Moderne Manieren

| 1 | 2 |

Beste Beatrijs,
Bij de schaakclub waar ik (man, 48) lid van ben, kwam ik laatst in gesprek met een van de medeschakers met wie ik al eerder wat droge humor had uitgewisseld. We hadden het terloops over huisdieren en ik vertelde hem over de lotgevallen van mijn teckel. Hij had ooit zelf een teckel gehad en herkende veel in het eigenwijze gedrag en sloot ons gesprekje af met: ‘Ik kom binnenkort wel even bij je langs om hem te bekijken.’ Ik was wat overdonderd en ik knikte maar wat. Vorige week kwam dezelfde – vriendelijke – man op me af en vroeg wanneer we een afspraak konden maken want hij had z’n agenda bij zich.
Was mijn huis vroeger een zoete inval waar iedereen kon meedrinken en -eten, in de loop der jaren ben ik erg op mijn privacy gesteld geraakt en niet meer zo gastvrij als vroeger. Eigenlijk vind ik het nogal vrijpostig om jezelf uit te nodigen. Alweer overrompeld mompelde ik dat ik het momenteel druk had en bovendien m’n agenda niet bij me had en liep weg. De aanhouder riep me na: ‘Volgende week dan of zo?’ Dergelijke situaties heb ik al eens eerder aan de hand gehad. Hoe kan ik hier onderuit komen zonder dat mensen zich afgewezen voelen?

Geen zoete inval

Beste Geen zoete,
U wil deze man niet in uw huis, schrijft u. U wil überhaupt geen vage kennissen ontvangen. Mensen willen wel contact met u, maar u niet met hen. Tja, dat gaat nooit helemaal zonder dat de tegenpartij zich lichtelijk afgewezen voelt. U wil geen bezoekers over de vloer, want... niet om het een of ander, u hebt niets tegen de persoon in kwestie, integendeel, hij lijkt u erg aardig, maar toch... u bent gewoon extreem gehecht aan uw privacy, zo ligt het nu eenmaal. Het beste lijkt me om dit maar eerlijk te vertellen. Met de verzekering erbij dat het niet persoonlijk bedoeld is, maar, sorry, u kunt er niets aan doen, zo zit u nu eenmaal in elkaar.
Maar waarom laat u hem niet gewoon langskomen? Wat is erop tegen om eens een nieuw iemand te leren kennen? Het kan geen kwaad om gedurende een uurtje u met een levend persoon te onderhouden in plaats van altijd maar weer voor die tv of computer te hangen, zoals mensen tegenwoordig hun vrije tijd thuis doorbrengen. Dat u niet superjong meer bent, betekent toch niet dat u zich helemaal niet meer hoeft open te stellen voor nieuwe mensen, met wie u eventueel een aardige vriendschap kunt opbouwen?
Doe eens iets geks en laat die man langskomen. Trek een fles wijn open en wie weet wordt het zomaar een plezierige avond. Als het u beklemt, kunt u altijd opspringen en zeggen: ‘Zo, genoeg gepraat. Nu moet ik nodig Fido gaan uitlaten.’


Beste Beatrijs,
Laatst kreeg ik een telefoontje van een goede kennis, die een kaartje over had voor een kooruitvoering in onze schouwburg een paar dagen later. Zij nodigde mijn vrouw of mij uit om met haar mee te gaan. Toen ik dit aan mijn vrouw voorlegde, reageerde zij terughoudend. Zij had geen zin en stelde voor dat ik zou gaan. Ik vertelde vervolgens onze kennis dat mijn vrouw noch ikzelf erg gesteld zijn op koorzang en daarom geen zin hadden om van haar aanbod gebruik te maken, met dank dat ze aan ons gedacht had. Nadien had ik hier toch niet zo’n goed gevoel over, want onze kennis reageerde enigszins teleurgesteld. Had ik uit beleefdheid anders moeten reageren?

Niet dol op koorzang

Beste Niet dol op,
Uw antwoord liet aan duidelijkheid niets te wensen over. Dat is in ieder geval nuttig. Uw hart sprong niet op bij de gedachte aan een avondje koorzang. Dan bent u ook in het geheel niet verplicht om er wél heen te gaan, alleen omdat een kennis toevallig een kaartje over heeft. Maar de wijze van formulering van uw weigering maakt veel uit. ‘Geen zin’ klinkt wel erg kortaf. In plaats daarvan had u een beetje kunnen uitweiden: ‘Koorzang heeft niet onze warme belangstelling, maar leuk dat je aan ons gedacht hebt, misschien moeten we eens iets anders samen doen, volgens mij is die-of-die wel geïnteresseerd in die voorstelling, en hoe gaat het trouwens met jou / je man / kind / hond?’ Een paar minuten geanimeerd doorkwetteren over iets anders doet wonderen om het gevoel van teleurstelling over een afwijzing te verlichten bij de uitnodigende partij.