Spring naar inhoud


De adviesrubriek ‘Moderne manieren’ gaat over etiquette en verschijnt iedere zaterdag in het dagblad Trouw (bijlage ‘tijd’), maar ook direct op Internet: zie Beatrijs in Trouw. Lees daar haar nieuwste bijdrage. Daarna komen alle problemen op deze website terecht.

Hebt u zelf een vraag over (in)correct gedrag van uzelf of anderen, dan kunt u die insturen via beste@beatrijs.com. U krijgt vrijwel altijd persoonlijk antwoord, en uw vraag kan gebruikt worden voor anonieme publicatie in het dagblad Trouw en op deze website, tenzij u er expliciet bezwaar tegen maakt.

Nu ook te volgen op Twitter! @BeatrijsRitsema

Artikelen in Etiquette.


Vergane glorie

Neerstortende kolossen vormen een onprettige aanblik. Zo ook het wankelen van V&D op de rand van de afgrond. Het faillissement van de winkelketen lijkt onontkoombaar, nu het punt is bereikt dat er rechtszaken gevoerd moeten worden over het betalen van de huur en de afgekondigde salarisvermindering van het personeel. Een bedrijf dat zo diep in de financiële ellende zit dat het niet meer kan voldoen aan elementaire betalingsverplichtingen komt er nooit meer bovenop.

V&D zit natuurlijk al veel langer in de lift naar beneden. De enige populaire afdeling is het restaurant. Sinds de eeuwwisseling staat het warenhuis bekend als saai, duf, passé en ongeïnspireerd. Te goedkoop voor een luxe-gevoel, te duur voor armoedzaaiers, te non-descript voor wie zich wil profileren (iedereen). Volgens deskundigen is het creëren van beleving de enige manier om klanten te verleiden een voet over de drempel zetten. Valt er niets te beleven, dan blijven mensen liever thuis om hun spullen zo goedkoop mogelijk op internet uit te zoeken en gratis te laten thuis bezorgen.

Het gebrek aan winkelbeleving is precies de reden waarom ik me af en toe bij V&D vervoeg. Het is er vooral een oase van rust. Er lopen weinig andere klanten rond, er klinkt geen harde muziek en het personeel bemoeit zich niet met me, tenzij ik zelf een vraag stel. Vooral bij het passen van kleding is het ontbreken van actieve service een zegen. In kleine kledingwinkels valt de ‘Kan ik u helpen?’ vraag terug te serveren met ‘Ik kijk alleen even rond’, maar heb ik eenmaal achter het gordijn iets aangetrokken, word ik langzaam ingesponnen: ‘O, die jurk staat u enig! Ik heb dat truitje ook in taupe, wilt u dat ook even passen? Kijk, probeer deze ceintuur eens, dan krijgt de outfit meteen een bijzonder accent.’ Misschien schieten de verkoopsters in de roos met hun aanbevelingen en suggesties, ik kan het slecht beoordelen, maar misschien doen ze alleen maar hun best om zo veel mogelijk spullen te verkopen. Hoe dan ook, ik word vreselijk zenuwachtig van de service en in warenhuizen heb je daar verder geen last van, omdat je met rust wordt gelaten in het pashokje.

V&D heeft zeker geen geweldige kledingafdeling. Nogal lelijk, nogal duf dan wel modieus op een manier die er net naast zit, voor zo ver ik daar enig zicht op heb. Ik word niet opgewekt van ronddwalen bij de Damesmode van V&D. Maar het is wel de helft goedkoper dan het aanbod in De Bijenkorf, waar ik de laatste jaren ook al niet vrolijk van werd. Het zoeken naar kleding die er voor mij mee door kan is op welke locatie dan ook zo’n deprimerend klusje dat ik net zo goed bij de relatief goedkope V&D terecht kan. Zo heb ik daar voor weinig geld een prima bermudabroek zonder toeters en bellen voor de vakantie gescoord. Nergens anders te krijgen. En een echt mooi, junglegroen dekbedovertrek met papegaaien, een beetje à la le Douanier Rousseau.

Ik begrijp best dat V&D geen toekomst heeft, omdat jongeren er niet gezien willen worden en iedereen liever via internet koopt. Hoewel de afdeling handschoenen, portemonnees, tassen en sjaals helemaal geen slecht aanbod heeft. Wat ik het meest zal missen is die typische V&D-sfeer van heel veel spullen te koop die je allemaal niet wil hebben, maar waarvan het toch prettig is dat ze uitgestald liggen. Dit is waar de bewoners van het vroegere Oostblok naar verlangden en nu haalt iedereen z’n neus ervoor op. Het is rustgevend om hier onthecht rond te lopen, vergelijkbaar met het luisteren naar ambient music. Mijn winkelbeleving bestaat uit vergane glorie, spijtig genoeg heeft die geen commerciële potentie.

Artikelen in Column.


Ze hoort niet bij ons groepje

Beste Beatrijs,

Ik ben een vrouw van halverwege de twintig en heb op mijn werk leuke collega’s. We gaan regelmatig na het werk iets drinken of samen eten. Sinds een half jaar is er een nieuwe collega die ik niet echt leuk vind. Ze lijkt onzeker over zichzelf, wat ze compenseert met aandacht trekken over dure spullen die ze heeft gekocht en als ze te veel gedronken heeft, gaat ze opzichtig flirten met de mannelijke collega’s. Een eigen mening heeft ze niet, ze praat iedereen naar de mond. Als ze hoort dat we hebben afgesproken om samen uit te gaan, zegt ze: ‘O, gezellig, ik ga mee!’ Ze bemoeit zich constant met ‘ons groepje’. Nu heb ik voorzichtig één op één gepolst wat anderen van haar vinden. Ze vinden haar wel aardig maar ze vinden het niet leuk dat ze altijd overal bij wil zijn. Dus hebben we afgesproken om de volgende keer ‘stiekem’ uit te gaan zodat ze niet mee gaat. Daarna willen wij het ook stil houden op het werk, zodat we haar geen pijn doen of zich buitengesloten zou voelen. Mogen wij haar op deze manier buitensluiten of kan dit echt niet en moeten wij eerlijk zijn tegen haar?

Collega dringt zich op

Beste Collega dringt zich op,

Er bestaat verschil tussen een persoonlijke vriendenkring en de vriendschappelijke omgang met collega’s van het werk. Voor persoonlijke vrienden gelden scherpere selectiecriteria. Aan het werk gelieerde vriendenclubjes zijn vrijblijvender, oppervlakkiger en opener voor buitenstaanders. Je komt er makkelijk in en je bent er even makkelijk weer uit (als je baan ophoudt bijvoorbeeld). Elke werkkring kent het verschijnsel van de in-groep: collega’s die het leuk vinden met elkaar rond te hangen, te drinken en te roddelen over het werk. Er zijn ook altijd collega’s die zich hiervan afzijdig houden, omdat ze andere prioriteiten voor hun vrije tijd hebben. En dan heb je de collega’s die graag bij de in-groep willen horen.

Ergens bij willen horen is een elementaire menselijke behoefte. Het is behoorlijk onsympathiek om deze vrouw bewust uit te sluiten en achter haar rug om dingen af te spreken. Door iedereen apart naar hun mening over haar te vragen bent u eigenlijk een beetje bezig met stemming kweken tegen haar. Op het werk zouden mensen in principe welkom moeten zijn om mee te doen aan de gezelligheid buiten werktijden, ook al zijn ze een beetje irritant en heb je persoonlijk geen grote sympathie voor ze. Het is nu eenmaal nooit zo dat iedereen in een groep het even goed met elkaar kan vinden. Zolang mensen niet rechtstreeks kwaadaardig zijn of een rotstreek hebben geleverd, bestaat er geen goede grond om hen uit te sluiten. Wat voor last hebt u er nou precies van dat er iemand bij zit, op wie u een beetje neerkijkt? Het zijn maar collega’s in dat café of restaurant – niet uw dierbaarste intimi.

Het zou u niet zo veel moeten kunnen schelen, omdat de aanwezigheid van een irritant persoon te midden van een groep mensen die u wél leuk vindt au fond niet zo belangrijk is. Binnen een prettige werksfeer weegt de ergernis die u ondervindt als zij er ook bij is, minder zwaar dan haar gevoelens van pijn, wanneer ze merkt dat ze buitengesloten wordt. Verdraag haar!

Artikelen in Collega's.

Gelabeld met .


Snuffelende vriendin

Beste Beatrijs,

Sinds kort bezit ik een eigen woning die ik met zorg heb ingericht. Ik ben blij dat mijn gasten zich er ook thuis voelen. Mijn probleem is dat mijn beste vriendin zich er te goed thuis voelt. Nieuwsgierig trekt ze al mijn kastjes open. Ik ervaar dit als een bedreiging van mijn persoonlijke ruimte. Ik voel me niet meer vrij om haar te ontvangen. Wat moet ik doen om onze vriendschap te behouden met een waardige distantie?

Vriendin gaat te ver

Beste Vriendin gaat te ver,

Bij een volgend bezoek zal uw huis waarschijnlijk geen geheimen meer kennen voor uw vriendin. Hoe vaak wil iemand het deksel van een dekenkist optillen, bureaulades opentrekken en kijken wat er in de drankkast staat? Mocht ze haar snuffelactiviteiten hervatten, kunt u eerst proberen haar af te leiden door haar een zitplaats toe te wijzen en een gesprek te beginnen. Mislukt uw afleidingspoging, vraag dan vriendelijk aan uw vriendin of ze wil afzien van kastjes en deurtjes openmaken, omdat u zich daar ongemakkelijk onder voelt. Dit is even een confronterende opmerking, maar uw vriendin overschrijdt de grenzen van uw privacy en dat gedrag moet u een halt toeroepen. Waarschijnlijk zal zij zich excuseren. Als zij uw punt niet begrijpt, kunt u het nader uitleggen door te zeggen dat u het zelf nooit in uw hoofd zou halen om in haar huis onuitgenodigd de inhoud van haar linnenkast te inspecteren.

Artikelen in Vrienden en kennissen.

Gelabeld met .


Hoestende buurman

Beste Beatrijs,

Vorig jaar ben ik verhuisd naar een nieuwe woning, gelegen in een volksbuurt: grote gezinnen, in de zomer leeft men op straat, André Hazes uit de autospeakers, et cetera. Best gezellig en het geeft me als alleenstaande vrouw ook wel een veilig gevoel. Het enige minpunt is de buurman. Elke ochtend laat hij zijn hond uit. Zodra hij een paar stappen buiten is, staat hij stil en begint hartstochtelijk te rochelen, te hoesten, en slijm omhoog te halen. Vanuit het diepste van zijn binnenste, met lange halen en veel kokhalsgeluiden, en het duurt soms wel vijf minuten. Dit recht voor mijn raam (enkel glas), wat me het gevoel geeft dat hij naast mijn bed staat. Elke ochtend om exact 06:45 uur word ik hier walgend wakker van. Kan ik hem hier op aanspreken? Vragen of hij op het veldje verderop kan gaan staan hoesten?

Wakker door gerochel

Beste Wakker door gerochel,

U kunt uw buurman aanspreken, maar alleen als u een vriendelijke over-en-weer relatie met hem hebt. Dus niet als u nog nooit een woord met hem gewisseld hebt. Bouw eerst een burenrelatie op: nodig hem uit voor koffie, bespreek koetjes en kalfjes, vertel iets over uzelf, vraag naar zijn leven, bied hulp aan voor in geval van nood. Wanneer deze prettige relatie zich gevestigd heeft (dat kan al na een half uurtje het geval zijn), slaat u toe, en u begint over zijn hoestpartijen voor uw raam ’s ochtends vroeg. Laat hierbij uw walging ongenoemd, bespreek alleen het feit dat u er wakker van wordt. Vraag hem vriendelijk of het ook een eindje verderop kan. Als de relatie oké is, zal hij u ter wille zijn.

Artikelen in Buren.


Het dubbele frame van de satire

In de nasleep van de aanslagen in Parijs werd er ook een discussie gevoerd over zelfcensuur. Vrijheid van meningsuiting goed en wel, maar andere mensen tot op het bot beledigen getuigt niet van beschaafde omgangsvormen en het kan geen kwaad om de toon van die vrije mening een beetje te matigen, aldus de voorstanders van zelfcensuur. Daar tegenover staat het principiële kamp pal voor de verworvenheden van de Verlichting, inclusief het recht de ander verbaal of per smakeloos beeld te ontrieven.

Het was een onaangename discussie, omdat die voortkwam uit de vraag ‘Hebben ze (die cartoonisten) het er eigenlijk niet een beetje naar gemaakt?’ Een stelling die overigens door niemand werd beaamd, zoals ook niemand destijds de moord op Theo van Gogh in de sfeer van ‘zijn verdiende loon’ wilde trekken. Maar toch: de discussie gaat wel degelijk over de vraag of er iets is wat mensen kunnen vermijden om terroristische explosies te voorkomen. ‘Als lama boos is, hij altijd zo doen’ (spugen – Kuifje en de zonnetempel) denk ik dan meteen.

Er is niets verkeerd aan zelfcensuur. In het dagelijkse leven, op het werk, in de politiek, bij contacten tussen verschillende culturen, tussen machtigen en minder machtigen praktiseert iedereen voortdurend zelfcensuur om de zaak een beetje leefbaar te houden. Zonder beschermende maskerades en leugenachtige beleefdheden zou het leven een aaneenschakeling van verwondingen zijn. Ontsnapping is mogelijk op persoonlijk niveau tussen verwante zielen en in de kunst. Kunst in de meest brede zin des woords, elke vorm van expressie voor een publiek, vormt een vrijplaats omdat het niet de werkelijkheid ís maar er alleen over gáát. Kunst is per definitie meta. Geweld is afschuwelijk, maar er zijn prachtige schilderijen gemaakt over de roof der Sabijnse maagden. Literatuur drijft op verbeelding van het ongemakkelijke, het pijnlijke en het onzegbare.

Vaak blijft de grappigheid achter bij de pijnlijkheid, dat is een beetje de makke van de niche.

Kunst plaatst een lijstje om de werkelijkheid. De ene keer een rechtstreekse afdruk, zoals een foto of het blik Campbell’s soep van Andy Warhol, de andere keer heeft een kunstenaar er van alles aan afgehakt, omgevormd of bij verzonnen, maar die lijst eromheen is essentieel. Het kader stuurt de blik. Degene die de kunstuiting ondergaat weet dat hij niet met de werkelijkheid te maken heeft, maar met een geslaagde of minder geslaagde verbeelding daarvan.
Binnen het domein van de kunst heeft satire nog een extra lijst om zich heen, niet alleen het frame van de verbeelding, maar ook nog het frame van de verzengende, soms ronduit nihilistische spot. Vaak blijft de grappigheid achter bij de pijnlijkheid, dat is een beetje de makke van de niche. Humor is moeilijker dan de houwdegen hanteren.

Het probleem van zelfcensuur in de algemene, niet-satirisch bedoelde kunsten is dat een kunstenaar van tevoren moeilijk kan bepalen hoe een en ander ontvangen zal worden. Als Salman Rushdie had geweten dat zijn roman De duivelsverzen hem een levenslange fatwa zou bezorgen, had hij er waarschijnlijk van afgezien om net dat ene boek te schrijven, maar hij was zich van geen gevaar bewust.

Satirici hebben binnen hun tweede frame duidelijker provocatieve intenties die zij mogelijk zelf de kop in kunnen drukken, maar juist de satire beschikt over oneindig veel mogelijkheden om beladen onderwerpen zogenaamd te vermijden door er een andere codering aan te geven. Neem de pestkoppen op school die een verbod kregen om een medeleerling voor ‘varken’ uit te schelden en daarna alleen nog maar minieme knorgeluidjes maakten in haar nabijheid. Oké, we mogen de profeet Mohammed niet meer afbeelden? Komt in orde. We tekenen nu alleen nog maar een bebaarde figuur met een kromzwaard en die heet Hammie, zie je wel, het staat duidelijk op z’n jurk. Hammie is totaal iemand anders dan Mohammed. Zelfcensuur in de kunsten? Onbegonnen werk.

Artikelen in Column.


Verraad via e-mail

Beste Beatrijs,

Driekwart jaar geleden verbraken mijn vriend en ik onze relatie. Kort daarna stuurde zijn broer mij een mailtje, waarin stond dat hij en zijn vrouw ‘mij altijd erg prettig in de omgang tijdens familiebijeenkomsten hadden gevonden’. Ik stuurde dit naar mijn ex en schreef erbij dat ik dus geslaagd was voor omgang met de familie en dat ik de toon erg afstandelijk vond. Vervolgens stuurde hij mijn cynische reactie door naar zijn broer.

Een paar maanden later hebben wij onze relatie weer opgepakt en sindsdien zijn we weer bij elkaar. Vriend nodigde mij uit om mee te gaan naar de verjaardag van zijn broer, waar ook de rest van de familie zou zijn. Daarop ontving mijn vriend een mail van zijn broer met de mededeling dat ik niet welkom was op die verjaardag omdat mijn reactie hen nog steeds erg dwars zat en ze zich afvroegen hoe oprecht ik was geweest in eerdere contacten. En o ja, ze stonden op zich wel open voor een ‘hernieuwde kennismaking’ met mij.

Mijn vriend is toen niet naar die verjaardag gegaan. Ik vraag me af hoe ik me moet opstellen in een volgend contact. Het heeft me erg geraakt dat ik geweigerd ben voor die verjaardag. Hoe onopgevoed ik hun reactie ook vind, wat is nou een slimme, verstandige houding van mij zonder dat ik mezelf tekort doe?

Afgeserveerd

Beste Afgeserveerd,

Hier zijn drie fouten gemaakt in opklimmende graad van ergheid.

  1. Het misplaatste afscheidsmailtje van de broer en zijn vrouw aan uw adres. Het is onnodig om de verhouding met een verse ex van een familielid formeel en schriftelijk af te hechten. De machteloze clichés leiden alleen tot wrevel bij de ontvanger.
  2. Nog erger: u ging dat mailtje doorsturen naar uw inmiddels ex-vriend in plaats van het voor kennisgeving aan te nemen en er niet op te reageren. Waarom? U wist toch wel dat de broer het niet kwaad bedoelde, ook al schreef hij een en ander stuntelig op? Het was toch uit met uw ex? Waarom wilde u hem dan zo nodig de onhandige reactie van zijn broer onder ogen brengen? Wat dacht u daarmee te bereiken?
  3. Nog veel erger: uw ex ging het oorspronkelijke mailtje plus uw korzelige reactie weer naar zijn broer doorsturen. Waarom in hemelsnaam? Om hem in te peperen dat hij een faux pas had begaan? Om u in een kwaad daglicht te stellen tegenover zijn broer? Om het laatste restje hartelijkheid wat er mogelijk nog bestond tussen u als ex en zijn broer voorgoed om zeep te helpen? Niet voor het laatst blijkt maar weer: e-mails doorsturen maakt meer kapot dan je lief is.

E-mails doorsturen maakt meer kapot dan je lief is.

Nu is uw relatie weer opgelapt en heeft de broer niet zo’n zin meer in u. Heel begrijpelijk. Het is best moeilijk om iemand die zich laatdunkend over je heeft uitgelaten weer met open armen te ontvangen. Maak excuses, raad ik u aan. Dat zou uw vriend trouwens ook moeten doen, zowel tegenover u als tegenover zijn broer. Zeg tegen de broer dat het u spijt dat u zijn aardig bedoelde mailtje voorzien van cynisch commentaar hebt doorgestuurd. Zeg maar dat ‘u niet uzelf was’, toen de relatie uitging. Zo’n verklaring wordt meestal wel geslikt. Als uw hernieuwde relatie standhoudt, trekken de broer en zijn vrouw wel weer bij. Hopelijk beseffen ze intussen dat ze geen wezenloze afscheidsmailtjes meer moeten sturen, als een volgend familielid zijn relatie verbreekt.

Artikelen in Broers en zussen, Internet en e-mail, Liefde en relaties.

Gelabeld met , .


Ostentatief verliefd

Beste Beatrijs,

Een goede vriendin van mij, begin zestig en al een tijd gescheiden, heeft sinds kort weer een relatie. In gezelschap gaan ze dicht tegen elkaar aan zitten, slaat hij een arm om haar heen, kijken ze elkaar steeds verliefd in de ogen en af en toe geven ze elkaar een zoen. Ook fluisteren ze tegen elkaar met een hand voor hun mond. Ik voel me hier ongemakkelijk bij. Is dit gedrag volgens de etiquette toegestaan en hoe kan ik hier op een goede manier mee omgaan?

Te veel klefheid

Beste Te veel klefheid,

Fluisteren en elkaar betasten in gezelschap valt niet onder correcte omgangsvormen. Met dit verliefde-stelletjes-gedrag wordt de rest van het gezelschap op een theatrale manier buitengesloten. In de meeste gevallen kunt u uw ongemakkelijkheid wegwerken door het stel uw rug toe te draaien en u met andere aanwezigen bezig te houden. Speelt het tafereeltje zich in uw eigen huiskamer af met u als enige getuige, kunt u hun een hulpvaardige suggestie geven: ‘Kennelijk smachten jullie naar privacy. Ik wil jullie tijd en aandacht verder niet claimen, tot kijk maar weer.’ En u reikt ze hun jassen aan.

Artikelen in Liefde en relaties, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , , .


Kauwgom op kantoor

Beste Beatrijs,

Op kantoor deel ik een kamer met twee collega’s. Een van hen kauwt een groot deel van de dag met veel gesmak en geslurp op kauwgom. De ander, met wie ik hier een keer over gepraat heb, heeft hier geen probleem mee. Helaas ben ik overgevoelig voor geluiden en dit gesmak en geslurp geeft mij veel stress. Ik durf de smakkende collega hier niet over aan te spreken uit angst voor een confrontatie en het bederven van de (verder goede) sfeer. Wat zijn de normen voor het kauwen van kauwgom op kantoor en hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn collega ermee ophoudt?

Malende kaken

Beste Malende kaken,

Er liggen geen strikte normen vast voor kauwgom op kantoor. Hooguit geldt dat kauwgom kauwen in het contact met klanten not done is. Onder collega’s heeft iedereen zijn eigen grenzen. Sommigen maakt het niets uit, anderen vinden de aanblik irritant, weer anderen kunnen niet tegen de geluiden. De beste regel zou zijn: kauwgom is geoorloofd, zolang andere mensen er niets van merken.

Toevallig bent u iemand die moeite heeft met de geluiden. Daar staat u niet alleen in. Wanneer het over eten gaat, kan bijna niemand tegen andermans gesmak en geslurp. Het is niet zo vreemd dat kauwgom kauwen inbegrepen zit bij deze aversie. U kunt met uw collega gerust spreken over uw gevoeligheid voor smak- en slurpgeluiden. Er is zelfs een officiële term voor: misofonie. Presenteer uw ergernis als een particuliere eigenaardigheid, als een syndroom waar u niets aan kunt doen, maar waar u wel veel last van hebt. Neem de slachtofferrol aan en vraag hem vriendelijk of hij zo aardig wil zijn om rekening te houden met uw misofonie. Theoretisch moet het mogelijk zijn om geluidloos op kauwgom te kauwen en dat zou allicht schelen. Hopelijk trekt hij zich iets van uw onbehagen aan. Prettige collega’s doen hun best om elkaar niet te ontrieven toch?

Artikelen in Collega's.

Gelabeld met .


Voor een kind zijn alle grote mensen oud

Hoe verder mensen van je af staan, hoe minder goed je ze uit elkaar kunt houden. Dit ‘alle Chinezen lijken op elkaar’ effect doet zich ook bij leeftijden voor. Toen mijn kinderen klein waren, kon ik vrij nauwkeurig schatten hoe oud een onbekend kind was. Sinds ik nauwelijks nog met jonge kinderen omga, zie ik kleintjes, wat grotere kinderen en een diffuse categorie jongeren die even goed tieners als twintigers kunnen zijn. Mijn onderscheidingsvermogen voor ouderen heeft zich daarentegen verscherpt: die persoon zweeft rond de vijftig, dat is een evidente zestiger en die daar loopt tegen de tachtig.

Generalisering en specificering treden ook in omgekeerde richting op. Voor Chinezen lijken alle westerlingen lijken op elkaar. Een kind weet precies of een leeftijdgenoot iets ouder of iets jonger is. Voor de rest maken kinderen alleen onderscheid tussen de globale categorieën volwassen en oud, waarbij verschillen tussen 35 en 55 vaak niet eens worden waargenomen, omdat die voor hen niet relevant zijn. In kinderlijke ogen is iedereen die geen kind is oud.

Dit soort vluchtige inschattingen zijn onmiddellijk en onvermijdelijk. Je ziet iemand en hop, de persoon wordt in een passend hokje opgesloten. Stereotypering is een van de krachtigste mechanismes om de wereld tegemoet te treden. Daar is weinig mis mee, want de accumulatie van eerdere ervaringen stuurt op een efficiënte manier je blik. Het zijn de automatisch klaarliggende waardeoordelen die ontwrichtend werken. Je ziet een jongere met een bontkraagje op een scooter en je denkt: die heeft weinig goeds in de zin. Je ziet een middelbare vrouw in een bloemetjesjurk en je denkt: wat een duffe theemuts.

Ouderdom is, net als sekse en etniciteit, een demografisch kenmerk dat zich onmiddellijk opdringt aan de buitenwereld. Al doe je nog zo je best, je kunt het niet níet zien, met als contrapunt: je kunt het ook niet verbergen, hoe veel schoonheidschirurgie er ook tegenaan is gegooid om de verwoestende effecten van de jaren te verzachten. Het blijft een vergeefse strijd, want om het hoekje loert altijd de dood.

In een essay in Trouw getiteld ‘Oud worden, je kunt er niet jong genoeg mee beginnen’ betreurt Willem Jan Otten het verdwijnen van de eertijds normale levensfase van de ouderdom, toen dat stadium nog iets waardigs had en niet met (doods)angst, schaamte en ontkenning gepaard ging. Ouderdom en de bijbehorende geleidelijke aanvaarding van het einde is er nu niet meer bij, want in plaats daarvan zeggen mensen: ‘Ik ben zo oud als ik mij voel’. Als extreem voorbeeld hiervan wordt Keith Richards genoemd die ‘in een staat van surrealistische ontkenning verkeert’.

Ontkenning is verkeerd, het moet aanvaarding zijn. Waarom eigenlijk?

Maar de Rolling Stones doen gewoon hun werk, waar ze plezier in hebben en zakken geld mee verdienen, net als Arthur Rubinstein, Vladimir Horowitz, Claudio Abbado en zoveel andere musici van klassieke signatuur tot op hoge leeftijd hebben gedaan. Als er geen publiek meer kwam, zouden ze er wel mee ophouden. En wie zegt dat Keith Richards nooit eens ’s avonds met een whisky (die drugs heeft-ie al lang afgezworen) op de bank liggend de balans opmaakt van zijn leven en mijmert over zijn onvermijdelijk verscheiden?

Wat mij tegenstaat zijn de waardeoordelen: dit moet je als oudje wel doen en dat niet, deze kleren zijn passend en die niet, deze zelfpresentatie is oké en die andere niet, ontkenning is verkeerd, het moet aanvaarding zijn. Zelf zit ik qua ouderdombeleving aan de accepterende kant van het spectrum. Het is me teveel moeite om ertegenin te gaan. Anderzijds heb ik wel bewondering voor de verdringers en de ontkenners met hun motto ‘Rage, rage against the dying of the light’. Jongeren zien het verschil tussen accepterende en strijdbare oudjes niet eens. Die zien alleen ouderdom.

Artikelen in Column.