Spring naar inhoud


Nog een keer de sixties maar dan van bovenaf

‘Hoe kunt u de weg naar Parijs beoordelen, wanneer u slechts tot Zundert gevorderd bent?’ was destijds het smalende commentaar van professor Chorus op de evaluaties van de prekandidaatsvakken in de studie psychologie. Begin jaren zeventig zeilde de babyboomgeneratie in volle glorie de universiteit binnen en overal waaide de wind van de Parijse meirevolutie: democratisering! inspraak van alle geledingen! weg met de eenrichtingshoorcolleges! Ook onderwijsevaluaties deden hun intrede, een noviteit die vooralsnog niet systematisch maar zo’n beetje hapsnap werd uitgevoerd op initiatief van enkele kritische studenten. Meer nog dan de onbetrouwbaarheid van de evaluaties zal het de pretentie van de beoordelaars geweest zijn waar de eminente professor, grondlegger van de faculteit psychologie in Leiden, zich aan stoorde. Natuurlijk werd zijn hautaine uitspraak weggelachen als typisch voorbeeld van een archaïsche regentenmentaliteit en natuurlijk kon niets of niemand het tij van de democratisering keren – toch is het zinnetje me bijgebleven.

Hoe minder overzicht iemand heeft van het geheel, hoe minder hout zijn kritiek snijdt. Dit laat onverlet dat kritisch denken, ideeën ter discussie stellen, jezelf een oordeel vormen al meer dan veertig jaar tot de belangrijkste waarden in de maatschappij horen en bijgevolg in het onderwijs. In staat zijn tot het uiten en aanhoren van kritiek is de lakmoesproef waarmee de westerse cultuur zich onderscheidt van allerlei andere culturen. Kritiek kunnen en mogen geven is het wezen van de vrijheid van meningsuiting.

Kritische instelling is een gezonken cultuurgoed.

Kennelijk laat de invulling van deze maatschappelijke waarde nog steeds te wensen over. Volgens de Onderwijsraad wordt het curriculum in het basisonderwijs niet voldoende vernieuwd en moet er meer aandacht komen voor zogeheten 21ste–eeuwse vaardigheden als kritisch denken, creativiteit, de bekende sociale competenties en niet te vergeten: culturele sensitiviteit en metacognitie (een herformulering van ‘leren leren’). Vooral het begrip ‘21ste –eeuwse vaardigheden’ trof me als ahistorisch en stompzinnig. Kritisch denken als een nieuwigheidje voor deze tijd? Hebben we bijna een halve eeuw geleden soms voor jan doedel op de barricades gestaan? Nou ja, zelf stond ik er niet op, maar ernaast. Alsof niet iedereen van hoog tot laag, van oud tot jong al lang niet anders gewend is dan kritiek te ventileren op alles om zich heen! Meningen geven over n’importe wat voor onderwerp is in tegenstelling tot daadwerkelijke participatie in de besluitvorming bij uitstek een gezonken cultuurgoed. Zie twitter en de overal opdoemende reaguurders.

De hele vernieuwingsriedel met z’n verwaten terminologie en holle borstklopperij maakt een buitengewoon deprimerende indruk. Kritische reflectie, buiten de box leren denken, probleemoplossend vermogen, creativiteit aanwakkeren – daar kan niets goeds uit voortkomen, zeker niet wanneer genoemde onderwijsdoelen worden voorgespiegeld als typische vereisten van deze tijd. Dat zijn ze niet, want die nastrevenswaardige eigenschappen kwamen altijd al van pas, ook in het archaïsche pre-digitale tijdperk, en het is dubieus in hoe verre onderwijs daar überhaupt een bijdrage aan kan leveren. Eigenlijk breekt de Onderwijsraad een lans voor ‘meer talent van kinderen, iets waar niemand op tegen kan zijn, maar originaliteit voor de zo broodnodige ‘innovatie’ laat zich niet eenvoudig van bovenaf dirigeren. Meer kringgesprekken, meer metabeschouwingen, meer communiceren in groepjes, meer gelikte zelfpresentatie, meer creatieve uitingen, meer portfolio’s en nog vaker op internet het bos in worden gestuurd zullen in ieder geval niet de truc vormen die het verschil maakt.

Bedenkelijker nog is dat deze goedbedoelde fluff ten koste gaat van de eerste opdracht van het onderwijs: inhoudelijke kennisoverdracht. Van basisschool tot en met universiteit draait het onderwijs om taal- en rekenvaardigheden in opklimmende graad van moeilijkheid. Daarnaast zijn er diverse gezellige en creatieve bezigheden, maar alle inhoudelijke kennis (aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, economie enzovoort) wordt verworven via het woord en het getal. Je kunt niet ergens kritisch over reflecteren, voordat je je de inhoudelijke kennis hebt eigen gemaakt, voordat je enig benul hebt van wat zoal de mogelijkheden zijn en wat voor oplossingen er al eens eerder zijn bedacht. Professor Chorus had een punt: vanuit Parijs gezien doet Zundert er niet toe.

Artikelen in Column.


Een openlijke relatie willen

Beste Beatrijs,

Ik ben een vrouw van 52 en ik heb een latrelatie met een jongere vriend (29 jaar). We hebben elkaar twee jaar geleden ontmoet op een avontuurlijke vakantie. Ik ben toen als een blok voor hem gevallen. We bleken dezelfde interesses te delen op het gebied van triatlon, bergwandelen, boeken en filmhuis. Ik heb nog nooit met iemand zo’n fijne klik gehad. Dat is volkomen wederzijds.

We wonen nogal ver van elkaar vandaan en ik heb geen auto, dus mijn vriend is in het weekeinde meestal bij mij. Bij mijn familie heb ik hem geïntroduceerd als ‘mijn grote liefde’. Ik was een beetje bang voor de reacties vanwege het leeftijdsverschil, maar iedereen is erg blij voor mij. De introductie andersom verloopt moeizamer. Hij houdt mij uit de buurt van zijn vrienden en geeft daar geen duidelijke reden voor. Tegenover de mensen die ik wel ontmoet heb (zijn ouders en een paar bevriende stellen) hield hij zich op de vlakte over de aard van onze relatie. Hij stelde mij voor als ‘een goede vriendin van de vakantie’. Ik heb hem gevraagd of hij zich voor mij schaamt vanwege het leeftijdsverschil, maar dat ontkent hij stellig. Binnenkort wordt hij 30 en ik denk erover een feest te organiseren voor zijn en mijn vriendenkring. Om een eind te maken aan de onduidelijkheid wil ik mezelf dan bij zijn vrienden introduceren als ‘de geliefde van’. Is dat een goed idee?

Niet zomaar een kennisje

Beste Niet zomaar een kennisje,

Ik denk niet dat schaamte van uw vriend hier het probleem is. Ik vrees dat de hele relatie niet zo veel toekomst heeft. De wegen van het hart zijn weliswaar ondoorgrondelijk, maar in het algemeen zijn relaties met een groot leeftijdsverschil minder solide dan wanneer betrokkenen dichter bij elkaar in leeftijd staan. En relaties waarin de vrouw een heel stuk ouder is dan de man hebben nog veel minder kans van slagen dan de combinatie oude man en jonge blom.

Gewoon een leuke scharrel – totdat er wat beters langskomt.

Ik vertel u niets nieuws. Dat weet u allang. Waarom denkt u dat u en uw vriend nou net die ene uitzondering zijn? Uw vriend heeft zijn hele leven nog voor zich, in ieder geval op het punt kinderen krijgen en gezin stichten, terwijl uw vruchtbaarheid achter u ligt. U zult er best een gepassioneerde verhouding op nahouden in de weekenden, maar het lijkt me sterk dat uw vriend een serieus lange-termijn-perspectief koestert. Ik denk niet dat hij er romantische gedachten aan wijdt hoe hij over twintig jaar u bij moet staan in uw ouderdomskwalen, terwijl hij alsnog de triatlon loopt. Hij vindt u gewoon een leuke scharrel – totdat er wat beters langskomt.

Zijn terughoudendheid om u bij zijn ouders en vrienden te introduceren als zijn geliefde moet u niet opvatten als schaamte, maar als gebrek aan enthousiasme voor u als lange-termijn-investering. Uw plan om openheid over de verbintenis bij hem af te dwingen door dan maar uzelf als echte geliefde te presenteren tijdens een ‘coming out als stel’ feestje ter ere van zijn verjaardag klinkt als een wanhoopsactie die wel eens geheel averechts zou kunnen uitpakken. Zie onder ogen dat u vanuit zijn perspectief niet meer dan een tussendoortje bent. Neem het ervan zolang het duurt, en als u de gedachte niet kunt verdragen dat hij niet de rest van uw leven bij u zal blijven, kunt u de relatie beter meteen beëindigen.

Artikelen in Liefde en relaties.

Gelabeld met , .


Vissen naar zwangerschap

Beste Beatrijs,

Ik ben een vrouw van 27 jaar en woon al jaren samen met mijn vriend. In mijn omgeving krijgen steeds meer mensen kinderen. De laatste tijd word ik regelmatig aangesproken over zwangerschap. Op kraambezoek bij deze of gene zeggen mensen: ‘Krijg jij niet ook de kriebels?’ of ‘Wordt het voor jou niet ook zo langzamerhand tijd?’ Toen ik laatst op een feestje toevallig geen alcohol dronk, kreeg ik meteen de vraag ‘Je bent toch niet zwanger?’ Ik vind dit zeer ongepast. Hoe kan ik op een nette manier duidelijk maken dat ik absoluut geen prijs stel op gewroet in mijn voortplantingsplannen?

Impertinente vragen

Beste Impertinente vragen,

Heel vervelend dit soort nieuwsgierigheid. Het beste is om belangstellenden met een grapje het bos in te sturen. Iemand die zwangerschap veronderstelt, als u een niet-alcoholisch drankje neemt, kunt u onderuit halen door van de stelling een wetmatigheid te maken: ‘Natuurlijk ben ik zwanger! Vrouwen die geen alcohol drinken zijn per definitie zwanger. Dat is toch algemeen bekend?’ Een andere mogelijkheid is misten: een nietszeggend antwoord geven in de trant van ‘Misschien wel, misschien niet’. Er is ook geen bezwaar om de overtreder koeltjes tot de orde te roepen: ‘Zullen we het een andere keer over mijn privéleven hebben?’

Artikelen in Zwangerschap en baby's.

Gelabeld met .


Tweespalt binnen een familie

Beste Beatrijs,

Ter gelegenheid van mijn 65ste verjaardag wil ik een etentje geven voor mijn familie (broers, zus, aanhang, inclusief neven en nichten, 23 personen). Zelf heb ik geen kinderen, maar ik heb een goed contact met al mijn familieleden. Het probleem is dat één broer en zijn zoon elkaar al sinds een jaar niet meer zien of spreken als gevolg van een ingewikkelde ruzie. Dit stelt mij voor een dilemma: in principe wil ik iedereen uitnodigen voor dit feestje, maar ik ben ook huiverig voor een mogelijke escalatie.

Ruzie in de familie

Beste Ruzie in de familie,

U kunt gewoon iedereen uitnodigen. Het zou niet goed zijn als u partij kiest in dit conflict door ofwel uw broer, ofwel uw neef te passeren. Dan raakt u bij hun ruzie betrokken en wordt het conflict alleen maar groter. Dan escaleert het binnen de hele familie, voor zo ver dat niet al is gebeurd. Wanneer u het conflict negeert en niemand uitsluit van uw etentje, kunnen uw broer en zijn zoon zelf beslissen of ze erheen gaan of thuis blijven omdat ze de ander niet willen zien. Misschien blijven ze alle twee weg, misschien komt een van beiden, misschien komen ze alle twee. In dat laatste geval lijkt het onwaarschijnlijk dat ze ter plekke het feest zullen verstoren door ten overstaan van de hele familie stennis te schoppen. Te midden van 23 man zullen ze elkaar beleefd negeren. Er bestaat ook een kans dat ze met het vooruitzicht dat ze elkaar zullen tegenkomen, hun ruzie van tevoren bijleggen.

Nodig iedereen uit en maak ook duidelijk dat u iedereen hebt gevraagd, zodat niemand voor onaangename verrassingen komt te staan, omdat hij er van uitging dat u ‘de ander’ wel niet zou uitnodigen.

Artikelen in Familie, Verjaardag.

Gelabeld met .


Leve de middelmatigheid!

Soms als ik niet kan slapen denk ik aan de bell curve: de normaalverdeling, de klokvormige grafiek, waaronder zich het hele leven afspeelt. Niet dat ik bijzondere gevoelens koester voor grafieken in het algemeen – staafdiagrammen, puntenwolken, monotoon stijgende en dalende lijnen die elkaar ergens kruisen laten me onverschillig – maar de bell curve, ook wel de kromme van Gauss genoemd, heeft een esthetiek die me raakt. Hij is elegant. Het is geen rechte lijn, maar een vloeiende golf, eerst geleidelijk naar boven, dan steiler tot er een mysterieuze, stompe top wordt bereikt, waarna de lijn weer naar beneden loopt. Er zit niets wat prikt of schuurt aan deze kromme. Hij heeft de schoonheid van een beeld van Brancusi of van sommige Jugendstil-vormen. Iets wat er zo mooi uitziet, moet wel waar zijn.

De waarheid van de bell curve is zo mogelijk nog verpletterender dan de schoonheid ervan. Alles wat je zoal kunt meten valt eronder en het meeste daarvan zit noodzakelijkerwijs in het midden van de koepel. Als de gemiddelde lengte van een mens 1.75 m. is (de top van de grafiek) bevindt het merendeel van de mensheid zich pakweg tussen de 1.55 en 1.95 m. De uiteinden van de lijn lopen aan weerszijden oneindig door. De bodem van de grafiek (de X-as) wordt nooit geraakt, maar heeft wel een limiet. Een mens van drie meter zal niet worden aangetroffen, maar een record van 2.40 m. lichaamslengte kan altijd met een millimetertje worden verbeterd, en daarna met een nog kleinere meeteenheid. Het kan dus altijd nóg zeldzamer, wat op een bepaalde manier geruststellend is. Ook al ziet de bell curve eruit als een verstikkende stolp, hij is open aan beide kanten en laat daarmee ruimte voor onvoorspelbaarheid.

Toen ik onlangs Geachte heer M. van Herman Koch las en de interviews die hij hierover gaf, werd ik getroffen door zijn furieuze boutades over middelbare-schoolleraren. Hij gaf af op hun volstrekte middelmatigheid. Wie niet goed genoeg is om zelf iets te bereiken in zijn vak of in zijn leven, wordt leraar en gaat jongeren lastig vallen met irrelevante zaken. Als er een groep is die het predicaat duffe loser verdient dan wel de leraar. Je moet inhoudelijke uitspraken in een roman nooit aan de auteur toeschrijven, maar in die interviews liet Koch ook geen spaan heel van de beroepsgroep en dat stoorde mijn esthetische gevoelens over de normaalverdeling. Sinds wanneer verdient middelmatigheid het om vertrapt worden?

Dat de normaalverdeling middelmatigheid dicteert geldt alleen als een minpuntje bij overspannen eisen. Het meeste wat er gebeurt, hoe mensen doorgaans zijn, hun prestaties en mislukkingen, hun gedragingen en strevingen valt altijd smack in the middle van die gigantische stolp. Niets bijzonders, niets om van op te kijken, alles heeft zich al honderdduizend keer eerder voorgedaan en is voorbestemd tot eeuwige herhaling.

Lessen op school steken maar bleekjes af tegen het allesopslorpende drama van de tienerjaren zelf.

Leraren onderscheiden zich hierin niet van register-accountants, politici of kunstenaars. Je weet van tevoren dat de meesten gemiddeld functioneren en dat de waarlijk excellenten en degenen die er een puinhoop van maken betrekkelijk zeldzaam zijn. Maar dedain tegenover het beroep leraar als zodanig is wel een erg kinderachtige manier van tegen de wereld aankijken. Dit misprijzen tref je eigenlijk alleen onder pubers aan. Zij zitten dag in dag uit op school en zijn geneigd om leraren als een soort stoorzender te beschouwen. De lessen steken maar bleekjes af tegen het allesopslorpende drama van de tienerjaren zelf. Strenge leraren, toffe leraren, slijmende leraren, bange leraren, oude, lelijke leraren – allemaal even irritant en pathetisch volgens Koch (60).

Hier spreekt de romantiek van de bohémien, die 19de-eeuwse zucht van artiesten om zich te distantiëren van het gareel van de benepen bourgeoisie en een groots en meeslepend leven te omarmen. Inmiddels is het streven om koste wat kost de middelmatigheid te vermijden gemeengoed geworden (zie de vele stemmen op de vrouw met de baard) en moet ook de leraar het ontgelden als zielige sufkop. Maar het enige wat je leraren kunt verwijten is dat ze met hangen en wurgen een goeddeels ongeïnteresseerd, want onvrijwillig, publiek het een en ander trachten bij te brengen, omdat jongeren nu eenmaal iets moeten leren – maakt niet eens uit wat. Op eigen kompas lukt dat niet en iémand moet de onderwijstaak op zich nemen toch?

Artikelen in Column.


Claimende vriendin

Beste Beatrijs,

Sinds een half jaar heb ik (man, veertiger) een relatie. Aan mijn periode als vrijgezel heb ik een aantal goede vriendinnen overgehouden. Incidenteel ga ik wel eens met een van hen uit eten of naar de film en praten we bij. Ik hecht veel belang aan deze vriendschappen, maar mijn vriendin is van mening dat deze gewoonte niet past bij de status van een man-met-relatie. Ik wil hier niet moeilijk over doen, maar ervaar haar opvatting wel als onredelijk en betuttelend.

Hier komt nog iets anders bij. Met een van die vriendinnen, ‘Maaike’, had ik lang geleden een relatie (geen kinderen). Wij hebben nog steeds een heel goed en vertrouwd contact. Ik heb haar al zo vaak naar familiebijeenkomsten (feestdagen) meegenomen dat zij een beetje bij de familie hoort. Zo ervaart mijn familie dit ook. Nu vieren mijn moeder en mijn zus binnenkort hun verjaardag. Als zij Maaike ook uitnodigen, zou dit een botsing kunnen opleveren met mijn nieuwe vriendin, die waarschijnlijk niet op een dergelijke situatie zit te wachten. Nodigen zij haar niet uit, dan zou Maaike zich gekwetst kunnen voelen door het feit dat zij kennelijk alleen maar goed is voor de reservebank. Hoe los ik dit op?

Een speciale vriendin

Beste Een speciale vriendin,

Er is een verschil tussen gewone (platonische) vriendinnen en exen. Dat u nu een relatie hebt betekent niet dat u uw goede vriendinnen aan de kant zou moeten schuiven. Uw geliefde doet bezitterig. Zwicht niet voor haar alleszins onredelijke eis om oude vriendschappen op te geven. De correcte gang van zaken is dat uw geliefde uw vriendinnen leert kennen, zodat ze weet wat voor vlees ze in de kuip heeft. Met de een kan ze mogelijk zelf ook bevriend raken, met de ander niet, maar dan laat ze u gewoon uw vriendschap voortzetten. Zonder veto van haar kant. In relaties ga je niet elkaars oude vrienden kaltstellen.

 

In relaties ga je niet elkaars oude vrienden kaltstellen.

In het geval van Maaike ligt het ingewikkelder. Zij is een ex van u. Blijkbaar is de verhouding altijd zo intensief gebleven dat uw ex binnen uw eigen familie nog steeds min of meer kind aan huis is. Dit is noch gebruikelijk, noch verstandig, want wat doe je wanneer zich een nieuwe geliefde aandient? Het wringt behoorlijk, wanneer u met uw huidige vriendin de verjaardag van uw moeder en zus bezoekt, terwijl uw ex daar een vacante plaats in beslag zit te nemen. Die situatie werpt een fundamentele vraag op: wie heeft nu eigenlijk het meeste recht op de titel ‘schoondochter/ schoonzuster’? Uw nieuwe geliefde of uw ex?

Weerhoud uw familie ervan om Maaike uit te nodigen en bespreek dit met haar van tevoren. Inderdaad zal zij het gevoel krijgen dat ze na vele jaren afgedankt wordt, maar dit moest een keer gebeuren. Een prettige, vriendschappelijke verhouding erop nahouden met een ex, zoals u gewend bent, is prima en lofwaardig. Er is ook niets op tegen om die vriendschap voort te zetten, nu u een nieuwe relatie hebt. Maar haar plaats in uw familie was al die tijd gebouwd op drijfzand. Een familie opereert met functies en bevoegdheden, niet met particuliere gevoelens van sympathie.

Artikelen in Exen, Liefde en relaties.

Gelabeld met .


Leeglopende onbekenden

Beste Beatrijs,

Regelmatig overkomt het me dat mensen naast me komen zitten, als ik op een terras of een bankje in het park zit, en vervolgens hun hele hebben en houwen aan mij vertellen. Meestal luister ik beleefd, maar soms gaan ze zo lang door met intieme verhalen dat ik me beklemd en geïrriteerd ga voelen. Op zo’n moment weet ik niks beters dan weglopen. Weet u een adequate reactie om kletsende mensen af te weren? Ik vind het zelf nogal onbeleefd om intimiteiten aan wildvreemden te vertellen. Of is dat tegenwoordig modern?

Eindeloze confidenties

Beste Eindeloze confidenties,

Dat mensen tegen onbekenden aanpraten over hun sores is niets moderns, maar een fenomeen van alle tijden. Je hebt nu eenmaal eenzame personen die om een praatje verlegen zitten en behoefte hebben aan contact met een medemens, maakt niet uit wie. Als het u tegen staat, smoort u de dreigende monoloog in de kiem. U zegt: ‘Sorry, u treft me op een verkeerd moment, ik heb bonkende hoofdpijn. Ik snak naar stilte, als u het niet erg vindt.’ Dan gaan ze wel op zoek naar een williger oor.

Artikelen in Aanspreken en begroeten, Het publieke domein.

Gelabeld met , .


Meeliftende buren

Beste Beatrijs,

We hebben een stel prima buren. Enkele jaren geleden zijn ze met prepensioen gegaan. De leaseauto ging eruit en ze hebben een tweezits cabriolet gekocht. We trekken met enige regelmaat samen op en lunchen of dineren dan buiten de deur. Vroeger reden we met ons vieren in één auto, nu eens in de onze en dan weer in die van hen. Sinds de aanschaf van de cabriolet vragen ze altijd of ze met ons kunnen meerijden, omdat hun auto slechts plaats biedt voor twee. In het begin vond ik het geen probleem, maar nu begint het me flink te irriteren dat ze er automatisch van uitgaan dat wij wel zullen rijden. Ik wil onze prettige verhouding niet bederven, maar ik heb er genoeg van altijd te moeten chaufferen.

Buren liften mee

Beste Buren liften mee,

Het ligt nogal voor de hand dat buren die een gemeenschappelijk uitstapje hebben afgesproken niet in twee auto’s gaan. In één auto samen uit en thuis is het efficiëntst en spaart het milieu. Uw auto biedt plaats voor vier personen en is dus het aangewezen transportmiddel. Wat is precies uw grief? Wanneer geld u dwars zit, kunt u de buren voorstellen om voortaan de benzinekosten te delen. Het lijkt redelijk dat zij niet de hele tijd gratis met u meeliften. Wanneer het om alcohol gaat (u bent altijd de Bob en u kunt nooit eens een beetje doordrinken), kunt u voorstellen om het chaufferen in uw auto te delen: de ene keer rijdt u (of uw vrouw), de volgende keer is dat buurman of buurvrouw. De chauffeur matigt zijn alcoholinname.

Als het u niet om benzinekosten of alcohol te doen is, zie ik uw probleem eigenlijk niet zo. Het schiet niet op om de buren te vragen om met hun eigen auto te gaan, want u moet nog steeds zelf achter het stuur. Als de chauffeurstaak u tegenstaat, kunt u voorstellen om voortaan op de fiets te gaan, het openbaar vervoer te nemen of de eetafspraken beurtelings bij u thuis en bij de buren te houden. Dan verdwijnt de hele auto uit de mentale boekhouding.

Artikelen in Buren.

Gelabeld met .


Fijne feelgood porno als voorlichtingsmateriaal voor tieners

In Japan en Californië wordt geëxperimenteerd met thuishulprobots voor de ouderenmarkt. De verwachting is dat bejaarden met behulp van deze apparaten hun zelfstandigheid langer kunnen behouden. Op den duur zouden de robots ook in staat moeten zijn tot het voeren van een simpele conversatie ter verlichting van eventuele eenzaamheid onder hun baasjes en vrouwtjes. In een artikel in The Pacific Standard dat ik hierover las stond jammer genoeg geen foto van het apparaat – wel werd er een onderzoekje vermeld naar tevredenheid onder gebruikers van de gecomputeriseerde huisknecht. De bejaarde proefpersonen betoonden zich ingenomen, maar hadden ook hun bedenkingen. Ze maakten zich zorgen dat de thuishulprobots een corrumperende invloed zouden hebben op de kleinkinderen: ze vreesden dat kinderen bedorven zouden worden omdat die het verschil tussen mens en machine niet zo precies konden waarnemen.

Wonderlijk hoe mensen er als de kippen bij zijn om een algemene angst (in dit geval voor opheffing van de grens tussen mens en machine) niet op zichzelf te laten slaan, maar wel van toepassing achten voor derden. Zelf zijn die bejaarden van hun levensdagen niet zo dom of naïef om emotionele betrekkingen aan te gaan met een apparaat, maar allerlei andere personen lopen dat gevaar wel, onschuldige kinderen voorop.

Dit ‘derde-persoon-effect’, plaatsvervangende angst voor moreel verderfelijke invloeden, is ook de motor achter het ‘goede porno voor tieners’-initiatief van de zussen Marije en Sara Janssen. Zij pleiten voor het oprichten van een speciale pornosite voor pubers, waarop realistische, stuntelige seks van jongeren te zien is. Deze voorlichtingsfilms kunnen een tegenwicht bieden tegen de stortvloed van onprettige, vrouwvijandige porno die voor elke jongere met een paar muisklikken beschikbaar is op internet.

In een interview in Trouw over hun missie heeft een van de zussen het over ‘toffe, positieve beelden, waaruit jongeren leren: Oh, zó moet het!’ In plaats van de obligate pompende, stomende lijven, waar in diverse openingen iets in en uit gaat, wil ze de boodschap verspreiden dat je over seks moet communiceren en dat er plezier (óók voor de vrouw), intimiteit en onhandigheid bij te pas komt – dit alles in beeld gebracht door acteurs van in de twintig met wie jongeren zich kunnen identificeren. Op het leeftijdsaspect zal de frisse voorlichtingsporno zich overigens niet onderscheiden van de sleazy internetstuff, want daarin figureren ook alleen maar twintigers (boven de dertig is het snel afgelopen met een carrière als pornoactrice/acteur). Zou je op tieners toegesneden, gezonde feelgood porno willen maken, heb je acteurs van 15, 16 jaar nodig, maar ja, dat komt neer op kinderporno fabriceren en vertonen. Dat kan natuurlijk niet, ook al zijn de motieven nobel.

Je moet elkaar ook wat privacy gunnen in een gezin.

Praat met je kind over porno!’ is ook de boodschap van een nieuwe Sire-campagne. 80 procent van de basisschoolkinderen belandt al googlend op zo’n site en ouders dienen hun kinderen daar mentaal op voor te bereiden. Allemachtig, wat ben ik blij dat deze beker aan mij voorbij is gegaan. Ik heb echt wel over seks gepraat met mijn kinderen, voorlichting en de hele reutemeteut, ik ben niet lafjes weggedoken voor het onderwerp, maar eenmaal in hun tienerjaren stonden ze niet bepaald te trappelen om het er nog over te hebben. Over de feitelijke ins en outs ben je toch betrekkelijk snel uitgepraat en over die gevoelens, tja, je moet elkaar ook wat privacy gunnen in een gezin en ik had niet de behoefte met mijn olifantspoten hun gevoelsleven te betreden, wat zij waarschijnlijk wel zo rustig vonden. Ik kan me niet voorstellen dat ik een kind van welke leeftijd dan ook in het kader van seksuele voorlichting zou vertellen dat internet barst van de onprettige porno (voorbeelden laten zien om duidelijk te maken wat je bedoelt) waar ze vooral níet naar moeten kijken, maar dat er ook toffe puberporno te zien is (alsjeblieft, hier de link, ik zet hem bij de favorieten), die wél geschikt is, mochten ze nieuwsgierig zijn.

Het wringt om een kind naar een bron te brengen, waaruit het verondersteld wordt níet te drinken. De daarvoor vereiste opdringerigheid past mij niet. Afgezien daarvan heb ik er alle vertrouwen in dat tieners prima onderscheid kunnen maken tussen porno en huisvlijtseks. Zo dom zijn ze niet. Het zijn de volwassenen die lijden aan plaatsvervangende angsten.

Artikelen in Column.