Spring naar inhoud


Hoe bereiken we de wereldvrede en andere prangende vragen

Uit de semi-revolutionaire jaren zestig/zeventig, toen het om medezeggenschap draaide, herinner ik me de ideeënbus die ineens opdook in kantines van bedrijven en overheidsgebouwen en natuurlijk op middelbare scholen. Werkers, studenten, scholieren konden hierin briefjes deponeren met ideeën ter verbetering van wat dan ook. Op school leverde dit vooral suggesties op in de trant van ‘frisdrankautomaten’, ‘huiswerkvrije weekends’ of ‘meer schoolfeesten’, maar vooruit, het was sympathiek dat iedereen kon meedenken en een quick fix aanreiken.

De ideeënbus is vrij snel een stille dood gestorven (voor iemand die een idee heeft zit er niets anders op dan de traditionele lange mars door de instituties te maken), maar de Nationale Wetenschapsagenda doet mij toch wel heel sterk denken aan dit concept uit lang vervlogen tijden. Burgers konden gedurende een maand (de inzending sloot op 1 mei) onderzoeksvragen insturen naar een website ter inspirering van de wetenschap. Wie weet wat voor fantastische ideeën voor grensverleggend onderzoek deze input vanuit de basis zal opleveren! En wat zullen wetenschappers blij zijn met al die originele suggesties waar ze zelf nog nooit aan gedacht hebben!

Ben ik nou zo’n zure chagrijn die de zon niet in het water kan zien schijnen en geneigd is om alles af te schieten wat maar een beetje lijkt op optimisme en met z’n allen de schouders eronder? Ik zat naar ‘De wereld draait door’ te kijken en kon niet geloven dat Beatrice de Graaf en Alexander Rinnooy Kan, allebei toch voorzien van de nodige statuur op hun respectieve terreinen, daar met een uitgestreken gezicht onzin zaten aan te moedigen. Hoe is het mogelijk? Als je aan mensen in de straat open vragen stelt, à la ‘wat zullen we eens onderzoeken?’, krijg je nooit iets zinnigs. Een kleine greep uit de tot nu toe ingediende onderzoeksvragen bevestigt dit vooroordeel: ‘Hoe kun je haat zaaien op internet voorkomen?’, ‘Waarom vindt de ene persoon sport leuk en de ander niet?’, ‘Hoe bereiken we wereldvrede?’ ‘Waarom zijn geesteswetenschappen zo impopulair?’

Over het grootste deel van het leven heeft de wetenschap niets zinnigs te zeggen.

De Graaf en Rinnooy Kan weten maar al te goed dat dit soort gooi-maar-in-mijn-pet vragen van leken zich helemaal niet leent voor wetenschappelijk onderzoek, dat er nooit iets uit kan komen en dat ook niemand dat gaat doen. Alsof wetenschappers bovendien niet mans genoeg zijn om hun eigen beproefde, doordachte en reële onderzoeksprioriteiten erop na te houden. Maar het duo was wel heel blij dat er al 4000 ideeën waren ingediend en dat misschien nog wel de 5000 gehaald zou worden. Het lijkt op de patroniserende tevredenheid van een kleuterjuf die applaudisseert voor haar kinderen die met vereende krachten liefst 500 tekeningen produceerden voor de prix de Rome. Toe maar, nog een idee erbij, er kan zomaar een geniale gedachte tussen zitten.

Het concept van de Nationale Wetenschapsagenda roept het beeld op van wetenschap als een bezigheid van knappe koppen, die op een ‘u vraagt, wij draaien’ manier kunnen worden aangestuurd. Het heeft iets onuitstaanbaar kinderachtigs. Mensen zijn intussen zo geseculariseerd dat niemand meer tot God, Jezus of Maria bidt om verlichting voor het een of ander af te smeken, maar ze deponeren wel allerhande dagelijkse problemen, zijnsvragen, ideologische geschillen, esthetische kwesties op het bordje van de wetenschap in de kennelijke verwachting dat die definitief uitsluitsel kan bieden. Het is een groot misverstand. Over het grootste deel van het leven heeft de wetenschap niets zinnigs te zeggen. Waarom-vragen hebben bijna nooit een bevredigend antwoord. Wat de wetenschap overwegend doet is voortbouwen op het bestaande: een nog zuiniger auto of een betere cholesteroldemper ontwikkelen.

Na inzameling van de ideeën moeten tientallen wetenschappers hun kostbare tijd besteden aan beoordeling, valorisatie en andere bureaucratie. Allemaal vergeefs, want dit is een GiGo-project (Garbage in, Garbage out).

Artikelen in Column.


Een reactie

Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.

  1. Hein schrijft

    Ik heb de betreffende uitzending niet gezien, maar alleen op basis van de vragen die je noemt in je stuk zie ik geen reden tot cynisme. De vragen van de man in de straat mogen misschien idealistisch zijn, ik denk dat iedereen bij wie de intellectuele veerkracht en verbeelding nog niet is geknakt door de dagelijkse invuloefeningen van het burgerlijke bestaan, wel inziet dat de wetenschap meer vermag dan je op het eerste gezicht zou denken.

    Als politicologen, sociologen, communicatiewetenschappers, economen, historici, psychologen, biologen nu echt de handen ineen zouden slaan om interdisciplinair te onderzoeken wat de psychologische, biologische, socio-economische, politiek-maatschappelijke en neurologische dynamieken zijn van waaruit intermenselijke conflicten ontstaan, dan kun je vervolgens met alle middelen die tot je beschikking staan – communicatie- en neurowetenschap, etc. – onderzoeken en testen hoe je al deze factoren optimaal bijstuurt.



Sommige HTML is toegestaan