Spring naar inhoud


De adviesrubriek ‘Moderne manieren’ gaat over etiquette en verschijnt iedere zaterdag in het dagblad Trouw (bijlage ‘tijd’), maar ook direct op Internet: zie Beatrijs in Trouw. Lees daar haar nieuwste bijdrage. Daarna komen alle problemen op deze website terecht.

Hebt u zelf een vraag over (in)correct gedrag van uzelf of anderen, dan kunt u die insturen via beste@beatrijs.com. U krijgt vrijwel altijd persoonlijk antwoord, en uw vraag kan gebruikt worden voor anonieme publicatie in het dagblad Trouw en op deze website, tenzij u er expliciet bezwaar tegen maakt.

Nu ook te volgen op Twitter! @BeatrijsRitsema

Artikelen in Etiquette.


Zes dementen op een zaal is gewoon een huiskamer

Er is weinig zo tricky als het voeren van een discussie over het verzorgen van demente bejaarden. Kinderarbeid is net zoiets. Iedereen vindt vanzelfsprekend dat dementen goede zorg moeten krijgen en dat kinderarbeid wereldwijd verboden moet worden. Wie deze overtuigingen uitdraagt bevindt zich in het goede kamp en krijgt alle sympathie van het publiek. Degene die het waagt om enige kanttekeningen bij het algemene principe te plaatsen krijgt onvermijdelijk de schurkenrol toebedeeld en verliest bij voorbaat de discussie.

Alleen al vanwege dit mechanisme verdient Heleen Dupuis een compliment voor de moed die ze opbracht om bij Pauw op tv in het hol van de leeuw plaats te nemen. Bij deze uitzending op 5 november werd doorgeborduurd op de misstanden in het Haagse verpleeghuis, waar de moeder van staatssecretaris Martin van Rijn haar laatste kommervolle jaren slijt. Het optreden van de staatssecretaris de dag daarvoor bij Pauw was pijnlijk geweest vanwege zijn persoonlijke betrokkenheid en zwak omdat hij zich verschool achter politieke frases. Hij kon moeilijk anders, maar toch.

Heleen Dupuis zat daar als lid van de Raad van toezicht van die bewuste Haagse verpleeginrichting, in de rol van aangeklaagde dus, en had aangekondigd dat ze alleen haar visie op een en ander wilde geven en niet in discussie wilde gaan, omdat dat toch op welles-nietes zou uitdraaien. Maar natuurlijk was dat precies wat er gebeurde. De andere gasten die voor het onderwerp waren uitgenodigd, inclusief Pauw, konden het bloed van de vijand wel drinken. Toen Dupuis de afwezigheid van verplegend personeel aanmerkte als incidenteel niet structureel, concludeerde Pauw: ‘O, dus u vindt de klagers leugenaars?’ Kortom zij dolf geheel voorspelbaar het onderspit.

De toon was al gezet door de tweet van Wouke van Scherrenberg: ‘Zes demente mensen op 1 zaal! Kon de staatsecretaris niks beters vinden voor zijn moeder?’ Ja, knikt iedereen, ’t is een schande hoe die grootschalige instellingen winst maken door te beknibbelen op personeel, terwijl de dementen ongesuperviseerd in hun urine soppen. Er worden beelden opgeroepen, waartegen geen verweer mogelijk is. Instelling voor dementen maken altijd een vreselijke indruk op wie er een kijkje komt nemen en voor partners of familieleden van ingezetenen is het nog veel erger om aan te zien dat er voortdurend dingen mis gaan. Anderzijds: zes dementen op een zaal is gewoon een huiskamer, hoor. Een imitatie van een huiselijke omgeving en kleinschalig bovendien. Wat doet het ertoe dat er twintig of vijftig van die huiskamers onder de paraplu van een en dezelfde zorginstelling zitten? De zorgstructuur bestaat nog steeds uit één verpleegkracht op zes patiënten.

De chaos van thuis zet zich onontkoombaar voort in de instelling.

Je kunt je afvragen of dit niet te schraal is en of het niet veeleer twee verpleegkrachten op zes patiënten zou moeten zijn. Hoe meer supervisie, hoe meer personeel, hoe minder spijtige incidenten met pis en poep. Het beste zou natuurlijk zijn: één op één zorg oftewel precies de 24-uurs mantelzorg die veel partners van dementerenden jarenlang thuis uitvoeren, totdat ze de chaos en de ontwrichting van hun eigen leven niet meer aan kunnen en hun geliefde laten opnemen.

Dat wegbrengen of wegdoen, waarvan sommige mantelzorgers zichzelf betichten, is niet speciaal voordelig voor de patiënt. In plaats van één op één zorg van een vertrouwd (zo lang als dat duurt tenminste) persoon krijgt hij/zij te maken met diverse, roulerende professionals. Die allemaal hun best doen en reuze toegewijd zijn – anders ga je die branche niet in – maar ja, er zijn nog meer patiënten à 80.000 euro per jaar. De chaos van thuis zet zich onontkoombaar voort in de instelling. Het kost onnoemelijk veel inzet om die chaos om te turnen in rust, reinheid en regelmaat, en liefst ook nog een beetje gezelligheid. Het is makkelijk schande roepen, als die herculische opdracht mislukt.

Artikelen in Column.


Wie lijdt het meest?

Beste Beatrijs,

Sinds het veel te jong overlijden van mijn echtgenoot, probeer ik het als weduwe te redden met onze twee jonge kinderen. Hoewel ik niet heel dol ben op mijn schoonfamilie, doe ik mijn best om met hen een redelijke relatie te onderhouden. Dit met het oog op mijn kinderen, die graag met hun neefjes en nichtjes spelen en later misschien bij mijn schoonfamilie terecht kunnen met vragen over de jeugd van hun vader. Nu hebben mijn schoonouders de gewoonte om per bezoek of telefoongesprek minstens één keer de volgende opmerking te plaatsen: ‘Een kind verliezen is het ergste wat er is’. Vaak halen zij anderen aan die dit tegen hen gezegd hebben. Dit snijdt mij telkens door de ziel. Het liefst zou ik uit willen schreeuwen: ‘O ja? Jong je partner verliezen of je vader verliezen is toch onnoemelijk veel erger!’

Ik begrijp dat verdriet niet te vergelijken is en dat de toch al broze verhouding niet gebaat zou zijn bij zo’n uitbarsting, dus slik ik steeds mijn ergernis in. Toch zou ik heel erg graag een einde maken aan deze voor mij en mijn kinderen kwetsende uitspraken. Hoe kan ik dit het beste aanpakken?

Leed boven leed

Beste Leed boven leed,

Verdriet vergelijken is nooit een goed idee, omdat zo’n wedstrijd ‘wie is het zwaarst getroffen?’ geen winnaars kan opleveren. Zo’n overwinning is per definitie een Pyrrhusoverwinning. Iedereen lijdt natuurlijk onder het verlies van man en vader (uw gezin) en van zoon en broer (de schoonfamilie) en het heeft weinig zin elkaars verdriet langs de meetlat te leggen. Maar uw schoonouders tonen wel heel weinig empathie door steeds maar het zinnetje ‘Een kind verliezen is het ergste wat er is’ tegenover u te herhalen. Ik kan me goed voorstellen dat u daar witheet van wordt.

Als het een enkele keer was voorgekomen, zou stilzwijgend laten passeren de beste reactie zijn geweest, maar u schrijft dat het een mantra is geworden. Een correctie op dit zwelgen in slachtofferschap lijkt me dan ook op z’n plaats. Zeg bij de volgende keer dat zij dit cliché ten beste te geven: ‘Voor ons als gezin is het anders ook heel erg om (naam van uw man) te verliezen.’ Schiet vooral niet uit uw slof, zeg het rustig, bijna verontschuldigend, maar zég het wel en blijf het zeggen elke keer als het gevreesde zinnetje wordt gedebiteerd. Dan houden ze er wel mee op.

Artikelen in Dood en begrafenis, Schoonfamilie.

Gelabeld met , .


Pakjes voor de buren aannemen

Beste Beatrijs,

Als thuiswerker krijg ik vaak de postbode aan de deur met de vraag of ik een pakje wil aannemen voor buren die niet thuis zijn. Niet alleen voor mijn directe buren, maar ook voor allerlei anderen die in de straat wonen. Iedereen is hier nogal uithuizig. De postbode belt meestal net als mijn zoontje een middagslaapje doet. ’s Avonds bellen de buren aan om hun postpakketten op te halen. Mijn man komt pas laat thuis. Als ik bezig ben mijn kind naar bed te brengen en de deur niet open doe, bellen ze later op de avond nog een keer aan. Zoontje is geen makkelijke slaper en wordt wakker van de deurbel. Het lijkt wel of ik steeds vaker postpakketten moet aannemen, bijna dagelijks gaat de bel. Hoe kom ik hier op een elegante manier van af?

Ongewild distributiecentrum

Beste Ongewild distributiecentrum,

Een van de nadelen van het thuis werken is dat je regelmatig gestoord wordt door colporteurs, collectanten en de postbode die iets wil afleveren dat niet door de brievenbus van de buren gaat. De meeste thuiswerkers nemen de pakketten braaf aan (op voorwaarde dat de bezorger een briefje bij de buren in de bus doet – anders kan de in-ontvangstnemer op zijn beurt de buren weer achterna lopen), omdat het, nu ja, ook weer niet zó veel moeite is. Maar u hebt een kind dat toevallig een slechte slaper is en de deurbel werkt ontregelend. Houd er dan mee op en neem de pakjes niet meer aan. Zeg tegen de bezorgers dat u helaas geen pakketpost voor buren kunt accepteren. Uitleg is niet nodig, u hoeft zichzelf niet tegen de postbode te rechtvaardigen. Of u doet gewoon niet open – dat kan ook. De bezorger gaat dan op zoek naar een andere afleveradres of neemt de pakjes weer meer terug. Vaak fungeert de buurtsupermarkt als inzamel- en ophaalpunt voor pakketten.

Artikelen in Buren, Post.

Gelabeld met .


Borden opscheppen, in de keuken of aan tafel?

Beste Beatrijs,

Moet je, als je mensen voor het eten hebt uitgenodigd, het eten in schalen op tafel zetten of per bord opdienen zoals in een restaurant? Zelf vind ik het meestal wel logisch om een voorgerecht op individuele bordjes op te dienen, omdat het gerecht zich daar nu eenmaal toe leent. Bij de hoofdmaaltijd ben ik geneigd om de onderdelen op tafel te zetten in verschillende schalen, waarvan iedereen zichzelf kan bedienen. Dat vind ik minder afgemeten en ook praktischer. Mijn schoonmoeder zei laatst dat schalen ‘burgerlijk’ zijn. Is dat zo? Het is niet heel belangrijk, maar ik vind het leuk om te weten, omdat ik graag werk maak van het eten en omdat ik het graag goed wil doen en burgerlijk zijn wil ik niet.

Plate service of zelfbediening?

Beste Plate service of zelfbediening,

Schalen op tafel bij een etentje zijn in het geheel niet burgerlijk. ‘Burgerlijk’ is trouwens een besmet woord dat maar beter kan worden vermeden. Alleen mensen die zich boven anderen verheven voelen nemen dit beladen woord in de mond om zich tegen diegenen af te zetten – maar dit terzijde.

Plate service hoort bij restaurants, waar mensen individuele gerechten bestellen. Bij etentjes in de huiselijke kring eet iedereen hetzelfde. De maaltijd wordt gedeeld. Het eten opdienen in schalen onderstreept het idee dat de maaltijd een gemeenschappelijke onderneming is. De gerechten staan op tafel, de schalen gaan rond en iedereen kan op zijn bord laden wat hij wil en hoeveel hij wil. Schalen op tafel geven eters de vrijheid om iets te laten passeren, waar ze niet zo dol op zijn, of om wat minder te nemen dan wat hun rechtmatig toekomt (niet méér dan dat natuurlijk – eters moeten wel in de gaten houden dat er voor de anderen genoeg resteert). Aldus blijft er meestal wel wat over voor een tweede ronde, en kan de gastvrouw/heer disgenoten aansporen zich nog eens te bedienen. Gemeenschappelijkheid is een belangrijke functie van een etentje, dus commercieel getinte plate service is niet aan de orde, tenzij het gaat over van tevoren kunstig opgemaakte voor- of nagerechten.

Artikelen in Eten en drinken.

Gelabeld met .


Aan excuses heb je eigenlijk niks

‘Sorry’ heeft een hoge gebruikersfrequentie. Beleefde mensen strooien er volop mee rond, achteloos, zoals roos die op schouders neerdwarrelt. ‘Sorry’, als je vluchtig langs een ander strijkt in een volle tram, als je iemands aandacht wil trekken, als je tegen iemand op botst, als je iets uit je handen laat vallen. Een grappige variant is ‘Sorry’ wanneer iemand ánders tegen je aanloopt met z’n winkelkarretje. Het klinkt merkwaardig om een excuus te ventileren voor ongerief dat je ondergaat, maar dit is geen persoonlijke verontschuldiging meer. Deze vorm van sorry is een algemene onderkenning van het feit dat er even ergens iets mis is gegaan en tegelijk is het de efficiëntste manier om de hobbel te passeren. Sorry voor dit, sorry voor dat versoepelt ontegenzeggelijk het menselijk verkeer, ook omdat het onder het mom van nederigheid de nodige afstand schept.

Dit geldt voor de kleine oneffenheden: gemorste wijn op kleding, gebroken vaasjes, blikschade. Naarmate er meer op het spel staat, fungeert het woord des te sterker als een clusterbom die in je gezicht kan ontploffen. In de ziekenhuiswereld is het notoir lastig voor slachtoffers om iemand excuses te ontfutselen. Chirurg zet patiënt verkeerde been af, bevalling leidt tot dode boreling, patiënt krijgt verkeerde dosis medicatie toegediend – de schade voor slachtoffers of nabestaanden is enorm. Er volgen schadeclaims, het medisch tuchtrecht komt er aan te pas, slepende procedures waar klagers zich in vastbijten, terwijl die escalatie voorkomen had kunnen worden als verantwoordelijken een oprecht ‘sorry’ over hun lippen hadden kunnen krijgen (maar dat doen ze niet, want daarmee zouden ze schuld bekennen).

Dit verhaal over slachtoffers die vergeefs smachten naar excuses, daar allang tevreden mee zouden zijn en bijgevolg zouden ophouden met de claims hoor je vaak. En ik geloof er niets van. Niet omdat ik de slachtoffers beschouw als geldwolven die uit zo’n zaak de boter willen braden, maar omdat ik vergaande twijfel heb over de waarde van een excuus na extreme schade. Zowel bij onopzettelijk als bij intentioneel handelen. De serieusheid van de schade overschaduwt de intenties.

Elk excuus staat per definitie in het teken van de zelfrechtvaardiging.

In geval van vreselijke medische fouten mag je ervan uitgaan dat een en ander niet de bedoeling was. Dat de schade een gevolg was van onoplettendheid, verkeerde communicatie een computerfoutje of wat dan ook. Elk uitgesproken ‘sorry’ kan niets anders zijn dan de constatering van het blote feit dat er iets helemaal mis is gegaan. Zou ik als slachtoffer blij zijn met dit ‘sorry’? Nee, want het lijkt me nogal wiedes dat er sprake is van een spijtige en betreurenswaardige gang van zaken. En aan de oprechte tranen van een chirurg zou ik ook geen behoefte hebben, want het zou vreemd zijn als die man níet de haren uit z’n hoofd trok van spijt en schuldgevoel.

Scheidend president van de Hoge Raad, Geert Corstens, meent dat verdachten in een strafzaak sorry moeten kunnen zeggen tegen slachtoffers of nabestaanden zonder dat zo’n excuus in juridische zin schuld impliceert. Volgens hem vergroot dat de kans op verzoening tussen de partijen. Alweer: ik geloof er niets van. Een dronken automobilist rijdt je kind dood. Een tasjesrover werkt je oude moeder tegen de vlakte die in coma belandt. Een overvaller berooft je met een mes. Al die lui worden gepakt, komen tot inkeer en zeggen sorry. Wat moeten slachtoffers daarmee? Of ze oprecht zijn of leugenachtig interesseert me helemaal niet, omdat elk excuus per definitie in het teken van de zelfrechtvaardiging staat: ‘sorry, slechte jeugd, verkeerde keuze, te veel alcohol gedronken, had het nooit moeten doen, begrijp je pijn, werd meegetrokken door mijn vrienden, gedroeg me als een klootzak, was mezelf niet.’ Het zal wel. Weg met die lui uit mijn leven. Aan excuses heb je alleen iets als het om iets onnozels gaat. Alleen dan worden ze ruimhartig verstrekt en aanvaard.

Artikelen in Column.


Wat te doen op een netwerkborrel?

Beste Beatrijs,

Tijdens mijn opleiding en daarna heb ik nooit deelgenomen aan het verenigingsleven. Ik heb geen ervaring met functioneren in een grotere groep. Nu ben ik op mijn 50ste lid geworden van een politieke partij met de bedoeling mensen te ontmoeten (mijn sociale kring is niet heel groot) en een steentje bij te dragen aan de totstandkoming en verspreiding van het gedachtegoed. Als je actief wilt zijn in de partij is het handig veel bijeenkomsten te bezoeken. Na afloop wordt er vaak nagepraat met een drankje en daar weet ik mij geen raad mee. Hoe gaat dat financieel? Ik wil bij niemand in het krijt staan, maar snel iemand een biertje in de hand duwen om gelijk te staan is ook erg geforceerd. Het geld groeit me niet op de rug en ik wil niet elke keer rondjes geven.

Gespreksonderwerpen willen me ook niet altijd snel genoeg te binnen schieten en dus ben ik geneigd iets dringends thuis voor te wenden en te vertrekken. Maar het lijkt me niet goed iedere keer snel weg te hollen. Hoe pak ik dit aan?

Bang voor de borrel

Beste Bang voor de borrel,

Het is inderdaad niet goed om na elke bijeenkomst snel naar huis te vluchten. Dan leert u nooit iemand kennen. Blijf wat rondhangen bij de nazit en begin met luisteren. U zit in een club van gelijkgestemden, dus niemand zal u wegkijken. De gespreksonderwerpen dienen zich vanzelf aan, omdat er net vergaderd is en dat levert altijd gespreksstof op. Politieke partijgenoten hebben altijd iets inhoudelijks om over van gedachten te wisselen, want ze hebben gemeenschappelijke doelen om na te streven. Meningsverschillen zijn er ook meer dan genoeg. Bij dit soort achteraf (netwerk)borrels, vinden gesprekken doorgaans plaats in kleine groepjes (drie, vier, vijf mensen) en minder vaak in duovorm. Het is helemaal niet nodig dat u in een groepje een thema aansnijdt. Dat doen de anderen wel. Dat gebeurt vanzelf. Stel vragen. Luister naar wat anderen te zeggen hebben en dwing uzelf om af en toe ook een duit in het zakje te doen. Anderen onderbreken mag. Accepteer een drankje, als u dat krijgt aangeboden. Als u zelf weinig geld hebt, doet u gewoon heel lang over uw drankje en een tweede slaat u af. Op z’n tijd kunt u zelf ook eens wat weggeven – dat hoeft niet elke keer.

In een tweegesprek kunt u, net als in een groep, om te beginnen reflecteren op wat er zich zojuist bij de vergadering heeft afgespeeld. U geeft commentaar, u geeft voorbeelden vanuit uw eigen ervaring, u vraagt hoe de ander erover denkt. Als dit inhoudelijke gesprek afloopt, en u weet niets te zeggen, kunt u altijd algemene vragen stellen aan de ander: waar woon je? wat voor werk doe je? heb je een gezin? hoe lang zit je al bij de partij? Van het een komt vanzelf het ander.

Artikelen in Scholen en verenigingen, Zakelijke relaties.

Gelabeld met , .


Meerijden blijkt niet gratis

Beste Beatrijs,

Een kennis van mij vroeg of ik met haar in de auto wilde meerijden naar een verjaardag, waarvoor we waren uitgenodigd. Ik vond het aardig van haar en ging graag op het aanbod in. Het ging om een ritje van ongeveer zes kilometer. Zo gezegd, zo gedaan en na de terugrit heb ik haar hartelijk bedankt. Later kwam ik haar weer tegen in de buurt en vroeg ze om vijf euro voor de benzinekosten. Ik vond dat vreemd. Zelf betaal ik regelmatig voor haar een drankje bij activiteiten die wij samen ondernemen. Moet ik haar hier op aanspreken en onze vriendschap op het spel zetten of maar gewoon betalen?

Een onverwachte rekening

Beste Een onverwachte rekening,

Met een vriend(in) meerijden in de auto voor een uitje valt normaal gesproken onder vriendendiensten die niet worden afgerekend. Als de chauffeur toch geld wil zien, dan moet dit van tevoren worden medegedeeld: ‘Je kan met me meerijden, als je wil, maar ik wil wel graag een bijdrage voor de benzine.’ Omdat er gewoonlijk geen geld aan te pas komt, als iemand incidenteel van een ander een lift krijgt aangeboden, is het heel onaangenaam om achteraf een rekening gepresenteerd te krijgen. Wanneer er van tevoren sprake is van een tarief, kunnen meerijders beslissen of ze wel of niet van het aanbod gebruik willen maken – bij een eis achteraf kan dat niet meer. In dit geval zit er weinig anders op dan te betalen, maar u kunt wel tegen uw vriendin zeggen dat u het prettiger had gevonden als zij van tevoren haar prijs had genoemd. U geeft haar dus haar zin en koopt haar af, maar uw correctie spreekt boekdelen: deze vriendschap is voorbij. In het vervolg houdt u afstand.

Artikelen in Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , .


Vriend mag bijna nooit blijven slapen

Beste Beatrijs,

Ik ben een studente van 19 jaar, en ik studeer in de stad waar ook mijn ouders wonen. Omdat ik weinig budget heb, woon ik nog thuis. Mijn vriend, met wie ik sinds een jaar een relatie heb, studeert in dezelfde stad en woont ook bij zijn ouders, ongeveer twee uur reizen hiervandaan. Nu zijn mijn ouders bang dat hij ons huis als een soort hotel gaat gebruiken. Ze hebben daarom de regel ingesteld dat hij maximaal eenmaal per maand mag blijven slapen (en alleen in een weekend), en ook maximaal een keer per maand mag blijven eten. Ze weigeren eerst even aan te kijken hoe het zonder deze regel zou gaan. Ik voel me hier zeker ook tegenover mijn vriend erg vervelend over, temeer omdat ik bij hem thuis altijd met open armen ben ontvangen. Hoe kan ik hier het beste mee omgaan?

Logeerrestricties

Beste Logeerrestricties,

Waarschijnlijk hebben uw ouders er bezwaar tegen dat jullie relatie onder hun dak wordt uitgeleefd. Er zijn wel meer ouders die er moeite mee hebben als hun thuiswonende kinderen steeds vriendjes/ vriendinnetjes laten overnachten, omdat ze geen zin hebben om op elk uur van de dag of nacht een niet-gezinslid in huis tegen het lijf te lopen. Dat tast hun privacy aan.

Vraag uw ouders hoe het zit en waarom ze uw vriend zo veel mogelijk buiten de deur willen houden. Is het privacy? Is het geld? Vinden ze u te jong? Vervolgens kunt u hun bezwaren ontmantelen en een hogere overnachtingsfrequentie bepleiten. Onderhandelen over vrijheden behoort toch tot het standaardrepertoire van tieners?

Al met al is het natuurlijk verreweg het simpelste als uw vriend of uzelf of allebei enige haast maken met het zoeken van een kamer – niet om samen te wonen (dat vooral niet!) maar om een zelfstandig studentenleven te leiden. Dat is duurder dan thuis te blijven rondhangen, maar de vrijheid om zonder ouderlijke bemoeienis te kunnen ontvangen wie je wil is heel wat waard. Dan maar een hogere studielening, zou ik zeggen.

Artikelen in Liefde en relaties, Ouders en volwassen kinderen.

Gelabeld met .


De goede, oude tijden waren verschrikkelijk

De Auvergne is een van de meest onderkomen en armste regio’s van Frankrijk. Vulkanisch gebied, onherbergzaam, dun bevolkt. Al eeuwen lang staat de Auvergnois voor het spreekwoordelijke boertje van buten, waar de rest van het land een beetje lacherig op neerkijkt, zeker die lui uit Parijs. Wie daar vandaan komt stamt eigenlijk uit de Middeleeuwen. Hoewel ze er heerlijke Cantal kaas hebben, kan ik goed begrijpen dat wie daar geboren wordt zo snel mogelijk weg wil, want er is verder niks te doen.

Er zijn ook mensen die er juist naar toe gaan. Niet alleen toeristische passanten die uit zijn op een authentieke ‘La France profonde’ ervaring, maar immigranten die zich metterwoon vestigen. Voor een habbekrats kun je er een stuk land met een ruïne krijgen. In de NPO-serie Holland.doc keek ik naar de film ‘Paradis’ over Sander en Marie-José uit Nijmegen, veertigers, die hun autarkische droom in de Auvergne meenden te kunnen waarmaken. Nu ja, hún droom? Zo te zien ging het vooral om de levensvervulling van de man, een overlevingsproject waar heel veel gesjouw met stenen aan te pas kwam en waar de vrouw zich maar bij had aangesloten omdat ze verder niks beters te doen had in haar leven. Ze bungelde er een beetje bij en zat te klagen over ‘te weinig tijd en ruimte voor zichzelf’. Het was niet eens duidelijk of die twee eigenlijk wel een stel waren, zo weinig uitwisseling en reflectie vond er tussen hen plaats.

Zo’n Robinson Crusoe onderneming intrigeert mij, omdat ik me afvraag wat er precies wordt nagejaagd. Voor de vrouw zal het avontuur wel in het teken van een inmiddels verzuurde liefde hebben gestaan, maar de man had wel degelijk een plan, waar ik graag meer van had willen weten. Jammer genoeg kwam hij nauwelijks aan het woord en voordat ik het wist was de film alweer afgelopen. Gemiste kans.

Adam en Eva in het paradijs: een claustrofobische hel.

Toch liet de klacht van de vrouw over te weinig privacy goed zien waarom elke poging tot een autarkisch leven tot mislukking gedoemd is. Niet omdat het zwaar en vervelend is om stenen te verplaatsen, schapen te villen en op schrale bodem groente te verbouwen, maar omdat je altijd tegen dezelfde koppen zit aan te kijken. In ‘Paradis’ zelfs tegen maar één andere kop – dat moet echt de hel zijn. Als de verboden appel er niet was geweest, hadden Adam en Eva wel een andere reden gevonden om zich uit hun paradijs te laten verbannen, want de hele idylle is onverdraaglijk claustrofobisch. Elke romantiek over goede, oude tijden, toen mensen een authentieker leven met meer onderlinge verbondenheid leidden, is vals. De goede, oude tijden waren allemaal verschrikkelijk, niet alleen omdat het leven onaangenaam, bruut en kort was (weinig comfort, veel sterfte), maar vooral ook omdat er niet te ontkomen viel aan de allesbepalende kleine, sociale kring waarin je verkeerde.

Veel problemen van deze tijd worden teruggevoerd op het toenemende individualisme: echtscheiding, de proliferatie van eenpersoonshuishoudens, singles die geen partner kunnen vinden, eenzame bejaarden die maandenlang dood in huis liggen, sociale media als substituut voor persoonlijk contact, weinig animo voor mantelzorg. De toekomst voor Randstadbewoners is grijzer, dikker en eenzamer, voorspelt een sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Dat lag in de Middeleeuwen wel anders. Rurale gemeenschappen, waar mensen voor hun overleving zijn aangewezen op een klein kringetje, zijn noodzakelijkerwijs saamhorig. Daar is geen tekort aan mantelzorgers en bestaat geen eenzaamheidsproblematiek. Saamhorig en gezellig.

Maar zodra mensen een beetje extra geld hebben, willen ze niet meer met het hele gezin in hetzelfde bed in een éénkamerhut bivakkeren of de bevelen van hun (schoon)moeder opvolgen. Meer welvaart leidt per definitie tot meer privacy oftewel de vrijheid om af en toe te kunnen ontsnappen aan de medemens.

Artikelen in Column.