Spring naar inhoud


Krimpende kasten

Beatrijs Ritsema

Een bed is onontbeerlijk evenals een tafel en een stoel, maar zonder kast vaart niemand wel. Niet het minste ongerief van een verplegings- of verzorgingsinstelling is de reductie van de persoonlijke opbergruimte tot een enkel nachtkastje. Het rare met kasten is dat je er nooit genoeg aan hebt. Stel, je komt een huis binnen, helemaal leeg, en je dwaalt door de kamers, waar zich tot je onverwachte genoegen overal kasten blijken te bevinden die smeken om gevuld te worden. Toch lukt het nooit om alles erin te krijgen. In een ommezien zijn alle kasten gevuld, terwijl er nog steeds twintig volle dozen her en der door het huis verspreid staan.

Nu is het wel zo dat het absorptievermogen van vreemde kasten geringer is dan van een oude kast die al jarenlang dezelfde spulletjes herbergt en waar ook altijd nog wel wat bij kan. Een onbekende kast die je voor het eerst in gebruik neemt is weerspannig: hij is onmiddellijk vol. Pas in de loop van de tijd, wanneer er wederzijdse gewenning is opgetreden, zal de kast zijn elastische kwaliteiten (die hij ook heeft – alle kasten zijn daarvan voorzien) prijsgeven. Merkwaardig genoeg moeten ook oude, getrouwe kasten eerst acclimatiseren, als ze versleept zijn. Hoewel meer dan de helft van de boeken in opslag achtergebleven is, toont de provisorisch ingerichte boekenkast een even volle aanblik als tevoren. Tegelijk met de krimpende kastruimte heeft er blijkbaar een raadselachtige vermenigvuldiging van boeken en trouwens ook van voorwerpen in het algemeen plaatsgevonden.

Het beste is dat aan het speelgoed te zien. Kon dit voorheen keurig opgeborgen worden in twee kastjes, nu blijkt de ene na de andere opengemaakte doos speelgoed te bevatten, met ook nog van allerlei onbekends erin, alsof er een anonieme gulle gever is geweest die stiekem de kinderen op het laatst nog het een en ander heeft toegestopt. De kinderboeken lijken zelfs wel verdubbeld in aantal! Dat is niet zo erg. Die komen ooit nog wel van pas en bovendien nemen ze weinig ruimte in. Veel speelgoed, dat is pas erg. Ik word altijd erg gedeprimeerd als ik een huis binnenkom, waar de bewoners kniediep door het speelgoed waden. De overvloed grijpt me naar de keel en bezwaart volgens mij ook de kinderen zelf, want wat ze ook doen, in ieder geval niet ermee spelen. Dergelijke hoeveelheden laten zich ook niet meer naar behoren opruimen, want de kasten mogen dan gewillig zijn zich vol te laten proppen, de dag erna wordt de vloer weer even ordeloos volgestort.

Ik hoor niet tot de categorie van ouders die 's avonds alle puzzels eigenhandig leggen, voordat ze ze terug in de doosjes doen, maar ik zorg er dan nog wel voor dat de juiste stukjes in het juiste doosje gaan. Ook ben ik niet te beroerd om tien minuten op mijn knie

Artikelen in NRC-column.


0 reacties

Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.



Sommige HTML is toegestaan