Beste Beatrijs,
Wij zijn lid van een kerk, die wordt schoongemaakt door vrijwilligers. Een
tijdje geleden kregen we een brief met de mededeling dat er een lijst was
samengesteld van mensen die ‘naar ons beste weten qua leeftijd en
gezondheid in staat zijn’ om de kerk en de ruimte die erbij hoort schoon
te maken. Hiervan zou een rooster worden opgestuurd en wanneer iemand er
niet aan mee kon doen (er stond niet ‘wilde’), moest hij of zij dat
binnen twee weken na ontvangst van het rooster melden.
Het feit dat ik ongevraagd op een schoonmaaklijst stond, ergerde mij
behoorlijk. In ons gezin doen we al genoeg vrijwilligerswerk, en ik vind
dat je mensen persoonlijk moet benaderen. Er stonden notabene mensen tot
75 jaar op de lijst! Ik heb een brief geschreven waarin ik mijn bezwaren
uiteen heb gezet, maar kreeg daar geen reactie op. Ben ik overgevoelig als
ik me stoor aan deze gang van zaken?
Geen sop, geen dweil
Beste Geen sop,
Net zo min als men op eigen initiatief tien euro uit een ander z’n
portemonnee mag halen ‘voor het goede doel’, mag men argeloze
mede-gemeenteleden van hun tijd beroven door hen zonder hun instemming
klusjes in de maag te splitsen. Het gaat hier om, het woord zegt het al:
vrijwilligerswerk, niet om dwangarbeid.
Als er te weinig mensen zijn om bepaalde taken te vervullen, dan moet de
organisatie nieuwe reservoirs van hulpkrachten aanboren. Op een
persoonlijke manier. Dat betekent: potentieel geschikte vrijwilligers
lokaliseren, hen opbellen, om hulp vragen, met dankbaarheid schermen, een
beroep doen op iemands verantwoordelijkheidsgevoel, ook een voordeel
noemen van het werk, bijvoorbeeld gezellig met elkaar koffiedrinken na de
inspanning.
Dat u geen reactie hebt gekregen op uw bezwaarschrift is ook niet zoals
het hoort. Maar het enig mogelijke antwoord van hun kant is een brief of
telefoontje met excuses, en daar zullen ze wel geen zin in hebben, en ze
hebben u toch al afgeschreven voor de schoonmaakploeg. Als u die mensen
kent, had u hen beter persoonlijk aan kunnen spreken op hun fout dan een
brief schrijven. De geschreven klacht drukt mensen in het defensief, daar
worden ze chagrijnig van. De gesproken klacht is informeler en biedt
daardoor vaak een betere kans dat de tegenpartij de gemaakte fouten gaat
herstellen.
