Spring naar inhoud


De kletsende klasse

Beatrijs Ritsema

Klachten van scholieren en leraren over het te zware programma van de tweede fase in vwo en havo hebben geleid tot een voorstel om te snijden in de exacte vakken. In de nieuwe opzet verdwijnt het vak natuurkunde uit het profiel ‘natuur en gezondheid’ en wordt wiskunde over de hele linie afgezwakt. De eisen voor de talen worden her en der weer trouwens weer wat opgeschroefd, zodat je je kunt afvragen of deze herverdeling van lesuren en niveau-eisen het beoogde effect van verlichting zal sorteren. De essentie van de klachten lag, naar ik begreep, niet zozeer in de vakken zelf of in de niveau-eisen, maar vooral in het soort activiteiten dat leerlingen moesten ontplooien: een eindeloze hoeveelheid arbeidsintensieve werkstukken, spreekbeurten, praktijkopdrachten en zogenaamd creatieve zoek-maar-eens-op-het-internet-en-wat-vind-je-er-zelf-van-taken. Leerlingen maken bezwaar tegen deze omslachtige manier van werken, terwijl ze ook nog eens geacht worden zelfwerkzaamheid leuk te vinden.

De nieuwe opzet verandert niets aan deze onderwijsmethodiek, maar wel worden de betavakken uitgekleed en gemarginaliseerd, terwijl toch al zo weinig leerlingen exacte profielen kiezen. Terecht protesteren de betawetenschappen en de technische universiteiten tegen deze plannen. Het wordt steeds moeilijker om studenten voor de exacte richtingen te krijgen. Dit heeft overigens minder te maken met hoe deze vakken op de middelbare school worden gegeven als wel met de veel ingewikkelder profielkeuze die leerlingen moeten maken. Vroeger stelde die keuze op vwo-niveau niets voor. Je had alfa en beta (of A en B op het atheneum) en als je goed was in de exacte vakken deed je vanzelfsprekend B of beta. Die talen zaten er toch wel bij of kon je aanvullen in de vorm van keuzevakken en de heel slimmen deden gewoon een dubbel eindexamen in beta plus alfavakken. Maar ook een zuiver B-diploma gaf toegang tot alle mogelijke vervolgopleidingen. Dat is nu nog steeds zo, maar de keuze uit vier profielen in plaats van twee richtingen maakt de afweging nodeloos zwaar. Het gaat ineens niet meer alleen om ‘wat kan ik?’ maar ook om ‘wat vind ik leuk?’

Mijn eigen zoon is zo op jonge leeftijd verloren gegaan voor de exacte wetenschappen. Ja, hij kon uitstekend uit de voeten met natuur- en scheikunde, maar hij vond geschiedenis en economie toch leuker. Dat is jammer, want alfa- en gamma-kennis kun je ook uit jezelf oppikken, als je er toch in bent geïnteresseerd, terwijl dat met beta-kennis niet gebeurt. Moleculair-bioloog Ronald Plasterk kan moeiteloos een nevenactiviteit als columnist ontwikkelen (het schrijven van zo’n stukje kost hem naar eigen zeggen een half uur), maar econoom-politicus Wouter Bos kan vast geen wetenschappelijke artikelen over DNA-onderzoek begrijpen.

De aantrekkingskracht van de chattering classes met hun belofte van macht, invloed, status en geld verdienen staat haaks op de nerdy stuff van de betawetenschappen. Het is niet verwonderlijk dat de ‘leuke’ alfa- en gammaprofielen potentiële beta-talenten wegzuigen. Dat is vooral treurig voor de exacte wetenschappen zelf, niet zozeer voor de leerlingen die keuzes maken, want vanaf het vwo komen ze toch wel goed terecht.

Bij het vmbo is merkwaardig genoeg precies het omgekeerde gaande. Leerlingen die best aardigheid zouden hebben in hout- of metaalbewerking worden door hun ouders geprest om toch een zo theoretisch mogelijke leerweg te kiezen. Ouders denken (ten onrechte) dat dat later meer geld oplevert. Hier geldt dus niet ‘kies wat je leuk vindt’, maar ‘kies wat moeilijk voor je is’. Zo belandt iedereen in de toch al uitpuilende kletsende klasse. Misschien moeten middelbare scholieren gewoon maar ‘kiezen waar ze goed in zijn’. Wat leuk is komt later wel.

Artikelen in NRC-column.


Cadeautjesmoe

Beste Beatrijs,

Het is in mijn omgeving bijna een verplichting om, als je bij iemand gaat eten, een bloemetje of cadeautje mee te nemen voor de gastvrouw/heer. Doordat het zo obligaat is, verliest dit gebaar in mijn beleving iedere zeggingskracht. Ik vind het leuk als iemand mij iets geeft als uitdrukking van een gevoel, niet omdat het nu eenmaal zo hoort. Het lijkt dan meer op een ‘tegenprestatie’ dan op een leuke geste. Ik doe het zelf niet meer, als ik mensen een beetje goed ken, en ik vind het prettig als mensen niks meebrengen als ze bij me komen eten. Is dat erg onbeleefd?

Cadeautjesmoe

Beste Cadeautjesmoe,

U maakt onderscheid tussen het cadeau als uitdrukking van een gevoel en het cadeau omdat het zo hoort. Deze twee verschijningsvormen liggen echter dichter bij elkaar dan u denkt. Belt u weleens op een doordeweekse avond zomaar bij een goede vriend aan met een mooi, duur cadeau onder uw arm om op die manier uw warme gevoelens te uiten? Nee, dat komt niet in uw hoofd op en uw vriend zou ook vreemd opkijken. U wacht op een geschikt moment, zijn verjaardag of een andere feestelijke gelegenheid. Tegelijk is het op zo’n feestje min of meer verplicht om met een cadeau aan te komen zetten. Hoeveel gevoel u ook in het cadeautje legt, het gebaar zelf blijft obligaat. Elk geschenk vraagt om een tegenprestatie of is er zelf een. De conventie om een aardigheidje mee te nemen voor mensen bij wie u gaat eten is even lastig te doorbreken als de gewoonte van het verjaardagscadeautje. U kunt in uw vriendenkring gaan lobbyen om deze in uw ogen overbodige conventie af te schaffen, maar waarom zou u? Het is toch geen ramp om een fles wijn, een doosje bonbons of een bos bloemen (de traditionele attenties in geval van komen eten) joyeus te aanvaarden? Het kost ook geen enkele moeite om zoiets voor een ander aan te schaffen. Het is daarentegen onvergeeflijk om te zeggen: “Wat hadden we nou afgesproken?” als er ondanks uw anti-propaganda toch weer een vriend zijn opwachting maakt mét een bosje slappe tulpen.

Artikelen in Cadeaus, Visite.

Gelabeld met .


Tiener werkt niet mee

Beste Beatrijs,

Als single, fulltime werkende moeder van een 16-jarige dochter loop ik behoorlijk hard aan tegen haar gebrek aan bereidheid tot zelfs de minste vorm van medewerking in ons huiselijk leven. Haar plezier en vriendjes staan bovenaan en die moeder, die zeurt over hygiëne, opruimen, huisregels en eigen privacy, kan gevoeglijk de pot op.

Ik heb in mijn opvoeding (kom zelf uit een groot gezin waar iedereen een handje meehielp) altijd de nadruk gelegd op ‘iets voor een ander over hebben’ en spontaan meehelpen, daar waar je kunt. Het lijkt in een bodemloos gat gevallen te zijn, hoewel ik wel van anderen hoor dat men mijn kind lief en aardig vindt. Hoe krijg ik haar zover dat we zonder al te veel strijd in één huis kunnen wonen? Overigens heb ik al veel dingen geprobeerd: gesprekken, van prijzen tot straffen, regels, contractjes, enzovoort. Wachten tot het over gaat kan natuurlijk, maar de twee jaar die we nog samen te gaan hebben wil ik graag ook prettig leven.

Moeder van een hotelgast

Beste Moeder van,

Een alleenstaande moeder met een zestienjarig kind heeft nauwelijks nog gezag, want de sancties ontbreken. Het zal u waarschijnlijk niet lukken om haar te verbieden uit te gaan, en ze zal wel een of ander bijbaantje hebben, waardoor zakgeld inhouden ook geen effect heeft.

U heeft in uw opvoeding de nadruk gelegd op spontaan meehelpen en iets voor een ander overhebben. Ik denk dat dit een verkeerde benadering is, want meehelpen is geen kwestie van altruïsme en al helemaal niet van spontaniteit. Van tieners kun je niet verwachten dat ze uit zichzelf iets gaan opruimen. Ze struikelen over een stapel oude kranten en het komt eenvoudig niet in ze op dat ze die naar de oud-papierbak kunnen dragen. Meehelpen in het huishouden doet een kind niet uit nobelheid, maar omdat het bij de plichten hoort.

Het wordt tijd dat u uw dochter beschouwt als een min of meer volwassen huisgenoot en niet meer als een kind dat moet worden opgevoed. Die opvoeding is klaar en kennelijk gelukt, als u zegt dat anderen geen klachten hebben.

Huisgenoten hebben verplichtingen tegenover elkaar. Uw dochter is te oud om zich te laten verzorgen – ze zal dus moeten meewerken. Maak een lijst van wekelijkse activiteiten en vraag aan uw dochter om een schema op te stellen wie wanneer wat doet. De ene dag doet zij boodschappen en kookt, de andere dag u. Op maandag moet zij stofzuigen, op donderdag doet u het. Idem met kleren wassen. Als zij het schema zelf maakt, zal ze eerder geneigd zijn zich eraan te houden dan wanneer u het doet. Belangrijk is dat u ophoudt met zeuren over ‘dat ze nooit iets uit zichzelf doet’. Als uw dochter zich aan het schema houdt, is dat al heel wat. Spring nooit voor haar in, wanneer ze in gebreke blijft. Als ze de was niet heeft gedaan, wast u, wanneer het uw beurt is, alleen uw eigen spullen. Als ze niet gekookt heeft, kookt u alleen voor uzelf. Haar eigen kamer betreedt u nooit meer, behalve om haar elders in huis slingerende rotzooi erin te deponeren.

Het is in het begin even doorbijten, maar uw dochter zal op den duur de redelijkheid van deze opzet wel inzien en aan het nieuwe regime wennen. Je moet met z’n tweeën op een normale manier een huishouden kunnen voeren. Het kan niet de bedoeling zijn dat de een voor alles opdraait en de ander doet waar ze zin in heeft – dat zal ook uw dochter toegeven.

Artikelen in Tieners.


Logés betalen zelf tramkaart

Beste Beatrijs,

Een paar keer per jaar komen er logés bij ons in Brabant langs voor een lang weekend. In onze auto vervoeren we ze dan, uiteraard gratis, naar wandelgebieden of bezienswaardigheden (die wij allang kennen) en naar het station. Als wij bij hen in Amsterdam logeren en we willen (twee personen) naar de binnenstad, dan moeten we zelf een tramkaart kopen. Ook als ze meegaan. Is dat, zelfs boven de Moerdijk, niet een beetje vreemd?

Altijd de klos

Beste Altijd de klos,

Een logeerpartij moet zowel voor bezoekers als ontvangers iets leuks zijn, waar je je op verheugt. Vanzelfsprekend dragen gastheer/vrouw het leeuwendeel van de kosten; bij een tegenbezoek ligt dat andersom, dus zo blijven de investeringen in balans. Het feit dat u zich opwindt over wie de strippenkaart moet betalen (in het totaal-plaatje een marginale kostenpost) betekent volgens mij dat u niet genoeg plezier aan deze logeerpartijtjes beleeft. Schakel over op dagtripjes!

Artikelen in Vrienden en kennissen.

Gelabeld met , .


Misbruik van parkeerplek voor gehandicapten

Beste Beatrijs,

Wat doe je als je een volkomen gezond iemand op een voor gehandicapten gereserveerde plek ziet parkeren?

Ik ben nogal opvliegend van aard, vandaar!

Amateur-parkeerwacht

Beste Amateur,

Als u getuige bent van geweld, diefstal of andere misdrijven, dan belt u de politie, noteert nummerborden en andere details. Parkeren waar het niet mag is geen misdrijf maar een overtreding, dus u doet hetzelfde als wanneer u een fietser door het rode licht ziet rijden of een automobilist zijn asbak op straat ziet omkeren: helemaal niets. Dit soort overtredingen zijn niet zo ernstig dat de politie ervoor in actie zal komen. En als u zelf de overtreder op zijn misstap attent maakt, komt er negen van de tien keer stennis, ook al probeert u nog zo veel honing in uw woorden te leggen (“Neemt u mij niet kwalijk, maar zou het misschien zo kunnen zijn dat het bordje “Parkeerplaats voor anders-validen” aan uw aandacht is ontsnapt”) Een terechtwijzing van een medeburger leidt bij de terechtgewezene nu eenmaal niet tot inkeer, maar tot een ‘Waar bemoei je je mee’-snauw of tot explosieve woede. Waar er twee opvliegen, valt er vaak eentje neer, dus om redenen van lijfsbehoud raad ik u aan het vermanen van regelovertreders aan toevallig passerende politieagenten over te laten.

Artikelen in Het publieke domein, Ziekte.


Prooi van collega’s

Beste Beatrijs,

Ik leid als gescheiden, alleenstaande vrouw met twee kinderen een ander leven dan mijn meeste collega’s. Lastig is de omgang met de mannelijke collega’s. Sommigen zijn ook alleenstaand. Als ze met mij praten, schieten de hormonen door hun lijf, dat is te zien.

Ik krijg het gevoel loslopend wild te zijn. Hoe ga ik hier mee om? Net doen alsof ik het niet zie? Een beetje vals of assertief reageren helpt niet. Ik wil wel vrienden hebben, maar geen (seksuele) relatie want dat past niet in mijn toekomstplannen. Ik wil mijn collega’s ook niet ontlopen want vroeg of laat zijn er toch zaken die je gezamenlijk moet afhandelen. Weet u een elegante vriendelijke oplossing?

Prooi van collega’s

Beste prooi,

Het is me niet echt duidelijk waar u last van hebt. U schrijft over mannelijke collega’s bij wie de hormonen door het lijf schieten. Maar wat doen ze dan precies? Loeren ze naar u? Maken ze seksuele toespelingen? Kleden ze u met de ogen uit? Doen ze aan ongewenste intimiteiten? Zitten ze aan u? Geven ze u complimentjes? Nodigen ze u uit voor een romantisch etentje? Vragen ze u mee naar de film? Dit zijn nogal verschillende gedragingen, die ook verschillende reacties verdienen.

Bij handtastelijkheden kunt u gaan gillen. Dat schrikt meestal wel af. Geflirt of gefluit negeert u door u om te draaien of dwars door iemand heen te kijken. Op ongewenste complimentjes reageert u zonder glimlach met een koel ‘Dank je’. Doet iemand u een voorstel (eerbaar of oneerbaar), dan zegt u: ‘Nee, dank je, daar voel ik niets voor.’ Een zakelijke opstelling werkt doorgaans dempend op hitsigheid. Ambtelijke types nodigen niet uit tot hofmakerij. En hoe geconcentreerder u zich met uw werk bezighoudt, hoe minder de afleidingen tot u door zullen dringen.

Artikelen in Collega's, Liefde en relaties.

Gelabeld met .


Vriend van het roken af preken?

Beste Beatrijs,

Een aantal van mijn vrienden rookt nog steeds. Behalve dat ik het superirritant vind, vind ik het ook vervelend omdat het roken de kans voor een vroeg en pijnlijk overlijden vergroot. Ik vind dat ik als vriend de morele plicht heb om hem aan het twijfelen over zijn gewoonte te brengen. Zelfs tot vervelens toe. Ik wilde hem dan ook een kaart sturen met de vraag of hij wil stoppen – zijn vriendin zou dit ook lezen en zou ook de druk kunnen opvoeren. Wat vindt u? Moet ik een offensief beginnen of niet? Als vriend moet ik me toch bekommeren om zijn (toekomstige) gezondheid… Overigens rookte ik vroeger zelf ook, maar ik ben drie jaar geleden gestopt.

Moralist met de beste bedoelingen

Beste Moralist,

Als u een vriend(in) zou hebben die in de loop der jaren te dik is geworden, en dan bedoel ik echt veel te dik, dat het iets wanstaltigs krijgt, zou u hem of haar dan ook de les gaan lezen over matigheid, gezonde voeding en het nut van beweging? Misschien dat u er eens een uurtje tegenaan gooit om dit probleem door te nemen en wat adviezen aan de hand te doen, maar stel dat er niets verandert, blijft u dan doorgaan met deze persoon de weg naar het licht te wijzen? En hoe zit het met vrienden die teveel alcohol gebruiken? Sleurt u hen eigenhandig mee naar de Jellinek-kliniek?

Het lastige van verslavingen is dat de verslaafden zelf heel goed weten dat hun gedrag slecht voor hen is. Uw rokende vriend heeft u niet nodig om uitgespeld of voorgerekend te krijgen hoe zeer hij zijn eigen graf graaft. Hij kan toch lezen wat er op de pakjes staat? Hij heeft alleen (nog) geen zin om zijn gedrag in overeenstemming te brengen met de feiten. Hij handelt irrationeel, en elk redelijk argument ketst daar op af. De enige die kan besluiten dat het tijd is om met roken op te houden, is hijzelf en misschien neemt hij die beslissing wel nooit.

Vrienden hebben een zekere verantwoordelijkheid voor elkaar. Als een vriend bijvoorbeeld dronken achter het stuur wil gaan zitten, heeft u de morele plicht om zijn autosleuteltjes af te pakken en een taxi voor hem te bellen. In uw eigen huis kunt u het roken van uw vriend (en anderen) verbieden. Maar u kunt hem beter geen kaartje sturen met aansporingen om met roken te stoppen. Daarmee exposeert u zijn verachtelijke domheid en uw eigen heilig-boontjeachtige superioriteit, en zo moeten vrienden niet met elkaar omgaan.

Stel dat uw vriend over een jaar of tien, twintig met longkanker wordt geslagen. Laat u hem dan vallen onder het roepen van ‘Zie je wel! Had nu maar naar mij geluisterd’? Ik mag toch hopen dat u dan naast z’n bed gaat zitten, zijn hand vasthoudt en doet wat vrienden voor elkaar doen onder dergelijke omstandigheden. Roken hoort zonder twijfel bij de dommere dingen die mensen zoal doen (zie ook: over één nacht ijs gaan, zelf een afgewaaide dakpan terugleggen), maar het is wel een legale bezigheid. Het anti-rookevangelie verkondigen aan vrienden is een slecht idee. Wie rookt berokkent een vriendschap minder schade dan wie probeert te bekeren.

Artikelen in Verslavingen, Vrienden en kennissen.


Taboe

Beatrijs Ritsema

Wat is tolerantie toch een benepen, irritante waarde. Vooral wanneer je beleefdheid ermee vergelijkt. Beleefdheid doet denken aan de stoffige, stijve standenmaatschappij, waarin mensen op die manier hun authentieke persoonlijkheid maskeerden, terwijl in de huidige, egalitaire cultuur tolerantie ten opzichte van iedereen die anders is dan jezelf als hoogste goed geldt. Dit is heel merkwaardig, want juist in tolerantie schuilt een patroniserend element, dat in beleefdheid helemaal niet terug te vinden is. Een jongeman bijvoorbeeld die zich beleefd gedraagt tegen een oude dame is veel aangenamer dan een jongeman die een oude dame tolereert. In het eerste geval is de oude dame beleefd terug, wat de uitwisseling gelijkwaardig maakt; in het tweede geval moet ze kennelijk dankbaar zijn dat ze niet op enigerlei wijze geschoffeerd wordt. Wie tolerant is, maakt genadiglijk níet van zijn macht gebruik – nou, daar kunnen de machtelozen blij mee zijn.

Ik moest hieraan denken, toen ik vorige week in de Volkskrant las dat het COC en nog een paar organisaties een onderzoek hadden gedaan met als vraag ‘Hoe tolerant is jouw school?’, waaruit tamelijk voorspelbaar naar voren was gekomen dat homoseksualiteit nog steeds taboe is op middelbare scholen. Vijftien procent van de respondenten (leraren en leerlingen) gaf aan dat ze ‘gepest werden en niet zichzelf konden zijn’. Tijd voor een nieuw tolerantie-offensief, volgens het COC, met een nieuw schoolvak ‘liefde en relaties’.

Dit is een even zinloos als deprimerend voorstel. De hoeveelheid seksueel geladen boodschappen in het dagelijks leven en de massamedia is groter dan ooit. Er is al lang geen sprake meer van maatschappelijke ontkenning en onderdrukking van seks en toch is homoseksualiteit nog steeds taboe op school. Dat komt niet door een specifieke vooringenomenheid tegenover homo’s, maar door de ongemakkelijkheid en de gêne van de betrokkenen, als het over seks in het algemeen gaat. Ik denk eigenlijk niet dat er één middelbare scholier te vinden is die open en eerlijk en normaal doet over zijn of haar eigen seksualiteit of wat daar voor doorgaat. Die tieners zijn zoekende. Ze proberen eens wat links of rechts, en ze kijken wel uit om met hun diepere gevoelens of ervaringen voor de draad te komen, want voor je het weet word je uitgelachen en bespottelijk gemaakt.

De code is dat iedereen van wanten weet en dat seks gewoon lekker is. Maar als meisjes zich te willig gedragen, gaan ze als sletten over de tong, terwijl jongens die bang zijn, pochen over hun veroveringen. Er wordt voortdurend over seks gepraat, met alle bijbehorende gniffelende en seksistische grappen die het nodige aanzien geven en wereldwijsheid suggereren. Maar het eigen authentieke zelf laat iedereen zorgvuldig buiten beschouwing. Heel verstandig van die tieners, want daarmee zouden ze alleen maar ellende over zich afroepen. Als de marges voor heteroseks al zo nauw luisteren, hoe moeilijk ligt het dan wel niet voor homoseks.

Als er een bevolkingsgroep is die, omdat ze nog geen flauw benul hebben van hoe ze in het leven staan, uit alle macht streeft naar normaalheid, dan zijn het de tieners. Politiek-correcte cursussen ‘liefde en relaties’ met als boodschap dat er geen standaard is in de liefde en dat iedereen vooral respect voor elkaar aan de dag moet leggen, wekken alleen maar meer gegniffel.

Uiteindelijk werkt de hele vraag om tolerantie voor homoseksualiteit averechts. Het versterkt de gedachte dat we hier iets minderwaardigs aan de hand hebben. Scholieren (al dan niet allochtoon) die homoseksuele leraren pesten overtreden, zoals iedere pester, de elementaire beleefdheid. Om beleefdheid te bevorderen heb je geen cursussen nodig. Een setje regels volstaat. En na schending volgt straf en tenslotte schorsing.

Artikelen in NRC-column.


Kletsen op het kerkhof

Beste Beatrijs,

Het valt me op dat steeds meer mensen tijdens een begrafenis op de gang naar het graf met elkaar lopen te babbelen – en vaak zelfs over zeer triviale onderwerpen. Ik hecht eraan in stilte van en naar het graf te lopen uit respect voor de overledene, terwijl ik nadenk over het gebeuren. Ik kijk dan ook recht vooruit, geen aansluiting gevend voor een praatje. Wel merk ik dat een ander dat ‘niet gezellig’ vindt. Wat vindt u?

Niet kletsen op het kerkhof!

Beste Niet kletsen,

Er zijn van die begrafenissen, waar men met een niet al te bezwaard gemoed heen gaat. De dierbare overledene is ver in zijn jaren tachtig na een welbesteed leven vredig ontslapen na een kort ziekbed. Zijn maatschappelijke betrokkenheid en prettige persoonlijkheid zorgen voor een grote opkomst van relaties en vrienden die hem de laatste eer komen bewijzen. De stemming is sober en ingetogen, zoals passend bij begrafenissen. Toch is het overgrote deel der aanwezigen niet door doffe wanhoop overmand. Aan ieders leven komt een einde, en dit is wel een heel mooi einde. Je zou er bijna jaloers op worden, ware het niet dat je blij bent dat het jouw tijd nog niet is en kijk eens wie we daar hebben: Stoffels en Grondijs! In geen eeuwigheid gezien, die twee.

U heeft gelijk: het reünie-aspect dat elke begrafenis onvermijdelijk aankleeft, moet wachten tot de ter-aarde-bestelling voltooid is en de koffie wordt geserveerd. Toch beginnen in de praktijk mensen al eerder met elkaar te praten, zeker wanneer het heel druk is en de afwerking van de routine veel tijd vergt. Een praatje tijdens de tocht over het kerkhof hoeft niet tot ergernis te leiden, mits de toon gedempt blijft en men andere rouwenden niet stoort. Het verdrietzwaartepunt bevindt zich hoe dan ook in de kop van de stoet. Dat anderen u ‘niet gezellig’ zouden vinden, wanneer u deze gang naar en van het graf liever in stilte maakt, lijkt me eerder een symptoom van uw eigen ergernis dan een werkelijke mening die mede-begrafenisgangers aan elkaar door smiespelen. Zelfs het fanatiekste gezelligheidsdier weet dat hij zich op het kerkhof een beetje moet inhouden. Contemplatie is daar de norm. Als u daaraan hecht, betekent dat heus niet dat anderen u daarom veroordelen.

Artikelen in Dood en begrafenis.