Moderne Manieren


Beste Beatrijs,
Als ik met mijn zoon van zes mens-erger-je-niet of een ander spelletje aan tafel speel, wordt hij woedend als hij dreigt te verliezen. Meestal laat ik hem winnen, omdat ik geen zin heb in gehuil, maar mijn man zegt dat hij op die manier niet leert om tegen zijn verlies te kunnen. Doe ik hier goed aan?

Onzekere moeder

Het handmatig voortbewegen van een gekleurde gans langs een in hokjes verdeeld parcours is van zichzelf geen fantastisch leuke bezigheid. Kinderen móeten wel willen winnen met bord- of kaartspelletjes, anders is er helemaal niets aan. Volwassenen spelen uitsluitend bordspelletjes om de kinderen een plezier te doen. Tijdens het spel doen ze hun uiterste best om te verliezen, wat met die simpele kansspelen vaak nog behoorlijk veel moeite kost: gefoezel met dobbelstenen, stiekem vakjes erbij tellen om in de put of gevangenis terecht te komen, bonussen wegwerken. Als het kind verliest en het bord door de kamer smijt, is immers de hele in het spelletje geïnvesteerde tijd weggegooid. Ouders moeten hun kinderen al genoeg bijbrengen (groente eten, met twee woorden spreken). De maskerade van de sportieve verliezer opvoeren is een kunst die zich veel beter en vooral efficiënter door leeftijdgenoten laat onderwijzen. Waar ouders jaren van uitleg nodig hebben over de relativiteit van 'het is toch maar een spelletje', volstaat bij een iets ouder kind een enkele sneer van medespelers ('huilbaby! kan niet tegen z'n verlies!') om voorgoed een eind aan verliezerstranen te maken.