Beste Beatrijs,
De laatste tijd erger ik me steeds vaker aan stopwoordjes die mensen
hanteren. Mijn zus zegt in of achter bijna elke zin ‘zeg maar’. Waarom
doet ze dat, als dat helemaal geen functie heeft? Ook haar kinderen zeggen
allemaal te pas en te onpas ‘zeg maar’. Ook hoor je steeds vaker het
stopwoordje ‘oké’ en als ik eenmaal iemand hierop heb betrapt, raak
ik erdoor geobsedeerd. Tot overmaat van ramp eindigt mijn directe collega
sinds kort bijna al haar zinnen met ‘snap je?’, zoals Amerikanen vaak
‘you know’ zeggen. Hoe kan ik die mensen op hun stopwoorden aanspreken
zonder dat ik, zeg maar, de relatie verstoor?
Snapt u?
Beste Snapt u,
Mensen die veel stopwoorden gebruiken maken een dommere indruk dan nodig
is. Het is luiheid in het gesproken woord. Lastig tegen te gaan, al zijn
er in uw geval wel mogelijkheden. De voorbeelden die u geeft komen van
mensen die nogal dichtbij u staan. Mensen die u dus best kunt aanspreken
met wat speelse kritiek. Uw eigen zuster, nota bene. Tegen haar kunt u
toch wel zeggen dat het u opvalt dat ze zo vaak ‘zeg maar’ zegt,
zonder dat de relatie onmiddellijk wordt verstoord? En uw directe collega
lijkt me ook geen probleem. U moet het gewoon een keer aan de orde
stellen. Doe het een beetje luchtig. Ze zullen het waarschijnlijk
ontkennen, want vaak zijn mensen zich er niet van bewust. Maar dan kunt u
een weddenschap voorstellen: ‘Wedden dat je geen half uur met me kunt
praten zonder dat je lievelings stopwoord valt?’ Of u kunt er een
uitdaging van maken: ‘Als ik voor elke keer dat je "zeg maar"
of "snap je" of "oké" (of waar u zich dan ook ergert)
een euro krijg, dan ga ik op het eind van de dag met 100 euro naar huis.’
Als ze de uitdaging aangaan, worden ze zich vanzelf bewust van hun
automatisme, en zo kunnen ze er afkomen, als ze dat tenminste willen.
