Vragen van VROM
Vragen aan Beatrijs in het personeelsblad Tellus (september 2004) van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM).1. Stinkende collega
2. Vertrouwelijke informatie uitwisselen
3. Minister van VROM aanspreken
4. Er langs moeten bij dikte
5. Collega's hebben affaire
6. Collega die te weinig komt opdagen
7. VROM = crèche?
8. Verplichte taart & zoenen
9. Manager is handtastelijk
1. Mijn collega is grappig, loyaal en doet haar werk goed. Ze heeft eigenlijk maar één minpunt: ze stinkt ontzettend naar zweet. Soms zo erg dat ik, wanneer ik haar kamer binnenga, bijna kokhals van de stank. Bewijs ik haar een dienst door haar te vertellen dat ze vies ruikt? Of houd ik mijn mond?
Als u op goede, redelijk vertrouwde voet staat met uw collega, moet u
dit ter sprake brengen. Aan zweetgeur/ongewassen kleren is makkelijk iets
te doen (in tegenstelling tot bijvoorbeeld uit de mond stinken). Vertel
haar – vanzelfsprekend onder vier ogen – dat ze zich er ongetwijfeld
niet van bewust is, maar dat ze een behoorlijk indringende lichaams- of
zweetgeur verspreidt. Neem niet het woord ‘stank’ in de mond. Dat
hoeft niet. ‘Geur’ is duidelijk genoeg. Intieme zaken als
lichaamshygiëne kunnen niet subtiel ter sprake worden gebracht, maar wel
op een sympathieke manier. Het perspectief van het gesprek moet zijn dat
de collega gered moet worden uit misère waar ze zelf geen weet van heeft.
Hoogstwaarschijnlijk zal ze u dankbaar zijn.
2. Laatst hoorde ik in de trein twee collega’s van
het moinisterie waar ik werk, op luide toon discussiëren over bouwfraude
en andere gevoelige zaken. "Alsof het nu nooit meer gebeurt,"
zei er één en gaf een paar voorbeelden uit de losse pols. Ik was
verbijsterd! Wie gaat er nu in het openbaar zulke gevoelige informatie
bespreken? Helaas was ik zo verbijsterd dat ik niets heb ondernomen. Had
ik ze op hun plichten als ambtenaar moeten wijzen?
Mensen praten over hun werk in de trein en realiseren zich niet dat er
anderen meeluisteren. Dat gebeurt aan de lopende band. In het algemeen
zullen de omstanders totaal niet geïnteresseerd zijn in het
gespreksonderwerp. Die luisteren dus ook niet echt mee. Toevallig zat u
ernaast. Hebt u nog iets nieuws gehoord? Of wist u het al? Ik weet niet
wat de plichten van de ambtenaar zijn. Solidariteit tot de laatste snik?
Aan wie of wat eigenlijk? Als die twee VROM’ers daar fishy business
zaten door te nemen en er zat toevallig een journalist naast die het
noteerde en ging uitzoeken, wat is daar eigenlijk mis mee? Een geval van
onbewuste klokkenluiders, hebben we dan aan de hand. Ook niet zo erg toch?
Ik zie kortom uw probleem niet.
3. Mijn vraag is eigenlijk simpel: hoe zeg ik beleefd
doch dringend tegen onze minister dat ze sommige zaken anders moet
aanpakken?
U schiet haar aan of u vraagt belet (afhankelijk van hoe direct u met
haar te maken heeft) en u zegt wat u te zeggen hebt. Kom snel to the
point. Wees concreet. Wees hulpvaardig. Gebruik voorbeelden en houd het
kort. Zeg: ‘Dit en dit ging mis, dat is erg jammer; als u dat en dat had
aangevoerd/ naar voren gebracht/ in de strijd gegooid, dan was de
discussie anders verlopen. Zal ik de essentie van kwestie X op een
A-viertje samenvatten en naar u toe mailen? Hetzelfde geldt voor kwestie
Y.’
4. Al jaren ben ik wat ‘oversized’. De gangpaadjes
in de kantine zijn echter behoorlijk smal. Soms moet ik, om een zitplaats
te bemachtigen, me op behoorlijk onfatsoenlijke wijze langs etende collega’s
wurmen. Als ik vraag of ze willen opschuiven, schuiven ze nooit genoeg op.
En ik wil wél gewoon met mijn directe collega’s lunchen.
U zegt: ‘Sorry. Mag. Ik. Er. Even. Langs. Alsjeblieft?’ Als dat
niet helpt, dan herhaalt u de vraag, ietsje luider, net zolang tot men
voldoende is ingeschikt. Een kwestie van de aanhouder wint.
5. Er wordt wat afgeroddeld hoor, bij VROM. Maar heel
soms is ’t nog waar ook! Ik ben op tamelijk pijnlijke manier erachter
gekomen dat twee van mijn directe collega’s een affaire hebben. Heel
stereotiep: zoenend in het kopieerhok. Niet alleen zijn ze allebei
getrouwd, maar ze maken er tegenover mij ook geen enkel geheim meer van.
En zeggen dat ik mijn mond moet houden. Moet ik me er niet mee bemoeien?
Sinds uw ontdekking van hun affaire maken uw collega’s er tegenover u
geen geheim meer van. Wat hadden ze dan moeten doen volgens u? Iets
verontschuldigends zeggen in de trant van: ‘Dit is niet wat je denkt dat
het is’? Komaan, zij zijn op heterdaad betrapt. Zij weten het, u weet
het, en iedereen weet van elkaar wat hier aan de hand is. Behalve aan hun
respectieve wederhelften zijn zij aan niemand verantwoording of excuses
schuldig, en dus ook niet aan u. Ik begrijp dat de verleiding groot is om
dit nieuwtje door te vertellen aan anderen op de afdeling en wie weet
daarbuiten. U kunt daar goede sier mee maken. Zij vragen u om dat niet te
doen. Zo’n dubbel-buitenechtelijke affaire is al ingewikkeld genoeg
zonder dat de hele afdeling achter hun rug staat te smiespelen en te
grinniken. Hun lot ligt in uw handen. Heb consideratie. Toon clementie. En
zwijg.
6. Ik vind dat mijn collega te vrij omgaat met haar
werktijden. Soms belt ze ’s ochtends pas om mee te delen dat ze die dag
‘thuis werkt’. Niet dat ik voor de inhoud van mijn werk van haar
afhankelijk ben, maar ik stoor me er gigantisch aan.
Het begrip ‘telewerken’ heeft nog geen ingang bij VROM gevonden,
begrijp ik. Als mensen thuis een computer hebben staan met een directe
verbinding naar het werk, wanneer zij thuis aan diezelfde nota zitten te
werken als op kantoor, en wanneer binnenkomende telefoontjes automatisch
doorgesluisd kunnen worden, wat is dan eigenlijk het bezwaar van thuis
werken? U bent voor uw werk niet afhankelijk van uw collega. Het stoort u
alleen dat zij er niet is. Dat ze niet haar 37.5-urige werkweek aan het
volmaken is, zoals een gewetensvolle werknemer betaamt. Misschien zou u
zelf ook weleens een dagje relaxed thuis willen werken (je wordt daar niet
gestoord door leuterende collega’s en je kunt lekker een oude
spijkerbroek aantrekken), maar durft u niet, en is dat de eigenlijke bron
van uw ergernis? Zolang de taken naar behoren wordt uitgevoerd en er geen
sprake is van spijbelen van vergaderverplichtingen, lijkt me af en toe een
dagje thuis werken helemaal niet gek. Productie thuis ligt vaak hoger dan
op kantoor. U moet zich er niet aan ergeren. Het gaat om het werk, niet om
het maken van uren.
7. In de zomer- en andere vakanties probeer ik zoveel
mogelijk te vermijden bij VROM te zijn. Mijn kamergenoot heeft namelijk de
gewoonte ontwikkeld om zijn kleine kinderen tijdens de schoolvakanties
minstens een paar keer per week mee te nemen naar zijn werk. Lang geleden
heb ik daarmee ingestemd, maar dat was lang voor K3, computerspelletjes en
vingerverf. Met hem praten werkt een paar dagen, daarna is het weer ‘kon
geen oppas krijgen’ of ‘oma belde af’. VROM is toch geen
kindercrèche!
U hebt gelijk. Er horen geen kinderen op het werk, althans niet voor
meer dan een half uurtje. Langer houden collega’s de toegeeflijke
kijk-toch-hoe-schattig-glimlach niet vol. Het is niet leuk voor de collega’s
en het is niet leuk voor de kinderen. Uw collega moet erop worden
aangesproken dat hij maatregelen treft voor de vakanties. Dit is niet uw
taak. U hebt het al gedaan en het hielp niet. In zo’n geval hebben we de
chef, die de kastanjes uit het vuur moet halen. Vraag de chef of hij/zij
dat gesprek wil voeren. Om er wat meer druk achter te zetten kunt u de
chef meedelen dat u bij de volgende keer dat u kinderen op uw werkkamer
aantreft onmiddellijk rechtsomkeert zult maken om die dag thuis te gaan
werken. Daar zijn misschien ook kinderen, maar dat zijn dan uw eigen en
die zijn altijd net iets beter te harden dan andermans kinderen. De meeste
chefs vinden het vervelend als de mensen thuis werken, dus die
aankondiging zal als een stimulans werken om uw werkplek kindvrij te
maken.
8. Taart, ik heb er een hekel aan, en ook aan het
ritueel rondom de talrijke jarige collega’s. Hoewel ik er nooit zin in
heb, voel ik me verplicht om mijn gezicht te laten zien en het zoveelste
stuk taart weg te vorken. Het ergste vind ik al dat gezoen. Hoort dat
eigenlijk wel, een jarige collega zoenen? Hoe maak ik zonder kleerscheuren
duidelijk dat ik er niet van gediend ben?
U moet wel even uw gezicht laten zien bij een collegiaal samenzijn,
maar u bent nooit verplicht om taart te eten. Zeg: ‘Het ziet er heerlijk
uit, maar helaas, het past niet in mijn dieet.’ Er volgen zoveel mensen
zoveel uiteenlopende diëten dat dit excuus in deze tijden van vetzucht de
normaalste zaak van de wereld is.
U bent nooit verplicht om te zoenen. Sterker nog, er zou helemaal niet
gezoend moeten worden op het werk (behalve stiekem door echte zoenlustigen
in het kopieerhok). Jarigen horen een hartelijke handdruk te krijgen samen
met een oprechte felicitatie. Dat is genoeg voor collega’s onder elkaar.
U geeft die hand, u maakt die opmerking over die taart, u drinkt een kopje
koffie, en daarna maakt u zich snel uit de voeten (’Ik heb het heel
druk, nog een prettige dag!’)
9. Mijn leidinggevende heeft de irritante gewoonte om
zijn mensen regelmatig aan te raken. Soms is het een klap op je schouder,
een andere keer slaat ‘hij rustig even zijn arm om iemand heen. Werkt
het bij ons net zo als bij apen? Hoe hoger in rang, hoe meer vrijheid in
aanrakingen een leidinggevende zich kan veroorloven? En moeten die
ondergeschikten dat zomaar pikken?
In de informele, gezellige werkverhoudingen van tegenwoordig is
lichamelijk contact meer dan ooit taboe. Te veel verschillen in sekse,
leeftijd, achtergrond en niet te vergeten gevoeligheden. Juist omdat het
er op verbaal niveau zo informeel aan toe gaat, moet men de fysieke
grenzen des te scherper respecteren. Uw leidinggevende zou zich moeten
inhouden, omdat aanrakingen vaak intimiderend werken, al beoogt hij het
tegenovergestelde. Sommige mensen zal het niets kunnen schelen, maar
anderen vinden het vervelend, en in zo’n geval moet je degene die iets
níet wil als default nemen, als uitgangspunt voor de algemene regel.
Het is niet makkelijk om dit gedrag zomaar ter discussie te stellen. Maar
het is wel degelijk een onderwerp waar collega’s, ook uw chef, over
kunnen nadenken. Het lijkt me typisch iets voor een van die
dagjes/weekendjes op de hei, waar moderne bedrijven en instellingen (dus
waarschijnlijk ook VROM-afdelingen) zich met enige regelmaat aan
overgeven. Wacht zo’n dag/weekend af en zet het op de agenda, of breng
het in bij een rondvraag. Het is een belangrijk punt dat veel reacties zal
uitlokken, waardoor de chef aan het denken gezet wordt over de minder
prettige aspecten van zijn habitus.
