Spring naar inhoud


De adviesrubriek ‘Moderne manieren’ gaat over etiquette en verschijnt iedere zaterdag in het dagblad Trouw (bijlage ‘tijd’), maar ook direct op Internet: zie Beatrijs in Trouw. Lees daar haar nieuwste bijdrage. Daarna komen alle problemen op deze website terecht.

Hebt u zelf een vraag over (in)correct gedrag van uzelf of anderen, dan kunt u die insturen via beste@beatrijs.com. U krijgt vrijwel altijd persoonlijk antwoord, en uw vraag kan gebruikt worden voor anonieme publicatie in het dagblad Trouw en op deze website, tenzij u er expliciet bezwaar tegen maakt.

Nu ook te volgen op Twitter! @BeatrijsRitsema

Artikelen in Etiquette.


De zegeningen van vette vis

Na zielige kinderen zijn ziektes favoriet als bestemming voor vrijgevigheid. Kinderen met ziektes (vooral kanker) zijn onbetwist kampioen zieligheid, maar ziektes als zodanig genereren via de collectebus toch ook forse geldstromen. Elke week is het wel ‘de week van’ een of andere aandoening. Daarnaast heb je de campagnes met een gimmick, zoals opstaan en de Mont Ventoux opfietsen tegen kanker. De recente ice bucket challenge tegen de spierziekte ALS (mensen laten een emmer met ijswater over zich heen storten of betalen 75 dollar en het liefst allebei) was een groot succes. De gimmick werd een mondiale rage met tienduizenden ijsemmerfilmpjes op Youtube, wat de ALS-bestrijding miljoenen opleverde.

Het is me een raadsel waaraan deze actie haar populariteit te danken heeft, behalve dan dat het geinig is om deel uit te maken van een internet-rage, zoals mensen het een paar jaar geleden leuk vonden om te planken (ergens als een plank te gaan liggen) of mee te doen met het paardendansje van die Koreaan. Maar de ijsemmer heeft daarnaast een filantropische bedoeling: bewustwording van een breed publiek en geldinzameling.

Ik stoor me niet zozeer aan de sentimentaliteit van het inspelen op zieligheid. Elk goed doel doet een beroep op empathische vermogens van degene die uitgenodigd wordt geld af te staan. Zonder het hart te beroeren lukt dat niet. Ik heb geen moeite met het inzetten van verhalen en beelden van oorlogsslachtoffers, vluchtelingen, uitgemergelde derde-wereld-kinderen, slachtoffers van natuurrampen, daklozen en politieke gevangenen achter tralies. Allemaal vreselijk zielig inderdaad en een financiële donatie kan allicht tot een klein beetje reductie van de ellende leiden.

Geen enkele filantropische euro gaat naar bestaande kankerpatiënten.

Met ziektes ligt het anders. In ieder geval in het rijke westen vallen ziektes onder verantwoordelijkheid van de overheid die door middel van de uit collectieve middelen betaalde gezondheidszorg ervoor moet zorgen dat patiënten met wat voor aandoening dan ook zo goed mogelijk worden geholpen. Geen enkele filantropische euro die door het kankerfonds wordt opgehaald gaat naar bestaande kankerpatiënten, want die krijgen al medische zorg naar beste kunnen. De ingezamelde gelden zijn nadrukkelijk bestemd voor onderzoek, maar in dat onderzoek wordt ook allang voorzien: door diezelfde overheid (universitaire onderzoeksinstituten) al dan niet in samenwerking met de farmacologische industrie. Wat moeten particuliere initiatiefnemers daar tussen gaan zitten? Op de medische onderzoekswereld is vast van alles aan te merken, maar met de uitwisseling van informatie zit het wel goed. Zodra zich, laten we zeggen in Amerika of Hong Kong, een doorbraak voordoet in de bestrijding van een of andere ziekte, kan de rest van de wereld meeliften. Daar zijn geen collectebussen of ijsemmers voor nodig.

Wat mij serieus tegenstaat aan ziektes als goede doelen is het arbitraire aspect. ALS is absoluut een gruwelijke ziekte. In Nederland zijn er 1500 ALS-patiënten. Een rondje internet leert dat er 30.000 Parkinson-lijders zijn, 16.000 mensen met multiple sclerose, 6500 nierdialysepatiënten (waarvan 800 op de wachtlijst voor transplantatie) en 260.000 mensen met dementie. Ook allemaal buitengewoon gruwelijke ziektes, waar al decennia lang onderzoek naar gedaan wordt zonder uitzicht op ook maar het begin van genezing, als je eenmaal met zo’n ziekte geslagen bent. Het komt vooral neer op pappen en nathouden, zoals ook geldt voor de twee miljoen reumapatiënten, de één miljoen mensen met hart- en vaatziektes en de nodige kankerpatiënten, ziektes met de bestrijding waarvan wél enige voortgang is geboekt.

Deze week las ik dat onderzoek had uitgewezen dat het eten van vette vis (omega-3-vetzuren) de kans op ALS met 35% vermindert. Maar die kans is om te beginnen al minuscuul gezien de zeldzaamheid van de ziekte. Fijn onderzoek! Neem nog een haring! Helpt evenveel als een ijsemmer.

Artikelen in Column.


Gasten wassen niet af

Beste Beatrijs,

Al jaren hebben wij verschillende vrienden die regelmatig bij ons komen eten en wij bij hen. Mijn man en ik hebben nooit overwogen een vaatwasser aan te schaffen. De meeste van onze vrienden hebben die inmiddels wel. In de voorgaande jaren werd er na het etentje ook altijd gezamenlijk afgewassen. Nu merk ik dat sommige vrienden dat niet meer leuk vinden en er zijn er zelfs die gewoon niet meer meehelpen. Is het ongastvrij van mij om ze daarop aan te spreken (wat ik ook doe)?

Ze helpen niet meer mee

Beste Ze helpen niet meer mee,

De gewoonte van samen afwassen na een etentje met vrienden maakt op mij een nogal studentikoze indruk. Dat doen mensen met schaarse middelen. Onder studenten worden de kosten van een gemeenschappelijke maaltijd vaak hoofdelijk omgeslagen en na afloop wordt er samen afgewassen, omdat een keuken vol rotzooi vervelend is voor de andere huisgenoten en omdat het samen eten niet de hele avond in beslag neemt. Boter bij de vis. Instant wederkerigheid.

Als mensen ouder worden, krijgt deze wederkerigheid een langere adem. Bij een eetafspraak wordt er niet meteen afgerekend, maar de ene keer wordt er bij de een gegeten, de volgende keer bij de ander. Portemonnees blijven gesloten. Om de beurt houdt men elkaar vrij, en iedereen komt aan de beurt om het eten te verzorgen. Als mensen ouder worden, eigen huizen betrekken, willen ze vaak ook liever zelf voor het opruimen zorgen. Ze willen de gezelligheid van het sociale contact niet ten koste laten gaan van huishoudelijke taken en vaak willen ze geen vreemde mensen in de keuken die de spullen verkeerd behandelen of verkeerd wegzetten. Bovendien willen ze vermijden dat het altijd weer de vrouwen uit het gezelschap zijn die zich na het eten op de afwas storten. De gastheer/vrouw houdt het liever in eigen hand. Met als consequentie dat ze ook geen zin meer hebben om, als ze op bezoek zijn bij anderen, aldaar de opruimwerkzaamheden ter hand te nemen. In plaats van elke keer met z’n allen elkaar voor de voeten te lopen in andermans keuken doen ze het liever eens in de zoveel tijd zelf, als de gasten weer vertrokken zijn. Uitgestelde wederkerigheid.

Uw vrienden voelen er niet meer voor om bij u de zaak op te ruimen, want zij vragen dit van hun kant ook niet meer van u. Voor zo’n systeem bent u zo langzamerhand te oud. Ik raad u aan om het nieuwe systeem te adopteren. Eens in de zoveel tijd komen uw vrienden bij u thuis en draagt u de hele verantwoordelijkheid voor het eten, inclusief de afwikkeling. Alle andere keren bent u bij uw vrienden te gast en kunt u uitzien naar een fijn avondje gastvrijheid, waarbij u vrijgesteld bent van huishoudelijke beslommeringen. Veel prettiger toch?

Artikelen in Eten en drinken, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , .


Schadevergoeding door schoonzoon

Beste Beatrijs,

Laatst had onze schoonzoon onze auto geleend, omdat hij iets moest vervoeren, en kwam enigszins ontdaan terug. Er was iets mis gegaan bij een parkeermanoeuvre met als gevolg dat het rechter voorlicht aan diggelen was. Hij bood direct aan de kosten te vergoeden en nu hebben we een dilemma. Wij vinden dat hij niet hoeft te betalen omdat hij met deze onhandige actie al genoeg gestraft is. Bovendien hebben wij zelf met het uitlenen van onze auto een risico genomen. Kunnen wij zijn aanbod weigeren zonder hem voor het hoofd te stoten?

Schadevergoeding weigeren

Beste Schadevergoeding weigeren,

Accepteer het aanbod van uw schoonzoon wél. Een rechter voorlicht vervangen stelt weinig voor. Die kosten zullen uw schoonzoon de kop niet kosten. Het is beter als mensen schade die ze veroorzaakt hebben vergoeden. Als u zijn aanbod weigert, ontneemt u hem de kans om weer op gelijke voet met u te komen en dwingt u hem als het ware om bij u in de schuld te blijven staan. Dat is niet prettig voor hem. Schulden moeten vereffend worden. Als het serieuze autoschade was geweest, had de verzekering er aan te pas moeten komen. Wees blij dat dat niet nodig is en dat uw schoonzoon het zelfstandig kan afhandelen. Uw schoonzoon is een volwassen man. U kunt hem beter niet als een onmondige behandelen voor wie volwassenen vanzelfsprekend de kosten van aangerichte schade betalen.

Artikelen in Schoonfamilie.

Gelabeld met , .


Bellen in de auto

Beste Beatrijs,

Goede vrienden van ons bellen ons nogal eens – onverwacht – vanuit hun auto: zomaar voor de gezelligheid om even bij te praten. Op zichzelf prima, hoewel ik altijd een beetje het gevoel heb dat het voor hen (ook) een vulling is van verloren tijd. Maar wat mij echt stoort is dat zij door het hands free systeem eigenlijk beiden met je bellen: de één vult de ander aan. Ik voel me dan een beetje ongemakkelijk: met wie zit ik nu eigenlijk te bellen? Ik zie hen niet, dus ik weet ook niet welke blikken zij mogelijk uitwisselen als ik ergens op reageer. Moet ik niet zo moeilijk doen of begrijpt u mijn ongemak? Ik vind het lastig om er iets van te zeggen. Het is tenslotte toch aardig dat ze bellen?

Bellen vanuit de auto

Beste Bellen vanuit de auto,

Als geen zin hebt in zomaar een telefoontje omdat iemand anders zo nodig zijn tijd moet opvullen, kunt u het gesprek gewoon afbreken. Dan zegt u: ‘Sorry, ik heb nu geen tijd, ik moet weg’ of zoiets.

Hands free bellen is standaard in de auto. Het is zelfs verboden om met een mobiele telefoon aan je oor te rijden. Dus als uw vrienden uit de auto bellen, weet u dat de speaker aan staat. Het lijkt dan veel op een gesprek, terwijl je op bezoek bent: meerdere mensen doen mee met de conversatie. Maar u hebt gelijk dat het vaak iets gedwongens heeft. Het is geen pretje om met mensen in de auto telefoongesprekken te voeren. Er zijn zelfs plannen om telefoneren in de auto (dus ook hands free) überhaupt te verbieden, omdat het tot meer ongelukken leidt. De concentratie van de chauffeur op de weg neemt af. Mensen zouden hun telefoongebruik in de auto moeten beperken tot heel korte gesprekjes met een urgent karakter, niet zomaar voor de gezelligheid. U kunt autotelefoongesprekken wel zo veel mogelijk ontmoedigen. Zeg dan: ‘Ik bel jullie later wel terug, ik vind het niet rustig zo, en bovendien kan ik de helft niet verstaan.’ Dat is een valide argument. Autotelefoongesprekken zijn vaak moeilijk te volgen: er zit storing en vertraging op de verbinding, er vallen steeds fragmenten weg, mensen duiken tunnels in – het loopt nooit soepel.

Artikelen in Reizen, Telefoon.

Gelabeld met , .


De onaanraakbaarheid van kinderen

Een hardhandige docent van een vmbo in de Alblasserwaard die eerder op staande voet ontslagen was mag na een kort geding weer aan het werk. Althans totdat er een definitieve uitspraak komt in het beroep dat de docent heeft ingesteld tegen zijn ontslag. Volgens het schoolbestuur had de man zich schuldig gemaakt aan ‘buitenproportioneel geweld’ tegen een dertienjarige leerling.

Bij deze tenlastelegging verscheen er voor mijn geestesoog meteen een schuimbekkende figuur die een klein opdondertje zodanig in elkaar rost dat de spoedeisende hulp eraan te pas moet komen, maar in feite had de man niets anders gedaan dan de jongen verwijderen door hem bij kop en kont vast te pakken en te verslepen. Het verplaatsen van tegenstribbelende personen veroorzaakt al snel ergens een blauwe plek.

De docent overtrad het belangrijkste verbod voor leraren: raak nooit een kind aan! Aanrakingen zijn ofwel agressief ofwel seksueel getint en voor geen van beide domeinen is ruimte binnen de leraar-leerling-verhouding. Lijfstraffen zijn al een halve eeuw geleden uitgebannen en de alertheid op seksueel misbruik van jongeren heeft een hoge prioriteit. Dat in dit regime ook de troostende arm om schouder de laan uit is gevlogen vormt een geringe prijs, want deze onschuldig bedoelde intimiteit ontwikkelt zich toch al veel te makkelijk in verdachte richting. De enige vorm van toegestaan fysiek contact tussen leraren en leerlingen is de high five of de vreugdevolle vuistboks, als de leraar tenminste van het toffe soort is.

Als Regel 1 luidt: ‘Blijf met je poten van een kind af!’ is het begrijpelijk dat een ongewenste aanraking het etiket ‘buitenproportioneel geweld’ krijgt. Tegelijk houdt een leraar op die manier geen enkele macht meer over. Ik weet niet precies wat zich heeft afgespeeld op die school in de Alblasserwaard. Er was sprake van een excursie naar een chocolaterie waar de dertienjarige zich misdroeg, ongezeglijkheid in de bus en tenslotte op school het afvoeren van de leerling naar een strafkamertje.

Het is niet moeilijk om je een kind voor te stellen dat eindeloos zit te klieren, zich niet tot de orde laat roepen en ten slotte weigert om de klas te verlaten. Niet omdat het een ettertje is, niet omdat hij ruzie zoekt, maar gewoon omdat het kan en uit nieuwsgierigheid naar wat er gebeurt, als hij ‘nee’ zegt.  Welke opties heeft een leraar op zo’n moment? Hij kan het erbij laten zitten en doorgaan met de les, hij kan de directeur erbij roepen, hij kan dreigen met latere strafmaatregelen, maar daarmee demonstreert hij alleen maar zwakte. In zo’n directe confrontatie mag een leraar niet verliezen. De opdracht ‘verlaat de klas!’ moet geëffectueerd worden, zo niet goedschiks, dan kwaadschiks, dat wil zeggen met voorbijgaan aan het kind z’n onaanraakbaarheid.

Een uitsmijter van een uitgaansgelegenheid is gerechtigd om amok makende klanten buiten te zetten. Ouders mogen geen geweld gebruiken in de opvoeding (ook de zogeheten corrigerende tik is officieel verboden), maar ze kunnen wel een weerspannig kind dat overlast geeft tijdelijk fysiek verwijderen uit een sociale situatie: ‘Ga jij maar eens een tijdje op je kamer zitten brullen’. En als het kind geen gehoor geeft aan het bevel, wordt-ie krijsend en schoppend erheen gesleept. Met fysieke overmacht.

Tot aan hun puberteit speelt het fysieke een belangrijke rol in het leven van kinderen. Niet alleen binnen het gezin, ook kinderen onderling doen voortdurend allerlei fysieke dingen met elkaar om te onderzoeken hoe het met macht zit. Het is kunstmatig en een beetje nuffig om het fysieke element te weren uit de omgang tussen leraren en leerlingen. Zonder de theoretische mogelijkheid van fysieke macht geen autoriteit.

Artikelen in Column.


Slecht-nieuws-telefoontjes plegen

Beste Beatrijs,

Ik, man van bijna 30 jaar, werk bij een grote financiële instelling. Ik voer hier voornamelijk slecht-nieuws-gesprekken. Het valt mij op dat het begin van de gesprekken meestal netjes en beleefd verloopt (men zegt ‘u’), maar dat ik, wanneer de betekenis van mijn bericht is doorgedrongen, meteen op onvriendelijke wijze word getutoyeerd. Ik vraag mij af wat ik kan doen om van de tegenpartij het respect te krijgen dat ik zelf ook in acht neem, namelijk ‘u’ zeggen en normale omgangsvormen hanteren. Ik ben mij ervan bewust dat ik een jeugdige en enthousiaste stem heb. Maar om steeds een grafstem op te zetten lijkt me overdreven, bovendien kan ik heel goed professioneel telefoneren. Ik ben niet de enige met dit probleem, collega’s hebben er ook last van. Trainingen vanuit het bedrijf lijken helaas niet echt te helpen.

Hoe krijg ik respect?

Beste Hoe krijg ik respect,

Wie zijn geldzaken niet op orde heeft, heeft z’n emoties vaak ook niet in de hand.

Die bedrijfstrainingen schieten behoorlijk tekort! Als er iets is waarop u en uw collega’s getraind moeten worden, dan wel het hanteren van woede aan de andere kant van de lijn. Uw werk bestaat uit het voeren van slecht-nieuws-gesprekken. Ik neem aan dat het over schulden, betalingsachterstanden en deurwaarders gaat. Van dat soort telefoontjes worden mensen niet vrolijk. Wat niet wegneemt dat ze hun emoties binnenboord zouden moeten houden. Maar dat doen ze natuurlijk niet. Die mensen schrikken zich rot. Het belangrijkste wat u te doen staat is een mentaal pantser ontwikkelen, waarlangs u de beledigingen en de scheldpartijen kunt laten afglijden. Punt 1 van de training is dat u de uitlatingen van de klanten niet persoonlijk moet opnemen. De klant tiert en raast tegen het universum dat hem een loer heeft gedraaid en u zit toevallig in de rol van spons aan de telefoon. Wees erop voorbereid dat de boodschapper van slecht nieuws vaak een veeg uit de pan krijgt. En tja, dan gaat men tutoyeren. Neem het niet persoonlijk en neem het niet serieus. Wie zijn geldzaken niet op orde heeft, heeft z’n emoties vaak ook niet in de hand, dus zo vreemd is het niet dat u als boodschapper van slecht nieuws het voor uw kiezen krijgt.

Reageer met begrip maar houd vast aan een zakelijke opstelling. U maakt gewag van een ‘jeugdige en enthousiaste stem’. Met jeugdigheid is niets mis, maar ik raad u aan om uw enthousiasme zo veel mogelijk te dempen. Uw boodschap (over wanbetaling, schulden en juridische dreigementen) leent zich niet voor peptalk. Mogelijk worden klanten daardoor op het verkeerde been gezet, dus wees alstublieft niet enthousiast, maar spreek rustig en zakelijk, alsof u een politieagent bent die een bekeuring uitschrijft. ’t Is spijtig, maar het is niet anders.

Gedurende het hele gesprek blijft u zakelijk en begripvol. U laat zich niet afleiden door emotionele uitbarstingen, u reageert niet op het onvermijdelijke getutoyeer aan de andere kant van de lijn, maar u blijft beleefd vousvoyeren en u probeert de persoon terug te brengen naar het eigenlijke onderwerp. Als de tegenpartij kalmeert, valt hij/zij met een beetje geluk zelf ook weer terug op u zeggen.

Dring intussen bij het management aan op betere trainingen voor uw afdeling. Het probleem van klanten-zonder-respect is endemisch in uw branche. Wat ik aan aanwijzingen heb aangestipt moet echt grondig gedurende meerdere sessies in een simulatiesetting worden geoefend door alle collega’s van uw afdeling, voordat men het onder de knie heeft.

Artikelen in Telefoon, Zakelijke relaties.

Gelabeld met .


Welk openbaar toilet?

Beste Beatrijs,

Binnenkort ga ik (opa) met mijn kleindochter van vier een dagje naar de dierentuin. Een leuk vooruitzicht voor ons beiden. Zij is een schat van een meisje dat op haar manier zelfstandig in het leven staat, maar ook hier en daar hulp bij nodig heeft. Ik vraag me af naar welk toilet ik ga, wanneer zij daarheen moet. Ben ik als grootvader/ begeleider ongewenst in het damestoilet? Of ga ik met haar naar het herentoilet, waar ze mij niet scheef zullen aankijken, maar dat ik voor haar een minder geschikte plek vind?

Dames of heren?

Beste Dames of heren,

Vraag aan uw kleindochter of ze hulp nodig heeft of dat ze het alleen af kan. De meeste vierjarigen kunnen best zelfstandig naar de wc. Zo ja, laat u haar naar de Dames gaan, terwijl u zelf buiten voor de deur blijft wachten. Als ze wél hulp nodig heeft, ga dan met haar mee naar het damestoilet. Zij is tenslotte degene die de faciliteiten nodig heeft, zij heeft niets aan urinoirs en een grootvader mag best met zijn kleindochter even de damestoiletten binnen.

Artikelen in Grootouders en kleinkinderen, Horeca.

Gelabeld met .


Vriendin troeft steeds over

Beste Beatrijs,

Ik heb een vriendin, die ik al meer dan 20 jaar ken. Ze is aardig, maar de laatste tijd erger ik me aan haar overtreffende trapmodus. Ze was altijd al graag het middelpunt, maar het lijkt wel erger te worden. Als ik iets vertel, gaat zij er steeds overheen. Een voorbeeld: ik vertelde dat mijn dochter en haar man gegeten hadden op de Euromast, omdat ze elkaar tien jaar kenden. Zij zegt dan: ‘Mijn zoon en schoondochter kennen elkaar al 22 jaar.’ Ik vind het zo irritant. Bij haar is alles groter, mooier en geweldiger! Als ik bijvoorbeeld zeg dat ik met vakantie in Toscane geweest ben, zegt zij: ‘O, daar ben ik al tig keer geweest.’ Ik vind haar gedrag ondermijnend en zo vergaat mij de lust om überhaupt nog iets te vertellen. Hoe vertel ik haar dat ik dit niet leuk vind zonder haar te kwetsen?

Vriendin overtroeft

Beste Vriendin overtroeft,

Dit is inderdaad razend irritant gedrag. Vertel het haar gewoon! Op een rustige, vriendelijke manier. Zeg tegen haar: ‘Sorry, ik heb een probleem met jouw manier van reageren’ en geef een voorbeeld. De voorbeelden die u hebt genoemd kunnen heel goed dienen. Het beste is om dit ter sprake te brengen, zodra ze het doet. Doe op het moment zelf een stapje achteruit in het gesprek en stel het aan de orde. Geef het voorbeeld en zeg erbij dat u zich lamgeslagen voelt en op achterstand gezet, als ze zo op uw onschuldige opmerkingen reageert. Zeg erbij dat u veronderstelt dat ze het vast niet expres doet, maar dat zij u het gevoel geeft een wedstrijd verloren te hebben. Maar u ligt helemaal niet competitie met haar! Vraag haar of ze ook op een andere manier kan reageren door bijvoorbeeld belangstelling te tonen of door u te laten uitpraten. Als u het rustig uitlegt, zal uw vriendin vast begrijpen waar het u om te doen is en beterschap beloven. Gaat ze opnieuw de fout in (wat zeker zal gebeuren), volstaat een klein verbaal porretje: ‘We spelen zonder troef, weet je nog?’

Artikelen in Vrienden en kennissen.

Gelabeld met .


Sappelen zonder uitzicht op winst

De economie schijnt uit het dal te geraken. Voor het volgend jaar belooft de regering een (minuscule) groei, waardoor burgers een beetje lastenverlichting tegemoet kunnen zien. Leuk natuurlijk, maar ik heb niet het idee dat er iets verandert in het algemene plaatje. Dat gaat niet zozeer over de groeiende kloof tussen rijk & arm (ook al is er veel te doen over Piketty), maar over organisatie en structuur van het werk zelf, en dan vooral de geleidelijke verdwijning van de vaste baan.

Dit is een enorm verschil met de crisis van de jaren tachtig. Enerzijds zag de situatie destijds er veel grimmiger uit: hoge werkloosheidscijfers, heel veel jongeren-met-een-uitkering die dachten dat ze nooit wat te doen zouden hebben, behalve in kraakpanden wonen en actie voeren. Anderzijds was er onder 30-plussers, het werkende deel van de bevolking, niet zo veel aan de hand. Zij die ontslagen werden in de maakindustrie genoten een redelijke uitkering en bovendien waren er allerlei sectoren in opkomst (de media, de zorg, in iets minder mate cultuur), waar mensen emplooi konden vinden, en toen de IT-sector eenmaal van de grond kwam, was het afgelopen met de werkloosheid. Achteraf gezien viel die jaren-tachtig-crisis reuze mee.

Dertig jaar geleden liep de scheidslijn tussen mensen-met-een-baan en mensen-zonder-baan. De baanlozen probeerden uit alle macht in het andere kamp te komen of stelden zich om ideologische redenen tevreden met hun basisinkomen. In deze tijd loopt de scheidslijn tussen mensen-met-werk en mensen-zonder-werk, en de laatste groep is zo ongeveer non-existent. Iedereen doet wel wat, zelfs thuisblijfmoeders hebben hun handen vol, maar de klassieke, vaste voltijdsbaan gaat eruit. Het werk is om te beginnen door de instroom van vrouwen op hun verzoek opgesplitst in deeltijdbaantjes, vervolgens losgewrikt van de grote bedrijven en de overheidsorganisaties en uitbesteed aan freelancers. Met als gevolg een afschuwelijke fragmentatie van de arbeidsmarkt.

Voor de werkgevers heeft het outsourcen van werk louter voordelen. Ze hoeven geen sociale premies meer te betalen. Wél brengt het binnen organisaties en bedrijven veel meer bureaucratie met zich mee, maar dat gedoe met roosters afstemmen en overleggen had je ook al met het groeiende aandeel parttime werk. Vooral vervelend voor de klanten, die liever één juf of meester voor de klas hebben staan dan twee of drie, die liever door dezelfde arts in het ziekenhuis te woord worden gestaan dan telkens weer een andere, die liever een vaste thuishulp over de vloer krijgen dan steeds weer een nieuw gezicht, maar hey, het gaat erom dat het werk correct en efficiënt wordt uitgevoerd. Wie het klusje opknapt doet er niet toe.
Klanten en afnemers schikken zich morrend, wat moeten ze anders? Maar de werkers zelf, afgestudeerde cultuurwetenschappers, filosofen, slavisten, bestuurskundigen, vertalers, Europakundigen, neuropsychologen, orthopedagogen, journalisten, bestudeerders van internationale betrekkingen, kunnen nergens een vaste baan vinden en worden noodgedwongen zzp’er.

Ik heb heel lang gedacht dat het niets uitmaakte wat je studeerde, omdat mensen toch vaker niet dan wel in hun eigen richting terecht kwamen, en als hoogopgeleide vond je altijd wel een baan, al was het maar bij een provinciale gemeente nota’s tikken. Niet meer dus, want dit werk wordt ook uitbesteed aan willige zzp’ers die weer even voor een week onder de pannen zijn. De lof van het zzp’erschap wordt gezongen met verwijzing naar onafhankelijkheid, werk kunnen doen waar je ‘blij’ van wordt en fijne combineerbaarheid met ouderlijke taken of mantelzorg. Van de bijkomende plicht om te acquireren, state of the art portfolio’s samen te stellen en via sociale media de zelfpromotie ter hand te nemen word ik al depressief, als ik er alleen maar aan denk. 21ste-eeuwse jongeren draaien er kennelijk hun hand niet voor om, maar het idee dat er nooit ergens een gewoon vast baantje in het verschiet ligt, desnoods parttime, moet hun toch ook wel eens naar de keel vliegen.

In de NRC-Next Carrière-bijlage afficheert theaterwetenschapper en neerlandica Alexandra Smith (38, ziet eruit als 28) zich als zzp’er op zoek naar vaste opdrachtgevers. Tien jaar sappelen en nog geen meter opgeschoven. Haar foto plus noodkreet deed me denken aan de bekende foto van de man met het sandwichbord uit de Grote Depressie: ‘Will work for food’. Al die zzp’ers zijn even zo vele mensen met deprimerende sandwichborden.

Artikelen in Column.