Spring naar inhoud


‘U’ is discriminatie!

Beste Beatrijs,

Veel jongeren, onder wie ik (meisje van 16), vinden ‘u’ zeggen ouderwets. Wij voelen ons gediscrimineerd als wij bepaalde personen met ‘u’ moeten aanspreken. Wij willen graag gelijk behandeld worden. Ik tutoyeer bijna iedereen om me heen. De meeste leraren, artsen en ouderen vinden dat goed. Mijn vrienden en ik willen dat vousvoyeren afgeschaft wordt, net als in Amerika en Engeland. Ik ben van mening dat iemand die een ander dwingt om ‘u’ te zeggen (bijvoorbeeld een arts tegenover een verpleegkundige) wegens discriminatie aangeklaagd moet worden. Waar kunnen wij terecht om ons plan voor te leggen?

Jij-zegger

Beste Jij-zegger,

Je kunt de taal niet van hogerhand veranderen. Het woord ‘u’ is springlevend. Van het begrippenpaar ‘u en jij’ kun je niet ineens de helft afschaffen. Dat zou hetzelfde zijn als mensen verbieden om het woord ‘zwart’ te gebruiken, omdat je toevallig meer van ‘wit’ houdt. In het Engels is de oude beleefdheidsvorm ‘thou’ inderdaad weggesleten ten gunste van ‘you’. Maar nog steeds willen Engelsen en Amerikanen door onbekenden aangesproken worden met ‘Mr’ of ‘Mrs’ of ‘Ms’ en niet met hun voornaam. Beleefdheidsvormen zijn er om afstand uit te drukken. In alle talen. Dus ook in het Nederlands. In het Frans gaan mensen onmiddellijk over op ‘vous’, als ze ruzie maken. Ook ouders tegen kinderen en andersom. Als mensen van jou en je tienervrienden niet het ongewenst intieme ‘jij’ maar het standaard correcte ‘u’, en ‘meneer of mevrouw’ willen horen, dan kun je dat nooit van z’n leven als discriminatie aanmerken. Geen schijn van kans dat je daar wat voor instantie dan ook warm voor krijgt. Iedereen heeft het recht om te worden aangesproken zoals hij/zij verkiest. Jouw ideeën over het afschaffen van de beleefdheidsvorm zijn onmogelijk, onwenselijk en totalitair. In George Orwell’s boek ‘1984’ staat wat er gebeurt als machthebbers woorden gaan afschaffen. Lees dat boek en laat het tot je doordringen.

Artikelen in Aanspreken en begroeten, Taalgebruik, Tieners.

Gelabeld met , .


Moeilijk vriendenweekend

Beste Beatrijs,

Al zo’n acht jaar wordt er door vrienden jaarlijks een activiteitenweekend georganiseerd. Het begon klein in een studentenhuis en is nu uitgegroeid tot een festijn, waar meer dan dertig mensen komen opdagen. Vorig jaar vond er (al vóór het weekend) een erg pijnlijke verschuiving plaats in de relatiesfeer. Deze drie mensen staan allen op gastenlijst en dit gaf de vorige keer een moeilijke sfeer. Geen van de drie is van plan om zich terug te trekken, dus ook het komende evenement dreigt een toneel van boze blikken en onderhuidse spanning te worden. Als vriend van de verlaten persoon voel ik me geroepen om actie te ondernemen, temeer omdat hij aanwezig was vanaf het allereerste moment in tegenstelling tot de andere twee. De huidige organisatie wil de kwestie liefst laten voor wat het is. Wat kan ik doen?

Engelbewaarder

Beste Engelbewaarder,

Bemoeit u zich er niet mee! Deze drie mensen zijn oud en wijs genoeg om zelf te bepalen of hun behoefte aan een gezellig evenementenweekend belangrijker is dan hun chagrijn bij confrontatie met een ex-geliefde of ex-rivaal. In een groep van dertig mensen is het trouwens goed mogelijk om elkaar te ontwijken. Als de twee nieuwere personen te horen krijgen dat ze niet langer welkom zijn, omdat die andere de oudste rechten heeft, dan komt er nog meer ongenoegen. Dat heeft geen zin. Het is zelfs de vraag of uw vriend wel gebaat is met uw hulp. Het is toch een beetje alsof grote broer even een paar ellendelingen uit zijn gezichtsveld verwijdert. Zo’n actie maakt uw vriend zwak. Als hij zo de pest aan die twee heeft, dan moet hij wegblijven. Hetzelfde geldt voor het nieuwe stel. Persoonlijk vind ik het wel sterk van hem dat hij zich niet laat kennen en stug blijft komen. Houen zo!

Artikelen in Exen, Liefde en relaties, Vrienden en kennissen.


Hoofddoekje af?

Beste Beatrijs,

Sinds twee jaar ken ik een Afghaanse jongeman. Een paar maanden geleden zijn zijn vrouw en twee kinderen ook hier gekomen en ze hebben een huis gekregen. Nu wordt mij verzocht om mijn schoenen uit te doen als ik bij hen op bezoek kom. Zolang als ik hem ken, discussieer ik al met hem over allerlei onderwerpen: hoofddoekjes, God en Allah, de onreinheid van varkens en andere dieren, enzovoort. Ik (als vrouw) vind dat mijn schoenen onderdeel van mijn kleding vormen en ik trek ze liever niet uit. Mijn compromis is een eigen paar slippers meenemen. Ik heb als tegenzet gevraagd of zijn vrouw bereid is haar hoofddoek bij mij aan de kapstok te hangen, omdat hoofddeksels in mijn huis niet gebruikelijk zijn. Nee dus! Dat wil zij niet. En hij ook niet. Hoe nu verder? Ik respecteer (met moeite) hun wens, maar het zit me toch dwars.

Gelijk oversteken

Beste Gelijk oversteken,

Het dragen van hoofddoekjes en het uittrekken van schoenen zijn geen gebruiken die je tegen elkaar kunt uitonderhandelen in de trant van: ik geen schoenen, dan jij geen hoofddoek. Het hoofddoekje is erop gericht om de vrouw te beschermen tegen (in haar idee) onzedelijke blikken van de buitenwereld. Als u haar zou vragen om haar hoofddoekje af te leggen in uw huis, komt dat erop neer dat u haar vraagt naakt te zijn. Dat gaat verder dan het verzoek van hun kant om uw (modieuze, outfit completerende, in ieder geval niet religieus geïnspireerde) schoenen uit te doen. Uw Afghaanse gastheer/vrouw hechten aan zedelijke hoofddoekjes en vinden schoenen in huis onrein. Het ligt allemaal in de sfeer van zondigheid. U vindt dat onzin, maar voor hen is het belangrijk. Vergelijk het eens hiermee: u zou ook niet willen dat bezoekers topless in uw huiskamer zaten of dat iemand zijn hond meeneemt, terwijl hij weet dat honden u angst en walging inboezemen (gesteld dat dat zo is). Het is voor bezoekers een kleine moeite om een T-shirt aan te trekken of de hond thuis te laten, voor ze bij u binnentreden. Zo is het voor u een kleine moeite om uw schoenen te verwisselen voor meegebrachte pantoffels, ook al deelt u die ideeën over onreinheid helemaal niet.

Er is genoeg reden om u te ergeren aan hoofddoekjes in het algemeen, maar het is niet zo dat een vrouw met een hoofddoekje in uw huiskamer u ontrieft, zoals een topless gast of een meegebrachte hond u zou ontrieven. Een hoofddoekje is een onaangenaam symbool. Als uw weerzin voor hoofddoekjes even groot is als voor, ik noem maar wat, hakenkruizen, dan moet u deze vrouw niet ontvangen. Kennelijk is dat niet het geval, want u nodigt haar uit voor de thee. Uw vriendschap met dit immigrantengezin is op zichzelf iets kostbaars. Het is belangrijker en nuttiger om de vriendschap in stand te houden dan om u op te winden over symbolen. Ga dan ook niet aan haar hoofddoekje morrelen. Dat is even onbeleefd als op een Sikh inpraten om hem z’n tulband af te laten zetten.

Artikelen in Visite, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , .


Reageren op homodiscriminatie

Beste Beatrijs,

Als homoseksuele man loop ik in het dagelijks leven nogal eens tegen kleine onaangenaamheden in de sociale omgang aan. Iemand die vraagt of ik een vriendin heb en dan op mijn eerlijke antwoord reageert met iets in de trant van: ‘Houd dat toch stil!’ Een andere ergernis is discriminerende opmerkingen in het algemeen – en die kunnen ook best over andere minderheden gaan.

Wat is het beste om te zeggen in het eerste geval, zeker als ik die persoon niet onmiddellijk wil afkatten? En in het tweede geval? Is het beter om iets te zeggen of je er gewoon niet mee te bemoeien?

Uit de kast

Beste Uit de kast,

Het is bijzonder onaangenaam als mensen eerst een nieuwsgierige vraag stellen en vervolgens, nog ongepaster, afwijzend commentaar geven op het antwoord. Hoe kunt u zich hiertegen teweer stellen? Om te beginnen bent u in het geheel niet verplicht om de eerste de beste passant in uw leven informatie te verschaffen over de lay-out van uw seksleven. Dit zeg ik niet omdat u homo bent – niemand (homo of hetero) hoeft zo’n vraag te beantwoorden als ie er geen zin in heeft. Een eenvoudig ontwijkend antwoord is dan: ‘Ik heb verschillende vriendinnen’.

Nu kan het voorkomen dat iemand ervan uitgaat dat u hetero bent, en dat u hem of haar wil corrigeren om eventuele misverstanden te voorkomen. Dit is een andere situatie en dan kunt u ter informatie uw homoschap mededelen. Als de ander op zo’n moment afkeurend reageert, dan kunt u iets ijzig-beleefds zeggen als: ‘Neem me vooral niet kwalijk. Als ik geweten had dat ik je met een eerlijk antwoord zou beledigen, dan had ik je die klap niet toegebracht. Goeiedag verder.’ En u omdraaien en weglopen.

Reacties op algemeen discriminerende opmerkingen (dus niet specifiek tegen u) hangen van de situatie af. Wanneer men zich onder relatief bekenden bevindt, kan het weleens nuttig zijn om wat beschavingsarbeid te verrichten en te zeggen dat dit soort uitlatingen vervelend en onaangenaam zijn. Kijken wat er dan gebeurt. Is het een gezelschap van relatief onbekenden, moet u voor uzelf bepalen of u hier energie aan wilt besteden. Opvoeden is een zware klus. Niet iedereen is de moeite waard om op de vingers te tikken en vervolgens een serieus gesprek mee aan te gaan.

Artikelen in Aanspreken en begroeten.

Gelabeld met , , , .


Trappenhuis schoonmaken

Beste Beatrijs,

Wij wonen op een bovenetage met een stenen buitentrap waar zes families (met en zonder kinderen) overheen gaan. Jarenlang maakten de bewoners beurtelings die buitentrap schoon. Nu zijn er na vele verhuizingen de laatste jaren allerlei jonge mensen en gezinnen komen wonen die daar niet aan meedoen. Op een gegeven moment was mijn man de enige die hem nog schoonmaakte. Daar is hij toen ook maar mee opgehouden, met als gevolg een immer vuile, stoffige, smerige buitentrap. Aan enkele nieuwe bewoners hebben we wel eens verteld dat het een goede gewoonte was om gezamenlijk de trap te onderhouden, maar tot op heden geen resultaat, want niemand wil de enige zijn. Hoe krijgen we hen zo ver?

De trap moet schoon

Beste De trap moet,

De buren moeten elkaar een beetje leren kennen, dat verhoogt het verantwoordelijkheidsgevoel voor het gemeenschappelijke bezit. Beleg een vergadering en nodig iedereen bij u uit. De bijeenkomst kan ook als onderlinge kennismaking dienen, want als er zoveel nieuwe mensen zijn komen wonen, zal vast niet iedereen elkaar kennen. Niet iedereen hoeft als stel te komen, maar het is wel belangrijk dat er van elk huis een bewoner komt. Laat kinderen welkom zijn. Op de bijeenkomst houdt u een pleidooi voor het bij toerbeurt schoonmaken van de trap. De meesten zullen het wel met u eens zijn dat je dit niet moet laten versloffen. U bespreekt de frequentie van de schrobplicht en stelt voor een rooster te maken. Later krijgt iedereen dit rooster thuis. Laat de vergadering uitlopen in een gezellig samenzijn met nootjes en een drankje. Dat is goed voor het sociaal klimaat en bevorderlijk voor latere plichtsvervulling.

Artikelen in Buren.

Gelabeld met .


Hoedenetiquette

Beste Beatrijs,

Ik draag sinds een jaar een hoed, vind dat heel prettig, en zie ook om mij heen steeds meer herenhoeden in het stadsbeeld verschijnen. Waar ik echter vrij onzeker over ben, is de hoedenetiquette. Mijn vader nam altijd zijn hoed af bij elke begrafenisstoet die er passeerde, maar verder is het beeld dat ik van hoedendragen heb redelijk vervaagd. Zodra je een huis betreedt, neem je je hoed af. Maar geldt dat ook voor winkels? Neem je nog steeds je hoed af bij een begroeting op straat? Als je iemand groet, houd je dan je hoed op of neem je hem even in de hand? Kortom: hoe doe je ’t goed met een hoed?

Wanneer op, wanneer af?

Beste Wanneer op,

Niemand kent de hoedenetiquette nog, dus veel fouten kunt u niet maken. Binnenshuis geen hoeden, dat staat in ieder geval nog steeds vast. Door de bank genomen gedraagt u zich met een hoed als met een jas. In winkels houdt u hem op. En in cafés, bioscopen, theaters, restaurants en scholen moet ie af. In het openbaar vervoer kunt u kiezen wat u doet. Afzetten leidt er vaak toe dat de hoed de weg van de paraplu volgt: hij wordt vergeten in het bagagerekje van trein of bus. Bij begroetingen van bekenden op straat kunt u even de hoed lichten, wat door de meeste mensen als een ouderwets maar wel charmant gebaar zal worden opgevat. En klinkt het volkslied, moet ie af.

Artikelen in Het publieke domein, Traditionele etiquette.


Kleindochter knuffelt niet

Beste Beatrijs,

Af en toe heb ik het wat treurige gevoel: ‘ik heb niks met haar’. Haar, dat is mijn mooie kleindochter van acht jaar. We wonen in dezelfde plaats, ze komt vaak met haar moeder bij ons (opa en oma) en we passen ook weleens op haar en haar grotere broer. Meestal negeert ze mij. Ze heeft blijkbaar niets met mannen, want diezelfde houding heeft ze tegenover mijn zoon (haar oom) die hier ook woont en tegenover andere mannen. Nadat zij baby af was, heb ik haar nooit meer eens mogen knuffelen en ze heeft ook nooit meer bij mij op schoot gezeten. Met mijn vrouw doet ze dat allemaal wel. Ze is mijn kleinkind en ik houd best van haar, maar ik krijg er eigenlijk niets voor terug en dat al jarenlang. Ik had en heb een beter contact met mijn kleinzonen en andere kleindochter. Wat moet mijn houding zijn?

Teleurgestelde opa

Beste Teleurgesteld,

Het is spijtig voor u dat uw kleindochter niet wat aanhankelijker is, maar ik denk niet dat er iets aan te doen valt. Sommige kinderen zijn nu eenmaal niet van het knuffelige soort of ze zijn er erg kieskeurig in. Dan willen ze gewoon niet dat er mensen aan hen zitten, en dat is dan dat. Deze personen moeten dat respecteren, anders krijg je bijzonder onprettige situaties met gehuil en losworstelpogingen.

Erover praten kan ook niet, want de reacties van het lichaam kunnen door een kind niet of nauwelijks rationeel worden verwoord – door volwassenen trouwens ook niet.

Accepteer het. U hebt wel een betere band met uw andere kleinkinderen, schrijft u. Dat is mooi. Bedenk overigens dat een grootouder vaak verschillende soorten banden heeft met verschillende kleinkinderen. Met het ene kleinkind loopt het beter dan met het andere. Een kwestie van persoonlijkheden die in elkaar vallen. Het komt bijna nooit voor dat een grootouder met alle kleinkinderen even goed kan opschieten en er even veel plezier aan beleeft. Ook dat wisselt naar gelang persoonlijkheid en temperament van de betrokkenen.

Misschien blijft de relatie tussen u en uw kleindochter altijd wat koeltjes. Misschien ook warmt die later nog op, als ze ouder wordt en bijvoorbeeld een gemeenschappelijke belangstelling ontdekt. Daar valt niets over te voorspellen.

U moet de toon en de intensiteit van deze verhouding door uw kleindochter laten bepalen. Dring haar niets op en roep haar niet ter verantwoording. Laat haar zelf aangeven wat ze wel en niet leuk vindt. U ziet wel wat ervan komt of niet.

En nog een laatste adviesje: Houd op met nadenken over ‘dat u eigenlijk niets terugkrijgt voor uw liefde voor uw kleindochter’. De grootouder/kleinkind verhouding zou belangeloos moeten zijn. Het zou voor u voldoende moeten zijn om u te verheugen in haar bestaan.

Artikelen in Grootouders en kleinkinderen.

Gelabeld met .


Wie betaalt parkeerkosten?

Beste Beatrijs,

Mijn vriendin en ik wonen in een mooie straat in Amsterdam-Zuid, waar je moet betalen om je auto te kunnen parkeren. We hebben verschil van mening over de vraag wie er moet opdraaien voor de parkeerkosten van onze gasten: zijzelf, of wij als gastvrouw en -heer. Mijn vriendin betrekt de stelling: onze gastvrijheid begint bij de voordeur. Wij betalen toch ook niet, zo redeneert zij, voor de benzinekosten van onze visite, of voor het treinkaartje en/of strippenkaart van het bezoek dat per openbaar vervoer naar ons toekomt?

Ik sta op het standpunt dat wij onze bezoekers niet hoeven te laten boeten voor het feit dat wij ervoor gekozen hebben in een van de gewilde buurten van Amsterdam te gaan wonen, waar de parkeertarieven pittig zijn. Ze kunnen me trouwens nauwelijks pittig genoeg zijn, want dankzij het parkeerbeheer is de overlast teruggedrongen en kunnen wij onze kampeerauto (we hebben geen gewone auto) in de zomer makkelijk voor de deur kwijt.

We hebben een wat lafhartig compromis gevonden: op een kastje in de hal van onze woning staat een potje met euro-muntstukken voor de parkeermeter, waaruit onze gasten naar believen kunnen putten. Maar het is lafhartig omdat onze goede vrienden die regelmatig over de vloer komen er geen gebruik van wensen te maken – ik denk uit beleefdheid – tenzij om te wisselen, terwijl de incidentele bezoekers er pas na binnenkomst, als ze zelf de parkeerautomaat al gevoed hebben, achterkomen dat wij zo’n potje hebben. Wilt u in deze principiële zaak een uitspraak doen?

Wie vult de parkeerautomaat?

Beste Wie vult,

Uw vriendin heeft gelijk met haar strippenkaart/treinkaartje/benzine-analogie. U bent uw vrienden en familieleden niets verplicht in de kosten die zij maken om van uw gastvrijheid te genieten. Als zij, op weg naar u toe, een boete oplopen wegens te hard rijden is dat niet uw verantwoordelijkheid. Als u in Parijs zou wonen, en enkele vrienden namen de TGV om bij u te komen logeren, dan begint uw gastvrijheid ook bij de voordeur. Er is geen verschil. Dat potje bij de voordeur is wel handig. Mensen hebben vaak niet genoeg kleingeld bij zich. Het siert u dat u deze munten dan uitdeelt en geen briefjes retour wilt. Dat valt onder ‘hartelijkheid die onder vrienden gebruikelijk is’. Maar alleen als ze erom vragen – niet bij wijze van standaardkorting op de bezoekerskosten (zoals je in sommige winkelcentra je parkeerkaart van de garage kunt laten afstempelen nadat je een bon van een net gedane aankoop hebt overlegd, zodat je geen parkeergeld hoeft te betalen).

Die enorme uitzichtbeperkende en lichtopslorpende kampeerauto voor de deur trouwens, klagen de parterre-wonende buren daar niet over?

Artikelen in Visite, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , .


Hoogleraren aanspreken

Beste Beatrijs,

Aan de universiteit waar ik studeer zitten vanzelfsprekend veel hoogleraren in diverse beslis- en onderwijsorganen. Nu is het op onze faculteit de gewoonte om tijdens de vergaderingen mensen met hun voornaam aan te spreken. Dit houdt dus in dat professor X ‘Patrick’ genoemd moet worden en professor Y ‘Jan’. Ik weet dat het onbeleefd is om mensen op een andere manier aan te spreken dan zoals ze zelf willen, maar is het omgekeerde niet even onbeleefd? Ik vind het als student vervelend om een hoogleraar aan te spreken, alsof hij of zij een medestudent is. Ook docenten en wetenschappelijk medewerkers spreek ik trouwens liever aan met ‘meneer of mevrouw X’ dan met hun voornaam.

Volgens mij willen zij met hun voornaam worden aangesproken om een amicale of joviale sfeer te creëren en ‘dichter bij de studenten te kunnen staan’, terwijl in elk geval voor mij het gebruik van een aanspreektitel niets te maken heeft met er ‘wel of niet bij horen’. Tegen iemand die ik ‘professor’ noem durf ik, als lid van de faculteitsraad, even direct en kritisch te zijn als tegen wie dan ook.

Onder professoren

Beste Onder professoren,

U hebt gelijk. In formele situaties, zoals een faculteitsraadvergadering, verdient het aanbeveling als de raadsleden elkaar formeel bejegenen. Dus geen voornamen en niet tutoyeren. Misschien moet u een voorstel tot verbale zakelijkheid indienen, waarover kan worden gestemd. Voor de rest (in de wandelgangen, de kantine en in het kleinschalige onderwijs zoals de werkgroep) bestaat op de universiteit een stevige, alweer meer dan dertig jaar oude traditie van informele omgangsvormen. Docenten en studenten tutoyeren elkaar routinematig. Naarmate het wetenschappelijk personeel sterker vergrijst, iets wat nu aan de hand is, krijgen studenten meer moeite om docenten met hun voornaam aan te spreken. Het zou op zichzelf mooi zijn om de (wederzijdse) u-vorm weer in ere te herstellen in de omgang tussen studenten en wetenschappelijk personeel. Al was het maar om de mogelijkheid te scheppen van ‘u’ naar ‘jij’ over te stappen in daartoe uitnodigende omstandigheden. De verhouding tussen professor en student wordt toch altijd enigszins getint door persoonlijke elementen. Dat brengt het geven van onderwijs met zich mee. Er zijn tal van situaties denkbaar (intensief samenwerken om de wetenschap vooruit te helpen is daar één van), waarin een professor op een geven moment tegen een student kan zeggen: ‘Laten we elkaar tutoyeren. Wil je mij voortaan Ferdinand noemen?’ In een omgeving waarin iedereen van hoog tot laag elkaar gedachtenloos tutoyeert en bij de voornaam aanspreekt, bestaat het genoegen niet om een betekenisvolle overstap te maken van afstandelijk naar meer vertrouwd, van hiërarchisch naar meer gelijkwaardig, van formeel naar informeel.

Artikelen in Aanspreken en begroeten, Scholen en verenigingen.

Gelabeld met .