestgedrag door een paar akelige incidenten met zelfmoord en doodslag onder jongeren gepromoveerd is tot een probleem van nationale allure, zo urgent dat het overheidsbeleid verdient, is het alleen maar ingewikkelder geworden om er iets tegen te doen.

Pesten is een hete aardappel die iedereen graag ver van zich afwerpt, maar als er geld mee te verdienen valt, ligt het anders. Dan wordt het ineens de moeite waard om ermee aan de slag te gaan. Zo kon het gebeuren dat nadat scholen de verplichting opgelegd kregen om antipestprotocollen in te stellen, allerlei particuliere bedrijfjes in het wenkende gat sprongen om de afdeling pestpreventie voor hun rekening te nemen. Voorkomen is immers beter dan genezen. Als het pesten zo’n serieus probleem is dat de minister van Onderwijs er een speciale beleidsstuurgroep voor in het leven heeft geroepen die bestrijdingsmaatregelen heeft afgekondigd, dan kan een school een voorkomend geval natuurlijk niet naar eigen inzicht zelf oplossen. Daar moeten externe deskundigen aan te pas komen. En die dienden zich ook aan. Op zeker moment waren er 61 bedrijfjes actief die scholen bestookten met even zoveel antipestprogramma’s. Tja, als je een zak geld beschikbaar stelt voor de preventie van kauwgom doorslikken, staan er ook mensen te trappelen om daarover met elkaar in concurrentie te gaan.

Die 61 verschillende antipestmethodes vormden voor scholen een amorfe brij, waaruit het onmogelijk kiezen was, dus iedereen deed maar wat op intuïtie of liet zich een cursusje of workshopje aansmeren door een betrouwbaar ogende pestconsulent. Een onoverzichtelijke wildgroei die paal en perk vereiste, waarna een onafhankelijke commissie van deskundigen in opdracht van staatsecretaris Dekker de 61 methodes tegen het licht hield en er 48 afkeurde. Op grond van gebrek aan werkzaamheid, gebrek aan veiligheid en gebrek aan wetenschappelijkheid. Tot ontzetting van kinderombudsman Marc Dullaert gaan scholen gewoon door met tal van afgekeurde antipestmethoden, waaronder ook het beruchte M5-programma. Waarschijnlijk doen scholen dit omdat ze zich financieel gecommitteerd hebben en boetes moeten betalen, als ze er voortijdig mee stoppen, maar het kan natuurlijk ook dat ze denken dat de ene of de ander methode niet zo veel uitmaakt.

Hoe veel finesses in effecten kun je onderscheiden tussen 61 programma’s die allemaal zo’n beetje hetzelfde beogen (maak een ander niet het leven zuur) en valt er überhaupt een scherpe, wetenschappelijk verantwoorde scheidslijn te trekken tussen methodes die wel en die niet werken? Dit soort wetenschap is altijd boterzacht.

Dat M5-programma bedient zich trouwens wel zeker van dubieuze methodiek. Bij een onderdeel ervan kunnen kinderen anoniem de naam van pestkoppen opgeven bij een meldbox. Wanneer een kind een aantal beschuldigende vingerwijzingen heeft verzameld, worden er gesprekken gevoerd. Zodra het woord ‘anoniem’ in combinatie met ‘aangifte’ valt, zou er een alarmbel moeten klinken. Je weet al meteen waar dit toe leidt: kinderen die zich van geen kwaad bewust zijn of met opzet valselijk beschuldigd worden; ouders die op het matje worden geroepen, omdat hun kind zich misdragen heeft, terwijl noch zij, noch het kind weten waar de ellende vandaan komt. Anonieme aangifte kan nodig zijn om jezelf doorgewinterde criminelen van het lijf te houden, maar in huis- tuin- en keukenpestsituaties maakt het de zaken alleen maar erger.

Voor dit inzicht is geen vergelijkend wetenschappelijk onderzoek naar effectiviteit van verschillende programma’s nodig. Een goede schoolleiding wijst anonimiteit principieel af. En lost pestproblematiek per geval op naar bevind van zaken.

Artikelen in Column.