| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 |
Beste Beatrijs,
Ik ben de trotse moeder van een peuter van bijna 3 jaar. Mijn man en ik
vinden het niet gepast dat een klein kind een volwassene bij de voornaam
noemt. Daarom leren wij onze dochter dat zij vrienden en bekenden van ons
‘oom’ of ‘tante’ en minder bekenden ‘meneer’ of ‘mevrouw’ noemen met
daarachter dan de voornaam of de achternaam van de betreffende persoon. Mijn
zus en een goede collega van mijn man vinden dat onzin en willen dat onze
dochter hen alleen bij de voornaam noemt. Wij vinden dat pertinent niet
goed. Wij hebben tegen mijn zus en de collega al gezegd dat als ze geen
tante en oom genoemd willen worden, wij onze dochter leren dat ze dan maar
‘mevrouw’ en ‘meneer’ moet zeggen. Een nog groter schrikbeeld voor deze twee
volwassenen.
Nu is het nog niet echt een probleem voor onze dochter. Die zegt gewoon
‘tante’ tegen mijn zus en ‘oom’ tegen die collega. Maar als dochterlief wat
ouder is en deze twee blijven aandringen dat het niet hoeft, vrezen wij dat
we een conflict krijgen met onze dochter. Een verwant punt van ergernis is
dat leeftijdsgenootjes van mijn dochter mij gewoon bij mijn voornaam noemen.
Dat mag ook van hun ouders, die zijn hierin niet zo ‘ouderwets’ als ik .
Zoals u zult begrijpen vind ik dat dus ook niet gepast en stoort het me.
Maar ja, het zijn hun kinderen en die voeden zij op zoals het hen goeddunkt,
daar heb ik mij niet mee te bemoeien. Of toch wel?
Wat moeten kinderen zeggen?
Beste Wat moeten kinderen,
Op zichzelf is het heel goed dat u uw kind leert om volwassenen beleefd aan
te spreken. Dit ligt alleen ingewikkelder dan vroeger, toen alle kinderen
automatisch alle volwassenen met ‘meneer, mevrouw, tante, oom’ en vooral ‘u’
aanspraken. Veel volwassenen laten zich tegenwoordig met de voornaam en met
‘jij’ aanspreken. Dat is hun eigen keus, die u moet respecteren. Dat is dus
niet de beslissing van het kind (of van de ouders van dat kind), maar van de
aangesprokene zelf. Als uw zuster door haar nichtje bij de voornaam wil
worden aangesproken, dan heeft haar wens formeel gesproken voorrang boven
die van u, al stelt uw zuster zich wel erg rigide op, gezien uw voorkeur
voor het in ieder geval familiaal correcte ‘tante’. Dat de collega geen
‘oom’ wil horen is begrijpelijker. Tenslotte ís hij geen oom van uw dochter.
En als hij ook geen ‘meneer Voor- of Achternaam’ wil heten, dan moet u zich
neerleggen bij het gebruik van de voornaam.
De belangrijkste boodschap die u aan uw kind moet meegeven is dat ze al
vousvoyerend aan volwassenen moet vragen hoe zij hen moet noemen. De een wil
nu eenmaal dit, de ander wil dat, een kind kan van tevoren niet weten hoe
het zit. Zelf hebt u een sterke voorkeur voor ‘mevrouw’ en ‘u’. Dat is uw
goed recht. U bent volledig gerechtigd om van de leeftijdsgenootjes van uw
dochter de een of andere beleefdheidsvorm te vragen. Daarmee doorkruist u
niet andermans opvoeding, want dit betreft de relatie tussen u en andere
kinderen. Net zoals u gerechtigd bent om vriendjes van uw kind te verbieden
om in de kamer te voetballen. Als ze dan zeggen: ‘Thuis mag het wel’, dan
zegt u: ‘Maar hier mag het niet’.
Bedenk dus hoe u door kinderen aangesproken wil worden: ‘mevrouw Zus, tante
Zo’ (al moet u in geval van ontbrekende bloedbanden uitkijken met ‘tante’),
eventueel ‘moeder van’. Maak een keuze en deel dit aan de kinderen mee,
zonodig aan hun ouders.
Beste Beatrijs,
Ik ben een vrouw van veertig jaar en ik noem mezelf liever niet ‘mevrouw’.
U hebt weleens geschreven: ‘De tijd is voorbij dat een voornaam verborgen
werd gehouden als al te intieme informatie voor onbekenden.’ Maar ik heb
redenen waarom ik niet tegen iedereen ogenblikkelijk de combinatie van mijn
voor- en achternaam kwijt wil. De telefoon opnemen met mijn volledige naam
gaat mij tegenstaan, maar alleen mijn achternaam noemen is ook zo bot. Als
ik mezelf voorstel aan onbekenden, wil ik ook liever niet meteen mijn
volledige naam noemen. Maar ik kan geen beleefde oplossing bedenken. Alleen
de voornaam of alleen de achternaam vind ik geen probleem, het gaat mij om
de combinatie. Dat vind ik vaak teveel informatie. Hoe moet ik dit
aanpakken?
Zuinig op mijn naam
Beste Zuinig op,
Als u niet uw voor- en achternaam in een adem wil noemen, dan noemt u een
van beide. U kunt de telefoon opnemen met alleen uw voornaam - dat doen heel
veel mensen. Of alleen met uw achternaam, daar is ook niets op tegen. Je
hoort het vrouwen steeds vaker doen en het is niet bot. Als u belt met
instanties of bedrijven kunt u zelfs beter alleen met uw achternaam werken,
al dan niet voorafgegaan door ‘mevrouw’. Bij het uzelf voorstellen aan
een ander moet u onder het handen schudden wel voor- en achternaam noemen,
maar u kunt uw voornaam een beetje inslikken of mompelen, terwijl u uw
achternaam helder en duidelijk uitspreekt. Op zo’n manier verstaan de
mensen uw voornaam niet, dringt alleen uw achternaam tot hen door, en zullen
ze u met ‘u’ aanspreken.
Beste Beatrijs,
Als kind is mij geleerd om een brief aan een echtpaar aldus te adresseren:
Aan de Heer en Mevrouw Mansnaam-Meisjesnaam. Alleen voor personen jonger dan
21 jaar mocht de voornaam gebruikt worden. Nu zijn mijn man en ik boven de
50. Ik kan me voorstellen dat er iets veranderd is. Het valt me op dat
officiële post nog wel op deze manier wordt geadresseerd. Maar wij krijgen
ook brieven, gericht aan Joris en Greetje. En deze post wordt soms door
volwassenen verstuurd met topfuncties in het bedrijfsleven. We zijn best
trots op onze voornamen, maar vinden het vreemd om die buiten op een kaart
of envelop te zien. Hoe zijn nu de moderne manieren, afstandelijk of juist
amicaal? We zijn benieuwd!
Geen voornamen graag
Beste Geen voornamen,
Zoals overal gaat het er ook op het gebied van adresseren een stuk
informeler aan toe dan vroeger. Officiële instanties en onbekenden
schrijven nog steeds verplicht: ‘De heer of mevrouw Initiaal Achternaam’.
Vrienden, familieleden en bekenden adresseren in toenemende mate hun brieven
en kaartjes aan ‘Voornaam Achternaam’ (zonder de heer of mevrouw erbij).
Als ze überhaupt nog brieven en kaartjes schrijven, want dat gebeurt ook
steeds minder. Wanneer mensen gewend zijn elkaar met de voornaam aan te
spreken en te tutoyeren, dan zetten ze dat door in de adressering, dat gaat
bijna vanzelf. Deze informalisering in adressering (maar ook in het telefoon
opnemen en in het jezelf voorstellen aan onbekenden) begon bij de
babyboomers in de jaren zestig. Aan deze ‘jonge’ manier van doen
(leeftijdgenoten en alles daaronder snel tutoyeren en als je ze eenmaal
kent, bij de voornaam aanspreken) hebben ze altijd vastgehouden, tot in hun
volwassenheid en nog steeds, ook nu ze vijftigers zijn en tegen de zestig
beginnen te lopen. Voornaamgebruik op een envelop is een signaal dat het
geen formele brief is van een instantie, maar een persoonlijk bericht van
een bekende. Er is weinig tegen voornamen (de postbode schrikt er allang
niet meer van), zolang de achternaam er maar bij staat. Alleen een voornaam
op de envelop is bespottelijk.
Beste Beatrijs,
Ik ben altijd ontevreden geweest met mijn voornaam, omdat ik hem niet bij
me vond passen. Jaren geleden alweer, toen ik dertig was, heb ik een
andere naam gekozen, eentje waar ik een veel beter gevoel bij heb. Van
mijn familie, die ik overigens niet al te vaak spreek, kreeg ik te horen:
"Zo zal ik jou nooit noemen." Toen onze moeder overleed, hebben
mijn broers en zusters een overlijdensadvertentie geplaatst, waarin ik
onder mijn oude voornaam stond, omdat "het anders voor mensen
onbegrijpelijk zou zijn." Ik vond dit heel erg. Had mijn familie
gelijk om ter wille van de herkenbaarheid mijn oude naam te gebruiken?
Alias
Beste Alias,
Vergeleken met vrienden en collega’s hebben familieleden veel meer
moeite met het accepteren van naamsveranderingen. Niet alleen omdat ze de
persoon in kwestie al vanaf z’n babytijd onder die naam kennen, maar ook
omdat het aannemen van een nieuwe naam als een daad van agressie of verzet
wordt beschouwd. Vooral ouders voelen zich vaak afgewezen, wanneer hun
kind onder een andere voornaam door het leven wil, dan wat zij hebben
uitgekozen. Ook al zijn uw redenen louter esthetisch, toch interpreteert
uw familie het als aanstellerij of als een teken dat u er niet meer bij
wilt horen. Zelfs wanneer familieleden van goede wil zijn en in principe
uw wens willen honoreren, dan nog blijven ze zich vergissen uit macht der
gewoonte. Uw familie was niet van goede wil, er is weinig onderling
contact, dus dat uw nieuwe naam niet zou aanslaan viel te verwachten.
Dat zij u tegen uw wil onder uw oude naam in de overlijdensadvertentie van
uw moeder hebben opgevoerd, is wel een zeer grove manier om over iemand
heen te lopen. Het is uw goed recht om uzelf te noemen, zoals u dat
goeddunkt. Dat mensen al advertenties spellend die naam niet herkennen is
hun probleem, niet het uwe.
Beste Beatrijs,
Ik heb een leidinggevende functie in een overwegend door mannen bevolkte
sector. Gewoonlijk weiger ik om een brief te ondertekenen met Mw. Mannen
ondertekenen immers ook niet met Dhr. Als gevolg daarvan krijg ik met
enige regelmaat brieven terug met ‘Geachte heer’. Ik vind het
onbeleefd dat mensen niet de moeite nemen om te informeren met wie ze te
doen hebben en er automatisch van uitgaan dat het om een man gaat. Onlangs
sprak ik hierover met een collega. Hij stelde dat het geen kwestie van
emancipatie is, maar dat de etiquette voorschrijft om met mw. te
ondertekenen. Ik heb hem beloofd mijn gewoonte aan te passen als hij
inderdaad gelijk heeft. Graag verneem ik van u het verlossende woord.
Vrouw in een mannenwereld
Beste Vrouw in,
Het is absoluut geen etiquette om een brief met mw. te ondertekenen. Zoals
u terecht schrijft, ondertekent een man zijn brief ook niet met dhr.
Huppeldepup. De schrijfwijze ‘dhr’. en ‘mw.’ dient sowieso te
allen tijde te worden vermeden. Ook neemt geen man de telefoon op met ‘Meneer
Smit’. Alleen vrouwen van 60-plus melden zich nog aan de telefoon met
‘Mevrouw Smit’, dus ook dit is een uitstervende conventie. Afgezien
van de titulatuur adresseert men een brief ofwel aan De heer P. Smit,
ofwel aan P. Smit tout court. Mutatis mutandis ofwel aan Mevrouw P. Smit,
ofwel aan P. Smit.
De fout ligt ontegenzeggelijk bij uw correspondenten. Zij mogen er in deze
tijd niet automatisch van uitgaan dat ze wel weer met een man te maken
zullen hebben. Kennelijk lopen er veel mensen met oogkleppen rond in uw
sector. Als iemand niet weet of de geadresseerde een man of een vrouw is,
luidt de correcte aanhef: ‘Geachte heer/mevrouw’. De andere
mogelijkheid is ‘Geachte P. Smit’. Met deze eenvoudige omzeiling laat
men de kwestie in het midden en wordt er niemand tegen de haren in
gestreken. Het gaat weer een stapje verder om van uw correspondenten te
eisen dat zij naspeuringen verrichten omtrent uw sekse. Wie niet beseft
dat hij tenminste ‘Geachte heer of mevrouw’ dient te schrijven, koerst
op de automatische piloot van dertig jaar geleden. U zult van hen ‘Geachte
heer’-brieven blijven ontvangen en u zult zich blijven ergeren.
U kunt wel overwegen bij wijze van tegemoetkoming om zelf een tipje van de
sluier op te lichten. Als u wilt dat de mensen naar wie u brieven schrijft
weten dat u een vrouw bent (en waarom zou u ze hierover in het duister
laten tasten?), dan moet u met uw complete naam ondertekenen. Dus
bijvoorbeeld: Petronella M. Smit. Het tusseninitiaal geeft een formeel
cachet, zodat men weet dat deze ondertekening geen uiting van
gemeenzaamheid is. Moeten mannen dit ook doen? Als zij geen ‘Geachte
heer/mevrouw’-brieven terug willen krijgen is dat zeker raadzaam.
Bovendien is het voor elke geadresseerde handig om meteen te weten waar
hij/zij aan toe is. De tijd is voorbij dat een voornaam verborgen werd
gehouden als al te intieme informatie voor onbekenden. Gebruik de voornaam
als alternatief voor mw. en dhr. Dat schept duidelijkheid.
Beste Beatrijs,
Bij het huwelijk van onze zoon (29) kwam aan de orde hoe onze
schoondochter (ook 29) ons moest aanspreken. Onze zoon zegt ‘pap en
mam’, net als onze twee dochters en schoonzoons. Schoondochter wil dat
niet, want, zegt ze: ‘Ik heb maar één papa en mama.’
Ze stelde voor ons bij de voornaam te noemen. Wij vonden dat geen goed
idee. Wij zijn zelf opgevoed met het tonen van respect voor ouderen,
waarbij het noemen bij de voornaam absoluut niet gebruikelijk was. Na
verloop van enige tijd, stelde onze zoon voor dat schoondochter dan maar,
net als hij deed bij zijn schoonouders, ‘papa-Voornaam’ en
‘mama-Voornaam’ zou zeggen. Ook dat vonden wij niet bij ons passen.
‘Nou, dan wordt het meneer en mevrouw,’ was de conclusie van onze
zoon. Zo werd besloten.
In de praktijk komt het erop neer dat wij door schoondochter worden
aangesproken met: ‘ehh’. ‘Ehh, wil je nog koffie?’ Zijn wij nu
belachelijk ouderwets, als we niet willen meedoen met dat voornamen-gedoe?
Meneer Papa
Beste Meneer Papa,
In deze tijd noemt nauwelijks nog iemand zijn schoonouders ‘vader en
moeder’ of ‘pap en mam’. Zoals uw eigen schoondochter terecht
opmerkte: ‘Ik heb al een vader en moeder’. De aanspreekvormen
‘vader, moeder, papa, mama’ zijn eretitels, waar niet alleen respect
maar vooral ook exclusiviteit in doorklinkt.
Als 60-plussers willen uw vrouw en u zich niet door een jongere generatie
bij de voornaam laten aanspreken. Dat is begrijpelijk. Niemand hoeft zich
te laten aanspreken op een manier waarbij hij/zij zich onprettig voelt. De
vondst ‘mama-Voornaam en papa-Voornaam’ vind ik wel sympathiek, maar
goed: u wilt geen voornamen, dus u krijgt geen voornamen.
Een voor de hand liggende oplossing is om de functie die u voor uw
schoondochter vervult als aanspreektitel te nemen. Zoals mensen de dokter
‘dokter’ noemen en kinderen hun schoolmeester ‘meester’, zo kan uw
schoondochter u ‘schoonvader’ noemen. Om het iets joyeuzer te laten
klinken kan ze ook kiezen voor ‘schoonpapa en schoonmama’. De dactylus
geeft deze woorden iets huppeligs mee: ‘Schoonpapa, wilt u een kopje
koffie?’ klinkt gezellig en toch respectvol.
Een andere mogelijkheid is wachten tot er kleinkinderen komen. Die zullen
het over ‘oma en opa’ hebben. Familiebijeenkomsten zullen zich gaan
voltrekken vanuit het perspectief van de kleinkinderen. Dat komt doordat
kleinkinderen, zeker als ze nog jong zijn, het stralende middelpunt van
dergelijke familiebezoekjes vormen. De ouders spreken over ‘oma en
opa’ tegen hun kinderen (‘Geef opa een handje’, ‘Vraag oma of je
wat melk mag’) en binnen de kortste keren spreken de schoonkinderen,
vanuit een identificatie met hun eigen kinderen, u ook met ‘oma en
opa’ aan. Dat bent u niet voor hen, maar de grootouderrol is minder
exclusief.
