Beste Beatrijs,
In de trein kwam laatst een zeer corpulente dame naast mij zitten. Aan de
wijze van lopen en het hijgen en zuchten was mij al duidelijk dat het hier
om een wandelende gezondheidsramp ging. Nadat ze plaatsgenomen had, begon
zij (om 7.30 uur ’s ochtends) als snack bij de krant een reep chocolade
weg te werken. De stroopkoeken die ik in haar boterhamtrommeltje
ontwaarde, beloofden niet veel goeds voor de uren hierna. Toen ik dit
allemaal zag, kreeg ik veel zin om hier iets van te zeggen.
Zwaarlijvigheid is immers een steeds groter probleem in onze samenleving
met allerlei bijverschijnselen (stijgend aantal diabetesgevallen, hoger
ziekteverzuim enzovoort). Ik heb het uiteraard niet gedaan, maar ik vraag
me toch af of er een manier is om dit onderwerp beleefd ter sprake te
brengen?
Weg met dikte
Beste Weg met,
Er is geen enkele, ik herhaal: geen enkele, manier waarop u onbekenden
beleefd kunt aanspreken op gedrag waarmee zij hun gezondheid om zeep
dreigen te brengen. Oké, iemand die zich verstrooid voor een bus dreigt
te werpen tijdens het oversteken, mag u beetpakken en terugtrekken, maar
verder laat u het aan de mensen zelf over. Iemand die buiten in de kou een
stiekem sigaretje staat te roken gaat u niet onderrichten over de gevaren
van longkanker. Mensen die in een café jenever achterover slaan gaat u
niet wijzen op de gevaren van alcoholverslaving. Tegen meisjes die in al
te korte rokjes rillend door de winter lopen, begint u geen uiteenzetting
over de mogelijkheid van kouvatten. En u begint dus ook geen goed
gesprek met zwaarlijvige personen over de nadelen van dikte. U kunt hen
niets nieuws vertellen. Zij hebben u niet nodig om te worden opgevoed. Zij
kennen de theorie. Hun probleem ligt in de praktijk. Uw eigen slanke
verschijning is meer dan genoeg om tot lichtend voorbeeld te strekken.
Voor de dikkerd naast u om jaloers te bedenken: ‘Zo kan het ook’ en
voor uzelf om u stiekem superieur te voelen.
