Beste Beatrijs,
Is het ouderwets om de tandarts met ‘dokter’ aan te spreken? Ik zat
laatst in de wachtkamer en toen viel me op dat niemand dat zei.
Maar wat dan wél?
Beste Maar wat dan,
De gewoonte om de tandarts met ‘dokter’ aan te spreken is inderdaad
behoorlijk gesleten. Hetzelfde geldt trouwens voor de huisarts. Een
zoveelste voorbeeld van het toenemende egalitarisme in de maatschappij en
de daaruit voortvloeiende informalisering van de omgangsvormen. Met de
huisarts en de tandarts bouwen mensen in de loop der jaren een relatie op.
In ieder geval onder gestudeerden is dit een relatie waarbij men elkaar
als gauw als gelijken ziet. De een is meester in de rechten of drs. in de
Engelse literatuur, de ander heeft toevallig een medische opleiding
genoten. Patiënten vinden het dan overdreven of serviel om de tand- of
huisarts met ‘dokter’ aan te spreken. De eerbied, die een kerkelijke
gezagsdrager nog wel wordt toegekend met aanspreekvormen als ‘eerwaarde’
of ‘dominee’, voelen ze helemaal niet tegenover de tandarts. Het is
ook heel makkelijk om het te vermijden. In plaats van ‘Ik heb zo’n
last van mijn kies, dokter’ zeggen ze: ‘Ik heb zo’n last van mijn
kies.’
Los hiervan is de gewoonte om elkaar bij de functie te noemen (‘Goedemorgen,
bakker’, ‘Alles goed, loodgieter?’) hoe dan ook praktisch verdwenen
uit het dagelijks leven. De babyboom-generatie en iedereen na hen spreekt
niet meer netjes met twee woorden en ze voeden hun kinderen ook niet meer
zo op. Dat vinden ze militaristisch klinken. Tegen onbekenden zeggen ze
‘meneer’ of ‘mevrouw’, en zodra ze elkaar kennen, gaan ze op
voornamen over. Met tandartsen en huisartsen verkeert men meestal niet op
voornaambasis, maar er wordt wel ruim getutoyeerd. Mensen zeggen: ‘hallo’
en ‘tot ziens’ en ‘bedankt’ tegen eerste-lijn-artsen, zoals ze dat
gewend zijn met vrienden of collega’s. Ouderen zeggen nog wel ‘dokter’
tegen de dokter. En op het spreekuur bij de specialist ligt het percentage
‘dokter’-zeggers een flink stuk hoger, want dan is men geïmponeerd.
