Spring naar inhoud


De adviesrubriek ‘Moderne manieren’ gaat over etiquette en verschijnt iedere zaterdag in het dagblad Trouw (bijlage ‘tijd’), maar ook direct op Internet: zie Beatrijs in Trouw. Lees daar haar nieuwste bijdrage. Daarna komen alle problemen op deze website terecht.

Hebt u zelf een vraag over (in)correct gedrag van uzelf of anderen, dan kunt u die insturen via beste@beatrijs.com. U krijgt vrijwel altijd persoonlijk antwoord, en uw vraag kan gebruikt worden voor anonieme publicatie in het dagblad Trouw en op deze website, tenzij u er expliciet bezwaar tegen maakt.

Nu ook te volgen op Twitter! @BeatrijsRitsema

Artikelen in Etiquette.


Het Grote Etiquetteboek

Het Grote Etiquetteboek (midprice)Een nieuwe editie voor slechts 15 euro! Ideaal cadeauboek voor de feestdagen.

“Het boek van Ritsema, vol vragen van lezers van haar etiquetterubriek in Trouw, biedt een vermakelijke, maar ontluisterende blik op wat je gerust een mijnenveld kunt noemen.” – Maartje Somers, NRC Handelsblad

Hoe het eigenlijk hoort! ‘Is het toegestaan om geld te vragen aan bruiloftsgasten?’, ‘Mag ik de tafelmanieren van mijn vriend corrigeren?’ of ‘Mag ik mobiel bellen in gezelschap?’ Dit soort kwesties bevindt zich op het terrein van de etiquette en wie denkt dat goede manieren zijn afgeschaft vergist zich. Een etiquetteloze cultuur bestaat niet. Er zijn altijd regels die kunnen worden overtreden. Goede omgangsvormen zijn van alle tijden en iedereen heeft liever met wellevendheid te maken dan met grofheid.

© Sjoerd van der Zee

Beatrijs Ritsema geeft al meer dan tien jaar advies aan mensen die in onzekerheid verkeren over eigen dan wel andermans (in)correcte gedrag en over omgangsproblemen. Het Grote Etiquetteboek – dat verluchtigd is met schitterende tekeningen van Sjoerd van der Zee – is zowel een naslagwerk om specifieke vragen in op te zoeken als een weerslag van hoe mensen begin eenentwintigste eeuw met elkaar omgaan.

Bestel nu via bol.com!

Omvang: 462 bladzijden
ISBN: 9789029090230
Prijs: € 15,00

Artikelen in Boeken.

Gelabeld met .


Een oppas stropen

Beste Beatrijs,

Mijn man moest onverwachts op zakenreis op vrijdag. Normaal is hij dan thuis. Ik moest werken en onze vaste oppas kon die dag niet komen. Onze buren hebben drie middagen in de week (ma di en wo) een studente die oppast. Mijn man zag haar op de stoep met de buurkinderen en vroeg of zij bij ons zou willen oppassen op die ene vrijdag. Dat wilde ze wel doen. Nu zijn de buren boos. Ze vinden dat wij eerst aan hen hadden moeten vragen of wij hun oppas mochten benaderen. Ik snap mijn buren wel, maar ik weet bijna zeker dat ze nee hadden gezegd. Mijn man vindt dat de oppas een zelfstandig mens is en geen eigendom van de buren. En dat wij daarom de buren niet om toestemming hoefden te vragen. Wat vindt u?

Andermans oppas benaderen

Beste Andermans oppas benaderen,

Het polsen van oppassen van buren of van kennissen op het schoolplein is inderdaad iets om voorzichtig mee te zijn. De werkgever betitelt dat gedrag al gauw als ‘stropen’: als het wegkapen van personeel. Wanneer een potentiële nieuwe werkgever meer geld of betere arbeidsvoorwaarden aanbiedt, zou de werknemer zomaar kunnen overstappen naar de concurrent. Degene die zijn oppas ziet vertrekken voelt zich bestolen. Goed personeel is schaars. Wie een vaste oppas zoekt dient niet te vissen in de vijver van vrienden en kennissen, en als hij dat toch wil doen, moet eerst bij de bestaande werkgever worden geïnformeerd naar de mogelijkheden.

Voor een incidenteel oppasklusje luistert het niet zo nauw. Een kinderoppas blijft natuurlijk altijd eigen baas over haar werkzaamheden en er is niets mis mee om iemand de kans te geven om een extra centje te verdienen. Zij kan ja of nee zeggen tegen een aanbod voor extra werk. U zat omhoog, u vroeg iemand die bij de buren werkt en dus wel betrouwbaar zal zijn, en zij kon u inderdaad uit de brand helpen. Noch u, noch de studente heeft toestemming van haar werkgever nodig voor een eigen zakelijke overeenkomst, waar verder niemand door wordt benadeeld, ook die werkgever zelf niet. Formeel ging u niet buiten uw boekje, maar misschien zijn ze bang dat u haar wil inpalmen.

Ga naar de buren en leg het uit. Maak excuses voor zo ver zij zich aan uw gedrag hebben gestoord en zeg dat u zich van geen kwaad bewust was. Vertel dat u een eigen vaste oppas hebt en dat u alleen een beroep op die van hen hebt gedaan, omdat het een geval van nood was. U bent niet van plan om haar weg te kapen. Los daarvan heeft hun oppas altijd het recht om extra werk aan te nemen, of dat extra werk zich nu bij de buren afspeelt of aan het andere eind van de stad.

Artikelen in Buren, Zakelijke relaties.

Gelabeld met .


Wie bepaalt de aanspreekvorm?

Beste Beatrijs,

Mijn man en ik verwachten ons eerste kind. Mijn ouders, die heel blij zijn, willen geen ‘oma en opa’ genoemd worden, maar ‘grootvader en grootmoeder’. Die afspraak hebben ze ook voor hun andere kleinkind. Ik vind die naamgeving een hele mond vol (het lukte mijn neefje pas om ‘grootmoeder’ te zeggen toen hij drie was) en hopeloos ouderwets. De enige reden die mijn moeder aanvoert is: ‘Dat vind ik gewoon leuk’. Ik vraag me af wie er eigenlijk bepaalt hoe mijn kind straks zijn grootouders noemt. Mijn kind? Ik? Mijn ouders? Of ik en mijn ouders samen? Kunt u hier uw licht over laten schijnen?

Omslachtige aanspreekvorm

Beste Omslachtige aanspreekvorm,

In principe bepalen mensen zelf hoe ze aangesproken willen worden. Binnen de grenzen van het redelijke althans. Ze kunnen geen absurde titels als ‘uw edele’ of ‘achtbare vrouwe’ voor zichzelf afkondigen. ‘Grootmoeder/ grootvader’ valt binnen redelijke grenzen, ook al worden die aanspreekvormen nauwelijks meer gebruikt. Het klinkt een beetje ouderwets, maar zo erg is dat ook weer niet natuurlijk. Bespreek het nog eens met uw moeder. Er zijn ook kortere woorden als ‘bomma, bompa’ die gebruikt worden als alternatief voor ‘oma en opa’. Misschien vindt uw moeder dat wel een leuke suggestie. Maar als ze vasthoudt aan ‘grootmoeder’, dan wordt het ‘grootmoeder’. Voor uw kind maakt het niet uit, want hij of zij went aan alles, ook aan drielettergrepige woorden.

Artikelen in Aanspreken en begroeten, Grootouders en kleinkinderen.


Opgescheept met erfstuk

Beste Beatrijs,

Een paar jaar geleden overleed een tante van mij. De familieleden mochten een aandenken uitzoeken uit het huis. Ik zocht een snuisterij uit. Er hing ook nog een groot, somber schilderij met een victoriaans portret dat niemand wilde. Mijn dochtertje was toen in een prinsessenfase en wilde het heel graag hebben. Toen ik het ding dan maar in de auto had geladen, onder het motto dat het altijd nog een keer weg kon, riep mijn nicht: ‘O wat fijn dat het in de familie blijft!’ Ik wist niet wat ik hiermee moest, want ik had de indruk dat ze juist blij was dat ze ervan af was. Betekent dit dat ik het eigenlijk in bruikleen heb en het niet kan wegdoen zonder haar te raadplegen? Het heeft verder geen financiële waarde.

Mag een erfstuk weg?

Beste Mag een erfstuk weg,

‘Fijn dat het in de familie blijft!’ is zo’n lichtelijk sentimentele hartenkreet die vaak klinkt bij het uitruimen van huizen en het verdelen van spullen. Nabestaanden vinden het nu eenmaal pijnlijk als de spulletjes van een geliefde overledene naar de kringloop of het grofvuil gaan. Dat wil niet zeggen dat ze al die spullen zelf zouden willen bezitten, want daar hebben ze helemaal geen ruimte voor. De uitroep van uw nicht hoeft u niet letterlijk te nemen. Ze deed geen uitspraak voor de eeuwigheid. Het is ook geen verborgen claim op het bewuste schilderij. Vanaf het moment dat uw dochter het kreeg met instemming van de hele familie, is het haar eigendom en mag zij ermee doen wat ze wil. Als ze erop uitgekeken raakt, mag ze het weggooien zonder overleg met de familie te plegen. Dat neemt niet weg dat zij (of u) te zijner tijd best aan uw nicht kunt aankondigen dat u op het punt staat om het weg te gooien en dat u voor alle zekerheid aan haar wil vragen of zij het niet toch nog wil hebben. Kleine moeite toch? En dan hoort u het wel. Hoogstwaarschijnlijk zegt ze nee.

Artikelen in Familie.

Gelabeld met .


Levenslange seks is geen pretje

En toen leefden ze nog lang en gelukkig. Doek, aftiteling, einde. Wat er vervolgens gebeurt is de moeite van het vermelden niet meer waard, en als het toneelstuk, de film of het boek na die romantische kus toch doorgaat, zal het geluk onherroepelijk aan flarden gaan. Zo ziet de literaire conventie eruit en bij mijn weten valt daar niet aan te tornen. Zelfs een low brow genre als de soap houdt zich aan deze regel. Geluk staat gelijk aan geen nieuws en geen nieuws is saai.

Ik was dan ook benieuwd naar het laatste boek van Gustaaf Peek, Godin, held, dat over levenslange liefde gaat. De recensenten waren erg enthousiast niet in de laatste plaats vanwege de originaliteit van het thema. Het verhaal speelt zich in omgekeerd chronologische volgorde af – per hoofdstuk worden de hoofdpersonen jonger. Ik had mijn bedenkingen hierover. Zo’n literaire ingreep is een paardenmiddel om een opgewekte afloop af te dwingen, omdat het begin van een relatie per definitie lichter en veelbelovender is dan het eind, wanneer mensen op de rand van het graf wankelen.

Van geluk valt sowieso weinig boeiends te verwachten en Godin, held slaagde er niet in mijn vooringenomenheid in dezen om te buigen. De gimmick van de omgekeerde chronologie werkte zelfs extra beklemmend, omdat het boek niet over levenslange liefde maar over levenslange seks bleek te gaan. Op ongeveer een derde van de roman had ik al zo veel seks achter de kiezen (de hoofdpersonen zijn dan van middelbare leeftijd) dat ik maar besloot om het boek van achteren naar voren te lezen. Hoe jonger de personages, hoe meer seks ik weliswaar kon verwachten, maar misschien zou het me dan minder tegenstaan. Maar het maakte niets uit. Eigenlijk is seks op elke leeftijd behoorlijk afstotend om over te lezen en helemaal wanneer de schrijver dialogen weergeeft à la:

Wat wil je, in mijn mondje?
Zo lekker, het is te lekker.
Volgende keer gaat het lukken. Ga je dan diep in me spuiten?
Ik had je net gewoon moeten nemen.
Te laat. Nu ben je weer van mij.
Nee, nee.
Ik wil je zaad voelen. Proeven. Kom maar. Kom maar.

Sorry. Het is niet mijn bedoeling om Gustaaf Peeks schrijftalent in diskrediet te brengen (al vraag ik me af welk stel dat samen in bed ligt of op de keukentafel hangt dit soort zinnetjes uit z’n mond kan krijgen zonder zich bespottelijk te voelen). Ik weet dat elke zorgvuldig gecomponeerde seksscène van Updike tot Wolkers, van Roth tot Giphart blindelings in aanmerking komt voor toekenning van de bad sex award. Er is geen kunst aan om een schrijver vast te nagelen op gênante seksbeschrijvingen. Dat ligt niet aan de schrijver, maar aan het onderwerp dat zich te veel op de vierkante centimeter afspeelt. Het is te klein, te benauwd, al snel snakt de lezer naar adem. Weg uit dit kleffe gesop tussen de zure lappen! Laten we het weer eens ergens anders over hebben.

Er wordt in boeken zelden of nooit alinea’s besteed aan de intens bevredigende sensatie die het eten van een smakelijke maaltijd geeft. Wel zijn er honderdduizenden kookboeken, waarin je kunt lezen hoe je een smakelijke maaltijd kunt maken. De voorbereidingen zijn blijkbaar interessanter om kennis van te nemen dan de gebeurtenis zelf. Zou het met seks niet ook zo liggen: dat alles erom heen eigenlijk interessanter is dan de seks zelf?

Maar ten diepste is het waarschijnlijk gewoon de kift van mij. Hoofdpersonen die met z’n tweetjes van de ene in de andere extase vallen sluiten de lezer uit met hun geluk. Het hele boek door had ik het gevoel dat ik als lezer te veel was. Er is niets zo ongastvrij voor derden als gelukkige seks.

Artikelen in Column.


De prijs van samenwonen

Beste Beatrijs,

Mijn vriend (24) en ik (20) hebben sinds drieënhalf jaar een serieuze relatie. Na zijn afstuderen elders in het land heeft hij een promotiebaan gekregen in de stad waar ik studeer. Hij heeft nu ook een huurhuis hier gevonden. Ik ben erg enthousiast dat hij eindelijk gaat verhuizen. Omdat hij niet direct een onderkomen kon regelen toen zijn baan begon, heeft hij anderhalve maand drie nachten in de week bij mij gelogeerd. Dit vond ik erg gezellig. Op aandringen van mij heeft hij wel huur voor die dagen betaald, wat hij eerst niet van plan was. We willen over een aantal maanden gaan samenwonen. Het huis moet worden ingericht (we schatten de kosten daarvan op ongeveer 2000 euro) en hij wil graag dat ik een bijdrage lever.

Ik heb wel enig spaargeld, maar veel minder dan hij en dat geld is eigenlijk bestemd voor onverhoedse studiekosten. Het gaat me te ver om helemaal niet bij te dragen, omdat het toch uiteindelijk ons thuis wordt. Wat is de norm?

Wat voor verdeelsleutel?

Beste Wat voor verdeelsleutel,

Er is geen norm. U kunt zo veel of zo weinig bijdragen als u zelf wil. Of helemaal niets. Dat lijkt me verreweg de beste optie. Anders gezegd: trek niet bij hem in! U bent te jong voor zo’n ingrijpende stap. 20 jaar is geen goede leeftijd om te gaan samenwonen. Uitstellen van de samenwoonbeslissing heeft als voordeel dat u en uw vriend de financiën apart houden en dat de verhouding zuiver blijft. Uw vriend gaat promoveren. Dat is geen vetpot, maar hij moet ervan kunnen leven. Hij zou uw financiële inbreng niet nodig moeten hebben om te kunnen wonen. Hij kan naar de kringloopwinkel gaan, als hij een eettafel nodig heeft. Uw spaargeld is bedoeld voor onverwachte studiekosten. Misschien wil u later een semester in het buitenland studeren. De aanschaf van een driezitsbank of een espressoapparaat lijkt op dit moment niet bepaald een topprioriteit. Als een samenwoonrelatie uitgaat (en houd er rekening mee dat heel veel relaties van jonge twintigers niet houdbaar blijken), geeft dit bovenop de emotionele sores veel extra gedoe om de financiële investeringen te ontwarren. Nog afgezien van aanspraak op de woonruimte zelf: wie is hoofdhuurder en wie komt er op straat te staan als de relatie ontspoort?

Waarom zou u nu al de verantwoordelijkheid van een gemeenschappelijke huishouding met alle risico’s van dien aangaan? Dit is de leeftijd om vlijtig te studeren, te leren om zelfstandig te leven en om plezier te hebben met vrienden en vriendinnen. De liefde kan prima in dit panorama worden ingepast – ieder vanuit zijn/haar eigen woonruimte.

Ik raad u aan om de huurgelden die u uw vriend hebt laten betalen aan hem terug te geven (een geliefde laten betalen voor achttien gezamenlijke nachten slaat nergens op) en de samenwoonplannen af te blazen. Een twintigjarige is te jong voor het gezapige leven van een getrouwd stel. Tegen de tijd dat u zelf ook afstudeert en een beginnetje maakt met financiële onafhankelijkheid, is het vroeg genoeg om samen te wonen, mocht de relatie dan nog steeds bloeien.

Artikelen in Liefde en relaties.

Gelabeld met .


Bemoeizuchtige senioren

Beste Beatrijs,

Soms word ik gek van de bemoeienis van voorbijgangers met mijn zoontje (drie jaar). Voorbeeld: na een lange dag op weg naar de auto was hij moe en hij moest op de parkeerplaats even huilen. Terwijl ik hem troostte, kregen we van twee passerende oudere echtparen ongevraagd commentaar. ‘Ik zie helemaal geen tranen hoor!’ riep een man en keek mijn zoontje enthousiast aan. En een andere vrouw vroeg: ‘Is hij ziek?’ Mijn zoontje ging hier alleen maar harder van huilen. Ik antwoordde niet al te vriendelijk: ‘Zulke opmerkingen helpen niet echt, meneer!’ Hoe kun je het beste reageren op oudere mensen die goedbedoelde opmerkingen maken op de verkeerde momenten?

Ongewenste inmenging

Beste Ongewenste inmenging,

Voorbijgangers (oud en jong) zouden zich op straat niet met andermans kinderen moeten bemoeien, maar het gebeurt altijd. Kleine kinderen roepen nu eenmaal een reflex van vertedering of bescherming op. Als mensen in het voorbijgaan opmerkingen maken die u niet bevallen of menen ergens in te moeten interveniëren, kunt u het beste doen alsof u niets gehoord hebt. Straal negeren dus. Richt men het woord rechtstreeks tot u, dan poeiert u hen af door ‘Niks aan de hand, hoor!’ te zeggen of ‘Geen probleem, alles onder controle!’ Vervolgens tilt u uw kind op of voert het met u mee en wegwezen maar.

Artikelen in Het publieke domein, Kinderopvoeding.

Gelabeld met .


Gelijkheid in de vriendschap

Beste Beatrijs,

Sinds geruime tijd heb ik (man, hetero) een vriend die ik regelmatig via Skype spreek en af en toe spreken we ook af in een café. We zijn nog nooit bij elkaar thuis geweest. Onlangs zei hij dat zijn huwelijk al jaren slecht was: hij en zijn vrouw zijn uit elkaar gegroeid, ze spreken weinig met elkaar en voeren een soort oorlog zonder woorden. Hij zei dat het beter was dat ik niet bij hem thuis zou komen. Ik heb gezegd dit te zullen respecteren. Ik ken zijn vrouw in het geheel niet. Enigszins ontstemd ben ik wel. Met zijn echtelijke twisten heb ik niets te maken en waarom zou zijn vrouw zich aan mij moeten storen?

Sinds deze ontboezeming heb ik hier niet meer met hem over gesproken. Ik deins er nu voor terug om deze vriend bij mij thuis uit te nodigen, want gelijkheid in vriendschappen staat bij mij hoog in het vaandel. Zie ik dit goed of moet ik juist rekening houden met zijn situatie?

Bang voor eenzijdigheid

Beste Bang voor eenzijdigheid,

Gelijkheid is een groot goed in de vriendschap, maar als uw vriend in staat van zwijgende oorlog met zijn vrouw verkeert, kunt u niet verwachten dat hij u bij hem thuis uitnodigt. Dat kan nooit een leuke avond worden. Een stel dat vrienden thuis ontvangt moet in harmonie met elkaar leven, anders wordt zo’n bezoekje een bezoeking. Stelt u het zich eens voor: u gaat voor de gezelligheid bij uw vriend langs, en intussen zit z’n vrouw vijandig te zwijgen of deelt ze steken onder water naar haar man uit. Aan zo’n situatie beleeft niemand lol.

Het is nogal logisch dat uw vriend het u niet wil aandoen om zijn verziekte huisatmosfeer te betreden. Dat betekent niet dat uw huis ook taboe is. Als het u leuk lijkt om hem te ontvangen, dan nodigt u hem uit na overleg met uw vrouw (als u die hebt). U kunt ook de vriendschap op de oude voet via Skype en in openbare gelegenheden voortzetten. De persoonlijke omstandigheden van uw vriend in zijn huwelijk hoeven uw vriendschap verder niet in de weg te zitten.

Artikelen in Vrienden en kennissen.


Verbeter het onderwijs, organiseer een grabbelton

Van januari tot juni 2015 wordt er onder de vlag ‘Onderwijs2032’ een nationale brainstorm gehouden, heeft staatssecretaris Sander Dekker aangekondigd. De bedoeling hiervan is om de kinderen die nu geboren worden en tegen die tijd achttien jaar zijn optimaal uit te rusten met de kennis en vaardigheden die de 21ste eeuw vereist. Wat voor vakken moeten er in het basisonderwijs en op de middelbare school?

Iedereen mag meepraten op de gelijknamige website: leraren, didactici, ouders, leerlingen, politici en de mensen in de straat. Onderwijs is een fijn onderwerp, want iedereen ziet zichzelf als deskundige, al was het maar omdat hij op enig moment in zijn leven zelf onderwijs heeft genoten. Bij een brainstorm draait het om inventarisatie en is het verboden om elkaars ideeën af te knallen. ‘De wereld draait door’ gaf alvast een voorproefje van de discussie. Aan tafel zat een boswachter die het heel belangrijk vond dat kinderen erop uit trokken de natuur in. Iemand anders had persoonlijk veel baat ondervonden bij mindfulness-training en meende dat het onderwijs daar een plaatsje voor moest inruimen. Halina Reijn wees op het belang van theatrale vorming. Verder kwam iemand met het voorstel om het onlangs afgeschafte vak Algemene natuurwetenschap te herinvoeren met een nieuw label ‘Big history’ en wees weer een ander op de noodzaak om te leren programmeren op de basisschool. Op elk ideetje, rijp en groen, reageerde de staatssecretaris even welwillend, behalve dan op de suggestie om Latijn af te schaffen (hij wil geen ruzie met de gymnasia).

Nooit een gebrek aan ideetjes om het onderwijs verder op te tuigen.

Vijf mensen die zich met de discussie bemoeiden en even zo veel partis pris in de etalage. Kun je nagaan hoe het plaatje eruit ziet over een half jaar als de natie klaar is met brainstormen. Hoe kan uit zo’n grabbelton ooit een helder, nieuw concept worden gedestilleerd? En dat terwijl nog maar vijf jaar geleden de slotconclusie van het rapport Deysselbloem luidde dat het onderwijs na alle herstructurering die het mislukte ‘nieuwe leren’ met zich mee had gebracht voorlopig met rust gelaten zou worden. Het kost elke dag de grootste moeite om elementaire onderwijsdoelen te bereiken, maar er bestaat nooit een gebrek aan ideetjes om het onderwijs verder op te tuigen. Het ís ook aantrekkelijker om blauwdrukken te ontwerpen voor een schitterende toekomst dan om de actuele taak van vandaag zo goed mogelijk op te knappen.

In mijn lagereschooltijd had ik het vak handwerken. Een echt vak met rapportcijfers, geen vrije keus dingetje. Ik leerde breien, haken, naaien en borduren. Heel goed kon ik het niet, veel aardigheid had ik er ook niet in, maar toch – ik heb later nog wel eens zelf een trui gebreid, met hulp van een tante met naaimachine een jurkje gemaakt, en ik ben in staat eenvoudige kledingreparaties uit te voeren. Die technieken kwamen in de jaren zestig nog van pas in het dagelijkse leven en twintig jaar later niet meer, omdat kleren maken en herstellen wordt uitbesteed. Handwerken is veranderd van nuttige vaardigheid in artistieke hobby. Als ze in de jaren zestig wat meer oog hadden gehad voor hoe het leven er achttien jaar later zou uitzien, had ik geen breien of borduren geleerd, maar tie-dye T-shirts leren vervaardigen of macramé. Inzoomen op het verleden had tot een vak ‘spinnen en weven’ kunnen leiden.

Het maakt natuurlijk niet uit. Het doet er niet toe waarvoor de vingertjes worden ingezet, het gaat er om dat handvaardigheid als zodanig wordt ontwikkeld. Hetzelfde geldt op cognitief gebied. De basisvaardigheden lezen, schrijven en rekenen kennen al naar gelang de tijdgeest oneindig veel toepassingsmogelijkheden. Maar wat er over achttien jaar relevant zal zijn is onvoorspelbaar. Op elk moment van de geschiedenis staat iedereen met zijn rug naar de toekomst gekeerd.

Artikelen in Column.


Oma’s nieuwe liefde

Beste Beatrijs,

Een vriendin van mij, weduwe sinds vijf jaar, heeft zich altijd sterk ingezet voor haar kinderen en kleinkinderen. Sinds enkele maanden heeft zij een nieuwe vriend. Haar kinderen, alle drie boven de 40 jaar, zijn niet blij met een nieuwe relatie van hun moeder. Dat geeft stress in de omgang. Ze willen niet komen als hij bij haar thuis is en ze willen hem ook niet toelaten in de familiekring. Haar vriend is hierdoor beledigd en ontmoedigd. Samen zijn ze heel gelukkig en zien deze nieuwe liefde als een geschenk dat door de opstelling van de kinderen bedorven wordt. Het lijkt wel alsof de kinderen hun moeder het geluk misgunnen. Hoe kan mijn vriendin dit oplossen?

Afgewezen door kinderen

Beste Afgewezen door kinderen,

Volwassen kinderen hebben wel vaker moeite met een nieuwe liefde van hun gescheiden of verweduwde ouders. Meestal wennen ze er wel aan na verloop van tijd. Deze nieuwe relatie is tamelijk recent. De moeder zou haar kinderen wat meer tijd kunnen gunnen. Als de antipathie aanhoudt, moet moeder uitzoeken wat er precies aan de hand is. Daarvoor moet ze in gesprek gaan. Niet met alle drie de kinderen tegelijk, maar met één van hen, en wel degene met wie ze het beste kan praten over de dingen van het leven, of met degene die het minst vijandig staat tegenover nieuwe vriend. Dat nieuwe vriend niet bij dat gesprek aanwezig moet zijn spreekt vanzelf. Het gesprek moet onder vier ogen gevoerd worden.

Aan die zoon of dochter vraagt ze wat precies de bezwaren zijn. Grootste kans dat het geld is. Kinderen zijn bang dat moeder opnieuw gaat trouwen in gemeenschap van goederen en dat als zij overlijdt de erfenis naar nieuwe echtgenoot gaat. Moeder zou die angst kunnen temperen door te zeggen dat er geen huwelijk wordt overwogen of, als ze wel gaan trouwen, dat dat op huwelijkse voorwaarden zal zijn, waardoor de erfenis voor de kinderen behouden zal blijven. Er zijn ook andere bezwaren van kinderen mogelijk: ze vinden moeder te oud voor een nieuwe liefde, te oud voor seks, ze willen moeder voor zichzelf of ze zijn bang dat oma geen tijd meer heeft voor de kleinkinderen. In dat geval kan moeder uitleggen dat een mens nooit te oud voor de liefde is en dat het een beetje raar is dat kinderen liever willen dat hun moeder zonder relatie eenzaam in haar huis zit dan dat ze een leuke vriend heeft om haar leven mee te delen.

Tenslotte kunnen de kinderen persoonlijke bezwaren hebben: ze vinden de nieuwe vriend een onaangenaam type of te dominant of een gluiperd of ze vinden dat moeder omgaat met iemand beneden haar stand. Tal van aversies zijn mogelijk. Belangrijk is dat uw vriendin boven water krijgt wat precies het probleem van de kinderen met haar nieuwe vriend is. Pas wanneer er duidelijkheid is, kan er worden gewerkt aan harmonisering van de verhoudingen. Als de hierboven vermelde opties worden ontkend, is er niks aan de hand en dan moeten de kinderen ophouden met kinderachtig doen.

Artikelen in Liefde en relaties, Ouders en volwassen kinderen.

Gelabeld met , .