| 1 | 2 | 3 |
Beste Beatrijs,
Ik huur een etage op de bovenste verdieping. Mijn was heb ik geregeld in het trappenhuis hangen, waar niemand van mijn onderburen langs komt. Nu willen mijn buren dat ik op zaterdag geen was uithang, omdat ze dan vaak mensen op bezoek krijgen en die vinden dat geen gezicht als ze naar boven kijken. Mijn buren willen hen die aanblik besparen.
Mijn probleem is dat ik juist in het weekend tijd heb voor de was. Daar komt bij dat deze buren, met wie ik de benedentrap deel, in de vijf jaar dat ze er wonen nog nooit het trappenhuis hebben schoongemaakt. Ik wil daar elke keer wat van zeggen, maar dat komt er niet van en dan doe ik het uiteindelijk zelf, omdat ik me er blijkbaar als enige aan stoor. En nu willen ze dat ik de was niet meer op zaterdag op mijn eigen gang hang! Hun gasten roken zodanig dat ik dat in mijn huis ruik, wat niet echt lekker is. Ik vraag hen toch ook niet om hun gasten het roken te verbieden? Ik heb hun verzoek om de was binnen te halen ingewilligd, maar ik heb daar eigenlijk spijt van en ben ook niet van plan me hier verder aan te houden. Moet ik me iets van hen aantrekken?
Wasgoed hindert bezoek
Beste Wasgoed hindert,
Uw buren zijn vervelende zeurpieten. Natuurlijk mag u uw was in eigen trappenhuis te drogen hangen. Als bezoekers van de ondergrenzende verdieping niet tegen de aanblik van schone onderbroeken kunnen, moeten ze maar niet naar boven kijken.
Toch moet u uw buren te vriend houden. In uw eigen belang, anders wordt het wonen daar onleefbaar. Dus neem de kwestie nogmaals met hen op. Nodig hen uit voor een kopje koffie en leg alles precies uit als hierboven – op een vriendelijke manier. De verontwaardiging moet nergens in uw woorden te detecteren zijn. Hel daarentegen over naar een toon van verontschuldiging. Zeg dingen als: ‘Het spijt me vreselijk, maar’ (en dan geeft u uw visie op de was). U snijdt vervolgens het onderwerp ‘geven en nemen’ aan en u noemt uw kleine ergernissen (rokende bezoekers & niet schoonmaken). U zegt dat u van uw levensdagen niet zou overwegen om hun bezoekers het roken te verbieden (hoewel u er wel degelijk last van hebt), dus dat hun bezoekers misschien ook uw vrijheid zouden kunnen respecteren om uw was op uw eigen grondgebied te drogen te hangen. Maak afspraken over het schoonhouden van de benedentrap, schenk de buren eventueel een glaasje in en rond de sessie af met gezellige small talk over iets anders. Inzwachtelen en besuikeren is het devies bij ergernissen tussen buren.
Beste Beatrijs,
Wij wonen op een bovenetage met een stenen buitentrap waar zes families (met
en zonder kinderen) overheen gaan. Jarenlang maakten de bewoners beurtelings
die buitentrap schoon. Nu zijn er na vele verhuizingen de laatste jaren
allerlei jonge mensen en gezinnen komen wonen die daar niet aan meedoen. Op
een gegeven moment was mijn man de enige die hem nog schoonmaakte. Daar is
hij toen ook maar mee opgehouden, met als gevolg een immer vuile, stoffige,
smerige buitentrap. Aan enkele nieuwe bewoners hebben we wel eens verteld
dat het een goede gewoonte was om gezamenlijk de trap te onderhouden, maar
tot op heden geen resultaat, want niemand wil de enige zijn. Hoe krijgen we
hen zo ver?
De trap moet schoon
Beste De trap moet,
De buren moeten elkaar een beetje leren kennen, dat verhoogt het
verantwoordelijkheidsgevoel voor het gemeenschappelijke bezit. Beleg een
vergadering en nodig iedereen bij u uit. De bijeenkomst kan ook als
onderlinge kennismaking dienen, want als er zoveel nieuwe mensen zijn komen
wonen, zal vast niet iedereen elkaar kennen. Niet iedereen hoeft als stel te
komen, maar het is wel belangrijk dat er van elk huis een bewoner komt. Laat
kinderen welkom zijn. Op de bijeenkomst houdt u een pleidooi voor het bij
toerbeurt schoonmaken van de trap. De meesten zullen het wel met u eens zijn
dat je dit niet moet laten versloffen. U bespreekt de frequentie van de
schrobplicht en stelt voor een rooster te maken. Later krijgt iedereen dit
rooster thuis. Laat de vergadering uitlopen in een gezellig samenzijn met
nootjes en een drankje. Dat is goed voor het sociaal klimaat en bevorderlijk
voor latere plichtsvervulling.
Beste Beatrijs,
Sinds tweeënhalf jaar heb ik nieuwe
benedenburen, een stel, wij delen samen een trappenhuis (een- en
tweehoog). Ik schat hen tussen de 25 en 30. Ikzelf ben 50.
Op een gegeven moment heb ik hen verteld, dat het een goede Amsterdamse
gewoonte is, dat een-hoog de eerste trap schoonhoudt, twee-hoog de tweede,
enzovoort. Ik zag meteen dat ze daar niets voor voelden. Ik stelde voor
dat ik elke drie maanden óók die eerste trap zou doen (ik gebruik die
tenslotte ook), en vroeg of zij dan de andere twee maanden de trap wilden
bijhouden. Hoewel zij hiermee akkoord gingen, hebben zij er nooit wat aan
gedaan. Ik heb hen er een paar keer op aangesproken, daarna niet meer.
Lange tijd gebeurde er niets. Op een gegeven moment kon ik het niet meer
aanzien en heb alles schoongemaakt. Terwijl ik bezig was, passeerden de
buren mij. Buurvrouw zei niets, buurman zei: "Het was wel nodig, hè?
Maar ja, wij zijn niet zo!"
In hun woning is het wel netjes en zelf zien zij er ook altijd heel
verzorgd uit. Nu is het weer een half jaar verder en ik ben teneinde raad.
Moet ik eens heel kwaad worden? Moet ik zelf schoonmaken en een rekening
voor hun deur leggen? Als zij dan echt nog betalen ook, zal ik het
pertinent weigeren. Het trappenhuis is altijd (ik woon hier nu 17 jaar)
schoon geweest, nu is alleen mijn eigen trap dat nog.
Sloof voor de buren
Beste Sloof voor,
Uw benedenburen zijn jong en interesseren zich niet voor 'de buitenboel’.
Dit is een leeftijdsprobleem. Het is een beetje een studentenmentaliteit,
die ik me van mezelf van vroeger ook kan herinneren. Uw buren spreiden het
egoïsme van de jeugd ten toon. De buurvrouw, de trap en de entree spelen
gewoon geen enkele rol in hun belevingswereld. Ze zijn bezig met hun werk,
hun pleziertjes en hun eigen vrienden. Naarmate mensen ouder worden,
kinderen krijgen, gaan ze het belang van een goede verhouding met de buren
meer inzien, en krijgen ze meer gevoel voor verantwoordelijkheid. Maar dat
kan bij hen nog wel even duren, vrees ik. En al die tijd zit u met die
rotzooi in het trappenhuis.
Ik raad u aan er toch nog eens een gesprek en een kopje koffie tegenaan te
gooien. Bedenk daarbij dat het uw probleem is, niet het hunne. Ze waren
niet gemotiveerd tot schoonmaak de afgelopen tweeënhalf jaar, dus het zit
er niet in dat dat de komende tijd wel zal gebeuren. Misschien hebben zij
een huishoudelijke hulp van wie het takenpakket kan worden uitgebreid. Zo
niet, stel dan een regeling voor, waarbij u hun gedeelte van de trap voor
uw rekening neemt tegen de reguliere schoonmaakprijs. Stel een contractje
op, laat hen het ondertekenen. Leg uit dat u de zaak niet wilt laten
verloederen, dat het voor iedereen (ook voor hun bezoekers) prettig is als
de entree er schoon uitziet, dat het een gezamenlijke verantwoordelijkheid
is, dat u zich kunt voorstellen dat ze een druk leven leiden, maar dat u
toch een schone trap wilt, en dat het niet eerlijk is als u al het werk
doet. Laat ze niet beloven dat ze vanaf nu hun schoonmaaktaken wél zullen
volbrengen, want ik voorspel u: het zal niet gebeuren. Ik verwacht dat ze
het betalingsscenario wel zullen accepteren, want dat is voor hun een
makkelijke manier om van het gezeur (zoals zij dat zien) af te zijn.
U had het presenteren van een rekening al overwogen, maar verworpen, waarschijnlijk omdat u niet als werkster wilt optreden. Ik zie niet in wat
daar bezwaarlijk aan is. Als u overeenkomt de taken zo te verdelen, dan is
dat toch in orde?
