Spring naar inhoud


Sekseneutraal steppen

Laatst hoorde ik over een Amerikaanse moeder die ‘Henriëtte Potter’ aan haar dochter van zes voorlas. Ze wilde haar kind bijbrengen dat heus niet alleen jongens de held kunnen zijn en daarom had ze met een simpele ingreep van de hoofdpersoon een meisje gemaakt. Het kind was dol op de serie. Op internet werd de voorlezende moeder afgekraakt, omdat ze haar dochter ideologisch misvormde fictie voorschotelde. Als het kind met klasgenootjes over ‘Henriëtte’ Potter zou praten, zou ze uitgelachen worden. En dan was er ook nog zoiets als copyright. Mag je onder het voorlezen olifantje Babar veranderen in ‘Babara’? Ciska het Ratje? De scheepsmeisjes van Bontekoe?

Over Jip en Janneke zingt het hardnekkige idee rond dat je bij het voorlezen eigenlijk hun namen moet verwisselen.

De discussie heeft een oude Nederlandse pendant. De kinderboeken van Annie Schmidt worden hogelijk gewaardeerd, maar de consensus luidt dat de Jip en Janneke-verhalen wel heel erg uit de oude doos om niet te zeggen onuitstaanbaar seksistisch zijn. In deze tijd kunnen de verhaaltjes alleen door de beugel, wanneer van het jongetje een meisje wordt gemaakt en andersom. Over Jip en Janneke zingt het hardnekkige idee rond dat je bij het voorlezen eigenlijk hun namen moet verwisselen. Veel mensen die spreken over hun jeugd in de jaren tachtig of negentig, maar ook nog wel recenter, hebben ervaring met deze omdraaiing. Het merkwaardige van die in de media vaak herhaalde uitspraak is dat er nooit afstand van genomen wordt, alsof iedereen het erover eens is dat dit briljante idee van namen omdraaien een incorrect smetje kan wegwerken.

De kiem van dit idée reçue ligt in de vroege jaren zeventig, toen het feminisme nog maar nauwelijks voet aan de grond had gekregen in Nederland, maar er wel door de stormtroepen van de revolutie een aanval op dit maatschappijbevestigende kleuterduo werd uitgevoerd. In haar biografie Anna citeert Annejet van der Zijl het weekblad De Nieuwe Linie: ‘er bestond geen suspectere kinderlectuur dan J & J die al bijna twee generaties heeft vergiftigd.’ In Vrij Nederland wond een feministische scribente zich op dat er geen seks voorkwam in J & J en vond dat ze dood moesten. Annie Schmidt reageerde kalmpjes: ‘Zolang kinderen er plezier aan beleven, zijn ze niet dood.’ Dergelijke tirades leken mij zo absurd en marginaal dat ik me niet kon voorstellen dat iemand dit serieus nam. Bovendien bleven J & J bleven populair en in druk. Zelf heb ik J & J zo’n 25 jaar geleden voorgelezen aan mijn kinderen. Ik kende de feministische kritiek, maar afgezien van typisch jaren vijftig fenomenen als kolenkachels en de melkboer aan huis viel mij destijds niets bijzonders op. In ieder geval geen seksisme. Toch moet er maatschappelijke weerklank zijn geweest, gezien de terugkerende getuigenissen over feministische moeders die de strategie van het omgekeerd voorlezen toepasten. Dus heb ik Jip en Janneke nogmaals opgeslagen om te kijken wat ik al die tijd gemist heb.

In het eerste verhaaltje moet Jip huilen omdat hij vast zit in de heg. In het tweede verhaaltje moet Jip huilen omdat hij bang is voor de kapper. We hebben hier niet echt het stereotype van de stoere jongen te pakken. Toegegeven, hij heeft een keer geen zin om met Poppejans te spelen. Maar zijn voorstel om met hondje Takkie in de poppenwagen rond te rijden (die natuurlijk ontsnapt) vindt Janneke ook een beter plan. Veel verschil is er sowieso niet tussen de karakters. Janneke huilt ook wel eens en ze is ook wel eens bang, maar ze is meer een driftkop dan Jip. Een keer bijt ze hem zelfs in zijn been.

Het zijn twee kleuters die typische kleuterspelletjes spelen. Ze doen rovertje, drinken thee uit een poppenserviesje, spelen Roodkapje (Janneke gaat naar oma ‘met wijn en sigaren’, waarop Jip de slappe lach krijgt en Janneke boos wordt – ‘Een wolf lacht niet! Dat hoort er niet bij!’), ze doen een elfendansje in ‘bos en beemd’, maken een schip van het grote bed, kibbelen en maken het weer goed. Er is een verhaal, waarin Jip enthousiast meedoet met het idee van Janneke om hun nagels en die van de beer te lakken. Er is zelfs een verhaal waarin Jip zegt dat afwassen meisjeswerk is en door Moeder verbeterd wordt: het is ook jongenswerk, hoor!

In het overgrote deel van de verhaaltjes komt niets voor dat lijkt op ‘meisjes horen zus te zijn en jongens zo’. Wél is het zo dat de moeders doorgaans thuis dingen doen en de vaders naar kantoor fietsen (en thuis komen voor het middageten), maar Jip en Janneke zelf zitten niet vast in knellende rolpatronen. Ze doen zowel jongens- als meisjesdingen, maar meestal zijn ze volledig sekseneutraal aan het steppen, ze bouwen een tent, ze brengen appels naar opa, ze verdwalen en rijden terug naar huis met de schillenboer of (heel stout) ze tekenen op het behang. Geen enkele noodzaak tot naamomwisseling. Als er al iets omgedraaid zou moeten worden, dan de rollen van de vaders en moeders, maar het bijzondere van de ouders is dan weer hun volstrekte achtergrondfunctie. Geen spoor van het hedendaagse verstikkend ouderschap dat ouders ertoe aanzet om elke kinderbezigheid tot op de vierkante millimeter te monitoren.

Jip en Janneke gaan pootje baden in de sloot: ‘Is het niet te diep? vraagt ze. Nee fijn, zegt Jip. Er is wel veel modder, zegt hij. Zijn er geen beesten in het water? vraagt Janneke. Nee, zegt Jip, kom nou. Dan gaat Janneke ook. Het is wel leuk. Het water is koud maar dat hindert niet.’ In dit verhaaltje moet Janneke even over de streep worden getrokken, wat met enig hangen en wurgen nog wel als voorbeeld van de conventionele meisjesrol zou kunnen dienen. Maar het echt gedateerde (beter nog: nostalgische) element is natuurlijk dat twee kleuters zonder ouderlijk toezicht zomaar kunnen aanrommelen bij een sloot. Jip en Janneke zijn subversiever dan ooit.

Artikelen in Column.


Een reactie

Blijf op de hoogte, abonneer je op de RSS feed voor reacties op dit artikel.

  1. Suzanne schrijft

    Ik kan u vertellen dat ik mijn kinderen, begin jaren ’90, járenlang dagelijks de ouderwetse seksistische versie van Jip en Janneke heb voorgelezen en dat zij toch prima terechtgekomen zijn. Mijn dochter is geen laagopgeleide onderdanige huisvrouw geworden, en mijn zoon geen macho haantje.

    Misschien zijn er belangrijker dingen die een kind vormen…



Sommige HTML is toegestaan