Moderne Manieren

| 1 | 2 | 3 | 4 |

Beste Beatrijs,
Sinds vier jaar woon en werk ik met veel plezier in Noorwegen. Het land is prachtig en de mensen zijn vriendelijk. Als ik met Amerikaanse en Engelse collega’s praat over de  gewoontes van ons nieuwe land, komt er altijd één ding terug: Noren kunnen niet in de rij staan. Als er in de supermarkt een extra kassa opengaat, dan stormt iedereen naar voren als een horde op hol geslagen elanden. Ongeacht hun plaats in de oorspronkelijke rij. Laatst zag ik een meisje met krukken dat slechts een brood in haar handen had aan komen strompelen. Vlak voordat ze in de rij aansloot, kwam er een man van middelbare leeftijd aanrennen die haar met zijn volgeladen winkelwagentje de pas afsneed en vóór haar in de rij plaatsnam. Is het mijn taak hier iets van te zeggen? Of behoor ik me aan te passen aan de cultuur van het land?

’s Lands wijs?

Beste ’s Lands wijs,
Ik kan me niet voorstellen dat het incident wat u beschrijft aan de orde van de dag is. Ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat het in in Noorwegen geen bon ton is om zielige, gehandicapte meisjes in de supermarkt de pas af te snijden. Dat is een anomalie die overal ter wereld kan plaatsvinden en die nergens pas geeft. U vraagt zich af of u had moeten ingrijpen. Tja. Dat hangt ervanaf of u in de juiste rechtvaardige stemming bent, of de benadeelde om uw hulp zit te springen, of die man er niet te sterk uitziet, of u wel tijd hebt voor dit soort dingen.
Het fenomeen ‘iedereen stormt tegelijk af op een nieuw geopende  kassa’ is ook in Nederland maar al te bekend. Deze situatie wordt allerwegen beschouwd als een voorbeeld uit de categorie ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt.’ Er is in de supermarkt nu eenmaal geen tijd om precies uit te zoeken wie er in welke rij het langste stond en dus de eerste rechten zou hebben. Dat is te ingewikkeld. Het naar voren stormen is een onvermijdelijk gevolg van het systeem dat elke kassa z’n eigen rij heeft. Het kan alleen definitief worden opgelost, als er een centrale rij wordt gevormd waar iedereen in staat, waaruit telkens de voorste zich losmaakt om de plaats bij een vrijgekomen kassa in te nemen. Maar voor een centrale rij is geen ruimte in supermarkten, dus de gebruikelijke gang van zaken blijft gehandhaafd: degene die toevallig het dichtst in de buurt staat van een net geopende kassa heeft een gelukje en degene die verder weg staat heeft pech. Maar een paar minuten tijdverlies is toch niet zo’n vreselijke ramp.


Beste Beatrijs,
Gisteren stonden er in de supermarkt flinke rijen voor de kassa’s. Ik koos de op het oog snelste rij uit. Voor mij stond een vrouw met slechts een paar boodschappen in haar handen, maar na vijf minuten verscheen opeens haar man met een volgeladen kar. Hij wilde achter mij aansluiten, maar de vrouw zei: ‘Kom maar hier, ik sta al in de rij.’ Ik vond dit niet correct en heb er iets van gezegd, maar die vrouw wist van geen wijken. Ik kies toch niet voor niets een rij uit die mij het kortste lijkt? Dat gereserveer van plaatsen in de rij maakt het maar ingewikkeld. Wat vindt u hier van? Stel ik mij rij-technisch te inflexibel op, of zijn de anderen ordinaire voordringers?

Afgebluft in de supermarkt

Beste Afgebluft,
Wat u overkwam (vrouw voor u stond met twee boodschappen te wachten in de rij voor de kassa, waarna man eraan kwam met een enorme kar) is niet zoals het hoort. Mensen maken een schatting van de wachttijd en beslissen dan welke rij ze nemen. U kreeg te maken met een vorm van onacceptabel voordringen, waar u terecht tegen protesteerde. De voordringers hadden het andersom moeten doen. De een staat met een volgeladen kar in de rij te wachten, de ander snelt nog even terug om een paar vergeten dingetjes te halen. Dat kan wel. Maar niet een hele kar ertussen frommelen. Dat zij vervolgens niet onder verontschuldigingen uw gelijk erkenden is nog veel onbeleefder. Het enige wat u dan nog rest is sprakeloosheid. De kwestie verder uitpraten leidt tot ruzie, scheldpartijen, mogelijk een handgemeen, en daar is het te onbelangrijk voor. Tegen genadeloze grofheid valt niets te ondernemen.


Beste Beatrijs,
Als er iemand achter mij staat in de rij voor de kassa met bijna niets in zijn mandje, laat ik hem of haar vaak voorgaan. Laatst stond ik te wachten met mijn karretje en achter mij sloten nog twee mensen aan. Luid en duidelijk verkondigde de één dat zij wel van ‘die mevrouw’ (dat was ik dus) vóór mocht. Zij had tenslotte maar één boodschap en ze was zó slecht ter been. De ander beaamde dat volledig en zei dat hij altijd mensen met weinig boodschappen voor liet gaan. Ik keek om en zag een oudere mevrouw met een appeltaart en een meneer met een mandje met weinig. Door hun uitlatingen was de zin om hen voor te laten gaan mij totaal vergaan, al heb ik het wel gedaan. Heb ik het juist, dat je het aan de beleefdheid van mensen moet overlaten of zij hun plaats in de rij aanbieden, maar dat je er zelf niet om mag vragen?

Weggedrukt door achteropkomend verkeer

Beste Weggedrukt,
Het is heel altruïstisch van u dat u regelmatig mensen voor laat gaan in de rij voor de kassa. Waarom zou uw tijd minder kostbaar zijn dan die van andere mensen? Het is inderdaad onuitstaanbaar van die personen om over u te praten, alsof u er niet bij staat. Als iemand voor wil dringen, moet hij/zij tenminste de beleefdheid opbrengen om de persoon die hij wil benadelen nederig om toestemming te vragen. Omdat zij zo indirect te werk gingen, had u koeltjes kunnen zeggen: "Nee, het spijt me, ik ben zeer gehaast, ik heb thuis een doodzieke kanarie die op me wacht." Maar dat doet u natuurlijk niet. Dat doe ik zelf ook niet, als iemand me vraagt of hij voor me mag. Mokkend zeg ik dan: "Gaat uw gang," terwijl ik zelf nooit durf te vragen of ik voor mag.
Wat ik niet begrijp is dat je, in tegenstelling tot veel andere landen, nergens in Nederlandse supermarkten snelkassa’s ziet, waar mensen zich kunnen vervoegen die minder dan vijf artikelen hebben af te rekenen. Dat zou een hoop ergernis schelen.


Beste Beatrijs,
Vandaag overkwam het me nog. Gedwee sluit ik aan in een veel te lange rij voor een kassa in de supermarkt. Plotseling merk ik dat de wachtende achter mij (een moeder met klein kind) wegspurt en haar boodschappen driftig op de band van de kassa naast mij legt. Deze kassa is zojuist geopend en zij is als eerste aan de beurt. Op haar gezicht een triomfantelijke blik. ´Wat een geluk´, zie ik haar denken. Geen greintje gêne is er te bespeuren. Ik ben ervan overtuigd dat de mensen die ik dit zo vaak zie doen, verder heel fatsoenlijk zijn. Waarom is het dan een volledig geaccepteerd verschijnsel dat men, zodra een nieuwe kassa opent, als een bezetene daarheen rent zonder om zich heen te kijken of men misschien voordringt?
Nog nooit heb ik iets van dit onbeschaafde gedrag gezegd. Wel vraag ik mij af of mensen zich realiseren hoe lomp ze dan overkomen.

Achteraan sukkelend in Amsterdam


De voordringer brengt zijn slachtoffer in een staat van withete opwinding, waarbij hij z’n ogen niet gelooft. Zo sta je vredig achter je karretje te suffen tot je weer een eindje op kan schuiven, en zo val je ten prooi aan een lichamelijke agitatie, alsof iemand je een mep heeft verkocht. Hartslag en ademhaling versnellen zich, het zweet breekt uit en een stille razernij welt op. Een ingepikte parkeerplaats kan zelfs tot daadwerkelijke vuistgevechten of erger leiden. Iedereen kent de vernedering van het voorgedrongen worden – ook degenen die het zelf doen. Als ze weten hoe onaangenaam dit is en wat een agressieve indruk ze maken, waarom doen ze het dan toch een ander aan?
In uw geval ligt dat vrij eenvoudig. Wat u overkwam was helemaal geen voordringen. Bij het openen van een nieuwe kassa geldt de regel ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt.’ Wanneer zich diverse lange rijen geformeerd hebben, valt onmogelijk na te gaan wie er aan de beurt is, als er een extra kassa opengaat. Is dat karretje twee uit rij drie of karretje twee uit rij vijf? Niemand die het weet en het is te ingewikkeld en te onbelangrijk om uit te zoeken. Theoretisch heeft u voorrang boven degene die achter u staat, maar als het om een kassa gaat die zich een paar rijen verderop bevindt en die bestormd wordt door iemand die vanachter uit de winkel komt aansnellen, dan komt u er toch ook niet aan te pas. Een nieuwe kassa is een gelukje voor alerte klanten, dat is alles. Een andere keer heeft u de aanstalten van de belendende caissière in de gaten en bent u het die een meevaller van vijf minuten heeft. Dat moeders met kleine kinderen in hun kielzog extra gespitst zijn op opengaande kassa’s lijkt me geen voorbeeld van lompheid maar van slim en adequaat reageren. Iedereen mag altijd van rij verhuizen zonder anderen te consulteren.
Tot zover de ongeschreven regels in de supermarkt. Nu nog even het misnoegen zelf. Wachten is vervelend. Voordringen onacceptabel. Toch gebeurt het. Vooral in situaties met één loket, één barman, één ingang en een kluwen ongeduldige klanten. Onvermijdelijk treedt hier het recht van de sterkste in werking. Prijs u gelukkig met de overal oprukkende nummertjes-trek-automaat, een waarlijk beschavingsinstrument.