Spring naar inhoud


Uitnodigingsbeleid

Beste Beatrijs,

Ik wil binnenkort mijn 40ste verjaardag vieren. Waar ik nu erg over zit te twijfelen is of ik mensen, die mij bijvoorbeeld twee jaar geleden voor een feestje hebben gevraagd, uit fatsoen of verwachtingen moet terug uitnodigen. Met sommigen heb ik sindsdien geen contact meer gehad. Als ik hen niet uitnodig, houd ik er een soort van schuldgevoel over. Als ik hen wel uitnodig, voelen zij zich misschien verplicht om te komen, ook al weten ze dat we bijna geen contact meer hebben.

Wie moet ik vragen?

Beste Wie moet ik vragen,

Het eenvoudigste is om de twijfelgevallen gewoon uit te nodigen. Dat bespaart u de moeite van het tobben over wie wel en wie niet. Zo’n halszaak is het niet en genodigden komen toch niet allemaal opdagen. Het is niet erg dat u bewuste personen tussendoor niet gesproken hebt. Iemand uitnodigen voor het vieren van een mijlpaal betekent dat je de ander nog steeds een warm hart toedraagt, ook al is het contact laagfrequent. U hoeft niet bang te zijn dat men zich verplicht zal voelen. Wie komt vindt het leuk om naar uw feestje te gaan. Wie niet komt zal van tevoren vriendelijk afzeggen. Net zo min als uw afgedreven vrienden het u kwalijk zullen nemen dat u hen uitnodigt, zult u het hen kwalijk nemen als ze afzeggen. Iedereen tevreden, niemand beledigd.

Artikelen in Traditionele etiquette, Verjaardag.

Gelabeld met .


Nieuwsgierig naar adhd-kind

Beste Beatrijs,

Mijn zoon van 9 heeft adhd. Hij krijgt medicijnen voor betere concentratie, maar het blijft een kind met adhd. Ik zie vooral een lieve jongen die erg zijn best doet. Anderen zien een impulsieve, drukke jongen die hard praat en met zijn gedrag veel aandacht trekt. Op school gaat het vrij goed. Als we in onze vrije tijd naar het zwembad of een speeltuin gaan, kan hij zich helemaal uitleven. Ik verlies hem geen moment uit het oog, zodat ik kan ingrijpen als hij andere kinderen in de weg zit, maar verder laat ik hem betijen. Ik vind het fijn dat hij dan gewoon kan doen wat hij wil zonder dat steeds de teugels aangetrokken moeten worden. Anderen zien vrij snel dat ik de moeder ben en komen mij dan vragen stellen. Ik vind dat erg vervelend en nogal onbeleefd. Als ik iets vertel over mijn zoon, kijken mensen mij over het algemeen meewarig aan of ze vragen of ik hem niet wat rustiger kan laten zijn. Wat ik graag zou willen is een of andere spitse reactie op deze nieuwsgierigen zonder uit te moeten leggen wat er mis zou zijn aan mijn zoon. Kunt u mij iets aan de hand doen?

Hoe snoer ik hen de mond?

Beste Hoe snoer ik hen de mond,

U hoeft nooit in te gaan op nieuwsgierige vragen van onbekenden naar wat er met uw zoon aan de hand is. Die vraagstellers gaan over de schreef en u bent in het geheel niet verplicht om voor hen de medische doopceel van uw kind te lichten. U doet als moeder al moeite genoeg om uw zoon in de gaten te houden in speeltuinen en dergelijke, u grijpt in wanneer hij te ver gaat, en voor de rest moet uw kind inderdaad zijn gang kunnen gaan. Wat uw zoon mankeert gaat buitenstaanders domweg niet aan. Wanneer een onbekende naar u toe komt en u begint uit te vragen over uw zoon, zegt u: ‘Hij is een vrolijke jongen met een enorme voorraad energie.’ Nadere toelichting is overbodig.

Artikelen in Aanspreken en begroeten, Het publieke domein, Ziekte.

Gelabeld met .


Fijn thuis blijven wonen met professionele hulptroepen

Stel je hebt een volwassen kind dat al lang een onafhankelijk leven leidt en in financiële problemen terecht komt. Al dan niet door eigen schuld, dat doet er niet eens zo veel toe. Hij (of zij) is bijvoorbeeld ontslagen, of gaat scheiden en zijn huis staat onder water, of redt het niet als zzp’er, of heeft een domme investering gedaan of heeft gokschulden. Enfin, hij zit aan de grond voor kortere of langere tijd. Wat doe je dan? Het lijkt me tamelijk normaal dat ouders hun kind bijstaan en hem geld toestoppen, ook al zijn ze daartoe niet verplicht en ook al kan het overhevelen van geld vervelende consequenties hebben voor de verhouding. Ouders springen financieel bij, want ‘het is toch je kind’.

Merkwaardig genoeg werkt dat mechanisme andersom veel minder. Om een of andere reden kwam lange tijd alles wat ouderen (ik houd maar even 65-plussers aan) aan tegenslag kan overkomen automatisch voor rekening van de maatschappij. Ik doel op de wet maatschappelijke ondersteuning (wmo) die recht gaf op gratis brillen, rollators, trapliften en thuishulp. Deze gratis voorzieningen worden nu razendsnel afgebroken en terecht, want waarom zou de maatschappij moeten betalen voor normaal, leeftijdgebonden ongemak? Ik heb het altijd onbegrijpelijk gevonden dat mensen die hun hele leven hun eigen hulp in de huishouding en hun eigen vervoer betaalden, ineens subsidie kregen voor deze voorzieningen, als ze begonnen af te takelen. Des te onbegrijpelijker, omdat in alle rekentabellen de 65-plussers eruit springen als de rijkste bevolkingsgroep: niet meer dan vijf procent bevindt zich op of onder het bestaansminimum. Zij zouden dus makkelijk een wekelijkse schoonmaakhulp, een leesbril en af en toe een taxiritje moeten kunnen betalen, zo niet uit hun inkomen dan wel uit hun spaarcentjes.

In harde euro’s bijdragen aan het onderhoud van je ouders is taboe.

Maar goed, stel dat tien procent (om het ruim te nemen) van de ouderen die hulp in het dagelijkse leven níet kan betalen. Ligt het dan niet heel erg voor de hand dat hun volwassen kinderen bijspringen en bijvoorbeeld een wekelijkse werkster betalen voor hun verweduwde moeder of een rollator voor opa of gewoon geld geven voor de boodschappen? Zelfs als die ouders een dom financieel beleid hebben gevoerd (tenslotte is er geen garantie dat ouderen zich in dit opzicht slimmer gedragen dan jongeren), zou je toch verwachten dat de kinderen een helpende, financiële hand reiken. Maar in harde euro’s bijdragen aan het onderhoud van je ouders is taboe. Dat hoort kennelijk niet.

Wel gaat het in de discussie voortdurend over ‘meer mantelzorg’ die kinderen of partners moeten bieden aan ouderen die aangemoedigd worden om thuis te blijven wonen, omdat de verzorgingshuizen worden afgebroken. De regering zou graag zien dat kinderen een paar keer per dag komen redderen in het huis van hun krakkemikkige ouders of, beter nog, hen liefderijk in hun eigen huis opnemen. Dit is weer het andere uiterste van de schaal die loopt van onverschilligheid naar bekommernis. Mantelzorg, me hoela! Welk volwassen kind met een druk eigen leven heeft de tijd om dagelijks een paar uur hands on met hulpbehoevende ouders bezig te zijn? Om nog maar te zwijgen van die hulpbehoevende ouders zelf die niets voelen voor de rol van molensteen om de nek van hun kinderen. Het is veel simpeler en eleganter als mensen die hulp nodig hebben bij het dagelijks leven dit in de eerste plaats zelf betalen, en als dat niet lukt, dat hun kinderen dan financieel bijdragen en niet zelf gaan stofzuigen of mama onder de douche zetten.

Er zit natuurlijk een grens aan het inschakelen van professionele hulptroepen. Vanaf een zeker moment wordt het inefficiënt, duur en eenzaam. Thuis blijven wonen heeft de voorkeur van de regering en de meeste hulpbehoevende ouderen willen dat zelf ook. Te betwijfelen valt of het wel goedkoper is om mensen die niet meer voor hun eigen eten, lichaamsonderhoud en andere huishoudelijke taken kunnen zorgen, individueel thuis te bedienen met drie of vier keer per dag binnenfladderende zorgverleners dan om die hulp collectief institutioneel te verstrekken. Alleen al de logistiek van intensieve thuishulp vormt een nachtmerrie.

Een kleuterklas exploiteren is goedkoper dan twintig kleuters apart thuis dagelijks een kwartiertje te onderrichten in het matjes vlechten, en gezelliger bovendien. Het is een hard gelag om naar het verzorgingshuis te gaan, maar nog rampzaliger als je eigenlijk langzamerhand zelf ook wel naar het verzorgingshuis wil, maar dat kan niet, omdat ze allemaal zijn afgebroken.

Artikelen in Column.


Voortdenderende schoonvader

Beste Beatrijs,

Mijn schoonvader kan niet ophouden met praten. Als mijn man en ik daar zijn (soms samen met mijn mans broer en diens vrouw), voert schoonpa onafgebroken het woord. Zijn verhalen zijn vaak zeer negatief van toon, vooral wanneer hij het over vrouwen of minderheden heeft. Wanneer ik zelf iets probeer te vertellen, kijkt hij weg of reageert gewoon niet. Zodra ik de laatste zin heb uitgesproken, haakt hij weer in met een eigen verhaal. Ik heb wel eens gezegd dat ik het vervelend vind als hij zo negatief over bijvoorbeeld vrouwen spreekt, maar dat kwam niet aan. Mijn schoonmoeder probeert hem overigens wel eens af te remmen, maar naar haar luistert hij ook niet. Hij is gewoon niet te stuiten. Mijn man en zijn broer kunnen er ook steeds slechter tegen. Hoe kunnen we op een respectvolle wijze laten weten dat we het fijn zouden vinden als hij ook eens naar ons zou luisteren?

Mijn schoonvader, de stoomwals

Beste Mijn schoonvader, de stoomwals,

Er zijn twee ergernissen: 1. Uw schoonvader praat alleen zelf en luistert niet naar anderen. 2. Hij slaat vrouwonvriendelijke en racistische taal uit.

Aan het eerste probleem valt weinig te doen. Dat zal niet iets van vandaag of gisteren zijn. Uw schoonvader is vermoedelijk zijn hele leven niet anders gewend dan monologen houden. Als anderen proberen er tussen te komen, lukt dat niet, schrijft u. Dus dat kunt u net zo goed opgeven. Onbegonnen werk, hij zal niet veranderen!

Het tweede pijnpunt is serieuzer en kwaadaardiger. Hier kunt u wél iets aan doen, namelijk opstaan en vertrekken, zodra hij iets onaangenaams over vrouwen of minderheden uitkraamt. Dat hoeft u niet te laten passeren. Spreek met uw man af dat u samen opstaat en weggaat, als uw schoonvader over de schreef gaat. U zegt dan: ‘Ik heb je al vaak genoeg gezegd dat ik geen zin heb om vijandige taal over vrouwen of minderheden aan te horen. Ik ben zelf een vrouw en we gaan nu naar huis.’ Als dat een paar keer is voorgekomen, dan leert uw schoonvader wel dat hij zich moet inhouden. Uw zwager en zijn vrouw kunnen dezelfde strategie toepassen en vertrekken, als het hun niet bevalt. Geef hun die suggestie.

Voor de rest moet u de bezoekjes aan uw schoonouders maar een beetje minimaliseren. Uw man kan altijd in zijn eentje gaan en wanneer u toevallig in de stemming bent, gaat u met hem mee. Laat elke hoop varen dat u zelf aan het woord komt, als u daar bent. Laat het over u heen komen. Zolang zijn monologen inhoudelijk binnen de perken blijven (dus geen racisme en geen vrouwenhaat), zit u het bezoekje rustig uit. Misschien kunt u zich af en toe met uw schoonmoeder terugtrekken in de keuken voor een tête à tête dat allicht gezelliger zal zijn en voor haar ook een welkome afwisseling van de dagelijkse monotonie.

Artikelen in Schoonfamilie.

Gelabeld met , .


Zitten stellen naast elkaar?

Beste Beatrijs,

Binnenkort gaat onze dochter promoveren. We zijn heel trotse ouders. Na de receptie geeft ze een etentje voor haar naaste familie, vrienden, paranimfen, collega’s  en promotoren. Het gezelschap zal uit ongeveer zestien personen bestaan. Ik was heel verbaasd toen ik hoorde dat bij zo’n gelegenheid stellen bij elkaar horen te zitten. Volgens onze dochter schrijft het protocol dit voor. Hoewel ik het heel fijn vind om dagelijks tegenover mijn vrouw aan tafel te zitten, lijkt zo’n diner me juist een goede gelegenheid voor ontmoetingen met andere mensen. Wat is de etiquette bij een promotiediner?

Wie zit waar?

Beste Wie zit waar,

Stellen worden opgebroken en zitten buiten elkaars gehoorsafstand.

Het protocol bij etentjes-na-een-promotie is precies hetzelfde als bij andere etentjes van enige omvang: ter wille van een levendige conversatie zitten echtparen niet naast elkaar. Met uitzondering van een bruiloft of een huwelijksjubileum, waar de pas of jubilerende getrouwden wél naast elkaar zitten, geldt voor geen enkel substantieel diner dat stellen naast elkaar worden geplaatst, en trouwens ook niet tegenover elkaar. Integendeel, stellen worden opgebroken en zitten buiten elkaars gehoorsafstand. Op die manier krijgen ze de kans om eens met iemand anders van gedachten te wisselen in plaats van elkaars bekende verhalen te moeten aanhoren. Om te voorkomen dat stellen in een gezelschap van grotendeels onbekenden de weg van de minste weerstand kiezen en veiligheidshalve bij elkaar kruipen is het handig om van tevoren een tafelschikking (namen bij de borden) te ontwerpen. Na afloop van het etentje kan een stel met elkaar doornemen met wie ze zoal gesproken hebben en wat voor opmerkelijks ze hebben vernomen. Het levendigheidseffect werkt nog langer door dan alleen bij het etentje.

Artikelen in Traditionele etiquette.

Gelabeld met , .


Waarschuwen voor snoep

Beste Beatrijs,

In de supermarkt zie ik vier kinderen lopen in de leeftijd van acht tot elf jaar. Ik ken ze oppervlakkig uit de buurt en van de voetbalclub. Ze zijn enthousiast blikjes energydrink, zakken chips en snoepgoed aan het kopen, naar mijn indruk voor onmiddellijk gebruik. Ik ben vader van kinderen in dezelfde leeftijd en voel de neiging om hen aan te spreken en te vertellen hoe slecht deze troep voor je lichaam is. Maar ik houd me in. Ik ken ze nauwelijks. Aan de andere kant kunnen kinderen er niet genoeg op gewezen worden hoe belangrijk gezond eten is. Had ik ze moeten aanspreken? En hoe dan?

Kijk uit, rotzooi!

Beste Kijk uit, rotzooi,

In het algemeen raad ik mensen af om zich te bemoeien met de opvoeding van onbekende kinderen. Tenzij die kinderen iets gevaarlijks of illegaals doen. Dan is optreden en ingrijpen wel nodig. De aanschaf van junkfood (chips, snoep, frisdrank) zou ik persoonlijk niet erg genoeg vinden om waarschuwend tegen op te treden. Kinderen vinden dat lekker – zij zijn trouwens niet de enigen, volwassenen kunnen er ook wat van – en wie weet hebben zij netjes hun zakgeld gespaard om zich een keer per week een uitspatting te kunnen veroorloven. Dat soort snacks is niet per definitie ongezond. Het is alleen ongezond om het te vaak en in te grote hoeveelheden te consumeren.

Afgezien daarvan is het de taak van de ouders en opvoeders (leraren op school, sportcoaches, andere jeugdbegeleiders) om kinderen op voedselgebied wegwijs te maken en hen zo nodig te corrigeren. U zou niet overwegen om onbekenden in het café te waarschuwen voor de gevaren van alcohol. Voor onbekende kinderen die ongezonde snacks kopen geldt hetzelfde. Beperk u ertoe om uw eigen kinderen plus eventueel hun vriendjes en vriendinnetjes op te voeden. Als u erin slaagt om bekende kinderen af te houden van snoep, vettigheid en frisdrank hebt u al meer bereikt dan menigeen.

Artikelen in Kinderopvoeding, Winkels.

Gelabeld met .


Homo’s en hetero’s zijn even schuldig aan het bederven van de jeugd

Wat ik een beetje miste in de trammelant over de Olympische winterspelen is informatie over het hoe en waarom van de Russische anti-homowetten. De discussie ging over het nut van een boycot, of atleten wel of niet een statement moesten maken, over de statuur van de Nederlandse toeschouwersdelegatie en welke boodschap daar precies mee werd uitgedragen, maar ik was benieuwd naar de ideologische onderbouwing van deze specifieke mensenrechtenbeknotting. Dat ze in het verre van democratische Rusland tegenstanders van het regime en subversieve elementen, zoals Pussy Riot of bepaalde journalisten, naar strafkampen sturen valt, hoe verwerpelijk ook, te begrijpen. Maar homo’s? Wat is er staatsgevaarlijk aan geflirt in een café of aan een homostel dat tafel en bed deelt en zich verder met zijn eigen zaken bemoeit?

Het enige licht wat in deze duisternis geworpen werd waren twee uitspraken van Poetin zelf. De ene keer zei hij bij monde van Valery Gergiev dat homoseksualiteit hetzelfde was als pedofilie en dus strafbaar. De andere keer, toen een journalist op een persconferentie vroeg of homoseksuele sporters gevaar liepen in Sotsji, zei hij: ‘Zo lang ze van onze kinderen afblijven, zal hun geen haar worden gekrenkt.’ Het leek een grapje, maar hoogstwaarschijnlijk was hij bloedserieus.

Homoseksualiteit draait in de Russische perceptie blijkbaar om kinderen, althans minderjarigen, en het gevaar zit in het bederven van de jeugd. Sinds het opgaan van de homoseksuele leefstijl in de hoofdstroom klinkt zo’n uitspraak absurd in westerse oren (niet in die van iedereen trouwens), maar historisch gezien is het een vertrouwde associatie. Het Franse woord pédéraste betekent homo en komt van paidos, Grieks voor knaap of jongeling. ‘De Griekse beginselen toegedaan’ geldt nog steeds als een eufemisme voor homo en die oude Grieken deden het met jonge jongens, zoals bekend.

Niet dat de moderne homoseksuele levensstijl (paarvorming in een Vinexwijk, huwelijk, kinderen en een labrador) ook maar iets te maken heeft met homoseksualiteit in het oude Griekenland. Socrates en de andere vrijgestelden hadden gewoon een vrouw en kinderen thuis zitten, er waren genoeg slaven om het werk te doen, ze hadden alle tijd om naast de vergaderingen en de sportschool zich te amuseren met goede gesprekken en wijn. Het probleem was dat alle vrouwen en meisjes thuis opgehokt zaten in vrouwenverblijven. Geen gelegenheid voor buitenechtelijke seks en relaties, hooguit met prostituées die doorgaans niet tot de beschaafde klasse hoorden. Zo vreemd is het niet dat het surplus aan seks en erotiek, de seks die buiten de bedding van de huwelijksrelatie treedt, zich richt op beschikbare mensen, namelijk mannen. En als de intiemste contacten zich toch tussen mannen afspelen, dan wordt al snel all things being equal gekozen voor jeugd en schoonheid: de paidos. Een jongeling die niet alleen in liefde en seks, maar ook in allerlei andere belangrijke kennis wordt ingewijd, en die vervolgens eenmaal volwassen trouwt met een hem toegewezen vrouw en zich op zijn beurt oriënteert op de knapenmarkt. Een fantastische tijd voor hart-en-ziel-homo’s, heteromannen roeiden met de riemen die voorhanden waren, en voor vrouwen van welke leeftijd dan ook was het, zoals wel vaker, een rottijd.

Wie z’n vingers brandt aan een minderjarige is de pineut.

De kern van Poetins strijd tegen homo’s is dat ze op jeugd en schoonheid azen en daarmee de aanstormende generatie corrumperen. Dit punt gaat ook voor hetero’s op, want zij azen evengoed op jeugdige schoonheid en ook zij lopen hierbij tegen de wet aan. Ik doel niet op pedoseksualiteit, maar op contacten met fysiek volgroeide en tot seks bereide tieners. Er bestaan wettelijke leeftijdsgrenzen, maar het is heel moeilijk om op het oog iemands leeftijd te bepalen. Je hebt meisjes van 15 die eruitzien als 22 en andersom. Wie z’n vingers brandt aan een minderjarige is de pineut. Vrijwillige relaties tussen docenten en studenten, chefs en ondergeschikten zijn taboe. In Amerika krijgt een jongen van 17 die wederzijds gewenste seks had met een meisje van 14 voor zijn leven een strafblad als pedoseksueel. Prostitutiebestrijders ijveren om de leeftijdsgrens voor prostituées van 18 naar 21 jaar te verhogen. Om vrouwenhandel tegen te gaan natuurlijk, maar toch ook ter indamming van de seks die buiten de geëigende oevers treedt.

Seks met en van jongeren ondermijnt de orde, tegelijk is subversiviteit een van de aantrekkelijkste aspecten van seks. Het valt niet mee om de jeugd te behoeden voor corrumpering, noch in Rusland, noch in het westen.

Artikelen in Column.


Een dierbare parasiet

Beste Beatrijs,

Sinds drie jaar heb ik (weduwe, twee volwassen kinderen) een latrelatie met een leuke, enthousiaste man van 69. De laatste twaalf jaar heeft hij geen baan meer gehad. Ondanks zijn academische opleiding heeft hij een modaal pensioentje waarvan hij eigenlijk niet kan rondkomen, zodat ik regelmatig bijspring. Hij wil graag wat bijverdienen als consultant, maar heeft nog geen concrete stappen daartoe genomen. Een jaar geleden heb ik hem 15.000 euro geleend voor de aanbetaling van zijn nieuwe huis. Van die schuld heeft hij nog nauwelijks iets afgelost. Als we een uitstapje maken, betaal ik de reis, de toegangskaarten en het eten, terwijl hij in het museum allerlei kunstboeken aanschaft. Hij wil graag met mij op vakantie naar Bali, ‘omdat het nu nog kan’, maar ik verwacht dat de kosten op mij neerkomen.

Laatst vroeg hij of ik zoveel van hem hield dat ik hem na mijn overlijden geld zou willen nalaten, zodat hij zijn huidige levensstandaard zou kunnen voortzetten. Ik was diep geschokt door deze vraag. Toen hij dat zag, maakte hij wel excuses en zei dat het een ‘hypothetische vraag’ was. Ik heb gezegd dat hij eerst maar moet laten zien dat het hem ernst is met het aflossen van zijn schuld aan mij. Ben ik een krent of stel ik terecht eisen aan deze man die mij ondanks alles zeer dierbaar is?

Mijn lat-vriend is platzak

Beste Mijn lat-vriend is platzak,

Deze man is een oplichter. Het is ongehoord brutaal dat hij u vraagt om (een deel van) uw toekomstige erfenis. Hij leeft op te grote voet en hoopt dat te kunnen voortzetten door een wissel te trekken op uw dood. Hij preludeert op een douceurtje bij uw overlijden en schaamt zich niet eens voor deze dagdromerij. Dit wijst op zo’n nietsontziend egoïstische instelling dat de meest logische reactie zou zijn om hem zijn congé te geven.

U hebt hem al 15.000 euro geleend. U moet wel erg door liefde verblind zijn geweest. Dat dit geen slimme actie was blijkt wel uit het feit dat hij nog nauwelijks iets heeft afgelost. U vraagt zich af waarom hij niet aan de slag gaat als consulent om zo wat geld te verdienen. Welaan, dat doet hij niet, omdat hij 69 is en al in geen twaalf jaar een inkomen uit arbeid heeft gehad. Als mensen op die leeftijd zo lang niet gewerkt hebben, dan komt het er niet meer van – dat kan ik u verzekeren. Zeker niet in deze tijd van economische crisis. U kunt er rustig van uitgaan dat u die 15.000 euro nooit meer terug ziet. Hij heeft al een deel van uw erfenis binnen.

Gezelschap is natuurlijk ook wat waard.

Intussen neemt u alle kosten (uitstapjes, etentjes, musea, reisjes) die een relatie met zich meebrengt op zich. U onderhoudt een parasiet, het is niet anders. Enfin, de man is u dierbaar, en gezelschap is natuurlijk ook wat waard. In vroeger tijden was het voor gefortuneerde heren heel normaal om een maîtresse te onderhouden. Daar hadden beide partijen baat bij. Ik raad u aan om uzelf financiële grenzen op te leggen. Stel uzelf de vraag welk bedrag deze man u waard is, concreet in kille euro’s. Maak een begroting voor hoeveel geld u op jaarbasis in hem wil blijven storten en houd u aan uw eigen limiet. Zeg nee tegen alles wat hij daarbovenop vraagt. Als Bali u te duur is, gaat u naar Schiermonnikoog – daar is het ook leuk. Ga nooit samenwonen (want dan kunt u na zijn dood voor zijn schulden opdraaien) en natuurlijk kan er geen sprake van zijn dat u hem opneemt in uw testament.

Artikelen in Liefde en relaties.

Gelabeld met , , .


Bedanken voor schenking

Beste Beatrijs,

Onlangs ontving ik een brief van een notaris waarin mij werd medegedeeld dat een tante van mijn moeder haar vermogen voor haar overlijden wil schenken. De tante zelf is kinderloos en schenkt aan haar neven en nichten. Omdat mijn moeder op jonge leeftijd is overleden, komen mijn broer en ik in aanmerking voor haar deel. Het is geen enorm bedrag maar toch een paar duizend euro. Het contact met de familie is goed maar niet heel regelmatig. De tante zelf heb ik de afgelopen vijf jaar niet meer gezien of gesproken. Ik zou het vreemd vinden om haar nu ineens op te zoeken in het verpleeghuis. Toch lijkt een bedankje op zijn plaats. Wat is gepast?

Hoe te bedanken?

Beste Hoe te bedanken,

Ga uw oudtante wél opzoeken in het verpleeghuis! Dat is geen vreemde actie, integendeel, het is de best mogelijke respons. Fysieke blijken van dank zoals bloemen of bonbons schieten tekort. Zij heeft geen (klein)kinderen, dus de bezoekers zullen vast niet voor haar in de rij staan. Dat u haar de laatste jaren uit het oog verloren bent is begrijpelijk. Zo gaat dat vaak tussen volwassen geworden neven/ nichten en hun ooms en tantes, en de afstand tot een oudtante is nog vele malen groter. Wat niet wegneemt dat haar schenking aan u een uitstekende aanleiding is om haar wat gezelligheid en afleiding te bieden in het verpleeghuis. Een beleefdheidsbezoekje is het minste wat u kunt doen om te bedanken. Als zij open staat voor contact, is uw bezoek wellicht voor herhaling vatbaar en kunt u iets betekenen op het gebied van eenzaamheidsverlichting.

Artikelen in Cadeaus.

Gelabeld met , , , .