Moderne Manieren

| 1 | 2 |


Beste Beatrijs,
Laatst behandelde u een brief van een dame die zich stoorde aan wijdbeens zittende mannen tegenover haar in een treincoupé (Gênant uitzicht, 3-12-05). Zelf heb ik al mijn hele leven lang last van mannen die hun benen wijd spreiden, terwijl zij náást mij zitten in het openbaar vervoer of waar dan ook. Onlangs zat ik aan bij een lunch met voornamelijk mensen die ik niet kende, en de onberispelijke heer naast mij plaatste zijn benen zo ver uit elkaar dat ik tegen mijn buurvrouw aan werd gedrongen, zodat ik me bij haar moest verontschuldigen. De vrouwenbeweging heeft al in de jaren zeventig foto’s laten nemen van zittende mannen. Het op hinderlijke wijze verdringen van vrouwen is voor velen normaal. Wat vindt u dan hiervan? En is er wat aan te doen?

Naast is erger dan tegenover

Beste Naast is erger,
Mannen zijn inderdaad gewend om een groter beslag te leggen op de publieke ruimte dan vrouwen. Al denk ik dat op dit punt van de geschiedenis de categorie ‘te dikke personen van welk geslacht dan ook’ meer hinder veroorzaakt dan die der ruimtevretende mannen. Voor steeds meer mensen wordt een vliegreis een nog ergere bezoeking dan die toch al is, doordat men belandt naast een aan zwaar overgewicht lijdende medepassagier, van wie het lichaam aan alle kanten uit de stoel puilt. Maar goed, wie dik is kan geen kant op, dus degene die ernaast zit moet berusten in zijn lot. In geval van heren die door hun zithouding teveel ruimte in beslag nemen daarentegen, kunnen benarde slachtoffers (vaak vrouwen) wél iets ondernemen. Om te beginnen kan een dame haar damestasje, schoudertas of boodschappenzak tussen de twee lichamen op de bank plaatsen. Dat geeft vaak al soulaas voor het aangeraakte dijbeen. Verder kan zij allervriendelijkst vragen: ‘Ach, meneer, zoudt u een klein stukje willen opschuiven? Ik zit een beetje in de klem.’ De meeste mannen willen best een medepassagier of hun tafelgenote ter wille zijn.


Beste Beatrijs,
Ik reis elke dag met de trein naar mijn werk, tweede klas.  Regelmatig word ik geconfronteerd met het volgende. Ik (slanke, kleine vrouw van 32)  zit meestal met mijn benen naast elkaar of met een been over het andere gekruist, als de ruimte dat toe laat. Wanneer er een man tegenover mij  komt zitten, dan gaat hij vaak wijdbeens zitten en laat zijn knieën ver uit elkaar vallen, zodat ik de rest van de tijd - en dan is een treinreis van een uur en tien minuten bijhoorlijk lang -  vanaf 50 cm afstand zicht heb op een bobbel in een vaak strakke broek. Ik vind dit vrij onbehoorlijk gedrag. Ik heb niet gevraagd om de hele reis geconfronteerd te worden met een wijd opengesperd mannenkruis.  Hoe zouden zij het vinden als ik de hele reis zo zou gaan zitten? Mijn moeder zegt dan tegen zo’n heerschap: ‘Meneer, wilt u uw benen bij elkaar doen?’ maar dat vind ik wat te ver gaan. Is er een elegantere manier om dit aan te pakken?

Last van het uitzicht

Beste Last van,
Verschans u achter krant of boek.