| 1 | 2 | 3 |
Beste Beatrijs,
Ik ben allochtoon (Turks-Nederlands) en heb op mijn werk alleen autochtone collega’s. Op kantoor worden er veel grappig bedoelde opmerkingen gemaakt over mijn land van herkomst en mijn geloof. Ik vind dit niet leuk en heb dit ook een aantal keer gezegd, maar ik word niet serieus genomen. Volgens hen gaat het om onschuldige grapjes die niet negatief bedoeld zijn, maar ik kan er toch niet om lachen. Wat kan ik doen en zeggen in deze situatie?
Niet-grappige grapjes
Beste Niet-grappig,
Mensen die elkaar goed kennen en elke dag weer met elkaar samenwerken gaan vaak heel informeel met elkaar om, vooral op een kleine afdeling met een klein groepje collega’s. Ze maken opmerkingen en grappen met een hoog ons-kent-ons-gehalte. Men beseft niet hoe verkeerd zoiets kan uitpakken. Humor wordt geboren uit agressie. Vrienden mogen elkaar plagen met bepaalde eigenschappen, want ze weten precies wat ze aan elkaar hebben. Maar op het werk is dat soort plaaggedrag heel gevaarlijk, want men ís daar nu eenmaal niet elkaars beste vriend, men is elkaars collega, en dan kun je beter wat meer afstand houden. In uw geval worden de grapjes gericht op uw land van herkomst en uw geloof. Dat is natuurlijk verschrikkelijk ongepast. Van andermans etnische afkomst en religie moet je afblijven, want dat ligt altijd gevoelig. Terwijl uw collega’s met hun grappen doen alsof u helemaal bij hun clubje hoort (van mensen die zich beter voelen dan ‘die anderen’), plaatsen ze u in werkelijkheid in een isolement. Uw situatie is te vergelijken met een vrouw die als enige op een afdeling van mannen werkt, waar men zich regelmatig uitleeft met hijgerige seksgrapjes. Wat mannen onder elkaar aan seksisme kunnen uitkramen, moeten ze tot op zekere hoogte zelf weten, al vinden lang niet alle mannen zo’n routine even leuk. Maar zodra er een vrouw bijkomt, moet het toch echt afgelopen zijn met het seksistische geleuter.
Het is ongelooflijk dat uw collega’s er niet mee zijn opgehouden, hoewel u een paar keer hebt gezegd dat u dit onprettig vindt. Ik zie het dan ook somber voor u in. Men kan op uw werk niet de beleefdheid opbrengen om zich ten overstaan van u in te houden met geintjes over Turkije of moslims. Ik kan u wel aanraden om de chef hierover aan te spreken, die vervolgens de collega’s moet instrueren hoe men correct met elkaar omgaat, maar zoals u er over schrijft vrees ik dat de chef er even hard aan meedoet.
Op den duur houdt u dit niet vol, denk ik. Ga op zoek naar een andere baan. Probeer een werkkring te vinden, waar u niet de enige bent met een andere afkomst. Bij een meer gemengde samenstelling van werknemers bestaat er vaker een duidelijke werketiquette: men dient elkaar in zijn waarde te laten. Zoek een andere baan, en schrijf, als u die gevonden hebt, vooral een gepeperde brief aan de directie van het bedrijf of instelling waar u nu zit, met een aanklacht tegen de werksfeer.
Beste Beatrijs,
Ik heb een collega die uitblinkt in dubbelzinnige opmerkingen en schuine moppen. Hij krijgt daarmee de lachers op zijn hand. Ik heb er vaker wat van gezegd, maar zijn weerwoord is steeds dat niet hij interpreteert, maar de anderen. Oftewel: ik als klager heb zelf een ‘dirty mind’. Ik kom er dus niet doorheen. Wat kan ik hiertegen doen?
Blootgesteld aan sekspraat
Beste Blootgesteld,
Het is bijzonder onaangenaam als collega’s zich te buiten gaan aan een
voortdurende stroom van dubbelzinnigheden. Het leidt af van het werk en
draagt bij tot een onprettige werksfeer. Het is de taak van de chef om dit
in te dammen en zo’n persoon op z’n vingers te tikken. Rapporteer het
aan de chef, als u er last van hebt. Maar de chef zit ook niet met zijn of
haar neus overal bovenop, dus waarschijnlijk bent u daar niet echt mee
gebaat.
De persoon zelf erop aanspreken haalt niets uit, hebt u gemerkt. Dan
blijft er maar één ding voor u over: straal negeren. Foute en
dubbelzinnige opmerkingen beantwoordt u met een ijskoude, glazige blik,
waarmee u als het ware dwars door hem heen kijkt naar een punt dat zo’n
tien meter achter hem ligt. Deze blik drukt uit dat uw reactie er een van
afkeer is, en tegelijk dat u de spreker te zeer minacht om op hem te
reageren. Anderen in het gezelschap zullen nog steeds wel blijven lachen.
Ook dit gelach wordt door u genegeerd. U wacht gewoon rustig tot het
voorbij is, zoals het hinderlijke lawaai van laag overkomende vliegtuigen
ook lijdzaam uitgezeten wordt.
Beste Beatrijs,
Sinds twee maanden heb ik een deeltijdbaan als postbode.
Ik merkte al snel dat er op mijn afdeling een onprettige sfeer heerste.
Het heeft te maken met ruzie over seksueel getinte opmerkingen. De
werkplek is verdeeld in een mannen- en een vrouwenkamp. Een van mijn
stokende collega’s kom ik ook regelmatig tegen op het schoolplein, waar
wij onze kinderen ophalen. Iedere keer begint zij over de problemen op het
werk en wat ik daar dan wel van vind. Ik ben het totaal niet met haar
opmerkingen en acties eens, maar durf haar dat niet te zeggen. Ze wil mij
bij haar kamp betrekken maar ik wil daar niet bij horen. Hoe kom ik van
haar af?
Vrouw aan de zijlijn
Beste Aan de zijlijn,
U bent niet verplicht tot het aanhoren van ongewenste
onthullingen of opinies. Vertel uw collega in vriendelijke maar duidelijke
bewoordingen dat u niet bij de rotzooi op uw werk wilt worden betrokken.
Bekritiseer haar niet, want daarmee belandt u volautomatisch in het
andere kamp (dat van de seksuele intimidators?) Zeg haar dat u een baantje
heeft genomen om geld te verdienen en niet om een slangenkuil om te
spitten. Het is uw goed recht om u te beperken tot uw feitelijke werk: het
correct en tijdig bezorgen van poststukken. Vraag overplaatsing aan, als u
last krijgt van de sfeer op uw werk.
