Spring naar inhoud


Stinkende collega

Beste Beatrijs,

Mijn werkzaamheden spelen zich af op een relatief klein oppervlak in een open kantoorruimte. Een collega van mij, een middelbare vrouw van in de vijftig, heeft de gewoonte zich zo’n paar keer per maand niet te wassen en geen deodorant te gebruiken. Gedurende de hele werkdag zitten wij dan opgesloten met iemand die werkelijk stinkt als een bos uien. Het trieste is dat zij kennelijk niets in de gaten heeft (hoewel niemand naast haar wil zitten). Ik heb wel eens gedacht aan een nare klierziekte, maar er zijn ook dagen dat ze reukloos is. Het is duidelijk een kwestie van oud zweet en ’s ochtends niet douchen. Mijn chef heeft in een werkoverleg wel eens getracht het probleem aan te snijden door over lichamelijke verzorging in het algemeen te praten. Helaas is die boodschap niet aangekomen. Vorige week heb ik nogmaals mijn chef terzijde geroepen, nadat ik bijna over mijn nek was gegaan in onze piepkleine keuken, maar hij durft haar niet hiermee te confronteren. Hoe haar op subtiele manier laten weten dat zij niet bepaald onopgemerkt aanwezig is?

Veroordeeld tot het apenhuis

Een mij bekende hoogleraar tandheelkunde heeft in de praatjes die hij houdt tegenover groepen net-afgestudeerden een standaardpassage opgenomen over het belang van persoonlijke hygiëne. Hij weidt uit over zweet, wassen, schone kleren, tanden poetsen en schetst in schrille bewoordingen het leed van de patiënt in de tandartsstoel, die toch al geen kant op kan en daarbij niet ook nog eens bezwaard mag worden met onwelriekende lichaamsgeuren van de man of vrouw die met een boor over hem heen hangt. Of de donderpreek van de professor effectief is betwijfel ik, hoe loffelijk ook zijn streven. Het probleem van zo’n soort boodschap is dat hij al te zeer vanzelf spreekt. Men moet schoon op z’n lichaam zijn. Ja, ja, snurk, snurk. Binnen vijf seconden dwalen de gedachten af naar interessantere onderwerpen. Het komt niet in de hoofden van de toehoorders op dat zo’n aanmaning wel eens op hen zelf van toepassing zou kunnen zijn. Het zijn immers altijd de anderen die stinken.

Zo ook op uw kantoor. Uw chef hield een toespraak en niemand voelde zich persoonlijk aangesproken. De dingen moeten niet breed worden gebracht als ze toegespitst bedoeld zijn. Dan kun je ook wel toespraken gaan houden over het belang van goede voeding en dat verkeer van rechts voorrang heeft. Zulke exercities leiden alleen maar tot grondeloze verveling.

Het hoort bij de plichten van de chef om te waken over het welbevinden van de afdeling. Daarom is hij de aangewezen persoon om met uw collega dit precaire onderhoud te voeren. Intieme zaken als lichaamshygiëne kunnen niet subtiel ter sprake worden gebracht, zoals u vroeg, maar wel op een sympathieke manier. Het perspectief van het onderhoud moet zijn dat de betrokkene gered gaat worden uit misère waar ze zelf geen weet van heeft. Een keer de uitdrukking ‘lichaamsgeur’ laten vallen is genoeg. Wie, al goochelend met de woorden ‘zweet, douchen en deodorant’, een paar keer ‘voor uw eigen bestwil’ gebruikt, maakt zichzelf glashelder. De bewuste vrouw zal zich schamen, maar tegelijk beseffen dat zonder dit gesprek de ellende nog veel groter was. Een goede chef laat z’n medewerkers niet barsten in de beerput.

Artikelen in Collega's.

Gelabeld met .


Een reactie

Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.

  1. Belle schrijft

    Hoewel ik mij dagelijks douche en goed verzorg werd ik door mijn leidinggevende aangesproken dat enkele van mijn collega’s vonden dat ik soms niet erg prettig ruik. Ik kan er niets meer aan doen dan wat ik al doe, dagelijks douchen en schone kleding. Ik ben echter overgegaan op een ander merk deodorant en hoor nu niemand meer. (of ze durven niet) Ik vind persoonlijk dat je iemand best kan en mag aanspreken op een onprettige geur maar doe het op een respectvolle manier.



Sommige HTML is toegestaan