Spring naar inhoud


Ik houd van je, mits

In Nederland worden huwelijken doorgaans gesloten op basis van gemeenschap van goederen. Een meerderheid van tachtig procent kiest daarvoor. Nu ja, kiezen, in veel gevallen wordt hier helemaal niet over nagedacht – men gaat eenvoudig dolverliefd naar het stadhuis en neemt de standaardoptie. Je kunt ook trouwen op huwelijkse voorwaarden, en dan moet je eerst naar de notaris om die voorwaarden te laten opmaken en vastleggen, voordat je elkaar het jawoord geeft.

D66 heeft nu een wetsvoorstel ingediend om de standaardoptie voor mensen die gaan trouwen te veranderen van ‘gemeenschap’ in ‘voorwaarden’. Dat zou betekenen dat iederéén eerst langs de notaris moet, of een aanstaand echtpaar zijn individuele bezittingen en geld bij elkaar wil gooien of juist apart wil houden. De reden om deze wet te willen wijzigen is de toegenomen individualisering – de opzet ‘gemeenschap van goederen’ accordeert als het ware de financiële onderworpenheid van de vrouw aan de man. De man brengt als kostwinner het inkomen binnen, terwijl de vrouw dat uitgeeft aan huishouden en kinderen. In het format ‘huwelijkse voorwaarden’ blijven betrokkenen eigenaar van hun ingebrachte geld en goederen en beheren in principe hun eigen inkomen (er zijn hierin allerlei variaties mogelijk). Volgens D66 is dit goed voor de emancipatie van de vrouw. Niet iedereen is enthousiast over dit wetsvoorstel. Dorien Pessers bracht er tegenin dat vrouwen hierdoor nolens volens de arbeidsmarkt op worden gejaagd, en de christelijke partijen zijn altijd tegen nog meer individualisering.

Zelf ben ik alweer meer dan twintig jaar geleden ook op huwelijkse voorwaarden getrouwd, dus ik zou de wetswijziging moeten toejuichen. Toch doe ik dat niet, want onze beslissing destijds om de voorwaarden te nemen en niet de gemeenschap had niets te maken met emancipatoire strevingen mijnerzijds, maar met elkaar uit de wind houden. Mocht een van ons zich ondernemingsgewijs gaan ontplooien, dan zouden eventueel opgelopen schulden niet voor rekening van de ander komen. Dat leek me een belangrijk punt, want je weet maar nooit in wat voor financieel zwaar weer je terechtkomt. Ik herinner me dat we onze ingebrachte goederen moesten opsommen, en op mijn lijstje figureerde als belangrijkste asset mijn hermes baby typemachine en een paar mottige sieraden. Voor de rest maakte het niets uit, want we waren wel degelijk voornemens om de financiën bij elkaar te gooien en dat kan ook prima volgens het huwelijkse-voorwaardenformat. Bovendien waren mijn man en ik van ongeveer gelijke geldverdienkracht en dan doet het model er niet toe, noch gedurende het huwelijk, noch bij een eventuele scheiding, want de verdeling gebeurt toch fifty-fifty.

Maar in een ongelijke situatie (de een heeft financiële kracht, de ander een stuk minder of helemaal niet) is het format waaronder een huwelijk wordt gesloten wel degelijk belangrijk. Trouwen in gemeenschap van goederen is dan voordelig voor de zwakkere partner. Meestal is dat de vrouw, want het vigerende anderhalfverdienersmodel brengt met zich mee dat de vrouw minder geld inbrengt en minder kan sparen. Niet voor niets wordt de optie ‘huwelijkse voorwaarden’ vooral in stelling gebracht door rijke mensen (m/v) die trouwen met arme mensen (m/v) en beducht zijn dat de minvermogende partner bij een scheiding er met de helft van het kapitaal vandoor gaat.

In de huidige situatie in Nederland ligt het zo dat na een scheiding (een op de drie huwelijken) de vrouw er ongeveer twintig procent in inkomen op achteruit gaat, terwijl de man zo’n tien procent stijgt. Onder het format ‘huwelijkse voorwaarden’ zou dat plaatje er voor een vrouw nog veel slechter uitzien, omdat zij dan niet eens aanspraak kan maken op de helft van de tijdens het huwelijk door haar man geaccumuleerde spaartegoeden, iets waartoe hij in staat was doordat hij bijvoorbeeld een betere baan had en meer tijd aan z’n carrière besteedde. Deze situaties kunnen voorzien en ingebouwd worden in de voorwaarden, maar het wordt er een stuk ingewikkelder op en het doet afbreuk aan het vertrouwen tussen de partners.

Nog een nadeel van het huwelijkse-voorwaardenmodel: als een partner overlijdt, moet de overlevende een flink percentage successierechten betalen op de erfenis. Het is dan de staat die profiteert. Hoe langer het huwelijk standhoudt, hoe pijnlijker de voorwaarden kunnen uitpakken. Mijn man en ik moeten dringend naar de notaris om de voorwaarden om te zetten in een gemeenschap. Wij willen geen belasting betalen over elkaars erfenis.

Artikelen in Column.


4 Responses

Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.

  1. Renée Daniëls schrijft

    Gelukkig zijn er ook huwelijkse voorwaarden die de mogelijkheid bieden dat beide echtgenoten de helft bezitten van al het tijdens het huwelijk ‘vergaarde’, in geld of spullen. Eigenlijk stel je hiermee ieders inbreng ‘veilig’, meer niet.

    Vind je het beiden best om alles ‘op de grote hoop te gooien’ en heeft geen van beiden (plannen voor) een eigen bedrijf, dan kun je onder het D66-voorstel altijd nog kiezen voor gemeenschap van goederen.

    Het is m.i. niet zozeer de staat die garen spint bij de wijziging, maar het notariaat.

    Groeten, Renée Daniëls

  2. Toon van Ogtrop schrijft

    Het belasting-gedeelte van deze column (het laatste stukje) is niet geheel zuiver. Wanneer u of uw partner overlijdt zal de helft van de gemeenschap al aan de overlevende toebehoren, en zal over de andere helft weldegelijk belasting betaald moeten worden. Dat deel wordt namelijk wel gewoon geërfd. U hoeft daar alleen geen belasting over te betalen wanneer u niet boven de vrijstelling uitkomt. Ik weet niet of dat bij u het geval is en dat gaat mij ook niet aan, maar het is dus zeker mogelijk dat je in gemeenschap bent getrouwd en alsnog belasting moet betalen over elkaars erfenis.

  3. R Schouten schrijft

    Volgens mij klopt er ook iets anders niet, want in de meeste huwelijkse voorwaarden, althans die van ons/mij staat dat de in de huwelijkse periode vergaarde financien, door sparen e.d. gewoon 50-50 gedeeld worden door een jaarlijks verrekenbeding. Alleen de verkregen erfenissen tijdens en vermogens van voor het huwelijk blijven buiten de gemeenschap. Overigens kun je zelf ook nog wijzigingen aanbrengen naar eigen goeddunken. Ook kunnen ouders bepalen dat een erfenis buiten de gemeenschap moet blijven van kinderen.

  4. Michael schrijft

    Wat je samen opbouwt tijdens een huwelijk moet je 50/50 delen, ongeacht welke partner het meeste geld heeft ingebracht en welke parter het mogelijk maakte dat de ander dat geld kon verdienen.
    Echter, wat is de redenering om grote vermogensverschillen meteen bij het huwelijk te egaliseren? Dat komt steeds vaker voor bij stellen die niet op hun 18e trouwen maar al een carrière en/of huwelijk achter de rug hebben. Op welke grond moeten de bezittingen van voor het huwelijk 50/50 verdeeld worden?

    Of om het in een discussie te gieten tussen een Partner 1 met (zeg) 1 miljoen euro, en Partner 2 met Niks:

    Partner 1: Ik wil met je trouwen maar alleen onder huwelijkse voorwaarden.
    Partner 2: Jij gierige materialistische schrapert, je moet onvoorwaardelijk van me houden en anders niet!
    Partner 1: Dat is makkelijk gezegd, maar jij wilt dus alleen trouwen als je direct aanspraak op een half miljoen euro krijgt – hoe onvoorwaardelijk en onmaterialistisch is dat?



Sommige HTML is toegestaan