Beste Beatrijs,
Ik heb drie kinderen en woon in een volksbuurt. Een klasgenoot van mijn
zoontje (zes jaar) woont ook in de straat en belt regelmatig aan om binnen
te mogen spelen. Het is echt een straatjochie: een grappig, blond koppie met
een altijd zwarte snoet en stralende, ondeugende ogen. Meestal loods ik hem
eerst naar de keuken waar hij goedmoedig zijn handjes en gezicht laat boenen
en daarna gaat hij samen met mijn zoontje lekker met lego, treintjes en
autootjes spelen. Met goedkeuring van zijn moeder stuur ik hem zonder pardon
het huis uit, als hij ondanks mijn waarschuwing toch straatmanieren bezigt
(die heeft hij in overvloed) en het moet gezegd: hij gedraagt zich werkelijk
voorbeeldig. Maar de laatste tijd gaat mij iets steeds meer dwars zitten:
hij stinkt. En niet zomaar een beetje: als hij weg is, blijft de lucht nog
uren hangen. Ik zie er steeds meer tegenop zie om hem binnen te laten. Mijn
moeder die een dag in de week oppast zegt: ‘Dan loods je hem toch voortaan
via de douche naar binnen?’ Mijn vrienden raden me af om zijn moeder aan te
spreken. Wat kan ik doen?
Buurjongetje stinkt
Beste Buurjongetje,
Lichaamsgeur is een afschuwelijke sociale handicap en een groot taboe. Bijna
iedereen deinst ervoor terug om het onderwerp aan te snijden. Maar als
niemand wat zegt, zal dit jongetje op den duur gemeden en gepest worden op
school en ook op straat trouwens. Tegen de tijd dat hij erachter komt wat er
met hem aan de hand is, heeft hij zoveel deuken opgelopen en is hij zo
wantrouwend geworden ten opzichte van de medemens dat het wel eens verkeerd
met hem zou kunnen aflopen. Kinderen die gemeden en gepest worden, trekken
zich in zichzelf terug of worden agressief. Wie weet kunt u dit voorkomen,
dus toon moed en laat hem niet in de steek! Ga naar die moeder toe en
bespreek uw zorgen. Vermijd het woord ‘stinken’, spreek over ‘doordringende
lichaamsgeur’ en over ‘ongewassen kleren’. Want waarschijnlijk zijn er twee
dingen aan de hand. Niet alleen gaat uw buurjongetje te weinig in bad, maar
hij draagt te lang dezelfde ongewassen kleren. Zeg dat u bang bent dat hij
gepest gaat worden, omdat hij zo’n rare, muffe, ongewassen geur verspreidt.
En dat u dat zo erg zou vinden, omdat u hem zo’n leuk kind vindt (veel
complimenten zijn hier op z’n plaats). De boodschap moet gevat zijn in een
toon van betrokkenheid, sympathie en waarschuwing. Als u het voorzichtig,
vriendelijk, maar wel serieus brengt (plus alle adviezen hoe dit eenvoudig
in rechte banen valt te leiden door betere hygiëne), denk ik niet dat zijn
moeder boos wordt. Zij wil het beste voor haar kind, u wilt dat ook. Zij zal
gaan nadenken over wat u gezegd hebt.
Als ze toch verontwaardigd roept waar u zich mee bemoeit, dan hebt u het in
ieder geval geprobeerd. Wanneer het kind later alsnog bij u aanbelt, volg
dan de raad van uw moeder: zet hem voor het spelen onder de douche en trek
hem daarna schone kleren van uw zoontje aan.
Beste Beatrijs,
Mijn buurman wast zelden zijn kleding. Als wij in dezelfde ruimte
verkeren, dringt zijn aanwezigheid onaangenaam in onze geurreceptoren. Hoe
kan hij ertoe aangezet worden zijn hygiënische gewoontes te verbeteren?
Ik zou er graag iets van zeggen zonder onbeleefd over te komen, maar ik
ben bang onze relatie te bederven.
De buurman stinkt
Beste De buurman,
Jullie wonen in hetzelfde huis, neem ik aan? Studentenflat of iets
dergelijks? Dat ken je elkaar goed genoeg om niet overdreven omzichtig te
hoeven doen. Zeg er wat van! In een tweegesprek - dus niet waar anderen
bij zijn. Klop een keer op zijn deur, maak een praatje over koetjes en
kalfjes en snijd het onderwerp aan. De mededeling moet niet op een
beschuldigende manier worden gebracht, maar als een vorm van hulp, alsof u
hem wijst op een gevaarlijk afstapje.
Het gaat ongeveer zo: ‘Je bent je er waarschijnlijk niet van bewust,
maar je draagt je kleren te lang achter elkaar. Dat moet je natuurlijk
zelf weten, maar ik wil je er wel op attenderen dat je daardoor een geur’
(beter niet het woord ‘stank’ gebruiken) ‘verspreidt van oud zweet
en ongewassen kleren. Mensen ruiken zichzelf niet gauw, dat is bekend,
maar anderen wel! Er worden ook grappen over gemaakt, ik waarschuw je
maar. In je eigen belang zou je vaker schone kleren moeten aantrekken.’
Het idee van dit slecht-nieuws-gesprek is dat u hem uit vriendelijkheid
attendeert op een onprettig verschijnsel waar hij zich mogelijk niet van
bewust is. Als het gesprek loopt zoals het moet lopen, zal uw buurman u
dankbaar zijn dat u de moeite hebt genomen dit tegen hem te zeggen, want
stinken is een van de grootste sociale barrières die er bestaan. Een
normaal mens treft dan z’n maatregelen, met als bijkomend voordeel dat
omwonenden weer vrij kunnen ademhalen. Als hij roept dat het hem niets kan
schelen, is dat verder zijn eigen verantwoordelijkheid, maar dan hebt u
gedaan wat u kon.
