Spring naar inhoud


Oude voornaam in rouwadvertentie

Beste Beatrijs,

Ik ben altijd ontevreden geweest met mijn voornaam, omdat ik hem niet bij me vond passen. Jaren geleden alweer, toen ik dertig was, heb ik een andere naam gekozen, eentje waar ik een veel beter gevoel bij heb. Van mijn familie, die ik overigens niet al te vaak spreek, kreeg ik te horen: “Zo zal ik jou nooit noemen.” Toen onze moeder overleed, hebben mijn broers en zusters een overlijdensadvertentie geplaatst, waarin ik onder mijn oude voornaam stond, omdat “het anders voor mensen onbegrijpelijk zou zijn.” Ik vond dit heel erg. Had mijn familie gelijk om ter wille van de herkenbaarheid mijn oude naam te gebruiken?

Alias

Beste Alias,

Vergeleken met vrienden en collega’s hebben familieleden veel meer moeite met het accepteren van naamsveranderingen. Niet alleen omdat ze de persoon in kwestie al vanaf z’n babytijd onder die naam kennen, maar ook omdat het aannemen van een nieuwe naam als een daad van agressie of verzet wordt beschouwd. Vooral ouders voelen zich vaak afgewezen, wanneer hun kind onder een andere voornaam door het leven wil, dan wat zij hebben uitgekozen. Ook al zijn uw redenen louter esthetisch, toch interpreteert uw familie het als aanstellerij of als een teken dat u er niet meer bij wilt horen. Zelfs wanneer familieleden van goede wil zijn en in principe uw wens willen honoreren, dan nog blijven ze zich vergissen uit macht der gewoonte. Uw familie was niet van goede wil, er is weinig onderling contact, dus dat uw nieuwe naam niet zou aanslaan viel te verwachten.

Dat zij u tegen uw wil onder uw oude naam in de overlijdensadvertentie van uw moeder hebben opgevoerd, is wel een zeer grove manier om over iemand heen te lopen. Het is uw goed recht om uzelf te noemen, zoals u dat goeddunkt. Dat mensen al advertenties spellend die naam niet herkennen is hun probleem, niet het uwe.

Artikelen in Aanspreken en begroeten, Broers en zussen, Dood en begrafenis, Ouders en volwassen kinderen.

Gelabeld met .


Tussen haakjes leven

In De Toverberg van Thomas Mann gaat Hans Castorp zijn neef Joachim bezoeken die in een sanatorium zit in Davos, hoog in de bergen. Drie weken zou de logeerpartij duren. Uiteindelijk blijft hij zeven jaar hangen.

De Toverberg is het relaas van de ultieme vakantie. Hans Castorp, een jongeling van 23 jaar, weet niet goed wat hij met z’n leven aan moet. Hij is al vroeg wees geworden, opgegroeid bij een vriendelijke, maar niet super-betrokken oom in Hamburg, en afgestudeerd als civiel ingenieur. Hij wordt geacht op korte termijn in dienst te treden bij een of andere scheepswerf, maar het vooruitzicht lokt hem weinig aan, dus gaat hij eerst maar eens met vakantie. Een ander behangetje, de geest laten waaien en zijn aan tbc lijdende neef opbeuren. Een goed plan!

Het sanatorium is een wereld apart. Er gelden andere wetten en regels dan in ‘het laagland’, zoals de buitenwereld heet. Begrijpelijk, want de populatie bestaat uit zieken, mensen met longaandoeningen voor wie de schone, droge berglucht genezend werkt. Maar ís iedereen wel zo ziek? Toegegeven, er is een afdeling ‘moribunden’, de arme Joachim kwijnt reddeloos weg, andere bewoners moeten onnavolgbare medische ingrepen doorstaan, maar onze dappere held lijkt het hele boek door toch weinig te mankeren.

Het sanatoriumregime bevalt Hans Castorp wel. Met overgave onderwerpt hij zich aan de ijzeren routine van zes maaltijden per dag, de ligkuur op het balkon, af en toe een wandelingetje, tweewekelijkse concerten en lezingen op niveau. De geneesheer-directeur is zo behulpzaam om een ruisje in de long te ontdekken, dat hem op zes maanden kuren komt te staan, en na een simpel rekensommetje (de grootte van zijn vaders erfenis afgezet tegen de maandelijkse verblijfskosten) promoveert de bezoeker razendsnel tot volwaardig patiënt.

Hans Castorp heeft een opgewekte inborst; misschien is hij een tikje naïef, maar zeker niet dom en hij staat overal voor open. In het gesloten universum van de vakantiekolonie kán hij niet eens ergens aan ontsnappen, dus die ontvankelijkheid komt hem goed van pas. Op vakantie beleef je alles intensiever, omdat het normale leven er niet is om op terug te vallen. Op vakantie heb je tijd voor lange, diepe gesprekken, want er roepen geen plichten. Hans Castorp ontmoet gedenkwaardige personen, zoals de eeuwige optimist Settembrini, humanist/pedagoog en verspreider van het Verlichtingsgedachtengoed, en diens tegenpool de zwartkijker Naphta die jezuïtische bespiegelingen ten beste geeft over de natuur, scholastiek, het kapitalisme en het terrorisme. In wisselende duo’s en af en toe gedrieën voeren zij discussies op het scherp van de snede, zoals die nog steeds bij alle kampvuren ter wereld worden gevoerd, alleen gaat het er in De Toverberg veel welbespraakter, erudieter en geestiger aan toe.

Een vakantie zonder liefde is geen vakantie en Hans ontmoet deze dan ook in de vorm van de intrigerende Clawdia Chauchat met haar scheve Kirgiezen-ogen, die altijd onbekommerd deuren achter zich dicht laat slaan. Een onbereikbare liefde vanzelfsprekend, – mevrouw Chauchat heeft een man thuis zitten in het verre Daghestan – maar de onmogelijkheid van deze liefde wakkert zijn hartstocht alleen maar verder aan.

In een vakantiekamp wordt de werkelijkheid tijdelijk tussen haakjes gezet. Vakantiegangers hebben dispensatie voor het serieuze leven. Ondanks de doem van ziekte en dood gedragen de patiënten in het sanatorium zich als deelnemers aan een groepsreis. Ze geven elkaar en het personeel bijnamen (Vereniging De halve long, De slechte Russentafel, de goede Russentafel, Rhadamantys), er vindt een soort bonte avond plaats, carnavalsvieringen en een spiritistische seance.

Na zeven jaar kuren krijgt Hans Castorp er genoeg van en verklaart hij zichzelf genezen. Eenmaal beneden neemt hij dienst voor de nakende oorlog (WO1). Zo intensief en vormend was zijn verblijf in deze hogedruk-pan dat de oefening waarschijnlijk waardevoller was dan het echte leven. Zo’n vakantie valt nooit meer te overtreffen.

Beatrijs Ritsema

Artikelen in NRC-column.


Nostalgie

Beatrijs Ritsema

De opdoeking van het hiernamaals maakte meteen korte metten met de zin van het leven. Ook al schreef Jaap van Heerden monter ‘Wees blij dat het leven geen zin heeft’, het is een onuitroeibare neiging van de mens om daar nu juist wel naar te zoeken. Het najagen van plezier steekt als enig overgebleven levensvervulling toch wat armoedig af tegen het concept van een leven na de dood. Een van de manieren om het korte-termijn hedonisme meer zeggingskracht te geven is om de genoegens als accumuleerbaar te beschouwen. In deze visie draait het in het leven om het verzamelen van goede herinneringen, die niemand je kan afnemen en waar je je later nog eens aan kunt warmen. Het geheugen als medicijnkastje met tegengif voor somberheid en eenzaamheid.

Net als het hiernamaals een aantrekkelijk idee, maar het werkt niet. Ethel Portnoy heeft zich eens afgevraagd of goede herinneringen haar zouden kunnen opbeuren, wanneer ze der dagen zat was, en het antwoord was natuurlijk ‘nee’. Gedachten aan hoe gelukkig je was in bepaalde omstandigheden, hoe mooi je eruit zag toen je jong was, hoeveel je van sommige mensen hield, hoeveel ze van jou hielden, hoezeer je genoten hebt van bijzondere ervaringen, helpen allemaal niet. Integendeel zelfs. Door het contrast met het heden krijgen zoete herinneringen een bittere bijsmaak. Nostalgie is een gevaarlijk sentiment. Nooit kom je gesterkt tevoorschijn uit een dwaaltocht door het verleden, maar altijd lichtelijk aangeslagen, huilerig en met een oceanisch gevoel van vergeefsheid. Voorbij, voorbij, en ach, voorgoed voorbij.

Dit weekend was ik op een reünie van mijn familie. Zuster, neven en nichten met hun echtgenoten en ouders, voor zover nog in leven. Mensen van middelbare leeftijd, nog steeds jong genoeg om het heden te omarmen en al oud genoeg om het verleden recht te doen. De bijeenkomst kreeg een onverwacht nostalgische injectie door de aanwezigheid van een klein stapeltje brieven in een van de fotoalbums die ter inzage lagen. De brieven waren geschreven door de twee grootouders aan hun buitenslands verkerende zoon en schoondochter (mijn ouders) en stamden uit 1961 (ik was zeven). Veel sterker dan oude foto’s werpen oude brieven de lezer onmiddellijk terug in de maalstroom van het voorbije heden. Uit de beschrijving van dagelijkse besognes als een uitstapje naar Amsterdam, familienieuwtjes, gesukkel met de gezondheid en heel veel hartelijkheden trad mijn opa, aan wie ik nauwelijks herinneringen bewaar, ineens springlevend naar voren. Al snel werd de correspondentie overgenomen door zijn vrouw, want opa werd ziek en een paar weken later was hij dood. Het was de dapper-opgewekte toon van die brieven, gecombineerd met de details van het dagelijkse leven, die zo aangrijpend werkte. De dood stelt alles in een vergeefs perspectief, dat is nogal wiedes, maar meer dan veertig jaar na dato stond hij dan toch weer even in al zijn bescheidenheid en hartelijkheid recht overeind, mijn grootvader. En dat alleen maar doordat hij in goedgekozen formuleringen een eind weg tikte op zijn Hermes Baby, een typemachine (niet dezelfde – het merk was kennelijk favoriet in de familie) die ik zelf ook jarenlang gebruikt heb.

De ene golf van nostalgie lokt de volgende uit, want al snel raak je dan aan de praat over de schoonheid van de persoonlijke brief, en dat iedereen altijd brieven bewaart – ik heb ze ook nog allemaal -, maar dat niemand ze meer schrijft, omdat alles per e-mail gaat. En e-mails vervliegen, want computers crashen.

Dit is na twintig jaar mijn laatste stukje op deze plaats. Ik bewaar goede herinneringen aan het schrijven ervan, maar zal daar niet in verwijlen. Nostalgie kan altijd nog. Lezer, saluut.

Artikelen in NRC-column.


Eetclub

© Sjoerd van der Zee

Beste Beatrijs,

Ik zit in een eetgroepje dat eens per maand bij elkaar komt. Tot voor kort waren we met ons vieren: een echtpaar en twee alleengaande vrouwen, en we rouleerden de kookbeurten per huis. Net is er weer een stel bijgekomen (man en vrouw). Met de nieuwe samenstelling vind ik dat we twee keer bij de echtparen zouden moeten eten tegenover één keer bij de singles. De anderen vinden dat onzin, want de mannen hielpen toch gewoon mee met het koken of anders ontkurkten ze toch de wijn ook wel eens? Ik heb het erbij laten zitten, maar eigenlijk zint het me niet. Wat vindt u?

Te vaak ingeroosterd

Beste Te vaak,

In principe hebt u gelijk dat echtparen voor twee tellen en niet voor één. Als men naar een restaurant gaat met een echtpaar en twee singles, dan betaalt het echtpaar de helft van de rekening en niet een derde.

Als de groep uit zes personen bestaat, is het eerlijker het aantal kookbeurten over zes te verdelen dan over vier. Dat het zo niet is geregeld komt natuurlijk doordat de betreffende mannen niet kunnen of willen koken en hun echtgenotes geen zin hebben om deze taak voor hen op te knappen. Mannen opereren in deze opzet als uiensnijder of wijnontkurker en beperken zich verder tot het opeten wat anderen hebben klaargemaakt. Hun echtgenotes doen liever 25 dan 33 procent van het werk, terwijl u liever 17 procent zou doen dan de u toegemeten 25 procent. En u geeft op jaarbasis ook nog relatief meer geld uit.

Allemaal waar, maar mensen die met liefde koken en plezier scheppen in elkaars gezelschap, hebben daar meestal geen rekenmachine bij nodig. Kennelijk ziet men in uw eetgroepje het koken toch een beetje als een verplichting, iets om over te marchanderen of om onderuit te glibberen. Ik voorzie geen lange toekomst voor deze eetgroep. Zes personen is in uw geval te veel.

Artikelen in Eten en drinken, Visite, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , .


Onmogelijke schoondochter

Beste Beatrijs,

Onze zoon is getrouwd met een onmogelijk meisje: christelijk gereformeerd, zeer beperkt van inzicht, luidkeels toch allerlei domme en grove dingen verkondigend, leugenachtig, bezitterig (tussen mijn vrouw en haar gaat het helemáál niet: een stil gevecht om onze zoon vooral, denk ik), enfin: hopeloos.

Dat gaat zo al meer dan tien jaar. We proberen het wel steeds weer, na een ruzie, want het is erg pijnlijk voor onze zoon om alléén op bezoek te komen, maar het lukt gewoon niet. Het is alsof we haar nog helemaal moeten opvoeden.

Ik vind dat we haar eens schriftelijk weloverwogen moeten duidelijk maken wat we als voorwaarde(n) stellen als ze ons wil bezoeken. Maar mijn vrouw ziet daar niet veel in. Voor alle duidelijkheid: ook onze schoondochter is een kind van God, met alle recht van bestaan en karakter. Wij zijn niet beter dan zij, hooguit iets wijzer, want ouder. Binnenkort ben ik jarig. Ik zou onze zoon het liefst in z’n eentje laten komen. Hij hecht aan verjaardagen, ik niet. Hebt u een suggestie? Niet voor mijn verjaardag, maar voor de omgang met onze schoondochter.

Wanhopige schoonvader

Beste Wanhopig,

Het belangrijkste is dit: aanvaard wat het leven u in de schoot heeft geworpen. Uw zoon heeft dit meisje als echtgenote gekozen, uw schoondochter heeft hem als man gekozen, ze zijn al tien jaar samen, en niets in uw brief wijst erop dat ze plannen hebben om uit elkaar te gaan. U hebt geen andere keus dan haar te accepteren met al haar onaangename eigenschappen. U schrijft: “Het is of we haar nog helemaal moeten opvoeden.” Dit is dus precies wat u niet moet doen. Zij is volwassen en door andere mensen opgevoed. U hebt in dezen geen taak meer.

U speelt met de gedachte om haar een brief te schrijven, waarin u meedeelt wat uw voorwaarden zijn voor bezoek van haar. Ook dit is geen goed idee. Zodra u zwart op wit gaan zetten waar u allemaal last van hebt in haar gedrag, en hoe zij dat zou kunnen verbeteren, krijgt het een loodzware lading, die nooit meer weggaat. Zij zal deze brief als kwetsend opvatten en er altijd uit kunnen blijven citeren. Zo’n brief met grieven klaart de lucht nooit op, maar verziekt de verhouding alleen maar nog verder.

Hoe kunt u haar aanvaarden zonder tegelijk over u heen te laten lopen (want dat laatste is ook belangrijk)? Dat kan door u mentaal van haar te distantiëren. Door juist wèl te denken: ‘wij zijn beter dan zij.’ Als ze domme en grove dingen roept, laat u zichzelf niet van streek brengen, maar u denkt bij uzelf: ‘Weer een nieuwe voorstelling van het Circus der idioten.’ De truc is om haar met enige onthechting te bezien, als iemand door wie u niet geraakt kunt worden, omdat u haar niet helemaal serieus neemt.

Zo kunt u zichzelf beschermen tegen haar onaangename kanten en haar tegelijk in uw huis ontvangen. Want daarin heeft uw zoon gelijk: het is vreselijk voor hem als zijn ouders hem wel willen zien, terwijl schoondochter maar liever thuis moet blijven. Als u uw zoon voor dat dilemma plaatst (hij is wel welkom, zij niet), dan zal hij uiteindelijk als loyale echtgenoot voor zijn vrouw kiezen, en ik kan me niet voorstellen dat u daar op uit bent.

Na zo’n bezoekje kunnen u en uw vrouw samen lachen om de enormiteiten die ze nu weer uitgekraamd heeft. Beschouw de familieverhouding met enige humor. En vergeet niet dat uw zoon met haar getrouwd is. Er moet ook nog iets goeds in haar verscholen zijn.

Artikelen in Ouders en volwassen kinderen, Schoonfamilie, Visite.

Gelabeld met , .


Cadeau aan oprichters nieuw bedrijf

Beste Beatrijs,

Wat voor geschenk geef je aan de eigenaren van een bedrijf die hun nieuwe pand openen en gelijktijdig hun nieuwe bedrijf opstarten?

Whiskey? Sigaren? Bloemen?

Beste Whiskey?

Soms laten mensen van tevoren een bloemstukje bezorgen. Strikt genomen hoeven genodigden geen cadeau mee te nemen, omdat zo’n feestelijke opening promotiedoeleinden dient. Startende ondernemers willen zo ruchtbaarheid geven aan het feit dat ze bestaan. Vandaar ook de gewoonte om, als het budget het toelaat, een (semi)beroemdheid te contracteren die linten doorknipt en door zijn loutere aanwezigheid het algehele cachet van de bijeenkomst verhoogt. Beroemdheden zorgen voor toeloop en hoe meer mensen, hoe meer kans op toekomstige klandizie. Alweer: u bent zeker niet verplicht iets te kopen of af te nemen, het gaat erom dat u dit nieuwe bedrijf een plaatsje in uw geheugen geeft, zodat u in voorkomende gevallen mensen ernaar kunt verwijzen (als het u tenminste een goed bedrijf lijkt). Alle beginnende bedrijven moeten het hebben van mond tot mond-reclame, dus dat is het belangrijkste waarmee u de eigenaren van dienst kunst zijn.

Artikelen in Cadeaus, Festiviteiten, Zakelijke relaties.

Gelabeld met .


Meeluisteren in de trein

Beste Beatrijs,

Onlangs zat ik in de trein naast een dame die mij direct al opviel omdat zij haar pumps op de leuning van de stoel tegenover haar had geplaatst, maar verder was er nog niets aan de hand. Op een gegeven moment hoorde ik haar echter luid en duidelijk de naam noemen van een jongen die bij mij in het studentenhuis woont en die ik goed ken. Ze begon tegen de dame in wier gezelschap zij verkeerde deze jongen uit te maken voor alles wat lelijk was: hij was een vreemd ventje, een ‘nuldebehanger’, absoluut niet geschikt voor het onderzoek en nog minder voor het onderwijs, waar hij vast geen orde zou kunnen houden. Hij had een onderzoeksverslag bij haar ingeleverd, maar ze had geen idee meer waar hij zich allemaal mee had beziggehouden en zou hem daarom een zesje geven om maar van hem af te zijn.

Ik hoorde dit relaas met stijgende verwondering en steeds grotere woede aan – ik weet dat mijn huisgenoot zich kapotgewerkt heeft voor dat onderzoek-, maar heb uiteindelijk niets tegen deze mevrouw gezegd en voel me daar nu schuldig over. Vindt u dat ik haar respectloze bejegening van mijn huisgenoot terecht heb genegeerd of had ik haar fijntjes op haar onbeschaamde gedrag moeten wijzen?

Met gespitste oren

Beste Met gespitste,

Wat had u gedaan als uw medetreinpassagier aan het kwaadspreken was over iemand die u níet kende? Waarschijnlijk zo’n beetje half geamuseerd zitten meeluisteren of, als het u niet interesseerde, had u er verder geen aandacht aan geschonken. U zou er in ieder geval niet over piekeren een willekeurige medereiziger terecht te wijzen over de hardheid van zijn of haar oordeel. Waarom zou u dat wel doen, als de kop van Jut toevallig een bekende is? Dan ligt het toch veel meer voor de hand om goed op te letten, eventueel een enkele notitie te maken, en alles wat u hoort spoorslags over te brengen aan uw huisgenoot. Die kan daar ongetwijfeld zijn voordeel mee doen, bijvoorbeeld een andere supervisor zoeken of een strategie bepalen om zijn, kennelijk wankele, positie veilig te stellen.

Mensen die zich anoniem wanen, mogen hun gemoed luchten, roddelen, zelfs kwaadspreken wat ze willen. Het is niet altijd slim om in het openbaar erop los te blaten, want je weet nooit wie er meeluistert, maar dat valt onder verantwoordelijkheid van de spreker. Het enige waarop u haar had kunnen aanspreken is het plaatsen van haar schoenen op de stoel tegenover haar, al had ze dan vast ‘waar bemoei je je mee’ teruggesnerpt.

Wees blij dat u zich niet met haar ingelaten hebt. Met de informatie die u ongevraagd in uw schoot geworpen kreeg kunt u uw huisgenoot veel beter helpen, dan wanneer u protest had aangetekend tegen haar ongezouten meningen.

Artikelen in Reizen.

Gelabeld met .


Envelop met geld openmaken?

Beste Beatrijs,

Wat moet je doen als je op je feest een envelop met felicitatiekaart krijgt, waarin je geld vermoedt, bijvoorbeeld 50 euro? Kijken wat erin zit en dan bedanken? Of uit beleefdheid niet erin kijken en dus ook niet bedanken?

Openmaken of niet?

Beste Openmaken,

Wanneer u een envelop met inhoud krijgt, opent u die wel, want er kan ook een boeken- CD- theater- of cadeaubon in zitten. U zegt dan ‘O, een …bon, precies wat ik goed kan gebruiken, dank je hartelijk!’ zonder de bon zelf verder open te maken om te kijken wat de waarde precies is. Die nieuwsgierigheid kunt u na afloop van het feest bevredigen.

De etiquette is er trouwens zwaar op tegen om baar geld cadeau te doen, behalve van grootouders aan kleinkinderen. Het lijkt te veel op een bijdrage aan het huishoudbudget. Mensen zien dan meteen wat de ander hen waard acht. Het is op de een of andere manier niet prettig om gevoelens van genegenheid in knisperende bankbiljetten omgezet te zien. Dat geldt weliswaar ook voor cadeaubonnen, maar daar zit tenminste nog een zeker idee achter: ‘ik wil je graag een boek geven, maar ik wil niet zo opdringerig zijn dat ik voor je ga bepalen welk boek dat moet zijn.’ Hoe dan ook, of u de inhoud van de envelop nu vluchtig of helemaal niet inspecteert, bedanken doet u wél, altijd.

Artikelen in Cadeaus, Festiviteiten.

Gelabeld met , .


Liever geen bejaarden op verjaardag

Beste Beatrijs,

Mijn ouders en schoonouders zijn alle vier ver in de tachtig. Ze zijn op iedere verjaardag nog van de partij en steken dan luidruchtig ellenlange monologen af, want als je maar aan het woord blijft dan valt het niet op dat je slechthorend bent. Ze willen beslist niet zijn zoals hun ouders waren: vriendelijke, minzame bejaarden die zich uit de openbaarheid hadden teruggetrokken en bij wie je op je gemak wel eens een kopje thee kwam drinken.

Binnenkort hebben we weer een verjaardag (de mijne) en daar zie ik huizenhoog tegenop. Ze moeten gehaald en gebracht worden. Ze tetteren aan een stuk door, vragen altijd om dingen die ik dan net weer niet in huis heb. Kortom ik vind eigenlijk dat het beter is dat wij ze rond onze verjaardagen zelf even bezoeken. Mijn man ziet het probleem niet, maar vrienden komen liever op een andere dag ‘want het is veel te druk voor jullie ouders’.

Hoe kan ik dit in goede banen leiden zonder beledigend te worden?

Geen ouders op mijn verjaardag

Beste Geen ouders,

Die monologen van hardhorende hoogbejaarden zijn vervelend om mee te maken, al denk ik niet dat uw (schoon)ouders zich hebben voorgenomen om het nu eens anders aan te pakken dan hun eigen ouders, wier bescheidenheid u roemt. De ene hoogbejaarde kruipt in z’n schulp, de ander gaat er vol tegenaan. Dat zijn geen levensstijlen waar mensen toe beslissen omdat ze denken dat het zo hoort. Het is zeker op die leeftijd een kwestie van ‘niet anders kunnen’.

Ik kan me levendig voorstellen dat u opziet tegen verjaardagsbezoek van uw (schoon)ouders, zeker als dat voor u en uw man twee keer heen en weer rijden betekent op een dag die toch al drukker dan normaal is. Aan de andere kant is het ook wel weer te prijzen dat uw (schoon)ouders nog hun eigen leefwereld willen verlaten om bij u op bezoek te komen. Objectief gezien zijn uitstapjes ook goed voor hen. De meeste hoogbejaarden komen immers nog maar zelden verder dan hun eigen straat. Zelfs winkels zijn vaak onbereikbaar voor hen. Spreek met uw (schoon)ouders een aparte gelegenheid af, in de buurt van uw verjaardag op een dag dat het u en uw man schikt om te brengen en te halen. Ze zijn dan met hun vieren bij u te gast en kunnen tegen elkaar hun monologen afsteken. Op die manier hebben ze toch hun uitje zonder uw verjaardagsfeestje te domineren.

Artikelen in Ouders en volwassen kinderen, Schoonfamilie, Verjaardag.