Spring naar inhoud


Kritische grootouders

Beste Beatrijs,

Ik ben een studente van 23 en sinds twee jaar heb ik een vriend. Mijn opa en oma die erg gesteld zijn op etiquette, hebben aan mijn ouders laten weten dat ze mijn vriend niet geschikt voor mij vinden. Dit oordeel hebben ze geveld, omdat hij van huis uit niet heeft meegekregen hoe hij zich in een gezelschap moet gedragen (opstaan om te begroeten, hand geven, afscheid nemen). Daarbij studeert hij filosofie en mijn opa en oma zien daar geen toekomst in. Ik voel mij hierdoor zeer gekwetst, maar wil ook graag dat hij geaccepteerd wordt. Moet ik hem vragen om bepaalde manieren te leren? En hoe kan ik mijn opa en oma laten weten dat ik het niet waardeer dat ze zich bemoeien met mijn relatie?

Kritiek van opa en oma

Beste Kritiek van opa en oma,

Haal uw schouders op over de uitlatingen van uw grootouders. Zij hebben niets te maken met uw partnerkeuze. Zij zijn niet gerechtigd om hun afkeur te laten blijken en u zou zich te goed moeten voelen om in de verdediging te schieten. Zij gaan buiten hun boekje door misprijzend commentaar te geven op uw liefdesleven. Hun mening over de toekomst van filosofiestudenten doet niet ter zake. Laat uzelf niet op de kast jagen. Ga geen discussie aan en negeer het verder.

Afgezien daarvan kan het geen kwaad om uw vriend enige instructies te geven over hoe hij zich in gezelschap dient te gedragen. Vertel hem dat het u is opgevallen dat hij a. mensen niet begroet heeft, b. niet opstaat bij het zich voorstellen en c. niet correct iedereen een handje heeft gegeven bij het afscheid. Spoor hem aan om deze simpele omgangsregels voortaan wél in acht te nemen. Dat komt hem niet alleen van pas in de omgang met uw familie, maar ook in de rest van zijn leven.

Artikelen in Grootouders en kleinkinderen, Liefde en relaties, Traditionele etiquette.

Gelabeld met , .


Het tussenjaar: vrijblijvende vakantie

Met het vooruitzicht dat de studiefinanciering vanaf 2015 vervangen wordt door een sociaal leenstelsel is het enthousiasme van eindexamengediplomeerden voor een gap year flink afgenomen. De laatste kans op subsidie moet je niet laten liggen! De ontdekking van de wereld en van jezelf moet maar even wachten, als je daarvoor 275 euro per maand misloopt.

Tot zo ver de veelbezongen waarde van het tussenjaar, een rite de passage die zich de afgelopen 25 jaar in een grote populariteit mocht verheugen. Aanvankelijk associeerde ik het gap year met de 19de- en 20ste-eeuwse grand tour, zoals gefortuneerde jongelingen die maakten door Europa om historische bouwwerken en kunstwerken te bekijken (en in de overgebleven tijd te werken aan hun éducation sentimentale). Die link bestaat nog steeds, maar pas toen mijn kinderen eindexamen deden een aantal jaar geleden, kreeg ik in de gaten hoe sterk hier sprake was van een gezonken cultuurgoed: meer dan de helft van de klas had geen plannen voor een vervolgopleiding, maar wilde eerst het diploma vieren met een tussenjaar. Het was bijna de standaard.

Navraag leerde mij dat uitzoeken wie je bent en wat je precies wil in de toekomst het belangrijkste oogmerk was. Levenservaring opdoen in het buitenland, jezelf handhaven in een vreemde omgeving, maar ook hier en daar een cursusje volgen aan een buitenlandse universiteit, een handje helpen in het ontwikkelingswerk, er eens even helemaal uit zijn als een soort beloning voor zes jaar zwoegen op de middelbare school. Wat voor motivaties gegadigden ook opvoerden (en die besloegen het hele spectrum van zelfzuchtig tot nobel), het lukte mij niet om er iets anders dan decadentie in te zien.

Je bent 18 jaar en dan wil je een jaartje vrijaf nemen van verplichtingen om door Zuid-Oost-Azië en Australië te trekken, terwijl je intussen je toekomst contempleert. Je wilt je een half jaar inzetten voor de weeskinderen van Montevideo en daarna drie maanden op het strand van Acapulco. Een cursus in Malta volgen en daarna nog een dingetje in Parijs. Kan het nog vrijblijvender? Studeren in het buitenland heeft alleen zin, wanneer het serieus gebeurt, oftewel ingebed in een opleiding waar je al mee bezig bent. Niet pro forma gedurende een paar maanden iets volgen omdat je toevallig in zonnige streken aan het rondhangen bent.

Een 18-jarige kan niets waar ‘het buitenland’ iets aan heeft.

Ik heb niets tegen bivakkeren in het buitenland, maar je moet ter plaatse wel iets te doen hebben en een 18-jarige kan niets, althans niets waar ‘het buitenland’ iets aan heeft. Er is een enorme markt voor ontwikkelingsprojecten in derdewereldlanden, waar jonge vrijwilligers aan kunnen deelnemen, maar het kost geld om daaraan mee te doen. Voor kost en inwoning moeten vrijwilligers (beter gezegd hun ouders) behalve de vliegreis aanzienlijke sommen geld neertellen die grotendeels verdwijnen in de zakken van gewiekste, lokale projectleiders die op die manier het westerse schuldgevoel over armoede exploiteren. De weeskinderen schieten er weinig mee op. De vrijwilligers kunnen zich niet verstaanbaar maken in de plaatselijke lingo en krijgen darmcatarre.

De volstrekte vrijblijvendheid van activiteiten reduceert het tussenjaar tot een lang uitgevallen vakantie met als enige functie persoonlijke groei. Laat persoonlijke ontwikkeling nu net iets zijn, wat elke 18-jarige helemaal vanzelf doormaakt. Daar hoeft niemand zich in bochten voor te wringen of ingewikkelde reizen voor te ondernemen.

Vakantie is duur, ook als je het reizen noemt. Ouders betalen. Natuurlijk betalen ouders, want wie is er zo relaxed om z’n kind met een knapzak de wijde wereld in te sturen in de wetenschap dat hij/zij al snel z’n ongeschoolde arbeidskracht zal moeten inzetten om te kunnen overleven? Zelfredzaamheid is een mooi doel, maar een tussenjaar duurt lang, dus bemoeien ouders zich met de invulling van de reisdroom. Ze ontwerpen verblijfschema’s, selecteren ontwikkelingswerkinstanties waaraan ze hun bloedjes overleveren, zoeken geschikte vrijblijvende cursussen (genoeg universiteiten voorhanden die een slaatje willen slaan uit als student vermomde toeristische passanten) en dringen aan op het volgen van de mondiale Lonely Planet trail, waar tenminste de aanwezigheid van duizenden lotgenoten een rustgevende gedachte vormt. Heel veel betalen en heel veel supervisie – dat betekent een tussenjaar voor ouders. Goedbeschouwd niet veel anders dan het gedoe met kleine kinderen die op hockey en judo moeten of veilig onder de pannen op kamp zitten opgeborgen.

Artikelen in Column.


De keus voor een achternaam

Beste Beatrijs,

Ik (vrouw) wil graag mijn achternaam doorgeven aan mijn toekomstige kinderen. Mijn vriend is het hier niet mee eens. Hij wil graag dat de kinderen zijn naam dragen. Zijn argument is dat zijn naam de band tussen vader en kinderen versterkt en hij voelt zich in zijn mannelijke eer aangetast als dit traditionele vaderlijk privilege verdwijnt. Ik ben trots op mijn (zeldzame) familienaam en vind daarnaast het emancipatorische aspect belangrijk. We komen geen stap nader tot elkaar en een middenweg is hier niet mogelijk. Hoe kunnen we tot een beslissing komen? Toch niet met een dobbelsteen?

Welke achternaam?

Beste Welke achternaam,

Dit is natuurlijk een kwestie die u met uw vriend moet uitvechten, een privé beslissing waarover u het samen eens moet worden. Beide opties zijn formeel mogelijk. Wanneer de persoonlijke voorkeuren niet met elkaar sporen, moet een van u beiden zich bereid tonen de ander tegemoet te komen. Inhoudelijke argumenten worden gebouwd op gevoel. Mijn mening in dezen is niet meer waard dan de mening van wie dan ook, maar vooruit, u vraagt erom en daar komt-ie:

Vergeleken met de biologische verwevenheid van moeder en kind staat een vader zwaar op achterstand.

Tenzij er een dringende reden is om het niet te doen (de naam van de man is bizar en wekt spotlust op, waar een kind op het schoolplein last van zou kunnen krijgen) vind ik dat de vader voorrang moet krijgen om zijn naam aan het kind mee te geven. Met zijn achternaam zet de vader een stempel: dit kind is van mij, ik ben de verwekker en dat wil ik laten weten aan de wereld. Voor de moeder is een dergelijk symbolisch bewijs van eigendom niet nodig. Mater semper certa est, zoals de Romeinen zeiden. Er bestaat nooit enige twijfel over wie de moeder is, want de moeder is door zwangerschap, baren en borstvoeding heen gegaan. Iedereen heeft kunnen zien dat zij het is die het kind heeft voortgebracht. Dat een kind een andere achternaam heeft dan de moeder (veel vrouwen houden tegenwoordig vast aan hun geboortenaam in plaats van de naam van hun echtgenoot aan te nemen) is een miniem detail, dat nooit iemand aan het twijfelen zal brengen of dat kind wel echt van die moeder is. Vergeleken met de biologische verwevenheid van moeder en kind staat een vader zwaar op achterstand. Er is niets concreets waaruit zou blijken dat hij inderdaad de vader is. Alleen diens woord: ‘Ja ik ben degene die ooit een zaadje in die ene vrouwelijke schoot heeft gedeponeerd.’ Dat is een betrekkelijk gratuite mededeling. Door een kind van zijn naam te voorzien erkent de man het vaderschap en neemt hij tegenover de wereld de bijbehorende verantwoordelijkheid op zich: ‘Ja, ik ben de vader, het kind draagt mijn naam, ik zal tot het einde van mijn leven (en daarna in de archieven) bekend staan als degene die aan de oorsprong van het kind stond en ik zal de bijbehorende plichten vervullen.’ Dit is belangrijke symboliek voor een man en trouwens ook voor een kind.

Gun het uw vriend dat uw kinderen zijn achternaam zullen dragen. U hebt alles al: u zult zwanger zijn, u zult baren, u zult zogen. Sta uw vriend toe om ook iets bij te dragen aan de onderneming: zijn naam. Bewaar uw emancipatorische behoefte voor gesteggel over de eerlijke verdeling van zorgtaken.

Artikelen in Zwangerschap en baby's.

Gelabeld met .


Neuriënde baas

Beste Beatrijs,

Ik ben een jongen van 17 en ik werk in het magazijn van een klein bedrijf. Er staat meestal muziek op onder het werk. Mijn baas heeft de nare gewoonte om met veel liedjes hardop mee te neuriën. Ik vind dit bloedirritant, maar ik weet niet of het wel past bij mijn positie als werknemer en jongere om hem hierop te wijzen. Ik heb al geprobeerd muziek op te zetten die hij niet kent, of zelf hardop mee te neuriën, maar het biedt geen soelaas. Wat kan ik het beste doen?

Getergd door geneurie

Beste Getergd door geneurie,

Inderdaad: mee neuriën met de muziek of zelf neuriën is razend irritant. Laatst zat ik in de tram, terwijl iemand achter mij aan het neuriën was en mijn bloed begon te koken. Gelukkig duurde de beproeving maar tien minuten, voordat ik de tram uit kon.

Maar je baas kun je niet corrigeren. Aan een collega zou je nog kunnen vragen of hij er alsjeblieft mee wil ophouden, omdat dit gedrag je in de gordijnen jaagt, maar het is lastig voor een jonge jongen om kritiek te geven op de oudere baas. Ik raad je aan om naar je eigen muziek te luisteren via oordopjes. Daarmee sluit je je af van de omgeving. Dat heeft ook z’n nadelen, maar dat doen wel meer mensen onder het soort werk dat geen voortdurende communicatie vereist. Als de baas vraagt waarom je jezelf op je eigen muziek inplugt en of je wat er centraal klinkt soms niet oké vindt, kun je altijd nog toegeven dat je dat doet omdat je niet tegen zijn geneurie kan. Als hij ernaar vraagt, kan hij een eerlijk antwoord krijgen. Misschien belooft-ie wel om ermee op te houden en zo niet, hou je je oordopjes bij de hand.

Artikelen in Collega's.

Gelabeld met .


(On)gelijke bedeling van kleinkinderen

Beste Beatrijs,

Voor onze oudste kleinzoon, opgroeiend in een gezin met een minimuminkomen, hebben wij als grootouders flink gespaard, omdat van de ouders weinig te verwachten valt. De twee andere kleinkinderen groeien op in een gezin met een structureel inkomen van circa vier keer modaal. Hebben die twee andere onder het motto ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ aanspraak op een vergelijkbaar spaarregime van de grootouders?

Sparen voor kleinkind

Beste Sparen voor kleinkind,

Normaal gesproken (in gezinnen met een vergelijkbare financiële achtergrond) is het verstandig om kleinkinderen gelijk te bedelen, dus evenveel geld te geven. Maar in dit geval is er sprake van een schrijnend verschil tussen het ene en het andere gezin. Twee kleinkinderen groeien op in weelde, het andere kleinkind in relatieve armoede. In dat geval kunt u prima uw spaarinspanningen reserveren voor het arme kleinkind. Omdat het u vooral om hulp te doen is, kunt u makkelijk eisen aan de schenking verbinden. Wanneer u uw schenking oormerkt als bijdrage voor studie- of opleidingskosten, voorkomt u dat het geld wordt aangewend voor luxe tralala-uitgaven. Het geld dat u uw kleinzoon ter beschikking stelt vanaf z’n achttiende jaar of na het behalen van zijn middelbare-schooldiploma bestempelt u niet zozeer als een cadeau (waar mensen in principe mee mogen doen wat ze willen), maar als een bijdrage aan zijn toekomst. De andere kleinkinderen zullen niet speciaal jaloezie in zich voelen opkomen, wanneer hun neef een financieel steuntje in de rug krijgt voor noodzakelijkheden die de rijken vanzelfsprekend toevallen.

Artikelen in Grootouders en kleinkinderen.

Gelabeld met .


De compromispiet maakt het nog veel erger

Een lofwaardige actie van Knevel en Van den Brink om midden in het allesoverheersende voetbalgedruis en de gestapelde bierkratten op Terschelling de aandacht ergens anders op te richten. Nee, hè, toch geen Zwarte Piet in de zomer?! Maar juist omdat er dan geen druk op staat, moet het in de zomer. Een koortsig onderwerp is gebaat bij enige distantie. Niet dat het seizoen veel uitmaakte overigens. Voor- en tegenstanders zitten muurvast ingegraven in hun posities. Het meest absurde onderdeel van deze vertoning was de parade van drie pieten: een traditionele Zwarte Piet, een compromispiet (op basis van een inventariserend onderzoek van het Centrum van Volkscultuur) en een progressieve, paars geschminkte piet. Tradities kun je niet van bovenaf veranderen of opleggen volgens directeur Ineke Strouken, maar met de compromispiet die zij naar voren schoof deed zij precies dat! Zelden zo’n wangedrocht gezien.

Geen wonder dat dit misbaksel door 90 procent van de instant reageerders op dit programma werd weggestemd. Het compromis bestond eruit dat allerlei details, zoals oorringen, een woest, zwart krullenkapsel en rode zoenlippen waren geschrapt, terwijl de hoofdzaak, de huidkleur, ongemoeid was gelaten, nu ja, afgezwakt van zwart naar bruin. Afgezien van de glad naar achteren (in een knotje?) getrokken, steile haren die de indruk wekten van een kleuterjuf op leeftijd, had deze compromispiet nog het meest weg van een etnische Nederlander. Waar je de oorspronkelijke Zwarte Piet met geen mogelijkheid voor allochtoon zou houden (daarvoor zijn de kenmerken veel te extreem), lijkt de compromispiet precies op een normale Nederlander van onbestemd allochtone afkomst. De compromispiet is nog veel beledigender dan de traditionele Zwarte Piet!

Het gaat niet om oorringen – de helft van Nederland inclusief mannen loopt met grote of kleine ringen door een of twee oren. Het gaat niet om rode zoenlippen – Angelina Jolie, Dolly Parton en Kim Holland hebben ook opgezwollen, vet gestifte lippen. Het gaat niet om een pruik met grove, zwarte krullen – geen enkele allochtoon voelt zich hierdoor weggezet, want de haardiversiteit onder allochtonen is daarvoor veel te groot. Het gaat ook niet om krompraten, onderdanigheid of de rol van boeman die kinderen angst aanjaagt. Die aspecten van de figuur zijn allang verdwenen. In het Sinterklaasjournaal is al jaren geen sprake meer van ‘Zwarte Piet’, maar van de soortnaam ‘piet’ – zonder hoofdletter omdat het een beroep is, zoals loodgieter of chirurg. De pieten bieden als side-kick komisch tegenwicht voor de plechtige, relatief statische Sinterklaasrol. Ze geven fysieke schwung aan het theater, ze spreken correct Nederlands, ze worden al sinds decennia ook door vrouwen gespeeld (er is niets opmerkelijks aan een piet met een deinende voorgevel), ze dreigen nooit met een zak, ze kunnen slim zijn of stuntelig, uit hun bol gaan, maar ook heimwee hebben of verlegen zijn. Omdat er zo veel pieten nodig zijn, biedt de rol eindeloos veel invulmogelijkheden.

De zogenaamde modernisering van de figuur Zwarte Piet die het Centrum van Volkscultuur voorspelt heeft al lang plaatsgevonden. Daar gaat de discussie helemaal niet over. Die gaat over huidkleur en niets anders dan dat. Huidkleur is een even ongezellig als precair onderwerp. Iedereen die zegt dat de zwartheid van Zwarte Piet er niet toe doet, omdat beschaafde mensen heus wel weten dat zwart niet onderdoet voor wit, steekt z’n kop in het zand. Het raciale onderscheid tussen zwart en wit mag dan pro forma uitgebannen zijn, maatschappelijk gezien doet het er heel veel toe en als er één gebied is, waarop je geen gesteggel over discriminatie kunt gebruiken, dan wel het vrolijke, alle kinderen insluitende Sinterklaasrollenspel.

Moorse page, ontvoerde negerslaaf, Scandinavische bosgeest, roetbesmeurde schoorsteenknecht, Zwitserse paniekzaaier, middeleeuws archetype, wat kan het schelen?

Vergeleken hiermee is de oorsprong van Zwarte Piet ten diepste irrelevant: Moorse page, ontvoerde negerslaaf, Scandinavische bosgeest, roetbesmeurde schoorsteenknecht, Zwitserse paniekzaaier, middeleeuws archetype, wat kan het schelen? Als verplichte zwartheid sommige bevolkingsgroepen pijnlijk treft, is het wel zo beleefd om daar rekening mee te houden en het kleurenspectrum van de schminkdoos te verruimen. Kinderen zullen niet eens merken dat een traditie uitgezoomd wordt. Het is nu zomer, vroeg genoeg om kleurtjes, stippeltjes of streepjes in de mentale marinade te zetten. Er hoeven maar een paar vrijwilligers naar een ander kwastje te grijpen en de impasse is doorbroken. De toekomst is aan de polychrome pieten.

Artikelen in Column.


Gepasseerd voor etentje

Beste Beatrijs,

Een vrouwelijke collega van ons bureau is dit jaar 40 jaar ambtenaar. Van onze werkgever, een grote overheidsdienst, krijgt zij geld om dit jubileum met collega’s naar keuze te vieren. Wat schetst mijn verbazing: ze nodigt alleen de zeven vrouwelijke collega’s uit voor een etentje en niet de twaalf mannelijke. Aan het budget kan het niet liggen, dat is zeer ruim. Mannen en vrouwen gaan binnen ons bureau gelijkwaardig met elkaar om. Mijn vraag is tweeledig: is hier sprake van discriminatie en moet ik nu, als man, een bijdrage leveren aan het cadeau dat namens iedereen wordt gegeven?

Gekwetste ambtenaar

Beste Gekwetste ambtenaar,

Bij jubilea zijn er twee mogelijkheden: het bedrijf/ de organisatie agendeert een feestelijke bijeenkomst (meestal een soort borrel), waarop een toespraakje wordt gehouden en een cadeau overhandigd, en waarbij alle collega’s welkom zijn. De andere mogelijkheid is dat de jubilaris een geldbedrag krijgt dat hij/zij naar eigen inzicht mag besteden. Deze mogelijkheid (een substantieel geldbedrag) komt het meest voor, omdat het organiseren van een borrel doorgaans gekoppeld is aan afscheid of pensionering. De collega die veertig jaar in dienst is zal op afzienbare termijn met pensioen gaan en bij die gelegenheid komt er toch al een afscheidsreceptie.

Het geld dat uw collega-met-40-dienstjaren heeft gekregen kan niet geoormerkt zijn (uitsluitend bestemd voor een etentje met collega’s). Zij heeft, laten we zeggen 1000 euro gekregen, waarmee ze mag doen wat ze wil. Ze heeft er vrijwillig voor gekozen om (een deel van) haar cadeau te besteden aan een etentje met haar vrouwelijke collega’s. Of dit verstandig is of niet, daar blijf ik verder buiten – in het algemeen is het raadzaam om bij het organiseren van vertier voor collega’s buiten het werk het principe ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ te hanteren. Maar in de eerste plaats geldt: uw collega mag het gekregen bedrag besteden zoals haar goed dunkt, en als zij dit met vrouwelijke collega’s wil stukslaan in een restaurant, is dat haar goed recht. Verder hoeft u als niet-uitgenodigd persoon natuurlijk niet bij te dragen aan een cadeau van de afdeling. Uw collega hééft al een cadeau van haar werk gekregen: die som gelds.

Artikelen in Collega's.

Gelabeld met , .


Wat ben je stil

Beste Beatrijs,

Op feestjes en recepties overkomt het mij (vrouw, 49 jaar) regelmatig dat mensen vragen: ‘Wat ben je stil, vind je het wel leuk?’ Misschien ben ik wat ingetogener dan de gemiddelde feestganger, maar ik praat wel graag met anderen. Ik drink geen alcohol en houd daardoor de hele avond dezelfde uitstraling, terwijl de meeste anderen steeds losser worden. De vraag waarom ik stil ben, vind ik vervelend. Soms praat ik er wat om heen of maak ik een grapje dat ik een stille genieter ben, maar het liefst zou ik zeggen: ‘Ik was juist vrolijk, maar nu niet meer want ik vind dit een rotvraag.’ Wat is een goede reactie?

Geen feestbeest

Beste Geen feestbeest,

Uitgesproken in een context van roezig feestgeruis kan zo’n vraag de stemming grondig bederven. Niemand is verplicht om uit z’n dak te gaan. Verlegen kinderen krijgen wel eens te horen: ‘Heb je je tong verloren?’ Neutraal of chagrijnig ogende vrouwen krijgen (van mannen) de opmerking ‘Kijk toch eens wat vrolijker!’ te verduren. Allemaal even irritant als buiten de orde. Als u in een strijdlustige stemming bent, kunt u de impliciete agressie terugkaatsen: ‘Wat een rare opmerking!’ Wanneer u het ietsje zwaarder wil aanzetten, zegt u: ‘Heb je er last van?’ Maar waarom zou u in discussie gaan? Gooi deze faux pas op het conto van dronkenschap en neem de moeite niet van een reactie. Mensen die boven hun theewater zijn kramen wel vaker zogenaamd indringende flauwekul uit. Negeer de stekel en maak u onmiddellijk uit de voeten: ‘Sorry, ik zie iemand anders die ik nodig moet spreken, doei!’

Artikelen in Taalgebruik.

Gelabeld met , .


Betweterige vriendin

Beste Beatrijs,

Ik (vrouw) heb een vriendin die de irritante gewoonte heeft om mij in een gesprek met anderen te onderbreken en luid en duidelijk te verbeteren. Geregeld zijn de correcties nog onjuist ook. Hoe kan ik me teweerstellen?

Ongewenst verbeterd

Beste Ongewenst verbeterd,

Verschillende reacties zijn mogelijk. U kunt zich Oost-Indisch doof houden en geen aandacht besteden aan haar interruptie. U kunt kiezen voor de ironische repliek: ‘Dank je wel! Zonder jou zou ik reddeloos zijn!’ Of u weigert de boodschap glashard: ‘Sorry, mag ik even mijn verhaal afmaken?’ Een variant hierop is het overrulen van uw vriendin: ‘Hou je erbuiten, Cock!’ Volhardt uw vriendin in de rol van betweter, dan moet u haar apart nemen en rechtstreeks vragen of ze alsjeblieft wil ophouden met schooljuffrouw spelen, omdat u daar heel erg moe van wordt.

Artikelen in Taalgebruik, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , .