Spring naar inhoud


Oma slaat

Beste Beatrijs,

Als trotse grootouders passen mijn man en ik regelmatig op de kleinkinderen. Met onze oudste dochter is recentelijk enige onmin ontstaan na een uiterst onplezierig voorval met mijn kleinzoontje, waarvoor ik hem een pak voor z’n billetjes heb gegeven. Eerlijk gezegd begrijp ik niet goed waarom er ongenoegen leeft bij onze dochter over deze strafoefening. Als kind heeft zij van tijd tot tijd ook tikken voor de billen gehad, dus ze weet dat dat heel normaal is. Bovendien delen zijzelf en haar man ook tikken uit, wanneer zij dit nodig achten.

Wij houden zielsveel van onze kleinkinderen. Hoe overtuig ik mijn dochter ervan dat mijn reactie op het onbetamelijke gedrag van haar zoontje alleen maar valt te billijken?

Oma met losse handjes

Beste Oma met,

Zoals u misschien weet is de algemene houding tegenover lijfstraffen veranderd. Bij sommige politieke partijen leeft zelfs het idee om, in navolging van Zweden, het slaan van kinderen strafbaar te stellen. Ook de zogenaamde ‘pedagogische tik’ zou in dat geval onder de categorie verboden handelingen komen te vallen. Of dat een verstandige wet zou zijn betwijfel ik, maar het is wèl een indicatie van de algemene afkeer van slaan als opvoedingsmiddel.

Een weloverwogen pak voor de billen gaat nog een stap verder dan een impulsieve klap in drift. Wat had uw kleinzoontje wel niet uitgespookt? De kat in brand gestoken? Ouders slaan bijna altijd uit onmacht en frustratie. Vaak schamen ze zich achteraf dat ze zich niet wisten te beheersen. Een incidentele klap is geen ramp. Dat betekent heus niet dat het kind voor z’n leven is getraumatiseerd. Maar als ouders de door henzelf uitgedeelde klappen al dubieus vinden, dan geldt dat voor hun plaatsvervangers nog veel sterker. Geen enkele ouder accepteert het als zijn kind een pak slaag krijgt van crècheleidsters, kinderoppassen of leerkrachten. En dus ook niet van oma, hoeveel ze ook houdt van haar kleinkind.

Vertel uw dochter dat het u spijt dat u haar opvoedingsideeën hebt doorkruist en dat het in de toekomst niet meer voor zal komen. Sluit uw kleinzoon in uw armen en leid hem af als hij zich misdraagt in plaats van hem een pak rammel te geven.

Artikelen in Grootouders en kleinkinderen, Kinderopvoeding.

Gelabeld met .


Vrienden komen vlakbij wonen

Beste Beatrijs,

Vanuit de behoefte aan meer rust en ruimte zijn wij verleden jaar van de Randstad naar het platteland verhuisd en wij wonen nu naar grote tevredenheid in een boerderijtje.

In mijn oude woonplaats woonde ik vlakbij een goede vriendin. We aten wel eens met ons vieren, al waren mijn man en ik niet zo dol op de echtgenoot van mijn vriendin. Dat was toen geen probleem, er waren ook genoeg andere sociale contacten. Nu zijn onze vrienden echter zo enthousiast geraakt over onze nieuwe woonomgeving, dat zij zelf ook op zoek zijn gegaan naar een boerderijtje in onze streek. En dit benauwt ons sterk. Ik zou het weliswaar leuk vinden om mijn vriendin weer in de buurt te hebben, maar wij vrezen dat onze vrienden voor de sociale contacten volledig op ons gaan leunen – en via ons ook de nieuw opgebouwde kennissenkring binnentreden. Zo zou de man van mijn vriendin eigenlijk helemaal niet meer te vermijden zijn.

Hoe kan ik dit onderwerp bespreekbaar maken met mijn vriendin zonder de vriendschap onherstelbaar te beschadigen?

Achtervolgd door vrienden

Beste Achtervolgd,

Er is geen elegante manier waarop u tegen uw vriendin kunt zeggen: “Wij vinden jou wel leuk, maar je man minder, en daarom lijkt het ons niet zo’n goed idee als jullie hier ook komen wonen.” Zo’n boodschap, hoe omzichtig ook geformuleerd, is de doodsklap voor een vriendschap. Het enige wat u kunt doen is een halfhartig ontmoedigingsbeleid voeren. Dus (leugenachtig) zeggen dat het toch wel een beetje tegenvalt op het platteland. “De plattelanders zijn toch minder toeschietelijk dan het zich liet aanzien, ja een praatje bij een weidehek, dat gaat nog wel, maar voordat ze je thuis uitnodigen… Nee het valt nog niet mee om een sociale kring op te bouwen. Soms hebben we echt een beetje heimwee naar de grote stad.”

Dit zou hun enthousiasme kunnen afremmen, maar is misschien ongeloofwaardig als het erg tegenstrijdig is met uw eerdere verhalen. Ik begrijp uw bezorgdheid, maar u moet zich maar niet teveel opwinden. De dingen die men vreest gebeuren vaak juist niet. Uw vrienden zéggen wel dat ze net zo’n boerderijtje als u willen, maar gaan ze daar ook echt werk van maken? Dat valt nog te bezien. Misschien kunnen ze het wel niet betalen, of niets geschikts in de streek vinden, of deinst er toch een van de twee alsnog terug voor zo’n ingrijpende verhuizing, of heeft haar man zelf z’n bedenkingen om te dicht bij u beiden te gaan wonen. Hij zal toch wel iets van uw reserves opgevangen hebben?

Wacht rustig af. De grootste kans lijkt me dat dit plan niet doorgaat. Tegen de tijd dat ze bij u het erf oplopen (“Buurman, heb je een boor voor me te leen?”) verzinnen we wel weer een nieuwe list.

Artikelen in Buren, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met .


Doden in rouwadvertentie?

Beste Beatrijs,

Tegenwoordig zie je in overlijdensadvertenties steeds vaker dat ook overleden familieleden ondertekenen. Laatst kwam ik zelfs twee namen tegen met een kruisje onder dezelfde plaatsnaam. Het doet nogal overdreven en overbodig aan. Ik vraag me af wat hier de zin van is en hoever je daarin gaat. Wat denkt u hierover?

Alleen de levenden kunnen rouwen

Beste Alleen de levenden,

De levens van de doden, de levenden en de nog-maar-net-overledenen zijn vaak zo met elkaar verknoopt dat het onmogelijk is elkaar te negeren. Neem een weduwe die is overleden. Het is heel gebruikelijk om in de advertentie te vermelden met wie zij getrouwd is geweest, ook als haar man haar al dertig jaar geleden voorging in de dood. Namen met kruisjes treft men vooral aan, als het kinderen betreft. Bijvoorbeeld: een 50-jarige man gaat dood en laat volgens de advertentie een echtgenote en drie kinderen achter. Achter een van de namen van de kinderen staat een kruisje, vaak met een jaartal. Die mensen doen dat om te laten zien wat een gaten er in hun gezin zijn geslagen. Het dode kind hoort er ook nog bij. Het opvoeren van namen-met-kruisjes duidt in de meeste gevallen op extra bittere of extra betreurenswaardige doden, die een bijzondere relatie hadden met de persoon van de rouwadvertentie. Dus bij de dood van een 60-jarige vrouw worden niet haar reeds lang overleden ouders met een kruisje opgevoerd, maar bijvoorbeeld wel haar kort daarvoor overleden tweelingzuster, met wie zij een nauwe band had.

Artikelen in Dood en begrafenis.

Gelabeld met .


Vrouwsoldaten

Beatrijs Ritsema

Hoewel de feiten me tegenspreken, denk ik nog steeds dat vrouwen niet ten oorlog zouden moeten trekken. Ongeveer vijftien procent van de Amerikaanse troepenmacht die nu in de Golf is gestationeerd is vrouw. Bijna alle posities in het leger staan open voor vrouwen – alleen bij de infanterie, de artillerie en in de onderzeeërs worden ze (nog) niet ingezet. Wel zitten ze bij de marine, bij de luchtmacht en natuurlijk bij alle toevoer- en hulpverleningsonderdelen. Bij het front worden ze weggehouden, maar omdat er in deze oorlog nog geen sprake is van een echt front, loopt iedereen gevaar, ook als je schone-handen-computerwerk doet, en toevallig in handen van de vijand verzeilt.

Tienduizenden vrouwen beulen zich af in de oorlog, velen van hen moeder, en ik vraag me af: waarom doen ze hun baantjes niet gewoon thuis en zorgen voor hun kinderen? Wat is de meerwaarde van de vrouwelijke aanwezigheid in het leger? Ik weet wel dat het leger gratis opleidingen aanbiedt en dat achtergestelde groepen een kans krijgen zich zo aan de armoede te ontworstelen, maar voor vrouwen heeft zo’n kans toch veel weg van een faustiaans pact met de duivel. Je wilt goed geld verdienen om je kinderen op te voeden, en je moet op een gegeven moment voor onbepaalde tijd de oorlog in. Worden die kinderen daar beter van? Dat lijkt me niet. En al helemaal niet wanneer de moeder alleenstaand is. Vrouwen hebben een grotere verantwoordelijkheid voor hun kinderen dan voor hun vaderland of voor de verdediging van de westerse cultuur of voor de verdrijving van tirannen. Vaders dragen ook verantwoordelijkheid voor hun kinderen, maar als ze een vrouw hebben, is het niet strikt noodzakelijk dat beiden aanwezig zijn voor de kinderen. Eén ouder volstaat, bij voorkeur de moeder. En alleenstaande vaders kunnen ook maar beter thuisblijven dan naar de oorlog gaan.

Afgezien van deze verkeerde prioriteitstelling heeft de aanwezigheid van vrouwen in het leger allerlei andere, zeer hardnekkige nadelen. Uit een onderzoek van Anne Sadler naar de ervaringen van vrouwelijke militairen vanaf de Vietnamoorlog tot en met de Eerste Golfoorlog bleek dat 80 procent van de 500 ondervraagden te maken had met seksuele intimidatie, dertig procent was verkracht en veertien procent was het slachtoffer van groepsverkrachting. Deze cijfers komen slechts voor een klein gedeeelte voor rekening van ‘vijandelijk handelen’; het merendeel van de incidenten was terug te voeren op gedrag van collega’s of superieuren. Een seksistisch soort friendly fire dus.

Nu kan men aanvoeren dat het hoog tijd wordt dat mannelijke soldaten leren zich eens wat beheerster en vrouwvriendelijker te gedragen, maar op de een of andere manier spoort dat niet met het concept ‘oorlog’. Hoe technokratisch en modern-afstandelijk een oorlog ook gevoerd wordt, het blijft een situatie van wetteloosheid. Oorlog komt neer op dingen kapot maken en mensen dood maken, het tegendeel van cultuur, het tegendeel van wetten en regels. Het idee van de gelijkheid van man en vrouw komt tot uiting in een geavanceerd stelsel van omgangsregels dat alleen kan floreren in tijden van luxe. In de oorlog staan mensen veel zwaarder onder druk dan op een gemiddelde werkvloer in vredestijd. Vijanden die zich met witte vlaggen lijken over te geven vallen plotseling aan. Soldaten vermommen zich als burgers. Burgers gedragen zich als soldaten. Vijanden bieden irrationele tegenstand die nergens op slaat. Het leger is een hogedrukketel die in het teken staat van woede, pijn en angst. De normale regels van burgerlijk fatsoen zijn overboord gezet, dus dat de verfijnde man-vrouw-omgangsvormen ook sneuvelen is niet verwonderlijk. Oorlog is te elementair voor de gelijkwaardigheid van de seksen. Vrouwen hebben daar niets te zoeken.

Artikelen in NRC-column.


Buitenlandse tafelmanieren

Beste Beatrijs,

Als je (on)bekende gasten voor een mooi diner uitnodigt, kun je op de uitnodiging een kledingadvies vermelden. Hoe bereik je dat die (on)bekende gasten weten dat van hen ook bepaalde tafelmanieren worden verwacht?

Wij zijn, en hebben op onze beurt onze kinderen, ‘netjes’ opgevoed: niet met volle mond praten, rechtop zitten, niet voor iemand langs reiken, geen ellebogen op tafel, niet met bestek zwaaien, niet prakken, enzovoort. Als iedereen zich daar een beetje aan houdt, loopt alles soepel.

Wij hadden laatst veel onbekenden te gast en wij en onze kinderen zaten verbijsterd naar de (Amerikaanse, Arabische, Chinese) nieuwelingen te kijken, die in de kortste keren van de fraai gedekte tafel een puinhoop maakten.

Ontzet door ‘vreemde’ tafelmanieren

Beste Ontzet,

U vraagt zich af hoe u ervoor kunt zorgen dat de door u uitgenodigde gasten zich aan uw tafelmanieren houden. Het antwoord hierop luidt: dit kan niet. De bedoeling van zo’n etentje is een gezellig samenzijn (samen het brood breken en zo meer) en het opvoeden van de gasten valt buiten dit bestek.U kunt alleen uw eigen kinderen opvoeden. Meestal houden bezoekers zich trouwens wel in en letten nauwkeurig op wat de gastheer/vrouw zoal doen om dit te imiteren. Maar als ze dat nalaten, kunt u ze niet gaan zitten corrigeren. Dat is nog veel onbeleefder.

Het enige wat u te doen staat als u weer eens een uitheems gezelschap voor het eten uitnodigt is een bont tafelkleed neerleggen, waar je de vlekken niet zo op ziet, veel papieren servetjes bij de hand houden, en u verheugen over het feit dat uw gasten zich kennelijk zo bij u op hun gemak voelen dat ze doen wat ze thuis gewend zijn.

Artikelen in Eten en drinken, Visite.

Gelabeld met , , .


Cadeau voor promotie

Beste Beatrijs,

Wij hebben een goede relatie met onze buren, we maken buiten praatjes met elkaar, we passen zo nu en dan op hun (kleine) kinderen, maar we komen niet officieel bij elkaar op bezoek. Nu promoveert de buurvrouw binnenkort en wij hebben een uitnodiging ontvangen. Na de promotie is er aansluitend een receptie en mijn vraag is nu: wat geef je in zo’n geval? Ik heb het gevoel dat er een relatie moet bestaan tussen de gebeurtenis en het cadeautje.

Wat is een passend cadeau?

Beste Wat is,

Cadeaus meenemen naar een promotie is geen verplichting. Als de jonge doctor een apart feest of diner organiseert, dan nemen de gasten vaak wel een cadeautje mee, of er wordt met een groep van vrienden afgesproken om iets gemeenschappelijks te geven. Bij de receptie die onmiddellijk volgt op de plechtigheid is dat niet gebruikelijk. Vaak zijn daar allerlei zakelijke, wetenschappelijke of oppervlakkige relaties aanwezig, die het interessant vinden om het spektakel bij te wonen, en van wie geen materiële tegenprestatie wordt verwacht. Tenslotte is een promotie – de openbare verdediging van een proefschrift – bedoeld om de wetenschap vrijelijk te laten stromen.

U wordt zeker niet scheef aangekeken wanneer u het bij hartelijke felicitaties laat. Wat ik u in ieder geval afraad is om bloemen of flessen drank mee te nemen. Dat zijn op de universiteit onhandige obstakels, die allemaal weer versleept moeten of vergeten kunnen worden. Zie af van een cadeautje. Uw buurvrouw stelt meer prijs op uw onverdeelde aandacht tijdens de verdediging van haar proefschrift, dan op de snuisterij waarmee u uw aanwezigheid ‘betaalt’.

Artikelen in Buren, Cadeaus, Festiviteiten.


Babyhokjes

Beste Beatrijs,

Een week of zes geleden sprak ik met een jonge buurvrouw uit de straat die onlangs haar tweede kind had gekregen. Ik feliciteerde haar en we kwamen aan de praat. Zij vertelde dat haar eerste kind veel buiten had gestaan in een babyhokje, dat bij het familiebezit hoort. Een babyhokje wordt gebruikt in het noorden van ons land; het is een soort konijnenhok, met glas en gaas, zodat de baby veilig in de frisse buitenlucht kan liggen, zonder dat er dieren bij kunnen komen. Dat hokje miste zij nu node, omdat er onenigheid in haar familie is. In winkels zijn ze niet verkrijgbaar.

Toevallig kom ik ook uit het hoge noorden en heb ervaring met dit gebruik. In mijn familie bevinden zich twee babyhokjes, een bij mijn broer en een bij mijn zuster. Ik bood mijn buurvrouw aan om er eentje voor haar te regelen. Binnen onze familie was weliswaar een baby op komst (bij een zoon van mijn broer), maar ik kon voor mijn buurvrouw misschien het andere exemplaar lenen. Dat leek mijn buurvrouw wel wat, en mijn zuster stond het ruimhartig af. Het buurgezin heeft dat hokje sinds een paar weken naar genoegen in gebruik.

Nu ben ik vandaag op kraambezoek geweest bij de zoon van mijn broer. Hij vertelde dat zij het andere babyhokje niet konden lenen van zijn vader. Die wil het zelf houden, omdat zijn pasgeboren kleinzoon regelmatig bij hen zal verblijven.

Wat moet ik nu doen? Mijn neef staat natuurlijk dichterbij dan mijn buurvrouw. Kan ik het geleende met goed fatsoen terugvragen of niet?

Makelaar in babyhokjes

Beste Makelaar,

Stel u bezit een kinderstepje. Soms komt er een neefje op bezoek, die daar dan mee gaat steppen. U heeft ook een buurmeisje. Nu heeft het buurmeisje een vriendinnetje op bezoek (met step) en zij vraagt of zij die woensdagmiddag uw stepje mag lenen, want dan kunnen ze leuk samen steppen. Onverwacht komt uw familie, met neefje, langs. “Mag ik het stepje?” vraagt de kleine. Gaat u nu het buurmeisje opsporen en het stepje terugvragen omdat uw neefje er om vraagt? Ik denk het niet. De afspraak is naar eer en geweten en zonder voorbehoud gemaakt. U heeft niet tegen uw buurmeisje gezegd: “Maar als mijn familie langs komt, moet je het teruggeven, hoor.”

Zo ligt het eigenlijk ook met het babyhokje. U heeft dit uitgeleend voor zolang uw buurvrouw het nodig heeft. Het is niet erg aardig om het geleende ineens terug te vragen, omdat er een belangrijker persoon opduikt. Of dit nu een familielid of andere kennis is, doet niet ter zake. Op afspraken terugkomen kan alleen wanneer van tevoren duidelijk is dat er iets tussen kan komen.

Uw neef heeft nu geen baby-buitenverblijf, omdat zijn vader het wil gebruiken voor bezoek van zijn kleinkind. Mij lijkt dat het huis waar de baby de meeste tijd doorbrengt, het meeste recht heeft op het familie-babyhokje. Maar dat is iets wat uw neef en zijn vader maar onderling moeten regelen. Er blijft hoe dan ook een extra babyhokje nodig, maar het moet toch niet zo moeilijk zijn om daar aan te komen? Uw familie kan een advertentie zetten in een regionale krant. Er staan er vast honderden ongebruikt in allerlei noordelijke achtertuinen.

Artikelen in Buren, Familie, Zwangerschap en baby's.

Gelabeld met .


Een golf van oudjes

Beatrijs Ritsema

Europa vergrijst in snel tempo. Volgens een demografische studie van de Verenigde Naties zal in 2050 de helft van de bevolking in Europa ouder dan 50 jaar zijn. Dit lijkt me niet echt een zorgelijk vooruitzicht, al was het maar omdat het hier een uitspraak voor over vijftig jaar betreft. De demografen wagen zich aan voorspellingen over het voortplantingsgedrag van mensen die nog niet eens geboren zijn. Zo’n wetenschappelijke rapport heeft evenveel waarde als de profetieën van Nostradamus. Minder zelfs, want de glibberige teksten van Nostradamus kan de lezer tenminste nog al interpreterend en projecterend naar z’n eigen hand zetten, terwijl de suffe, louter door extrapolatie van de huidige status quo berekende vergrijzingspercentages door de eerste de beste oorlog, pandemie of economische totaalrecessie gelogenstraft zullen worden. Reken maar dat mensen na een ramp weer lustig aan het procreëren slaan.

De vergrijzing die zich voor onze neus in het heden en in de nabije toekomst afspeelt is natuurlijk veel zorgwekkender dan wat er eventueel over vijftig jaar staat te gebeuren. In 2010 worden de eerste babyboomers (geboren tussen 1945 en 1955) 65 jaar. In het daaropvolgende decennium komt er een vloedgolf van AOW- en pensioengerechtigden, die het straatbeeld gaan domineren, en vief als ze dan nog zijn, niets anders meer te doen hebben dan consumeren. Geen hamburgers met rapmuziek, maar concert-, theater- en museumbezoek, goede restaurants en veel buitenlandse tripjes.

Het denken in generaties heeft iets onuitstaanbaar oppervlakkigs, tegelijk valt er niet aan te ontkomen. Een gedeelde leeftijdscategorie schept een gedeeld verleden en dat geeft een band of je het wilt of niet. Ik was niet bij het Kralingse popfestival (mocht niet, te jong), maar het feit dat ik er best naar toe had gewild, bestempelt me onverbiddelijk tot babyboomer. Hoewel ik als laatgeborene in die generatie zeker niet bij de voortrekkers hoorde, en later ook meegedaan heb aan het bekritiseren van de jaren-zestig-idealen, vind ik het toch een leuke generatie om bij te horen. Zoals ik het ook leuk vind om Nederlander of vrouw te zijn – die aspecten maken nu eenmaal deel uit van mijn identiteit.

Wel hebben babyboomers vaak iets zelfgenoegzaams over zich. Sommigen menen dat zij louter op grond van hun aantallen de ouderdom naar hun hand zullen kunnen zetten, zoals zij hun hele leven een stempel op de maatschappij hebben gedrukt, eerst met de jeugdrevolte, later met het bezetten van de machtsposities. De protestgeneratie die naast seks het voor zichzelf opkomen meent uitgevonden te hebben, verwacht de zelfbeschikking tot de laatste snik voort te kunnen zetten. Voor hen geen autoritaire verpleegtehuizen, maar persoonlijk toegesneden zorg of met leeftijdsgenoten in een gezellige commune, waar je elkaar bijstaat.

Zo’n soort toekomstverwachting staat jammer genoeg geheel los van het wezen van de ouderdom. Kleuters zijn niet in staat de zaak naar hun hand te zetten in de klas, ook al zijn zij met hun dertigen en de kleuterjuf in haar eentje. Net zo min kunnen vergrijsde babyboomers de dienst blijven uitmaken, al zijn ze met nog zo veel. Een kwestie van macht die verloren gaat, niet alleen in maatschappelijk opzicht, maar ook puur fysiek. Eens wordt de bereikbaarheid van een verstaanbare dokter en ziekenhuis belangrijker dan een huisje in zonnige streken.

Over de onderlinge zorgzaamheid van generatiegenoten maak ik me weinig illusies. Nu ik nog kwiek middelbaar ben, heb ik al geen zin heb in buitenfamiliale lichamelijkheid, laat staan over twintig jaar. Nee, de babyboomers worden net zo naargeestig oud als iedereen die hen voorging. En omdat ze met zoveel zijn, wordt het dringen bij de voorzieningen, waardoor ze eerder zullen sterven, wat misschien weer een gelukje is.

Artikelen in NRC-column.


Solliciteren met moeilijke naam

Beste Beatrijs,

Een vriendin van ons heeft het probleem dat zij ondanks vele sollicitaties nooit uitgenodigd wordt voor een gesprek. Zij is een Iraakse van 42 jaar die inmiddels de Nederlandse nationaliteit heeft. Na haar cursussen Nederlands heeft zij een opleiding financieel boekhouden gevolgd, waarvoor zij met goede cijfers is geslaagd.

Zij wil heel graag een baan. Tijdens een van onze gesprekken vroeg zij ons of haar naam, Intifadha, een barrière zou kunnen vormen. Haar ouders hebben haar zo genoemd, omdat zij op bevrijding hoopten. Intifadha is bang dat zij geassocieerd wordt met de Palestijnse strijd, en daarom hier niet aan het werk komt. Wij hebben haar gesuggereerd om haar naam te veranderen in ‘Inti’ of ‘Fadha’. Zij heeft daar heel veel moeite mee, omdat zij haar land en familie ook al verloren heeft. Wat zou u haar aanraden?

Namens Intifadha

Beste Namens,

Het is voor immigranten zonder meer moeilijk om aan het werk te komen. Een accent of het niet geheel vlekkeloos gesproken Nederlands doet sollicitatiecommissies huiveren – vaak geheel ten onrechte. Maar in het geval van uw vriendin komt zij niet eens door de eerste ronde (de selectie van brieven) heen. Ik denk dan toch dat er meer aan de hand is dan alleen die voornaam. Leeftijd bijvoorbeeld. Veel bedrijven en instellingen gooien – evenzeer geheel ten onrechte – brieven van iedereen boven de veertig onmiddellijk in de prullenbak. Uw vriendin zou na een afwijzing moeten navragen wat precies de reden was. Wie weet wordt zij zo iets wijzer.

Zij moet verder haar concept-sollicitatiebrief voorleggen aan iemand die in die wereld verkeert en die kan beoordelen of die zodanig kan worden verbeterd dat ze wèl wordt uitgenodigd voor een gesprek. Zolang zij geen baan heeft, moet ze proberen via vrijwilligerswerk praktijkervaring op te doen. Ze kan misschien penningmeester worden van een of andere vereniging? Dat telt ook mee op een curriculum vitae.

Uw vriendin mag blij zijn dat haar voornaam niet haar achternaam is. Een voornaam heb je nauwelijks nodig bij het solliciteren. Zij kan haar sollicitatiebrief achternaamsgewijs ondertekenen en daarbij haar voorna(a)m(en) tot initialen reduceren. Voor de duur van het hopelijk daaropvolgende gesprek kan zij haar voornaam al mompelend verhaspelen tot iets wat niet onmiddellijk tot gespits van oren leidt. Men spreekt sollicitanten gewoonlijk met meneer of mevrouw Achternaam aan. Zodra zij ergens is aangenomen, kan zij haar onvervreemdbare voornaam tevoorschijn toveren. Daar kun je niet voor worden ontslagen.

Artikelen in Vrienden en kennissen, Werk.

Gelabeld met .