Moderne Manieren

Reacties

september/oktober/ november 2003

Als u reacties of vragen hebt over de website of over de problemen en antwoorden, kunt u die e-mailen naar beste@beatrijs.com of u kunt het formulier invullen.
De reacties worden hieronder geplaatst, tenzij u er bezwaar tegen heeft.
Alle eerder op deze site gepubliceerde reacties:


Mijn haren rezen ten berge bij het lezen van de woorden "irritante collectanten".  De collectanten lopen niet voor zichzelf te collecteren! Vaak moeten ze met pijn en moeite tijd hiervoor vrij maken omdat er een beroep op hen wordt gedaan.
Toch fijn dat ze het doen, is 't niet? Dat er zeker iedere 14 dagen gemiddeld een collectant langs komt, zoals die mevrouw schrijft bestaat gewoon niet! Soms zijn er een paar collectes kort na elkaar, maanden weer lange tijd niets. En een nieuwbouwwijk heeft er al helemaal niets mee te maken!
Als ik, als collectant een antwoord jou krijgen als "geen belangstelling", zou ik echt niets terug zeggen, maar wel denken: 't Is te hopen dat U deze stichting nooit nodig zult hebben (denk b. v. aan de Nierstichting). "Nee, dank U wel" is echt meer dan voldoende als antwoord.

"Irritante collectante"


Doorgaans lees ik uw rubriek met veel genoegen en instemming.
Maar met uw beantwoording van de dame uit de nieuwbouwwijk, die zich belaagd voelt door irritante collectanten, ben ik het bepaald oneens.
Hoezo, irritante collectanten? Mensen die bereid zijn belangeloos langs de deuren te gaan om te collecteren voor een goed doel verdienen ons respect.
In plaats van de klaagster een aai over de bol te geven, was een stukje opvoeding m.i. meer op zijn plaats geweest. Laat er nu eens 10-15 keer per jaar een collectant aan de deur komen.
Wanneer je toch gewend bent geld te geven aan goede doelen, dan geef je zo’n collectant  één of twee Euro als waardering voor zijn of haar inzet. Je kunt bij de deur altijd een paar munten klaarleggen. In plaats van “nee, dankuwel, ik heb geen belangstelling” zeg je “alstublieft en nog veel succes verder”.
Dit kost niet meer tijd en het geeft jou en de collectant een goed gevoel. Maar vooral lever je zo ook een bijdrag aan de kwaliteit van onze samenleving.

Frans H.

Meneer Papa zocht naar een aanspreektitel waarbij zowel zijn schoondochter als hijzelf vrede mee hebben. Ik heb de volgende suggestie: Bij het aanspreken van ouders van vrienden vind ik het ook moeilijk ze goed aan te spreken. 'U' vind ik te afstandelijk en de voornaam is weer te 'dichtbij'.

Een vriendin van me, Lianne, heeft lange tijd in Arabische landen gewoond en vertelde eens dat ouders daar aangesproken worden met de naam van hun zoon. De vader van Mohammed wordt door iedereen vader Mohammed genoemd.
Dat was voor mij het ei van Columbus: haar ouders noem ik sindsdien mama Lianne en papa Lianne.
Ik vind het ideaal: hartelijk en toch niet te 'dichtbij'
 
Patrick B.

Ik stuitte toevallig op uw site, en was een beetje aan het grasduinen (er staat veel interessants op), tot ik op het onderwerp alcoholisme stuitte.

Ik kon het niet van me afschudden dat ik hier mijn bijdrage aan moest leveren. Alcoholisme heeft vaak depressie/niet lekker in je vel zitten als oorzaak, je drinkt niet alleen omdat je het lekker vindt. Ik ben zelf ex-alcoholist en ex-depressief, waar ik in mei van dit jaar in een keer (in vijf dagen tijd) vanaf geholpen ben via een training bij Essence (www.essence-trainings.com). De training is niet speciaal voor alcoholisten, maar biedt een confrontatie met jezelf en is bedoeld voor iedereen die om wat voor reden dan ook (tijdelijk/permanent) met meer moeite/pijn/verdriet door het leven gaat dan zou moeten. Je kon als je niet tevreden was aan het eind je geld terugvragen, maar niemand uit mijn "klasje" heeft dat gedaan. Het heeft mijn leven gered. Mogelijk kan dit als aanvulling op uw site worden geplaatst.

Hierbij wil ik reageren op het probleem dat vandaag in Trouw werd behandeld: Het Afrikaanse meisje dat steeds om dingen bleef vragen.
U schreef: "U moet een eind aan dit contact maken. Zodra u zich onder druk gezet voelt, moet het afgelopen zijn. Filantropie is een mooie bezigheid, maar alleen als het uit vrije wil gebeurt. Wanneer iemand uw vrijgevigheid gaat opeisen, is er sprake van afpersing."
Naar mijn mening is er iets anders aan de hand.
In veel Afrikaanse landen bestaat het gezin, zoals wij dat kennen, nauwelijks, en worden taken die bij ons binnen het gezin worden uitgeoefend, door de grootfamilie uitgevoerd. In elk land zijn de culturele regels iets anders, maar het komt er altijd op neer dat je als kind op veel meer volwassenen kunt rekenen dan op je eigen ouders. Er zijn ooms en tantes die precies zo voor je kunnen zorgen als je eigen ouders doen. Dat is niet alleen het geval wanneer je ouders overlijden, maar ook wanneer ze rijker zijn dan je eigen ouders. Ik werk in Amsterdam met Ghanezen, en daar kom je hetzelfde tegen. Zodra mensen in West Europa werk hebben gevonden komt er een brief van de familie die in Ghana is achter gebleven met de boodschap: 'Stuur een auto en twee koelkasten', of teksten met vergelijkbare strekking. De vrager voelt zich volstrekt niet als een afperser, maar vindt zijn vraag net zo normaal als een Nederlands kind dat thuis om een boterham vraagt.
Wanneer een Ghanese familie voor vakantie teruggaat naar Ghana moeten er ook voor duizenden Euro's cadeaus mee. Dit wordt door de Afrikanen hier ook als een groot probleem ervaren. Je geld wordt door je familieleden niet opgevat als jouw geld, maar als familiebezit.
(In Accra bezocht ik een collega predikant, die een broer in Amsterdam heeft. In feite vroeg deze collega of ik zijn broer niet kon bewegen een huis voor hem te kopen (kost ongeveer 30.000 euro), want wanneer hij met pensioen ging moest hij de pastorie uit).
Wat het meisje in de brief doet, is dus eigenlijk niet anders dan de briefschrijvers als oom en tante adopteren, en hen precies zo behandelen als zij haar bloedeigen oom en tante zou doen. Haar gedrag is doodnormaal Afrikaans.
Het probleem dat de briefschrijvers hebben is niet specifiek, maar het probleem van alle Afrikanen in Europa: je familie brengt je aan de bedelstaf.
De oplossing die Afrikanen hier te lande meestal toepassen is: Zo min mogelijk contact, want elk contact eindigt met een vraag om iets, vervolgens geen 'nee' zeggen maar: 'Ik ben er voor aan het sparen', of dergelijke uitvluchten zoeken, en ten slotte zo nu en dan een cadeau geven zoals je hart je ingeeft.
Omdat er pleegouders in Frankrijk zijn zouden de briefschrijvers uiteraard ook met die pleegouders contact kunnen leggen.
U schrijft heel terecht dat je vanuit Nederland geen kind in Frankrijk kunt opvoeden, maar het meisje moet uiteraard wel wat Europese normen leren, wil ze in Europa kunnen overleven.
De briefschrijvers hebben in  het verleden veel moeite en geld in het kind geïnvesteerd. Dat is zeer te waarderen. Er is niets in het beschreven gedrag van het kind dat op ondankbaarheid duidt. Maar het  is inderdaad geen Europees gedrag, dat is duidelijk.
Ten slotte: Mijn eigen kinderen vragen ook regelmatig: Wanneer krijgen we een nieuwe kleuren-tv, waarom hebben wij nog geen DVD-speler, wanneer krijgen we eens een nieuwe snelle computer, allemaal dingen die zij bij anderen ook zien. Ze krijgen het niet, maar geen ouder zou om die reden het contact met zijn kinderen verbreken, daarom hoop ik dat de briefschrijvers een manier vinden om het contact te behouden, zonder uiteraard alles te geven waar het kind om vraagt.

Cees V. (predikant in Amsterdam Zuidoost)

Beste Beatrijs,
In reactie op uw antwoord aan de betrapte beller (27 september) wil ik een tegengeluid laten horen.
Als iemand een van mijn vier nummers (ISDN-aansluiting) kiest, neem ik aan dat er contact op prijs gesteld wordt. Dus luister ik altijd de voice-mails af tegen bepaald niet geringe kosten (ca. 1 dubbeltje in oud geld) per keer.  Groot is dan ook de teleurstelling als men wéér niet heeft gemeld wat er aan de hand is. Met name bij bedrijven is dit irritant, want meestal willen die iets van je dat geld kost, maar bij familie of vrienden die weigeren in te spreken word ik boos. Ze jagen mij op kosten. Bel dan niet, zou ik zeggen. Niet de één voor alle lasten laten opdraaien en zelf alleen de lusten willen. Overigens hanteren de mensen die hun nummer niet willen laten herkennen volgens eenzelfde manier van denken. Als zij bellen én inspreken toont mijn telefoonapparaat hun nummer niet. Als zij de enigen waren die contact wilden kan ik dus niet weten dat er is ingesproken. Daarna is men vaak gebelgd als ik niet terugbelde.

Gefrustreerde telefoonabonnee

Graag wil ik reageren op uw antwoorden in Trouw over het al dan niet geld geven op een feestje. Ik ben het nl. niet helemaal met u eens. Extreme gevallen daargelaten zoals u laatst beschreef (waarin mensen tegen elkaar opbieden in de hoogte van het bedrag, wat natuurlijk stuitend is), zie ik niet in wat er mis is met het geven van geld, als dat op een correcte en niet verplichtende manier gebeurt.
Mag ik mezelf als voorbeeld geven. Ik werd laatst 50 en had 11 vriendinnen uitgenodigd voor een etentje. Mijn man had (op mijn verzoek en naar aanleiding van vragen van hen over kadowensen)  aan hen laten weten dat ik graag een beeldje wilde hebben. De aanwezigen konden toen desgewenst (niet iedereen deed mee) geld in een bus stoppen. Ik weet niet hoeveel mijn vriendinnen per persoon gegeven hebben en zou dat ook nooit willen weten. Van het totaalbedrag heb ik zelf een beeldje uitgezocht, en mijn vriendinnen een foto gestuurd om hen te bedanken voor hun bijdrage. Op deze manier heb ik precies het kado gekregen dat ik graag wil, en dat ik op een andere manier nooit had kunnen krijgen. Het alternatief zou denk ik zijn geweest dat iedereen met iets aankomt wat op zich heel leuk is (bv een boek), maar waardoor je toch een minder tastbare herinnering hebt aan een bijzondere gelegenheid.
 
Liefhebber van collectief cadeau

Geachte Liefhebber,
Als u mijn antwoorden op diverse cadeau-situaties gevolgd had (niet dat dat noodzakelijk is, hoor), dan had u geweten dat de manier zoals u uw 50ste verjaardag vierde met een gemeenschappelijk cadeau, georganiseerd door een derde (in dit geval uw man), en zonder inzicht in de exacte bedragen van individuen, juist door mij sterk wordt aangeraden. Ik heb deze wijze van cadeau-afhandeling meerdere malen met nadruk naar voren geschoven als een alternatief voor geld-in-enveloppen. Mocht u geïnteresseerd zijn om dit nog
eens na te lezen, dan verwijs ik u naar: Envelop met geld.

Met vriendelijke groet,
Beatrijs

Bladerend op het Internet zat ik in ene op Uw site te lezen in een stukje over fooi geven in een restaurant.
Het is al jaren niet meer juist om fooi te geven en dat is sinds de horecaprijzen jaren geleden met 10 tot 15% zijn opgehoogd om de fooi [en dus de afhankelijkheid] af te schaffen. Voor die tijd was het dan ook gebruikelijk om op de rekening te zetten inclusief [wat ook voor kwam] of exclusief. Hetzelfde geldt trouwens ook voor taxiprijzen, deze zijn ook altijd inclusief en daarop afgestemd.

Ruud S.

Ik ben het grotendeels eens met je reactie aan de bereidwillige fooiengever. Maar toch een aanvulling. sinds 1968, de invoering van de btw, heft de fiscus ook btw over fooien; die werden gesteld op 15%. sindsdien mocht de horeca de prijzen verhogen met dat bedrag. in de nota zit dus al 15% fooi inbegrepen. Tot voor kort stond dat ook op de nota. 'niets geven' hoeft dus niet te betekenen dat je ontevreden bent. Nee, je vindt de standaardfooi dan voldoende. Met de hoge prijzen die de horeca de laatste tijd berekent, hoor je ook steeds meer dat men die standaard voldoende vindt. daar waar men pint bij het afrekenen heeft het verhogen van de nota tot een rond bedrag ook niet veel zin. De serveerster krijgt daar naar alle waarschijnlijkheid niets van. Tot zover deze aanvulling. Je rubriek is overigens zeer de moeite waard.

Herman P.


Met belangstelling lees ik vaak uw rubriek. Ik vind er over het algemeen veel 'logische' wijsheid in zitten en ben blij dat ook afgeweken kan worden van de over het algemeen gebruikelijke etiquette.
Ik wil echter even reageren op het antwoord aan de 'bereidwillige fooiengever'. Sinds de invoering van de euro zijn de prijzen in de horeca dusdanig gestegen, dat van 'normale' prijzen amper meer sprake is t.o.v. het guldentijdperk. Veel leeftijdgenoten (60+) waren gewend om fooien te geven, maar ik merk een nagenoeg algemeen verschijnsel van het niet meer geven van fooien, of het nipt afronden naar boven als het om enkele centen gaat. Uit diverse publicaties merk ik ook dat de horeca zelf in de gaten heeft dat het te ver is gegaan met het idee 'euro = gulden' en de omzetten lopen terug. Ik denk dat de horeca blij mag zijn dat er nog mensen gebruik willen maken van hun gelegenheden, maar zullen moeten accepteren dat de mensen uiting geven aan hun onvrede over de gang van zaken.

Wim S.
Naar aanleiding van uw antwoord op het probleem van de ‘Bereidwillige fooiengever’ het volgende:
Ikzelf geef slechts zelden een fooi. Soms rond ik een Horeca-rekening wat naar boven af, ook afhankelijk van het gebodene. Reeds tientallen jaren geleden is in de Horeca-branche afgesproken de prijzen van 10 % bedieningsgeld te verhogen, teneinde de fooien-willekeur te stroomlijnen. Vele Horeca-ondernemingen vermeldden vaak duidelijk op hun prijslijst ‘inclusief 10 % bedieningsgeld’. Daar zie je echter nooit meer iets van. Ik heb echter ook nooit iets vernomen over afschaffing hiervan. Mijns inzien is het dus in principe niet nodig ‘alsnog’ een fooi te geven, tenzij er gratis extra diensten worden geboden, zoals een bak water voor de hond of hulp bij een morspartij, e.d.
Onlangs was ik op doorreis even in Amsterdam. Op een terras in de buurt van het CS bestelde ik een glas bitter lemon (meer ijs dan bitter lemon) en een omelet Champignon (twee taaie flinterdunne boterhammetjes, een plukje rauwkost en een lauwe champignonarme omelet) voor de prijs van 7,70 euro (omgerekend ƒ16,95). Je moet dan toch wel gek zijn om je verplicht te voelen ook nog een fooi te geven, hoewel het personeel op het drukke (hoe bestaat het??) terras hard moest werken en ook nog beleefd was. Echter, de prijs-kwaliteitsverhouding was ver te zoeken.  

Fooienweigeraar in Emmen


Op uw antwoord op ‘Bereidwillige fooiengever’ wil ik even reageren. Ik herinner mij namelijk dat het fooienstelsel na de oorlog in diskrediet kwam. Ik heb er de Oosthoek encyclopedie op nageslagen en die vermeldt: ‘De vrijwilligheid werd veelal een maatschappelijke verplichting…Men zag zich na WO II genoodzaakt regelingen te ontwerpen…’ In de praktijk kwam het hierop neer dat in de prijzen van Horeca, taxi’s e.d. bedieningsgeld werd opgenomen. Ik herinner mij nog de afrekeningen met de clausule ‘inclusief 15 % bedieningsgeld’. Hoewel deze zin al lang niet meer op de bonnetjes wordt vermeld, zit deze fooi nog steeds in het bedrag. M.i. heeft de zus dus correct gehandeld.

Fooienweigeraar in Krommenie


Meneer Papa zocht naar een aanspreektitel waarbij zowel zijn schoondochter als hijzelf vrede mee hebben. Ik heb de volgende suggestie:
Bij het aanspreken van ouders van vrienden vind ik het ook moeilijk ze goed aan te spreken. 'U' vind ik te afstandelijk en de voornaam is weer te 'dichtbij'.
Een vriendin van me, Lianne, heeft lange tijd in Arabische landen gewoond en vertelde eens dat ouders daar aangesproken worden met de naam van hun zoon. De vader van Mohammed wordt door iedereen vader Mohammed genoemd. Dat was voor mij het ei van Columbus: haar ouders noem ik sindsdien mama Lianne en papa Lianne. Ik vind het ideaal: hartelijk en toch niet te 'dichtbij'

Patrick B.