Spring naar inhoud


De adviesrubriek ‘Moderne manieren’ gaat over etiquette en verschijnt iedere zaterdag in het dagblad Trouw (bijlage ‘tijd’), maar ook direct op Internet: zie Beatrijs in Trouw. Lees daar haar nieuwste bijdrage. Daarna komen alle problemen op deze website terecht.

Hebt u zelf een vraag over (in)correct gedrag van uzelf of anderen, dan kunt u die insturen via beste@beatrijs.com. U krijgt vrijwel altijd persoonlijk antwoord, en uw vraag kan gebruikt worden voor anonieme publicatie in het dagblad Trouw en op deze website, tenzij u er expliciet bezwaar tegen maakt.

Nu ook te volgen op Twitter! @BeatrijsRitsema

Artikelen in Etiquette.


Wat betekent ‘Hoe gaat het?’

Beste Beatrijs,

Na het plotselinge verlies van een dierbare vriend, waar ik zeer ondersteboven van was, waagde ik (man, vijftiger) me na enkele weken voor het eerst weer aan een verjaardagsfeestje. Daar werd ik begroet door iemand die ik eigenlijk alleen van dat jaarlijkse feestje ken, een vriend van de gastheer. ‘Hallo, hoe gaat het?’ vroeg hij. ‘Mwah, matig,’ antwoordde ik naar waarheid. ‘O, dat hoef ik niet te horen,’ was zijn reactie, waarna hij verder liep. In mijn wankele toestand werd ik hierdoor zo uit het veld geslagen dat ik de samenkomst binnen beleefde perken, maar wel zo snel mogelijk, heb verlaten. Ik zie er nu al tegenop om die bezoeker volgend jaar weer tegen te komen. Ben ik overgevoelig of had ik dit beter kunnen aanpakken?

Hoe gaat het?

Beste Hoe gaat het,

Vooropgesteld zij dat deze feestganger zich buitengewoon onaangenaam gedroeg. De man zal een onprettige persoonlijkheid hebben. Een geluk bij een ongeluk dat u zo snel van hem af was. Hij wilde zijn tijd niet aan u verspillen, maar met zo iemand kunt u zelf ook maar beter niets te maken hebben. Verder denk ik dat u zich iets te makkelijk uit het veld hebt laten slaan. U had ook uw schouders kunnen ophalen en om u heen kunnen kijken of er niet wat sympathiekere mensen rondliepen op dat feestje. Voor het volgend jaar hoeft u zich nu geen zorgen te maken. Tegen die tijd kunt u deze persoon rustig links laten liggen.

Vage kennissen zijn niet geïnteresseerd genoeg in u. Niet in uw wel en nog veel minder in uw wee.

In het algemeen raad ik u trouwens af om naar feestjes te gaan, als u niet in de stemming bent voor een gezellig samenzijn en uw hoofd nog vol zit met uw verlies. Op de vraag ‘Hoe gaat het?’ is eigenlijk maar één antwoord mogelijk: ‘Goed, hoor, en met jou?’ De vraag is niet bedoeld om anderen confidenties te ontlokken, althans niet tussen oppervlakkige kennissen. Alleen bij goede vrienden/innen kunt u terecht met een wat dieper antwoord op hun vraag hoe het ermee gaat. Vage kennissen kunt u beter niet als klankbord gebruiken (zoals die man zelf al zei – hoe keihard het ook klonk: ‘Dat hoef ik niet te horen’), omdat zij daarvoor niet geïnteresseerd genoeg zijn in u. Niet in uw wel en nog veel minder in uw wee.

Let wel: ik raad u niet aan om tegen helemaal niemand iets over uw gemoedstoestand te zeggen, maar om voorzichtig te zijn bij wie u op de deur klopt. Mocht uw verlies u zo hoog zitten dat u nergens anders over kunt praten, betekent dat dat u nog steeds in de rouw zit, en dan kunt u beter niet naar zo’n verjaardag gaan, waar oppervlakkige gezelligheid en koetjes & kalfjes de toon zetten. Daar bent u dan gewoon nog niet aan toe en dat geeft helemaal niet. Voor rouw moet u zo veel tijd nemen, als u nodig hebt.

Artikelen in Aanspreken en begroeten, Verjaardag, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met .


Alleen maar achter schermen

Beste Beatrijs,

Mijn kinderen van drie en zeven jaar brengen bij ons thuis weinig tijd door achter schermen (tv, I-pad, laptop), omdat mijn man en ik het belangrijk vinden dat ze zichzelf leren vermaken, actief zijn en in de echte wereld met vriendjes spelen. Thuis missen ze de schermpjes niet en vermaken zich prima. Maar bij veel vriendjes thuis staat voortdurend een of ander scherm aan. Ik vind het zo zonde dat hierdoor bij anderen zelden nog echt gespeeld wordt maar dat ze uren met een iPad doorbrengen of voor de tv hangen. Wat kan ik doen om dit te voorkomen?

Te veel schermen

Beste Te veel schermen,

Accepteer dat u hier geen greep op hebt. Het is heel mooi dat u uw kinderen zo veel mogelijk weghoudt bij de schermen. Het is beter om actief en fysiek in de echte wereld te spelen dan steeds met schermpjes bezig te zijn. Maar u kunt niet andermans huishouden controleren. Als uw kinderen bij vriendjes spelen, gelden daar de regels van dat huis. Er is geen manier waarop u uw kinderen ervan kunt weerhouden om bij andere kinderen thuis naar de tv te kijken of computerspelletjes te spelen. Schermen horen erbij in deze tijd, ook uw kinderen zullen ermee moeten leren omgaan. Bespreek het onderwerp ‘I-pads, tv en computers’ eens met andere ouders en peil hun mening. De meeste ouders stellen wel een of andere limiet aan virtuele spelletjes en passief tv-vermaak zonder het helemaal te verbieden. Praat erover met andere ouders en u komt er vanzelf achter wie er ongeveer hetzelfde over denkt als u.

Artikelen in Kinderopvoeding.


Oudklasgenoot neemt contact op

Beste Beatrijs,

In mijn middelbareschooltijd worstelde ik met mijn lesbische gevoelens. Een klasgenote heb ik dat toen toevertrouwd rond mijn zestiende. Dat vertrouwen heeft zij geschaad door mijn verhaal door te vertellen, met pesterijen tot gevolg. Ik durfde haar er destijds niet op aan te spreken, maar ik herinner het me nog heel goed als gevoel van diep verraad.

Bijna tien jaar later spreek ik niemand meer van mijn oude school. Ik woon ver weg, heb een baan en een vaste relatie en leid een heel ander leven. Ineens krijg ik via LinkedIn een berichtje van deze klasgenote, die heel luchtig vraagt hoe het met me gaat. We werken in totaal andere sectoren, dus zakelijke bedoelingen kan deze contactpoging niet hebben. Moet ik haar negeren? Vriendelijk meepraten? Of juist confronteren? Mag je iemand na zo veel jaren nog aanspreken op slecht pubergedrag?

Een pijnpunt van vroeger

Beste Een pijnpunt van vroeger,

Het hangt ervan af hoe sterk uw motivatie is om uw ex-klasgenote haar vroegere verraad voor te houden. Als u geen zin hebt om deze kwestie op te rakelen en u wil sowieso niets meer met haar te maken hebben, kunt u het LinkedIn bericht gewoon negeren. Dat bent u er meteen van af.

Een luchtige update van uw leven optikken lijkt geen goede optie. Waarom zou u mooi weer spelen, als u het niet zo voelt? Haar confronteren heeft ook allerlei bezwaren, al was het maar omdat het lastig is dit soort dingen via de mail of sociale media uit te praten. Kans is groot dat klasgenote zich helemaal niet bewust is van haar verraad. Dat zie je wel vaker met mensen die vroeger iets vreselijks hebben gedaan in de pestsfeer. Vaak hebben daders totaal andere – zelfrechtvaardigende – herinneringen dan slachtoffers. Confronteren kan eigenlijk alleen in een persoonlijk gesprek, waarbij je tegenover elkaar zit. Maar ja, zo’n gesprek moet worden georganiseerd en geeft emotioneel gedoe over en weer. Waarom zou u energie steken in een louteringstraject van een persoon die allang niet meer belangrijk voor u is?

Artikelen in Internet en e-mail, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , .


Wegwezen op je 75ste

De dood van je ouders haalt je eigen dood nader in het vizier. Gedurende hun hele leven fungeren zij als een soort barrière tussen jou en het grote niets, maar wanneer de laatste ouder wegvalt en er geen generatie meer boven je zit, ben jij de volgende for whom the bell tolls.

Veel mensen rapporteren dit bedreigende gevoel van ‘nu ben ík aan de beurt’ en het werd ook door deze en gene bij mij verondersteld, toen mijn moeder ten langen leste overleed. Ik begrijp wel dat die gedachte opkomt bij het verlies van een laatste ouder, maar ik werd er niet speciaal door aangegrepen. Mijn gevoel was eerder dankbaarheid dat mijn ouders zo attent waren geweest om althans voor mijn zestigste het toneel te verlaten. Een zestiger hoort geen ouders meer te hebben – dat verstoort en parodieert de natuurlijke gang van zaken. Nu is het mijn beurt om de matriarch te spelen (met of zonder kleinkinderen, dat maakt me niet uit). Op de rol van dochter was ik al jaren uitgekeken en dat mijn eigen dood ineens dichterbij kwam interesseert me ook niet, want die komt toch wel dichterbij.

In The Atlantic van oktober staat een stuk van Ezekiel Emanuel, getiteld ‘Why I Hope to Die at 75‘. Hierin beschrijft de auteur verschillende nadelen van een steeds hogere gemiddelde sterfleeftijd, waaronder de aanhoudende aanwezigheid van hoogbejaarden in het leven van hun ook steeds ouder wordende kinderen. Zolang de ouders niet dood zijn, leeft het kind toch in hun schaduw, ook al speelt dat kind allang de baas door alle verantwoordelijkheid en zorg voor dat ouderlijke leven op zich te nemen, en ook al heeft dat kind zelf allang de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en zou het misschien een paar jaar rust en vrijheid willen, voordat de eigen onverbiddelijke neergang inzet.

Mensen worden te oud in deze tijd, vindt Emanuel. Het streven naar een hogere levensverwachting heeft niet geleid tot meer gezondheid op hoge leeftijd met een plotseling, genadig einde (compressie van morbiditeit), maar tot des te meer sukkeljaren. Het bejaard zijn wordt over een steeds langere periode uitgesmeerd. Wat je erbij krijgt is een decennium lang dementie of jarenlang geworstel met kanker dan wel invaliditeit als gevolg van beroertes en infarcten. Een naargeestig vooruitzicht en daarom heeft hij voor zichzelf, hoe arbitrair ook, de grens van 75 jaar getrokken als punt in zijn leven waarop hij het welletjes vindt. Hij is nu overigens 58, dus hij heeft nog 17 jaar te gaan, wat zijn stoere houding enigszins relativeert.

Als ik over mijn eigen dood nadenk, lijkt 75 me ook een aantrekkelijke sterfleeftijd: oud genoeg om al het belangrijke van het leven meegemaakt te hebben en erop te vertrouwen dat mijn kinderen (dan om en nabij de veertig) het verder wel redden, en jong genoeg om die ellendige hoogbejaarde sukkeljaren voor te zijn. Ik was dan ook benieuwd hoe Emanuel van plan was te zijner tijd zijn verscheiden aan te pakken, vooral omdat hij zich nadrukkelijk als tegenstander van (hulp bij) euthanasie profileert.

Dat viel tegen. Behalve het consigne ‘geen reanimatie, geen beademing’ heeft hij zich voorgenomen om zo min mogelijk doktersbezoeken af te leggen, geen screenings (colonoscopie, prostaatonderzoek) te ondergaan, niet aan preventie te doen (griepprikken) en antibiotica te weigeren. Alleen palliatieve zorg en pijnbestrijding zal hij toestaan. Aldus hoopt hij op tijd of niet lang daarna te overlijden aan het weigeren van medisch handelen.

Dat gebeurt natuurlijk niet. Wie pijn heeft – en alle ouderdomskwalen gaan met pijn en ellende gepaard – vervoegt zich bij de medische stand, die vervolgens aan het vergeefse oplappen slaat. De taaiheid van het lichaam moet niet worden onderschat. Aan sukkeljaren valt niet te ontsnappen.

Artikelen in Column.


Bot receptiegedrag

Beste Beatrijs,

Ik ben een jongeman van 23 en heb een bachelor-studie gedaan aan een Engelse universiteit. Een jaar geleden ben ik begonnen aan mijn master-opleiding in Nederland. In Engeland had ik tijdens borrels of feestjes nooit problemen om met mensen in gesprek te komen. De sfeer was open en verwelkomend, als ik aansluiting zocht bij een tweetal of een groepje, waarvan ik iemand kende. Zelf was ik ook gewend om een bekende die erbij kwam staan voor te stellen aan de ander(en) en te laten meepraten.

Hier in Nederland gaat dat veel lastiger. Zo is het meer dan eens voorgekomen dat ik een bekende tegenkwam tijdens een borrel, hem begroette en mijzelf voorstelde aan zijn gesprekspartner, waarna mij medegedeeld werd dat ze in gesprek waren. Het kwam erop neer dat ik weggestuurd werd, wat ik redelijk bot vond. Hoe meer ik erop let, hoe meer ik diezelfde mentaliteit om mij heen zie onder mijn medestudenten. Ik begin steeds beter te begrijpen waarom sommige mensen bang zijn om alleen naar een borrel of een ander sociaal evenement te gaan. Hebt u tips hoe ik mij beter kan mengen in gesprekken?

Buitengesloten

Beste Buitengesloten,

Wat u meemaakt is heel onaangenaam en heel ongebruikelijk! De Nederlandse etiquette op borrels, recepties en feestjes (besloten sociale gelegenheden waar het gemeenschappelijke element voor de aanwezigen eruit bestaat dat allen zijn uitgenodigd) is precies hetzelfde als overal ter wereld: mensen bewegen zich vrij door de ruimte en kunnen iedereen aanspreken. In de praktijk ligt de drempel hoog om zomaar een onbekende aan te spreken, laat staan om zich in een groepje onbekenden te storten. Daarom is de gebruikelijke tactiek om een bruggetje te nemen en zich bij een bekende te voegen – ongeacht of die al in gesprek is. De conventie op besloten sociale gelegenheden schrijft een open en verwelkomende houding ten opzichte van onbekenden voor. Dit betekent dat het iedereen op elk moment toegestaan is om een bekende te begroeten en na wederzijdse introducties aan het lopende gesprek mee te doen. Het is heel onbeleefd om iemand die doet wat hij geacht wordt te doen op een borrel (kletspraatjes houden met de medegasten) af te poeieren en het bos in te sturen.

Op een borrel mogen mensen meedoen aan andermans gesprek.

Mensen die diepgaande privé gesprekken willen voeren moeten zich afzonderen door bijvoorbeeld buiten te gaan staan of helemaal te vertrekken van de borrel. Iemand botweg uitsluiten is geen manier van doen. Op een borrel mogen mensen meedoen aan andermans gesprek.

Behalve aardiger mensen als vrienden zoeken geef ik u geen tips hoe u zich beter in gesprekken kunt mengen, want u doet het al goed. De fout ligt bij de anderen. Als het om goede bekenden van u gaat die u op zo’n hondse manier behandelen, kunt u eens terloops navragen waarom ze dat eigenlijk doen. Ik ben benieuwd naar hun antwoord, want er bestaat geen goed antwoord. Uw ervaring valt in de categorie ‘zo hoort het niet te gaan’.

Artikelen in Aanspreken en begroeten, Traditionele etiquette.

Gelabeld met , , .


Hoe kom je aan dat geld?

Beste Beatrijs,

Ik ben een vrouw (jonge dertiger) met een fijn huis en een mooie auto. Beide zijn veel duurder dan wat mijn leeftijdgenoten zich kunnen veroorloven. En dus (heel Hollands) krijg ik vaak de vraag toegeworpen: ‘Waar doe je het van?’ Als zelfstandige heb ik een redelijk maar zeker geen topinkomen. Ik heb veel gespaard en door omstandigheden een flinke financiële buffer kunnen opbouwen. Ik wil me niet telkens excuseren voor de dingen die ik heb, maar doe het wel elke keer weer. Het is zelfs zo erg dat ik me haast schaam voor wat ik bezit. Hoe kan ik me te weer stellen tegen zo’n botte vraag?

Waar doet ze het van?

Beste Waar doet ze het van?

Irritante, nieuwsgierige vragen wimpelt men het beste af een glimlach en een cliché. Uw geval lijkt me een prima gelegenheid om de klassieker ‘Zuinigheid met vlijt bouwt huizen als kastelen’ van stal te halen. Bij doorvragen het antwoord herhalen.

Artikelen in Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , .


Een vervelende cadeaulijst

Beste Beatrijs,

Ons petekind viert binnenkort zijn eerste verjaardag. Mijn man en ik verheugen ons erop en ik heb ook een leuk idee voor een cadeautje. Vandaag ontvingen wij via de mail een cadeaulijst waarop wij konden intekenen op een presentje voor de jarige, die trouwens volgens zijn ouders eigenlijk niets nodig heeft. Een lege ingepakte doos is daarom ook welkom als cadeau. Als de gasten het echt niet kunnen laten dan moet er iets van de lijst worden gekocht, zodat de jarige (en zijn ouders neem ik aan) niet opgescheept zitten met dubbele of onnodige items.

Dit schrijven ergerde mij, omdat mij het plezier van het geven van een eigen origineel cadeautje wordt ontzegd. Vanuit het standpunt van de jarige zou de lege doos waarschijnlijk een prima optie zijn, maar het voelt niet goed om als peetouders met ingepakte lucht aan te komen. Mogen wij zo eigenwijs zijn om met een eigen cadeau aan te komen?

Cadeau voor eenjarige

Beste Cadeau voor eenjarige,

U weet dat een eenjarig kind geen cadeaubesef heeft en dat het totaal niet uitmaakt wat u geeft. Elk cadeautje voor een eerste verjaardag is een poging om een goede indruk te maken op omstanders: de ouders en de andere genodigden. Zelf denk ik dat een eerste verjaardag geen feest van een heel gezelschap volwassenen waard is, omdat de jarige er niets aan heeft. Als ouders er toch een ontvangst van willen maken, kunnen zij de genodigden beter voorhouden dat het om de gezelligheid gaat en dat ‘cadeaus echt niet nodig zijn’. Afgezien van kansarme armlastigen komt elk eenjarig kind al om in de spullen, dus er is geen behoefte aan nog meer spullen. Dat zou een duidelijke boodschap zijn. Alsnog een verlanglijstje rondsturen met de aantekening dat lege handen of een lege doos ook oké zijn is een halfbakken compromis met toch ook een irritant inhalig randje.

Omdat er zo veel mogelijkheden worden geboden, zal uw zelfverzonnen cadeautje dat niet op de lijst staat ook wel goed zijn. Cadeautjes horen altijd in dankbaarheid aanvaard te worden, dus de ouders zullen heus niet mopperen en de jarige heeft toch nergens benul van. Maar eigenlijk raad ik u aan om de mogelijkheid ‘helemaal geen cadeau’ te kiezen (ook geen belachelijke lege doos), en te wachten tot uw petekind groot genoeg is (misschien als hij twee wordt, maar in ieder geval op z’n derde verjaardag) om überhaupt blij te zijn als hij een pakje mag openmaken.

Artikelen in Cadeaus.

Gelabeld met .


Maak Stapel niet monddood!

De verwikkelingen rond Diederik Stapel blijven me intrigeren. Nu is hij weer uitgesloten van optreden op een Amsterdams festival over wetenschap en kunst, waar hij samen met Anton Dautzenberg een voorstelling zou geven over hun onlangs verschenen brievenboek De fictiefabriek. De KNAW dreigde de subsidie in te trekken, terwijl die twee niet voor het wetenschappelijke, maar voor het culturele (amusement, fictie) gedeelte van het festival stonden geprogrammeerd.  Stapel, de man die in z’n eentje de hele sociale psychologie in diskrediet heeft gebracht door jarenlang glashard te frauderen, is een fascinerend fenomeen, zowel vanwege zijn duizelingwekkende val, als vanwege zijn gespartel om weer uit die kuil op te krabbelen. Drie jaar na zijn deconfiture geldt hij nog steeds als de belichaming van het zelfzuchtige kwaad, iemand die in zijn nietsontziende ambitie de wetenschap onmetelijke schade heeft berokkend.

Ik denk hier iets genuanceerder over. Ik ben zelf sociaal psycholoog en twijfelde al veel langer aan de zeggingskracht van deze specifieke tak van wetenschap. Wat mij als student hierin aansprak was de aandacht voor omgevingsfactoren als verklaring voor gedrag. Van die visie ben ik nog steeds een aanhanger, maar de huidige sociale psychologie staat bol van futiel onderzoek in de trant van ‘mensen met een kop warme chocolademelk in hun hand gedragen zich aardiger tegen gespreksgenoten dan mensen met een glas cola-met-ijsblokjes.’ Tja. Het zou best kunnen kloppen, maar als zo’n resultaat op gefingeerde data blijkt te berusten heeft er geen misdaad tegen de mensheid plaatsgevonden. Er zijn geen dooien gevallen. Wél wordt nu van allerlei ander, solide geacht, sociaal-psychologisch onderzoek de betrouwbaarheid betwijfeld en is een beweging op gang gekomen om experimenten te repliceren. Een nuttig bijeffect van het Stapel-schandaal. Als de sociale psychologie ten onder gaat aan de machinaties van een enkeling, was zij geen knip voor haar neus waard.

Dat neemt niet weg dat Stapel excommunicatie uit de wetenschap verdient. Wie fraude pleegt van dergelijk kaliber heeft zichzelf onmogelijk gemaakt op de universiteit. Stapel is oneervol ontslagen (krijgt dus geen uitkering), moest zijn hoogleraarstitel inleveren en kreeg 250 uur taakstraf, oude graven ruimen en nieuwe graven spitten op een kerkhof.

Is dit pakket van consequenties te licht als straf? Je zou het denken gezien de verbeten reacties van de kwetterende klasse, telkens als Stapel zich op een of andere manier in het publieke domein manifesteert. Toen zijn egodocument Ontsporing verscheen (zeker niet het slechtste boek in de categorie zelfanalyse), werd er furieus rondgetwitterd waar belangstellenden het gratis konden downloaden. Oftewel: je kunt beter jezelf aan diefstal schuldig maken dan het een schurk als Stapel (en zijn uitgever) gunnen om een centje aan zijn persoonlijke geschiedenis te verdienen. De teneur van reacties van Rosanne Hertzberger, Max Pam, Rob Schouten, Ad van Liempt, Theodor Holman en anderen is dat zo’n verachtelijk individu geen podium verdient en geen slaatje mag slaan uit zijn criminele verleden.

Wat moet die man anders dan kapitaliseren op de smet die hem aankleeft?

Misschien heb ik een softere inborst, maar wat moet die man anders dan kapitaliseren op de smet die hem aankleeft, als hij niet zijn verdere leven als huisman wil doorbrengen? Je zwaktes toegeven, spijt betuigen, getuigenis afleggen wat je ‘ervan geleerd’ hebt en daar weer op voortbouwen – zo ziet de moderne manier van omgaan met bedreven zondes eruit. In Amerika gooien tot inkeer gekomen drugsverslaafden, ex-misdadigers, gevallen politici voortdurend hun persoonlijke werdegang in de arena. Het is de enige manier om nog een beetje inkomen te genereren.

Stapel beschikt als ex-hoogleraar over drie capaciteiten: onderzoek doen, college geven en schrijven. Dat laatste doet-ie beter dan de gemiddelde hoogleraar en als collegegever genoot hij ook faam. In de sector onderzoek komt hij nergens meer aan de bak. Zijn collega René Diekstra, ook een aan de weg timmerende hoogleraar die in ongenade viel (in zijn geval door een plagiaat-affaire), kon zich in de luwte terugtrekken op zijn basale deskundigheid als therapeut/ psychische hulpverlener. Stapel kan dat niet en lijkt me sowieso niet het hulpverlenende type.

Solliciteren op simpele baantjes heeft geen zin op zijn leeftijd. Blijft over: spreken voor een zaal en schrijven. Beide activiteiten zijn onverbrekelijk verbonden met het begrip podium. Wie hem daarbij de voet dwars zet legt hem de facto een spreek- en inkomensverbod op. Dat is niet alleen onrechtvaardig, maar ik vraag me ook af wat de maatschappij ermee opschiet om iemand tot in lengte van dagen ‘besmet’ te verklaren.

Artikelen in Column.


Te laat komen

Beste Beatrijs,

Onlangs had ik (man, 51) een afspraak om met twee dames mee te rijden in de auto van een van hen naar een activiteit van onze vereniging. Wij hadden om 13 uur afgesproken en ik kwam met mijn fiets vier minuten te laat op de afgesproken plaats. De beide dames reageerden bijzonder geïrriteerd op mijn te laat komen met als argument dat de auto niet lang op die plek kon blijven staan. Eenmaal op weg kwamen zij er nog een paar keer op terug. Een beschaafd geformuleerd weerwoord van mijn kant dat ik vier minuten te laat wel vond meevallen werd met dezelfde irritatie beantwoord. De stemming was helaas gezet voor de rest van die dag. Ik vond dit een tamelijk overtrokken reactie. Ik sta er beslist niet om bekend dat ik altijd te laat kom of anderszins een moeilijk persoon zou zijn. Het geval is vrij onnozel maar ik ben toch benieuwd naar uw visie, want soms begin ik wel eens aan mezelf te twijfelen.

Ietsje te laat

Beste Ietsje te laat,

Mensen die hebben afgesproken elkaar op een bepaalde plaats en tijd te treffen moeten elkaar nooit laten wachten, maar degene die met een ander meerijdt heeft een zwaardere plicht om op tijd te zijn dan degene die een lift geeft. Degene die de gunst krijgt heeft meer verplichtingen dan degene die de gunst verleent – zo zit het eigenlijk. Anders krijg je al snel allerlei wrokkige gedachtes in de trant van: ‘Nou doe ik die moeite voor hem dat-ie mee kan rijden, en dan laat hij me nog wachten ook! Ik ben z’n chauffeur niet!’

U had dus echt meer uw best moeten doen om op tijd ter plaatse te zijn. Toen u te laat was, had u zich ruimhartig moeten excuseren. Blijkbaar was uw sorry te luchthartig naar de zin van de dames, want zij bleven er chagrijnig op terugkomen, zodat u zich genoodzaakt zag zichzelf te verdedigen met het argument dat ‘vier minuten wel meevalt’. Met andere woorden: ‘Waar maken jullie je druk over?’ Dat tegensputteren maakt het natuurlijk alleen maar erger. Kortom, escalatie over iets onnozels. Het was niet fraai dat de dames erover door bleven zeuren, maar als u de schijn van een oprecht excuus had weten te wekken, had u hen effectief de wind uit de zeilen genomen.

Artikelen in Reizen, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , .