Spring naar inhoud


Nog een kind bij nieuwe baan?

Beste Beatrijs,

Komende augustus ga ik beginnen met een nieuwe baan. Het is mijn droombaan bij een instelling waar ik al heel lang wil werken. Ik kijk er dus erg naar uit.

Vorig jaar hebben wij ons eerste kindje gekregen. We willen graag meer kinderen en liever niet te ver uit elkaar. Een vriendin van mij zegt nu dat ik het absoluut niet kan maken om bijvoorbeeld volgend jaar al met zwangerschapsverlof te gaan. Ze vindt dat ik dan de indruk geef niet echt voor die baan gemotiveerd te zijn en me asociaal opstel tegenover mijn nieuwe collega’s. Moet ik voor mijn zwangerschap rekening houden met hen? Moet ik deze dingen bespreken met mijn toekomstige werkgever?

Eentje is niet genoeg

Beste Eentje is niet,

Overwegingen om wel of niet zwanger te worden zijn voorbehouden aan degenen die bij de totstandkoming ervan zijn betrokken. Voor alle anderen is een zwangerschap een fait accompli, waar ze verheugd of minder verheugd mee kunnen zijn. Het is zelfs in de wet vastgelegd dat een toekomstig werkgever vrouwelijke sollicitanten niet mag vragen naar hun kinderwensen en –plannen, omdat het geen reden mag zijn om iemand voor een baan af te wijzen. Hieruit volgt dat u ook niet verplicht bent – nu u die baan eenmaal hebt – uit een soort consideratie uw toekomstige werkgever in te lichten over uw plannen. Waarom zou u? Hij heeft er toch geen inspraak in. Dat zou mooi worden. Wie weet reageert hij met: ‘Stel het nog een half jaartje uit, dan hebben we net dit of dat (iets heel belangrijks) achter de rug en dan is het wat rustiger in de tent.’ Maar ja, u zult zien: dan mág u zwanger worden, en dan lukt het natuurlijk niet.

Zwangerschapsverlof komt de werkgever altijd slecht uit, of u nu beginneling bent, ervaring hebt opgebouwd of u na vijf jaar hebt opgewerkt tot kurk waar de zaak op drijft. Trek uw eigen plan. De instelling die u heeft aangenomen weet dat vrouwen-met-één-kind het daar meestal niet bij laten. Die paar maanden zwangerschapsverlof die ze van u zien aankomen zijn allang ingecalculeerd.

Artikelen in Collega's, Zwangerschap en baby's.

Gelabeld met .


Vriend wil voetbal kijken

Beste Beatrijs,

Aanstaande zaterdag krijgen mijn vriendin en ik een bevriend stel op bezoek, dat we erg aardig vinden, maar nog niet zo goed kennen. Ik heb beloofd dat ik dim sum zal maken en zal dus van tevoren vier uur in de keuken staan. Gisteren belde onze vriendin dat haar vriend toch wel erg graag naar de EK-voetbalwedstrijd wil kijken. De dames maken er grapjes over, maar mij bevalt het niet. Hij is namelijk van ons vieren de enige die in voetbal geïnteresseerd is. Ik vind het helemaal niet leuk om het grootste deel van de avond naar 22 idioten en een balletje te kijken. Ik zit liever wat te praten. Bovendien heb ik niet zoveel zin om me voor zo’n doormidden gebroken avond uit te gaan sloven in de keuken. Hij moet dus maar op de slaapkamer tv gaan kijken met een zak patat. Stel ik me nou aan?

Voetbalhatende gastronoom

Beste Voetbalhater,

Een gast die met een bord op schoot in de slaapkamer naar de tv kijkt vertoont gastonwaardig gedrag. Ook al zit de rest van het gezelschap in de huiskamer een conversatie te voeren, dat is toch niet echt het idee van een gemeenschappelijk etentje. En het is ronduit zonde van uw inspanningen in de keuken. Ga in ieder geval niet met vier man zitten kijken. Als één persoon wil klaverjassen, en de andere drie niet, dan wordt er toch ook niet geklaverjast? Verschuif het etentje tot na de EK. Doe navraag of uw vriend niet toevallig óók een verstokt Tour de France-, Wimbledon- en Olympische Spelen-kijker is. In dat geval wordt het september.

Artikelen in Eten en drinken, Visite, Vrienden en kennissen.

Gelabeld met .


Wel of niet afspreken met exen?

Beste Beatrijs,

‘Moet kunnen,’ zei een van onze (jongvolwassen) kleindochters, toen wij een gesprek voerden over de toelaatbaarheid van persoonlijke contacten buiten het huwelijk. Hun vader (onze zoon) had eens thuis de avondmaaltijd afgebeld, toen hij na een reünie liever met een leuke vriendin van de middelbare school in de stad ging eten. Zijn vrouw was het daar eigenlijk niet mee eens en had hem dat – later – ook duidelijk gemaakt. Hij bleef echter doorgaan met het principe ‘moet kunnen’ en dat doet hij nog steeds. Intussen is zijn huwelijk wel kapot gegaan. Als zijn huidige relatie op ‘moet kunnen’ wél standhoudt, dan vraag ik me af wat relaties tegenwoordig nog betekenen. Waarom wil je een hartsvriendinnetje van vroeger graag nog eens zien? Met een gepasseerde relatie moet je niet spelen. Je kunt misschien nog wel met hem of haar in een tennisclub zitten of bridgen, onder de sociale controle van het verenigingsleven, maar je moet niet à deux gaan dineren. Is dit verschil in inzicht tussen mij en mijn kleindochter een generatiekwestie? Zo ja, dan leg ik mij daar als zeventig-plusser nog steeds niet bij neer.

Te streng in de liefde?

Beste Te streng?

Uw standpunt heeft inderdaad wel iets draconisch. U zegt (over het ontmoeten van vroegere vlammen): gevaarlijk voor de bestaande relatie, nooit doen dus. Ik zou daar tegenover stellen: die verhouding is voorbij en dat is niet voor niets. Wat is de reden om terug te keren naar iets wat afgelopen is? Bijna niemand wil dat voor andere dingen in zijn leven (terug naar een vorige baan, terug naar een vorig huis, terug naar zijn ouders), waarom zou men dat dan wél willen voor gepasseerde liefdes? Mensen zijn niet meer dezelfden als ze waren. Oude liefdes zijn, net als oude vrienden, verbonden met een bepaalde tijd, en met een vroegere versie van jezelf. De kans dat die oude liefde weer opbloeit, alsof de tijd heeft stilgestaan, is bijzonder klein. Terwijl een gevoel van verbondenheid door in het verleden gedeelde ervaringen soms wel tot een nieuw soort – onbeladen – vriendschap kan leiden.

De uitzonderingen daargelaten. Er zullen best voorbeelden te vinden zijn van mensen die na dertig jaar moeiteloos de draad van een voorbije liefde oppakken, alsof er intussen niets gebeurd is. En dan zit je met een probleem in je huwelijk. Maar ik denk niet dat dit theoretische risico voldoende is om een hernieuwd contact met een vroegere liefde categorisch af te wijzen. Meestal komen die ontmoetingen neer op het bevredigen van nieuwsgierigheid, het uitwisselen van sentimentele herinneringen en toch ook: een gevoel van afstandelijkheid. De kans op overspel lijkt veel groter bij het ontmoeten van een nieuw en spannend iemand in de bridgeclub of de tennisclub (ongevaarlijke situaties volgens u) dan bij het ontmoeten van ex-geliefdes, die er maar sporadisch in zullen slagen los te komen van hun status van ‘schim uit het verleden’.

Vroeger werden getrouwde mensen niet geacht om er persoonlijke vriendschappen met leden van de andere sekse op na te houden. Tegenwoordig kan en mag dat wel, en die vrijheid is toch wel een grote vooruitgang.

Artikelen in Exen, Grootouders en kleinkinderen.


Bloemen op afscheidsreceptie

Beste Beatrijs,

Binnenkort gaat mijn man met pensioen. Ter gelegenheid hiervan wordt er op zijn werk een feestelijke afscheidsreceptie gehouden. Aan mij werd de vraag gesteld welke kleur kleding ik zal dragen in verband met de bloemen die men mij wil aanbieden. Wanneer ik de bloemen bij aanvang van de feestelijkheden ontvang, wat doe ik daar dan mee? Houd ik ze voortdurend vast of leg ik ze op een bepaald moment ergens neer?

Decoratief ingesteld

Beste Decoratief,

U hoeft de bloemen die u krijgt zeker niet voor de rest van de avond vast te houden. Daarom is het ook onzin dat men bij u informeert wat voor kleur kleren u van plan bent aan te trekken. U bent toch geen stilleven met requisieten, waarvan de kleuren op elkaar afgestemd moeten worden? U krijgt uw bloemen en zodra de toespraken afgelopen zijn en het informele gedeelte begint, legt u ze ergens neer op een tafeltje of in een hoek. Na afloop vindt u ze wel weer. En als u zich op het laatste moment bedenkt, en toch liever een lavendelkleurig ensemble aantrekt in plaats van het afgesproken oud-roze, dan mag dat ook. Alle bloemen passen overal bij.

Artikelen in Festiviteiten, Werk.

Gelabeld met , .


Gratis vertalen

Beste Beatrijs,

Omdat ik een taal gestudeerd heb, word ik wel eens door mensen gevraagd een vakantiereservering te regelen of een paar zinnen te vertalen. Dat doe ik met plezier. Een tijdje geleden werd ik benaderd door de grootvader van de beste vriend van mijn zoon, die mij vroeg of ik een stukje tekst voor zijn hobbyclub wilde vertalen. Nadat ik had gezegd er wel naar te willen kijken, bleek het een vrij lang, zeer hobbyspecifiek verhaal te zijn. Uiteindelijk heb ik er vele uren aan gespendeerd. De doos rode wijn die mij in het vooruitzicht was gesteld, heb ik nooit ontvangen, maar wat erger is: de waardering voor de noeste arbeid bleef ook uit. Ik probeer deze kwestie als een leersituatie te zien: ik stel me inmiddels wat minder dienstbaar op. Toch heb ik, als ik de opa zie, steeds last van het gevoel onheus bejegend te zijn. Wat doe ik hiermee?

Onbezoldigd vertaalster

Beste Onbezoldigd,

Terecht hebt u zich voorgenomen u in de toekomst wat minder dienstbaar op te stellen. U beschikt over kennis/vaardigheden waar behoefte aan is, en natuurlijk wilt u in voorkomende gevallen hulp bieden, maar het moet niet te dol worden. Er moeten geen uren werk in gaan zitten. Als mensen u vragen voor een klusje dat er nogal arbeidsintensief uitziet, raad ik u aan uw uurtarief mee te delen. Vertalen is gekwalificeerd werk. Aarzel niet om vragen die uit uw omgeving op u afkomen in een zakelijk kader te plaatsen. Het is toch ook ongepast een bevriende boer gratis verse eieren af te troggelen of een bevriende kapster om een gratis knipbeurt te vragen? Wie geïnteresseerd is in de goederen en diensten die iemand te bieden heeft, informeert naar de prijs. Daar kunt u dan weer een vriendenprijsje of een gift van maken – als u dat tenminste wil. Zo niet, dan vraagt u de volle mep.

U ergert zich aan het uitblijven van waardering voor uw hobbyspecifieke vertaalwerkzaamheden (ongetwijfeld nare teksten van het gebruiksaanwijzingssoort). Vergeet de dankbare complimentjes. Die komen niet meer. Handel de situatie zakelijk af. Wanneer u ‘opa’ weer treft (u kunt hem ook opbellen), attendeer hem dan vriendelijk op het feit dat hij nog niet met zijn doos rode wijn over de brug is gekomen. Kans is groot dat ie dan beschaamd z’n excuses aanbiedt en zijn nalatigheid herstelt. Wie weet kan er zelfs nog een bedankje af.

Artikelen in Vrienden en kennissen, Zakelijke relaties.

Gelabeld met .


Dure kantoorkleding

Beste Beatrijs,

Door mijn relatie heb ik een compleet andere levensstijl en uitgavepatroon gekregen. In plaats van te shoppen bij de Bijenkorf koop ik mijn pakken tegenwoordig bij Prada en Gucci. Hoewel het eigenlijk niet meer hoeft, vind ik het prettig het idee te hebben ‘onafhankelijk’ van mijn vriendin te zijn en ik heb dus nog steeds mijn oude baan. Ik geniet van mijn nieuwe levensstijl en draag ook graag mooie kleren. Ik realiseer me dat ik in een luxe-positie verkeer vergeleken met de meeste van mijn collega’s. Vaak zijn mijn afzonderlijke kledingstukken duurder dan ons maandsalaris en ik krijg hier van sommige collega’s negatieve reacties over. Moet ik voor een betere relatie met mijn collega’s terugschakelen naar goedkopere kleding?

Prada-liefhebber

Beste Prada-liefhebber,

Uw collega’s weten onderhand wel dat u een man in bonis bent, of u nu iets goedkoops of iets duurs aantrekt. Zoals het nu ligt, denk ik: ga maar door met Prada en Gucci – u vindt het mooi en op zichzelf moet het uw collega’s niet kunnen schelen dat u toevallig van mooie kleren houdt. Zolang de pakken maar beantwoorden aan de formaliteitseisen van het kantoorbestaan – ik neem aan dat u het niet over glimmende, swingende feest-outfits hebt. Duur zijn ze anders wel. U hebt toch niet lopen rondbazuinen hoeveel die pakken kosten? Of loopt u misschien reclame te maken met allerlei zichtbaar opgestikte merken – dat is ook heel ordinair.

Toch geeft het scheve ogen als u al te demonstratief uitstraalt dat u dat schamele loon, waar de collega’s hard voor aan het bikkelen zijn, zelf helemaal niet nodig hebt. Ik doel niet alleen of niet speciaal op kleren, maar op iemands hele habitus. Mensen die bepaald werk doen, niet uit noodzaak om een inkomen te verwerven maar om iets om handen te hebben, lopen het risico door hun omgeving minder serieus te worden genomen. Ongeveer zoals de stem van een vrijwilliger net iets minder gezag heeft dan de stem van een professionele kracht. Het is niet raadzaam om teveel ruchtbaarheid te geven aan het feit dat u uw baan als financiële bodem onder uw bestaan best zou kunnen missen. Dat schept afgunst, naijver en minachting in de werkomgeving. Met het dragen van pakken waaraan duidelijk te zien valt dat ze meer dan een maandsalaris kosten, geeft u te kennen dat u uw baan, dat bedrijf, die collega’s niet nodig hebt. Dat is niet een heel verstandige zelf-presentatie, omdat uw collega’s u van de weeromstuit gaan zien als iemand die er toch maar voor spek en bonen bijzit. Maar nu u eenmaal begonnen bent met Prada, ga er dan vooral mee door. Het werk geeft de doorslag. Als u goed werk aflevert, raken uw collega’s wel gewend aan uw mild-excentrieke kledingstijl.

Artikelen in Collega's.

Gelabeld met .


Huisarts in spijkerbroek

Beste Beatrijs,

Ik ben een jonge huisarts en draag met regelmaat een spijkerbroek. De mode maakt dat de spijkerbroeken er tegenwoordig wat afgedragen uitzien (ze worden snel vaal). Ik zie er verder eenvoudig, maar netjes (en schoon) uit tijdens mijn werk. Nou las ik onlangs over een recent Brits onderzoek waaruit bleek dat nog steeds de meerderheid van de (oudere) Engelsen een spijkerbroek bij artsen niet kan waarderen en prijs stelt op officiëlere kleding. Denkt u dat de huidige patiënt zich nog stoort aan de artsen in spijkerbroek, of zou het in Nederland inmiddels alom geaccepteerd zijn?

Arts in spijkerbroek

Beste Arts in,

Ik denk niet dat er in Nederland nog mensen zijn die zich storen aan een huisarts in spijkerbroek. Iedereen onder de 65 heeft er zelf een aan of draagt iets nog veel havelozers (trainingsbroeken!), en de 65-plussers zijn allang blij met het luisterend oor van een arts, hoe hij/zij verder ook gekleed gaat. Voor het cachet en zonodig de autoriteit helpt het wel als er een witte jas overheen wordt gedragen.

Artikelen in Zakelijke relaties.

Gelabeld met .


Ramen in de trein

Beste Beatrijs,

Ik reis heel vaak en met plezier met de trein, maar er is een punt waarover steeds weer conflicten opduiken: de raampjes. Ik houd van lekker fris en draai graag het raampje een stukje open, zodra het 20 graden of meer is. Als er andere mensen naast of tegenover me zitten, vraag ik het eerst. Ik ga niet vooraf de hele coupé enquêteren. Wat er daarna nogal eens gebeurt: mensen commanderen vanuit de verte ‘Raam dicht!’ of ze komen het eigenhandig, zonder verder overleg dicht draaien.

Gisteren (23 graden, warme trein) gebeurde het volgende: het raampje stond al een stukje open toen ik de trein in kwam. De mevrouw tegenover mij vroeg zeer onvriendelijk of het raam dicht mocht. Ik zei dat ik het warm vond, stelde voor het raam een heel klein stukje open te laten en draaide het bijna-dicht. Vervolgens drapeerde ze haar jas om haar nek en ging tegen haar reisgenoot zitten klagen over de reizigers van tegenwoordig. Even later ging er een mevrouw achter mij zitten en vroeg of het raam dicht mocht. Ik zei dat het al bijna dicht was en dat alle andere ramen ook dicht waren. Ze stond op, draaide mijn raam helemaal open en ging ergens anders zitten. Je zou denken dat er in goed overleg wel een oplossing te vinden moet zijn, maar in de praktijk blijkt dat ‘raam dicht’ het altijd wint van ‘raam een klein stukje open’. Wat doe ik verkeerd?

Puffend in de trein

Beste Puffend,

Raamsluiters winnen het altijd van raamopeners. Kou wordt erger gevonden dan warmte. Dat komt ongetwijfeld door ons gematigde zeeklimaat – mensen ervaren warmte meer als een uitzondering dan koelheid of kou en spenderen veel geld aan vakanties om in de zon te bakken. Als het dan eindelijk eens (zonder cv) warm is in de trein, vinden ze dat dat niet bedorven moet worden door frisse lucht. Het omgekeerde zie je in Amerika, waar een landklimaat heerst. Daar wapent men zich tegen de zomerhitte met airconditioning. De mensen zijn zo blij met deze installaties (in hun eigen huis en in openbare gelegenheden) dat de temperatuur maar in de richting van de 20 graden hoeft te kruipen, of iedereen zet de airconditioning op volle kracht aan. Met als gevolg dat je ook in de zomer nog steeds een trui mee moet nemen als je de deur uitgaat, omdat het overal waar je binnen komt te koud is. Mensen willen kunnen morrelen aan de temperatuurstand en maken dan fouten de andere kant op.

Uw vraag was een andere en ging over onbeleefdheid en onvriendelijkheid tussen reizigers, als het gaat om ramen dicht of open. Daar is helaas geen oplossing voor. Uzelf gedraagt zich naar uw zeggen voorbeeldig door beleefd aan mensen te vragen of ze bezwaar hebben tegen …, u pleegt overleg, u stuurt op compromissen aan. En uw medereizigers reageren onaangenaam en agressief. Valt niets tegen te doen, behalve ijlings retireren, excuses mompelen, ramen sluiten, truien, vesten en slip-overs uittrekken, mouwen oprollen en uzelf mentaal distantiëren van deze onprettige types. Troost uzelf met de gedachte dat degene die beleefd blijft in zo’n raam-conflictje altijd de sympathie van de omstanders heeft.

Artikelen in Reizen.

Gelabeld met .


Premiersvrouwen

Peter Rehwinkel e.a. Getrouwd met de premier. De first lady’s van Nederland in veertien portretten. Plataan. 251 blz. E

Nog steeds vormt de identiteit van een getrouwde vrouw een afgeleide van die van hun echtgenoot. De vrouwenemancipatie heeft weliswaar gemorreld aan deze tweede-viool-positie, maar doorgaans geven getrouwde vrouwen hun mannen voorrang in ambitie en carrière maken, terwijl zij zelf het gezinsleven meer naar zich toe trekken.

Hij zit meer buiten en zij zit meer binnen – zo eenvoudig ligt het eigenlijk, of het nu om vrouwen van president-commissarissen gaat, van hoogleraren of van machinisten. En dus ook de vrouwen van premiers. De veertien echtgenotes van minister-presidenten, zoals geschetst in de bundel Getrouwd met de premier, onderscheiden zich in niets van miljoenen gewone Nederlandse vrouwen, behalve dat hun man het nog net iets drukker had.

De belangstelling voor het privéleven en de gezinssituatie van vooraanstaande politici leefde misschien vroeger ook wel onder het publiek, maar de media stelden zich terughoudender (braver?) op en lieten de ‘vrouwen van’ met rust, zeker wanneer zij zelf de aandacht afweerden. Hebben hun tijdgenoten veel gemist door niet te weten, wat nu openbaar is gemaakt? Nauwelijks. Het zijn stuk voor stuk gewone, meestal sympathieke vrouwen, kinderen van hun tijd, die zich voegden naar de verwachtingen van hun tijd. Het is opvallend hoe vaak de woorden ‘klankbord’, ‘steunpilaar’, ‘goed luisteren’, ‘sfeermaakster’ door de portretten heen dwarrelen.

Natuurlijk zijn er verschillen in karakter. Mies Biesheuvel was onvervaard, en schreef brieven naar koningin Juliana (om haar een hart onder de riem steken in de kwestie Irene) en naar Wim Kan (‘Wanneer u de volgende keer weer oproept tot rebellie, wilt u dan uw helpers vragen om de ruiten niet op zondag in te gooien. Dat is zo’n vervelende dag voor een huisvrouw, weet u.’) Mini Marijnen las ’s avonds in bed de stukken door die haar man haar toeschoof en gaf haar bescheiden mening. Eugenie van Agt liet zich nooit zien op politieke bijeenkomsten, maar de formatie van 1977 lag wel twee dagen stil, toen Van Agt even naar Oostenrijk moest afreizen om zijn vrouws verjaardag te vieren. Ria Lubbers is een onbekommerde flapuit, die als een van de weinigen wél aardigheid in media-aandacht heeft. Truus Cals was contemplatief van aard en had een hekel aan representatieve taken – maar ze voerde ze natuurlijk wel uit. Loyaliteit aan de zaak van hun man, steun en toeverlaat, organisator van het dagelijks leven, deze kenmerken gelden voor alle premiersvrouwen, zelfs ook voor Liesbeth den Uyl, die als enige wat minder sympathiek uit de verf komt, onder andere omdat ze haar man op z’n kop gaf als hij zich weer aan de gezinsverplichtingen onttrok.

Een andere overeenkomst tussen de portretten is dat er overal een goed huwelijk doorheen schemert, ondanks, en misschien wel dankzij, het gebrek aan tijd voor echtelijk samenzijn. Gaandeweg raakt de lezer geïnteresseerder in de vraag ‘werkte dat huwelijk of werkte het niet’ dan in het volgende biografietje van weer een goedwillende, ijverig haar best doende vrouw achter de schermen. Er zit maar één slecht huwelijk tussen: dat van Jet Beel. Louis Beel was aanvankelijk gecharmeerd van haar moeder, die hem haar dochter min of meer in de maag splitste. Na hun trouwen trok de moeder bij het stel in tot haar dood tien jaar later, en met zijn schoonmoeder voerde Beel de gesprekken. Later had hij een secretaresse, die zich tot steun en toeverlaat ontwikkelde, volgens de bronnen in eer en deugd, maar Jet had haar twijfels en was jaloers. Bij diners op paleis Soestdijk hield Beel zijn echtgenote angstvallig onder zijn hoede, ‘bang dat zij tafelgenoten zou bestoken met haar recepten of met de kunst van het mazen van kapotte sokken.’ Dat huwelijk moet geen vreugde zijn geweest. Ze was te dom voor hem. Een domme vrouw is het enige wat een premier moet vermijden. Verder is alles goed.

Beatrijs Ritsema

Artikelen in NRC-boekrecensies.