Spring naar inhoud


Man leidt dubbelleven

Beste Beatrijs,

Zeven jaar geleden heb ik (51) mijn huidige man leren kennen. In 1999 zijn wij samen gaan wonen. Toen ben ik ziek geworden en er toch weer boven op gekomen mede dankzij de steun van mijn man. In 2002 zijn wij getrouwd en ik was heel gelukkig. Ik dacht mijn man ook. Na een weekend met vrienden weg te zijn geweest, begon de ellende. Hij had iemand had leren kennen en was verliefd op haar. Dit dus na acht weken huwelijk. Hij wilde scheiden maar ik niet. Steeds vaker ging hij naar haar toe. Het afgelopen jaar ieder weekend. Ze maken samen uitstapjes, gaan op vakantie en doen leuke dingen.
 Wij wonen van zondagavond tot vrijdagochtend in het zelfde huis en slapen in hetzelfde bed. Ik doe het huishouden en probeer de tuin bij te houden. Heel veel mensen verklaren mij voor gek. En ik zou eigenlijk heel boos op hem moeten zijn, maar dat is niet zo. Diep in mijn hart houd ik nog steeds van hem. Sinds enkele weken zoekt hij ’s avonds in bed toenadering en hebben wij weer seks. Overdag is hij bijna een vreemde voor mij. Ik durf niet te vragen waarom hij dit doet. Ik geniet van zijn aandacht.
Wat moet ik nu verder? Hij houdt zijn vriendin, zichzelf en mij voor de gek. Moet ik zijn vriendin hiervan op de hoogte stellen? Hij zal dan zeker alles ontkennen.

Mijn man leidt een dubbelleven

Beste Mijn man leidt,

U hebt het al ruim anderhalf jaar volgehouden om uw man met een andere vrouw te delen. Misschien moet u daar nog even mee doorgaan. Als uw man weer zin heeft in seks met u, kan dat een teken zijn van langzaam terugkomen. Hij heeft zich niet volledig willen uitleveren aan die andere vrouw, anders was hij wel helemaal bij haar ingetrokken. U kunt wel zeggen dat u niet wil scheiden, maar als uw man bij die andere vrouw wil zijn, dan pakt hij zijn koffers en dan kunt u hem met geen mogelijkheid tegenhouden.
 Kennelijk wil hij toch niet echt van u af, anders zou hij u niet aanhouden. Of heeft hij alleen behoefte aan een huishoudster? Stel dit aan de orde. Waarom bent u bang voor hem? U hebt niets misdaan in deze affaire, integendeel, u hebt zich heel coulant opgesteld. Vraag aan uw man wat voor toekomst hem voor ogen staat. Doorgaan met dit dubbelleven of toch voor een van de twee kiezen, en zo ja voor wie dan wel. Vraag hem ook hoe zijn vriendin erover denkt. Als zij uw man exclusief voor zichzelf wil, kunt u overwegen het nog een tijdje uit te zingen in de bigamistische driehoek. Het gaat er dan om wie de langste adem heeft, u of de vriendin, en uw kansen zijn niet slecht. Maar het lijkt aannemelijker dat zij wel tevreden is met een weekendhuwelijk en vakanties. Zo ontkomt zij immers aan de rol van huishoudster/verzorgster. U moet dan bij uzelf te rade gaan of u op termijn genoegen neemt met een man voor alleen doordeweeks die zich overdag als een vreemde gedraagt (vooral die kilheid lijkt me knap lastig om te verdragen). Wanneer u zich daar te goed voor acht, moet u hem buiten zetten. Zijn vriendin zal hem niet opnemen (want wil alleen een weekendman) en misschien komt hij dan weer definitief bij u terug. 
Ga niet met die vriendin praten, want met haar hebt u niets te maken. En uw seksleven gaat haar al helemaal niets aan.

Artikelen in Huwelijk en scheiding, Vreemdgaan.

Gelabeld met .


Hoe verjaardag vieren?

Beste Beatrijs,

De maandag na moederdag ben ik jarig en ik wil dat graag vieren. Op moederdag komen onze uitwonende kinderen en kleinkinderen gezellig eten voornamelijk ter gelegenheid van mijn verjaardag. Tegen andere familie en vrienden meld ik dat ik op maandag jarig ben, maar eigenlijk is dat een beetje een vervelende dag, vooral voor degenen die ver weg wonen. Moet ik het ze makkelijk maken door te zeggen dat ik zondag ook thuis ben? Het is niet dat ik tegen veel drukte opzie of zo, daar geef ik niets om. Ik vier graag alle feestdagen, maar als iedereen al langs geweest is, dan ben ik maandag niet meer zo erg jarig. Of is dat een beetje kneuterig van mezelf?

Een of twee keer jarig?

Beste Een of twee,

Als u uw verjaardag wilt vieren, moet u dat onvervaard doen. Dat wil zeggen: een datum vastleggen, een plaats en een tijd, en uitnodigen maar. Of het moederdag is maakt niet uit. De dag zelf (van uw verjaardag) is ook niet belangrijk. U geeft een feestje of u geeft geen feestje. Dat is beter dan te zitten afwachten of iemand misschien uit zichzelf op de eigenlijke datum langskomt. Het is voor uw vrienden en familie veel prettiger om te weten waar ze aan toe zijn. Als u de verwegwonenden, mogelijk werkenden om u heen wilt verzamelen, dan is de zondag geschikter voor de viering. Wanneer iedereen gezellig langs is geweest met cadeaus en felicitaties, is het een beetje kinderachtig om op uw eigenlijke verjaardag te gaan kniezen dat er nu niemand meer komt. Die dag gebruikt u voor iets anders.

Artikelen in Familie, Verjaardag.

Gelabeld met .


Drankjes in restaurant verplicht?

Beste Beatrijs,

Tijdens een discussie kwamen wij op het thema of je nu wel of niet een drankje moet bestellen in een restaurant. Volgens mij doe je dit alleen als je inderdaad iets wil drinken. Soms wil ik helemaal niets drinken bij het eten. Volgens mijn discussiepartner schrijft de etiquette voor dat ‘het erbij hoort’ om iets te drinken te nemen bij het eten, zeker als de tafelgenoot dit ook doet. Wie heeft hier gelijk?

Op een droogje

Beste Op een droogje,

Niemand is in een restaurant verplicht om iets te bestellen, waar hij/zij geen zin in heeft. Ja, als je alleen komt, dan moet je iets bestellen. Je kunt niet zomaar een tafel in beslag nemen en zonder consumptie een mooi boek gaan zitten lezen.

Als u gaat eten in een restaurant en geen zin in drankjes hebt (of geen geld ervoor), dan hoeft dat dus niet. Sterker nog, het restaurant zou uit eigen beweging elke klant moeten voorzien van een glas gratis kraanwater met ijsklontjes. Dat is de gewoonte in Amerika en dat is een perfecte aanpak. In het algemeen willen klanten alcohol, koffie, thee, of wat voor (fris)drankje dan ook. Nu, die gaan dat heus wel bestellen. De meest irritant krenterige horecagewoonte hier in Nederland is om geen glas water te geven aan mensen die daar om vragen, zelfs niet aan hen die vele flessen wijn bestellen. In plaats daarvan wordt er een flesje niet van kraanwater onderscheidbaar mineraalwater geserveerd en voor twee en een halve euro in rekening gebracht.

Artikelen in Eten en drinken, Horeca.


Liever andere voogd

Beste Beatrijs,

Mijn vrouw en ik hebben vijftien jaar geleden besloten haar broer als voogd te benoemen over onze zoon en dochter, indien wij beiden zouden komen te overlijden. In vijftien jaar kan veel gebeuren. Het contact tussen haar broer en zijn vrouw, en ons gezin is een beetje verwaterd. We hebben geen ruzie, maar we zijn wat uit elkaar gegroeid. Omdat ons testament om andere redenen moet worden vernieuwd, staan we opnieuw voor de vraag wie wij als voogd willen zien als ons iets mocht overkomen. Het liefst zouden wij vrienden bij ons in de buurt benoemen, die wij inmiddels zijn gaan zien als goede ‘vervangers’ en die onze puberende kinderen beter kennen. Maar dan staan we voor de vraag: hoe vertellen we het de ‘oude voogden’? We zijn bang dat het geringe contact door onbegrip totaal wordt verbroken, en het is geenszins onze bedoeling de familierelaties op het spel te zetten.

Aarzelend tussen voogden

Beste Aarzelend,

Uw kinderen zijn intussen middelbare scholieren. Het duurt niet lang meer tot hun volwassenheid. Een voogd vervult voor plotseling wees geworden tieners een andere functie dan voor kleine kinderen, die zich makkelijker opnieuw kunnen hechten aan substituut-ouders. Hoe prettig en vertrouwd ook, wonen bij voogden blijft altijd een surrogaatsituatie, die tieners sneller naar onafhankelijkheid drijft. Juist omdat het opvanggezin deze wees/pleegkinderen snel weer kwijt zal zijn, kunt u de voogdij beter bij familie laten. Na het 18de jaar is de taak van de voogd formeel afgelopen. De verdere contacten tussen toevertrouwde kinderen en ex-voogden berusten dan louter op genegenheid. Maar de band tussen kinderen en vrienden van hun ouders zou weleens onverwacht dun kunnen zijn en (wederzijds) getekend door de gedachte ‘wat heb ik eigenlijk met hen te maken?’ Met familieleden is dat risico minder groot. Ook al zie je elkaar jaren niet, die bloedbanden geven stabiliteit en continuïteit. Mocht een weeskind op z’n 23ste ineens in de problemen komen, dan klopt ie misschien net iets makkelijker aan bij een oom of tante dan bij vrienden van zijn helaas omgekomen ouders. Met een familielid als voogd mag je ervan uitgaan dat hij een oogje in het zeil houden, ook als kinderen boven de 18 zijn, en dat de kinderen zich dat zullen laten aanleunen.

Misschien denkt u dat uw kinderen voor de periode dat ze nog niet zelfstandig zijn beter bij uw vrienden kunnen wonen dan te moeten verhuizen naar hun oom en tante. Zoiets kan natuurlijk altijd geregeld worden. Tieners moeten niet uit hun sociale leven worden weggerukt. Een voogd hoeft de hem toevertrouwde kinderen niet zelf in huis te nemen. Hij of zij moet het welzijn van de kinderen in de gaten houden en in dit geval kan dat heel goed betekenen dat ze bij uw vrienden intrekken, zeker wanneer de kinderen daar zelf de voorkeur aan geven. U moet switchen, wanneer u intussen een hekel hebt aan uw broer en schoonzuster, maar op zichzelf is ‘uit elkaar gegroeid zijn’ onvoldoende reden om uw broer te ontvoogden, want hij zal het opvatten als een motie van wantrouwen.

Artikelen in Broers en zussen, Dood en begrafenis, Kinderopvoeding.


Weggedrukt in wisselgesprek

Beste Beatrijs,

Steeds vaker gebeurt het dat ik zit te telefoneren en de ander krijgt vervolgens ‘op de andere lijn’ nog een gesprek. Mij lijkt het logisch dat je in zo’n geval even luistert wie het is, vervolgens het eerste gesprek afmaakt en daarna de tweede beller terugbelt. Meestal echter gaat het precies andersom: ‘Er belt nog iemand, ik moet ophangen.’ Ben ik nu overdreven gehecht aan etiquette, als ik dit geen manier van doen vind?

Weggedrukt in wisselgesprek

Beste Weggedrukt,

U hebt gelijk dat de volgorde ‘telefoon aannemen, oorspronkelijke gesprek afmaken, andere persoon later terugbellen’ de correcte gang van zaken is. Maar juist omdat mensen steeds vaker en steeds langer bellen, hetzij vast hetzij mobiel, wordt ook deze regel steeds losser. Veel mensen zitten op een wat oeverloze manier met elkaar te bellen. Ze zitten te kletsen over niks, slap te wauwelen alsof ze aan de bar hangen. Veel gesprekken missen elke urgentie. Ze worden gevoerd, maar ze zouden net zo goed niet gevoerd kunnen worden. Als er op zo’n moment een ander telefoontje binnenkomt, kan dat heel goed als aanleiding worden genomen om het eerste gesprek te beëindigen. Het is als een deurbel die gaat. Dan hang je ook op als je aan het bellen bent.

Als u een echt gesprek aan het voeren bent over iets belangrijks, waarin naar een conclusie wordt toegewerkt of waarin afspraken moeten worden gemaakt, dan is het onbeleefd om een ander binnenkomend telefoontje voorrang te geven. Maar als dat niet het geval is en de bellers zitten maar wat tegen elkaar aan te leuteren, dan is er geen bezwaar tegen vrij abrupt afbreken.

Artikelen in Telefoon.

Gelabeld met .


Verplicht foto’s kijken

Beste Beatrijs,

Ik ga soms op bezoek bij oudere kennissen. Het overkomt me dan nogal eens dat ik foto’s van de kleinkinderen te zien krijg. De kinderen van het echtpaar ken ik nauwelijks en de kleinkinderen helemaal niet. Een half uur lang passeren me honderden foto’s en ze geven ook uitleg. ‘Kijk, dit is Marjolein van Wim.’ ‘Nee,’ zegt de echtgenote, ‘het is Petra van Loes.’ Na enige discussie blijkt het inderdaad Petra te zijn. Ik luister en verveel me. Eigenlijk interesseert het me geen barst, want ik ken die kinderen niet. Hoe breng ik dit over aan opa en oma? Of moet ik maar alles over me heen laten komen?

Overstelpt met kleinkinderkiekjes

Beste Overstelpt,

Nietsvermoedende bezoekers overvallen met fotoalbums is een beproefde methode om de gezelligheid grondig de nek om te draaien. Of het nu om vakantiekiekjes gaat (saai) of foto’s van kleine kinderen (ook saai), niemand kan enige belangstelling opbrengen, tenzij er toevallig sprake is van grote betrokkenheid bij de gekiekten. Mensen willen alleen foto’s bekijken, waar ze zelf op staan of anderen die ze kennen. Vanzelfsprekend zegt men ‘Ja, graag!’ op de vraag ‘Zal ik foto’s van mijn (klein)kinderen laten zien?’ Tenslotte is een goedwillend persoon best bereid even een blik te werpen op andermans geliefden. Maar wel op voorwaarde dat de trotse (groot)ouders met hun geplastificeerde insteekmapjes zich houden aan de conventie van maximaal tien foto’s, waar in totaal ten hoogste anderhalve minuut aan wordt besteed. Meer tijd vragen is onbescheiden en opdringerig, een affront voor machteloze gasten die zich moeten uitputten in telkens nieuwe, waarderende kreten (leuk koppie, ziet er slim uit, wat een schatje, hoe oud zei je dat ie was, wat lacht ze daar lief). Wat te doen als u zich in zo’n dwangpositie bevindt? Probeer op een gegeven moment zelf het album, de stapel of de mapjes in handen te krijgen, in plaats van dat de gastheer/vrouw het tempo bepaalt, en blader er dan in sneltreinvaart doorheen. Zo snel dat ze geen toelichting meer kunnen geven. Als u hier een tijdje niet al te geïnspireerd mee zoet bent geweest, zegt u – voordat u de volgende serie in de maag gesplitst krijgt: ‘Wat een onweerstaanbare kinderen! Gefeliciteerd! Ik heb ze nu haarscherp op mijn netvlies, hartelijk dank, en trouwens, wat denken jullie van de nieuwe nota Ruimtelijke Ordening?’

Artikelen in Visite, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met .


Skinner’s box

Lauren Slater: Opening Skinner’s Box. Great Psychological Experiments of the Twentieth Century. W.W. Norton & Co. Importeur… 276 blz. $ 24.95

De sociale psychologie bestudeert de invloed van de omgeving op het gedrag van individuen. Niet het gedrag van één individu (dat is het terrein van therapeuten, romanschrijvers of biografen) maar van individuen in het algemeen. In dit streven naar generalisatie vlijt de sociale psychologie zich van alle – softe – gammawetenschappen het dichtst tegen de exacte natuurwetenschap aan. Het constateren van wetmatigheden betekent immers dat aan de inputzijde gesleuteld kan worden om ander, aangenamer, gedrag tot stand te brengen

Objectief, kwantitatief en reductionistisch, dat zijn de eigenschappen van de experimentele sociale psychologie. Het aardige van dit specialisme is desondanks dat de vragen die gesteld worden groter en veelzeggender zijn dan wat er gewoonlijk in de metende psychologie wordt onderzocht. Op microniveau houden psychofysiologen zich bijvoorbeeld bezig met reactietijden of met drempels in de waarneming (allemaal in modellen onder te brengen en exact uit te rekenen), maar dat is toch iets anders dan de vraag ‘Hoe ver gaan mensen in het uitvoeren van onethische opdrachten?’ of ‘Bestaat verdringing eigenlijk wel?’ of ‘Wat zijn de componenten van moederliefde?’ In de sociale psychologie gaat men met Promethische vermetelheid en met het optimisme van de wetenschap problemen te lijf, waar filosofen en schrijvers zich al eeuwen lang over buigen. Het is niet verwonderlijk dat deze richting in de psychologie juist tot bloei kwam in Amerika, waar ondernemingslust en empirie op al het denkbare wordt toegepast, dus ook op wezensvragen.

Lauren Slater (opgeleid als psycholoog, later journalist en schrijfster geworden) is een liefhebber van de experimentele sociale psychologie. Voor haar boek Opening Skinner’s Box verdiepte zij zich in tien beroemde experimenten uit de tweede helft van de 20ste eeuw. Ze beschrijft de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie, waar de onderzoekingen toe leidden. Ze spreekt met de onderzoekers zelf, indien nog in leven, en met hun collega’s of familieleden om tot een biografische schets te komen. Ze spoort proefpersonen op die over hun ervaringen vertellen. En ze werpt zichzelf in de strijd door zelf als proefpersoon op te treden, onder andere in een eenpersoons-herhaling van het ‘pseudo-gekken’-experiment van David Rosenhan. Dit speelde zich oorspronkelijk af in de jaren zeventig, toen sommige dienstplichtigen met succes psychiatrische stoornissen simuleerden om onder Vietnam uit te komen. Het deed Rosenhan twijfelen aan de validiteit van de psychiatrische diagnose in het algemeen. Met tien vrienden/collega’s werd afgesproken om zich bij tien over het land verspreide psychiatrische inrichtingen aan te melden met als enige (op psychose wijzende) klacht dat men een stem hoorde die ‘Thud’ zei (een cartoonkreet). Iedereen werd opgenomen, op zaal gezet en gedurende enige weken als patiënt behandeld met pillen, die niet werden ingenomen, en therapieën. Het idee van Rosenhan was dat, als het label ‘psychiatrisch’ eenmaal is gegeven, ook normaal gedrag als zodanig wordt geïnterpreteerd. En dat was ook zo, want patiënten die zeggen: ‘Met mij is niets aan de hand, ik wil eruit,’ worden juist extra als patiënt beschouwd, zoals wij ons herinneren uit One Flew over the Cuckoo’s Nest. Slater meldde zich dertig jaar met precies precies dezelfde naar psychose hintende klacht bij tien verschillende psychiatrische-crisis-opvang-posten en werd vanzelfsprekend níet opgenomen. Dat gebeurt alleen nog in uitzonderlijke gevallen, wanneer de persoon een direct gevaar voor zichzelf of zijn omgeving vormt. Wel verzamelde Slater, die wisselend gediagnosticeerd werd met angststoornissen of mogelijke psychose of psychotische depressie, recepten voor in totaal 250 stuks antipsychotische middelen (Risperdal) en verschillende soorten antidepressiva.

De vraag is wat hier precies mee wordt bewezen. Misschien niet meer dan dat welwillende, goedbedoelende psychiaters niet tegen bedrog zijn opgewassen. Alle beroemde sociaal-psychologische experimenten werken met bedrog. Behalve die ene van Festinger waarin hij meeliep met een sekte die het einde van de wereld voorspelde, terwijl de gelovigen zelf verwachtten door aliens in ruimteschepen te zullen worden gered (When Prophecy Fails, 1956). Toen de gemarkeerde datum passeerde zonder dat er iets bijzonders was gebeurd, was dit voor de sekteleden geen aanleiding hun geloof te laten vallen, maar zich er juist des te sterker aan vast te klampen (door hun gebeden en hun juiste morele instelling hadden zij de wereld gered). Op dit ‘natuurlijke experiment’, iets waar geen manipulatie van de onderzoeker aan te pas komt, baseerde Festinger zijn theorie van de cognitieve dissonantie, die hij later bijsleep en verfijnde in tal van experimenten, waarvoor hij vanzelfsprekend níet zonder bedrog kon.

Bedrog is het fundament onder de experimentele sociale psychologie. Dat maakt het tot een theatrale bezigheid, waarin emoties van proefpersonen hoog kunnen oplopen. Stanley Milgrams gehoorzaamheidsexperiment (waarin proefpersonen in de waan verkeerden aan een onderzoek naar ‘leerprocessen’ mee te doen, en daartoe een andere pseudo-proefpersoon steeds zwaardere schokken moesten toedienen, tot op het punt dat er geen respons meer kwam) is tot op de dag van vandaag een aansprekend voorbeeld. De resultaten waren verbluffend consistent over bevolkingsgroepen en zelfs landen: ongeveer 65 procent gaat, ondanks grote innerlijke ontreddering, op aandrang van de proefleider door met schokken uitdelen – ongeveer 35 procent weigert dit op een zeker moment.

Dit experiment, waarvan de resultaten makkelijk in verband met Auschwitz kunnen worden gebracht – wat dan ook gebeurde – werd zwaar bekritiseerd. Milgram werd wegens onethische behandeling van zijn proefpersonen uit de APA (American Psychological Association) geweerd en kon door zijn controversialiteit aan geen universiteit een vast dienstverband vinden. Ondanks de kracht van zijn eigen uitgangspunt (‘Het is de situatie die mensen tot een bepaald gedrag brengt’) is Milgram overigens nog lang bezig geweest om door middel van vragenlijsten over persoonlijkheidstrekken bepaalde eigenschappen boven tafel te krijgen die gehoorzaamheid aan of verzet tegen autoriteiten voorspellen, maar het lukte hem niet. Slater sprak met twee proefpersonen uit de jaren zestig. De destijds dociele schokker zei dat het experiment een belangrijke invloed op zijn leven had gehad. Hij had daarna besloten als homoseksueel uit de kast te komen en een loopbaanwisseling te maken van opleiding tot arts naar onderwijs aan ‘inner city kids’. De ongehoorzame proefpersoon, die een gezagsgetrouwe carrière in dienst van multinational Exxon achter de rug had (en afgaf op treehuggers), antwoordde op Slaters vraag waarom hij geweigerd had om door te gaan met schokkken, dat hij ‘bang was geweest door de stress een hartaanval te krijgen’ (hijzelf, niet zijn vermeende slachtoffer!)

Mensen in verwarring brengen door ze in een bepaalde richting te manipuleren heeft ethische bezwaren. Darley en Latané hadden hele stoeten van stooges (medeplichtigen) nodig die om de echte proefpersonen heen zaten te doen alsof er niets aan de hand was, terwijl er stinkende rook uit het airconditioning-systeem de kamer in werd geblazen. Ook reageerden de stooges niet op een andere toneelspeler die deed alsof hij (in een andere ruimte) een epileptische aanval kreeg. De echte proefpersonen (telkens maar eentje – het experiment moest tientallen keren achter elkaar gehouden, beter gezegd, opgevoerd worden – werden er bijzonder zenuwachtig van. Waren zij nou de enigen die dachten dat er ergens brand was of dat die epilepticus hulp nodig had? Maar in actie komen deden zij niet, althans de meesten niet, want tussen aandrang en gedrag stond de onverstoorbare niets-aan-de-hand-houding van de andere zogenaamde proefpersonen. En ook de begrijpelijke verwatering van individuele verantwoordelijkheid die komt, wanneer er meer mensen getuige zijn van iets wat niet in de haak is. Als je alleen bent, grijp je in; hoe meer toeschouwers, hoe kleiner de kans op actie.

Veel beroemde sociaal-psychologische experimenten van vroeger zouden nu nooit meer door de ethische commissies heen komen, moppert Elizabeth Loftus, die zelf de grootste moeite had om haar eigen experimenten naar het inplanten van valse herinneringen goedgekeurd te krijgen. Loftus voert oorlog tegen de hervonden-incestherinneringen-beweging, omdat ze niet gelooft dat werkelijke trauma’s (holocaust, verkrachtingen, martelingen) verdrongen kunnen worden. Ten slotte kon ze een traumatisch scenario verzinnen (‘als kind voor enige tijd zoek geweest zijn in een winkelcentrum’) dat niet te ver ging om op proefpersonen los te laten. Een kwart van de proefpersonen liet zich in een ingenieuze opzet, die natuurlijk weer bol stond van het bedrog onder andere doordat familieleden werden ingeschakeld, deze valse herinnering aanpraten en meende enige tijd later werkelijk dat hij of zij als kind verloren was geweest. Missie geslaagd. Loftus heeft aangetoond dat je mensen een incestverleden kunt aanpraten.

De experimentele sociale psychologie hoort meer bij de 20ste dan bij de 21ste eeuw. Het recentste waar Slater op ingaat is het werk van Eric Kandel, die onderzoek heeft gedaan naar geheugenverbetering en geheugenwissing bij aplysia-slakken. Dit is meer moleculaire biologie dan psychologie en dat is ook precies de tendens voor het geheugenonderzoek bij mensen. De farmaceutische industrie investeert op het ogenblik miljoenen dollars in de ontwikkeling van cognitive enhancement-pillen, die in de toekomst aangewend kunnen worden om Alzheimer op afstand te houden, dan wel iemands normale geheugenpotentie op te voeren. De geheugen-wis-pil zou dienst kunnen doen bij slachtoffers van trauma’s, zoals ongelukken of rampen. Wat heeft de sociale psychologie met haar traditionele nadruk op de invloed van de omgeving hier nog aan bij te dragen?

Niet zo veel, valt te vrezen. Slater geeft het voorbeeld van Bruce Alexander, een ijveraar voor drugslegalisatie, die een megalomane poging ondernam om te bewijzen dat heroïne níet verslavend was – terwijl in eerder onderzoek onomstotelijk was vastgesteld dat in krappe kooien opgesloten ratten het eten lieten staan en net zolang aan heroïneflesjes zogen tot ze verhongerden. Hij bouwde een gigantisch rattenpark vol speelgoed, genoeg eten en drinken, en nieuwsgierigheid opwekkende stimuli. De daarin ronddartelende ratten lieten de heroïneflesjes links liggen en dronken liever koel, helder water. Zelfs wanneer ze eerst door de onderzoeker verslaafd waren gemaakt, kickten ze snel af en gaven de voorkeur aan rat-geëigende consumpties. Zie je wel, triomfeerde Alexander, het is de omgeving die ratten (en per implicatie mensen) aan de drugs brengt. Er zit niets inherent verslavends in de middelen. Ja, kun je terugsneren, een rattenparadijs kun je bouwen, maar voor mensen zal dat niet lukken. In de hemel is geen bier, omdat er daar geen behoefte aan is.

De van Skinner afkomstige interesse in de omgeving, met het bijbehorende optimisme om die te veranderen en zo het menselijk geluk te verhogen, is een beetje voorbij. Daarvoor in de plaats is de genetica gekomen. De obsessie van de sociale psychologie met conformisme, autoriteiten, onvrijheid en groepsdruk, typisch jaren-zestig kwesties om je over op te winden, lijkt minder actueel, sinds autoriteiten veel van hun status verloren hebben en iedereen zich vrijer gedraagt dan ooit tevoren, niet alleen oppassende burgers, maar ook criminele elementen. Het is de vraag of een wetenschapper in een universitair gebouw nu nog steeds zoveel gehoorzaamheid bij proefpersonen zou opwekken als 35 jaar geleden. Je verwacht eerder dat proefpersonen ‘Ja, dáág, doe het zelf,’ roepen, als ze worden gemaand het voltage op te voeren, behalve misschien als Boris of Maud (van Idols) als proefleider zouden optreden. De statusdimensies zijn veranderd en de wetenschappers zijn erbij ingeschoten.

De sociale psychologie heeft geen onveranderlijke wetmatigheden opgeleverd à la de natuurwetenschappen. Maar het is wel mooi dat het werd geprobeerd. Opening Skinner’s Box is een beetje springerig boek. Het zwenkt van historische studie, naar fictionele inleving, naar filosofisch commentaar, naar autobiografische belevenissen, naar journalistieke beschrijving. Die mengeling van genres met fictionalisering heeft Slater kritiek opgeleverd. Zo hechtte ontwikkelingspsycholoog Jerome Kagan eraan in The New York Times te vermelden dat hij níet tijdens zijn interview met Slater ‘onder zijn bureau was gaan zitten om te bewijzen dat de vrije wil (in tegenstelling tot Skinners aanname) wel degelijk bestaat.’ Slaters beschrijvingen van diverse experimenten, in de tegenwoordige tijd alsof ze ze ter plekke meemaakt, grijpen de lezer weliswaar naar de keel, maar wekken ook enig wantrouwen. Ze wás er toch niet bij?

Toch is dit boek een monument voor het ingenieuze experiment waarin bedrog als een hefboom fungeerde om minder fraaie menselijke gedragingen in het echt te zien gebeuren. Daarnaast was het experiment ook een soort theatervoorstelling, waarin de proefleiders die het verzonnen en regisseerden bijzonder veel plezier moeten hebben gehad. Boeiend vak, de sociale psychologie.

Beatrijs Ritsema

Artikelen in NRC-boekrecensies.


Vader schept te veel op

Beste Beatrijs,

Wij zijn met ons vijven: vader, moeder en drie kinderen. Ik neem meestal het koken voor mijn rekening. Ik maak voldoende, er is genoeg voor iedereen, maar aan het eind van de maaltijd zijn wel alle pannen leeg. Ik vind het goed zo, ik hoef geen voedsel weg te gooien en blijf niet met allemaal restjes zitten. Toch is er een probleem. Vader is gezegend met een gezonde eetlust en schept doorgaans het eerst zijn bord op. Daarna komen de kinderen (die de opgediende gerechten vaak in een bepaalde volgorde willen eten, bijvoorbeeld eerst het vlees dan de aardappelen, dan de groente) en tot slot kom ik zelf. Vader is een vlotte eter, dus wanneer zijn bord leeg is en hij voor de tweede keer wil opscheppen, hebben de kinderen vaak nog niet de kans gehad van ieder gerecht iets te nemen. Het komt voor dat hij dan een gerecht wil opmaken – althans, als ik daar geen stokje voor steek. Meermalen heb ik hem verzocht te vragen of iedereen zich wel bediend heeft voor hij de pan leegmaakt, maar hij zegt dan dat hij gewoon zichzelf wil zijn en onbekommerd wil eten. Ik zit dus altijd als een waakhond aan tafel, wat ook weer de nodige irritaties oproept, bij mijn man dan.

Nu wil ik graag weten hoe men zich aan tafel in dit opzicht dient te gedragen of moet ik tegen mijn zin toch meer eten klaarmaken?

Politieagent bij het avondeten

Beste Politieagent,

U moet uw kinderen aanleren om van alles wat op tafel staat iets op hun bord te leggen, en wel zoveel als ze denken op te kunnen. Dus niet eerst het aantrekkelijkste nemen, opeten, en daarna aanvallen op het volgende gerecht. Toen de kok het eten kookte, stond hem een zekere compositie voor ogen – hij heeft de ingrediënten van de maaltijd op elkaar afgestemd – en het valt niet onder goede tafelmanieren om een volgorde aan te brengen in iets wat bedoeld is een geheel te vormen. De gerechten van de hoofdmaaltijd moeten samen op het bord liggen. Vervolgens moeten de verschillende componenten ook door elkaar worden opgegeten. Dus geen volgordes in de trant van eerst het lekkerste achteroverslaan of het lekkerste juist voor het laatst bewaren. Veel kinderen hebben hier de grootste moeite mee – dat hoort bij de leeftijd. Omdat gefaseerd eten een minder zware overtreding is dan gefaseerd opscheppen, kunt u zich hierin iets toleranter opstellen, anders wordt de conversatie aan tafel helemaal overwoekerd door regieaanwijzingen. Zolang de kinderen maar wel wéten hoe het hoort. Als ze dan bij anderen op bezoek zijn, bestaat er een kansje dat ze de regel toepassen.

Wanneer iedereen van alles iets moet nemen, wordt vader er in ieder geval van weerhouden om een gerecht voortijdig op te maken. Disgenoten moeten trouwens ook wachten met eten tot iedereen zijn bord vol heeft. De gewoonte bij u thuis dat vader begint met alles opscheppen en daarna pas de anderen aan de beurt komen is gedateerd en onhandig. Het is efficiënter als iedereen tegelijk iets neemt uit de pan of schaal die het dichtste bij staat, en dat deze daarna worden doorgegeven. U kunt ook als moeder zelf de distributie van een gerecht ter hand nemen. Dan komt er meer vaart in het opscheppen en bovendien wordt zo vermeden dat een kind stiekem onder de andijvie uitsluipt. Als iedereen zichzelf tegelijk bedient, kan er ongeveer gelijk worden begonnen met eten.

Artikelen in Eten en drinken, Familie, Huwelijk en scheiding.

Gelabeld met .


Lange receptierij

Beste Beatrijs,

Het valt me de laatste tijd op dat er zich op recepties lange wachtrijen vormen, omdat degenen die aan de beurt zijn om te feliciteren doen alsof ze alle tijd van de wereld hebben om eens uitgebreid met de betrokkenen van gedachten te wisselen. Zodat de andere gasten nog langer in de rij staan. Dat is toch niet de bedoeling van een receptie? Ik vind dat mensen zich meer zouden moeten realiseren dat er ook bejaarde of vermoeide mensen achter hen in de rij kunnen staan, voor wie het wachten een beproeving kan zijn. Is het niet tijd voor een verandering van de gewoonte op dit gebied?

Kokend in de rij

Beste Kokend,

Het probleem dat u signaleert is zeker niet van recente datum, maar eeuwenoud. Het is onlosmakelijk verbonden met het fenomeen ‘receptierij’. Iedereen weet dat je moet feliciteren en dan snel doorlopen, maar weinigen doen het. Er is ook niet echt een oplossing voor, behalve misschien dat oplettende gasten zich zouden kunnen ontfermen over bejaarde of slecht ter bene gasten, door hen uit de rij te plukken, en aan de arm mee te voeren naar voren onder het prevelen van excuses: ‘Neem me niet kwalijk dat mijn oud-tante Cora even voorgaat. Als zij niet snel de beschikking krijgt over een stoel, komen er valpartijen.’ Wanneer u uzelf eenmaal met de vermoeide bejaarde naar voren hebt gedrongen, staat niets u in de weg om uw eigen felicitaties ook maar meteen over te brengen. Houd het wel kort. En vergeet daarna niet oudtante Cora naar een stoel te leiden.

Artikelen in Festiviteiten.