Spring naar inhoud


De adviesrubriek ‘Moderne manieren’ gaat over etiquette en verschijnt iedere zaterdag in het dagblad Trouw (bijlage ‘tijd’), maar ook direct op Internet: zie Beatrijs in Trouw. Lees daar haar nieuwste bijdrage. Daarna komen alle problemen op deze website terecht.

Hebt u zelf een vraag over (in)correct gedrag van uzelf of anderen, dan kunt u die insturen via beste@beatrijs.com. U krijgt vrijwel altijd persoonlijk antwoord, en uw vraag kan gebruikt worden voor anonieme publicatie in het dagblad Trouw en op deze website, tenzij u er expliciet bezwaar tegen maakt.

Nu ook te volgen op Twitter! @BeatrijsRitsema

Artikelen in Etiquette.


Seksistische stekeligheden

Beste Beatrijs,

Bij mij op kantoor werkt sinds een jaar een leuke man van halverwege de veertig. Hij is goedlachs, gezellig en collegiaal. Met zijn aanwezigheid brengt hij leven in de brouwerij op de afdeling die wordt bevolkt door wat serieuze, hardwerkende mensen. Er werkt ook een collega van midden twintig. Zij is wat je noemt een mooie meid, altijd op en top gekleed en opgemaakt. Soms drinken we op vrijdag na het werk een borreltje met z’n allen.

De mooie meid beklaagde zich onlangs bij mij over het gedrag van de gezellige collega, die al een paar keer ongepaste opmerkingen tegen haar had gemaakt. Bijvoorbeeld: zij trekt haar warme trui uit in de kroeg, hij zegt lachend: ‘Ga zo door!’ Of: zij verzucht dat ze toch niet altijd op dezelfde afdeling kan blijven werken, hij zegt dat ze meteen bij zijn team mag aanschuiven zonder diploma’s te overleggen. Zij vindt hem een seksist, en heeft zich voorgenomen hem binnenkort en plein public de les lezen. Ik weet niet goed wat ik er van moet vinden. Zal ik hem waarschuwen?

Gezellig bedoeld seksisme

Beste Gezellig bedoeld seksisme,

Laatst zat ik in de zaal bij een forum met vier heren en een dame die door de voorzitter (man) een voor een geïntroduceerd werden. Toen de jonge vrouw als laatste aan de beurt was, vond de voorzitter het nodig om het woord ‘aantrekkelijk’ in zijn introductie te laten vallen. Het was maar één woordje, ongelogen bovendien – toch detoneerde het naar mijn gevoel. Dit was een forum over serieuze zaken: iedereen, inclusief de jonge vrouw, werd netjes ingeleid met de noodzakelijke achtergrondinformatie over diens of dier expertise, wat deed dat woordje ‘aantrekkelijk’ daar? Niet informatief, want iedereen kon zelf zien dat ze er goed uitzag. Niet relevant, want daar ging de discussie niet over. Ik kon er maar een woord voor verzinnen: seksistisch!

De gezellige collega verdient een bekeuring.

Eigenlijk is seksisme altijd vervelend, of het nu in de werksfeer plaatsvindt of in de vrije tijd. Waar cabaretiers in zalen volop mee scoren (het uitvergroten van stereotiepe verschillen tussen mannen en vrouwen ís ook echt grappig) valt al snel dood wanneer het tegen een specifiek persoon wordt gedebiteerd bij wijze van grapje of dubbelzinnigheid. Het is nu eenmaal niet leuk om te worden aangesproken als vertegenwoordiger van een demografische categorie. De aangesprokene wordt aldus ontdaan van zijn of haar persoonlijkheid en gereduceerd tot dat ene kenmerk. Het bij herhaling benadrukken van de fysieke aantrekkelijkheid van deze jonge vrouw door die ene gezellige collega valt onder onversneden seksisme, waarvoor hij een bekeuring verdient, althans een vriendelijk verzoek om er alsjeblieft mee op te houden, omdat deze belegen vorm van vrouwenbejegening irritant, vermoeiend en hopeloos niet-leuk is.

Of u uw collega moet waarschuwen of dat de vrouw in kwestie hem zelf een keer een verbale tik op z’n neus geeft, maakt weinig uit. Het zou ook al schelen, wanneer de rest van het gezelschap niet schaapachtig zou zitten meelachen met de ongein.

Artikelen in Collega's, Taalgebruik.


Nederlands leren spreken

Beste Beatrijs,

Ik kom uit het buitenland en leer sinds twee jaar Nederlands. Ik ben nog niet heel zelfverzekerd en maak vaak fouten. Soms begrijp ik niet wat iemand zegt. Veel mensen zijn duidelijk gefrustreerd en spreken liever Engels met me. Ik vraag dan of ik toch mijn Nederlands mag proberen, maar het antwoord is vaak ‘nee’. Ik wil niemand ergeren, maar ik moet me echt verbeteren. Wat moet ik doen?

Nederlands of Engels

Beste Nederlands of Engels,

Veel Nederlanders hebben er een handje van om onmiddellijk op Engels over te schakelen tegen iemand van buitenlandse afkomst, ook als die persoon duidelijk moeite doet voor het Nederlands. Daarmee zeggen ze eigenlijk tegen u: ‘Laat maar zitten, je kunt er toch niets van!’ Dat is niet alleen onbeleefd en vernederend, ze werken u ook nog eens actief tegen. Ga niet in op deze zogenaamde hulpvaardigheid, maar blijf onverminderd vasthouden aan het Nederlands. Het is de enige manier om uw spreekvaardigheid te verbeteren. Als mensen toch Engels proberen door te drukken, zegt u: ‘Sorry, ik weet dat ik fouten maak, maar het is voor mij heel belangrijk om Nederlands te oefenen, anders leer ik het nooit.’ Luister naar de Nederlandse radio en tv en ga door met zo veel mogelijk Nederlands spreken. Hoe meer u oefent, hoe beter het zal gaan. Fouten maken hoort erbij.

Artikelen in Taalgebruik.

Gelabeld met .


Egoïstische vriendin

Beste Beatrijs,

Al meer dan veertig jaar ben ik bevriend met haar, vanaf de schoolbanken. Lief en leed hebben we gedeeld. Maar net als in een huwelijk, zijn er in zo’n lange vriendschap ook wel periodes dat het wat minder lekker loopt. Toen ik ging scheiden, heeft ze zeker een jaar geen contact met me opgenomen met als verklaring achteraf: ‘Dan krijg ik weer al die verhalen, en daar heb ik dan geen zin in.’ Ik vond dat erg egoïstisch, zeker omdat ik eerder avonden en nachten heb besteed aan het aanhoren van haar liefdesperikelen.

Enfin, we zien elkaar weer op zijn tijd, maar het valt me steeds meer op dat ze uitsluitend met zichzelf bezig is. Ik heb wat medische problemen, maar behalve ‘goh’  of ‘vervelend hoor’ komt hier weinig respons op, laat staan dat ze er uit zichzelf naar vraagt. Eigenlijk zou ik het contact willen staken, maar doordat we elkaar al zolang kennen, zou dat betekenen dat een heel deel van mijn leven verdwijnt. Bovendien heb ik moeite met confrontaties.

Vriendin laat het afweten

Beste Vriendin laat het afweten,

Vervelend voor u dat deze vriendin zo tekortschiet in de vriendschap. Het heeft, vrees ik, weinig zin deze kwestie met haar te bespreken. Iemand terechtwijzen leidt zelden tot de (her)opbloei van mooie gevoelens, integendeel, het leidt eerder tot (verdere) verkoeling.

Neem uw verkoelde gevoelens voor wat ze zijn en neem mentaal afstand van haar. Dat betekent dat u minder moeite voor haar doet: minder initiatief neemt, minder tijd voor haar reserveert, minder verwachtingen van haar koestert. U hoeft haar niet helemaal uit uw leven te bannen. De vriendschap officieel opzeggen heeft ook allerlei nadelen. Dat geeft ongenoegen en inderdaad, u raakt uw gedeelde verleden met haar kwijt.

Neem gas terug, reken niet meer op diepgaande persoonlijke belangstelling van haar kant en u ziet wel hoe het zich ontwikkelt. U hebt vast andere vriendinnen/ familieleden die zich wel om u bekommeren en die u beter bijstaan. Als u geen echte vriendschap meer van haar verwacht, is alles wat ze alsnog in die sfeer aan de dag legt mooi meegenomen.

Artikelen in Vrienden en kennissen.

Gelabeld met .


Wat de grootouders zaaien oogsten de kleinkinderen

Klimaatbekommernis brengt mij tot zelfonderzoek. Voor wat of wie ben ik bereid een offer te brengen? Onder offer versta ik een vrijwillige actie, die mij persoonlijk benadeelt, maar waar anderen baat bij ondervinden. Abstracties in de trant van ‘God, vaderland, vrijheid’ vallen meteen al af. Blijft over: andere mensen. Een google search in mijn herinneringen levert geen enkele hit op. Ja, ik ben vrijgevig op filantropisch gebied. Hele regimenten Afrikaanse kinderen hebben géén malaria op gelopen dankzij mijn schenkingen. Maar een offer kun je dat niet noemen, want ik heb er geen hap minder om gegeten en ik ben er ook niet goedkoper voor gaan wonen.

Ook voor mijn naasten ben ik zeker bereid tot hulpvaardigheid. Toen de kinderen klein waren, draaide het dagelijks leven om hun behoeften en moest ik afzien van allerlei aangename tijdpasseringen (tot diep in de nacht in het café hangen, urenlang ongestoord boeken lezen) die niet strookten met hun aanwezigheid. Maar het buigen voor kinderlijke behoeften met alle saaie zorgtaken die daar bij te pas komen valt niet onder het hoofdje opoffering, omdat ik mezelf met het alternatief (al die taken níet doen) pas echt in de vingers zou snijden. Als ik mijn kinderen zou benadelen, zou ik mezelf schaden – daar komt het eigenlijk op neer. Al het goede wat iemand ten bate van z’n kinderen doet is niet meer dan de vanzelfsprekende gang van zaken en kan dus nooit een offer zijn.

Kinderen onderscheiden zich van andere naasten, doordat de wet van de wederkerigheid een minder grote rol speelt. Bij vrienden, familieleden en partners loopt er altijd een teller mee die de mentale boekhouding in de gaten houdt. Is de relatie nog in evenwicht? Geeft de een meer dan de ander? Die balans kan heel lang uit het lood staan, maar op een gegeven moment moet een schuld vereffend worden, anders treedt er verzuring op. In geval van kinderen loopt die teller nauwelijks mee. De investeringen in kinderen zijn objectief gezien veel groter dan ouders ooit zullen terugkrijgen. Een jaar of twintig alles betalen, eten op tafel zetten, rotzooi opruimen, hobby’s opzij zetten, kindvriendelijk vakantie houden, maar ouders verwachten die intensieve inspanning niet terug. Ze kunnen rekenen op emotionele betrokkenheid en praktische ondersteuning in voorkomende gevallen, en als de ouder-kind-verhouding in de loop der jaren geen serieuze averij heeft opgelopen, zal die loyaliteit zeker optreden, maar er heerst geen verwachting (ook geen impliciete) dat een kind zijn leven ingrijpend omgooit, bijvoorbeeld door ontslag te nemen of de eigen ambities te schrappen, om voor oude ouders te zorgen.

Kinderen incasseren altijd meer dan ze hoeven terug te betalen.

Sommige kinderen brengen wel degelijk grote offers voor zorgbehoevende ouders, maar de standaard is het niet. Kinderen doen het zelden en, minstens zo belangrijk: ouders willen het meestal niet eens. Tot hun laatste snik houden ze vast aan wat hun leven lang de onderstroom is geweest: we willen wat het beste voor de kinderen is.

Van buiten af gezien incasseren kinderen altijd meer dan ze hoeven terug te betalen, wat natuurlijk goed uitkomt, want tegen de tijd dat ze er aan toe zouden zijn om de imaginaire openstaande rekening met hun ouders te vereffenen, hebben ze zelf kinderen om, nou ja, niet zich voor op te offeren, maar wel heel zwaar in te investeren. Het soort gedrag dat, wanneer je het voor willekeurig wie zou doen voor onversneden altruïsme zou doorgaan, maar dat voor je eigen kinderen alleen maar vanzelfsprekend is. De schuld van iemand ten opzichte van de vorige generatie wordt ingelost door onbaatzuchtigheid aan de dag te leggen voor de volgende generatie. Wat de grootouders hebben gezaaid oogsten de kleinkinderen. Het is de langste termijn van wederkerigheid die ik ken.

Een mens doet onbaatzuchtige dingen voor z’n kinderen en bevordert daarmee indirect het belang van eventuele kleinkinderen, maar daarmee houdt het op. Wat daarna komt is niet meer relevant. Ik ben bereid om levende mensen die in nood zitten te helpen, niet alleen omdat dat het goede is om te doen, maar ook omdat ik verwacht om zelf in geval van nood geholpen te worden. Het verraderlijke van altruïsme met het doel een leefbare aarde voor het nageslacht zit in het gebrek aan wederkerigheid: ‘Wat hebben toekomstige generaties ooit voor ons gedaan dat wij nu moeten afzien van vliegreizen en de thermostaat moeten terugdraaien naar 18 graden?’ Offers voor de ongeborenen breng ik niet op.

Artikelen in Column.


Genoeg hebben van cadeaus

Beste Beatrijs,

De cadeaugebruiken binnen mijn familie verschillen zeer van die in de familie van mijn vriend. Zijn familie geeft elkaar vaak en veel cadeautjes, meestal niet al te duur, soms heel aardig bedacht, vaak ook erg onzinnig. Zijn moeder noemt haar eigen cadeaus wel eens ‘goedbedoelde rommel’. We nemen alles met een vriendelijk bedankje aan en gooien regelmatig spullen direct in de prullenbak of schuiven ze door naar anderen of naar liefdadige instellingen, uiteraard op discrete wijze. Omgekeerd geven we mijn schoonfamilie soortgelijke prullaria.

Mijn familie neemt cadeaus veel ernstiger. We worden gevraagd gedetailleerde verlanglijstjes te verstrekken, en krijgen vervolgens precies datgene wat daarop stond. Als we dat nalaten (omdat we niets kunnen bedenken), volgt er meestal geen cadeau, maar wel schuldbewuste excuses en geklaag dat we niets hebben gevraagd.

Eigenlijk ben ik wel klaar met beide cadeautradities. Ik waardeer de goede bedoelingen van mijn schoonfamilie, maar feitelijk verspillen ze tijd en geld aan troep. Ook mijn familie wil het graag heel goed doen, maar de sfeer rondom cadeaus is daardoor erg opgefokt. Kan ik het maken beide families voor te stellen het hele cadeaugedoe maar af te schaffen?

Genoeg van cadeautjes

Beste Genoeg van cadeautjes,

Het ontvangen van cadeautjes vormt vaak een nog grotere last dan het geven. Met het klimmen der jaren gaat het steeds minder om het ding zelf, omdat iedereen natuurlijk allang genoeg boeken, muziek, planten, hebbedingetjes en huishoudgerei bezit of het zelf kan aanschaffen. Het enige wat dan nog telt is het gebaar: dat iemand de moeite heeft genomen iets aardigs te geven.

Het punt van ‘het gebaar’ is meteen de reden dat het zo moeilijk is om een cadeau-afschaffingsvoorstel te doen. Het heeft iets hooghartigs om tegen je familie en vrienden te zeggen: laat maar zitten die cadeaus, het hoeft voor mij niet meer, bespaar je de moeite. Elke goedbedoelde poging om de ander een plezier te doen wordt afgewezen, want elk materieel blijk van genegenheid zal onverbiddelijk tekortschieten. Dat is een onsympathieke boodschap, dus daar moet u mee uitkijken.

Deze vaststelling betekent niet dat er helemaal niets in te dammen valt aan de cadeautjesstroom waar u mee worstelt. U kunt in ieder geval de gelegenheden beperken. De datum zelf van een verjaardag kunt u prima schrappen als geefmoment. Oftewel: als u uw verjaardag niet viert, zijn er ook geen cadeaus nodig (en ook geen geld trouwens). Beperk de cadeaumomenten tot de keren dat u de familie daadwerkelijk uitnodigt voor een feestelijk samenzijn en aanvaard dan alles waar uw schoonfamilie mee komt aanzetten gracieus. Tegen uw eigen familie kunt u zeggen dat u het niet meer kunt opbrengen om verlanglijstjes rond te sturen, dat ze zelf een kleinigheidje mogen verzinnen, als ze willen, en dat u altijd blij met dingen in de consumeerbare sfeer. Benadruk dat het u niet om cadeaus te doen is, en dat u het al leuk genoeg vindt om iedereen te ontvangen. Het is best moedig om een rem te zetten op een cadeautraditie die uit de hand dreigt te lopen. Schaf de uitwassen af en behoud de cadeautjes-bij-feestjes-traditie.

Artikelen in Cadeaus.

Gelabeld met .


Bord niet leeg eten

Beste Beatrijs,

Een vriendin van mij laat, als ze bij mij eet, altijd wat eten op haar bord liggen. Is dit misschien een teken dat het te veel was of een vorm van verwendheid? Zij is van Franse origine.

Restjes laten liggen

Beste Restjes laten liggen,

Sta er niet bij stil en zoek er niets achter. Het staat iedereen te allen tijde vrij om eten op z’n bord laten liggen. Om wat voor reden dan ook. Verschillende en zeer uiteenlopende redenen zijn mogelijk: vanuit een bepaalde culturele traditie, achtergrond of opvoeding, zomaar een gewoonte die iemand erop nahoudt, te veel opgeschept, een bepaalde tic, men vindt het niet lekker, men heeft genoeg. Het doet er niet toe waarom mensen hapjes laten liggen, want in de eerste plaats geldt dat niemand verplicht is om z’n bord leeg te eten. De etiquette schrijft voor om geen aandacht te besteden aan hoe veel of hoe weinig andere mensen consumeren. Het is domweg geen gespreksonderwerp. Een bord met etensresten wordt zonder commentaar afgeruimd. De enige personen die aangespoord kunnen worden om ‘hun bordje leeg te eten’ zijn kleine kinderen en de enigen die zo’n aansporing kunnen geven zijn de ouders.

Artikelen in Eten en drinken.

Gelabeld met .


Een uitnodiging ombuigen

Beste Beatrijs,

Een vriend van mij is met vrouw en kind vorig jaar teruggekeerd van een paar jaar verblijf in het buitenland. Ik ben op hun uitnodiging een keer bij hen gaan eten, zonder mijn vrouw, want die was toen ziek. Later heb ik hun een tegen-invitatie gedaan om bij ons te komen eten. Toen het aankwam op datum en tijd afspreken, zei mijn vriend dat ze liever zouden afspreken in een restaurant. Opgegeven reden: als wij niet hoefden te koken was er meer tijd om te praten. Ik vind dat nogal curieus. Wat moeten we hier nou mee? Ik zelf zou het niet in mijn hoofd halen om iemand die ons voor het eten uitnodigt mee te delen dat we liever naar een restaurant gaan.

Liever buiten de deur

Beste Liever buiten de deur,

Inderdaad een vreemde reactie van uw vriend. Wat hier ook de achtergrond van is (smetvrees van zijn vrouw, huiverigheid voor de intimiteit van huisbezoek, geen zin in verder contact überhaupt), het is niet de taak van de geïnviteerde om een restaurant voor te stellen in plaats van een etentje in huiselijke kring, omdat hiermee levensgroot de vraag ‘en wie gaat dat betalen?’ op tafel komt. De enige die in zo’n situatie een restaurant kan voorstellen is de initiatiefnemer van de afspraak (u en uw vrouw dus) – op voorwaarde dat de uitnodigende partij alles betaalt. Maar dat was uw idee niet, dus uw vriend kan dat ook niet voorstellen. En het is ook niet aan hem om een restaurant te suggereren met als opzet dat ieder voor zich betaalt, want daarmee wijst hij uw gastvrijheid af, terwijl hij u tegelijk op restaurantkosten jaagt.

Blijkbaar is er nog niets definitiefs afgesproken. Doe voorlopig maar een tijdje niets. Hij wil niet komen eten, u wil niet naar een restaurant, dus wacht rustig af wat er gebeurt. Als hij opbelt om de afspraak definitief te maken, zegt u dat een restaurantmaaltijd voor vier (plus kind? vijf?) personen u te duur is, maar dat uw aanbod dat hij en z’n gezin een keer een hapje komen eten nog steeds open staat. Een simpele ovenschotel gaat tenslotte niet van de conversatietijd af. U merkt het vanzelf wel. Als ze er niets voor voelen, bellen ze niet terug.

Artikelen in Eten en drinken, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met .


Slobberende vriend

Beste Beatrijs,

Sinds een jaar heb ik (vrouw, 40-plus) een nieuwe vriend. Alles aan hem is leuk en lief, hij is ook zeker hygiënisch en een betere huisman dan ik huisvrouw. En hij kookt nog graag ook. Wat wil je nog meer, zou je denken. Het probleem is zijn tafelmanieren. Hij smakt en slurpt, brengt zijn mond naar het bord in plaats van zijn bestek naar de mond, en likt zelfs soms zijn bord af! Ik heb het er regelmatig over gehad met hem, maar hij staat niet open voor deze klacht. Hij heeft ooit in Afrika en India opgepikt dat mensen zo eten, en hij vindt het eten een smakelijkere belevenis op deze manier.

Ik denk, als ik er een breekpunt van zou maken, dat hij het wel voor me zou veranderen, maar er moeten toch andere manieren zijn? Ik weet van vrienden dat ze het ook niet zo smakelijk vinden maar niemand spreekt erover met hem (logisch ook). Hoe pak ik dat nou aan? Of moet ik het zelf proberen los te laten en hoe doe ik dat dan? Na een jaar ben ik nog geen stap verder gekomen, ik vind het nog steeds net zo vervelend als in het begin.

Smakken en slurpen

Beste Smakken en slurpen,

Mensen kunnen veel van elkaar hebben, maar vieze tafelmanieren horen daar niet bij.

Maak er een breekpunt van. Er is geen andere uitweg. Het valt simpelweg niet vol te houden om dag in dag uit, jaar in jaar uit, tegen iemand aan te moeten kijken die zit te slurpen, te slobberen en te smakken. Zo’n aanblik elke dag weer is de hel op aarde. Dat verhaal over Afrika en India in onzin. Verschillende culturen, verschillende eetgebruiken, soit, maar nergens figureert het varken aan de trog als de algemene standaard. Mensen kunnen veel van elkaar hebben, maar vieze tafelmanieren horen daar niet bij. Ik verzeker u: het is makkelijker om van een geliefde te accepteren dat zijn/haar morele integriteit te wensen overlaat dan dat hij/zij er onsmakelijke eetgewoontes op nahoudt.

Bespreek het met hem in alle oprechtheid. Vertel hem dat u dol op hem bent en hem hogelijk waardeert om al zijn kwaliteiten, maar dat zijn tafelmanieren u de eetlust benemen. U kunt het niet langer aanzien. Geef hem de keus: ofwel hij past zich aan de heersende standaard aan en doet moeite om een minimum van decorum in acht te nemen, ofwel u weigert om nog langer met hem aan tafel te zitten. Hopelijk kiest hij eieren voor zijn geld. Zo niet, trek dan de consequentie en verwijs uw geliefde met zijn bordje naar de keuken of elders in het huis, waar hij zonder de medemens te hinderen zijn voedsel naar binnen kan slobberen.

Artikelen in Liefde en relaties.

Gelabeld met .


Intimiderend buurtkind

Beste Beatrijs,

Mijn dochtertje (twee jaar) begint net wat in de buurt te spelen en zo leer ik ook de buurtkinderen kennen. Vorige week kwam er een meisje van een jaar of zes op mijn dochter afgelopen: ‘Jij mag niet in de speeltuin spelen, want daar spelen wij’. Wij reageerden hier niet op, waarna het meisje haar speelgoedpistool op mijn dochter richtte en zei: ‘Poef, nu ben je dood!’ Ik stond met stomheid geslagen. Dit kind loopt vaker met een speelgoedpistool rond in de buurt. Hoe reageer ik hier goed op? Doe ik er verstandig aan haar ouders eens te bezoeken of juist niet?

Dreigende taal

Beste Dreigende taal,

Dit soort akkefietjes is te onbelangrijk om ouders voor aan te spreken. U kunt beter het buurmeisje zelf corrigeren. Dat gaat het beste wanneer u een relatie tot stand hebt gebracht. Vraag in zo’n geval eerst eens vriendelijk hoe het kind heet. Vervolgens vertelt u haar hoe uw dochter heet, en u geeft het buurkind een klein lesje: ‘Melissa, jij weet natuurlijk best dat alle kinderen in de speeltuin mogen spelen. Daar ben je groot genoeg voor. Vertel eens, hoe heten jouw vriendjes? Heb je ook broertjes en zusjes?’ Breng een gesprekje op gang. Op die manier leidt u het kind af en leert u haar tegelijk kennen. Dat laatste is handig voor de toekomst.

Uw dochter is pas twee, dus voorlopig zal zij niet zonder toezicht buiten spelen en kunt u makkelijk in de gaten houden of het goed gaat. Aan speelgoedpistooltjes hoeft u niet zo zwaar te tillen. Kinderen spelen nu eenmaal fantasiespelletjes en het maakt niet uit of ze dat doen met een in een bepaalde vorm gegoten, schreeuwerig gekleurd stuk plastic of met een opgeraapte tak. Roep het kind tot de orde, wanneer er fysieke agressie bij te pas komt: ‘Melissa! Het is niet aardig om andere kinderen pijn te doen!’

Artikelen in Buren, Taalgebruik.

Gelabeld met .