Moderne Manieren

| 1 | 2 |


Beste Beatrijs,
Mijn collega ruikt regelmatig onfris uit haar mond. De laatste weken is het werkelijk onhoudbaar geworden. Ik durf er echter niet over te beginnen. Zij is mijn baas, dus hulp hogerop kan ik niet inroepen. Aan anonieme briefjes heb ik een hekel. Wat te doen?

Lijdende collega

Beste Lijdende collega,
Dit probleem heb ik wel eens eerder behandeld. Zie hieronder. Uw probleem is in zoverre anders dat het uw baas betreft en niet een directe collega. Toch is de oplossing niet wezenlijk anders. Iemand zal met haar moeten praten ongeveer op de manier zoals ik in mijn eerdere stukje aangaf. Dat hoeft u niet per se zelf te zijn. Het kan ook een ander zijn die dit slecht-nieuws-gesprek gaat voeren. Het beste is als iemand het doet die het wel goed kan vinden met de baas en andersom. Als mensen elkaar sympathiek vinden, gaat zo'n gesprek nou eenmaal makkelijker. Ik weet niet hoe u tegenover uw baas staat. Als u haar wel mag, zou ik zeggen: vertel het haar, op een rustige manier, zonder al te harde woorden te gebruiken. Als jullie verhouding niet zo goed is, moet u een andere collega zo gek zien te krijgen om met haar te praten.
Het probleem ‘slechte adem’ is trouwens nog niet zo makkelijk te verhelpen. De meeste mensen weten het toch wel van zichzelf, omdat familieleden of intimi hen daarop gewezen hebben. Dit ligt ook veel meer op hun weg dan op die van collega’s op het werk. Pas recent is men er achter gekomen waardoor slechte adem (halitosis) nu eigenlijk wordt veroorzaakt. Niet alle tandartsen zullen hier van op de hoogte zijn. Het komt niet door slechte mondhygiëne en het komt niet uit de maag. Mondwatertjes, zes keer per dag tandenpoetsen, dropjes of pepermuntjes helpen ook niet. Het gaat hier om anaërobe, zwavelproducerende bacteriën die diep in de tongoppervlakte en vooral achter in de keel leven. Deze bacteriën breken eiwitten af van het voedsel dat passeert en produceren vervolgens vluchtige zwavelverbindingen die vreselijk stinken. Het zijn anaërobe bacteriën, dat wil zeggen: ze leven in een zuurstofarm milieu (diep tussen de tongpapillen). De oplossing die nu wordt toegepast is om het milieu zuurstofrijker te maken, zodat deze bacteriën verdwijnen.
De Amerikaanse arts Harold Katz heeft het middel TheraBreath ontwikkeld, waar veel halitosis-patiënten baat bij schijnen te ondervinden. Wie een gesprek met een ander over slechte adem voert, doet er goed aan om te verwijzen naar de mogelijkheden van deze nieuwe behandelmethode. Voorzover tandartsen hier van niet op de hoogte zijn, zijn verdere details te vinden op internet.


Beste Beatrijs,
Mijn werkzaamheden spelen zich af op een relatief klein oppervlak in een open kantoorruimte. Een collega van mij, een middelbare vrouw van in de vijftig, heeft de gewoonte zich zo’n paar keer per maand niet te wassen en geen deodorant te gebruiken. Gedurende de hele werkdag zitten wij dan opgesloten met iemand die werkelijk stinkt als een bos uien. Het trieste is dat zij kennelijk niets in de gaten heeft (hoewel niemand naast haar wil zitten). Ik heb wel eens gedacht aan een nare klierziekte, maar er zijn ook dagen dat ze reukloos is. Het is duidelijk een kwestie van oud zweet en ’s ochtends niet douchen. Mijn chef heeft in een werkoverleg wel eens getracht het probleem aan te snijden door over lichamelijke verzorging in het algemeen te praten. Helaas is die boodschap niet aangekomen. Vorige week heb ik nogmaals mijn chef terzijde geroepen, nadat ik bijna over mijn nek was gegaan in onze piepkleine keuken, maar hij durft haar niet hiermee te confronteren. Hoe haar op subtiele manier laten weten dat zij niet bepaald onopgemerkt aanwezig is?

Veroordeeld tot het apenhuis

Een mij bekende hoogleraar tandheelkunde heeft in de praatjes die hij houdt tegenover groepen net-afgestudeerden een standaardpassage opgenomen over het belang van persoonlijke hygiëne. Hij weidt uit over zweet, wassen, schone kleren, tanden poetsen en schetst in schrille bewoordingen het leed van de patiënt in de tandartsstoel, die toch al geen kant op kan en daarbij niet ook nog eens bezwaard mag worden met onwelriekende lichaamsgeuren van de man of vrouw die met een boor over hem heen hangt. Of de donderpreek van de professor effectief is betwijfel ik, hoe loffelijk ook zijn streven. Het probleem van zo’n soort boodschap is dat hij al te zeer vanzelf spreekt. Men moet schoon op z’n lichaam zijn. Ja, ja, snurk, snurk. Binnen vijf seconden dwalen de gedachten af naar interessantere onderwerpen. Het komt niet in de hoofden van de toehoorders op dat zo’n aanmaning wel eens op hen zelf van toepassing zou kunnen zijn. Het zijn immers altijd de anderen die stinken.
Zo ook op uw kantoor. Uw chef hield een toespraak en niemand voelde zich persoonlijk aangesproken. De dingen moeten niet breed worden gebracht als ze toegespitst bedoeld zijn. Dan kun je ook wel toespraken gaan houden over het belang van goede voeding en dat verkeer van rechts voorrang heeft. Zulke exercities leiden alleen maar tot grondeloze verveling.
Het hoort bij de plichten van de chef om te waken over het welbevinden van de afdeling. Daarom is hij de aangewezen persoon om met uw collega dit precaire onderhoud te voeren. Intieme zaken als lichaamshygiëne kunnen niet subtiel ter sprake worden gebracht, zoals u vroeg, maar wel op een sympathieke manier. Het perspectief van het onderhoud moet zijn dat de betrokkene gered gaat worden uit misère waar ze zelf geen weet van heeft. Een keer de uitdrukking ‘lichaamsgeur’ laten vallen is genoeg. Wie, al goochelend met de woorden ‘zweet, douchen en deodorant’, een paar keer ‘voor uw eigen bestwil’ gebruikt, maakt zichzelf glashelder. De bewuste vrouw zal zich schamen, maar tegelijk beseffen dat zonder dit gesprek de ellende nog veel groter was. Een goede chef laat z’n medewerkers niet barsten in de beerput.