Moderne Manieren

| 1 | 2 |

Beste Beatrijs,
De vakantietijd is weer voorbij en dat betekent dat je weer moet vrezen voor vakantiefoto’s. Met de komst van de digitale camera is in mijn kennissenkring het fenomeen opgedoken van de foto-cd, die triomfantelijk tevoorschijn wordt gehaald. ‘Heb je even een computer?’ vragen ze of ze nemen zelf hun laptop mee. Vervolgens zit je dan een uur lang plaatjes te kijken. Begrijp me goed: een paar foto’s vind ik leuk. Maar het zijn er soms wel honderd. Dat kun je je vrienden toch niet aandoen? Ik reageer er zo lauw mogelijk op, maar dat helpt niet.

Verplicht foto’s kijken

Beste Verplicht,
Een enkel beeld zegt meer dan duizend woorden, daar staat tegenover dat een enkel woord draaglijker is dan duizend beelden. Een stapel vakantiefoto’s dwingt de kijker tot een stroom van bewonderende kreetjes. Je moet wel heel erg geïnteresseerd zijn in de mensen op de kiekjes om je langer dan een paar minuten te willen verdiepen in hoe ze in korte broek naast een fontein zitten, doen alsof ze de toren van Pisa voor omvallen behoeden, in de golven spartelen of peinzend over een landschap uitkijken. Hoe meer foto’s, hoe saaier.
In een conversatie met vrienden vertelt men elkaar over zijn leven, maar dat moet niet uitmonden in een powerpoint-presentatie. Wanneer uw vrienden weer eens hun laptop openklappen voor een college met lichtbeelden, verzeker u dan van de plaats achter het toetsenbord en zorg ervoor dat u zelf de knoppen bedient. Terwijl uw bezoek toelichting geeft bij foto 1 werkt u in ijltempo de serie af. Met een paar minuten moet het bekeken zijn. Als het bezoek tegenstribbelt, zegt u: ‘Sorry, ik ben van de zapgeneratie - ik kan alleen naar beelden kijken, als ik zelf de afstandsbediening vast mag houden.’


Beste Beatrijs,
Ik ga soms op bezoek bij oudere kennissen. Het overkomt me dan nogal eens dat ik foto’s van de kleinkinderen te zien krijg. De kinderen van het echtpaar ken ik nauwelijks en de kleinkinderen helemaal niet. Een half uur lang passeren me honderden foto’s en ze geven ook uitleg. ‘Kijk, dit is Marjolein van Wim.’ ‘Nee,’ zegt de echtgenote, ‘het is Petra van Loes.’ Na enige discussie blijkt het inderdaad Petra te zijn. Ik luister en verveel me. Eigenlijk interesseert het me geen barst, want ik ken die kinderen niet. Hoe breng ik dit over aan opa en oma? Of moet ik maar alles over me heen laten komen?

Overstelpt met kleinkinderkiekjes

Beste Overstelpt,
Nietsvermoedende bezoekers overvallen met fotoalbums is een beproefde methode om de gezelligheid grondig de nek om te draaien. Of het nu om vakantiekiekjes gaat (saai) of foto’s van kleine kinderen (ook saai), niemand kan enige belangstelling opbrengen, tenzij er toevallig sprake is van grote betrokkenheid bij de gekiekten. Mensen willen alleen foto’s bekijken, waar ze zelf op staan of anderen die ze kennen. Vanzelfsprekend zegt men ‘Ja, graag!’ op de vraag ‘Zal ik foto’s van mijn (klein)kinderen laten zien?’ Tenslotte is een goedwillend persoon best bereid even een blik te werpen op andermans geliefden. Maar wel op voorwaarde dat de trotse (groot)ouders met hun geplastificeerde insteekmapjes zich houden aan de conventie van maximaal tien foto’s, waar in totaal ten hoogste anderhalve minuut aan wordt besteed. Meer tijd vragen is onbescheiden en opdringerig, een affront voor machteloze gasten die zich moeten uitputten in telkens nieuwe, waarderende kreten (leuk koppie, ziet er slim uit, wat een schatje, hoe oud zei je dat ie was, wat lacht ze daar lief). Wat te doen als u zich in zo’n dwangpositie bevindt? Probeer op een gegeven moment zelf het album, de stapel of de mapjes in handen te krijgen, in plaats van dat de gastheer/vrouw het tempo bepaalt, en blader er dan in sneltreinvaart doorheen. Zo snel dat ze geen toelichting meer kunnen geven. Als u hier een tijdje niet al te geïnspireerd mee zoet bent geweest, zegt u - voordat u de volgende serie in de maag gesplitst krijgt: ‘Wat een onweerstaanbare kinderen! Gefeliciteerd! Ik heb ze nu haarscherp op mijn netvlies, hartelijk dank, en trouwens, wat denken jullie van de nieuwe nota Ruimtelijke Ordening?’