Spring naar inhoud


De adviesrubriek ‘Moderne manieren’ gaat over etiquette en verschijnt iedere zaterdag in het dagblad Trouw (bijlage ‘tijd’), maar ook direct op Internet: zie Beatrijs in Trouw. Lees daar haar nieuwste bijdrage. Daarna komen alle problemen op deze website terecht.

Hebt u zelf een vraag over (in)correct gedrag van uzelf of anderen, dan kunt u die insturen via beste@beatrijs.com. U krijgt vrijwel altijd persoonlijk antwoord, en uw vraag kan gebruikt worden voor anonieme publicatie in het dagblad Trouw en op deze website, tenzij u er expliciet bezwaar tegen maakt.

Nu ook te volgen op Twitter! @BeatrijsRitsema

Artikelen in Etiquette.


Bouillonblokjes? Sorry, dat sla ik even over

Ergens in de jaren tachtig kreeg ik voor het eerst een vegetariër over de vloer bij een etentje dat ik had georganiseerd. Hij had dit, zoals het hoort, van tevoren medegedeeld: ‘Je weet dat ik vegetarisch eet, hè?’ ‘Natuurlijk! Geen probleem!’ Tot die tijd had ik me nooit verdiept in het vegetarisme, behalve dat ik wist dat er geen vlees op het menu mocht staan, en ik maakte dan ook de klassieke fout door in een verder vlekkeloze gevarieerde groentemaaltijd een handvol spekjes toe te voegen aan het voorgerecht, de spinaziesoep. Tot mijn schrik en verbazing viste de vegetarische gast ze uit de soep en legde ze op de rand van z’n bord. Wederzijdse excuses. Schaamte aan mijn kant. Geruststellende woorden van de vriend.

Mijn fout kwam voort uit gebrek aan kennis. Ik verkeerde in de mening dat ‘geen vlees’ geen biefstukken, gebraden kippen of schnitzels betekende. Een paar spekjes beschouwde ik niet als echt vlees, meer als een soort smaakmaker. Wat nergens op slaat, maar zo nonchalant ging ik om met de ideologie. Nog een geluk dat ik geen forel of garnalencocktail had geserveerd. In mijn onnozelheid dacht ik dat vis buiten het vleesverbod viel, maar mijn vegetarische vriend verzekerde mij dat vis ook een vorm van vlees was.

Sinds die nuttige les van dertig jaar geleden weet ik waar ik me aan te houden heb met vegetarische bezoekers, die zich trouwens steeds vaker aandienen, iets waar ik prima mee uit de voeten kan, want als moderne flexitariër houd ik er tegenwoordig ook regelmatig vleesloze dagen op na. Ik zet zelfs veganistische maaltijden op tafel, mochten bezoekers van die richting zijn, al moeten ze niet te vaak komen eten, want ik vind het toch wel moeilijk om iets lekkers klaar te maken, waar geen enkel dierlijk product aan te pas mag komen. Niets van zuivel, geen mayonaise, geen gelatine, geen ansjovisblikje. Saai, dat ascetisme! Maar goed, ik doe m’n best.

Ik ben doordrongen van de morele onberispelijkheid van het vegetarisme: dieren ombrengen ten behoeve van het menselijk gerief is een dubieuze, lichtelijk beschamende gewoonte. Vegetarisme is beter voor de dieren, het milieu, het klimaat, kortom voor de planeet. Hoe meer vegetariërs, hoe beter, maar toen mijn eigen dochter haar bekering meedeelde, moest ik even slikken. Ik complimenteerde haar – dat doe je als iemand een goede daad verricht – maar eigenlijk vond ik het vervelend. Het gaat me nog niet eens om de relatief geringe inspanning om met haar overtuiging rekening te houden, wanneer ze thuis weer eens mee eet. Zo ingewikkeld is het niet om een kippenpoot door een sojaburger te vervangen.

Zo belangrijk is eten niet. Je mag blij zijn dat het er is.

Mijn probleem met vegetarisme is de kieskeurigheid die ermee gepaard gaat. Vegetariër zijn betekent dat je jezelf als zodanig bekend moet maken, zodat mensen zich kunnen voorbereiden. Als je ergens spontaan aanschuift aan de dis, betekent het dat je vragen moet stellen: ‘Wat is dat voor soep? wat zit erin? bouillonblokjes? sorry, dat sla ik even over.’ Als kind heb ik er ingeramd gekregen dat het vreselijk onbeleefd is om vragen te stellen over ingrediënten van gerechten en vervolgens op grond van de antwoorden het eten te weigeren. Zo belangrijk is eten niet. Je mag blij zijn dat het er is. Liever gooi ik mijn eetprincipes (die ik als omnivoor niet heb) overboord dan dat ik mensen beledig door het eten af te wijzen dat zij in hun nietsvermoedende gastvrijheid voor mij gekookt hebben. Die weerzin tegen moeilijk doen maakt mij ongeschikt voor het vegetarisme. Narrow escape, want ik vind vlees ook gewoon lekker. Mijn dochter hoort bij de softere vegetariërs en eet wel eens vis: ze is een pescetariër. Niet heel recht in de leer dus. Gelukkig maar.

Artikelen in Column.


Geen zin in schoonzus als logé

Beste Beatrijs,

Ik kom uit Oost-Europa, ben met een Nederlander getrouwd en woon al lang in Nederland. Een tijdje geleden is ons gezin naar een groter huis verhuisd, een goede aanleiding voor bezoek van mijn familie. Mijn broer wil graag binnenkort langskomen met vrouw en twee (grote) kinderen. Ze willen dan twee of drie nachten blijven. Dat lijkt me heel leuk, behalve dat ik opzie tegen mijn schoonzus. Ik vind het moeilijk om met haar om te gaan. Ze is lomp, voert niet graag een gesprek, doet chagrijnig en kortaf aan de telefoon. Ik overweeg om aan te bieden dat de kinderen bij ons logeren en dat de ouders wegens gebrek aan slaapplaatsen beter in een Air B&B kunnen overnachten. Zou ik dan moeten aanbieden om de kosten te betalen? Hoe pak ik dit aan?

Ik krijg kippenvel van haar

Beste Ik krijg kippenvel van haar,

Uw schoonzus zit in het familiepakket van uw broer. Er is geen manier om haar buiten de deur te houden en de rest van de familie welkom te heten. Als u te weinig slaapplaatsen hebt, kunt u natuurlijk een deel van de familie naar elders verwijzen. Wie dat zijn beslissen uw broer en schoonzus. Gesteld voor zo’n keuze geven de meeste gezinnen er trouwens de voorkeur aan om met z’n allen in een hotel of B&B te slapen. Gezinnen zijn niet dol op opsplitsen. Tenzij de kinderen oud genoeg zijn om zelfstandig te opereren in vakanties en dan zouden zij eerder in aanmerking komen om elders te slapen. Of u moet betalen hangt af van ieders financiële situatie. Als uw broer weinig geld heeft, moet u zeker zijn logies betalen. Als hij geld genoeg heeft, hoeft dat niet. Maar als hij geld genoeg had, zou hij zelf wel een hotel hebben gereserveerd. Zo fantastisch is dat logeren nou ook weer niet.

Hoe dit ook zij, de B&B-route komt alleen in aanmerking, wanneer u echt geen slaapplaatsen hebt. Wanneer u een ander gezin van vier personen (die u wél allemaal aardig vindt) met een beetje inschikken best zou kunnen herbergen in uw huis, dan zou dat voor het gezin van uw broer ook moeten gelden. Gebrek aan sympathie voor de schoonzus is geen reden om haar en uw broer naar elders te verwijzen. Bedenk ook dat het outsourcen van het slapen nauwelijks verlichting geeft. ’s Nachts hebt u sowieso geen last van haar.

Zet u over uw gevoelens van antipathie heen, en heet haar gewoon welkom als onvermijdelijk deel van de familie. Uw broer houdt het al jaren met haar uit, ze zal ook haar goede kanten hebben. Ze zal de elementaire wetten der gastvrijheid wel kennen en niet geneigd zijn de hand te bijten die haar voedt en onderdak biedt. Als u zich vriendelijk en gezellig gedraagt, zal zij ook wel haar beste beentje voorzetten. Drie dagen moeten door te komen zijn. En als ze chagrijnig doet, blijven er altijd nog uw broer en zijn kinderen over om een leuke tijd mee te hebben. Maak u niet te veel zorgen van tevoren, het zal allemaal best meevallen.

Artikelen in Schoonfamilie.

Gelabeld met .


Een jurk met blote armen

Beste Beatrijs,

Ik mag mijn echtgenoot vergezellen naar een zakelijke, feestelijke receptie. Ik was van plan een nette jurk te dragen, met panty’s, hakken, accessoires. Met een nette jurk bedoel ik dan beschaafde kleuren, geen decolleté, geen oksels in beeld, net boven knie. De jurk laat de armen bloot, de mouwen bedekken alleen de schouders. Mijn man stelt dat de bijeenkomst formeel is, en daar horen geen blote armen bij. Hij doet een pak aan en vindt dat ik een mantelpak aan moet. Wat moet prevaleren, het zakelijke of het feestelijke?

Mogen mini-mouwen?

Beste Mogen mini-mouwen,

Als u in de rol van echtgenote mee gaat met uw man naar een receptie, dan mag u best een jurk met blote armen aan. Een bijeenkomst waar partners van employés bij aanwezig mogen zijn en waar alcohol wordt geserveerd heeft geen formeel karakter. Voor de vrouwen in het gezelschap (niet alleen de introducées, maar ook de gesalarieerden) een mooie gelegenheid om hun werkkloffie te verwisselen voor een fleuriger outfit. Met een mouwloos jurkje zult u zeker niet detoneren.

Artikelen in Zakelijke relaties.

Gelabeld met .


Efficiënt eten

Beste Beatrijs,

Ik ben een jongen van 17 die in zijn jeugd wel eens heeft horen verwijzen naar het eten met vork en mes, maar ik heb het nooit echt opgedrongen gekregen. Nu hoor ik er opeens meer over en ik denk dat ik er een andere blik op heb, doordat ik er nooit mee ben opgevoed. Want waarom is die traditie er om bij (deftige) maaltijden het mes te gebruiken om te schuiven, terwijl de vork hier vanwege de kromme vorm veel geschikter voor is? En de lepel is veel handiger om voedsel dat uit kleine brokjes bestaat (macaroni, rijst) naar de mond te transporteren dan de vork, waar het vaak vanaf valt. Moet ik mij voegen naar deze oude onlogische traditie, of zal ik in mijn eentje een missie beginnen om eten met vork en lepel tot de nieuwe standaard te maken (als er niet gesneden hoeft te worden)?

Kritische eter

Beste Kritische eter,

De traditie van eten met mes en vork bestaat nou eenmaal en iedereen die deze niet toepast wordt gezien als ‘iemand die niet weet hoe het hoort’. Je kunt wel in je eentje een anti-campagne beginnen, maar je zult er niet ver mee komen. Mensen die jou op je eigen efficiënte manier zien eten (te denken valt aan huidige of toekomstige werkgevers, ouders van vrienden of vriendinnen, mensen-met-status wier oordeel op een of andere manier belangrijk voor je kan zijn) zullen nooit openlijke kritiek op je ventileren, maar bij zichzelf denken: ‘Dat is iemand die van huis uit te weinig heeft meegekregen, arme jongen, kan hij ook niets aan doen, maar het is wel een minpuntje’. Zij zullen dat niet alleen denken, zij zullen dit ook tegen anderen opmerken: ‘Aardige jongen, maar helaas geen tafelmanieren.’

Ik kan je verzekeren dat niemand zal denken: ‘Wat een openbaring! Die jongen heeft een veel betere manier van eten ontwikkeld! Slim van hem, dat ga ik ook doen!’ Ik raad je aan om jezelf aan te wennen om de warme maaltijd op de standaard manier tot je te nemen: met mes en vork. Daarmee richt je de aandacht niet op een verkeerde manier op jezelf. Bovendien: zo moeilijk is het niet. Een kind kan de was doen.

Artikelen in Eten en drinken.

Gelabeld met .


Modern kindgericht opvoeden kost handenvol tijd

Laatst kocht ik het boekje Waarom? Daarom! van Roué Verveer over Surinaams opvoeden, omdat ik hem wel eens op tv had gezien met een behoorlijk grappige cabaretsketch hierover. Het boek biedt niet veel extra bovenop deze cabaret routine, maar blijft het lezen waard, omdat Verveer geestig de draak steekt met de verschillen tussen de Nederlandse en de Surinaamse opvoedstijl en een paar sterke voorbeelden bij de hand heeft. In Nederland zit het kind op een troon met zijn ouders aan zijn voeten, in Suriname is het precies andersom – daar komt het op neer. De tegenstelling tussen een autoritair en een laisser faire regime laat zich makkelijk satirisch uitvergroten en Sheila Sitalsing (ook opgegroeid in Suriname) borduurde hier in het Volkskrant Magazine luchtig op voort. Strekking: de autoritaire aanpak in Suriname waar wel eens een tik valt, is zo gek nog niet vergeleken met halfzachte Nederlandse ouders die met alle geweld vriendjes met hun kinderen willen zijn.

Van Verveers boekje heb ik nog geen enkele recensie gelezen, en zeker geen furieuze, maar Sitalsing kreeg de wind van voren op de Opiniepagina en van de ingezonden-brievenschrijvers. Verontwaardigde deskundigen en burgers brachten kindermishandeling, drugsgebruik, criminaliteit en tienermoeders in stelling om de Surinaamse opvoeding in diskrediet te brengen en wezen er fijntjes op dat de in vrijheid blijheid opgevoede Nederlandse kinderen op de eerste plaats staan van de internationale ranglijst voor geluk. Oftewel: westerse opvoeding rules!

Als kinderen te veel zeggenschap krijgen, snijden ouders zichzelf in de vingers.

Dat was zwaar geschut. Alsof iemand die kanttekeningen plaatst bij de rituele Nederlandse onderhandelingshuishouding meteen een voorstander is van de zwarte pedagogiek. Natuurlijk niet. Zowel Verveer als Sitalsing verwerpen het slaan en het bedreigen van kinderen. Het gaat hun om de vraag wie de baas is. De Surinaamse stijl kun je autoritair noemen, tegenover democratisch hier ten lande, maar voor mij ligt de tegenstelling eerder op het vlak van eenvoud tegenover ingewikkeldheid. Of duidelijkheid tegenover vaagheid. Er bestaat altijd enige wrijving tussen ouderlijke en kinderlijke belangen, die moet worden opgelost. Als kinderen te veel zeggenschap krijgen, snijden ouders zichzelf in de vingers. Beide partijen zijn gebaat bij duidelijkheid en een heldere structuur, met als bonus voor de kinderen: meer vrijheid om binnen de gestelde grenzen hun eigen gang te gaan.

Dat ouders de baas zijn en de regels bepalen (‘Nee, we nemen geen hond’, ‘Speelgoed opruimen, nu!’) is in westerse landen allang niet meer vanzelfsprekend en zeker niet in Nederland, waar iedereen kopschuw is voor autoriteiten. Westerse, hoogopgeleide ouders zijn daardoor veel tijd kwijt om hun kinderen in de gewenste richting te manoeuvreren. Om het regelrechte bevel te vermijden leggen ouders hun kinderen keuzemenu’s voor, zodat die kinderen het idee hebben dat ze zelf beslissen: ‘Wil je nu je tanden poetsen of over vijf minuten? Wil je vanavond worteltjes of spinazie?’ Ook moeten ze erg opletten om het kinderlijke ego niet te kwetsen. Dit kan door het gedrag en niet de persoon af te keuren: ‘Jou vind ik lief, maar dat je je eten op de grond gooit vind ik stinkvervelend.’

Daarnaast moeten ouders meespelen op de grond, supporteren in zwembad en langs de lijn, coachen bij het huiswerk en heel veel oh en ah roepen bij alle verrichtingen. Vanaf een jaar of vier begint het grote onderhandelen. Zeuren, uitleg geven, discussiëren over onbenulligheden waarvan een kind niet en een ouder wel de draagwijdte overziet – het kost allemaal handenvol tijd en als het er op aan komt telt de stem van het kind niet eens mee, want bij echt belangrijke kwesties (kind wil niet dat papa en mama gaan scheiden) wordt er niet naar hem geluisterd. De kindgerichte opvoeding is niet alleen vermoeiend en inefficiënt, maar op een dieper niveau ook nog eens hypocriet.

Artikelen in Column.


Bokkige stiefdochter

Beste Beatrijs,

Ik woon samen met een man die een dochter van 15 heeft. Zij woont de ene week bij haar moeder en de andere week bij ons. Mijn stiefdochter is stilletjes, chagrijnig, ruimt nooit haar kamer op en helpt niet mee in huis. Ik heb nu doorgedrukt dat ze in ieder geval een keer per week de vaatwasser leeg ruimt. Vooral bij het avondeten, als we met ons drieën aan tafel zitten, erger ik me kapot aan haar chagrijnige zwijgzaamheid en dat ze nooit eens iets aardigs zegt over bijvoorbeeld mijn kookkunst. Ze is een moeilijke eter en juist in de week dat zij er is, doe ik mijn best om eten te maken dat ze niet al te vies vindt. Bij haar vader vind ik geen weerklank. Die gooit het op pubergedrag en vindt het allemaal wel meevallen, maar ik sta na het avondeten met maagzuur van de ergernis op. Heeft u tips hoe ik hiermee om kan gaan of hoe ik het bespreekbaar krijg bij vader en dochter?

Moeite met stiefdochter

Beste Moeite met stiefdochter,

Ik heb eigenlijk maar één tip voor u: onderdruk uw ergernis! De rol van stiefmoeder valt u niet mee. Ik kan u verzekeren dat dit meisje minstens zo veel moeite heeft met de rol van stiefdochter. Probeert u zich een beetje in te leven in een vijftienjarige: ze is de kinderjaren ontgroeid, er spelen allerlei puberperikelen, maar een zelfstandig leven leiden lijkt nog onnoemelijk ver weg. Deze tiener pendelt gedwongen tussen haar vaders en moeders huis. Ik vermoed dat ze daar weinig aardigheid in heeft. Zou u het wél leuk vinden om elke week te moeten verkassen?

U verwacht complimentjes voor uw kookkunst. Ik voorspel u: die komen niet.

Als zij in het huis van haar vader zit, verwacht u complimentjes voor uw kookkunst. Ik voorspel u: die komen niet. Tieners geven hun ouders geen complimentjes voor wat er op tafel staat, alsof het gasten zijn die voor een etentje zijn gevraagd. Het boeit hen niet. Uw stiefdochter zit bokkig te zwijgen, ze helpt niet mee in het huishouden en ruimt haar eigen kamer niet op. Irritant, maar niet uitzonderlijk. Veel tieners in ongebroken gezinnen doen humeurig en liggen dwars op het punt van huishoudelijke inzet, maar tieners met gescheiden ouders liggen nog veel dwarser. Vaak hebben ze er geen vrede mee dat hun ouders gescheiden zijn of ze vinden het vervelend om in twee huizen te moeten wonen. Het leven is voor hen moeilijker dan voor tieners uit ongebroken gezinnen. Maak het niet nog moeilijker voor uw stiefdochter door op haar nek te zitten en haar te willen opvoeden. Dat moeten haar vader en moeder maar opknappen.

Laat haar met rust. Behandel haar als een volwassene, met wie u kunt overleggen, niet als een kind dat moet doen wat u zegt. Laat haar vader degene zijn die de regels stelt, de opdrachten verstrekt en zo nodig correcties uitdeelt. Uw rol is het om acceptatie en terughoudendheid te betrachten tegenover uw stiefdochter, u niet van de wijs te laten brengen door haar recalcitrantie en de sfeer een beetje gezellig te houden. Stel af en toe iets leuks voor om te doen, bijvoorbeeld een film kijken. Bied hulp aan bij school/huiswerk of bij iets anders waar ze behoefte aan heeft.

Artikelen in Stieffamilie.

Gelabeld met .


Ongenode tafelgenoot

Beste Beatrijs,

Afgelopen weekend streken wij, echtpaar van midden 50, op een terras neer om te lunchen. Terwijl wij op onze bestelling wachtten, schoof er ongevraagd een oudere dame aan onze tafel. Wij waren te verbouwereerd om iets te zeggen, maar het was voor ons wel een behoorlijke inbreuk op onze privacy. Wat te doen in zo’n geval? Bot tegen iemand zeggen dat je hier niet van gediend bent? Zelf ergens anders gaan zitten? Bij een vol terras hadden we geen bezwaar gehad, maar er was ruimte genoeg. Hoe hadden we kunnen reageren?

Lunchtafel delen

Beste Lunchtafel delen,

Weglopen is nergens voor nodig en bot reageren evenmin. U had haar ook beleefd kunnen suggereren om een ander tafeltje uit te zoeken. Bijvoorbeeld aldus: ‘Neemt u mij niet kwalijk, mijn man en ik willen u liever niet storen met onze privé conversatie. Misschien kunt u beter een ander tafeltje nemen, er zijn er nog genoeg vrij.’ Dan was ze vast wel afgedropen.

Artikelen in Horeca.

Gelabeld met .


Collega’s doen klef

Beste Beatrijs,

Ik ben op kantoor veroordeeld tot het gezelschap van twee collega’s (m en v) die het iets te goed met elkaar kunnen vinden. Er is een onuitputtelijke stroom aan complimenten aan het adres van mijn vrouwelijke collega. Mijn mannelijke collega is de initiator van ‘knuffelgeweld’, wat zich uit in omhelzingen, een arm om haar heen, kusjes op haar (voor)hoofd en dat soort liefkozingen. Mijn vrouwelijke collega laat zich dit met veel gegiechel welgevallen. Ik vind dit gedrag ongepast voor de werkvloer en heb ook geprobeerd dat op humoristische manier duidelijk te maken. Ondanks kwinkslagen als: ‘Zal ik even een andere kamer zoeken?’ en ‘Ik wil jullie best even alleen laten’ of ‘Mag ik een teiltje?’ gaan ze gewoon door. Ik ben bang voor een veel grotere rel als ik ga uitspreken hoe ik hier echt over denk. Wat kan ik doen om een einde te maken aan dit kleffe gedoe?

Handtastelijke collega’s

Beste Handtastelijke collega’s,

Inderdaad. De tijd voor humoristische hints is voorbij. Die werken niet, dus moet u overschakelen naar steviger geschut, wat niet betekent dat u meteen stampij moet maken of dat er een rel moet uitbreken. U gaat uw collega’s helder, zakelijk en vooral rustig uitleggen dat het zo niet langer kan. Zeg dat u reuze blij voor hen bent dat ze het zo goed met elkaar kunnen vinden, maar dat u heel slecht bestand bent tegen de verbale of fysieke expressie van hun vriendschap, hun liefde of wat voor mooie gevoelens zij dan ook voor elkaar koesteren. U zit als drietal collega’s op één kamer en als de andere twee zich overgeven aan geestelijke of lichamelijke intimiteiten met elkaar, voelt u zich een ongewenste indringer, u voelt zich buitengesloten, u voelt zich op een lijn gezet met de kamerplant. De oplossing is eenvoudig en zal zich hopelijk vanzelf aandienen bij het duo: zij moeten hiermee ophouden!

Als zij niet onmiddellijk met het schaamrood op de kaken beloven om hun geflirt buiten uw gezichtsveld te houden, kunt u aankondigen dat u zich gedwongen zult zien bij de chef te informeren of er voor u een andere kamer/ werkplek beschikbaar is, omdat uw kamergenoten u storen bij het werk.

Artikelen in Collega's.

Gelabeld met , .


DNA, een trommel met gemengde biscuits

In China zijn er ouders die het DNA van hun vierjarige kinderen laten opmeten om hun sterke en zwakke eigenschappen in kaart te brengen, zag ik in de interessante tv-serie ‘De volmaakte mens’ van Bas Heijne. Zijn de kinderen muzikaal, atletisch getalenteerd, verlegen of juist dominant? Gedetailleerde achtergrondkennis kan een steuntje in de rug zijn bij de opvoeding. De kans dat een nieuwe Lang Lang aan de aandacht van ouders of autoriteiten ontsnapt wordt daardoor geminimaliseerd en als een kind te bangelijk uit de test naar voren komt, kan het bijtijds in de assertiviteitstraining.

Zo’n DNA-test willen lijkt mij enerzijds vergelijkbaar met de thermometer gebruiken, als buiten alle mussen van het dak vallen. Het is warm. Doet het er dan nog toe of het 38 of 36 graden Celsius is? In plaats van een kind wangslijm af te nemen en een uitdraai te maken van de DNA-sequenties kun je het ook een tijdje nauwkeurig observeren en dan krijg je gauw genoeg in de gaten wat voor type het is. Anderzijds zal de test juist zo veel informatie opleveren dat beoordelaars binnen de kortste keren het spoor volledig bijster raken. Vooral omdat de informatie bijna geheel de vorm van kansen aanneemt: een combinatie van de genen zus & zo geeft 15 procent extra kans op suikerziekte of 10 procent minder op Alzheimer.

Ziektes hebben tenminste in veel gevallen een overzichtelijk aantal genetische markers (niet dat daar veel aan te verhapstukken valt – het efficiëntste wat je als ingreep kunt doen is aborteren), maar zelfs aan een eenduidig kenmerk als lichaamslengte komen al meer dan honderd genen te pas. Laat staan dat ingewikkelde, geestelijke eigenschappen als intelligentie, leiderschapstalent, durf of empathisch vermogen op een combinatie van DNA-sequenties terug te voeren zijn. En wie er toch om vraagt krijgt honderden pagina’s output met duizenden uitspraken over waarschijnlijkheden: een verlengde versie van genencombi huppelepup wijst op 10 procent bovengemiddeld kans om voor het achtste levensjaar ‘Eine kleine Nachtmusik’ vlekkeloos uit te voeren. Je kunt de kleine natuurlijk ook op pianoles doen en rustig afwachten wat ervan komt.

Met een en hetzelfde genenpakket kun je vele kanten op.

Ieder mens heeft een DNA-pakket, dat is een ding wat zeker is. Maar ik zie het toch meer als een trommel met potentie dan als biologische voorbestemming. Dat vinden genetici zelf ook, want de exacte ontcijfering van het menselijk genoom blijkt tien jaar later toch minder belangrijk dan het zich aanvankelijk liet aanzien. Dezelfde genenpakketten in verschillende omstandigheden kunnen verschillen van dag en nacht opleveren. Dat is makkelijk in te zien door jezelf voor te stellen in een andere cultuur, in een andere periode van de geschiedenis. Als ik in de 15de eeuw had geleefd, had ik niet als kloosterzuster theologische verhandelingen geschreven, maar was ik na een carrière als schapenhoedster op m’n twintigste gestorven in het kraambed. Mijn genenpakket leent zich ook uitstekend om in het China van de Culturele Revolutie de boeken af te zweren en braaf op het platteland rijst te verbouwen of in de gevangeniskeuken te werk gesteld te worden. Mijn familie zou ik hopelijk niet verraden, maar als ik gemarteld werd, weet ik dat nog niet zo net.

Het idee dat iets veelvormigs en contextafhankelijks als criminaliteit in het DNA staat geschreven wordt ook allang niet meer door genetici onderschreven (Buikhuisen zat echt op het verkeerde pad). Genen die bijvoorbeeld coderen voor sociopathie worden aangetroffen bij psychopaten die de gruwelijkste misdaden hebben bedreven, maar ook bij CEO’s, hersenchirurgen en gevechtspiloten. En bij de politie, vermoed ik. Waar iemand uiteindelijk terecht komt hangt af van omstandigheden, opvoeding en heel veel toeval. Een DNA-test neemt maar een klein stukje van dat spectrum in beslag. Slangenolie.

Artikelen in Column.