Spring naar inhoud


Geheel en al doortrokken van militaire eer

Vaak heeft rouwvertoon iets buitengewoon arbitrairs. Als voorbeeld kan Colombia dienen, waar ik als kind een aantal jaar heb gewoond in een tijd dat staatsgrepen aan de orde van de dag waren met de onvermijdelijke oproer, doden en dagen van nationale rouw die daarbij te pas kwamen. Het hoort niet bij mijn eigen herinneringen, maar mijn moeder vertelde jaren later dat op een dag van nationale rouw in Colombia de radio altijd aangepaste muziek uitzond, en wel klassieke muziek in driekwartsmaat, walsen dus. In westerse oren klinkt de wals vrolijk, soms zelfs een beetje ordinair vettig (André Rieu), maar voor Colombianen prevaleerde blijkbaar de melancholische ondertoon, die je ook aantreft in de openingsmuziek (die Schöne Blaue Donau) van Stanley Kubricks film 2001 A Space Odyssey.

Sinds ik dat weet, hoor ik zelf ook altijd iets droevigs in walsmuziek, alsof ik vanuit de verte een beetje deelneem aan dat Colombiaanse rouwritueel, waarvan ik niet eens weet of het nu nog steeds wordt uitgevoerd. Dat zal wel niet. Of misschien is het een apocrief verhaal dat ik verkeerd onthouden heb. Hoe dan ook, bij walsmuziek denk ik tot op de dag van vandaag aan de dood. Zo sterk kan een arbitraire connectie werken.

In de nasleep van de ramp met het neergeschoten vliegtuig figureerden betwiste rouwrituelen, zoals het deponeren van knuffels bij huizen van slachtoffers en het klappen van toeschouwers bij het passeren van de rouwstoet. Door sommigen veroordeeld als gratuit en ongepast. Deze uitingen zijn betrekkelijk recent en daardoor extra arbitrair, maar wanneer er eenmaal massaal geapplaudisseerd wordt, dan promoveert dat gedrag vanzelf tot adequaat en respectvol. Bloemen gooien, knuffels neerleggen en klappen voor auto’s – dat zijn in deze tijd de elementen van publiekelijk rouwvertoon door de massa. Zeker niet onwaardiger dan het spelen van walsmuziek.

Verder blijft een dag van nationale rouw voor individuele burgers een vrijblijvende zaak. Iedereen kan kiezen om zich er wel of niet iets van aan te trekken. Niemand wordt gedwongen om een vlag halfstok uit te hangen. Op één minuut stilte in het openbare leven na kan iedereen desgewenst doorgaan met zijn eigen besognes. De belangrijkste functie van de nationale rouwdag is dan ook het demonstreren van betrokkenheid door de overheid. De ceremonie in Eindhoven met het transporteren van de kisten met slachtoffers in even zovele lijkwagens in aanwezigheid van het kabinet en de koning was geheel doortrokken van militaire eer. Klaroenstoten, de taptoe, traag en stram lopende kistdragers, saluerende marechaussees, stilte, iedereen strak in het gelid – een militair ritueel in optima forma.

Militairen vertegenwoordigen de uitvoerende kracht van de staat.

Gepast of niet? Ook hierover bestaat geen eensluidendheid (die heb je nooit in een democratie). Zelf vond ik de plechtigheid mooi en indrukwekkend, niet alleen omdat je het wel aan militairen kunt overlaten om zonder emotioneel vertoon een aangrijpend ritueel te volvoeren (zie de herdenkingen van diverse oorlogen), maar ook omdat militairen de uitvoerende kracht van de staat vertegenwoordigen. Wat de oorzaak van de vliegramp ook is – het waarschijnlijkst lijkt een stupide vergissing van een halve gare schurk achter een bedieningspaneel – een en ander vond in ieder geval plaats als gevolg van oorlogshandelingen. En in oorlogsgerelateerde omstandigheden dient het leger acte de présence te geven, al was het maar om te salueren.

Mijn gewaardeerde collega Arnon Grunberg citeerde in de Volkskrant de al even gewaardeerde schrijver Kurt Vonnegut die over de staat meende: Stay the hell out of my bodybag. Oftewel: de dood is een privéaangelegenheid, waar de staat zich niet mee moet bemoeien. Een leuk, libertair ideetje voor een kosmopolitische wereld zonder grenzen, waar alleen nog maar privépersonen leven, maar in de werkelijkheid hebben mensen te maken met de natiestaat, waaraan ze belasting betalen en die in ruil daarvoor onder andere zorgt voor bescherming van het vege lijf. Met militairen. Als de staat mensen ten oorlog stuurt, is het minste wat hij kan doen ervoor zorgen dat de doden terugkomen in fatsoenlijke bodybags.

Ook in geval van collateral damage (een enorme hoeveelheid per ongeluk gedode burgers) is het de taak van de staat om ervoor te zorgen dat het individuele rouwvertoon van nabestaanden überhaupt kan plaatsvinden. Zou het militair ceremonieel achterwege zijn gebleven, had Rutte zich een Kreon betoond.

Artikelen in Column.


Betalen voor tweede date

Beste Beatrijs,

Een paar weken geleden nodigde iemand mij uit voor een date. Hij kent me via een gezamenlijke vriendin en hij aasde al langere tijd op een afspraakje met mij. Ik heb ingestemd en hij nam me mee naar een sjiek visrestaurant met uitzicht op zee, wat ik zeer ongemakkelijk vond, omdat een eerste date laagdrempelig hoort te zijn. Ik voelde me opgelaten en kon niet echt ontspannen. Hij heeft betaald voor die eerste date, zoals het naar mijn mening hoort. Uiteindelijk hebben we wel gewoon een goed gesprek gehad en toen hij me later sms-te voor een tweede date, stemde ik in. Weer koos hij een sjiek restaurant, nog duurder en ongemakkelijker. Tijdens die tweede date besloot ik dat ik niet nog een keer met hem uit wilde. Omdat ik niet wilde dat hij voor twee superdure etentjes betaald zou hebben om vervolgens afgewezen te worden, stelde ik voor dat ik ditmaal zou trakteren. Hij vond dit goed. Toen ik de rekening kreeg, schrok ik me een hoedje: het was nog duurder dan ik had gedacht. Ik heb wel gewoon betaald.

Dit zit me niet lekker. Ik ben studente en ik ben aan het sparen om volgend jaar naar het buitenland te gaan. Ik kan niet eens nieuwe schoenen kopen! Hij is ingenieur en werkt bij een goed betalend bedrijf. Ben ik nou een zeur? Of kan het echt niet wat hij gedaan heeft?

Een dure afkoop

Beste Een dure afkoop,

U had dat tweede etentje niet hoeven te betalen! Om te beginnen niet, omdat degene die formeel uitnodigt altijd betaalt. Dit was geen informele afspraak tussen vrienden of geliefden ‘om samen ergens een hapje te eten’, u werd uitgenodigd voor een date door een man met vues. In dat geval is de rekening voor hem en al helemaal gezien het verschil in financiële draagkracht tussen u en hem. Waarom u op de uitnodiging bent ingegaan is me trouwens niet helemaal duidelijk. Erg enthousiast over de eerste date was u niet. Kennelijk wilde u hem nog een kans geven, maar willoos instemmen met wat hij voorstelt is dan niet de aangewezen weg. U had de afspraak wat meer naar u toe kunnen trekken door uw voorkeur uit te spreken voor een simpel restaurantje. Mocht de nadere kennismaking alsnog tegenvallen, had u de avond netjes kunnen afhechten door voor te stellen de rekening te delen. Dus niet trakteren, maar delen! Dan was uw boodschap ook doorgedrongen, zonder dat u op torenhoge kosten was gejaagd.

Nu belandde u voor de tweede keer in een duur restaurant. Vervelend, maar uiteindelijk heeft hij die beslissing genomen (dan wel: u hebt hem laten beslissen), wat betekent dat hij de verantwoordelijkheid voor de avond en de bijbehorende kosten draagt. Niets in deze situatie vraagt erom dat u als uitgenodigde partij ineens de rekening gaat opeisen om hem duidelijk te maken dat ‘het niets kan worden tussen jullie twee’. Tenslotte bestaat er geen enkele morele verplichting voor een vrouw om amoureuze betrekkingen aan te knopen met een man die haar ergens op getrakteerd heeft. U hebt uw financiële verlies aan uzelf te wijten, al moet ik hieraan toevoegen dat een gentleman, zeker een die ruim in zijn slappe was zit, dit aanbod natuurlijk nooit had mogen accepteren. Die zou hoe dan ook de rekening betaald hebben om vervolgens ook zijn verlies op het erotische vlak waardig te dragen.

Artikelen in Liefde en relaties, Traditionele etiquette.

Gelabeld met , .


Wat voor huwelijkscadeau?

Beste Beatrijs,

Ik ben een gescheiden vader en zou graag advies willen over het geven van een huwelijkscadeau aan mijn zoon. Geld geven vind ik geen optie, maar wat dan wel? Hebt u nog een tip?

Wat voor cadeau?

Beste Wat voor cadeau,

Geld is wel een optie! Juist als het om een huwelijkscadeau van ouders gaat dat voor iets speciaals kan worden ingezet. Bedenk eerst hoe veel geld u überhaupt wil besteden aan het huwelijk van uw zoon. Ligt dat in de orde van grootte van 50 euro? 200 euro? 500 euro? Gaat het om een bedrag van een paar honderd euro of meer, kunt u overwegen om een bijdrage te geven aan het eten of aan de receptie of aan het feest. Uw zoon en aanstaande schoondochter zullen vast blij zijn met een substantiële bijdrage aan de kosten van de festiviteiten. Mocht hun voorkeur uitgaan naar een cadeau van blijvende waarde, zullen ze ook wel suggesties voor u hebben. Overleg met het stel en deel hun uw bedrag mee.

Ook als u minder te besteden hebt, bijvoorbeeld een paar tientjes, kunt u bij het stel informeren naar hun wensen. Vaak stelt een bruidspaar een cadeaulijst op met allerhande items, variërend van goedkoop tot iets duurder, waar genodigden een keus uit kunnen maken. Of ze willen graag een groot gemeenschappelijk cadeau, bijvoorbeeld een speciaal servies of iets in de reissfeer, waaraan gasten kunnen bijdragen en waar u ook aan kunt meedoen.

Artikelen in Bruiloft, Cadeaus.

Gelabeld met .


Autoportier openen voor dames

Beste Beatrijs,

Misschien ben ik (vrouw 78 jaar) wel hopeloos ouderwets, maar ik stoorde me onlangs aan het volgende: buurman (60) komt aangereden met zijn vrouw en een voor mij onbekende oudere heer en dame (tachtigers zo te zien). Buurman stapt uit en loopt snel naar zijn  voordeur, gevolgd door de heer op leeftijd. Dan stappen de dames uit en lopen ook naar het huis. Waar ik mij dan over verbaas is dat geen van beide heren het achterportier opende voor de dames, laat staan dat ze een hand reikten om uit te stappen. Zijn deze hoffelijkheden uit de mode, zelfs in welgestelde kringen? Zoals het ook geen bon ton meer is om op te staan voor ouderen in het openbaar vervoer?

Autoportieren openmaken

Beste Autoportieren openmaken,

Ik denk inderdaad dat het zo’n beetje afgelopen is met de specifieke galanterie om autoportieren voor dames te openen. In- of uitstappen bij een auto wordt niet meer gezien als iets waar dames hulp bij nodig hebben. Dat komt doordat vrouwen zelf de hele tijd niet anders doen dan auto rijden en dan ook zelf in- en uitstappen. Het galante gedrag van mannen op dit punt is daardoor een beetje weggesleten.

Leeftijd legt nog wel enig gewicht in de schaal. Senioren (zowel mannen als vrouwen) die met iemand meerijden zijn vaak wel gebaat bij zo’n beleefde actie. De heer op leeftijd die u zag lopen had zelf kennelijk geen hulp nodig, want hij was tweede in de wedstrijd uit de auto stappen. De jongere vrouw had in zijn plaats kunnen bedenken om attent het portier open te maken voor de oudere vrouw en haar eventueel de hand te reiken. Maar als de oudere dame nog kwiek genoeg was om het allemaal zelf te doen, is het begrijpelijk dat zoiets vergeten wordt. Hulpbehoevendheid is het belangrijkste criterium voor het toepassen van egards als voor iemand opstaan in de tram. De factor leeftijd telt pas mee, wanneer die gepaard gaat met het soort breekbaarheid dat je onder 70-plussers aantreft. Voor een robuust ogende zestiger staat men niet meer op in het openbaar vervoer en voor vrouwen in het algemeen ook niet, tenzij ze hoogbejaard of zwanger zijn.

Artikelen in Traditionele etiquette.

Gelabeld met , .


Scharrelkinderen niet gewenst

Een van de lichtelijk neerdrukkende aspecten van de zomer is dat iedereen overal naar toe uitvliegt en dat je maar moet afwachten of ze ook weer opduiken. Met ‘iedereen’ bedoel ik eigenlijk alleen mijn familie, want over de rest maak ik me geen zorgen. Die redden zich wel. Van de week las ik op internet over Debra Harrell, een moeder in South Carolina die haar dochter van negen in haar eentje naar het park had gestuurd om te spelen. De hele dag. En de dag daarna ook. Op de derde dag vroeg een van de volwassenen waar haar moeder was. ‘Bij McDonalds,’ antwoordde het kind. Harrell, een zwarte, alleenstaande moeder, bleek daar te werken en wilde haar kind dat vakantie had het niet aandoen om de hele dag in het restaurant te moeten rondhangen. Dus rustte ze haar kind uit met een mobiele telefoon en liet haar naar het buurtpark gaan. Reactie van de autoriteiten: de moeder werd in de gevangenis opgesloten en het kind verdween in een instelling van jeugdzorg.

Dit incident riep verontwaardiging op. Sommige mensen zagen het als een typisch voorbeeld van afstraffing van zwarte, alleenstaande moeders, die niet genoeg geld verdienen voor fatsoenlijke kinderoppas, maar wel gedwongen worden om te werken. Anderen wezen erop dat de moeder weliswaar vrijuit ging gezien haar omstandigheden, maar dat er toch wel degelijk sprake zou zijn van verwaarlozing als een moeder haar kind voor de lol alleen naar het park liet gaan, terwijl ze zelf bij de airco naar de tv zat te kijken.

Het opvoedklimaat is wars van ongesuperviseerd rondschuimende kinderen.

De discussie werd opgepikt door Lenore Skenazy van de website Free-Range Kids (scharrelkinderen). Een paar jaar geleden kreeg Skenazy vanuit het hele land agressie over zich heen, toen ze haar negenjarige zoontje alleen met de metro in New York had laten rijden. Op haar blog had ze geschreven dat het een grote wens van hem was geweest om zelfstandig een metrorit te mogen ondernemen en ze had besloten om hem die vrijheid te gunnen. De reis was probleemloos verlopen en sindsdien is Skenazy pleitbezorger van het scharrelkind, vooralsnog zonder al te veel bijval, want het opvoedklimaat is wars van ongesuperviseerd rondschuimende kinderen.

In theorie ben ik helemaal voor scharrelkinderen. Uit mijn zomervakanties als lagere-schoolkind in de jaren zestig herinner ik me dat vrijheid bestond uit opstaan om zes uur, zo min mogelijk kleren aantrekken, niet ontbijten en naar buiten gaan om daar met andere kinderen die ook al wakker waren lijnbal te spelen. Als we daar genoeg van hadden, deden we verstoppertje met de bal en anders was er altijd wel iemand om mee te stoepranden. Dat ging de hele dag door tot het donker was. Zonder begeleiding fietsen of met de tram deed ik ook vanaf mijn achtste.

Mijn eigen kinderen lagen meer aan banden dan ikzelf op hun leeftijd. De angst voor ontvoerders of mensen met andere snode intenties is irrationeel, want de kans daarop is minuscuul op zomaar een klaarlichte dag in een stad met altijd mensen op straat. Die angst onderdrukte ik dan ook uit alle macht om geen verstikkende moeder te zijn. Toch duurde het tot z’n achtste, voordat ik mijn zoontje die daar volop om zeurde alleen naar de bakker liet gaan – vijf minuten lopen. Het hielp niet, toen hij bij terugkomst vertelde dat er een stuk van de steiger, waar hij onderdoor liep, vlak achter hem op de stoep naar beneden was gevallen.

Op z’n tiende had hij genoeg van rondjes skeeleren om het blok en wilde hij de stad verkennen. ‘Ik wil naar het Dijsselhofplantsoen!’ riep hij, ‘daar is het spannend!’ ‘Daar is helemaal niks bijzonders,’ wierp ik zwakjes tegen, ‘maar oké, je gaat niet verder dan daar en over een uur ben je weer terug.’ En tegen beter weten in: ‘Waarom spreek je niet af met je vriendje? Dat is toch veel leuker dan alleen?’ Ik had geen redelijk argument om hem tegen te houden, dus verbeet ik me een uur lang. Ongetwijfeld zwierf hij veel verder weg dan dat saaie plantsoen en natuurlijk ging alles goed.

Het komt niet door de angst dat een kind in het ongerede raakt dat kinderen de vrijheid moeten missen een eindje verderop te kijken zonder toezicht van volwassenen, maar omdat andere kinderen het niet mogen. Ouders vinden niet het scharrelen eng, maar het feit dat een scharrelkind in z’n eentje opereert. Geen wonder dat kinderen nu professionele begeleidingscursussen krijgen om de overgang naar de middelbare school te versoepelen.

Artikelen in Column.


Slechte partnerkeus

Beste Beatrijs,

Onze dochter (35) heeft een rampzalig huwelijk achter de rug met een man voor wie wij haar destijds gewaarschuwd hebben vanwege zijn passiviteit. Hij leunde voor alles op haar en voerde niets uit. Na vijf jaar zijn ze gescheiden. Na het opruimen van wat financiële problemen hebben mijn vrouw en ik ons volop ingezet voor onze kleinzoon. Veel opgepast dus en ook voor onze dochter staan wij altijd klaar.

Enige tijd geleden kwam er een nieuwe vriend in haar leven. En weer lijkt het er op dat onze dochter in haar eentje de kar moet trekken. Hij heeft geen baan, hij is te lamlendig om uit zich zelf iets te doen in het huishouden, er is geen normaal gesprek mee te voeren en onze dochter roept maar dat ze hem zo lief vindt. Wij zien aankomen dat we straks weer de brokken moeten lijmen. Maar als we onze bedenkingen uitspreken, krijgen we een conflict en dat willen we graag vermijden. Eigenlijk willen we afstand houden, maar dat is lastig aangezien we veel tijd besteden aan onze kleinzoon. Daarnaast zijn er feestdagen en vakanties die we graag samen doorbrengen, maar liefst niet met die nieuwe vriend. Misschien hebt u advies om onze strategie te bepalen voor de komende tijd.

Dochter kiest de verkeerde

Beste Dochter kiest de verkeerde,

Hier kunt u niets aan doen. Uw dochter is 35 jaar! Toen u uiting gaf aan uw bedenkingen tegenover de vorige schoonzoon, luisterde zij ook al niet naar u. Natuurlijk deed zij dat niet. Mensen maken nu eenmaal hun eigen keuzes op het gebied van de liefde en laten zich niet door hun ouders leiden. En van hun fouten leren doen mensen ook maar heel zelden.

U zult de nieuwe vlam van uw dochter in de schoot van uw familie moeten accepteren. Er blijft voor u weinig anders over dan handenwringend aan de zijlijn staan en hopen dat het vanzelf weer over gaat. Inderdaad, als u uw dochter voorhoudt dat deze man ook niet geschikt voor haar is, krijgt u ruzie en drijft u haar des te sterker in zijn armen. Wacht af hoe een en ander zich ontwikkelt en doe er het zwijgen toe. Met een beetje tijd kan zij best weer bij haar positieven komen. Er is een uitzondering op deze strategie van afwachten: als uw dochter trouwplannen maakt of een samenlevingscontract overweegt, spreek haar dan aan en smeek haar om een jaar te wachten. Waarschuw haar dat verliefdheid de slechtst denkbare reden is om een relatie officieel te maken. Formuleer op dat moment heel duidelijk uw bedenkingen over haar geliefde en adviseer haar een jaar bedenktijd te nemen, voordat zij een definitieve beslissing neemt.

Uw enige hoop is dat zij tot bezinning komt, voordat die twee formeel aan elkaar vastzitten. Maar op die verliefdheid zelf hebt u geen invloed. Die moet vanzelf betijen.

Artikelen in Liefde en relaties, Ouders en volwassen kinderen.

Gelabeld met , , .


Steeds dezelfde verhalen

Beste Beatrijs,

Mijn moeder (begin zeventig) begint steeds vaker haar verhalen te herhalen. Ik doe alsof ik het voor het eerst hoor, maar ik heb moeite om net zo geïnteresseerd te reageren als de eerste keer. Ik weet niet of het aan haar leeftijd ligt, maar ik vind het vermoeiend en irritant. Hoe kan ik op een tactische manier duidelijk maken dat ik het verhaal al ken?

Herhaling van zetten

Beste Herhaling van zetten,

Met het klimmen der jaren krijgen veel mensen last van dat euvel. Het hoort bij het ouder worden en bij langdurige relaties. U kunt haar onderbreken en zeggen dat u het verhaal al kent. Tegen uw eigen moeder hoeft u geen blad voor de mond te nemen. Of u kunt het verhaal in een paar zinnen afmaken (‘Ja mam, dat weet ik, en toen eindigde het zo’). Maar aan het verschijnsel zelf is weinig te doen. Als mensen eenmaal beginnen met zichzelf te herhalen, houden ze daar niet meer mee op om de simpele reden dat ze zich niet meer herinneren dat ze dingen al eerder hebben verteld. Ze herhalen zich niet om gespreksgenoten te ontrieven – niemand wil saai en voorspelbaar zijn – maar omdat ze denken een leuke anekdote bij de hand te hebben. Afhankelijk van uw stemming kunt u het verhaal lijdzaam uitzitten of het de nek omdraaien. Op den duur zult u merken dat er voor elke draak die u onschadelijk maakt onmiddellijk twee nieuwe de kop opsteken.

Artikelen in Ouders en volwassen kinderen.

Gelabeld met .


Niet welkom bij begrafenis

Beste Beatrijs,

Onlangs stierf mijn tante, de zus van mijn overleden moeder. Als kind kwam ik veel bij haar over de vloer, maar in de loop van de tijd verwaterde het contact. Later begreep ik van mijn broers en zussen dat zij mij dat bijzonder kwalijk had genomen; ik wist van niets. Ook was zij ontstemd over het feit dat ik mijn moeder de laatste jaren minder had bezocht dan zij wenselijk vond. Voor de goede orde: mijn moeder en ik hadden tot het laatst een heel warme verhouding en ik heb niet het idee dat ik haar iets tekort heb gedaan.

Voor de begrafenis van mijn tante ben ik bewust niet uitgenodigd – zo had zij bij leven beslist. Mijn vraag is: kan ik wel iets laten horen aan haar echtgenoot, die kinderloos is achtergebleven? Ik dacht aan een briefje. Of moet ik uit mijn tantes weigering mij uit te sluiten van haar begrafenis afleiden dat ook mijn oom geen behoefte mee heeft aan contact?

Niet uitgenodigd voor begrafenis

Beste Niet uitgenodigd,

Een condoleancebriefje schrijven is altijd goed. Daar kunt u nooit verkeerd mee zitten. Het gaat wel ver om een familielid uit te sluiten van begrafenisbezoek om geen andere reden dan verwaterde contacten. Doorgaans moet er verraad, malversaties of andere doelgerichte kwaadaardigheid aan te pas komen, voordat iemand de ultieme stap neemt om een veto voor begrafenisbezoek uit te vaardigen. Kennelijk was uw tante teleurgesteld in u en niet van de vergevingsgezinde richting. Nabestaanden willen bepaalde wraakzuchtige laatste wensen nogal eens naast zich neer leggen, maar uw oom had daartoe de moed niet of hij deelde de mening van zijn vrouw. Laat deze kwestie verder voor wat die is en schrijf uw oom toch een briefje met een paar goede herinneringen aan de tante uit uw jeugd om hem met zijn verlies te condoleren. Door uw medeleven te betuigen geeft u blijk van generositeit en blijft u van uw kant on speaking terms. Dit heeft als bijkomend voordeel dat u niet achter een pilaar hoeft weg te duiken, wanneer u hem tegen het lijf loopt bij de volgende begrafenis.

Artikelen in Dood en begrafenis.

Gelabeld met .


Het falen van de arts

De vrije artsenkeuze staat onder toenemende druk van de verzekeraars. Met bepaalde ziekenhuizen of afdelingen daarvan worden contracten gesloten, met andere niet. Patiënten die bijvoorbeeld een ingewikkelde hartoperatie moeten ondergaan worden aldus gedwongen zich bij behandelaar X te vervoegen, terwijl ze zich misschien liever aan Y hadden overgegeven. De verzekeraars kunnen die macht uitoefenen, omdat ze de geldkraan beheren. Het draait hierbij steeds om de vraag hoe je zo veel mogelijk rendement behaalt met zo min mogelijk input. Het gevolg hiervan is specialisatie. Voor een gebroken been kun je overal terecht, maar een patiënt met darmkanker zal al snel verwezen worden naar een ziekenhuis met een goede reputatie op het gebied van darmkanker. Met een beetje pech ligt dat 150 kilometer verderop.

Je kunt je afvragen of deze trend kwaad kan. Tenslotte hebben patiënten zelf geen flauw idee welk ziekenhuis ergens hoog of laag in scoort, laat staan dat ze een geïnformeerde keus kunnen maken tussen artsen – ze zijn gewoon gebaat bij behandelaars die de hoogste kans op genezing bieden. Hoe dat ligt kan precies uitgerekend worden met succesratio’s per ziekenhuisafdeling, eventueel ook nog per arts. Patiënten laten zich liever opereren door artsen voor wie de ingreep een routinehandeling is dan door artsen die maar weinig met dit bijltje hebben gehakt.

Ook de meest ervaren expert is een beginneling geweest.

Geen speld tussen te krijgen. Toch zit er ergens een hobbel in dit ogenschijnlijk glad gestreken scenario: hoe moet een arts stijgen in de hiërarchie van zijn professie? Kan er wel een top bestaan zonder brede basis? Ook de meest ervaren expert is een beginneling geweest en elke beginneling maakt fouten. Hoe kun je ergens goed in worden, als het je eigenlijk niet toegestaan is om fouten te maken, omdat die zulke vreselijke gevolgen kunnen hebben?

De Britse hersenchirurg Henry Marsh (64 jaar, werkzaam in een Londens ziekenhuis) schreef een memoir over zijn ruim dertigjarige praktijk: Allereerst niet schaden, dat onlangs in het Nederlands is verschenen. Marsh hoort bij de top van zijn vakgebied, maar zijn boek gaat vooral over fouten. Domme fouten, onvermijdelijke fouten, toevalsfouten, beginnersfouten en fouten van overmoed. Geen kokette litanie van een stoethaspelende neurochirurg – er staan ook genoeg succesverhalen met een goede afloop in -, maar een openhartige onderkenning van het eigen falen op essentiële en minder essentiële momenten. Marsh schrijft invoelend over de arts-patiënt-relatie, grappig en vilein over de strijd met de bureaucratie (managers) en treffend over machteloosheid en lijden in het algemeen.

Voor een superspecialisme als hersenchirurgie duurt het jaren voordat artsen in opleiding zelfstandig aan de slag mogen. Ze mogen eerst alleen meekijken, daarna eenvoudige dingetjes doen, en uiteindelijk ook de moeilijker operaties, maar altijd onder supervisie, dat wil zeggen zonder verantwoordelijkheid. In een paar van die situaties ging het dan ook mis. Terwijl Marsh met iets anders bezig was, liet hij een simpele ingreep over aan een arts-in-opleiding (een operatie die deze al tientallen keren met goed gevolg had verricht), maar de jonge arts maakte een fout, waardoor de patiënt een verlamming opliep. Omdat de verantwoordelijkheid altijd bij de supervisor ligt, was de schuld voor Marsh. Hij had er naast moeten staan om mee te kijken. Klopt, maar wanneer komt het punt dat een beginneling geen beginneling meer is? Onmogelijk om te berekenen.

Interessant is ook wat zich aan de bovenkant van de hiërarchie afspeelt. Tophersenchirurgen hebben meer mensen gesloopt dan chirurgen met minder expertise. Je zou kunnen zeggen dat die mislukkingen nodig waren om zo hoog te stijgen. Natuurlijk vindt iedereen het vreselijk als een patiënt door een ingreep sterft of er slechter aan toe is dan daarvoor. Maar sommige chirurgen hebben meer cowboymentaliteit dan andere en slijpen hun messen in het zicht van een onverslaanbaar geachte tumor. Hoe onwaarschijnlijker het succes, hoe meer de reputatie stijgt. Maar als de reputatie eenmaal gevestigd is, deinzen ook topchirurgen vaak terug voor hopeloze operaties. Die laten ze genereus over aan jonge, ambitieuze mensen die zich maar al te graag willen bewijzen. Niet geschoten, altijd mis. Met wie is een patiënt nu het beste af? Kansberekeningen geven geen antwoord. De verdienste van Marsh is dat hij laat zien dat geneeskunde meer een zaak van kunst, toeval en goede bedside manners is dan van harde wetenschap.

Artikelen in Column.